Geredigeerd bijlage 5-11 - ZP A59 Landschapsplan Biodiversiteit 22 dec 22
Tekst van het document
Landschapsplan Uitwerking Biodiversiteit
■
2264 —
mmM
-
w 5.1,2,e
g
i
W:
Zonnepark A59 Oosterhout
=95
307
8589282 4
LEMë
35. 56.
BI52356, 1
n KS ■
éi
228
w
-465
Fs
“
23
28 5808
38
1-
R
PI
F
e, rdeëizirpeiuriihuiHuag1, —i
Aat-Emeum
64 pu..1770
1/255,9/29592
21X210010
5.1,2,e
/502 / 1 " _ 71 I J T 101-^7 ® -"AHENN ygporüë E
g7Öei■ ",9 sH,
.________ ____________ T £
■E
AN
‛Ae.
solutionsfor sustainableürban sustainable) Integrated spatial spatial Solutions dettas '
—
i
“
■
•
AAE.SaE
peeuuuhknelenlimgu- •
MiitttIKi
2,
p
:
Xa9
2
/zh7.
/ P-
A{
$ ■■
; 2%.
I
/( oAies,a3
r
il
38028232 u-Seës
M .a E,- ---g-
080
— Ti
, dk•
ïy
d.
e
3 ■■
/
>
i .
N
21 -T/ 0
Neë kyNX
i
a
MT 09
6S
som aahl ds 3
-
N-
■
,o*
'■
1,
»
K eKEg
-
•
A/.
()
*ë
k,pk
51
) ■
e
ï P,
Rm 4
■
- ih--
9
1
. A
adk.-
$,
tna
•g V,
Aphm
-133 /' t6
2 X
- /
1)A
-I
f
X $ g A
2435
wheséN"-","
65
2
36
2
g
-lme
■
-c • 4- 4'
.2, •
m a • ■ • •
N
51 Bkuvrirpvveukaner-ryg
'J /
si
8E2 jor—
T-------- V
.MN \
V,
35} öRd
otm-mT —
e-
-
N 7 2, Qy ■
S F 25 W •
1
6*
4, ‘ N
h‘
2
r
\
o.
c
*
., fe -■ ■
H
SMARTLANDV )5,
4
ënHi
V
/
-
..
_ m
ft
K
mez, EI giztaut
0■
■
3 3
642
II
Rey/yyvvvy
956852ë
a
T, 5i a
"V/NIP .,dIftovmnauihad.
Fesege
-
37 3,3.
-
22 december 2022 in opdracht van Eneco 5.1,2,e
door SMARTLAND landschapsarchitecten 5.1,2,e 5.1,2,e
SMARTLAND
Integrated spatial Solutions for sustainable urban deltas
GEneco
Inhoud 1.
Plangebied en Landschappelijk ontwerp
5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Introductie en plangebied Ontwerp en Landschappelijke inpassing Biodiversiteit Waterhuishouding Ruimtelijke kwaliteit
6 8 10 12 13
2.
Uitwerking Biodiversiteit
15
2.1
2.4
Maatregelen biodiversiteit 2.1.1 Maatregelen Algemeen 2.1.2 Maatregelen Panelenveld 2.1.3 Maatregelen Randzones 2.1.4 Nestelmogelijkheden insecten 2.1.5 Beleving Zaadmixen en beplanting 2.2.1 Uitgangspunten beplanting 2.2.2 Ondergroei panelenveld 2.2.3 Zaadmixen en beplanting randzones Beheer 2.3.1 Voorbereidend beheer 2.3.2 Vegetatiebeheer ondergroei en watergangen Profielen en visualisaties
16 16 16 16 17 17 19 19 19 19 20 20 20 23
3.
Bijlage bijdrage Werkgroep Biodiversiteit
27
3.1
Tabel input en verwerking voorstellen Werkgroep Biodiversiteit
28
2.2
2.3
—
3 -8
40.
"I
HcEs - Y-
28ië
-
Csass. 3
7
35855 Bsa d, N 5-,
ee 6
g
»
53
2—teeR
A:
--6
-Sca {“.g
-e
7
,525
2
h,
hes
a
b
' U
‘4 <
t
ha"
1)
&'
-
%
rzee,*
Aë 0t-k
s y‘
Tfn
ggs
32:
- “8s*
pe
1
5
2
2ë
3
050
0/
5
AM
3 ' a2,9‘%
V
MA3 : -2. kjë tële ■ * 7 g o’ I
K
cg ’ *,q 1, y+a
e"
lpè
,32-
er
d M
2*2 1
k‘r"t
90-,
3h
%
,a" " 3•
6,
Fa
"re "
qunt/9 , 3:6 «
yegbgsoin
& an3.
1-y
KwSe
/
b8) ‘ z0 " ƒ m, 17 AN C 743/0, #134, %y-2 99 3953 556.2 2 d
S
2
77
S
w 5
23 •,4 59
te 1
9
4
l «G x7 P
ë Vë, 3 •M
933 1S2 s
“5/
o /
34
Fë
8
280
M 3, IN
54 t■ 3
g
w
s $ /
’ 9a
*
“gV42
r.' / ( J
XV
"obo.Ae
■. b3
- 2 tu
-
k P=Ma f
,9 ,432,8 w" 92ac;8,55 gvrrrvrtngo“Ke a
•X
,G t‘g "gqs"" ■■ fS;öe
M
/1
' ë
»j2
274.%
30
5e
NA " ,9577;
N
VV
302
3J
rd 1.
‘as '. ci ,
.........
22*
,52
g g7ew ■ 4"
-*
g
EsrS 5
s0M.- 5,
«
F1s
ty
3
e 0,
0
$7
1E,, 5
# gg ' We
a
(dg 5 e
5,
9
,83
13a
5 663
M3
r«i
5: E,
9 fe
3
Nu3N lürgem-zx
-ged.
29
61% 13
•3
L e‘
---
—b
a%
*
W
2e
N9 43
R5
/
8
b
"/4 »
p-gëzfe ' g"
1
d
.5
. Plangebied en Landschappelijk ontwerp
1.1 Introductie en plangebied
Het thema Biodiversiteit komt met name voort uit de dramatische afname van biodiversiteit in het lan delijk gebied door intensivering van de landbouw. Hiertegenover kunnen zonneparken juist een impuls voor biodiversiteit betekenen, aangezien bodems in principe 25 jaar rust krijgen, bemesting of bestrijdingsmiddelen niet worden toegepast, het beheer heel extensief kan zijn en waterpeilen niet kunstmatig laag hoeven te worden gehouden. Door voldoende ruimte tussen de panelenrijen te laten en specifieke onderbegroeiing toe te passen, kan een passende invulling worden gegeven aan deze kans voor met name de insectenfauna.
Kerklaan
Nooaleic
q0\®
X
9
OudeVeerseweg
Dit past geheel in de visie en werkwijze zoals wij die als SMARTLAND landschapsarchitecten in pro jecten Zon op Land toepassen. Zon in het landschap is één van de kansen voor duurzame energie, maar dit is nog steeds niet onomstreden. Mede hierom hebben vele provincies en gemeenten be leid ontwikkeld waarin zonne-energie alleen wordt toegestaan met als randvoorwaarde 'maatschap pelijke meerwaarde'. Om hieraan invulling te geven achten wij de volgende drie thema's voor dit zon nepark meest relevant: Biodiversiteit, Waterberging en Ruimtelijke kwaliteit.
N623
Oosterhoutseweg
De werkgroep biodiversiteit is door Eneco om advies gevraagd bij het uitwerken van het biodiversiteitsplan als onderdeel van het landschappelijk inpassingsplan en de ruimtelijke onderbouwing. Hiertoe is het van belang lokale kennis en expertise te benutten om het inrichtingsplan te verbeteren en verrijken met als doel de biodiversiteit te versterken van het Zonnepark A59.
Landschappelijke- of ruimtelijke kwaliteit is ten slotte een eis die bijdraagt aan een waardevol leefklimaat in brede zin. Gedefinieerd door 'de drie E's' gaat ruimtelijke kwaliteit over een landschap of elementen daarin die Ecologisch waardevol, Econ omisch waardevol en Esthetisch waardevol zijn. 'Ecologisch' is hierboven besproken, 'Economisch' betekent dat een landschap kwaliteit heeft als het vitale functies huisvest, 'Esthetisch' als het land-schap of elementen daarin zo ontworpen zijn dat rust, samenhang en schoonheid ontstaat, en die ook beleefbaar zijn. Bij het ontwerp van het zonnepark A59 is gekozen ook deze laatste maatschappelijke meerwaarde serieus te nemen. Eneco ontwikkelt plannen waarin ruimtelijke kwaliteit is gerealiseerd, bijvoorbeeld door kavelstructuren en -richtingen te accentueren, groen-elementen toe te voegen en zicht-assen vrij te houden. Daarmee zijn landschap pelijke (vaak historische) structuren benadrukt en weer functioneel gemaakt en recreatieve kwalitei ten gerespecteerd en zo mogelijk versterkt.
□ C nksveer
B
Eneco heeft als doelstelling al haar klanten voor 2035 van duurzame en zo mogelijk lokaal opgewek te energie te voorzien. Vanuit dit doel investeert ze in Zonnepark A59, een gebied van ca 33 ha ten zuiden van de A59 in de gemeente Oosterhout. Hiervoor is de afgelopen jaren een plan ontwikkeld dat in de voorliggende rapportage wordt toege licht. Bijzonder daarin is dat tijdens het ontwikkelproces een werkgroep is opgericht die zich speciaal op het thema biodiversiteit richt.
N623
i
Waterberging is een hieraan gekoppelde maat schappelijke meerwaarde. Dooreen peilstijging in het plangebied toe te passen zou de berging van water in het bodempakket toenemen, als basis voor een robuuster watersysteem. Dit aspect is in het voorliggende plan concreet ingevuld in sa menspraak met het waterschap.
5 c
Duurzame energie en maatschappelijke meerwaarde
ir steekhaven
Plangebied in groter verband
Voor planontwikkeling met een integrale kwaliteit is het de samenwerking aangegaan met Smartland landschapsarchitecten. Deze samenwerking is gericht op verschillende kansen van een locatie, onderzoekt en benoemt deze, en verwerkt dit in een robuust en esthetisch verantwoord ontwerp.
Plangebied Zonnepark A59 Het voorliggende landschapsplan gaat over Zon nepark A59 in de Hillenpolder in de gemeente Oosterhout. Het beoogde gebied van ca 33 ha is gelegen ten zuiden van de A59 tussen Oosterhout en Raamsdonksveer. Het doel is hier nadrukkelijk een zonnepark te realiseren met maatschappelijke meerwaarde. Hiervoor bestaan meerdere realis tische kansen, met name op het gebied van Biodi versiteit, Waterhuishouding en Ruimtelijke kwaliteit. Plangebied in detail
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout I 6
A. Kansen voor biodiversiteit volgen vooral uit de zeer verarmde situatie van het huidige landelijk ge bied. Een zonnepark biedt uitstekende kansen om hierin veel verbetering te realiseren. Ontwikkeling van een zonneproject op deze kleigrond kan de huidige aanliggende groenstructuur aan de Donge versterken. B. Wat betreft waterhuishouding biedt dit zon nepark kansen om minder diep te ontwateren. Het feit dat dit noordelijke deel van de polder in zijn geheel wordt ontwikkeld, biedt goede kansen voor peil-opzet. C. Wat betreft ruimtelijke kwaliteit biedt vooral het oorspronkelijke karakter van het plangebied, als uitloper van de delta, aanknopingspunten. Goed
uiteraard tevens als rivier vanuit het Brabantse ach terland. De hiernaast weergegeven tijdreeks laat de ontwikkeling zien die hierop gevolgd is. De Hillen polder vormde een wigvormige kleipolder binnen deze waaier.
De geschiedenis van deze kleipolder is dynamisch. Na de bedijking van de genoemde kreken is ook het polderland zelf sterk gecompartimenteerd en bedijkt (beeld 1860). Vervolgens is een groot deel echter weer aan het buitenwater gekoppeld en in gebruik genomen als wilgengriend (beeld 1912). Weer later is deze aansluiting weer opgeheven en zijn de wilgen weer verdwenen. Het gebied is mogelijk iets opgehoogd en geëgaliseerd (beeld 1960). Daarna ontstond pas echt grote dynamiek, met de aanleg van de verhoogde A59, het graven hiervoor van diverse zandwinplassen en gronddepots (beeld 1983). Nog later kwam hierbij het afsluiten van de Donge en verbreden van de Amertak, de ontwikkeling van woongebieden van Oosterhout en Geertruidenberg, de aanleg van Rioolwaterzuivering Dongemond en ontwikkeling van Industrieterrein Weststad Oosterhout, inclusief windturbines (beeld 2017).
inpassen van een aanwezige recreatieve fietsroute is daarbij de concrete opgave.
Aanleidingen vanuit het landschap De locatie ligt in het meest oostelijke deel van het Brabantse zeekleigebied, voorheen als onderdeel van het zoetwatergetijdegebied rond de Biesbosch. Hiervan resteert een waaier van voormalige kreken, respectievelijk de Oosterhoutse haven, het Gooikens Gat, het Kromgat en de Donge. De laatste
vy/
2/1
E\ V
R
Eejé52
K
17
1
S3
bKëée
$
•D
#P
32
eEFFkhk \
e
zzcézëggzeN
r'
\
-% XAL
\ {
"V
rëV
N
L\i
I
si
.8 /
\ k \ \ A
\
Ft
X
1023 r jf 4 / / I ƒ ƒ
/
2L
Faaye
0m2bzLTR 223
02
Eg K
F
Historische waaier van kreken
Q
2
77
7
Ëy. PAL
4-*
fës frT
V
)
0d4ë,
-
2
g 22, 2 XgksIE
,
Méeg
Isi
3
i3
Eag
)
f
d
p,
Kp 1“
196.0
SI
i
\0.5\
5
3, 2.8
(
ë
Igm25
■»
2.9
Eendracht
a 8
o3b,g
Sl
8
pol derN-
n‘e/ 7
1
29
0.4
50c
«s&02
polder
-T -rm"
‘7--0 polder 25
LoN,e
:2,0
-0.8
428 Steell
1
e k-
-2.3
0g8 a II .f. n
Polde»
‘oldei \Huolslo^ben 1
— 0.9
te:zand
I
“#W
os ,
F
1
/2.2)
e—,iAa
“ë 99 Ar.
r
M>-5*
-*-66
I
M Oranjepe
h N
Eendracht
0108 vleier
Horster
nueE.
Neen MoreeI——ob
0.7
1
a
12
1 gë 22
02
—fo agt . 4 5 ^2017^ \ . , A Ke “7
\8
s
I
Se
{101.
23
"h
.ag&Landen
T !
Horsten
Tijdreeks Hillenpolder
gj
IIT
-
\
tw A2
L___ __
1
" 1
—FHFN ///////11IJ^
--
0.6,
O rünje
ier
3
dal4dadëhdhe
tumsee. 838*"
derEnete orurlmfs
Hp-
1
k
13 igoeE S8,os
POtder
kadegbeb
A
i
polqer S ; Su' BWatertorent
Inl-enNsl
Poder
Landfii
Eir tacs*ai —-Hörsten
•se se
■ k ’ fiT(-
-
Es.
_y ’ Eend racht
&
565
Harsten
M KW
-ima
ea
*2adum .
2
2 'endrachts 0,3
Hp 204 e'
I
N9
—A
■ : "8
/ H
ife
,,
■
3* K.g
'O
-15912
1.3)
j
p-
187
skoz K==
/
vez
.SS
K 1
'tl'
4
5a
22
1983
k lp»
Dit alles vormt de basis voor het plan Zonnepark Energiepark A59.
99
£
4e
-
73 •
£ 1
A
ICi
«»
)8 /A
rr
VIA
È63E besafb-e
de È:
Kgedte V2
\
{
E
Sb 2^1
neëe 3226
6
•-a*dEe9
g(X55
82282
HECI2-39
Eh
74 4-
' 0a - 14/
X
\ \ X
1860
2 2'
e ■ 2
elhg 5addeW N
22ë
Ne
el
9
Uóirislobljèii j
Po ider
L4 ende ages
De sfeerbeelden tonen een aantal van deze as pecten. De historische kreek het Kromgat, het functionele polderlandschap van de Hillenpolder, de kalkrijke kleibodem en de natuur- en recreatieve structuur langs de Donge.
e7
3
Herstels
64. 2
"ëig
4i
V
eëi 1SI
HiHer older, • 0.8
#2.63
MM 4/
8 .3
geE 0.6
.Polder
Hooislol
J.
867
1' L
.
0:3
o.
■
L 1)
56]
nwveg Do5 Oranjepoi
'4
-
ï
i mm li
'd /
f Sfeerbeelden Hillenpolder Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 7
1.2 Ontwerp en landschappelijke inpassing Ontwerpaspecten en plan In de Hillenpolder stellen we voor een sterk zon nepark te realiseren, van ca 33 ha. De panelen hebben een iets geroteerde oost-west opstelling, waarmee de bestaande percelen en watergangen gerespecteerd worden, en de richting van het landschap wordt gehandhaafd en benadrukt. Met de opzet van het totale gebied versterken we de waaierstructuur die oorspronkelijk in het krekenlandschap aanwezig was en die zich in de tijd met enige moeite is blijven manifesteren. Hiervoor geven we de centraal gelegen oude Hillenweg nieuwe betekenis als centrale ontsluiting. Daarnaast versterken we de lijn van de Amertak door aan de Statendamweg een groenzone en haag te introduceren, die het directe zicht op het zonnepark verzacht, en de ecologische structuur versterkt.
Maar vooral versterken we de recreatief belangrijke
kreek Kromgat dooreen bijzondere behandeling. Hier brengen we een verbrede groenzone aan als versterking van de ecologische structuur NNN. Deze groenzone bestaat uit gebiedseigen landschaps-elementen en wordt nauwkeurig afgestemd op de beleving van de recreanten. De precieze invulling van deze groenzones is samen met locale partijen en bewoners in een opgerichte Werkgroep Biodiversiteit uitgewerkt. Onderdeel van de ecologische versterking zou ook een mogelijke verhoging van het polderpeil in het noordelijk deel van de Hillenpolder zijn, in overleg met het waterschap. Door de geografische ligging
en het voor 25 jaar staken van agrarisch gebruik zou het goed mogelijk zijn het waterpeil hier in deze periode iets op te zetten. Dit zou niet alleen een verlichting van de bemalingsopgave opleveren, tevens zou het extra buffering van het grondwater bieden waarmee het totale watersysteem robuuster wordt. Maar de grootse waarde van de peilopzet zou de betere groeiomstandigheden in het plangebied zijn. Het zou zorgen voor het herstellen van de oor spronkelijke vochtige kleibodems als basis voor een betere groei van de vegetatie.
nat en buitendijks gelegen aan het Kromgat, zich ontwikkelen tot prachtige vochtige hooiland-zone. Deze zone zal een ecologische versterking en aansluiting op het Natuurnetwerk Nederland langs de Donge betekenen.
È ax***-
antueren van de richting en waaier voormalige Biesbosch-kreken
In de rest van het project brengen we passende schaduw-minnende ondergroei van kleibossen aan. In de halfbeschaduwde zones en randgebieden zal zich een rijke vegetatie ontwikkelen als basis voor grotere biodiversiteit.
s■
V
(
accentueren van de richting van de polderstructuur
8
Over de jaren zal deze vegetatie ook het organisch stof gehalte in de bodem verhogen. De oost-west geörienteerde panelen laten echter slechts beperkt licht op de bodem vallen waardoor de productie van organisch stof beperkt zal blijven. Om dit te compenseren en het organisch stof gehalte op een andere manier te verhogen, en om tevens de bio diversiteit te versterken, worden in de randzones en overhoeken dood hout, boomstammen, aange bracht. Deze langzaam verterende boomstammen vormen een nestelgelegenheid voor onder andere vele bijensoorten en voedsel voor andere soortengroepen. In de onderstaande paragrafen wordt dit thema
J
sturen van zichtlijnen vanaf recreatieve fietsroute langs kreek het Kromgat _
3
——
N\
\
accentueren van de richting van de polderstructuur
'ouwing aspect F
Pianola
Bi
\\ \\
(.....)
telijke
\
V
tisch in meer detail toegelicht, wat gezamenlijk de gedetailleerde planbeschrijving vormt.
verhoging polderpeil
1
brede gevarieerde groene randzone
centrale as rmet knotwilgen
N
h WW \ \\\ v \}
II
//)
A*,
_
H--—
/
\ —
structureel opgenomen bijenblokkken
—-— -
/ue
innovatieprogramma testen oper alfopen nok
—A
bloemrijke onderbegroeiing zon en schaduw zaadmengsels en passend beheer
brede gevarieerd groene randzone
\
Planonderbouwing aspect Biodiversiteit
Zo kan de oostelijke groenzone, oorspronkelijk
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 8
s
LANDSCHAP: ZONNEPARK A59 OOSTEF
O ff
O
Pé
ah‘
V N“. \ \
\
\
6
’s
--q \\\\ \\) \\\\\\.
\\ \\ V
\\\\\
3
1
m -*T
c-.
\W
y i i
\
\ N \ \ \ \\\ \\\\\\. \
\ \
He A V a \ .\ \ \ 1
T\ T \ \ \
s
\ 'Ij
1/
\
3
1 \°
01
\ \ \ \ \ \ \\ \ \ \ \ \ \ \ \
%
A
%’ Ft
\\\k \ \ A La
\\
\I .
P \' \ \
A \ \ \ \'
NNmV
o
\
■ èN
\
N\
X
A
MA
3
%1 t
\
)
“l \ \ \ 0 e T•%. \ \ \ X \ N — —
LEGENDA
\ \ '
\\\\vvv
Interne infrastructuur en transformatoren
__
0100
— Veiligheids-hek
Panelen met halftransparant toppaneel
O
Panelen met brede open nok
I
Stuwtje Hillenweg Verhoogd waterpeil
Bloemt schaduwvegetatie tussen/onder panelen Bloemrijke droge hooilandvegetatie in zon zones Natte hooiland- en oevervegetatie
• \ \ A M.
Poel
N
Meidoornhagen
ec w i
Ar-
N
A
Struweel-Bosje
“a
es
ap
h
w a“ . \\
SMARTLAND
♦
Intogratod spatial sclutions for s.stainabla urkan dolths 0
50
100
150'
200
50m
0%
••
Knotwilgen langs Hillenweg
Dode boomstam ‘i
1,1 (58
70Ua. (0
-
V
AD
Versterken en uitbreiden bestaande houtwal
8
R
,a
a * {
I
o
Bijen blokken onder panelen Route ree Recreatief fietspad langs kreek het Kromgat
Bankje met infopaneel Ondergrondse riool-persleiding met zone
IM £ Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 9
1.3 Biodiversiteit aan dat er veel potentie ligt in zonneparken. Hoe wel de oost-westoriëntatie niet optimaal is voor biodiversiteit, benutten wij alle mogelijkheden op de waarde te optimaliseren. Ad 2. Variatie in openheid is te realiseren door op regelmatige afstanden bredere open stroken of groene overhoeken in te passen, bv in combina tie met watergangen en/of beheerpaden. Hier is
Biodiversiteit Hoofdthema is hier de rijke kleibodem, de Donge en de waaier van voormalige kreken. Natuurtypen die passen bij deze bodem zijn zeldzaam omdat deze bodems voor vrijwel 100% in gebruik zijn als landbouwgrond. Met name geldt dit voor verschil lende typen Essenbos, potentieel zeer structuur- en soortenrijke bossen. Een zonnepark op deze basis biedt mogelijkheden om een deel van deze natuurpotentie tot uiting te laten komen.
k
. ha
V "9,
derg,*
I
L________ ! ____
soortenrijk hooiland te realiseren en door beheer duurzaam in stand te houden. Ad 3. Vochtige kleibodem is eventueel te verster ken door minder diepe ontwatering. Ad 4. Dood hout kan relatief eenvoudig worden
Kenmerken kleibos: 1. Late bladzetting en daardoor gevarieerde struc tuur met afwisseling van zon en schaduw, 2. Variatie in openheid (door openvallende plekken in natuurlijke bosopbouw en -dynamiek) met plaat selijk soortenrijke gras- of hooilanden, 3. Vochtige kleibodem als basis, 4. Dood hout met hoge omzettingssnelheid (door kalkrijke bodem)
V
planten onder bos
toegevoegd door stammen (van een lokale hout kap) onder de panelen aan te brengen.
Zonneparken kunnen eigenschappen hebben zoals die ook in natuurgebieden voorkomen: halfschaduw, vochtige bodem, afwezigheid mest- en gifstoffen en extensief beheer
Ten slotte zullen in het beheer en onderhoud materialen en methoden worden toegepast die de biodiversiteit niet nadelig beïnvloeden.
L Wheees
htheha ■planten onder paneler
Principe schaduwvegetatie op basis van bos-ondergroei
w
Ad 1. Opstelling van de panelen zorgt voor stro ken halfschaduw op de bodem. Eigen onderzoek samen met Biodiversiteitscentrum Naturalis toont
- W 3
r» «.
.
t
k Vr
Steeds minder insecten Gevangen insecten in Duitse natuurgebieden per val, in gram per dag
Sl
2e *
10...............................................................................
m
8 1 L___________________________
__ 0
2___
____:_________ 2,____2
____ 2
6 ■ .
-~gs d
4
__
Natuurlijke bloemrijke schaduwvegetatie onder de panelen
I % Ap
V
V
•5
2
*
gsz51
4
2
N’o
■■
o----
ge
X
— 1.20
1989 l
1 ,
. OIROUW SS BRON PLOS ON
emse "em
2016 !
maëzamaca
E 4
a ■
} r"
8
y"hdh
k
-
XI
4
I
l’.
Ei
s
g3 7
&
yE
22 8
A 52222
t
Grote soortenrijkdom op kleigrond-halfschaduwvegetatie en dood hout
Alarmerende afname van insectenfauna in het landelijk gebied
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 10
S
ZONNEP
OOSTERHOUT ING ECOLOGISCHE STRUCTUUR
7 I
vei
ecoogische verbindi Donge - Bosgebied A
ertak
\
i
versterken ecologische verbinding Donge - Kromgat
\ uitwisseling groenelement polder met groenzone Kromgat \ 1
\• \\
\
\ ) )
We zien dit project daarmee niet als 'inpassen' van zon in het landschap, maar als 'inzetten' van zon in het landschap. Dus natuurversterking, zo mogelijk gekolppeld aan de bestaande natuurstructuur, die mogelijk is door de verbinding met een project van zonne-energie.
versterken ecologische verbinding Bosgebied Amertak- kreekrest Otterkil/Gooikensgat
Vochtig hooiland op kleibodem met fluctuerende grondwaterstand
$
N
A
Voorafgaand aan de planvorming is door een ecol ogisch adviesbureau een Natuurscan opgesteld. Uit deze studie zijn een aantal belangrijke doelsoorten afgeleid. Deze zijn hieronder afgebeeld. Daar naast zijn algemene ecologische doelen gesteld op basis van de aangegeven neergaande trend van bijvoorbeeld de insectenfauna in het landelijk gebied. Deze wordt mede veroorzaakt door het ontbreken van bloemrijke vegetaties, zoals natte hooilanden, die hiervan oorspronkelijk wel veel zijn voorgekomen. Deze analyses vormen de basis voor de ecologische maatregelen zoals die in dit plan concreet zijn gemaakt.
3
\\ '\
\
Natuurscan en Doelsoorten
o
50.
100
200
50m
sOa
0
w
Groencompensatie Zonnepark Hillenpolder
Groencompensatie Centraal in het plangebied ligt een oude bouw plaats met toegangsweg, met een doorgeschoten elzenhaag rondom, en enkele hoge uitgegroeide schietwilgen, enkele oude fruitbomen en veel braamstruweel. In het voortraject is besloten dit bosje te verwijderen en te compenseren als perma nente natuur in de Kromgatzone aan de oostzijde. Hier kan het groenoppervlak een betere functie hebben als versterking van de ecologische structu ur in noordelijke en zuidelijke richting gekopppeld aan NNN gebied langs de Donge. In de vorm van de Werkgroep Biodiversiteit is vervolgens verder nagedacht over de concrete invulling van het groen. In deze werkgroep zijn Brabantse natuurorganisaties en privépersonen met persoonlijke binding met het gebied verenigd. In deze groep zijn verschillende mogelijkheden voor
optimalisatie van biodiversiteit bediscussieerd. Deze mogelijkheden zijn veelal opgenomen in het plan of gemotiveerd afgevallen waneer dat niet mogelijk was.
Het volgende hoofdstuk is geheel aan aan deze voorstellen voor bioidiversiteit gewijd. In de laat ste hoofdstuk is een totaaltabel opgenomen met daarin alle ingebrachte voorstellen per deelge bied vanuit ontwerpteam en werkgroep. Daarbij is tevens aangegeven hoe ermee is omgegaan: opgenomen, genuanceerd aangepast of af gewezen, inclusief motivatie.
a ) ,)
, —
pi
k3 k
E
yL 47
" % %
J
Q Grote Modderkruiper
Liq -q
•z 202
A
** 3 .3,
,3*345
Lx
.•7 KaS.s.
2,
2
) 9
lx’ % 1
8 2 -3 gh
3’
AI pen watersalamander ■i 5.1,2,e
d d--eF A., 1
Doelsoorten vanuit natuurscan 5.1,2,e
A-mw28hs
NX 19, #
pWaan "Ab»v • ■ p;v. 44,
■
•A
"n. 20
a" —N
",2 3
1 i
' ag r .438/060 " 81,,;■ A2e 1. < 27*665 é e 28X
Goes en Groot, 2018
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 11
1.4 Waterhuishouding Waterveiligheid en waterhuishouding Met de afsluiting van de Donge en het graven van de Amertak is de primaire waterkering van de Zuid westelijke Delta sterk op de voorgrond gekomen in het plangebied. De vrijwaringszones rondom deze kering respecteren we in het plan door in deze zone geen panelen of hekken te realiseren. Hiermee wordt geen barrière opgeworpen voor het duurzaam handhaven van de waterveiligheid.
Deze laatste bedijking past overigens in een lange reeks. De Donge, de voormalige kreken en het tus senliggende kleilandschap zijn in de geschiedenis allen bedijkt en geleidelijk getransformeerd. Dijken zijn verlegd, verhoogd of vergraven, polders zijn aaneengegroeid, peilen zijn verlaagd ten behoeve van de landbouw. Bijzonder daarbij is een fase als wilgengriend, in open verbinding met de kreek
Kromgat, die later met een nieuwe bedijking weer is opgeheven.
Het plan respecteert de huidige waterhuishoudkundige situatie. De afwatering loopt naar het zuidoos ten toe, via de bestaande A-watergangen langs de Hillenweg. Beheerstroken voor deze watergangen zijn in het plan opgenomen als vrijgehouden beheerzones. Aanleg van het zonnepark betekent feitelijk dat de stringente eisen aan het watersysteem kunnen worden versoepeld. Peilen kunnen weer iets hoger kunnen worden ingesteld en natuurlijke fluctua ties weer toegelaten, feitelijk een situatie die een halve eeuw geleden nog bestond. Deze mogelijk heid is in het bijzonder aantrekkelijk omdat we ons in de 'Naad van Brabant' bevinden, de overgang van zand naar kleilandschap. Hier klomt regionaal
schoon en kalkrijk kwelwater omhoog dat als basis zou kunnen dienen voor bijzondere vegataties. Met name in de oostelijke zone zou dit de basis kunnen zijn voor vochtig tot nat hooiland.
Sd
</g
.......... : ■
In het plan stellen we een aanpassing van het polderpeil voor. Zie de kaart hieronder. Dit is in samenspraak met het waterschap vormgegeven, als onderdeel van de optimalisatie van het plan voor met name biodiversiteit. In het volgende hoofstuk wordt dit in meer detail beschreven
g )j
V
"A
i
A
I
N\
x
0
V
De hiernaast weergegeven gedetailleerde hoogtekaart toont de huidige fysieke situatie. Ten zuiden van de hooggelegen snelweg A59 een lage relatief vlakke polder met hooggelegen randen, de Statendamweg aan het Amerkanaal en het bedijkte en recreatief ontsloten Kromgat op een midden niveau.
c
Mhkhs-zmem-NK d \--- m Reliëf van de polder ten opzichte van de omgeving
ZONNEPARKA59 OOSTERHOUT
ZONNEPARK A59 OOSTERHOUT WATEREN, N, PF PRIM.IAIRE WATERKERING en VI'RIJWARINGSZONES
Donge buitendijks
VOORSTEL GRONDWATER BERGING DOOR PEILVERHOGING
N_-
primaire waterkering Donge
A \::: \:
v
I
vrijwaringszones primaire waterkering Aen B
e3
V
//1
(grond)waterberging door mogelijke peilopzet van -0,65m naar - 0,20m NAP +/- 20cm (mvca +0,50m NAP)
eh
mogelijk extra vern. door afschrapen teeltlag: (20 cm) 2
Kromgat
bestaande waterinlaat vanuit Kromgat
\
B wat (grond)waterberging door mogelijke peilopzet van -0,50m naar - 0,1 Om NAP
\ Amertak
+/- 20cm (mv ca +0,60m NAP)
A watergang
A watergang
handhaven bestaand peil en afwateringsroute
N RWZI
N
A
0
50.
100
200
\\ 2s
N
\
Themakaart Waterhuishouding Zonnepark A59. Primaire waterkering, vrijwaringszones en A-watergangen
A
o
50
100
200
>0m
0
w
Kans voor peilopzet. Naderhand te bespreken met Waterschap
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 12
1.5 Ruimtelijke kwaliteit landschapsstructuur.
Ruimtelijke kwaliteit gehele park
Oostrand met fietspad
Bij Zonnepark Hillenpolder wordt de landschap pelijke structuur vooral bepaald door de waaier van kreken. Deze accentueren we vanaf de hoog gelegen A59 door middel van een aantal zichtlijnen en groenelementen.
Zoals aangegeven wordt dit vaak omschreven aan de hand van de drie E's. Economisch: een heldere vitale functie in het landschap; Ecologisch: een bijdrage aan biodiversiteit en koppeling aan ecolo gische netwerken; Esthetisch: een inrichting die is ontworpen vanuit eigen kwaliteit, beleefbaarheid, en balans met de grotere landschappelijke struc tuur.
Op een lager schaalniveau accentueren de beheer paden en poldersloten de langerekte kavelstructuur in de polders, met name vanaf de westelijke Statendamweg. Hier verzacht een struweelhaag het zicht op panelen en veiligheidshek, maar de weg ligt zo hoog dat het zonnepark wel zichtbaar zal zijn, wat past bij een belangrijk en vitaal element in het landelijk gebied.
De plaatsing van de panelen zelf is technisch effi ciënt, maar reageert met name ook op het zicht va nuit recreatieve routes met een lage ligging en lage snelheid. De vormgeving van grote panelenvelden met beheerpaden, open zones en toegevoegde beplantingsstructuren reageert met name op het zicht vanuit de hooggelegen infrastructuur, en speelt in op het schaalniveau van de bestaande
I
ZONNEPARKA59OOSTERHOUT LANDSCHAPPELIJKE STRUCTUUR en ZICHTLIJNEN
r,
SLUISPLAAr
- RAi
DERTIG
/
PUSEN
f
De oostrand behoeft een meer gedetailleerde aanpak. Hier loopt een belangrijk recreatief fiet spad tussen Geertruidenberg en Oostrhout, langs het Kromgat, onderdeel van een uitgebreid paden netwerk. Op het AHN reliëfbeeld hiernaast is de exacte hoogteligging van het fietspad aangegeven. Deze ligt soms op de waterkering (oranjerood), soms erbuiten (oranje), maar soms ook erbinnen (blauw), feitelijk in de polder, met relatief steile overgangen daar naartoe (paars).
V
LAGE zWALUWE
>0NKSVEI
RI
~X 3ER6SCHEN
W''
%
»~(42) 40— (41) (43y*,
[96)
HSpGE zwALUWE
-e
5*
‘ 3)
Iade
WASPIK-ZUID
) l f/ r (74) *- - - DEKHQUT ^9^
o
‘S GRAVENMOER
(87--
Oosferhout ƒ
EG
2
"TERHEDEN
PLSE Hi
[75]
OOSTEIND
(30 (6 [34)
TETERINGEN NOORD1
4
-BREDA A
9 3)
[91)
v> "PRINSENBEEK
— ÉWASPIK ----
RAAMSDONK
rij
WAGENBERG
y
Vanaf de hogere posities op de waterkering is een transparante groenzone voldoende, maar waar het pad laag in de polder ligt is enige afstand en een natuurrijke groene inrichting essentieel. Waar het pad buitendijks langs het water loopt is het park gevoelsmatig ver weg en is afscherming niet noodzakelijk. Sterker nog, het park mag vanaf hier gezien worden, schone energie als essentieel deel van onze duurzame samenleving. In de visuali saties in paragraaf 7 is de toekomstige situatie op de verschillende locaties in beeld gebracht.
DRIMMELEN
/
Y
rDongen,
<,
[52]
r-l
(40 -- - " [88)/BOSWACHTERIJ 5 DORST y_- Rijen87146) (42) ó
.. \
"K HULTEN i
V
Fietsroute Geertruidenberg - Oosterhout - Breda
lu
I sturen van zichtlijnen vanaf recreatieve fietsroute langs kreek het Kromgat
accentueren van de richting en waaier van voormalige Biesbosch-kreken
%
V
( accentueren van de richting van de polderstructuur
M6
;4
DUIK/KLIM LAAG LANGS RIET
O (4,
Te
ademunk aomeee«Ki xees2e0j
\
#F8
-
B2
ggg ca 88
4*0, a"
N
0
50
100
200
>0m
Themakaart Ruimtelijke kwaliteit Zonnepark Hillenpolder
0
53
teg.
2
rP Mi
A
u vO
h
189,
V
"3
\\
8
.23.
El
accentueren van de richting van de polderstructuur
OP DIJK
,>. w.
LAAG LANGS RIET
—
760 92 ,2
8Es
v
LAAG LANGS RIET
DUIK/KLIM OP DIJK
LANGS WATERKANT ACHTER DIJKJE
K
Fietspad langs het plangebied, met open polder en A59
Hoogteverloop van het fietspad langs het Kromgat Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 13
A
4
A
1
A
+
+
X
/
223
2 68 a.3.
>
Wec.
3
N-
3
X-
.3.
•4=
ie
16
5* 3
03
20.8*
o0 *$
36
-
gex*AV
-3
g
1
• . a et
9 p5pusgaay2i2ëgëzpHde 302-,3 -
n “‘yi,s
tgi227
79,61203200
o
8*
1) 9
%
■. 4
4)
4 *g, .i 3239924 ■' S
tGm*6s rëfe NE98h8888
sogHu2e 98i4NmëV*
5 12
«03
28“ „"aeüee 0,
e.
"yzgn
E6/,/932jë-DAAEAgFaA‘*,
13242
‘2
e:
Spl 225 S859262502 ge
525254
625 1227 982,’ "5"
(V
6 4"
-3
-
■
-
.
‘ aa
2. Uitwerking Biodiversiteit
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 15
2.1
Maatregelen biodiversiteit
2.1.1 Maatregelen Algemeen Verhoging polderpeilen Een belangrijk kenmerk van de Hillenpolder is de ligging in de ‘Naad van Brabant’, de overgang van het zand naar de klei. Hier kwam oorspronkelijk voedselarm maar kalkrijk kwelwater aan de oppervlakte, met bijzonder rijke schraallandvegetaties tot gevolg. De lage polderpeilen ten behoeve van de agrarische functie hebben deze kwel onbereikbaar gemaakt voor plantenwortels en daarmee deze natuurkwaliteit vrijwel laten verdwijnen. De functie als zonnepark biedt nu de mogelijkheid om het lage agrarische peil te verhogen.
20cm, dus een zomerpeil van -0,20m NAP en een winterpeil van +0,00m NAP. Daarmee wordt ook hier de drooglegging in de zomer 0,70m en in de winter 0,50m. In de uitvoering dient de peilopzet pas na de aanleg van het zonnepark ingesteld te worden. De watergangen langs de Hillenweg worden daarbij ‘afgewaardeerd’ van A naar B watergang, wat betekent dat het beheer bij de pachter of eigenaar komt te liggen, en bovendien de eisen aan de beheerbaarheid iets minder streng worden.
2.1.2 Maatregelen Panelenveld
Aanpassing Panelen-opstelling In een eerder fase is besloten panelen in oost-west opstelling toe te passen. Het is bekend dat dit niet optimaal is voor biodiversiteit, maar aanpassingen worden gedaan, mede op basis van recent TNOonderzoek, om deze opstelling te optimaliseren. Zo worden als deel van het ‘Innovatieprogramma Zonnepark A59’ een aantal maatregelen opgenomen. Ten eerste worden de panelen in ‘landscape-positie ’ opgenomen, met voldoende brede naden tussen de panelen. Dit zorgt voor een behoorlijk gelijkmatige doorvoer van regenwater naar de bodem.
Het waterschap heeft op ons verzoek deze mogelijkheid beoordeeld. Het heeft aangegeven dat er zowel vanuit stabiliteit van de primaire waterkering, als vanuit het overige poldersysteem geen bezwaar is om het peil te verhogen, mits de zuidelijke randsloten op gelijk peil blijven. Een kleine stuw aan beide zijden van de Hillenweg is noodzakelijk om dit te bewerkstelligen.
Ook wordt een deel van de opstellingen uitgerust met half-transparante nokpanelen. Samen met een basis nok-opening van ca 30 cm levert dit een halfbelichte zone van ca 2,20 meter. In het gedeelte over de ondergroei wordt aangegeven hoe hierop met de keuze en toepassing van de zaadmixen wordt ingespeeld.
Daaruit volgt dat we als biodiversiteitsmaatregel deze peilverhoging gaan doorvoeren. Westelijk van de Hillenweg zal het middels een schotbalk- of anderszins regelbaar stuwtje worden opgezet van -0,50m NAP naar gemiddeld +0,00m NAP. Het maaiveld bedraagt hier gemiddeld +0,60m NAP, waarmee de gemiddelde drooglegging 0,60m wordt.
Daarnaast worden in de meest zuidoostelijke hoek oost-west opstelling met een ruimere open nok toegepast door hierin de nokpanelen weg te laten. Samen met een basis nok-opening van ca 30 cm levert dit een volledig belichte zone van ca 2,20 meter met aan beide zijden een halfbelichte zone van ca 1 meter.
Als aanvullende biodiversiteitsmaatregel organiseren we bovendien een natuurlijk peilverloop met een fluctuatie van 20cm, dus een zomerpeil van -0, 10m NAP en een winterpeil van +0,1 Om NAP. Daarmee wordt de drooglegging in de zomer 0,70m en in de winter 0,50m.
Ten slotte wordt de in principe oost-west opstelling plaatselijk enkelvoudig toegepast, dus alleen oost of alleen west, ten behoeve van een efficiëntere benutting van het oppervlak van het zonnepark, waarmee ruimte voor groene randzones wordt vrijgespeeld.
Oostelijk van de Hillenweg zal het peil middels een tweede stuwtje worden opgezet van -0,65m NAP naar gemiddeld -0,10m NAP. Het maaiveld bedraagt hier gemiddeld +0,50m NAP, waarmee ook hier de gemiddelde drooglegging 0,60m wordt, ook weer met een natuurlijk peilverloop en fluctuatie van
Hekwerk en transformatoren Het gehele zonnepark moet om verzekerings technische redenen afdoende worden beschermd tegen mensen en groter wild, die beide schade aan de installaties kunnen doen of zelf gevaarlijke schade kunnen oplopen. Brede watergangen als
bescherming zijn hier realistisch niet mogelijk. Een hekwerk met een hoogte van 1,80m is noodzakelijk, inclusief camerasysteem. Voor fauna en beleving worden een aantal aanpassingen gedaan.
Zo wordt het hekwerk 20cm los gehouden van het maaiveld, zodat kleine en middelgrote fauna (haas, das, vos, patrijs, fazant, etc) het park ongehinderd kan betreden. Daarnaast wordt in vier hoeken van het zonnepark een uitspring-voorziening voor reeën opgenomen, voor het geval een ree onverhoopt toch binnen de hekken terecht komt. Het hekwerk krijgt een duurzame kwaliteit in de kleur dennengroen. In deze kleur worden ook de transformatoren uitgevoerd.
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 16
2.1.3 Maatregelen Randzones Groenerandzones Rondom het zonnepark realiseren we groene randzones, die het park landschappelijk inpassen en fors bijdragen aan de biodiversiteit. De inrichting is afgestemd op het historische of het huidige landschap. Daarnaast realiseren we ook een centrale groenzone, door de Hillenweg groen te accentueren. De zones worden onderstaand apart beschreven.
Kromgatzone Oostelijk van het zonnepark realiseren we de groene Kromgatzone, gelegen tegen de voormalige kreek het Kromgat, en met een gevarieerde invulling afgestemd op de huidige situatie, natuur en recreatie. In het noordelijk deel, waar een vrijwaringszone van de primaire waterkering langs de Donge een onbebouwde zone bepaalt, realiseren we half open struweel. Deze bouwt voort op het bosgebied aan de andere zijde van de Donge als onderdeel van het Brabants NatuurNetwerk (BNN). De soortensamenstelling wordt in de volgende paragraaf apart besproken. In het middendeel, dat voorheen een getijdemoeras met dotterrietland was, realiseren we een natte hooilandzone met haag en daarin twee poelen. Hiervoor schrapen we de bodem 20 cm af, zodat, in combinatie met de peilopzet een winterdrooglegging van 30 cm ontstaat en een zomerdrooglegging van 50 cm. Hierin wordt een natte hooilandvegetatie gerealiseerd. Daarin twee poelen, op basis van standaard optimale maten en vormgeving voor poelen, zoals een omvang van ca 500m2, een centraal punt met waterdiepte van 1,20 meter, en verschillende taluds voor noord- en zuidoever. Het uitkomende materiaal wordt verwerkt in een walletje (30-50 cm hoogte) direct langs het zonnepark, waarop een gemengde haag wordt aangeplant. Hierbij wordt rekening gehouden met nietoverspringbaarheid van het achterliggende hekwerk door reeën.
Bovendien wordt aan de Kromgatzijde van de haag een droge beheerstrook overgelaten
die niet wordt afgeschraapt. De soortensamenstelling wordt weer apart besproken.
In het zuidelijk deel, dat iets hoger ligt en deels de oude kade langs het Kromgat beslaat, realiseren we droog kruidenrijk grasland. Hier ligt het fietspad direct langs het water en dus op enige afstand. We realiseren hier een bankje en informatiepunt, onder andere over de biodiversiteit, waarover meer in een volgende paragraaf.
Statendamwegzone Westelijk van het zonnepark, langs de Statendamweg, realiseren we een brede en eenduidig ingerichte groenzone. Deze vormt een verbinding tussen het bos ten noorden van de snelweg, de groenstructuur rond de RWZI en het groen rond de voormalige Otterkil met onder andere de IVN Natuurtuin Oranjepolder. Hiervoor wordt een forse gemengde landschapshaag aangebracht, tot 3 meter hoog zodat het hekwerk en het zonnepark grotendeels wordt afgeschermd. Ook hiermee versterken we de genoemde waaierstructuur van voormalige Biesbosch-kreken. De sloten blijven open zodat de onderliggende oostweststructuur gehandhaafd blijft. Aan de rustige oostzijde van de landschapshaag realiseren we een gradiënt van zoom- en kruidenvegetatie als basis voor heel veel insectenrijkdom. Ook brengen we hier dode boomstammen aan, met name als habitat en nestelgelegenheid voor diverse insectensoorten van kleibosmilieu. De soortensamenstelling van de haag en de kruidenvegetatie wordt weer apart besproken. Oranjepolderzone Zuidelijk van het zonnepark, aan de rest van de Oranjepolder, realiseren we een smalle groene randzone. Deze heeft als voornaamste functie de geleiding van reeën vanuit de Donge en Kromgatzone naar de Statendamwegzone en Otterkil en vice versa.
Westelijk van de Hillenweg is dit een bredere halfopen zone langs de bossages van de RWZI met hooilandvegetatie en enkele kleinere bossages. Oostelijk van de Hillenweg een iets smallere halfopen zone, van 6 meter buiten
het hekwerk. Hier moet waterbeheer door het waterschap mogelijk blijven waardoor ook hier slechts hooilandvegetatie met enkele kleinere bossages wordt gerealiseerd.
Centrale groenzone Ten slotte realiseren we ook centraal in het gebied een groenzone. Ook deze draagt bij aan de heldere landschapsstructuur van de waaier van kreken. Hiervoor realiseren we langs de Hillenweg eenzijdig aan de westzijde een laanbeplanting van knotwilgen. Deze worden zodanig geplaatst dat het beheer van de watergang mogelijk blijft en de brandweerbereikbaarheid gewaarborgd is. Bovendien zal de beheerhoogte van de wilgen zodanig zijn dat nauwelijks schaduwwerking op de panelen optreedt. De wilgenrij eindigt aan de noordzijde in een landschapsbosje aan het einde van de Hillenweg tegen het talud van de A59. Wilgen staan bekend om de zeer grote betekenis voor insecten. Deze groenzone heeft daarmee een betekenis als vleermuis jachthabitat. Het zorgt daarnaast voor een interne connectie van alle groene kwaliteiten tussen en onder de panelen, van de paden en oeverzones langs de interne watergangen.
2.1.4 Nestel mogelijkheden insecten
Binnen het plan worden meerdere fysieke voorzieningen gerealiseerd voor fauna. Ten dele natuurlijke elementen, ten dele kunstmatige toevoegingen. Wat betreft natuurlijke faunavoorzieningen realiseren we voor gravende insecten de genoemde grondwalletjes onder de hagen, en daarnaast mogelijk steilrandjes aan de watergangen binnen het terrein. Voor borende insecten realiseren we dood hout in de overhoeken aan randen van het panelenveld, in de groenzones en boven de persrioolleiding in zuidoosthoek. Wat betreft kunstmatige faunavoorzieningen integreren we standaard, dus ca 50 ‘insectenblokken’ in de constructie van het panelenveld. De exacte materialisatie hiervan en de bevestiging in de constructie wordt de komende periode technisch en ook verzekeringstechnisch onderzocht. Deze nieuwe ontwikkeling van structureel meenemen van nestelvoorzieningen in de constructie wordt als deel van het Innovatieprogramma uitgevoerd en toegepast.
2.1.5 Beleving
Om de productie van schone energie, en de daaraan gekoppelde bijdrage aan biodiversiteit, zichtbaar te laten zijn als onderdelen van het nieuwe landelijk gebied, wordt ook aandacht besteed aan de zichtbaarheid en informativoorziening. Met name het recreatieve fietspad langs het Kromgat is de zone met het voornaamste directe contact van het publiek met Zonnepark A59. In het plan is daartoe in de zuidoosthoek aan het Kromgat een bankje met infopaneel opgenomen, van waaruit deze combinatie het meest beleefbaar is. In de visualisaties is het beeld vanaf dit punt weergegeven.
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 17
MAATREGELEN BIODIVERSITEIT IN LANDSCHAP ZONNEPARK A59 OOSTEF
g
O ff
O
*p
Pé
V \ \
•*C
m
c-.
_______
II
o
I
\\ \\ V
—= —
1
HM o______
------e. □
_ _____
——
r n r? %, -WN
e
v\
■■
V1/
qN
s
mtmvenum
a----------
o
•2
---------- V
%
NS
1
.°
—
o
Ft
__
■ è
o
0
o
%
t
N
o
t
Halfschaduw onder deel panelen
o o
Halfschaduw onder panelen met brede open nok
o
t
-c
9
•v +
O
795
A
A
50
100
150'
200
Bloemrijke droge hooilandvegetatie in zon zones Natte hooiland- en oevervegetatie Poel
A
•x--h \
Meidoornhagen
69
Struweel-Bosje
d
( 8
50m
\
70Ua. (0
-
V
AD
e•
k
"IAj «
Intogratod spatial sclutions for s.stainabla urkan dolths 0
Bloemr. schaduwvegetatie tussen/onder panelen
m --------------------
“hwo
SMARTLAND
Verhoogd waterpeil
0
o
/1e, » N
Stuwtje Hillenweg
o
o
o
0."
Interne infrastructuur en transformatoren
__
— Veiligheids-hek
0
\
LEGENDA
o
4
o
O
c
o
o
4
\
1
o
o
\N
-
I 1
l 0
o
a
°
goë
%
0
T
= _________________
o
0-
o
2——
o
—___ __
-*•
x X
A
o ____ o
.......... ...
o
-V (
_ e__
Versterken en uitbreiden bestaande houtwal
Knotwilgen langs Hillenweg
Dode boomstam
N ■-
,a
a
o
Bijen blokken onder panelen Route ree Recreatief fietspad langs kreek het Kromgat
Bankje met infopaneel Ondergrondse riool-persleiding met zone
A A
IM K Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 18
2.2 Zaadmixen en beplanting 2.2.1 Uitgangspunten beplanting
In de verschillende groene elementen van zonnepark A59 passen we landschaps- en streekeigen beplanting toe. De onderstaande opsomming beschrijft deze concreet per groenelement. Dit is gebaseerd op de basisanalyse van het gebied, namelijk kalkrijke kleibodems in de Naad van Brabant (dus met lichte regionale kwel), wat door een peilverhoging tot een drooglegging van ca 50cm tot in de wortelzone van de beplanting kan komen. De voorstellen zijn daarnaast gebaseerd op de suggesties van de Natuurtuin Oranjepolder, op vegetatiekundige kennis van Smartland, wat betreft onderbegroeiing op kennis van bijenvriendelijke beplanting door 5.1,2,e Koster, op de Bloeiboog-app van Naturalis, en op basis van in de handel beschikbare zadenmixen, bijvoorbeeld die van de Cruydthoeck. Wat betreft de soortsamenstelling van de struwelen wordt deze gericht op vrucht- en besdragende soorten ten behoeve van vogels, gekozen eveneens op de suggesties van de Natuurtuin Oranjepolder, op vegetatiekundige kennis van Smartland, en op Handboek Bosgemeenschappen vdWerf.
2.2.1 Ondergroei panelenveld
De bodems zijn hier goed doorlatende kalkrijke zavelgronden, en de bezonning is gevarieerd. Op basis hiervan zijn zeer soortenrijke hooilandvegetaties van het glanshaververbond mogelijk in de zonnige looppaden en overhoeken. Daarnaast zijn rond de middenzones onder de panelen bloemrijke schaduwvegetaties mogelijk, zeker waar die open nok of een halftransparante nok hebben. We passen in de zonnige paden en overhoeken een mengsel toe van de volgende soorten: Bloemenmengsel G2 Cruydthoeck of vergelijkbaar: duizendblad, fluitenkruid, gewoon barbarakruid, knoopkruid, klein streepzaad, wilde peen, gewone berenklauw, vertakte leeuwentand, gewone margriet, pastinaak, smalle weegbree, gewone
brunel, scherpe boterbloem, kleine ratelaar, avondkoekoeksbloem, boerenwormkruid, gele morgenster, rode klaver, vogelwikke, smalle wikke Daaraan voegen we zo mogelijk extra toe 10 van de volgende soorten: bijenkorfje, sintjanskruid, slipbladige ooievaarsbek, smeerwortel , vijfvingerkruid, beemdooievaarsbek, hondsdraf, bont kroonkruid, dagkoekoesblom, gewoon biggenkruid, gewone rolklaver, grote ratelaar, vlasbekje, echt walstra, gald walstra, blaassilene. We passen in de beschaduwde zones centraal onder de panelen een mengsel toe van de volgende soorten: Bloemenmengsel 01 Cruydthoeck of vergelijkbaar: look-zonder-look, fluitenkruid, ruig klokje, dolle kervel, stinkende gouwe, klein streepzaad, robertskruid, geel nagelkruid, stijf haviskruid, akkerkool, bosvergeetmijnietje, gewone brunel, knopig helmkruid, dagkoekoeksbloem, boerenwormkruid, bosandoorn, valse salie, heggendoornzaad, echte valeriaan, vogelwikke. Daaraan voegen we in samenspraak met zaadleverancier zo mogelijk extra toe 10 van de volgende soorten: Amandelwolfsmelk, Aardbeiganzerik, Berghertshooi, Boskruiskruid, Boslathyrus, Boswederik, Daslook, Donkersporig bosviooltje, Gele anemoon, Gele monnikskap, Grote maagdenpalm, Muskuskruid, Prachtklokje, Ruigklokje, Slanke sleutelbloem, Vingerhelmbloem, Zwarte Rapunzel, Springzaad, Gele dovenetel, Kruipend zenegroen, Gewone Hennepnetel, Gewone salomonszegel.
2.2.2 Zaadmixen en beplanting randzones Nat hooiland We passen in de natte hooiland zone in de Kromgatzone een mengsel toe van de volgende soorten: Bloemenmengsel G3 Cruydthoeck of vergelijkbaar: Wilde bertram, gewone engelwortel, gewoon barbarakruid, gewone dotterbloem, pinksterbloem, kale jonker, rietorchis, moeraswespenorchis, koninginnekruid, moerasspirea, kantig hersthooi, gevleugeld hertshooi, gele lis, moerasrolklaver,
gewone veldbies, wolfspoot, grote wederik, grote kattenstaart, watermunt, gewone brunel, heelblaadjes, scherpe boterbloem, grote ratelaar, kleine ratelaar, echte koekoeksbloem, poelruit, echte valeriaan. Poelen Het bovenstaande mengsel zal ook de oeverbegroeiing van de poelen in de Kromatzone bepalen. Daarnaast zal zich hierin een natuurlijke vegetatie vestigen van riet, lisdodde, gele lis, oeverzegge, padderus, etc. Hierin willen we specifiek enkele soorten toevoegen uit bestaande poelen met goede waterkwaliteit en soortenrijke watervegetatie, zoals grote waterweegbree, heen, zwanebloem, holpijp, lidsteng, dotterbloem, waterviolier, stijve waterranonkel. Dit in samenwerking met de Baronie en de Natuurtuin Oranjepolder.
volgende soorten: zomereik, zwarte els, meidoorn, sleedoorn, haagbeuk, lijsterbes, hazelaar, vuilboom, gele kornoelje, hondsroos, egelantier, kardinaalsmuts, liguster, gelderse roos, hulst. Aan te planten op kluit (bomen) en bos met in hoofdlijn 3 jarig plaatmateriaal. Knotwilgen De eenzijdige beplanting langs de Hillenweg zal bestaan uit Schietwilg, bomen met grote betekenis voor biodiversiteit. Optimaal worden deze aangeplant vanuit wilgensnoeihout van Natuurtuin Oranjepolder. Het snoeibeheer zal gericht zijn op lage knothoogte van ca 1,5m (tbv eenvoudig beheer) en periodieke uitgroei van de bomen tot ca 5 meter.
Droge kruidenrijke graslanden Op drogere delen van de Kromgatzone en de Statendamwegzone passen we het mengsel ten behoeve van insecten en vogels: Bloemenmengsel G2 Cruydthoeck of vergelijkbaar, met aanvulling zoals beschreven bij het zaaimengsel voor de zonnige paden en overhoeken in het zonnepark zelf.
Gemengde hagen en struwelen Voor de hagen en struwelen van de Kromgatzone en de Statendamwegzone passen we een menging toe van de volgende soorten: meidoorn, spaanse aak, haagbeuk, gelderse roos, hondsroos, kardinaalsmuts, gele kornoelje. Aan te planten op bos met op hoofdlijn 3 jarig plantmateriaal. In het beheer zullen de hagen van de Kromgatzone beheerd worden op een hoogte van 2,00-2,50 meter (inclusief het onderliggende grondwalletje van 50cm), de hagen in de Statedamwegzone kunnen iets hoger uitgroeien, 2,50-3,00 meter.
Struwelen en bosje In de noordoosthoek van de Kromgatzone en het einde van de Hillenweg passen we hogere struwelen en een klein bosje toe, opgebouwd uit de Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 19
2.3 Beheer 2.3.1 Voorbereidend beheer Naast alle genoemde inrichtingsmaatregelen beschouwen we ook een goede voorbereiding als onderdeel van de maatregelen gericht op biodiversiteit van dit zonnepark. Zo zal gepoogd worden tot overeenstemming te komen met de grondeigenaar om 1 a 2 jaar voor de realisatie de oppervlakkige bodem nog te verschralen. Hiervoor dient maisteelt en -oogst worden voortgezet zonder bemesting. Dit zogenaamde ‘uitmijnbeheer’ zorgt voor afvoer van een deel van de onnatuurlijk hoge nutriëntgehaltes in de bovengrond, die daar als gevolg van de zware bemesting de afgelopen decennia zijn ontstaan. Het leidt tot een eerdere verschraling van de vegetaties, betere kansen voor de ingezaaide kruidenmixen en verlaging van de beheerlast na realisatie. Een deel van de percelen is op dit moment als intensieve raaigrasweide in gebruik. Deze zeer dichte grasmat verhindert de vestiging van andere kruiden en betekent feitelijk dat inzaaien geen zin heeft. In aanloop naar realisatie zal worden besloten of deze grasmat als voorbereiding gefreesd, gescheurd of zeer kort gemaaid zal worden. Ook hier is uitmijning met 1 a 2 seizoenen maisteelt een mogelijkheid. Deze ontwikkeling van uitmijnen als voorbereiding voor het zonnepark wordt als deel van het Innovatieprogramma ingezet.
opgaande vegetatie. Daarnaast is het beheer gericht op het realiseren van een zo hoog mogelijke biodiversiteit door geleidelijke verschraling van de vegetaties. De eerste jaren zal dit beheer bestaan uit een halfintensief inrichtingsbeheer (6-4x per jaar maaien/j). Hierbij wordt met verschillend materieel gewerkt, waarbij de maaibalk hoger dan normaal zal worden afgesteld, op ca 10 cm boven het maaiveld. Dit laat rosetten en stengelbases ongemoeid, en geeft daarmee een goede gelegenheid voor insecten om hun volledige leverscyclus, van ei naar rups, naar pop, naar volwassen dier en naar volgend overwinteringsstadium, in het zonnepark te voltooien. Het maaisel wordt in deze eerste jaren afgevoerd. Vervolgens zal, op basis van de resultaten, dit maaibeheer worden afgebouwd richting extensief, 2-1 x per jaar, en uit te voeren zo laat mogelijk in het jaar, mede als voorwaarde voor maximaal overlevingssucces voor de insecten. Vegetatiebeheer watergangen Het beheer van de watergangen zal eveneens extensief zijn, gericht op de ontwikkeling van oever- en watervegetaties en daarmee bevoordelen van waterfauna zoals grote modderkruiper en alpenwatersalamander. Uiteraard zal wel worden voldaan aan de minimale vereisten voor doorstroming vanuit het waterschap.
Het huidige centrale bosje, of feitelijke de doorgeschoten haagbeplanting, zal worden gerooid en gecompenseerd in de groene randzones. Het materiaal zal worden verwerkt als takkenrillen en dode boomstammen in deze groenzones.
2.3.2 Vegetatiebeheer ondergroei en watergangen Vegetatiebeheer ondergroei Het vegetatiebeheer van de ondergroei is gericht op voorkomen van problemen, zoals uitzaaien van exoten of anderszins voor de omgeving hinderlijke soorten, of het overgroeien van panelen door hoog
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 20
9
nf
33 ces
g
5
1•,5
P-
25
Te
F
ë Te
m /
e rre
s3‘
ty N*3
—ass
a
F 2enha.
e
a
-*r.:b
.a
%,hV 15 v
#
A%
6w.2
s*
2gg 1 F
,,6," ,058 2.x hub2-
v
5734", 3’ m
2
%
522
23 . N
Ia
,72
,121,
8 ‘g “
-2
c- F»
a-ü 2
I", 6’ w fe
re’yr
L
i
jëg.t»
2
aTë
"e ó
» e. . C
* 5
22
g
-
1
q"y Med
(0 B5 4-’
,}e’
271. .%, ke
■,
"g. -Tao
M
ë8 *50-,
2,5
6X f 2-d -‘r. * ,
28
35 i.
3042 wa " • 3 gr
{4
,s D .
f,s
CL
b3
gat2' ns%W
e-
■
38
183
N
gs"B
F-
t,
n
0
-
g2-n
s 4
3
M. (S
3
■
4
"
KL,
22538,163%
Nha
Vogelvlucht vanaf de verre zuidoostzijde met overzicht over de totale Oranjepolder
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 21
èhiun-8 =
E-vp
ge
-
. an -ft
, ju’
$
so
-2
ë' ■
#
vo
.2 -
iwi
U
+4
~
.5
’i ft
3
%
ma
■
i:
So
NB
“2-* : 4
28
.--2"3E. Pg
n: a2ü
3:3
m{
C
—
memh ■0ti "«
.•
zg "TH4M
—
-
-
H8 hE I—-Ba
h"
—h-2 n2a 1"8s.-
2.
K_I
v.
"5
.u
-
g.
A | 2' ft
■
VK
3
2 2ë ■
y f I
■ ,f "
.
% A
3
b
}
r)
aN,
230,8
%
ie- !
•’n
r
5
—
w
5
I
N.
■
■
.
ij
, - .<
N
ed
2
% r
/
•4,
— 3
X
ft
ft )
■ft
E20
L.
448 *
I
■ ‘ Py2 ■
l s. 2
<A
8
9,
// u
(3
W1 Vogelvlucht vanaf de oostzijde
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 22
2.4 Profielen en visualisaties I I
ZONNEPARK A >9 OOST DOORS
Visualisaties
ZONNEP
EN ZICHTPUNTEN
EN ZICHTPUNTEN
j
E
y,
Naast de toelichtende kaartjes is het plan in beeld gebracht via een aantal vogelvluchten, ooghoogtevisualisaties en doorsneden.
\
A
V
A
Deze worden op deze en de volgende pagina's weergegeven, steeds vergezeld met een plaatsaanduiding in de plankaart.
A59 OOSTERHOUT DOOF
JUT
V*
X
\ V4
G
g
g
G
V
/
K
/
kavelgrens
I I I I I
kavelgrens
4
28
hek
_
I
hek +3.48m NAP
p--*-
—
-aMl
n
K
€7___
+0.70m NAP
3.00——0.50 —
— 0 50 —---- 3.Q0 —- 0.50 —
anelen
begroeid beheerpad ■4 T 4+
4
+
sa
◄
---------------+0.47m NAP
dichtere houtwal
fietspad
+--------
■4
Doorsnede BB', Noordoostzijde waar fietspad hoog ligt
groeid eerpad
meidoorn haai
natte natuur
9
+
t:
+
sloot
fietspad
4
Doorsnede CC', Oostzijde waar fietspad laag
2a
4 0F %
ee
ea. e
S
"*
,.4
2
, O'
2
12
tv
*4
—-ppaek -
.A2" He 7e
;uposnj
*2 2d29 -
"
-1,
,
Aef" 9 » V*
506
teme
Ma 3
20
a
na ME e—e ' 82322455
2*
3
gom
65
w
bj.4 g26f
a
1
uzde
—
a &
s j-,ov
-
N"
. 1I
sE C 1
- s-g--
.——ren-
22124 *23#=*NM2T 2
■ "-d
3,550
N
■ ge
2= «a“ —g . N8 » *5 72 ëgë3ëtseuyweggeggsëëa
3*i,0
ehE,
■____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ ;_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________■_______________________________________________________________ -
5
Zichtpunt I, Noordoostzijde waar fietspad hoog ligt
Zichtpunt II, Oostzijde laag Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 23
I
I
ZONNEPARF
ZONNEPARK,A59OC
59 OOSTERHOUT
DOOf
DOORSNEDEN EN ZICHTPUNTEN
y
y-
JT
EN ZICHTPUNTEN
.1
),
\
A
*
V
K V
G
V
N
G
K
1
G
G
/
&
hek
------ abedasuedatil.u
■KI. ik-- -i.
\
L...-
I I I I I I I 4 I I I I 4 I
◄ +1.96m NAP
_ L______ +0.80m NAP
zonnepanelen
+
groene zone
+
oude dijk
+
G.
2
kavelgrens
kavelgrens
*9}2
9
hek
*
+2.64m NAP
2 +1.06m NAP
G
+
4
+
+
T
T
begroeid beheerpad
meidoorn haag
sloot
weg
0.8
—3.00
+0.64m NAP
fietspad 4
2236
___ 4
zonnepanelen
T+
4
Doorsnede GG', Westzijde met Statendamweg
Doorsnede DD', Oostzijde met fietspad achter dijkje
5 L
(./
Ma.
ea
• ..
I
-
dhn
e ëgkr. X
"07
I
* 7
I
5
k
: 4:9 ReK- 82 '
P
i l-sf
A M 1
I
A
I
I -o
iiiiiii i
I zinnmn
cI «SS
IU/IIIEII I lllil V
5
4
-atl=e-
-
Ne ■
i
-
ag
1 -
0* pT•3
240 983 3
-■ -
e-
. Gsemt ■ 2
71 55
nu
Zichtpunt lil, Oostzijde vanachter dijkje
Zichtpunt V, Westzijde vanaf de Statendamweg Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 24
I
J ZONNEP/\RK A59 OOSTERHOUT
I
39 OOSTERHOUT
ZONNEP/
DOORSNEDEN EN ZICHTPUNTEN
DOORSNEDEN EN ZICHTPUNTEN
y-
-
I
7
\
y,
A
A )
V'
\ v>
G G
G
G
4
/
K
/
4 kavelgrens
+8.56m NAP
I I I I I
7ec
| hek
----------------- •
I
1.00— 0.50 —----- 3.00----- -- 0 50 —
I
snelweg
begroeid beheerpad T ■+ +
sloot
mm uduntd
begroeid beheerpad
zonnepanelen en ondergroei
zonnepanelen
___ r
+1.00m NAP
—0.50——3.00——
+0.70m NAP
+0.72m NAP
-_ &
_
-- -,
—
ddllü
■+ +
4 +
sloot
-—3.00
weg
+
+
2-—
_2sL
begroeid beheerpad
sloot
zonnepanelen
4+
4 +
üwt
+0.70m NAP
I
Doorsnede AA', Noordzijde vanaf A59
Doorsnede EE', Centraal profiel Hillenweg
2"529 3/ F
4F
%
a
ë.
p09aeku7o
,197/7 7/09 ,22277
iw
kavelgrens
5.1,2,e
—
—
a-
-
+0.57m NAP
zonnepanelen
-__ — 0.50
-----3.00 —- 0.50 -
begroeid beheerpad ■4 +
«r.
I I li
hek
-6.00-
"
"h-.oL
—-2
I sloot
.2
-2
6-3
E-
5.1,2,b
i
aluu 28068u aI 6
u
2028220 ' P " >
suhuktkdnajdudn kannüdnakimiAüMLMMNLM
5
7254
S.-‘ ■ *.-
-‛*
t . -no
Eahad
5
W2
R
VL
g,
0’
MS
.-
149
x
-V d}
I
T
-
2 de
1p
"2
4
e--
7225 tgie
.
■ s^!
MB3’
48 .. ,«
w ■ ■ • -ua--e W.'. --pu ■ ---■’ .reneepes2 .‛‛v Z ë" 1 .825 '■ . .a ■ - a,: e APa 2./ da.gh 5 -ag. 0 EF
i
■ -J
53 e c. • gi gi’srfHg
32
1
Zichtpunt centraal, Hillenweg Doorsnede FF', Zuidelijke rand
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 25
6d*.1
A493
K
*>4
..0-26562334.38- ■ ’ 3
/3
e
27
72
ë-- -98;
4-
-‘e-
6. X A 1
$
k
A9
8
8e
//
«
i6 *4-
3-
S--
-3
2
d.N
f
ap+
1/ Ms
5Y
gL
V,
(6W41 IP
•g,e .220
"a
m4n8ud2ë6,—5
502
21%
T'zi:
J N
8
28
42
s.-
38
209
R
hN tt
na
-"26o7 • 32me322-28,5 •g
259
0e 1101 %
3512
3
Pampuhacg 2
7
AE
Wadgë 0
lggm
2*,
M
"1 .3
i-
4p
1,
0 3
IHk 2891
65
",m
.6
8
werj I
3. Bijlage Werkgroep Biodiversiteit
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 27
3.1 Tabel input en verwerking voorstellen in werkgroep biodiversiteit Centrale Zonnepark
Gekozen maatregel in definitief plan
Voorzet vanuit ontwerpers Zonnepark 2020 en 2022:
Bespreken met waterschap, aansturen op peilverhoging van ca 60 cm Uitmijnen bodem door 1-2 seizoenen maisteelt en -oogst zonder bemesting
Input overige Werkgroep Biodiversiteit 2020 en 2022:
Randzones
Gekozen maatregel in definitief plan
Peilverhoging van ca 60 cm, akkoord waterschap Toezegging onderhandeling over uitmijnen met agrariër
In permanent natuurdeel Zone Kromgat maaiveld extra verlagen door afschrapen bovenlaag en opzetten tot walletjes
Maaiveld extra verlaagd door afschrapen bovenlaag en opzetten tot walletjes
Verhoogd waterpeil om kwel te herstellen en optimaal te profiteren van de kwaliteit van het kwelwater. Natuurdoeltype vochtig hooiland nastreven. Eventueel aan begin wat inzaaien om gewenste soorten te stimuleren. Het beheer moet afgestemd worden op verschraling door het maaisel af te voeren. Sinusmaaien en gefaseerd maaien
Peilverhoging van ca 60 cm Vochtig hooiland alleen in Kromgatzone
Drassig, maar ook reliëf met hogere iets drogere delen (ruggetjes). Takkenrillen en houtstruweel zodat het zonnepark vanuit Het Kromgat minder aanwezig is en soorten (egels, vogels) meer beschermgebied hebben.
Haag op walletje, en zone langs haag hoger en droger. Dood houtig materiaal opgenomen in inrichting
Voorzet vanuit ontwerpers Zonnepark 2020 en 2022:
Na aanleg panelen verwijderen/scheuren grasmat in padzones en overhoeken en deze integraal inzaaien
Behandeling bestaande begroeiing voor inzaaien voor aanvang nader afstemmen op situatie
Statendamwegzone: bloemrijk mengsel; RWZIzone: schaduwmengsel; Natte zone Kromgat: zaadmengsel vochtig hooiland; Zuidoostzone Kromgat: patrijzen/akkervogelkruiden;
Toepassen van 2 zaadmengsels in logische zones: zonmengsel en schaduwmengsel
Input overige Werkgroep Biodiversiteit 2020 en 2022:
In de natuurtuin Oranjepolder groeien o.a. de volgende soorten spontaan: Beklierde duizendknoop, Berenklauw, Bijenkorfje, Bijenorchis, Echte valeriaan, Glanzig fonteinkruid, Grote Kaardenbol, Grote kattenstaart, Grote klit, Harig wilgenroosje, Koninginnenkruid, Krabbenscheer, Kruipende boterbloem, Kruldistel, Late guldenroede, Lidrus, Paddenrus, Ridderzuring, Riet, Sintjanskruid, Slanke kaardenbol, Slipbladige ooievaarsbek, Smeerwortel, Vijfvingerkruid, Watergentiaan, Waterweegbree, Wilde peen, Watermunt. Bij creëren goede waterkwaliteit door kwel zullen deze soorten ook opkomen, eventueel aan het begin ondersteund met uitzaaien van een aantal van deze soorten.
Voorstel gebaseerd obv diverse wetenschappelijke en lokale bronnen en obv beschikbaar mengsel Cruydthoeck
Op drogere delen: ten behoeve van insecten en vogels: vogelmuur, madeliefje, paardenbloem, slangenkruid, witbol, akkermelkdistel, duizendblad, klaproos, kruipertje, perzikkruid, pitrus, spiesmelde, boerenwormkruid, duizendknoop, guldenroede, klein streepzaad, melganzevoet, teunisbloem, varkensgras, zwaluwtong, rode klaver, witte klaver, luzerne, paarse dovenetel, zonnebloem, kaasjeskruid
Voorstel gebaseerd obv diverse wetenschappelijke en lokale bronnen en obv beschikbaar mengsel Cruydthoeck
Tabel ingebrachte voorstellen Werkgroep Biodiversiteit en gekozen maatregelen Zonnepark A59 Oosterhout
Motivatie bij niet opnemen
Motivatie bij niet opnemen
Basis Wat doen we met waterpeil, maaiveld, agrarische grond?
Lokale flora Welke zaadmengsels en methode?
Definitieve soortsensamenstelling af te stemmen voor uitvoering
Definitieve soortsensamenstelling af te stemmen voor uitvoering
Landschapsplan Zonnepark A59 Oosterhout | 28
Tabel ingebrachte voorstellen Werkgroep Biodiversiteit en gekozen maatregelen Zonnepark A59 Oosterhout Welke hagen, struiken en bomen?
Centrale Zonnepark
Gekozen maatregel in definitief plan
Motivatie bij niet opnemen
Randzones
Gekozen maatregel in definitief plan
Voorzet vanuit ontwerpers Zonnepark 2020 en 2022:
Na afstemming bij Waterschap: Knotwilgen Hillenweg, landschappelijk en als geleiding vleermuizen, zijn mogelijk door downgraden categorieën watergangen van A->B ivm interne peilverhoging. Mede als landschappelijke compensatie voor centrale bosje.
Eenzijdige beplanting knotwilgen langs Hillenweg
Tweezijdige beplanting niet mogelijk door veiligheidseisen en kabels
Statendamwegzone: gemengde struweelhaag tot max 3 meter hoogte; Kromgatzone noord: gemengd struweel tot max 6 meter hoogte; Natte zone Kromgat: Meidoornhaag op walletje max 2,5m hoog
Alle voorstellen opgenomen
Input overige Werkgroep Biodiversiteit 2020 en 2022:
Rond de trafohuisjes meidoorn, hulsthaag, Hedera helix, gelderse roos, hondsroos, kardinaalsmuts
Geen beplanting rond trafohuisjes