MB Technische vragen PvdA-GB-CDA-VVD ZN1011830 meerjarenbeleid VR
Tekst van het document
Technische vragen raadsvergadering 23 mei 2023 Raadsvoorstel ZN1011830 Meerjarenbeleidsstukken Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 2023-2027
Vragen van fractie:
Naam raadslid: MarieLouise van Mook
1. Wat wijzigt er / wordt er beter voor Oosterhout en de Oosterhouter door het vaststellen van deze stukken van de Veiligheidsregio? 2. In de lijst van wijzigingen van het dekking- en spreidingsplan van de Brandweer staat dat de dagdienst in Oosterhout is verlaagd naar 4,5. a) Hoeveel was het? b) Wat zijn de consequenties van deze wijziging? c) En waarom is dit verlaagd? Antwoorden 1. Met het vaststellen van de stukken geeft u akkoord aan de VRMWB om het voorliggende beleid uit te voeren. Het beleid van de VRMWB is voor alle 24 gemeenten in de regio. Het beleidsplan vormt het strategische beleidskader voor de veiligheidsregio en beschrijft de koers voor de komende jaren. Het beleidsplan geeft richting aan de werkzaamheden van de VRMWB. Met als doel: samen maken we de regio veiliger. Dit geldt voor de inwoners van de hele regio, en daarmee ook de Oosterhouter. 2. a) De bezetting van de dagdienst in Oosterhout was in het vorige dekkings- en spreidingsplan (DSP) (2019) 5,0 fte en was samengesteld uit 3,0 fte beroeps-, repressieve dagdienstmedewerkers, aangevuld met 2,0 fte medewerkers met een andere hoofdtaak, maar repressief inzetbaar vanuit de Brandweer. Deze 2,0 fte medewerkers waren veelal werkzaam voor de afdelingen Vakbekwaamheid en/of Techniek, Facilitair en Logistiek (TFL).
Om te komen tot van een bezetting van 6 voor de Tankautospuit werd gebruik gemaakt van de inhuur van vrijwilligers. In het concept DSP (2023) staat overigens een foutieve formatie van 4,5 beroeps. Dit getal passen we aan in het DSP dat in juli bestuurlijk wordt vastgesteld. De huidige formatie beroeps, repressieve dagdienstmedewerkers is 4,0 fte. De repressieve beroepsformatie wordt dagelijks aangevuld met medewerkers uit de flexpoule om te komen tot een dagelijkse bezetting overdag van 6 medewerkers voor de post Oosterhout. De flexpoule bestaat uit vaste (kantoor-) medewerkers en/of vrijwilligers van de Brandweer MWB. b) Er zijn geen consequenties. De dagbezetting door de week van 6 medewerkers voor de post Oosterhout wordt op deze wijze gegarandeerd. De manier waarop we dat doen, is dus gedeeltelijk veranderd ten opzichte van de vorige beleidsperiode. Dit heeft te maken met het efficiënter inroosteren van beroepsbrandweermedewerkers in de gehele regio. In de avonden en weekenden worden vrijwilligers vanuit huis gealarmeerd voor het bezetten van de tankautospuit en specialismen. c) In de lijst wordt de huidige formatie beroeps, repressieve dagdienstmedewerkers weergegeven. Het is een feitelijke weergave, geen norm. De norm wordt zoals hierboven vermeld nog steeds gehaald. Verschillen in de formatie komen door gebruikelijke wijzigingen in personeel.
Denk hierbij aan pensioen en verandering van functie, brandweerpost of baan.
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Walther Hoosemans
1. Bij de tussenvariant 2 (GRIP 4 zonder bevoegdheden) (GRIP - Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure) wordt gesteld helder te omschrijven wie welke bevoegdheid heeft bij crisissituatie met name bij de tussenvariant.
Kunt U beschrijven hoe U voorstelt dat dit helder beschreven kan worden, dat wordt namelijk niet vermeld in de zienswijze 2. Waar staat in het Regionaal Crisisplan 2023-2027 beschreven wat de tussenvariant 2 (GRIP 2 zonder bevoegdheden) inhoudt. 1. Bij de tussenvariant wordt er opgeschaald naar GRIP 4, zonder dat de voorzitter conform artikel 39 Wvr zijn bevoegdheden inzet. Er is bestuurlijke afstemming en coördinatie, maar bevoegdheden blijven lokaal. Hierdoor kan de situatie ontstaan dat er in naast gelegen gemeenten verschillende, tegenstrijdige, besluiten genomen worden. Middels de zienswijze wordt aan de Veiligheidsregio de vraag gesteld hoe omgegaan moet worden met deze mogelijke situatie. Accepteren we dat dit risico er is of willen we bestuurlijke overeenstemming over dergelijke besluiten. 2. Dit staat op pagina 10, paragraaf 2.3.2
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Anco Bakx
1. De volgende risico’s zijn gevonden in het risicoprofiel: • Infectieziekten mens • (Digitale) verstoring vitale infrastructuur • Extreem weer • Effecten van maatschappelijke onrust • Natuurbranden Dit lijstje lijkt een opsomming van het NOS-journaal en is vaag geformuleerd. Hoe is dit lijstje precies tot stand gekomen? Welke deskundigen zijn hiervoor geraadpleegd? In hoeverre is dit lijstje politiek gedicteerd? En door wie? Een risico leidt altijd tot gevolgen. Wat zijn de gevolgen van deze risico’s, concreet binnen het werkveld van de veiligheidsregio? 2. Bij punt 4 staat het volgende: “De afgelopen jaren zorgde maatschappelijke onrust in Nederland voor fysieke veiligheidsvraagstukken. Denk aan onrust naar aanleiding van protestacties op snelwegen en bij distributiecentra, brandstichtingen bij vitale infrastructuur en rellen. Deze uitingen van maatschappelijk ongenoegen verstoren het dagelijks leven en dragen bij aan polarisatie (hetgeen weer leidt tot verharding of toename van uitingen). Het maatschappelijk sentiment is een belangrijke beïnvloedende factor bij de bestrijding van incidenten, rampen en crises.” Hetzelfde zou gezegd kunnen worden over voetbalwedstrijden, illegale feesten, drugsgebruik, etc. maar de veiligheidsregio matigt zich hier een oordeel aan over het demonstratierecht in Nederland en ziet dat als een risico. Een dergelijke uitspraak is niet passend.
Is de wethouder bereid om de veiligheidsregio te wijzen op deze grondwettelijk gezien zeer gevaarlijke uitspraak? 3. De laatste jaren krijgt de Veiligheidsregio steeds meer landelijke opdrachten vanuit het Rijk. Het mag nooit een extra bestuurslaag worden die de lokale democratie buitenspel zet. Welke maatregelen en acties heeft het College genomen om de bevoegdheden van de Veiligheidsregio binnen de perken te houden? 4. Bijlage 4: wat zijn precies de vitale belangen van de samenleving en wie bepaalt die en wat er moet gebeuren om die te beschermen? 5. Wat is een ramp en wanneer hebben we een crisis. Wie bepaalt dat en hoe? Tegenwoordig wordt alles een crisis genoemd waar geen oplossing voor is, hoe moeten we deze terminologie precies opvatten en wat betekent dit voor het functioneren en in actie komen van de Veiligheidsregio? 6. Wie waakt binnen de Veiligheidsregio over de bescherming van de grondrechten? Welke juridische dienst toetst de plannen en het handelen van de Veiligheidsregio vooraf en achteraf? Wanneer de politie bijvoorbeeld in actie moet komen in het kader van de “Wet verplaatsing bevolking”, hoe vindt de grondwettelijke toetsing plaats of de burgemeester terecht een beroep doet op deze wet en dat deze wet niet ingaat tegen de grondrechten van de burger? Welke middelen heeft de Veiligheidsregio om willekeur en misbruik te voorkomen? En wanneer die er
niet zijn, omdat het geen extra bestuurlijke laag is, wie handhaaft hier dan op? Of wordt dit bij de rechter uitgevochten? 1. De in hoofdstuk 4 uitgewerkte risico's zijn gebaseerd op de Landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel, die als standaard wordt gebruikt door alle veiligheidsregio's in Nederland. De regionale analyse van deze risico's is tot stand gekomen door de input van medewerkers/experts van onze veiligheids- en netwerkpartners (zoals politie, defensie, waterschappen, ggd, gemeenten etc.), incidentdata en openbare bronnen. De uitwerking en prioritering is op geen enkele wijze politiek gedicteerd. Het Regionaal Risicoprofiel biedt, conform de Wet Veiligheidsregio's voorschrijft, een regionaal overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de veiligheidsregio kunnen voordoen. Binnen de kaders van de Wet Veiligheidsregio's en het Regionaal Beleidsplan bereidt de Veiligheidsregio zich, samen met betrokken partners, voor op de gesignaleerde risico's en de mogelijke effecten daarvan. 2. De Veiligheidsregio signaleert in haar Regionaal Risicoprofiel inderdaad dat maatschappelijke sentimenten een belangrijke beïnvloedende factor bij de bestrijding van incidenten, rampen en crises. Zij velt hiermee op geen wijze een oordeel over het demonstratierecht in Nederland. Het demonstratierecht vormt een van de fundamenten van de democratische rechtsstaat.
Het beschreven risico gaat over een escalatie van uitingen van maatschappelijke onrusten, waarbij de openbare orde en fysieke veiligheid grootschalig in het geding raakt. Dit kan tot uiting komen bij protestacties, maar ook op andere plaatsen waar mensen samenkomen, zoals bij voetbalwedstrijden en illegale feesten. De Veiligheidsregio is zich hiervan bewust. 3. De veiligheidsregio heeft geen bevoegdheid om besluiten te nemen voor de gemeente Oosterhout. De veiligheidsregio ondersteund de gemeente. De burgemeester of het college neemt de besluiten. Uw gemeenteraad mag erop vertrouwen dat de burgemeester vragen vanuit de veiligheidsregio en zijn besluit of het besluit van het college daarop bespreekt met de raad of een afvaardiging daarvan (fractievoorzitters). 4. Essentiële aspecten van veiligheid die bij aantasting door een ramp of crisis leiden tot ontwrichting van de samenleving. Het betreft: territoriale veiligheid, fysieke veiligheid, ecologische veiligheid, economische veiligheid, sociale en politiek stabiliteit; veiligheid cultureel erfgoed. Deze zijn geformuleerd in het landelijk referentiekader en regionaal risicoprofiel dat als standaard voor alle veiligheidsregio’s in Nederland geldt. De bescherming van deze vitale belangen is een gezamenlijke opgave van risicoveroorzakers, veiligheidsregio’s, veiligheidspartners en de rijksoverheid. 5.
De wet Veiligheidsregio’s geeft de definitie van een ramp en crisis. ramp: een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. crisis: een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast. Bestuurlijk uitgangspunt voor het Beleidsplan is een discussie die in 2022 gevoerd is door het Algemeen Bestuur (24 burgemeesters) over wat voor Veiligheidsregio wij willen zijn? De uitkomst van deze discussie is een veiligheidsregio die inzetbaar is op het gebied van fysieke en maatschappelijke veiligheidsvraagstukken, waarmee wij de ingeslagen bestuurlijke lijn continueren en in staat zijn nieuwe crises aan te kunnen. De veiligheidsregio heeft ook tot taak om bij een aantal andersoortige gebeurtenissen en ontwikkelingen in overleg met voorzitter een rol te vervullen. Deze kan coördinerend zijn, regisserend, ondersteunend of soms zelfs leidend. Voorbeelden: crisisopvang vluchtelingen, de vuurwerkproblematiek, boerenprotesten, afstemming Vuelta en uiteraard de coronacrisis. Dit zijn niet alleen voorbeelden van fysieke
veiligheidsvraagstukken, maar ook maatschappelijke veiligheidsvraagstukken en -opgaven met (fysieke) veiligheidseffecten. De veiligheidsregio is echter geen partij in bijvoorbeeld de stikstofcrisis, een economische crisis of een energiecrisis. 6. Het is geen taak van de veiligheidsregio om te toetsen aan de grondwet. In Nederland bestaat als sinds 1848 een verbod voor de rechter om wetten aan de Grondwet te toetsen (artikel 120 van de Grondwet). Toetsing aan grondrechten door de rechter vindt daarom plaats in individuele concrete zaken. Daarnaast kan de rechter wetten wel toetsen aan internationale verdragen zoals het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Een beroep op de Wet verplaatsing bevolking valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente waarbij de burgemeester verantwoording hierover aflegt aan de gemeenteraad. De verantwoordingsmechanismen binnen de Veiligheidsregio zijn gebaseerd op de Wet gemeenschappelijk regelingen (Wgr)waarin is opgenomen dat de burgemeester als lid van het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd is aan de raad en het college van zijn gemeente over het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. Wat het voorbereiden van plannen betreft. De burgemeester is als lid van het Algemeen Bestuur betrokken bij het vaststellen van belangrijke plannen.
Via de burgemeester kunnen gemeenten hun inbreng leveren en erop toe zien dat de plannen passen binnen de Grondwettelijke eisen. Bovendien worden in de voorbereiding onze plannen waar nodig door onze eigen juridische medewerkers getoetst op hogere wetgeving waaronder de Grondwet Zie bijlage 1 voor een uitgebreidere toelichting met achtergrondinformatie voor burgemeester en ambtelijke dienst.
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Harm Mertens
1. In het dekkings- en spreidingsplan wordt aangegeven dat met ‘Uitrukken op maat’ het mogelijk is om veilig uit te rukken met 4 personen. De oorzaak is o.a. de beperkte beschikbaarheid van vrijwilligers. In hoeverre en in welke kazernes binnen onze gemeente speelt dit? 2. In het dekkings- en spreidingsplan wordt aangegeven dat volstaan kan worden met ondergrondse brandkranen op een afstand van 200 i.p.v. 40 meter. Wat zijn de gevolgen van deze beslissing voor Oosterhout? Is of wordt ook hier de afstand teruggebracht? En kan binnen de norm overal in de gemeente een 2de tankautospuit snel genoeg ter plaatse komen? Zo niet, in welke gebieden niet? 1. Binnen de gemeente Oosterhout is dit tot nu toe niet aan de orde geweest. De vrijwilligers van de posten Oosterhout en Den Hout zijn vrijwel altijd beschikbaar. Zij ervaren daarnaast de meerwaarde van 'uitruk op maat'. Men is getraind en geoefend, mocht de situatie zich voordoen dat er niet meer dan vier personen beschikbaar zijn voor de uitruk. Andere posten in de veiligheidsregio rukken vaker uit met vier personen. Bij een woningbrand wordt dan altijd een extra tankautospuit (TS) gealarmeerd. Voor de beschikbaarheid van een vrijwillige post kunnen we gewoonweg geen garanties afgeven. Dat is inherent aan het systeem van vrijwilligheid. De dagdienst van Oosterhout is daarentegen wel gegarandeerd door de inzet van beroepsmedewerkers.
2. Met de actualisatie van de ‘Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening Brabant’ in 2022 is geen verandering gekomen in de genoemde afstanden van respectievelijk 40 en 200 meter. Deze afstanden zijn al op 7 juli 2016 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. De afstanden van brandkranen worden onder andere bij hoogbouw, binnenstad en industrie niet aangepast. Als Brabant Water ergens brandkranen wil aanpassen, vragen zij hiervoor een vergunning aan bij de gemeente. De Brandweer adviseert over het verlenen van deze vergunning. Bij iedere aanvraag beoordelen we de risico’s en adviseren we hoe de
brandkranen kunnen worden aangepast zonder afbreuk te doen aan de beschikbaarheid van bluswater. Ook bij nieuwbouw adviseert de Brandweer altijd over bluswatervoorzieningen. In de praktijk blussen we overigens 90% van de woningbranden met het bluswater van de eerste tankautospuit en maken we geen gebruik van brandkranen.