Geredigeerd bijlage 5-13 - Oosterhout Zonnepark Memo
Tekst van het document
Van der Goes en Groot
Alkmaar, vrijdag 24 maart 2023
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Memo reactie op beroep van Milieuvereniging Oosterhout Behandeld door: 5.1,2,e
Inleiding Aanleiding voor deze memo betreft de beroepsgronden behorende tot het beroep van Milieuvereniging Oosterhout te Oosterhout. In deze memo wordt nader ingegaan op de beroepsgronden t.a.v. de Groene mantel, IJzer- en kalkrijke kwel, Bodemerosie, het bosje centraal in het gebied, beschermde natuurwaarden, transformatorstations en het hekwerk. Methode Om tot een gefundeerd antwoord te komen zijn de ecologische quickscan (Van der Knaap, 2018), de natuurtoets (Zimmerman, 2022) en de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF 2012-2023) geraadpleegd.
Groene mantel De locatie is onderdeel van de Groenblauwe mantel, waar de natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterkt dienen te worden. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit. In het landschappelijk inpassingplan (Wardenaar, 2020) zijn kaders opgesteld om de natuurwaarden in het zonnepark te versterken. Wanneer kaders gerealiseerd worden om de natuurwaarden te versterken valt te verwachten dat de biodiversiteit toeneemt ten opzichte van de huidige graslanden en akkerbouwgronden. Graslanden kruidenrijker en diverser van samenstelling en structuur laten worden, zal het voedselaanbod voor diverse diersoorten vergroten (en de biodiversiteit vergroten). Tevens zal de bestaande houtwal aan de noordoostkant van het plangebied versterkt en uitgebreid worden. Wanneer deze houtwal tussen de bomenrij langs het water 'Kromgat' (net buiten het plangebied) en het viaduct onder de rijksweg A59 wordt gerealiseerd versterkt dit mogelijk de functie als onderdeel van een vliegroute door vleermuizen.
Ijzer- en kalkrijke kwel Op deze locatie komt ijzer- en kalkrijke kwel naar boven, waardoor dit mogelijk de plek is voor zeldzame plantengemeenschappen. In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen. Tevens werden binnen het plangebied geen rode lijstsoorten en SNL soorten waargenomen (NDFF 2008-2023). In de huidige situatie heeft het plangebied voornamelijk een landbouwfunctie. Tijdens de aanwezigheidsfase van het zonnepark zal waarschijnlijk geringere uitstoot zijn, doordat het land niet meer door landbouwvoortuigen wordt bewerkt (Zimmerman, 2022). Wanneer de vermesting afneemt zal dit een positief effect hebben op plantgemeenschappen met een voorkeur voor een voedselarmere situatie.
R Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Pagina 1 van 7
Bodemerosie Bodemerosie is het (wegwaaien of) wegspoelen van de bovenste bodemlaag door wind of in dit geval (regen)water. Dit gebeurt meestal als de bodem onbegroeid is (zoals onbegroeid akkerbouwland). Begroeiing houdt met haar wortels de grond vast en bedekt met haar bladeren de bodem. Hierdoor stroomt minder water weg of stroomt het minder hard weg. Maatregelen als het aanleggen van kruidenrijk grasland, houtwallen en heggen kan bodemerosie tegengaan. ("Bodemerosie", z.d.). Erosie en uitspoeling kunnen een issue zijn als panelen vrij vlak en dicht aaneengesloten in de tafels liggen en de ruimte tussen rijen panelen nauw is (Zee et al., 2019). Ruimte tussen de panelen gaat bodemerosie tegen.
Het bosje als stapsteen voor de natuur Het bosje bevindt zich centraal in het plangebied en ligt geïsoleerd ten opzichte van nabijgelegen bosschages en ruigtes. Rondom het bosje bevinden zich akkers waar dichte bosschages en omvangrijke dekking biedende vegetatie ontbreken. De dichtstbijzijnde bomenrij (langs het water 'Kromgat') bevindt zich op meer dan 270 meter van het bosje. Tevens zorgen drukke wegen (met name Rijksweg A59) en brede watergangen (Wilhelminakanaal en Kromgat) ervoor dat grondgebonden soorten te veel ongeschikt biotoop moeten passeren om het bosje te bereiken.
Natuurwaarden In het aangeleverde stuk wordt met betrekking tot de natuurwaarden het volgende benoemd:
"Er wordt wel toegegeven dat er beschermde soorten vissen, amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren zoals bunzing of andere marters en vleermuizen in het gebied voorkomen. Maar daar worden geen consequenties aan verbonden. De gemeente geeft in het verweerschrift ook aan dat de grote modderkruiper en de alpenwatersalamander extra aandacht vragen, maar vindt dat als er geen schaduw op de wateren valt dat er dan geen negatieve ejfecten zullen optreden. Door het afsluiten van tweederde van het grondgebied van water zal de waterhuishouding in het hele gebied veranderen. Ook is het plan het peil van het water te verhogen met stuwen. Stuwen moeten passeerbaar zijn voor de grote modderkruiper. Hiermee wordt duidelijk dat er nader onderzoek ontbreekt. Van de beschermde alpen watersalamanders is bekend dat zij niet alleen in het water leven. Deze overwinteren voornamelijk op het land en hebben hun winterverblijf op rommelige ruige locaties metstenen en hout tot maximaal500m van het water. De Jonge salamanders leven de eerste drie jaar, tot ze geslachtsrijp zijn op het land. De enige plek voor deze soort in de Oranjepolder is het bosje dat er al meer dan SOjaar aanwezig is en toevlucht is voor zoogdieren maar ook voor de salamanders. Er is nooit overwogen om het bosje dat nu als stapsteen voor de natuur fungeert in te passen in de zonneweide.
Er wordt slechts gesteld dat het bosje verwijderd dient te worden. Er is hiervoor geen onderbouwing gegeven behalve dat er misschien schaduwwerking vanuit zou kunnen gaan. Hiervoor dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. Uit eigen ecologische onderzoek blijkt dat er een leefgebied van een torenvalk is en dat er voor deze soort en voor de grote modderkruiper, alpenwatersalamander, vleermuizen en marterachtigen vervolgonderzoek moet plaatsvinden. Ook vinden wij dat er andere keuzes gemaakt kunnen worden voor het afsluiten van het zonnepark in plaats van een groot hek er om heen. Door het hek op een aantal locaties te
R Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Pagina 2 van 7
onderbreken met waterpartijen zou het toch mogelijk moeten zijn dat reeen door het gebied heen trekken
Hoewel wij veel tijd hebben geïnvesteerd in de biodiversiteits werkgroep bleek het resultaat daarvan toch niet voldoende. Bij het zonnepark in Dorst, waarvoor ook een vergunning is aangevraagd, wordt er veel meer voor de natuur gedaan dan bij dit plan. Daar wordt het hele park voorzien met lichtdoorlatende panelen en wordt de waarde van hoge bomen juist positief gewaardeerd en een beetje schaduwwerking hiervan wordt als ondergeschikt daaraan gemotiveerd."
In de stukken behorende tot het beroep van Milieuvereniging Oosterhout staat dat wordt toegegeven dat er beschermde soorten vissen, amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren zoals bunzing of andere marters en vleermuizen in het gebied voorkomen. De ecologische quickscan (Van der Knaap, 2018) betreft een potentiebeoordeling waarbij met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Vissen
In de omgeving van het plangebied is in het verleden een Grote modderkruiper aangetroffen. Vanwege het voorkomen van Grote modderkruiper in de omgeving in vergelijkbaar water als aanwezig langs een aantal van de percelen in het plangebied, is niet uit te sluiten dat deze soort kan voorkomen. In de effectbeoordeling wordt beschreven dat als de verkaveling gelijk blijft en de wateren niet substantieel veranderen door bijvoorbeeld schaduwwerking, er geen negatief effect mogelijk is op eventueel aanwezige Grote modderkruipers. Als ingrijpend aan wateren en oevers wordt gewerkt (zoals het plaatsen van stuwen en het veranderen van het waterpeil), dan is vervolgonderzoek naar deze vissoort nodig. Als tijdens het vervolgonderzoek Grote modderkruiper wordt vastgesteld zullen, voorafgaand aan het werk en buiten de gevoelige perioden, de aanwezige vissen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden worden weggevangen. Hierna zal vervangend leefgebied worden gecreëerd voor de Grote modderkruiper. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een, op te stellen 'Activiteitenplan', deze maatregelen worden uitgewerkt. Amfibieën
Het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor de Alpenwatersalamander. De sloot met waterplanten en helder water kan leefgebied zijn voor de Alpenwatersalamander. In de effectbeoordeling wordt beschreven dat als de verkaveling gelijk blijft en de wateren niet substantieel veranderen door bijvoorbeeld schaduwwerking, er geen negatief effect mogelijk is op eventueel aanwezige Alpenwatersalamanders. Als ingrijpend aan wateren en oevers wordt gewerkt, dan is vervolgonderzoek naar deze soort nodig.
Het klopt dat Alpenwatersalamanders overwinteren op het land. Ze hebben hun winterverblijf op rommelige ruige locaties met stenen en hout tot maximaal 500m van het voortplantingswater. Het water in het plangebied kan leefgebied zijn voor de Alpenwatersalamander. Op basis daarvan is het bosje mogelijk landbiotoop voor de Alpenwatersalamander.
R Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Pagina 3 van 7
Wanneer het bosje verdwijnt dan is vervolgonderzoek nodig naar het voorkomen van de Alpenwatersalamander volgens de soorteninventarisatiestandaard van het Netwerk Groene Bureaus. Hierbij worden de geschikte voortplantingswateren tot 500 meter rondom het bosje onderzocht (zie Figuur 1). Geschikte voortplantingswateren betreffen voornamelijk stilstaande, niet te voedselrijke wateren, zoals greppels, bospoelen en vennen. Vaak ook aangetroffen in waterbakken en (karren)sporen met een leembodem, mits niet frequent bereden (Netwerk Groene Bureaus, 2017). De soort komt ook vaak voor in donkere, sterk beschaduwde en vegetatiearme bospoelen voor (Creemers et al., 2019). Figuur 1. Luchtfoto met daarop het bosje (rood) en een buffer van 500 meter rondom het bosje.
■
• )
I
kW
MS
V A. 2
1 -a*,
A
E2
N 09ö
•, 45 25%2 ,0 ■ M-ha — P- lp-3-„ oea ."e-Lh____ Iüamhi-abzdh_ LJ
~K5
o
J
a
Op basis van expert judgement en op basis van de ligging van voortplantingsbiotoop kan dan bepaald worden of het bosje de functie landbiotoop heeft (Netwerk Groene Bureaus, 2017). Als de Alpenwatersalamander vastgesteld wordt zullen de werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de gevoelige perioden en zal vervangend leefgebied worden gecreëerd. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen 'Activiteitenplan' deze maatregelen worden uitgewerkt.
Vogels Omdat geen geschikte bebouwing aanwezig is en er geen nesten of sporen werden aangetroffen in de aanwezige bomen binnen het plangebied, wordt uitgesloten dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten hun nest of vaste rustplaats hebben binnen het plangebied.
Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Buizerd. Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Buizerd, Roek, Havik, Ooievaar), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel
R Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Pagina 4 van 7
groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en deze vogels kunnen gemakkelijk uitwijken. Omdat geen geschikte holtes of spleten werden waargenomen en geen (grote) nesten werden aangetroffen in de aanwezige bomen is binnen het plangebied geen potentie aanwezig voor categorie 5-soorten. Voor de Torenvalk (cat.5) zijn op dit moment geen mogelijkheden om te broeden vanwege het ontbreken van grote nesten of speciale nestgelegenheden. Voor aanwezige vogels met niet-jaarrond beschermde nesten geldt dat men activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de aanwezige soorten. Als onverhoopt buiten deze periode broedende vogels aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten wordt de periode van februari t/m augustus gezien als de gevoelige periode.
Grondgebonden zoogdieren
Tijdens het veldbezoek werd een Ree waargenomen. In het plangebied zijn in het verleden Haas, Ree en Aardmuis waargenomen (NDFF 2008-2018). Deze soorten zijn in Noord-Brabant 'vrijgesteld' bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Bever en Bunzing waargenomen (NDFF 2008-2018). Het plangebied is niet geschikt voor de Bever. De benodigde levensvoorwaarden zijn hiervoor niet aanwezig. Verder is het mogelijk dat incidenteel een Bunzing of andere kleine marterachtige het plangebied gebruikt als jachtterrein of om langs te trekken. Voor incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. Het plangebied biedt, onder andere vanwege deze redenen, geen essentieel leefgebied voor kleine marterachtigen en de dieren kunnen gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Vleermuizen
In het plangebied kunnen geen vleermuizen verblijven omdat ter plaatse geen geschikte bebouwing is en omdat geen geschikte holtes of spleten werden waargenomen in de aanwezige bomen.
Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen, omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Na uitvoer van de plannen zal het gebied opnieuw kunnen dienen als foerageergebied voor vleermuizen. Vanwege het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen of brede rietkragen binnen het plangebied kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep. Men dient rekening te houden met de aanwezige vliegroute naast het plangebied (de bomenrij ten oosten van het plangebied) als er eventueel verlichting op het terrein wordt gerealiseerd. Als er geen licht of vleermuisvriendelijk licht wordt gebruikt dan worden er geen belangrijke gevolgen verwacht voor (langs-vliegende) vleermuizen. Omdat het zonnepark 's nachts niet met kunstmatige lichtbronnen zal worden verlicht, wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep op vliegroutes voor vleermuizen.
R Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Pagina 5 van 7
Conclusie natuurwaarden Wanneer het bosje verdwijnt dan is vervolgonderzoek nodig naar het voorkomen van de Alpenwatersalamander volgens de soorteninventarisatiestandaard van het Netwerk Groene Bureaus. Hieronder wordt deze methode en werkwijze weergegeven (Netwerk Groene Bureaus, 2017). Methode en werkwijze alpenwatersalamander Methode Periode Functie
Aantal bezoeken
Periode tussen bezoeken
Weersomstandigheden Tijdstip
Moeilijkheidsgraad
Voortplantin gsbiotoop Scheppen (adulten/juvenielen)
Maart augustus
2
2 weken
nvt
nvt
Basis
Keren van materiaal om zich er onder verschuilende exemplaren te vinden.
Juni oktober
nvt
nvt
nvt
mvt
nvt
nvt
nvt
mvt
nvt
nvt
Zomerbiotoop
Op basis van expert judgement op basis van ligging voortplantingsbiotoop
Winterbiotoop
Op basis van expert nvt judgement op basis van ligging voortplantingsbiotoop
Als ingrijpend aan wateren en oevers wordt gewerkt (zoals het plaatsen van stuwen en het veranderen van het waterpeil), dan is vervolgonderzoek naar Grote modderkruiper nodig. Hieronder wordt deze methode en werkwijze weergegeven (Netwerk Groene Bureaus, 2017). Dit komt overeen met de beschreven methoden in het Kennisdocument Grote modderkruiper (BIJ 12, 2021). Methode en werkwijze grote modderkruiper Functie Methode Periode
Zomer/voortplantingsbiotoop elektrovisserij Maart tot oktober
Aantal bezoeken I controle momenten
Periode tussen bezoeken
Weersomstandigheden Tijdstip Moeilijkheidsgraad
1
nvy
nvt
Maart tot juli, 1 nvt nvt september tot november Elektrovisserij; bij vissen wordt gebruik gemaakt van constante gelijkstroom (bv de RUDD) eDNA
nvt
Basis
nvt
Basis
T ransformatorstations Er zijn binnen de zonneweide diverse trafostations gepland. Er wordt gesteld dat deze invloed hebben op de natuur zoals geluidsoverlast en straling. Afhankelijk van de frequentie kunnen beschermde diersoorten hier last van hebben. Elektromagnetische straling (waaronder ook geluid) wordt door meerdere bronnen uitgestraald. Er is geen literatuur bekend waarbij het effect hiervan op beschermde natuurwaarden op het land is onderzocht.
Hekwerk Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied (zoals migratiezone) voor kleine marterachtigen en de dieren kunnen gemakkelijk uitwijken. Ook voor overige grondgebonden soorten heeft het plangebied geen belangrijke migratiefunctie. Om in de toekomstige situatie toegang te bieden voor grondgebonden soorten , met als doel de biodiversiteit te vergroten, zijn bij de grond openingen in het hek nodig. Ter referentie is de ideale opening voor een Egel 15x15 cm (Hazen gaan door vergelijkbare gaten). Een Boommarter en Steenmarter kunnen door openingen nauwelijks groter dan 5 cm (Wezel, Hermelijn en Bunzing zijn zelfs kleiner). Voor Reeën moeten de openingen veel groter zijn (formaat wildtunnel).
R Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Pagina 6 van 7
Literatuur BIJ 12, 2021. Kennisdocument Grote modderkruiper, versie 2, oktober 2021. www.bijl2.nl Bodemerosie, (z.d.). Atlas Natuurlijk Kapitaal, https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/natuurlijk-kapitaal/bodemerosie CREEMERS, R., K. Joosten & A. van Diepenbeek, 2019. Herkenning amfibieën en reptielen, 3e herziene druk. Stichting RAVON, Nijmegen. Knaap, F.N.M. Van der, 2018. Zonnepanelenpark te Oosterhout. Toetsing in het kader van de natuurwetgeving. G&Grapport QS2018-086. Van der Goes en Groot, Kwintsheul. Netwerk Groene Bureaus, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, juli 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl. Zimmerman, R., 2022. Natuurtoets zonnepark te Oosterhout. Toetsing in het kader van de natuurwetgeving. G&Grapport QS2022-242. Van der Goes en Groot, Alkmaar. Zee, F.F. van der, J. Bloem, P. Galama, LGollenbeek, J. van Os, A. Schotman &S. de Vries, 2019. Zonneparken natuur en landbouw. Wageningen, Wageningen Environmental Research.
R Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Pagina 7 van 7