Def. Zienswijzen begrotingen 2023 GR Compleet
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling: Regio West-Brabant (RWB) 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? De jaarstukken 2021 en de ontwerpbegroting 2023 zijn tijdig ontvangen.
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? De begroting 2023 van de Regio West-Brabant voldoet aan de BBV richtlijnen en is overzichtelijk en goed leesbaar. Een verbetering in de leesbaarheid van de jaarrekening is te behalen door de werkelijk betaalde deelnemersbijdrage per gemeente aan apparaats- en programmakosten te presenteren in eenzelfde overzichtelijke tabel als in de begroting.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Actieprogramma 2019-2023 “Werken aan een krachtige regio” Het algemeen bestuur stelde in 2019 na consultatie van de raden het Actieprogramma RWB 20192023 vast. Hierin staan de opgaven beschreven die we gezamenlijk in West-Brabant op het gebied van Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte onderkennen. Met het raamwerk Circulaire Economie, de regionale aanpak Bedrijventerreinen, het raamwerk Vrijetijdseconomie, het afsprakenkader Arbeidsmigranten, het meerjarig uitvoeringsprogramma arbeidsmarkt ‘West-Brabant werkt met Talent’, het uitvoeringsprogramma Mobiliteit, het position paper Sterke Steden en de gebiedsagenda Vitaal Platteland wordt het actieprogramma uitgevoerd. In 2022 bereidt RWB het Actieprogramma 2023-2028 voor, dat voortbouwt op het huidige programma. RWB betrekt de raden bij het gesprek hierover. Samenwerkingsafspraken Provincie en RWB In 2020 maakten de 16 RWB gemeenten samenwerkingsafspraken met de provincie Noord-Brabant. In 2021 is verder gewerkt aan deze afspraken, onder andere door de inzet van Europese subsidiegelden voor vergroening van de bedrijvigheid in RWB gebied en de inzet van kennis en geld om slimmer om te gaan met mobiliteit. Ontwerpbegroting 2023 Op 21 februari 2022 is de kaderbrief 2023 van RWB besproken tijdens een (digitale) bijeenkomst tussen raden en de RWB.
In deze bijeenkomst kwamen onder andere de subsidierelatie met REWIN ,de voortzetting van de programma's Creatieve Dienstverlening en de Start-up ondersteuning aan de orde. In de kadernota/ontwerpbegroting nam RWB een structurele verhoging van de bijdrage aan Rewin op voor de uitvoering van het programma Creatieve Dienstverlening en de ondersteuning van Startups. De noodzaak hiervan wordt onderschreven door de voltallige commissie van advies Economie. De hoogte van het gevraagde bedrag is in lijn met de eerdere financieringsbehoefte die de laatste twee jaren incidenteel via het overschot op de jaarrekening gedekt is. De RWB-begroting is conform de kadernota uitgewerkt. •
•
reservevorming: In de aanbiedingsbrief stelt RWB dat ze een fraude-risicoanalyse opstelt. De uitkomst hiervan geeft inzicht in de gewenste weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover de RWB beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Deze capaciteit wordt getoetst aan de saldo’s van de reserves. Dit is in lijn met de vragen vanuit de deelnemende gemeenten om meer inzicht te geven in de noodzaak en inzet van reserves om “oppotten” te voorkomen. Het resultaat hiervan komt in de loop van 2022 beschikbaar. Het is aan te raden de RWB te vragen om op basis van deze analyse voorstellen te doen over de maximering van de te handhaven reserves. KCV
In de begroting van de RWB is conform de richtlijnen gerekend met de NEA index. De verwachting is dat deze index in de aanloop naar 2023 richting de 10% gaat stijgen als compensatie voor het nu lopende jaar (onder meer door de gestegen brandstofprijzen). Mogelijk wordt deze index 8% hoger (nu 2%). Het is zaak dat de deelnemende gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium door RWB worden geïnformeerd over de daadwerkelijk verwachte verhoging. 4
Financiële aandachtspunten 1. Resultaatbestemmingsvoorstellen 2021 De jaarrekening van 2021 sluit af met een positief resultaat van € 231.000. Dit resultaat is incidenteel van aard. De RWB stelt voor om het resultaat als volgt te bestemmen: a. Reserve KCV: € 21.000. De bestuurscommissie acht deze toevoeging nodig omdat de provincie Noord-Brabant haar bijdrage in 2022 verder afschaalt. Ook moeten er kosten gemaakt worden voor de voorbereiding van de aanbesteding van het vervoer. De reserve bevat na toevoeging een bedrag van € 134.000. b. Egalisatiereserve archeologie: € 50.000. Hiermee kunnen toekomstige schommelingen in de exploitatie worden opgevangen. De reserve bevat na de toevoeging een bedrag van € 69.000. c. Reserve voor de flexibele personele pools: € 54.000. Deze pools worden uitgebreid omdat ze voorzien in een behoefte bij de aangesloten gemeenten. Met het vergroten van de pool is er behoefte aan een grotere reserve om tegenvallende resultaten op te vangen. d. Uitkeren aan gemeenten: € 117.000 Er kan worden ingestemd met deze resultaatbestemmingsvoorstellen. 2. Te verrekenen bedragen a. Flex West-Brabant (ca. € 900.000) Dit is het saldo op de inhuur via Flex West-Brabant (betaalde fee van opdrachtnemers min uitvoeringskosten) in 2021. Dit wordt in 2022 aan de organisaties die werven via Flex WestBrabant uitgekeerd. b.
Onderzoek & Ontwikkelfonds (€ 41.000) Afspraak is dat we het restantbedrag van het Onderzoek- & Ontwikkelfonds (O&O-fonds) jaarlijks aan gemeenten uitbetalen. In 2021 is het O&O-fonds (€ 459.000) helemaal besteed. Er resteert een bedrag van ongeveer € 41.000 door het vrijvallen van toegekende subsidie aan projecten van voor 2021. Dit bedrag wordt naar rato van inwoneraantallen aan de deelnemende gemeenten uitgekeerd.
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR RWB
Realisatie 2021
Resultaat 2021
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
Totaal GR
21.928
231
114
117
Meerjarenontwikkeling GR RWB
Begroting 2022
Ontwerp begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal GR
21.249
24.227
26.482
26.990
27.503
bijdrage in apparaatskosten gemeente Oosterhout
248
241
245
245
246
Programmakosten
6
Begroting 2022
Rewin
170
Ontwerpbegroting 2023 193
Meerjaren begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
Meerjaren begroting 2026
197
201
205
O&O fonds
37
37
37
37
37
KCV (deeltaxi)
958
1.088
1.270
1.298
1.325
Mobiliteitscentrum
46
49
50
51
52
Regioarcheologie
20
27
28
28
29
Totaal
1.231
1.394
1.582
1.615
1.648
Overige aandachtspunten Voor veel opgaven op het gebied van het economisch vestigingsklimaat zijn in RWB-verband aanpakken ontwikkeld. Uitvoeringskracht is nodig om daadwerkelijk effect te bereiken. Bij RWB is deze uitvoeringskracht niet aanwezig en dat wordt ook niet nagestreefd. Gemeenten zijn ‘in the lead’ en verantwoordelijk voor de doorvertaling ervan in de lokale uitvoeringsplannen. Tegelijkertijd hebben gemeenten individueel of in subregionaal verband diverse uitdagingen voor het realiseren van de woonopgave, de verstedelijkingsagenda en de maatschappelijke transities. RWB voert met de nieuwe gemeentebesturen in 2022 graag het gesprek over hoe samen de noodzakelijke inzet slim georganiseerd kan worden en welke opgaven voor de gemeenten het meest relevant zijn en welke van die opgaven zij willen uitvoeren. Voor verschillende onderwerpen moet op meerdere niveaus samengewerkt worden. Als het gaat om de economisch-ruimtelijke opgaven kan RWB daarbij de rol van schakelbox vervullen.
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: - Kennis te nemen van de jaarstukken 2021 en in te stemmen met de daarin opgenomen resultaatbestemmingsvoorstellen; - Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen; - Het volgende te verzoeken:
▪ ▪ ▪
In de jaarrekening de werkelijk betaalde deelnemersbijdrage per gemeente aan apparaatsen programmakosten te presenteren in eenzelfde overzichtelijke tabel als in de begroting; om op basis van de fraude-risicoanalyse voorstellen te doen over de maximering van de te handhaven reserves; de deelnemers in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren over de werkelijke verhoging van de NEA index.
Gemeenschappelijke regeling: Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja. Het algemeen bestuur van de BWB heeft de ontwerp programmabegroting 2023 en de jaarstukken 2021 op 8 april 2022 vastgesteld.
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Afgelopen jaren zijn grote projecten gerealiseerd. De BWB is overgegaan naar het waarderen op gebruiksoppervlak en heeft nieuwe applicaties in gebruik genomen voor waarderen, heffen en innen van belastingen en de financiële administratie. Daarnaast was er een grote stijging van het aantal bezwaren tegen de waarde van de onroerende zaken en had de organisatie te maken met de maatregelen voor en gevolgen van het Coronavirus. Al deze projecten en ontwikkelingen hebben een zware stempel gedrukt op de organisatie. In 2023 zullen geen nieuwe grote projecten worden opgestart, maar zullen bestaande projecten worden afgerond en geoptimaliseerd. Daarnaast dient de samenhangende objectenregistratie zich aan. Dat is een nieuwe basisregistratie waarvan de WOZ deel gaat uitmaken. De voorbereidingen zijn reeds gestart en zullen doorgaan in 2023. Verder wordt veel aandacht besteed aan de communicatie met burgers en bedrijven om bezwaren rechtstreeks in te dienen bij de BWB zonder tussenkomst van no cure no pay bedrijven. Naar verwachting zal het aantal bezwaren toenemen, maar zullen de kosten voor de no cure no pay bedrijven zich stabiliseren (zie ook opmerking onder 6).
4
Financiële aandachtspunten De totale lasten van de BWB stijgen van € 17.300.900 (begroting 2022) naar € 18.126.000 (begroting 2023). De stijging bedraagt € 825.100. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door hogere personeelskosten en hogere griffie- en proceskosten. Bij de personele kosten is naast de gebruikelijke indexering van de salarissen een uitbreiding van de formatie met 3,5 fte meegenomen. Deze uitbreiding komt voort uit de vertaling van de verlofharmonisatie volgens de cao 2021-2022 en de toegenomen productieaantallen. De hogere griffie- en proceskosten komen door de sterke toename in 2021 en 2022 van de bezwaren tegen de waarde van de onroerende zaken door nocure-no-pay bureaus. Door de stijging van de lasten stijgt ook de totale deelnemersbijdrage van € 16.975.900 (begroting 2022) naar € 17.871.000 (begroting 2023). Naast deze stijging is er sprake van een verschuiving tussen de deelnemers. Dat komt omdat er correcties zijn aangebracht in de geraamde aantallen heffingsbezwaren en omdat het aantal bezwaarschriften tegen de waarde van de onroerende zaken sterk verschilt per gemeente.
5
Financieel overzicht
Subtotaal programma's
Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
9.401.000
8.459.200
9.151.000
Subtotaal overhead
8.478.300
8.841.700
8.975.000
Totale lasten
17.879.300
17.300.900
18.126.000
0
5.000
0
Subtotaal overhead
18.034.700
17.295.900
18.126.000
Totale baten
18.034.700
17.300.900
18.126.000
-155.400
0
0
0
0
0
-155.400
0
0
Totale bijdrage deelnemers
16.937.900
16.975.900
17.871.000
Bijdrage Oosterhout (inclusief btw)
1.234.700
1.110.500
1.266.700
Subtotaal programma's
Resultaat voor bestemming reserves Mutatie reserves Totaal na bestemming reserves
Begroting 2023
6
Begroting 2025
Begroting 2026
Bruto bijdrage Oosterhout Compensabele BTW
1.266.700 76.600
1.283.500 77.600
1.313.200 79.400
1.343.500 81.200
Netto bijdrage Oosterhout
1.190.100
1.205.900
1.233.800
1.262.300
Opgenomen in meerjarenperspectief Oosterhout
1.017.200
1.017.200
1.017.200
1.017.200
172.900 N
188.700 N
216.600 N
245.100 N
Verschil (N= nadelig) Overige aandachtspunten -
-
-
-
7
Begroting 2024
Door de huidige arbeidsmarkt is het erg lastig (bepaalde) vacatures in te vullen. De BWB moet hierdoor regelmatig teruggevallen op duurdere inhuur. Dit is als risico gemeld in de begroting. Als risicobedrag is € 100.000 aangegeven. Bij punt 3 is aangegeven dat de kosten van no cure no pay bedrijven zich stabiliseren. Echter, de BWB ziet hier wel een risico dat de kosten alsnog toenemen. Dit risico wordt ingeschat op € 100.000. Directe communicatie met burgers en bedrijven blijft het speerpunt van de BWB. Samen met haar partners zet de BWB in op het wegnemen van de ‘perverse’ prikkels die hebben geleid tot de opkomst van no-cure-no-pay bureaus. Samen met de deelnemers doet de BWB onderzoek naar de vraag op welke wijze de Samenhangende Objectenregistratie het beste in de regio kan worden geïmplementeerd.
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld:
-
Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen
Gemeenschappelijke regeling: GGD West-Brabant 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, op 14 april 2022 zijn de jaarrekening 2021 en de beleidsbegroting 2023 voor zienswijze aan uw gemeenteraad aangeboden.
2
Is voldaan aan het BBV?
3
Ja. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De doelen in de beleidsbegroting 2023 zijn gestoeld op de ambities uit de meerjarenvisie ‘De Agenda van de Toekomst’. Deze meerjarenvisie loopt per 2023 af en eind 2023 gaat de GGD deze met het nieuwe bestuur, inwoners, gemeenten en partners herijken. De strategische doelen vanuit de Agenda van de Toekomst wil de GGD in 2023 realiseren in het licht van de ambities uit de vier landelijke Position Papers die door de 25 DPG’en1 medio 2021 zijn vastgesteld. Zij hebben aan het kabinet een extra landelijke investering van 600 miljoen euro gevraagd voor herstel én versteviging van het fundament van de publieke gezondheidszorg. Beleidsbegroting 2023 In 2022 is er oog voor de maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis. De impact van corona op de samenleving en de publieke gezondheid is groot. Behalve met gevolgen op korte termijn, krijgen we ook met de lange termijneffecten te maken. De GGD wil in 2023 vanuit haar ambities de gemeenten ondersteunen in de zorg die zij hebben voor hun inwoners die fysiek, mentaal of financieel zwaar getroffen zijn door de coronacrisis. De ambities van de GGD zijn: 1. Gezonde en veilige leefomgeving De GGD pleit voor een integraal beleid ten aanzien van de leefomgeving, vanuit meerdere beleidsinvalshoeken zoals milieu, groen, wonen, sociaal domein.
De ambitie van de GGD op het gebied van gezonde leefomgeving reikt verder dan de Omgevingswet. De gezonde leefomgeving wordt gezien als een randvoorwaarde en als een interventie voor het maken van de gezonde keuzes. De GGD beschouwt het als hun verantwoordelijkheid om te waarborgen dat de publieke gezondheid een wezenlijke plaats krijgt in het integrale afwegingskader rond ruimtelijke ontwikkelen beheervraagstukken. En dat dan vooral aan de voorkant van het proces. 2. Preventie verbreden en verdiepen De GGD richt zich op gezondheidsbevordering in de breedte waarbij de focus vooral ligt op gezondheidsbevordering en vroegsignalering. Dit doen ze door te werken aan een gezonde leefstijl en te focussen op de thema’s uit het Nationale Preventieakkoord (roken, alcohol, overgewicht en mentale gezondheid). Ze ondersteunen de gemeenten bij de uitvoering van de lokale en regionale preventie- en sportakkoorden en verbinden die nog meer met de gezonde school aanpak. Er wordt aangesloten bij de ‘life-events’ van de inwoners van West-Brabant en samen met partners gaan ze het kader Positieve Gezondheid ontwikkelen en implementeren. Met behulp van een integrale en planmatige aanpak wordt ingezet op effectieve preventie. 3.
Gelijke gezondheidskansen voor iedereen In 2023 gaat de GGD domeinoverstijgend aan de slag met in elk geval die beleidsterreinen die zich richten op bestaansvoorwaarden: wonen, werken, schuldhulpverlening en veiligheid. Er wordt gewerkt aan het bevorderen van gezondheidsvaardigheden waarbij het besef is dat het hebben van bestaanszekerheid een belangrijke voorwaarde is hiertoe te komen. Waar mogelijk worden de
1 Directeuren Publieke Gezondheid
inwoners betrokken bij de activiteiten die gericht zijn op gelijke gezondheidskansen. Er wordt ingezet op veilig, gezond en veerkrachtig opgroeien (vanaf - 9 maanden). Daarnaast wordt ingezet op het gezondheidspotentieel en probeert de GGD de achterstanden te verkleinen. In het laatste AB van 2022 vindt een evaluatie plaats van het project Nu Niet Zwanger. Indien de evaluatie van de implementatie positief uitpakt, wordt dit een basisproduct binnen de begroting vanaf 2023. Voor nu is het budget voor 2023 al wel opgenomen in de begroting.
4
Prestatie-indicatoren De resultaten die de GGD bereikt op hun taken, geven ze weer in de vorm van indicatoren. De gemeenten hebben via het zienswijzetraject een oproep gedaan om te werken aan verdere optimalisering van de prestatie-indicatoren. Een ambtelijke werkgroep neemt de huidige indicatoren onder de loep. Financiële aandachtspunten De ontwerpbegroting 2023 is beoordeeld a.d.h.v. de financiële richtlijnen 2023. Aandachtspunten: • De ontwerpbegroting 2023 wordt structureel financieel sluitend gepresenteerd. De structurele exploitatie ruimte is moeilijk te beoordelen omdat: 1. een vergelijking met de jaarrekening 2021 en begroting 2022 ontbreekt; 2. een toelichting bij het exploitatieresultaat niet is opgenomen. Ambtelijk zal dit worden besproken met de GGD. •
5
Het bestuur van de GGD geeft aan niet af te wijken van de richtlijn: “De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het (Algemeen) Bestuur is besloten.” Er zijn diverse autonome ontwikkelingen opgenomen in de begroting 2023 (indexering, CAOeffecten, huisvestingslasten en investeringen op informatieveiligheid). Daarnaast is ook een aantal eerder door het AB genomen besluiten verwerkt in de begroting 2023 (prenataal huisbezoek, uitbreiding rijksvaccinatieprogramma en Nu Niet Zwanger). Ook dit jaar geldt dat de bedoeling van deze richtlijn, in combinatie met richtlijn nummer 4 en 5, is om te onderzoeken of bij autonome ontwikkelingen ook ruimte in de begroting gevonden kan worden om deze op te vangen, zodat de gemeentelijke bijdrage slechts hoeft te stijgen met de loon- en prijsindex. Daarom wordt een zienswijze voorgesteld om de GGD te vragen met voorstellen te komen hoe de gemeentelijke bijdrage niet of veel beperkter zal stijgen de komende jaren.
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabellen x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR
Totaal ontwerpbegroting GR
Begroting 2021
Resultaat 2021
19.683
133
Resultaat bestemming toevoeging aan eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
133*
Bijdrage Oosterhout
1.896
+/- 11
** Dit is niet conform het voorstel van de GGD, echter gezien punt 1 en 2a onder “Zienswijze” wordt de GGD gevraagd het geld terug aan de gemeenten te geven. Meerjarenontwikkeling GR
Bijdrage Oosterhout
6
Begroting 2022
Ontwerp begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
1.915
2.119
2.163
2.195
2.232
Overige aandachtspunten Coronavirus Inmiddels is duidelijk dat Corona voor langere tijd onderdeel van onze samenleving zal zijn. De GGD geeft aan dat dit betekent dat de Corona bestrijding ingebed moet worden in de organisatie van de GGD. Omdat de GGD in opdracht van het Rijk en gemeentes werkt, is het nodig om dit met elkaar te onderzoeken en een opdracht op te formuleren. Overigens is dit niet in deze begroting 2023 verwerkt omdat nog niet bekend is hoe dit vorm gaat krijgen. Voor 2020-2022 zijn afspraken gemaakt met het Ministerie van VWS over de compensatie van de kosten die de GGD maakt voor de bestrijding van het Coronavirus. Voor 2023 is de situatie nog onbekend en is onduidelijk welke afspraken gemaakt zullen worden. Jaarrekening 2021 Het jaar 2021 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 133.000. Door het DB wordt voorgesteld om dit resultaat te bestemmen voor investeringen en aanpassingen aan het GGDgebouw aan de Doornboslaan in Breda ter verbetering en ondersteuning, zoals hybride en op afstand werken van medewerkers. Hierover neemt het AB een besluit in haar vergadering op 7 juli 2022. Het resultaat inzetten voor huisvestingslasten, conform voorstel lijkt niet opportuun aangezien de Bestemmingsreserve huisvestingslasten hiervoor ingezet kan worden.
De controlerende accountant heeft op zowel getrouwheid als rechtmatigheid een goedkeurende verklaring afgegeven voor het boekjaar 2021. Een mooie prestatie gezien de uitdagingen rondom Corona in 2021.
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: - Kennis te nemen van de jaarrekening 2021 en voor te stellen het resultaat terug te laten vloeien naar de deelnemende gemeentes. Het resultaat inzetten voor huisvestingslasten, conform het huidige GGD-voorstel, is niet opportuun aangezien de Bestemmingsreserve huisvestingslasten hiervoor ingezet kan worden. - Een zienswijze bij de ontwerpbegroting 2023 op te nemen als volgt: • de GGD wordt verzocht om in 2023 de raad te informeren over wat het effect is van de vier landelijke Position Papers op de strategische doelen uit de Agenda van de Toekomst. • de raad verwacht dat de GGD in afstemming met de Veiligheidsregio Midden en WestBrabant en omringende GGD-en werkt aan een robuustere organisatie die het makkelijker maakt om in te spelen op crises. De raad wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen hierover en realiseert zich tevens dat punt b hierop van invloed is.
•
•
•
de raad geeft de opdracht aan de GGD om in 2022 in samenspraak met deelnemende gemeenten te komen tot een opdracht rondom de inbedding van de bestrijding van het Coronavirus. de raad gaat er van uit dat de GGD uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 - gezien het risico op een hogere deelnemersbijdrage - een toelichting geeft over de huisvestingsopgave omdat de VRMWB de huur aan de Doornboslaan te Breda (hoofdlocatie GGD West-Brabant) per 1-1-2023 heeft opgezegd. de GGD wordt verzocht om continue te blijven streven naar een zo beperkt mogelijke stijging van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van de autonome kostenstijging.
Gemeenschappelijke regeling: Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. De RAV noemt in haar ontwerpbegroting voor 2023 de volgende beleidsthema’s. Wet Ambulancezorgvoorzieningen Sinds 2021 is de Wet ambulancezorgvoorzieningen van kracht. Hiermee is de vergunning tot ambulancezorg verleend aan de bestaande aanbieders onder strakke overheidsregulering. De samenleving en de zorg veranderen in snel tempo. Ook het acute zorglandschap verandert door technologische en zorginhoudelijke ontwikkelingen. Een nieuwe inrichting is wenselijk om kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van acute zorg in de toekomst voor iedereen te garanderen. Belangrijke speerpunten voor de ambulancesector hierbij zijn: acute zorg thuis, samenwerking tussen ketenpartners (zorgcoördinatie), samenwerking tussen ketenpartners bij het bestrijden van het personeelstekort en verbetering van (digitale) informatieoverdracht. De toekomstvisie van de RAV, zoals vastgelegd in het Meerjarenplan 2022-2025, sluit aan bij deze landelijke ontwikkelingen.
Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 De ambulancesector heeft een kwaliteitskader ontwikkeld dat 26 indicatoren bevat waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg gemeten kan worden. Tijdigheid in het spoedvervoer is hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continu verbeteren en Basis op orde. In het Meerjarenplan 2022-2025 staat beschreven hoe de RAV voldoet aan het nieuwe kwaliteitskader. Naast deelname aan een landelijk klanttevredenheidsonderzoek door NIVEL zal de RAV in 2023 de klanttevredenheid onderzoeken door middel van direct contact met de patiënt. Hiervoor is in 2022 een evaluatie-instrument ontwikkeld. Zorgdifferentiatie De RAV ziet zorgdifferentiatie als de oplossing om ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt. In 2023 biedt de RAV een breed aanbod in ambulancezorg, waarbij de patiënt wordt vervoerd of ter plaatse wordt geholpen. In het vervoersegment verzorgt de RAV spoedvervoer (hoog complex) en planbaar vervoer (laag- en middencomplex). Paraatheid en prestaties De Covid-crisis had de afgelopen twee jaar veel effect op de productie, paraatheid en prestaties van de RAV.
De ritduur nam toe, vanwege het aan- en uittrekken van beschermende middelen, het schoonmaken en luchten van de ambulance, wachttijden bij de ziekenhuizen, pieken in het ziekteverzuim en het stoppen van DIA (Directe Inzet Ambulance) vanwege het pandemieprotocol op de meldkamer. Met als gevolg dat de prestaties in de crisisperiode fors verslechterden. Inmiddels is er weer sprake van een lichte verbetering. De krapte op de arbeidsmarkt voor acute zorg is de laatste jaren een enorm probleem. De RAV onderneemt actie door met een eigen opleiding HBO-V-afgestudeerden in circa 18 maanden op te leiden tot ambulanceverpleegkundigen. In 2023 hoopt de RAV de paraatheid conform het referentiekader in te vullen. Als dat volgens planning verloopt, en onder normale omstandigheden, kan de 95% dekking bereikt worden.
In de begroting is geen informatie opgenomen over de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV. Eerder besloot het Algemeen Bestuur de besluitvorming hierover op te schorten totdat er duidelijkheid was over de nieuwe wet ambulancezorgvoorziening. Die wet is inmiddels per 2021 in werking getreden. 4
Financiële aandachtspunten De financiële richtlijnen zijn niet van toepassing op de RAV. Dit heeft met de specifieke wijze van financieren van de RAV te maken. De zorgverzekeraars betalen de RAV. De RAV ontvangt geen gemeentelijke financiële bijdrage.
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR RAV
Begroting 2021
Resultaat bestemming toevoeging aan eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
489 0
489 0
0 0
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
0 0
Ontwerp begroting 2023 0 0
0 0
0 0
0 0
0
0
0
0
0
Totaal GR Bijdrage gemeente Oosterhout
Resultaat 2021
70.862 0
Meerjarenontwikkeling GR RAV bijdrage gemeente Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Oosterhout verschil
6
Begroting 2022
Overige aandachtspunten n.v.t.
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: - Kennis te nemen van de jaarrekening 2021/jaarstukken. - De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen: • De raad vraagt de RAV om de gemeenten te informeren over de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV; • De raad vraagt de RAV om de gemeenten te informeren over de resultaten van het in 2023 uit te voeren landelijke klanttevredenheidsonderzoek door NIVEL en het klanttevredenheidsonderzoek door middel van direct contact met de patiënt.
Gemeenschappelijke regeling: WAVA (MidZuid) 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? De begroting is op 21 april 2022 ontvangen
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja de begroting voldoet aan de BBV
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Het aantal Wsw-medewerkers dat in dienst is bij MidZuid daalt. Deze daling is nog versterkt door extra uitval als gevolg van corona en door de mogelijkheden die de CAO-Wsw biedt voor de doelgroep. De uitstroom is maar gedeeltelijk gecompenseerd door nieuwe instroom vanuit de Participatiewet. Door deze ontwikkelingen daalt het totaal aantal doelgroepmedewerkers en neemt het aantal productieve uren af. Dit leidt tot een daling van de omzet en een toename van het financieel tekort met hierdoor een stijging van de gemeentelijke bijdrage. De ontwikkelingen vragen om te kijken naar de rol die MidZuid voor de deelnemende gemeenten moet vervullen. Hierbij speelt ook een rol welke keuzes het Rijk zal maken ten aanzien van de positie van sociale ontwikkelbedrijven. In 2022 zal de deelnemende gemeenten samen met MidZuid stappen zetten om de toekomstige positie van MidZuid te bepalen. Een belangrijk vraagstuk hierbij is ook de huisvestingssituatie van MidZuid
4
Financiële aandachtspunten Na een aantal jaren met een daling van de gemeentelijke bijdrage zien we nu weer een toename van de bijdrage die de deelnemende gemeenten moeten leveren. Van belang is dan ook om maatregelen te treffen om deze trend weer om te buigen.
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR
Begroting 2021
Resultaat 2021
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
Totaal GR (bedrag totale begroting!)
-/- 2.009
-/- 2.294
-/- 673
0
692
717
Bijdrage gemeente Oosterhout
Meerjarenontwikkeling
0
GR (apparaatskosten)
Begroting 2022
Ontwerp begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
bijdrage gemeente
847
911
810
890
964
Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente ..
702
702
702
702
702
verschil
145
209
108
188
262
6
Overige aandachtspunten
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: - Kennis te nemen van de jaarrekening 2021/jaarstukken (Let op!, bij evt voorstellen voor resultaatbestemming kan je hier cf het bepaalde in de nota VP desgewenst een oordeel geven over de resultaatbestemming!) - De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen: o We blijven van WAVA/MidZuid solidariteit vragen voor de financiële uitdagingen waarmee gemeenten kampen. Groei van de gemeentelijke bijdragen aan de Gemeenschappelijke Regeling past niet binnen deze financiële uitdagingen. We dringen er op aan dat de Gemeenschappelijke Regeling blijft zoeken naar besparingsmaatregelen voor 2023 en volgende jaren. o Wij vragen dat ten aanzien van de meerjarenbegroting 2023 en volgende jaren er een afstemming gaat plaatsvinden tussen financiële experts van gemeenten en van WAVA/MidZuid met de intentie om ombuigingen te vinden om in de buurt te komen van de eerdere prognoses in de (meerjaren)begroting. o Wij dringen aan op gesprekken en besluitvorming over een duurzaam financieel perspectief voor MidZuid, nu de uitstroom van Wsw-medewerkers sneller gaat dan voorzien. Het duurzaam financieel perspectief moet in lijn liggen met de oorspronkelijke begroting 2022.
Een organisatie met een kleinere omvang voor de huidige doelgroep is een reëel instrument om de gemeentelijke bijdrage op het beoogde niveau te brengen. o Uitgangspunt blijft dat inwoners die vallen onder de Participatiewet zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers geplaatst worden. Hierbij dient zoveel mogelijk uitgegaan te worden van een arbeidsovereenkomst bij de reguliere werkgever. Bij inzet van een detacheringsconstructie is het uitgangspunt dat dit een tijdelijk karakter heeft. o In het kader van het transformatieproces is de samenwerking al verbeterd tussen de gemeenten en MidZuid. We roepen op deze lijn voort te zetten (van bestuur tot consulent). Doel hiervan is de betrokkenheid te vergroten, een goed en transparant besluitvormingsproces te organiseren, tijdig te kunnen anticiperen op ontwikkelingen om uiteindelijk de beste dienstverlening voor onze inwoners te kunnen realiseren tegen een realistische prijs.
Gemeenschappelijke regeling: Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant (Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten) 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de stukken zijn tijdig ingediend. De Ontwerpbegroting 2023 en de Jaarstukken 2021 zijn vóór de gestelde termijn van 15 april aan de deelnemers toegestuurd.
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ontwerpbegroting 2023 De ontwerpbegroting 2023 voldoet aan de indeling zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De verplichte paragrafen worden genoemd in hoofdstuk 3, waarvan de meeste niet van toepassing zijn op het RBL. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is niet gekwantificeerd. Echter is het enige benoemde risico dat van uittreding van een deelnemer. De impact hiervan is afhankelijk van de deelnemer die uittreedt en moeilijk te kwantificeren. Een presentatie van financiële kengetallen, conform de wet- en regelgeving BBV, is niet opgenomen. Dit voegt voor het RBL niets toe, omdat gemeenten risicodrager zijn. Het RBL heeft namelijk geen reserves / eigen vermogen. Er is aandacht voor de incidentele baten en lasten, die voor het RBL volledig bestaan uit VSVprojecten. Deze zijn ook geraamd in 2023 (per saldo 0,-). Jaarstukken 2021 De jaarstukken voldoen aan het BBV. In hoofdstuk 3 wordt de paragraaf incidentele baten en lasten niet benoemd.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Ontwerpbegroting 2023 Inhoudelijk en beleidsmatig willen we geen zienswijze indienen t.a.v. de Ontwerpbegroting 2023. Er zijn geen beleidsmatige richtlijnen vastgesteld voor het RBL. Er is dan ook geen afwijking. Jaarrekening 2021 De administratieve werkwijze van uitbetaling en verantwoording VSV is in het jaar 2021 voor het RBL gewijzigd. Voor de VSV On My Way projectkosten is de oude SISa verantwoording werkwijze nog van toepassing.
4
Financiële aandachtspunten Jaarstukken 2021 Naar aanleiding van de recente afwikkeling op de SISa verantwoording van VSV On My Way projectkosten is het positieve resultaat van 2021 14.302 (dit betreft een bijstelling op de eerdere begroting ad. 31.081,-). De kosten van VSV On My Way worden verantwoord in de jaarrekening van Gemeente Breda (conform SISa en BBV regelgeving). Bijlage 1 weergeeft de verdeling van het positieve resultaat per individuele gemeente weer.
5
Financieel overzicht Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR
Totaal GR
Resultaat 2021
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
14.302
0
14.302
Meerjarenontwikkeling
6
GR
Begroting 2022
Ontwerp begroting 2023
Meerjaren begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
Meerjaren begroting 2026
TOTAAL GR
€ 1.987.132
€1.726.014
€1.756.800
€1.792.500
€1.828.998
€ 217.336
€ 221.212
€ 225.707
€ 230.303
Oosterhout € 213.187 Overige aandachtspunten -
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: - Kennis te nemen van de jaarrekening 2021/jaarstukken. - Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen.
Gemeenschappelijke regeling: Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja.
2
Is voldaan aan de nieuwe BBV De begroting 2023 is conform BBV-voorschriften opgesteld.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. 1. Pijler Stimuleren van een redzame samenleving Aandacht voor • de Risk Factory waarbij een van de doelen is te komen tot gedragsverandering (oa. deelname aantal scholen) • Mogelijkheden tot verbreding van inzet Risk Factory ook voor andere specifieke doelgroepen en bewoners binnen aandachtsgebieden (brand, explosie, toxisch) onder de nieuwe omgevingswet. 2. Pijler bijdragen aan een veilige leefomgeving Aandacht voor • De implementatie van / nader onderzoek naar het basistakenpakket dit ook irt de nieuwe Omgevingswet. • Per gemeente een algemene rapportages over de bevindingen van de controles en toezicht (oa. aantallen, overtredingen, opgelegde sancties) • De effecten en consequenties op de ontwikkelingen van de rechtspositie van de vrijwillige brandweermedewerkers. • Veranderingen in gesignabureau • de risico’s. 3. Pijler hulpvaardige en slagvaardige inzet Aandacht voor • De voortgang Safety Village (kosten, gebruik, etc.) • De nieuwe landelijke meldkamer (oa. prestaties, inzet Caco) • Bevolkingszorg, voorbereiding en inzet • Gezamenlijk optrekken met o.a. OMWB, gemeenten, provincie en branches om operationeel beleid op te stellen over hoe om te gaan met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energietransitie, circulaire economie en vergroening chemie.
Concrete voorbeelden zijn grote opslagen van accu’s en batterijen, waterstoftoepassingen en productie, nieuwe transportcorridors, etc.
4
Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2021 De accountant heeft een goedkeurende controleverklaring afgegeven. De jaarrekening sluit met een batig resultaat van € 2.829.166,86. (3% van de begroting). Hiervan is € 1,9 miljoen (2% van de begroting) te relateren aan de coronacrisis. Het betreft € 716.000 aan meerkosten en € 2,64 miljoen aan minderkosten. De minderkosten hebben hun grondslag met name in het minder uitvoeren van opleiden en oefenen, zowel bij beroeps als vrijwilligers. Na resultaatbestemming bedraagt het te verdelen resultaat voor 2021 € 2.514.113 Dit bedrag kan worden uitgekeerd aan de Gemeenten.
Voorstel resultaatbestemming 2021 1. Rijksbijdrage strategische projecten Conform afspraak in het AB van 1 februari 2018 wordt 15% van het totale positieve resultaat gestort in de reserve Rijksbijdrage. Dit gedeelte van het positieve jaarresultaat wordt gebruikt voor strategische projecten en de ontwikkelagenda. Voor de berekening wordt eerst de vrijval van de reserve kapitaallasten van € 728.805 gecorrigeerd op het resultaat. Dit bedrag vloeit sowieso terug naar de gemeenten. Dan resteert voor de reserve strategische projecten € 2.829.167 -/- € 728.805 = 2.100.362 15% hiervan betekent een toevoeging op de reserve van € 315.054. Verdeling restant resultaat 2021 Na resultaatbestemming bedraagt het te verdelen resultaat voor 2021 € 2.514.113. Dit bedrag wordt uitgekeerd/verrekend met de deelnemende gemeenten naar rato van het kostenverdeelmodel Advies: Kennisnemen van de jaarrekening 2021. Begroting 2023 Beleidsarme begroting 2023 Als basis voor de beleidsbegroting 2023 gebruikt de veiligheidsregio het beleidsplan “samen werken aan veiligheid en veerkracht” waarin ze onze voornemens voor 4 jaar (2019-2023) hebben opgenomen. Om dit alles te realiseren is de begroting 2023 samengesteld met inachtneming van de vastgestelde begrotingskaders vanuit de kaderbrief 2023.
Daarnaast is rekening gehouden met de wens voor een beleidsarme begrotingsvariant in afwachting op besluitvorming van het AB betreffende de taakstellingsopdracht. 2. Herijken kostenverdeelmodel Met ingang van begrotingscyclus 2023 worden de verdeelsleutels jaarlijks geactualiseerd naar de meest recent beschikbare Cebeonmaatstaven. Voor de beleidsbegroting 2023 is dit op basis van meicirculaire 2021 (voor de beleidsbegroting 2024 is de basis de meicirculaire 2022, en verder). De gevolgen voor de deelnemers worden gecompenseerd in de meicirculaire. 3. Risico’s De risico’s van de VR staan beschreven in de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s( € 5.050.000) en de weerstandscapaciteit ( € 1.611.576) laat dit de factor 0,32 zien. Het AB heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. Elke deelnemende gemeente houdt een algemene reserve aan die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen. 4.Taakstelling Met behandeling van de kadernota 2022 in de vergadering van 22 februari 2021 gaf het Algemeen Bestuur (AB) de opdracht om extra besparingsmogelijkheden uit te werken inclusief de gevolgen daarvan voor zowel Veiligheidsregio MWB als gemeenten.
Doel hierbij is het creëren van transparantie in de dienstverlening en het kunnen nemen van weloverwogen beslissingen voor de Onder leiding van de heer Depla geeft een bestuurlijke commissie sturing aan deze complexe opdracht. De opdracht van het AB is door de bestuurlijke commissie niet opgevat als een puur financiële of boekhoudkundige exercitie. De genoemde verkenningen naar mogelijke besparingen zijn aanleiding geweest om zorgvuldig stil te staan bij de inhoudelijke betekenis van de rollen en taken. Er zijn vijf profielen op een rij gezet (‘Wat voor veiligheidsregio willen wij zijn?’) en per profiel is gekeken naar de rol, positie, kernkwaliteiten en taken van de veiligheidsregio. Daarnaast zijn de
diverse autonome en maatschappelijke ontwikkelingen in beeld gebracht. Het gaat om ontwikkelingen waarmee we nu al of op korte termijn te maken krijgen en waarop we moeten voorsorteren en inspelen. Hiervan hebben we ook, voor zover op dit moment mogelijk is, de financiële impact in kaart gebracht. De takendiscussie wordt in het eerste kwartaal van 2022 in de bestuursvergaderingen behandeld. De besluitvorming hierover wordt later door middel van een begrotingswijziging verwerkt. Deze begroting is daarmee een beleidsarme begroting waarin geen onomkeerbare voorstellen worden gedaan. Afhankelijk van de besluitvorming kunnen de beleidsmatige ontwikkelingen zoals onder de vier pijlers opgenomen in deze beleidsbegroting, in minder of meerdere mate worden gerealiseerd in 2023. 5
6
Financieel overzicht * € 1.000 Rekening 2021 Totaal GR Lasten 97.254 baten 100.122 Bijdrage 3.219 gemeente
Begroting 2023 93.719
Begroting 2024 88.037
Begroting 2025 90.174
Begroting 2026 91.656
3.230
3.264
3.343
3.415
3.511
Bovengenoemde bijdragen worden opgenomen in de conceptbegroting 2023- 2026 van de gemeente. Overige aandachtspunten •
•
•
•
7
Begroting 2022 94.103
Wijziging rapportagecyclus: Vanaf 2020 stelt de VR 1 bestuursrapportage op en wel over eerste zes maanden, dus per 30 juni. Hiernaast worden er ‘soft closures opgesteld na 4,8 en 10 maanden. Graag aandacht voor de soft closures. Met betrekking tot de reserve doorontwikkeling met een saldo per 1 januari 2022 van € 1.195.000 merken wij op dat deze, gezien de doorontwikkeling zijn einde nadert, uiterlijk 31 december 2022 is verdwenen en ingezet voor de bestemming waar deze voor bedoeld is. Bij de richtlijnen voor de kaders 2024 zal meegegeven worden, indien van toepassing, in beeld te brengen in de begroting als nieuw beleid/aangepast beleid in de plaats komt van oud beleid. Bij de richtlijnen voor de kaders 2024 zal meegegeven worden om in kaderbrief en/of begroting een overzicht toe te voegen waaruit blijkt hoe de VR met welke richtlijn rekening heeft gehouden (gespecificeerd per deelnemer)
De zienswijze Voorgesteld wordt om geen zienswijze in te dienen.
Gemeenschappelijke regeling: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) 1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Op 1 april 2022 is de conceptbegroting 2023 aan het college en de gemeenteraad toegezonden. De (voorlopige) jaarrekening is ontvangen op 4 april. Alle stukken zijn voor 15 april en daardoor tijdig ingediend. 2 Is voldaan aan het BBV? Deels, de opbouw van de begroting kent een beleidsmatig en financieel deel. Het beleidsmatig deel kent niet de voorgeschreven WWW-opzet. De vragen Wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat gaat het kosten worden niet 1 op 1 beantwoord. Er worden door de OMWB wel ontwikkelingen geschetst maar geen duidelijke doelstellingen. Er is eveneens geen raming van baten en lasten in het beleidsdeel opgenomen. 3 Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. In de beleidsbegroting wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op een aantal interne en externe trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op de producten en werkwijzen van de omgevingsdienst in 2023. Niet alle beleidsmatige richtlijnen zijn geheel opgevolgd: Richtlijn 1 en 2: Begroting 2023 is onvoldoende Omgevingswet (Ow) proof. Grootste risico van de Ow is de digitale werkwijze. Zowel het landelijke DSO (digitaal stelsel omgevingswet) als de mate waarin de omgevingsdienst de aansluiting hierop zal kunnen maken, baart zorgen.
OMWB schetst deze ontwikkeling (pag. 15, paragraaf 3.4.1) maar beschrijft onvoldoende beheersmaatregelen*. Wel is een risico-inschatting van € 1 mln. met een kans van optreden van 40%. Het gewogen risico bedraagt hierdoor € 400.000. Dit bedrag is in de risico-inventarisatie opgenomen. (zie ook punt 6) * Op pag. 15 er wordt verwezen naar een impactanalyse en voor de Ow geldt een overgangstermijn van 10 jaar, hoe dit naar een risico van € 1 mln. optelt is echter onduidelijk/niet gespecificeerd. Richtlijn 3 (vermelden resultaten evaluatie MWB-norm): Resultaten worden niet vermeld en zo ontbreken ook de uitgangspunten van de nieuwe norm, terwijl wordt verwezen naar de norm uit 2017 (pag. 8). Zie ook punt 4. Richtlijn 4 (nieuw voor oud): OMWB gaat meer risicogestuurd te werk of administratief controleren maar dat is in principe minder doen voor hetzelfde geld i.p.v. nieuw voor oud en zelfs het kostenbesparingsprogramma kost eerst € 450.000 (pag.16). Richtlijn 5 (transparant verwerken managementsysteem en datamanagement): Er worden alleen bedragen opgenomen voor het kwaliteitsmanagementsysteem en datamanagement maar nauwelijks een toelichting of onderbouwing (pag. 26). 4 Financiële aandachtspunten Opvolgen richtlijnen Niet alle financiële richtlijnen zijn opgevolgd.
Richtlijn 3 (geef inzicht in het verloop van de reserves en indien 2 jaar niet aangewend dan vrijval van de betreffende bestemmingsreserve): Op pagina 31 is te zien dat zowel de algemene reserve (AR) als de reserve meetstation flink oplopen door jaarlijkse stortingen. Eind 2026 zou de AR daarmee € 2,7 mln. bedragen. Er wordt geen inzage gegeven in de besteding van de reserves. De bestemmingsreserve (BR) meetstations loopt op tot € 1,1 mln. in 2026. Aangegeven wordt dat deze daarna zal teruglopen door onttrekkingen maar dit is niet nader gespecificeerd/gekwantificeerd. Verzoek is om dit alsnog te doen.
Richtlijn 4 (stijging bijdrage deelnemers maximaal met indexering in meest recente circulaire): Zie punt 5. Richtlijn 6 (concreet voorstel voor resultaatbestemming): Volgt nog voor vergadering Algemeen Bestuur (AB) in juli 2022. Er is echter een positief saldo 2021. Evaluatie MWB-norm. De evaluatie van de MWB-norm heeft plaatsgevonden in de tweede helft van 2021. De nieuwe MWB-norm geldt voor 2 jaar en bekeken zal worden hoe dit (financieel) uitpakt mede in het licht van de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2023. De aangepaste MWB-norm is in december 2022 door het AB vastgesteld. 5 Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabellen x € 1.000,Jaarrekening 2021: Resultaat en bestemming GR (apparaatskosten)
Begroting 2021
Resultaat 2021
Totaal GR (bedrag totale begroting!)
34.946
164 V
Bijdrage gemeente
1001
1229
Resultaat Resultaat bestemming bestemming toevoeging terug naar een eigen gemeenten reserve GR 164
0
Meerjarenontwikkeling GR (apparaatskosten)
Begroting 2021
Resultaat 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Totaal GR
34.901
164 V
35.018
35.585
Bijdrage gemeente
1001
1229
997
1018
De meerjarenraming 2024-2026 laat een structureel overschot zien van ruim € 2,5 ton per jaar. 6 Overige aandachtspunten Paragraaf Weerstandsvermogen (pag. 13): De weerstandsratio van de dienst bedraagt inmiddels 1 en wordt als ‘voldoende’ gekwalificeerd. Het hogere risico komt voort uit een aantal al eerder geschetste ontwikkelingen. Zo ziet de OMWB nog steeds het risico van COVID voor 2023 (50% van € 500.000) en is een bedrag opgenomen voor de krappe arbeidsmarkt (75% van € 700.000). Bij deze risico's en percentages plaatsen wij een aantal kanttekeningen. Is het bijvoorbeeld reëel om risico van de Ow lager in te schatten dan dat van Covid? Daarnaast de vraag of voldoende is gekeken naar alternatieven en/of beheersmaatregelen. Voor het risico van de arbeidsmarkt is ook een beheersmaatregel denkbaar namelijk concentratie op de wettelijke taken i.p.v. (acquisitie blijven doen voor) de verzoektaken. Het verzoek aan de omgevingsdienst is om kritisch te kijken naar de risicotabel, de risico’s in voldoende mate zijn meegenomen en hier in de 1e burap 2022 over te rapporteren.
De OMWB geeft in haar conceptbegroting reeds aan dat twee aanvullende ontwikkelingen risico’s opleveren die nog niet te kwantificeren te zijn: de impact van de bevoegdheidsverschuiving VTH-bodemtaken van provincie naar gemeenten en de prijsstijgingen n.a.v. de Russische invasie van Oekraïne; hierop wordt in de 1e burap 2022 verder ingegaan. Nota Verbonden partijen (= regionaal beleid van de 16 Regio West-Brabant gemeenten) Tijdens de vergadering van het AB op 1 juli 2020 is door meerdere deelnemers de wens uitgesproken om over de positie van de nota een AB-besluit te nemen en daarmee de discussie over de voorwaarden uit die nota te beslechten. De nota is in 2021 geëvalueerd. Als de resultaten van deze evaluatie beschikbaar zijn, zou het Dagelijks Bestuur (DB) met een voorstel hierover komen. Het AB heeft in april 2021 ingestemd dat dit op een later moment zal worden voorgelegd. De nota zal in 2022 geactualiseerd worden en dat hierbij rekening zal worden gehouden met de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (ingangsdatum 1 juli 2022). De zienswijze is regionaal voorbereid. Er is kennisgenomen van het advies van het P&Cpanel van de OMWB. 7 De zienswijze De volgende zienswijze op de begroting 2023 in te dienen: a. In de begroting 2023 een overzicht op te nemen met de bestedingen van de bestemmingsreserve meetstations in 2023 t/m 2026. b.
De deelnemers bij het opstellen van de (concept)begroting 2024 vooraf actief te betrekken bij de risico-inventarisatie t.b.v. de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. c. Deelnemers actief te informeren over en te betrekken bij de diverse elementen (o.a. Omgevingswet, MWB-norm en declarabele uren) die van invloed zijn op de kostenontwikkeling van de omgevingsdienst; Verzoek is om de zienswijze te verwerken in de definitieve versie van de begroting 2023.
Gemeenschappelijke regeling: Nazorg Gesloten Stortplaatsen
1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja
2
Is voldaan aan de nieuwe BBV (m.i.v. begroting 2018) Ja
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. In 2019 is met de provincie afgesproken dat de overdracht van de stortplaatsen met 10 jaar is uitgesteld, daarmee zijn er geen beleidsontwikkelingen te verwachten. Financiële aandachtspunten
4 5
Geen bijzonderheden. Financieel overzicht Nazorg Gesloten Stortplaatsen
Begroting
Resultaat
Begroting
Ontwerpbegroting
2021
2021
2022
2023
Totaal GR
663.295
-143
663.295
663.295
Bijdrage gemeente Oosterhout
79.349
-
79.349
79.349
6
Overige aandachtspunten
7
De zienswijze Voorgesteld wordt om geen zienswijze in te dienen.