Jaarstukken 2020 BWB
Tekst van het document
1.100.000 1.100.000
1.369.000 25.000 1.000 7.000 1.402.000
269.000 25.000 1.000 7.000 302.000
457.000
-322.000
578.000
148.000
430.000
Omschrijving
Resultaat Invordering
Primaire Begroting Jaarrekening begr. 2020 na wijziging 2020 1.473.000 1.473.000 1.381.000 125.000 125.000 113.000 53.000 53.000 30.000 16.000 16.000 16.000 11.000 11.000 10.000 1.678.000 1.678.000 1.550.000
Verschil
Toelichting Het onderdeel personele lasten inclusief inhuur laat binnen dit programma een voordeel zien van € 92.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast, zoals ook in de 2e berap gemeld. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt daarom een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Het voordeel op de post directe invorderingskosten van € 36.000 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de deurwaarderswerkzaamheden met betrekking tot het buitengebied in verband met Corona door een externe partij niet hebben kunnen plaatsvinden. Daarnaast vallen de bankkosten lager uit door een aanpassing in het tarief. Bij de posten opbrengst vervolgingskosten en boete is een voordeel te zien van € 294.000. In de tweede bestuursrapportage is deze post met € 500.000 naar beneden bijgesteld. Ten tijde van het opstellen van de bestuursrapportage was namelijk nog het uitgangspunt dat in oktober het nieuwe belastingsysteem in productie zou gaan. Vanaf dat moment zouden dan geen invorderingsmaatregelen meer genomen worden, maar worden doorgeschoven naar het nieuwe jaar.
Uiteindelijk is de in productiename naar het nieuwe belastingsysteem uitgesteld, Hierdoor kon de invordering langer doorlopen en invorderingsacties worden uitgevoerd, waardoor de opbrengst vervolgingskosten en boete nu bij de jaarrekening € 294.000 hoger uitvalt dan de bijgestelde begroting.
Pagina 43 van 67
92.000 12.000 23.000 1.000 128.000
Project Waarderen op Gebruiksoppervlakte Het project Waarderen op gebruiksoppervlakte is als volgt te specificeren: Omschrijving Projectkosten Door te schuiven btw Sub totaal lasten Bijdrage deelnemers Nog te betalen bedragen Sub totaal baten Resultaat WoG
Jaarrekening 2019 705.000 38.000 743.000
Primaire Begroting Jaarrekening begr. 2020 na wijziging 2020 645.000 941.000 846.000 135.000 193.000 96.000 780.000 1.134.000 942.000
Verschil 95.000 97.000 192.000
731.000 12.000 743.000
780.000 780.000
1.134.000 1.134.000
1.121.000 -179.000 942.000
-13.000 -179.000 -192.000
-
-
-
-
-
Toelichting Het project waarderen op gebruiksoppervlakte blijft in zijn totaliteit binnen de begroting. Voor het project Waarderen op Gebruiksoppervlak zien we een voordeel van € 192.000. Dit komt door een achterstand in de werkzaamheden op de oorspronkelijke planning, waardoor een deel van het taxatiewerk verschuift van 2020 naar 2021. Dit heeft geen gevolg voor de totale projectplanning. Het voordeel schuift mee naar 2021.
Overhead Het programma overhead en financiering is als volgt te specificeren: Omschrijving
Jaarrekening 2019
Primaire begr. 2020
Begroting Jaarrekenin na wijziging g 2020
Verschil
Personeel Inhuur derden Overige personele kosten Bedrijfsvoering Kantoorkosten Informatisering/automatisering Huisvesting Project WNRA Door te schuiven BTW Sub totaal lasten
1.696.000 839.000 270.000 212.000 656.000 1.779.000 912.000 13.000 1.038.000 7.415.000
2.881.000 350.000 330.000 285.000 705.000 1.890.000 930.000 980.000 8.351.000
2.946.000 350.000 345.000 265.000 715.000 1.870.000 925.000 980.000 8.396.000
2.595.000 369.000 386.000 225.000 639.000 1.888.000 929.000 1.060.000 8.091.000
351.000 -19.000 41.000 40.000 76.000 -18.000 -4.000 -80.000 305.000
Bijdragen loonkosten Bijdrage uitloopschalen Bijdrage overige goederen en diensten Sub totaal baten
74.000 180.000
100.000 200.000
100.000 200.000
116.000 168.000
16.000 -32.000
247.000
110.000
110.000
119.000
9.000
501.000
410.000
410.000
403.000
-7.000
6.914.000
7.941.000
7.986.000
7.688.000
298.000
Resultaat Overhead
Pagina 44 van 67
Toelichting lasten overhead Personeelslasten De salariskosten en de inhuurkosten personeel zijn in de jaarrekening rechtstreeks verantwoord binnen de diverse programma’s waar ze betrekking op hebben. Voor een totaaloverzicht van de gerealiseerde personeelslasten (loonkosten inclusief inhuur) wordt hieronder een overall beeld gegeven met onderscheid tussen personeelslasten in de overhead, in de programma’s en in het project waarderen op gebruiksoppervlakte. Salariskosten van het eigen personeel en inhuurkosten zijn communicerende vaten. In onderstaande tabel en toelichting worden ze daarom ook in samenhang gezien.
Personeelslasten
Loonkosten
Waarderen Heffen Invordering Overhead
2.349.000 2.503.000 1.381.000 2.427.000
Totale lasten Geraamde lasten Verschil Personeelslasten
Garantiesalarissen
Inhuur
Totaal
168.000
450.000 265.000 369.000
2.799.000 2.768.000 1.381.000 2.964.000
8.660.000 9.348.000
168.000
1.084.000
9.912.000
200.000
550.000
10.098.000
688.000
32.000
-/- 534.000
186.000
Loonkosten
Project waarderen naar oppervlakte
316.000
Totale lasten Geraamde lasten Verschil
316.000 21.000 295.000
Garantiesalarissen
Inhuur
-
Totaal
477.000
793.000
477.000 775.000 -/- 298.000
793.000 796.000 -/- 3.000
In de reguliere exploitatie resteert er een voordeel van € 186.000 op de totale personeelslasten. Dit bestaat voor een deel uit een onderschrijding van € 32.000 op de post garantiesalarissen. Deze onderschrijding heeft overigens geen effect op het jaarrekeningresultaat omdat dit ook aan de inkomstenkant tot een lagere bijdrage van deelnemers heeft geleid (zie hiervoor ‘toelichting baten overhead’ Uiteindelijk resteert een netto voordelig resultaat op de post personeelskosten van € 154.000 over 2020. Dit voordelige resultaat op de personele kosten heeft een drietal oorzaken. 1. Verschuiving in productie name nieuwe belastingsysteem (282 V) De verschuiving van de in productie name van het nieuwe belastingpakket heeft invloed gehad op de uitputting van het loonbudget, met name op de post inhuur. Een deel van de inhuur die voorzien was in die periode, heeft uiteindelijk niet de volledige werkzaamheden kunnen verrichten in het reguliere proces. Zij zijn óf niet volledig ingezet, óf ten laste gekomen van het investeringskrediet omdat de werkzaamheden zich daar uiteindelijk op toespitsten.
Pagina 45 van 67
2. Voorziening verminderde verlofopname eigen medewerkers (150 N) Het deels niet inzetten van inhuur is ook veroorzaakt door het feit dat de eigen medewerkers in het boekjaar 2020 extra uren zijn gemaakt (mede ook door de coronacrisis). Totaal betreft het hier ongeveer 1.700 extra uren. Het gevolg hiervan is echter dat een hoog verlofsaldo is meegenomen naar 2021. In dat kader is voor deze extra 1.700 verlofuren een voorziening vakantiedagen gevormd van € 150.000 ten laste van het personeelsbudget. 3. Efficiencyslag proces parkeerbezwaren van ( 22 V) Op het proces van het afhandelen parkeerbezwaren heeft een efficiencyslag plaatsgevonden. Hierdoor is uiteindelijk 1 fte minder aangetrokken om de productie te kunnen leveren. Deze efficiencyslag heeft pas in het laatste kwartaal plaatsgevonden. Overige personele lasten (40 N) Binnen de post overige personele lasten is het resultaat € 40.000 nadelig. .Dit negatieve resultaat is als volgt opgebouwd:
Hogere uitstroomkosten
102.000 N
Lagere kosten werving en selectie
22.000 V
Lagere kosten vorming en opleiding
34.000 V
Lagere overige personele kosten
6.000 V
Hogere uitstroomkosten Met ingang van 1 januari 2020 is een nieuwe regeling van toepassing, met betrekking tot uitstroom van personeel. Namelijk het verstrekken van een transitievergoeding bij ontslag door de werkgever of bij beëindiging van een tijdelijk contract. Hiervoor is in 2020 totaal € 38.000 uitgegeven. Daarnaast is de voorziening voormalig personeel gevoed met eenmalige storting van € 64.000 ten laste van deze post op basis van te verwachten verplichtingen in 2021 en volgende jaren.. Werving en selectie Het voordeel op de post werving en selectie komt voort uit het feit dat gebruik is gemaakt van inhuur van een externe medewerker voor dit proces, waardoor deze kosten komen ten laste van het inhuurbudget. Vorming en opleiding Als gevolg van de corona en de implementatie van de nieuwe softwarepakketten zijn er in 2020 nauwelijks reguliere opleidingen gevolgd. De opleidingen die gevolgd zijn, hadden vooral betrekking op de nieuwe systemen, wat betekent dat de kosten vallen binnen het investeringskrediet.
Pagina 46 van 67
Bedrijfsvoering (40 V) De lagere kosten bedrijfsvoering worden met name veroorzaakt door een verminderde inzet van externe en deskundige ondersteuning. Dit heeft vooral te maken met de focus van de organisatie op de implementatie van het nieuwe belastingsysteem, de deskundigheid die daarvoor is ingehuurd is ten laste van het investeringskrediet gekomen. Daarnaast zijn door de Corona-crisis enkele lopende projecten waarbij externe begeleiding aan de orde was, tijdelijk stopgezet. Kantoorkosten (76 V) De lagere kantoorkosten worden hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere print- en portokosten door de verminderde productie, als gevolg van Corona, maar ook als gevolg van de overgang naar nieuwe softwarepakketten. Het bijbehorende bedrag is € 70.000. Daarnaast is er nog een aantal kleine afwijkingen zoals binnen de posten van drukwerk, papier, abonnementen en de aanschaf van kantoorartikelen. Per saldo levert dit een voordeel op van € 6.000. Informatisering/automatisering (18 N) Het nadeel van € 18.000 is als volgt opgebouwd: Aanschaf apparatuur en programmatuur
30.000 V
Consultancykosten
6.000 V
Afschrijvingslasten automatisering
59.000 N
Overige automatiseringskosten
5.000 V
Door de implementatie van de nieuwe systemen heeft er nauwelijks overige aanschaf van nieuwe apparatuur plaatsgevonden. Hetzelfde geldt voor de consultancykosten. De afschrijvingslasten geven een nadelig saldo van € 59.000. Dit wordt veroorzaakt door desinvesteringen. Door de ingebruikname van de nieuwe softwarepakketten is een aantal koppelingen niet meer in het bezit van de BWB, wat tot gevolg heeft dat deze eind 2020 volledig zijn afgeschreven. Door te schuiven BTW (80 N) De door de BWB te betalen, c.q. te ontvangen BTW, welke niet kan worden verhaald op de Belastingdienst, wordt afzonderlijk in de administratie in beeld gebracht. Deze niet te verhalen BTW kan worden doorgeschoven naar de deelnemers, met uitzondering van het Waterschap. De gemeentelijke deelnemers kunnen deze component verhalen via het BTW Compensatiefonds. Het nadeel wordt voor een deel veroorzaakt door de posten welke ten laste van het investeringskrediet worden geboekt. Toelichting baten overhead (7 N) De baten vanuit de garantieschalen is € 32.000 nadelig. De lagere bijdrage in de garantieschalen ontstaat doordat er in de loop van de tijd mensen met een garantiesalaris vertrekken, waardoor ook de garantiebijdrage vanuit de deelnemer vervalt. Zoals ook benoemd in de toelichting op de loonkosten, valt dit nadelig saldo aan de batenkant weg tegen het voordelig saldo aan de lastenkant.
Op het jaarrekeningresultaat heeft deze post dus geen invloed.
Pagina 47 van 67
Daartegenover staat dat de baten vanuit de bijdragen loonkosten en overige goederen en diensten per saldo € 25.000 voordelig zijn als gevolg van extra detacheringen in 2020.
Treasury De post treasury is te specificeren in de volgende onderdelen:
Rentelasten Sub totaal lasten
Jaarrekening 2019 16.000 16.000
Renteopbrengsten Sub totaal baten
172.000 172.000
175.000 175.000
75.000 75.000
112.000 112.000
37.000 37.000
Resultaat Treasury
-156.000
-150.000
-63.000
-98.000
35.000
Omschrijving
Primaire Begroting Jaarrekening begr. 2020 na wijziging 2020 25.000 12.000 14.000 25.000 12.000 14.000
Verschil -2.000 -2.000
Op deze post zijn onder andere de betaalde rentelasten verantwoord over de afgesloten langlopende geldleningen. De opbrengst rente ontstaat vanuit de invordering van de belastingen wanneer een te late betaling wordt uitgevoerd door de belastingplichtigen. In de periode maart tot en met juni is de rente op 0% gezet, maar daarna weer terug naar 4%. Bij de 2e bestuursrapportage zijn deze rentebaten bijgesteld als gevolg van de noodmaatregelen voor de Coronacrisis. Doordat er door Corona meer uitstel is verleend, is de renteperiode verlengd en is er uiteindelijk meer rente ontvangen.
Onvoorzien De post onvoorzien is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving Onvoorzien Sub totaal lasten
Jaarrekening 2019 -
Primaire Begroting Jaarrekening begr. 2020 na wijziging 2020 75.000 75.000 -
Verschil
Toelichting Bij de 2e bestuursrapportage is de post onvoorzien geheel afgeroomd. Dit als gevolg van de extra productie parkeerbezwaren. Corona-effecten op de cijfers van de jaarstukken 2020 De corona uitbraak in 2020 heeft zowel een positief als negatief effect gehad op de begroting en daarnaast de uitgaven 2020. De effecten kwamen tot uiting in een lagere vergoeding woon-werkverkeer, extra kosten thuiswerkvoorzieningen, met daarnaast een vergoeding voor het thuiswerken aan de medewerkers. Maar ook zijn er in het gebouw voorzieningen getroffen om het werken op kantoor corona proof te maken, zoals het uitzetten van looproutes, aanschaf mondkapjes, dispendors etc. Totaal geeft dit een voordeel van € 11.000.
Pagina 48 van 67
-
De lasten zijn als volgt weer te geven: Omschrijving Aanschaf artikelen Corona preventie Aanpassingen automatisering Eenmalige bruto-vergoeding Lagere woonwerkvergoeding
Nadeel -9.000 -36.000 -43.000
Voordeel
Saldo
99.000
Totaal voordeel
-88.000
99.000
11.000
Daarnaast zijn er nog enkele posten benoemd die door Corona een effect op de begroting van de BWB hebben gehad. Hierbij is echter sprake van het stopzetten of verminderen van productie of diensten. Dit onderscheid is van belang, omdat dit weliswaar een positief effect heeft op de jaarrekening, maar hiertegenover staat dat de productie ook niet geleverd is. Omdat ook de implementatie van de belastingsoftware een grote impact heeft gehad op een aantal van de te noemen posten, is het exacte effect van Corona op deze posten niet te meten. Daarom is een grove inschatting gemaakt. Omschrijving Lagere inzet externe deurwaarder Minder opleidingen Stopzetten projecten (externe en deskundige advisering) Lagere print- en portokosten a.g.v. verminderde productie
23.000 20.000 10.000 10.000
‘Voordelig' effect
63.000
De BWB heeft last gehad van de Corona-crisis, net zoals dit bij elke organisatie aan de orde is. Uiteindelijk heeft de crisis voor- en nadelen opgeleverd voor de bedrijfsvoeringskosten. Op de belastingopbrengsten is de corona-crisis van grotere impact geweest. Onder andere door wisselende en last-minute besluitvorming is de uiteindelijke oplegging van de belastingen versus de inzet die ervoor verricht is, inefficiënt geweest. De toelichting hierop is terug te vinden op pagina 16.
Bijdrage deelnemers Omschrijving Bijdrage deelnemers Sub totaal lasten
Jaarrekening 2019 12.717.000 12.717.000
Primaire Begroting Jaarrekening begr. 2020 na wijziging 2020 13.653.000 14.950.000 14.950.000 13.653.000 14.950.000 14.950.000
Verschil
Toelichting Het rekeningresultaat over 2020 valt € 560.000 lager uit dan geraamd na de 2e begrotingswijzigingen. Op pagina 5 is een toelichitng gegeven op hoofdlijnen van dit positieve resultaat. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Conform het gestelde in de Gemeenschappelijke Regeling BWB wordt het rekeningresultaat verrekend met de deelnemers op grond van de vastgestelde berekeningswijze. Na vaststelling van de jaarstukken 2019 door uw algemeen bestuur zal conform artikel 33, lid 1 van de GR verrekening van de definitieve deelnemersbijdrage plaatsvinden op basis van nacalculatie.
Pagina 49 van 67
-
In de volgende tabel is de berekening van de bijdrage op basis van nacalculatie weergegeven. In kolom 1 staat de werkelijke bijdrage van de jaarrekening 2019. In kolom 2 is de ontvangen bijdrage van 2020 weergegeven. De bijdrage van 2020 op nacalculatorische basis is weergegeven in kolom 3 van de tabel. Het verschil tussen de ontvangen bijdrage en de te betalen bijdrage op basis van nacalculatie 2020 is te vinden in kolom 4.
Jaarrekening 2019 nacalc.
Ontvangen bijdrage 2020
Bijdrage nacalc. 2020
Te verrekenen
1
2
3
4
Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta
1.245.000 2.176.600 418.000 730.800 518.800 733.200 1.046.500 1.342.500 401.000 430.700 419.300 3.677.800
1.334.000 2.808.000 448.000 789.000 565.000 786.000 1.139.000 1.465.000 428.000 461.000 458.000 4.269.000
1.286.000 2.866.000 446.000 792.000 545.000 762.000 1.115.000 1.397.000 424.000 448.000 440.000 3.869.000
-/- 48.000 58.000 -/- 2.000 3.000 -/- 20.000 -/- 24.000 -/- 24.000 -/- 68.000 -/- 4.000 -/- 13.000 -/- 18.000 -/- 400.000
Totaal
13.140.200
14.950.000
14.390.000
-/- 560.000
Omschrijving
De deelnemersbijdrage op nacalculatorische basis komt € 710.000 lager uit als gevolg van het rekeningresultaat over 2200. In onderstaande tabel wordt naast de bruto deelnemersbijdrage ook de BTW component afzonderlijk in beeld gebracht. Vervolgens worden de meest opmerkelijke verschillen toegelicht. Bijdrage begroot na wijziging 2020 Omschrijving
Bijdrage incl. BTW
Zundert
1.334.000 2.808.000 448.000 789.000 565.000 786.000 1.139.000 1.465.000 428.000 461.000 458.000
Brabantse Delta
4.269.000
Totaal
14.950.000
Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht
Comp. BTW
80.000 199.000 28.000 48.000 35.000 51.000 69.000 90.000 27.000 28.000 28.000
Bijdrage nacalculatie 2020 Bijdrage incl. BTW
1.286.000 2.866.000 446.000 792.000 545.000 762.000 1.115.000 1.397.000 424.000 448.000 440.000
Comp. BTW
88.000 216.000 31.000 55.000 39.000 55.000 76.000 98.000 30.000 30.000 31.000
3.869.000 683.000
Pagina 50 van 67
14.390.000
749.000
Als gevolg van het positieve jaarrekeningresultaat dalen de bijdragen over het algemeen voor alle deelnemers, met uitzondering van de gemeenten Breda en Etten leur. Wat op valt is de forse daling van de bijdrage voor het Waterschap De Brabantse Delta van ruim € 400.000. Uit de toelichting op het rekeningresultaat blijkt dat het voordeel van € 560.000 grotendeels wordt veroorzaakt door hogere opbrengst vervolgingskosten van € 294.000 en lagere personele kosten tot een bedrag van € 154,000. Deze lagere personele kosten zijn als volgt opgebouwd:
Hogere personele kosten programma Waarderen
370.000 N
Lagere personele kosten programma Heffen
132.000 V
Lagere personele kosten programma Invordering
92.000 V
Lagere kosten overhead
332.000 V
Zoals bekend draagt het Waterschap niet bij aan de kosten voor het programma Waarderen, zodat deze hogere personele kosten geen invloed hebben op de bijdrage van het Waterschap, maar wel op alle andere deelnemers. Daartegenover staat dat het aandeel van het waterschap voor de programma’s Heffen en Invordering ruim 50% bedraagt. De hogere opbrengst vervolgingskosten en de lagere personele kosten voor de programma’s Heffen en Invordering en deels Overhead werken daarom substantieel door voor het waterschap.
Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten
baten
lasten
Overhead Desinvesteringen automatisering Dotatie voorziening
123.000 59.000 64.000
Project waarderen op gebruiksoppervlakte Bijdrage project waarderen Projectkosten
942.000 942.000
Totalen incidentele baten en lasten
942.000
942.000 942.000
Mutaties reserves Er hebben geen mutaties in reserves plaatsgevonden.
Pagina 51 van 67
1.065.000
3. WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi) publieke sector dienen wettelijk genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd voor de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Het bezoldigingsmaximum voor 2020 is bepaald op een bedrag van € 201.000 op jaarbasis. In 2020 hebben geen bezoldigingen boven deze norm plaatsgevonden. In onderstaand overzicht zijn de topfunctionarissen op persoonsnaam opgenomen.
Pagina 52 van 67
Leidinggevende topfunctionarissen Gegevens 2020 bedragen x € 1
Dhr. P. Stoffelen
Mevr. A. Dirken
Functiegegevens
Directeur
Manager bedrijfsvoering
Aanvang en einde functievervulling in 2020
01/01 – 31/12
01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
Dienstbetrekking?
ja
ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
104.929
96.782
Beloningen betaalbaar op termijn
19.230
16.812
Subtotaal
124.159
113.594
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
209.000
209.000
N.v.t.
N.v.t.
124.158
113.594
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
N.v.t.
bedragen x € 1
Dhr. P. Stoffelen
Mevr. A. Dirken
Functiegegevens
Directeur
Adjunct directeur
Bezoldiging
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
Bezoldiging
Gegevens 2019
Aanvang en einde functievervulling in 2019
01/01 – 31/12
01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
Dienstbetrekking?
ja
ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
100.760,07
88.059,43
Beloningen betaalbaar op termijn
18.033,84
15.279,00
Bezoldiging
118.793,91
103.338,43
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
194.000,00
194.000,00
Bezoldiging
118.793,91
103.338,43
Bezoldiging
Pagina 53 van 67
Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen Gegevens 2020 bedragen x € 1
Mevr. A. Dirken
Functiegegevens Functie(s) bij beëindiging dienstverband
Manager bedrijfsvoering
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Jaar waarin dienstverband is beëindigd
2021
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
62.070
Individueel toepasselijk maximum
75.000
Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
62.070
Waarvan betaald in 2020
62.070
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
Pagina 54 van 67
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t. N.v.t.
Toezichthoudende topfunctionarissen Gegevens 2020 NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
Dhr. Th.J.J.M. Schots
Voorzitter DB-AB
Mevr. G.C. Bos
DB-AB
Dhr. J. de Beer
DB-AB
Dhr C.J.A. van Dorst
DB (vanaf 17 april 2020) - AB
Dhr. P.A.M. van der Velden
AB (17 april t/m 29 mei 2020)
Mevr. P.T.C. Koenders
AB (vanaf 26 mei 2020)
Dhr. I.C.H. Jansen
AB
Dhr. G.J.A.M. de Weert
AB
Dhr. J.H.A. Mollen
AB
Dhr. M.P.C. Willemsen
AB
Dhr. T. Theunis
AB
Dhr. M.J.A.J. Lazeroms
AB
Dhr. H.S. Kielman
AB
Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2020 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden. Sinds 2018 is de zogenaamde anticumulatiebepaling in werking getreden. Dit houdt in dat, indien een leidinggevende topfunctionaris bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult, de instelling in de WNT-verantwoording vermeldt welke topfunctionaris en welke WNT-instellingen het betreft. Voor de BWB is geen sprake van een leidinggevende topfunctionaris die bij meerdere WNTinstellingen een leidinggevende topfunctie vervult.
Pagina 55 van 67
4. BALANS PER 31 DECEMBER 2020 ACTIVA
Balans per 31-12-2020
Balans per 31-12-2019
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa
1.398.000
Investeringen met een economisch nut
1.398.000
Totaal vaste activa
963.300 963.300
1.398.000
963.300
403.900
42.600
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een looptijd korter dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen
403.900
Liquide middelen
42.600
1.429.000
1.580.700
Kassaldi
1.300
700
Banksaldi
1.427.700
1.580.000
Overlopende activa
258.900
218.800
Nog te ontvangen bedragen
26.100
13.600
Vooruitbetaalde bedragen
232.800
205.200
Totaal vlottende activa
2.091.800
1.842.100
TOTAAL ACTIVA
3.489.800
2.805.400
Pagina 56 van 67
PASSIVA
Balans per 31-12-2020
Balans per 31-12-2019
VASTE PASSIVA 560.200
Eigen vermogen 560.200
Gerealiseerde resultaat
- 23.500 -423.500
239.700
Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
239.700
114.700
1.255.000
Vaste schulden looptijd langer dan 1 jaar Overige leningen met een looptijd van 1 jaar of langer
114.700
1.255.000
Totaal vaste passiva
1.460.000 1.460.000
2.054.900
1.151.200
2.082.200
2.704.700
VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden korter dan 1 jaar Overige schulden
1.024.300
410.600
Overlopende passiva Nog te betalen/te verrekenen bedragen
1.383.600
270.600
410.600
161.800
-
108.800
Vooruit ontvangen bedragen Totaal vlottende passiva TOTAAL PASSIVA
Pagina 57 van 67
1.434.900
1.654.200
3.489.800
2.805.400
5. WAARDERING GRONDSLAGEN JAARREKENING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiele vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiele vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel, daar wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Afschrijvingen vinden plaats conform het gestelde in de ‘Nota Waarderen en Afschrijven’ zoals deze door het Algemeen Bestuur is vastgesteld in de vergadering van 7 december 2012. De waardering van de overige activa en passiva geschiedt in het algemeen tegen nominale waarden.
Wanneer hiervan wordt afgeweken, is dit in de toelichting bij de desbetreffende post vermeld. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Pagina 58 van 67
6. TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2020 ACTIVA
6.1 Materiële vaste activa
€ 1.398.000
In onderstaande tabel wordt het verloop van de materiële vaste activa over 2020 weergegeven. Omschrijving Gebouwen en terreinen Inventaris Automatisering Voertuigen Totaal materiële vaste activa
Boekwaarde VerVerAfBoekwaarde 01-01-2020 meerderingen minderingen schrijvingen 31-12-2020 292.900 57.200 235.700 87.400 13.900 29.500 71.800 570.000 735.800 59.200 161.100 1.085.500 13.000 8.000 5.000 963.300 749.700 59.200 255.800 1.398.000
De vermeerdering van de post automatisering met € 749.700 bestaat hoofdzakelijk uit de kosten implementatie software naar aanleiding van de aanbestedingen. De vermindering heeft betrekking op de desinvestering van koppelingen met de oude softwarepakketten.
6.2 Uitzettingen korter dan een jaar
€ 2.887.500
De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2020 heeft betrekking op: ·
Vorderingen op openbare lichamen
403.900
Vorderingen op openbare lichamen De afwikkeling van de vorderingen op openbare lichamen naar de toestand per 1 maart 2021 geeft het volgende beeld: Omschrijving Debiteuren algemeen Totaal debiteuren
Vorderingen 1-1-2020
Vorderingen 31-12-2020
Ontvangsten in 2021
Vorderingen 1-3-2021
42.600 42.600
403.900 403.900
403.900 403.900
0 0
Het bedrag van € 403.900 is als volgt opgebouwd:
Bijdrage deelnemers
Garantiesalarissen
400
Bijdrage personeel
26.500
Overige bijdrage
27.000
350.000
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 403.900 aan openstaande vorderingen per 31 december 2020.
Pagina 59 van 67
6.3 Liquide middelen
€1.429.000
De in de balans opgenomen post liquide middelen per eind 2020 is als volgt te specificeren.
bankrekening ING
1.300
kas bedrijfsvoering
2.000
Rekeningcourant schatkistbankieren
BNG bank
Saldo bankrekening BNG
2.483.600 -/-1.057.900 1.425.700
Schatkistbankieren Vanuit de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn regels vastgesteld ter uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor de decentrale overheden. Het bedrag boven de drempel van 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 250.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekeningcourant verhouding. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Met betrekking tot alle liquide middelen dient alles boven het drempelbedrag gestort te worden in de schatkist. In 2020 hebben alle kwartalen een overschrijding van het drempelbedrag. Dit wordt veroorzaakt doordat er na het tijdstip van afromen nog aanzienlijke bedragen ontvangen worden. In de loop van 2020 is de overschrijding van het drempelbedrag afgenomen.
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren, verslagjaar 2020 Berekening drempelbedrag ( x € 1.000) a. Begrotingstotaal verslagjaar b. Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen c. Drempel is 7,5 % van begrotingstotaal onder sub b 1. Drempelbedrag (minimaal € 250.000) Berekening kwartaalcijfers buiten ‘s Rijksschatkist
16.238 16.238 250 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
34.858
38.916
27.638
25.697
91 383
91 428
92 300
92 279
Kwartaal 1 250 383
Kwartaal 2 250 428
Kwartaal 3 250 300
Kwartaal 4 250 279
133
178
50
29
d. Som van de per dag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen (negatief tellen nihil) e. Dagen in het kwartaal 2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten schatkist) Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren 1. Drempelbedrag voor BWB 2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten ‘s Rijk schatkist 3. Ruimte onder het drempelbedrag 4. Overschrijding van het drempelbedrag
Pagina 60 van 67
6.4 Overlopende activa
€ 258.900
De in de balans opgenomen post overlopende activa per eind 2020 is als volgt te specificeren:
Nog te ontvangen bedragen
26.100
Vooruitbetaalde bedragen
232.800
Nog te ontvangen bedragen De post nog te ontvangen bedragen per eind 2020 is als volgt te specificeren:
Na-verrekening transactiekosten BNG 202024.500
Uitleen scanbus
1.300
Conversiepost
300
Vooruitbetaalde bedragen De post vooruitbetaalde bedragen per eind 2020 is als volgt te specificeren:
Huur kantoorgebouw 1e kwartaal 2021
168.400
Onderhoud en licenties ICT-voorzieningen 2021
45.100
Opleiding 2021
1.800
Diverse verzekeringen deel 2021
9.600
Diverse abonnementen 2021
7.700
Borgsom brandstof
200
Pagina 61 van 67
PASSIVA
6.5 Eigen vermogen
€ 560.200
De in de balans opgenomen post eigen vermogen per eind 2020 is als volgt te specificeren:
Gerealiseerd rekeningresultaat
560.200
Rekeningresultaat 2020 Artikel 42 van het Besluit Begroting en Verantwoording bepaalt dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur beslist over de afhandeling van dit resultaat. De jaarrekening 2020 sluit met een positief resultaat van € 560.200. In de toelichting baten en lasten 2020 wordt weergegeven hoe dit positieve resultaat tot stand is gekomen.
6.6 Voorzieningen
€ 239.700
De in de balans opgenomen post voorzieningen per eind 2020 zijn als volgt te specificeren:
Voorziening voormalig personeel
89.700
Voorziening vakantiedagen
150.000
Voorziening voormalig personeel Het verloop van deze voorzieningen in 2020 geeft het volgende beeld: Omschrijving Voorziening voormalig personeel 2016
Saldo 1-1-2020
Toevoeging
Onttrekking
Saldo 31-12-2020
40.500
89.200
66.000
114.700
Voorziening voormalig personeel 2020 Totaal voorziening
23.700 114.700
64.200
23.700 89.200
89.700
Op de voorziening zijn in 2020 alle werkelijke gemaakte kosten van de oorspronkelijke voorziening 2016 afgeboekt. De voorziening zoals in 2016 gevormd zou in 2020 eindigen. Door een lopend verschil van inzicht over de afrekening van de overeenkomst kan deze voorziening nog niet worden afgesloten. De voorziening wordt opgehoogd tot het bedrag van het geschil en een inschatting van de bijbehorende juridische kosten mocht het tot een gang naar de rechter komen. De inschatting is dat dit risico tot een bedrag van € 66.000 bedraagt. Daarnaast is in 2020 een voorziening gevormd, welke betrekking heeft op een te betalen ontslagvergoeding, maar waarvan de daadwerkelijke uitbetaling in 2021 plaatsvindt.
Pagina 62 van 67
Voorziening vakantiedagen Het verloop van deze voorzieningen in 2020 geeft het volgende beeld: Omschrijving
Saldo 1-1-2020
Voorziening vakantiedagen Totaal voorziening
Toevoeging
Onttrekking
150.000 150.000
0 0
0 0
Saldo 31-12-2020 150.000 150.000
In het boekjaar 2020 zijn, als gevolg van de werkdruk en mede ook door de Corona-crisis, door de eigen medewerkers extra uren gemaakt. Totaal betreft het hier ongeveer 1.700 extra uren. Als gevolg daarvan is een hoog verlofsaldo meegenomen naar 2021. In dat kader is voor deze extra 1.700 verlofuren een voorziening vakantiedagen gevormd van € 150.000 ten laste van het personeelsbudget. 6.7 Vaste schulden langer dan een jaar Omschrijving geldlening 2013 geldlening 2018 Totaal geldleningen
€ 1.255.000 Saldo Toevoegingen Onttrekkingen 1-1-2020 110.000 55.000 1.350.000 150.000 1.460.000 205.000
Saldo 31-12-2020 55.000 1.200.000 1.255.000
Met betrekking tot de geldleningen is in 2020 een bedrag van € 13.600 aan rente betaald, welke ten laste van de exploitatie 2020 is gebracht.
6.8 Vlottende schulden korter dan een jaar
€ 1.024.300
De in de balans opgenomen post vlottende schulden korter dan een jaar betreft de openstaande crediteuren per 31 december 2020. De afwikkeling van de netto vlottende schulden korter dan een jaar naar de toestand per 1 maart 2021 geeft het volgende beeld: Omschrijving Netto vlottende schulden korter dan een jaar Totaal crediteuren
Saldo 1-1-2020
Schulden per 31-12-2020
Betaald in 2021
Schulden 1-3-2021
1.383.600
1.024.300
1.024.300
0
1.383.600
1.024.300
1.024.300
0
De in de balans opgenomen netto vlottende schulden korter dan een jaar zijn uit te splitsen in:
Afdracht loonheffing 2020
Afdracht pensioenpremies 2020
600
Schulden op openbare lichamen
4.300
Overige crediteuren
620.700
398.700
De afdracht loonheffing van € 620.700 aan de Belastingdienst heeft betrekking op de maand december 2020. De vervaldatum van deze post is 31 januari 2021. Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 1.024.300 aan openstaande schulden per 31 december 2020.
Pagina 63 van 67
6.9 Overlopende passiva
€ 410.600
De in de balans opgenomen post overlopende passiva per eind 2020 is als volgt te specificeren:
Nog te betalen bedragen
410.600
Nog te betalen bedragen De post nog ter betalen bedragen per eind 2020 is als volgt te specificeren:
inhuur derden
151.700
automatisering
13.500
huisvesting
12.200
bedrijfsvoering
31.400
overige personele kosten
17.000
kosten waarderen
5.800
project WoG
179.000
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van de nog te betalen bedragen.
Pagina 64 van 67
7. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN Huisvesting Het huurcontract van het kantoorpand loopt tot 1 september 2023. De jaarlijkse huur bedraagt € 665.000. Het contract voor de schoonmaak van het gebouw loopt tot en met 2024. De jaarlijkse kosten bedragen € 72.000. Automatisering De implementatie naar aanleiding van de aanbestedingsprocedure heeft in 2020 plaatsgevonden oor de softwarepakketten waarderen, de belastingen en financiën. De ingangsdata, bijbehorende bedragen en einddata van deze contracten zijn als volgt: betreft Waarderen Belastingen Financiën
Met ingang van 01-01-2021 01-01-2021 01-04-2020
Bedrag per jaar € 54.200 € 674.000 € 15.600
Einddatum 01-01-2027 01-01-2027 01-04-2024
De dienstverleningsovereenkomst automatisering loopt tot en met 2021. De jaarlijkse verplichting bedraagt € 706.000. Het contract met betrekking tot het zaaksysteem loopt tot en met 2023. Het bedrag is € 48.600 per jaar. Bedrijfsvoering De dienstverleningsovereenkomst Personeel & Organisatie is verlengd en loopt tot en met 2023. Het jaarlijkse bedrag is € 39.000. Objectbeheer Ten behoeve van beeldmateriaal lopen diverse contracten: looptijd tot en met december 2022, jaarlijkse verplichting € 39.000 looptijd tot en met december 2024, jaarlijkse verplichting € 144.000
Pagina 65 van 67
8. GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Nr.
Naam taakveld
0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten 0.4 Ondersteuning organisatie (Overhead) 0.5 Treasury 0.64 Belastingen overig 0.8 Overige baten en lasten Totaal
Pagina 66 van 67
Lasten 2020
Baten 2020
8.149.000 14.000 8.936.000 17.099.000
-710.000 404.000 112.000 17.293.000 17.099.000
Saldo -710.000 -7.745.000 98.000 8.357.000 -
BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2020 en volgende jaren Risico
Toelichting
I(ncidenteel) S(tructureel)
Risico’s primaire proces Taxeren op Vanaf 1 januari 2022 moeten de woningen wettelijk gezien getaxeerd gebruiksoppervlakte worden op basis van de gebruiksoppervlakte. Dit omvangrijk en arbeidsintensief project brengt als risico mee, dat het project niet tijdig en goed wordt afgerond. Niet tijdige en/of Voor het juist en volledig opleggen is het beschikken over tijdige en juiste onjuiste informatie informatie een basisvoorwaarde. Onjuiste data-aanlevering en koppelingen zorgen voor een risico voor het juist op kunnen leggen van aanslagen. Risico’s m.b.t. bedrijfsvoering Invullen vacatures De aantrekkende economie zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen. Flexibiliteit personeelsbestand
Veranderende werkzaamheden binnen de BWB -door zowel interne als externe ontwikkelingen- zorgen voor andersoortige functies dan wel voor een flexibele invulling hiervan in de toekomst.
Risico’s m.b.t. automatisering Aanbesteding De belangrijkste applicatie van de relatief complexe informatie-architectuur belastingapplicatie van de BWB dient vóór 2020 te worden vervangen. Het vinden van een geschikte leverancier en de vervolgens de implementatie brengen risico’s met zich mee. Aansprakelijkheid De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de i.v.m. AVG BWB extra risicogevoelig. Ondanks getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig. Totaal benodigde weerstandscapaciteit
I
Financiële omvang
Kans
€ 1.000.000
10 %
Berekend risico € 100.000
S
€ 100.000
30 %
€ 30.000
S
€200.000
50 %
€ 100.000
S
€ 50.000
30 %
€ 15.000
I
€ 1.500.000
10 %
€ 150.000
S
€ 750.000
10 %
€ 75.000
€ 470.000
Pagina 67 van 67