Nagekomen sjabloonvragen Actualisatie inspraakverordening - ZN314929
Tekst van het document
Raadsvergadering d.d. 21 december 2021 Raadsnota nummer ZN314929 0nderwerp: : Actualisatie algemene inspraakverordening Oosterhout Vragen van fractie PvdA Naam raadslid: Anton van Opzeeland De PvdA heeft over de inspraakverordening 2 technische vragen: 1. Welke criteria gaat het college hanteren om te besluiten of een besluit wel of niet 2x ter inzage gelegd moet worden? Antwoord: Zie artikel 3.d van de voorgestelde inspraakverordening. Met daarbij de aanvullende opmerking dat er gesteld wordt dat het college van mening moet zijn dat inspraak niet leidt tot een meerwaarde voor het in beeld krijgen van de belangen of een eerste afweging daartoe. Deze formulering (“van mening”) is bewust zo gekozen omdat het objectief vaststellen of een inspraak tot nieuwe inzichten in belangen leidt onmogelijk is. Zo zal onder andere de aard en omvang van de ontwikkeling, de (sociale) dynamiek in de directe omgeving, de op dat moment spelende politiek-maatschappelijke issues, de resultaten van de omgevingsdialoog, de wijze waarop deze is gevoerd (wel/ niet conform de richtlijnen), et cetera bepalen of het tweemaal achtereenvolgens, op eenzelfde wijze ter inzage leggen van een plan, tot nieuwe inzage leidt in de belangen die er spelen. 2. Meer specifiek: Wanneer is er volgens het college sprake van geen noemenswaardige gevolgen voor de omgeving? Antwoord: Zie antwoord hiervoor.
Daarnaast treft u bij het antwoord op vraag 4 twee concrete voorbeelden aan waarvan sprake zou kunnen zijn dat er geen noemenswaardige gevolgen zijn voor de omgeving. Iets wat overigens mede wordt bepaald door de uitkomsten van de omgevingsdialoog. Wat voor de ene omwonenden niet noemenswaardig is, is dat voor de andere wel. 3. Wanneer vindt het college dat er geen bezwaren te verwachten zijn of de belangen al voldoende in beeld zijn? Antwoord: Dit wordt hoofdzakelijk bepaald door de Omgevingsdialoog. Indien deze volgens de richtlijnen is gevoerd, zijn de belangen voldoende in beeld bracht. Indien daaruit blijkt dat alle partijen geen bezwaren hebben, dan zijn er in de vervolgprocedure eveneens geen bezwaren te verwachten. 4. Voor welke bestemmingsplannen uit deze bestuursperiode had volgens het college deze verkorte procedure kunnen gelden? Antwoord: - Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 10 (Ruimte voor Ruimte Groenestraat 2). https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view?planidn=NL.IMRO.0826.BSPhz10BG2013-OH01 - Besstemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind) Herziening 25 (Groenendijk 2) https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view?planidn=NL.IMRO.0826.BSPhz25BG2013-VA01