Geredigeerd nr. 26
Tekst van het document
FAX
E
] id) Fax #124579 fm.ipjrb.klantenservice
—121/5
]% 25.5.2021
16:13:06
|
25-05-202
lllllllllllllllllll IN013839 5.1,2,e
AANTEKENEN
5.1,2,e
R21984715O
Het College van Burgemeester en Wethouders van de
5.1,2,e
gemeente Oosterhout
5.1,2,e
Postbus 10150
Telefoon 5.1,2,e
4900 GB OOSTERHOUT
Fax 5.1,2,e 5.1,2,e
Per fax verzonden
www achmearechtsbijstand.nl
Datum
Ons zaaknummer
25 mei 2021
R219847150
Onderwerp
Uw kenmerk
Behandeld door 5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
aanwezig op maandag tot en met donderdag
Zienswijze ontwerp omgevingsvergunning Windpark Energiepark A59
Geacht College, Tol mij heeft zich gewend 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e
wonend op 5.1,2,e
( 5.1,2,e
' in Oosterhout (hierna, cliënt) Hij heeft mij verzocht hem bij te staan in deze procedure.
Ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor bouw en gebruik twee windturbines
Het betreft het door u ter inzage gelegde ontwerpbesluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor de realisatie en het gebruik van twee windturbines. Op de aanvraag is de uniforme openbare
voorbereidingsprocedure (UOV) conform afdeling 3.4 Awb van toepassing. Tot en met 26 mei 2021 is het voor eenieder toegestaan een zienswijze in te dienen tegen dit ontwerpbesluit.
Cliënt is het niet eens met dit ontwerpbesluit. Namens cliënt dien ik dan ook met deze brief een
zienswijze in. Hieronder treft u de redenen voor cliënt om het niet eens te zijn met deze ontwikkeling.
Zienswijze Met het ontwerpbesluit wordt de realisatie en het gebruik van twee windturbines ruimtelijk ingepast. Deze twee windturbines behoren tot een groter geheel, te weten de realisatie van Energiepark A59.
Daarbinnen zijn niet alleen deze windturbines maar is ook een zonnepark beoogd.
Cliënt woont relatief dicht op deze beoogde windturbines (ongeveer 1,4 km). Hij zal vanuit zijn woning
en voortuin direct zicht hebben op de windturbines, welke een maximale tiphoogte zullen mogen
hebben van 235 meter
5.1,2,e 5.1,2,e
7
FAX
2
]
Vervolg op de brief van
Bestemd voor
Fax#124579 fm.ip.srb.klantenservice
25 mei 2021
[-2 5 _ |g 25.5.2021
16:13:26
Bladnummer 2
Geluidhinder neemt toe Allereerst merk ik op dat de partner van diént leidt aan Tinnitus (oorsuizen). Buiten de hierdoor
aanwezige klachten, vreest cliënt dat als gevolg twee extra geluidbronnen van met name laagfrequent
geluid de klachten van haar in hevigheid zullen toenemen Zij zullen genoodzaakt zijn om hierdoor te
gaan verhuizen. De beoogde windturbines zullen onvermijdbaar zorgen voor ernstige geluidhinder Voor windturbines
geldt een gemiddelde geluidsbelasting van ten hoogste 47 dB(A) Lden en van ten hoogste 41 dB(A)
Lnight op de gevel van geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.14a Activiteitenbesluit). Omdat het een gemiddelde norm is en het geluid van windturbines afhangt van de wisselende windsnelheid, betekent dit dat er ook meer geluid wordt geproduceerd bij hogere windsnelheden. Deze zogenoemde
piekgeluiden zijn echter niet gemaximaliseerd in het Activiteitenbesluit. Deze geluidsproductie komt bovenop het geluid dat afkomstig is van de A59 en voor het overige
aanwezige omgevingsgeluid (waaronder een ander windpark en meerdere omliggende bedrijven; Aan
deze cumulatie van geluid is onvoldoende aandacht besteed, terwijl artikel 3.14a lid 2 Activiteitenbesluit u wel de bevoegdheid geeft tot het stellen van een maatwerkvoorschrift.
Ook hoort er aandacht te worden besteed aan de mogelijk schadelijke effecten van het laagfrequent geluid wat de windturbines produceren. Ook hiervoor (net als voor het piekgeluid) geldt dat in het
Activiteitenbesluit weliswaar in de hierboven genoemde geluidsnormen ook dit laagfrequent geluid voor
een klein deel van het geheel is meegenomen, maar dat er geen aparte norm is binnen het Activiteitenbesluit.
Dit houdt in dat er binnen het milieuspoor weinig normen gelden ten aanzien van geluid als gevolg van
windturbines. Dit neemt niet weg dat er in het ruimtelijk spoor (zoals het geval in onderhavige procedure) sprake
dient te zijn van een goede ruimtelijke ordening en daarbinnen van een gezond woon- en leefklimaat van omwonenden. Binnen dit ruimtelijk spoor dienen zowel de piekgeluiden de cumulatie van geluid,
het soort geluid (zwiepend/zoevend geluid) als ook het laagfrequent geluid weldegelijk voldoende meegenomen te worden in de beoordeling van het effect op dit woon- en leefklimaat. En om dit voldoende te kunnen meewegen, is het van belang dat deze aspecten ook goed zijn onderzocht en in
kaart zijn gebracht, mede ook met medeneming van de lokale omstandigheden (zoals heersende
windrichting, heersende windsnelheden, landschappelijke omstandigheden, et cetera).
$
FAX
g
] KD Fax #124579 fm.ip.srb.klantenservice
Vervolg op de brief van
Bestemd voor
123/5
lis 25.5,2021
16:13:50
Bladnummer 3
25 mei 2021
Wat dit daartoe verplichte onderzoek moeilijk maakt is dat er nog te weinig wetenschappelijke studies
zijn die maken dat er alsnog een norm wordt opgenomen ten aanzien van bijvoorbeeld het
laagfrequent geluid Tot die tijd is de enige bescherming van omwonenden tegen de plaatsing van windturbines met dit gevolg het door u toe te passen voorzorgsbeginsel. Dit is een mogelijkheid om
bepaalde activiteiten nog niet te vergunnen totdat er meer duidelijkheid is wat de gevolgen zijn voor de volksgezondheid.
Het bevoegd gezag mag immers bij onzekerheid over het bestaan en de omvang van risico’s voor de
volksgezondheid beschermende maatregelen nemen, zonder te hoeven wachten totdat ten volle blijkt dat deze risico’s inderdaad bestaan en groot zijn Er moeten dan wel redelijke gronden zijn om gevaar voor de volksgezondheid aan te nemen en bovendien moet de gevreesde schade significant zijn (zie hierover nader. F. Onrust en T. Barkhuysen, 'De betekenis van het voorzorgsbeginsel voor de
Nederlandse (milieu)rechtspraktijk, Kansen in het omgevingsrecht, Europa Las Publishing 2010, p. 15). In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2019
over windpark Greenport Venlo, ECLI:NL:RVS:2019:4210, onder 29-29.3, heeft de Afdeling aanleiding gezien nader in te gaan op het beroep op het voorzorgsbeginsel. Daaruit volgt dat voorzorg van
betekenis kan zijn bij de door provinciale staten te maken afweging. Voor de betekenis die aan het voorzorgsbeginsel kan toekomen is in die uitspraak aansluiting gezocht bij de Mededeling van de
Europese Commissie over het voorzorgsbeginsel (COM/2000/0001) van 2 februari 2000. In de uitspraak is - kort weergegeven - overwogen dat in de mededeling staat dat het voorzorgsbeginsel vooral van belang is voor risicobeheer. Vanwege (onzekere) risico’s kan uit voorzorg al dan niet
worden besloten om maatregelen te nemen. Zoals ook de Europese Commissie stelt, is het beoordelen van een voor de maatschappij al dan niet aanvaardbaar risico primair een bestuurlijke taak. Voorts geldt dat bijvoorbeeld het LUMC (Leids Universitair Medisch Centrum) bezig is met een studie naar de mogelijke effecten van windturbinegeluiden op de gezondheid. In Duitsland hanteert men de
eis dat de turbines op minimaal 10x de tiphoogte van woningen vandaan blijven. Cliënt stelt zich op het standpunt dat er te weinig wetenschappelijke zekerheid is om het geluidsaspect met slechts dit onderzoek aan te nemen en dat het besluit derhalve niet kan worden vastgesteld, zie Ne :01
1
k over cezondheidskslact
door bromtoner
dmole
veel
MOS
Cliënt verzoekt u eenzelfde afstand aan te houden met de plaatsing van deze windturbines, te weten minimaal een afstand van 10 x tiphoogte tot de grens van de woonkernen (in dit geval minimaal 2.350
meter). Alleen op die manier is met de vereiste zekerheid te zeggen dat er geen schadelijke effecten zullen optreden.
|
$
FAX
E
5.1,2,e
Vervolg op de brief van
fp Fax #124579 fm.ip.srb.klantenseruice
||B 25.5.2021
16^/5
Bladnummer
Bestemd voor
25 mei 2021
16:14:18
4
In de ruimtelijke onderbouwing wordt gesteld dat uit de literatuur niet blijkt dat laagfrequent geluid van windturbines voor extra hinder zorgt, hetgeen zou worden onderstreept door de vaste jurisprudentie
van de Afdeling. Dit neemt niet weg dat u wel de bevoegdheid hebt om de omwonenden hierin
tegemoet te komen door het initiatief slechts toe te staan op een grotere afstand van de woningen. Landschappelijke inpassing onmoqeliik De ruimtelijke impact van windturbines op een gebied is aanzienlijk. Zichtlijnen worden onderbroken en het oorspronkelijk landgebruik wordt verstoord. Dat maakt dat de impact op de openheid van het
landschap groot is. Windturbines in open landschappen zullen deze landschappen aanzienlijk van aanzien doen veranderen en daarbij de openheid wezenlijk aantasten De aanleg van een twee
enorme windturbines wijzigt de karakteristieken en functies als openheid of agrarisch gebruik
In de ruimtelijke onderbouwing is te lezen dat het plangebied juist gekenmerkt wordt door het open
karakter:
Het plangebied zelf is vrijwel leeg van opgaande beplanting met uitzondering van de hierboven
beschreven randen en een oost-west lopende groenstrook even ten noorden van het depot aan
de Domeinweg. Het gebied bestaat hoofdzakelijk uit kleigronden, die in twee hoofdnchlmgen zijn verkaveld, parallel aan de A59 in het westelijk deel en min of meer haaks tussen het Kromgat en de Domeinweg in het uiterste oostelijke deel. Op dit moment is het plangebied
grotendeels in landbouwkundig gebruik (akkerbouw, afgewisseld met grasland)"
Cliënt onderschrijft deze visie volledig en wil deze openheid graag behouden.
Voorts wenst cliënt op te merken dat in de landschappelijke onderbouwing ook gesproken wordt van
een energiepark met zonnepanelen. Deze ontwikkeling zal echter geen doorgaan vinden, zodat de inpassing van deze windturbines als een losstaande ontwikkeling dient te worden beoordeeld.
Daarnaast merkt cliënt op dat het lijkt alsof men de inpassing slechts heeft beoordeeld vanaf de A59
Immers is in de onderbouwing als volgt te lezen. ‘Door hun grote afmetingen ontstijgen moderne windturbines de schaal van andere landschapselementen. De mate waarin windopstellingen herkenbaar aansluiten op de landschappelijke
structuur is op dit schaalniveau vooral af te lezen aan de samenhang met landschappelijke
hoofdstructuren. Hier zouden dat de A59 de afrit van de snelweg, de dijk langs het Kromgat of het Wilhelminakanaal kunnen zijn. Op grotere afstand is deze aansluiting echter niet goed waarneembaar
]
5.1,2,e
FAX
2
] KD Fax #124579 fm.ip.srb.klantenservice
Vervolg op de brief van
Bestemd voor
]|gl5/5
||g 25.5.2021
16:14:42
Bladnummer
5
25 mei 2021
Vanaf de A59 is te zien dat de turbines min of meer ‘aan de snelweg' liggen. Maar verder wordt de
samenhang tussen de opstelling en de landschappelijke hoofdstructuren ter plekke eerder vermoed dan daadwerkelijk waargenomen. De samenhang met kleinere landschapselementen of bijvoorbeeld
voorkomende verkavelingsrichtingen is op het hoogste schaalniveau geheel niet waarneembaar. ’
Cliënt stelt zich op het standpunt dat hiermee onvoldoende recht wordt gedaan aan de waarneming vanuit de woonwijken, die slechts op enkele honderden meters afstand liggen. Juist deze zichtlijnen
dienen beoordeeld te worden. Verzoek
Gelet op het vorenstaande verzoekt cliënt u uw voornemen te herzien, af te zien van verdere medewerking aan de realisatie van het energiepark en geen omgevingsvergunning te verlenen voor de twee windturbines in de Oranjepolder. Hoogachtend, 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
|
9