CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

- bijlage technische vragen GBV - richtlijn bomencompensatie rv. 1.1

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 1016069 Compensatiebeleid en samenhangend groenbeleid 202311.523 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

knot en leiboom

0,7

normale boom

1

C:\Documents and Settings\Eigenaar\Mijn documenten\johan\oosterhout\bomencompensatie\def rapportagelopzet nota v2.31.odt

Oosterhout

Richtlijn Bomencompensatie 2009 - Bijlagen juni 2011 revisie 1.1

blad 5 van12

I

waardefactor in procenten

---

!

----

“ .

N T

o

gemeente

o

35

50

100

150

200 potentiële levensverwachting in jaren

De minimaal benodigde compensatie wordt met behulp van onderstaande formule berekend:

X*V

Cx<=Y*Vy*Cy*(1/g)

ofwel Y >= X*Vx*Cx*g/(Vy *Cy)

waarbij is: X Y vx, Vy Cx, cy

g

aantal te vellen bomen aantal te planten bomen rekenfactor boomvorm waardefactorte bepalen uit grafiek op basis van potentiële levensverwachting gebiedsfactor op basis van gebiedskaart

C:\Documents and Settings\Eigenaar\Mijn documenten\johan\oosterhout\bomencompensatie\def rapportage\opzet nota v2.31 .odt

blad 6 van12

Bijlage 3 : Rekenvoorbeeld minimale compensatie $ 1

1

T o,

L0 T

>

>)

Oosterhout

Richtlijn Bomencompensatie 2009 - Bijlagen juni 2011 revisie 1.1

waardefactor in procenten

gemeente

T

25

O

61

35

50

100

150

200

potentiële levensverwachting in jaren

De minimaal benodigde compensatie wordt met behulp van onderstaande formule berekend:

X*V

cx <— Y

X*vX

C,X

Vy Cy

1 g

ofwel

Y>=

g

Vy Cy

waarbij is:

X Y X y Vx,V Cx , Cy

g

aantal te vellen bomen aantal te planten bomen rekenfactor boomvorm waardefactorte bepalen uit grafiek op basis van potentiële levensverwachting gebiedsfactor op basis van gebiedskaart

C:\Documents and Settings\Eigenaar\Mijn documenten\johan\oosterhout\bomencompensatie\def rapportage\opzet nota v2.31 .odt

•• gemeente

Richtlijn Bomencompensatie 2009 - Bijlagen juni 2011 Oosterhout revisie 1.1

blad 7 van12

rekenvoorbeeld

In een straat in de Donkenbuurt worden 4 straatbomen geveld vanwege wortelopdruk, ze kunnen niet langer op deze plek blijven staan. De bomen zijn 25 jaar oud. In het gebied is een plek in te richten waar bomen kunnen worden geplant die dan ca. 60 jaar kunnen groeien. Gewone bomen hebben een correctiefactorvan 1 voorde boomvorm. De waardefactor van de bestaande bomen is 65% De waardefactor van de nieuwe bomen is 259% De gebiedsfactor is: 85%

De formule wordt dan:

4*1*65%<=Y*1*259%*(1 /85%) 4 *1 * 65%*85% Y>= 1 * 259% hieruit volgt dat Y overeenkomt met 0,85 bomen Er moeten in dit voorbeeld ten minste 1 boom worden herplant.

C:\Documents and Settings\Eigenaar\Mijn documenten\johan\oosterhout\bomencompensatie\def rapportage\opzet nota v2.31 .odt

w gemeente

Oosterhout

Richtlijn Bomencompensatie 2009 - Bijlagen juni 2011 revisie 1.1

blad 8 van12

Bijlage 4 : Hoofdstuk 2 uit het rapport “Recht op groen” van de Raad voor het Landelijk Gebied (de waarde van groen)

2 Groene kwaliteit van de openbare ruimte: motieven en functies Als mensen gevraagd worden naar het motief om groen of natuur in hun buurt of in hun regio te willen, zijn de antwoorden te herleiden tot motieven van leefbaarheid, gezondheid, economie en natuur, ongeacht het soort groene openbare ruimte dat men voor ogen heeft.

2.1 Vier motieven: leefbaarheid, gezondheid, economie en natuur Leefbaarheid • de openbare ruimte is een ontmoetingsplaats voor mensen. Een aangename omgeving creëert de condities voor prettige ontmoetingen; • wonen in het groen is aantrekkelijk. Steden kunnen met een groene leefomgeving de kapitaalkrachtigere inwoners behouden; • recreatie nabij de woon- en werkomgeving is belangrijk, voor ontspanning tussendoor; • een groene ruimte biedt speel- en bewegingsplekken voor kinderen; • een groene kwaliteit in de openbare ruimte kan bijdragen aan de architectonische vormgeving van de woonomgeving en daarmee aan de identiteit van buurt en stad; • groen schept mogelijkheden voor beleving van natuurlijke elementen; • volkstuinen zijn voor de bezitters een bron van ontspanning; • sportieve tijdbestedingsmogelijkheden en ontmoetingsmogelijkheden leiden, samen met andere maatregelen, tot vermindering van onveiligheid door jeugdigen (Groenforum Nederland 2003; RMO, 2004). Kinderen hebben recht op spel en recreatie. Als kinderen van 5 tot 12 jaar het voor het zeggen zouden hebben, zouden in hun woonomgeving ‘wildel landjes te vinden zijn: braakliggende, ‘ongeplandel terreinen, waar zij vrij - dat wil zeggen zoveel mogelijk zonder controle door volwassenen kunnen spelen.

Kinderen vinden daar onder andere: dingen die een beroep op verbeeldingskracht en inventiviteit doen; kunnen lopen over een liggende boomstam of klimmen in een boom; dieren tegenkomen; steeds weer nieuwe dingen ontdekken; plekken die de fantasie in hoge mate prikkelen, waar je kunt dromen en van kunt dromen, places where the soul can fly. De identiteit van dergelijke plekken en hun verhalen draagt bij aan de ontwikkeling van de identiteit (het levensverhaal) van kinderen. bron: Netwerk Springzaad van de Stichting Oase, 2004

Gezondheid • natuurlijk groen heeft een positieve invloed op herstel van stress en aandachtsmoeheid, zelfs zicht op stedelijke natuur is daarbij al voldoende (Gezondheidsraad en RMNO 2004, 5.1,2,e & 5.1,2,e 2001); een uitnodigende omgeving stimuleert tot beweging in de vorm van wandelen, joggen en fietsen. De gezondheidskosten die ontstaan door gebrek aan beweging bedroegen □ 744 miljoen in 2002 (TNO 2004). Een van de rijksdoelen is een toename met 10% van het aantal mensen dat een half uur per dag wandelt (WVS, 2003) waardoor er in 2025 in 2400 minder mensen per jaar zullen overlijden (Bemelmans e.a. 2004); groen heeft een gunstige invloed op de concentratie en zelfdiscipline (Gezondheidsraad en RMNO 2004); groen vergemakkelijkt het sociaal contact bij kinderen en daarmee hun sociale ontwikkeling (Gezondheidsraad en RMNO 2004); groen kan bijdragen aan geluidssanering door dempen en verstrooien van lawaai; schadelijke concentraties NO2 en ozon zijn lager in buurten met meer groen. De concentratie aan stof kan tot 90% lager zijn in een straat met bomen. Groen adsorbeert fijn stof en kan daarmee onder bepaalde condities bijdragen aan de luchtkwaliteit; in drukke

C:\Documents and Settings\Eigenaar\Mijn documenten\johan\oosterhout\bomencompensatie\def rapportage\opzet nota v2.31.odt

w gemeente

Oosterhout

Richtlijn Bomencompensatie 2009 - Bijlagen juni 2011 revisie 1.1

blad 9 van12

verkeersstraten kunnen bomen er echter juist de oorzaak van zijn dat er relatief veel fijn stof in de straat blijft hangen (Bruse e.a. 2002, Wesselius e.a. 2004). Economie • steden presenteren zich met groene kwaliteit als aantrekkelijk voor wonen, toerisme en recreatie. Dat vertaalt zich onder meer in een gevarieerde bevolkingsopbouw met onder meer een ‘creatieve klassel die economische ontwikkeling stimuleert (Marlet en Van Woerken, 2004), in meer omzet en werkgelegenheid in het toeristisch en recreatief bedrijfsleven en in gemeentelijke inkomsten via toeristenbelasting; • naast bereikbaarheid is groen in de directe omgeving een belangrijke factor bij het aantrekken van bedrijven, werknemers en het vergroten van de bedrijfsomzet (Williams en Greer2001); • het economische effect van een gezondere stadsbevolking door aanwezigheid van groen is aanzienlijk. De zelfstandigheid van ouderen wordt positief beïnvloed door beschikbare recreatieve mogelijkheden. De positieve effecten op de sociale en geestelijke ontwikkeling en de bevordering van fysieke en motorische ontwikkeling van kinderen van speelmogelijkheden in de openbare groene ruimte waardoor maatschappelijke kosten vermeden worden, zijn algemeen aanvaard (SGBO en Stichting Recreatie, 2004); • de waarde van onroerend neemt goed toe door de nabijheid van groen en water (onder meer Luttik, 2000).

12% van de waarde van een huis is toe te schrijven aan open groen aan de achterkant; • 7% aan de aanwezigheid van een park voor of achter (Bervaes en Vreke, 2003). In Berlijn was de waarde van grond in 2000 17% hoger in straten met bomen; • de meerwaarde van onroerend goed door de aanwezigheid van groen betaalt zich jaarlijks uit via hogere gemeentelijke belastinginkomsten (onroerend zaak belasting) en via de belasting op verkoop van onroerend goed. De OZB revenuen in Utrecht waren in 1997 door de directe aanwezigheid van groen naar schatting één miljoen Euro; • de rijksoverheid verdiende in het Roerdal de investeringen in natuur terug via de omzetbelasting (LEI, 2002); • groen kan worden gebruikt voor waterretentie waardoor het waterafvoersysteem kan worden afgestemd op lagere afvoerpieken en de waterkwaliteit in periode van sterke regenval beter blijft. • Dat leidt tot aanzienlijke besparingen op investeringen in rioolstelsels en waterzuiveringinstallaties. Bestrijding van luchtvervuiling, energiebesparing, waterretentie en bijdragen aan de waarde van omringend onroerend goed van 100 straatbomen leverden in geld uitgedrukt een bedrag op van 170.000 Euro terwijl de kosten daarvan gedurende 40 jaar ongeveer 70.000 euro aan plantkosten en onderhoud (snoeien en herbestrating) bedroegen (McPherson e.a., 2002).

Natuur • groen biedt variatie aan planten en dieren waardoor veel soorten zich kunnen vestigen en handhaven in de stedelijke omgeving. De biodiversiteit in steden is over het algemeen hoger dan in het agrarisch gebied maar lager dan in natuurgebieden (Natuurbalans, 1999); • de stedelijke omgeving biedt aan enkele specifieke soorten een uniek onderdak door de aard van het substraat en het stedelijk microklimaat, bijvoorbeeld muurplanten, mossen en de muurhagedis (in Maastricht); • de flora en fauna in steden dragen vooral bij aan de natuurbeleving en daarmee aan draagvlak voor natuurbehoud en natuurontwikkeling in Nederland.

Functievervulling Elk type groen vervult functies op het gebied van leefbaarheid, gezondheid, economie en natuur. De raad heeft geschat (zie tabel 1) dat het bestaande groen voor 40% vooral functioneel is voor leefbaarheid, 25% voor gezondheid, 20% voor economie en 14% voor natuur (figuur 1).

C:\Documents and Settings\Eigenaar\Mijn documenten\johan\oosterhout\bomencompensatie\def rapportagelopzet nota v2.31.odt

w gemeente

Richtlijn Bomencompensatie 2009 - Bijlagen juni 2011 Oosterhout revisie 1.1

blad 10 van12

Tabel 1: Soorten openbaar groen in % van het totaal openbaar groen oppervlak binnen de bebouwde kom van de G30 grote steden (CBS statistiek, kolom 2). En de geschatte toedeling van het groen aan de functies leefbaarheid, gezondheid, economie en natuur in %

% van totaal functievervulling per type groen in relatie tot openbaar motief voor groen (in %) groen G30 leefbaarheid gezondheid economie natuur

type groen

Begraafplaats Bos Dagrecreatie gebied Natuurgebied Overig agrarisch gebied Park en plantsoen Sportvelden Volkstuin

4 5

25 20

10 40

25 0

40 40

2

40 25

40 0

0 0

20

1

16 47 22 3

50 50 25 40

20 20

20 20 20 0

10 10 10

45 40

75

20

Figuur 1 functievervulling van la het aanwezige groen binnen het verstedelijkt gebied van de G30 steden Bron: CBS bodemstatistiek en tabel 1, zie deel 2 (Analyse) van dit advies

Functies van groen niet (h)erkend in beleid Groene kwaliteit in de openbare ruimte vervult functies voor mens, economie en natuur. Minder groen oppervlakte met bestaande kwaliteit verdeeld naar motief (G30 steden)

14%

41% □ leefbaarheid

20%

■ gezondheid □ econome □ ecologie (natuur)

25%

groene openbare ruimte kan een minder goed sociaal leefklimaat betekenen, minder gezondheid, minder recreatiemogelijkheden, minder speelplekken voor kinderen, minder natuurbeleving, een minder goed economisch vestigingsklimaat, een lagere woningwaarde,

C:\Documents and Settings\Eigenaar\Mijn documenten\johan\oosterhout\bomencompensatie\def rapportage\opzet nota v2.31 .odt

w gemeente

Oosterhout

Richtlijn Bomencompensatie 2009 - Bijlagen juni 2011 revisie 1.1

blad 11 van12

minder toerisme en minder natuur in de stad. Al deze functies kunnen gedeeltelijk ook op andere wijze dan via groene openbare ruimte vervuld worden. De groene openbare ruimte vervult deze functies echter tegelijkertijd zodat de groene openbare ruimte een efficiënte manier is om deze maatschappelijk gewenste doelen te bereiken. Minder groene openbare ruimte betekent dat deze functies anders moeten worden gerealiseerd. Er is dan sprake van afwenteling op anderen: minder groene openbare ruimte leidt tot een lagere gezondheid van de stedelijke bevolking en daarmee tot hogere kosten in de gezondheidszorg. Minder groene kwaliteit leidt tot een minder goed sociaal leefklimaat en daarmee tot hogere kosten voor het integratiebeleid. Minder groen betekent minder speelgelegenheid en aanleg van aparte speelvoorzieningen. Minder investeren in natuur heeft financiële voordelen voor de gemeenten, projectontwikkelaars en eigenwoningbezitter. De nadelen zijn echter voor de doorsnee bewoner, zijn kinderen, het lokale bedrijfsleven en de huiseigenaar die zijn huis verkoopt. En er vindt afwenteling plaats naar toekomstige generaties: besparingen nu leiden tot hogere uitgaven in de toekomst via beperkte duurzaamheid van woonwijken, gezondheidskosten en dergelijke.

Omdat deze mogelijke afwentelingsmechanismen maatschappelijke gevolgen hebben, stijgt de discussie over de groenrood balans uit boven het lokale niveau en raakt ook aan de verantwoordelijkheden van de rijksoverheid.

Teveel sectoraal en te weinig integraal denken De multifunctionaliteit van groen is bij besluitvorming over groen weinig zichtbaar omdat vooral sectoraal gedacht en gewerkt wordt. Als voorbeeld kan het jaarlijkse woonwensen onderzoek van het ministerie van VROM dienen. Daarin worden ‘speelgelegenheidD en ‘groenD naast elkaar als opties gepresenteerd. Inwoners van vooral het stedelijk gebied geven aan zowel speelgelegenheid als groen te missen (figuur 2). Dit leidt tot een beleidsopgave voor zowel speelgelegenheid als groen die in de sectorale benadering in aparte (financiële) trajecten worden opgelost. Vanuit integraal denken vallen de beleidsopgaven deels samen omdat groen speelgelegenheid biedt indien de inrichting daar mede op afgestemd wordt.

ontbrekende voorzieningen voorzover dat als een probleem wordt

ervaren

30

25

3 20

□ speebeegenhei mbuurtgren

5

15

N

10

□ parkeergeegenheid

□ wnkes 5---------

0

cent r um st ë de li jk

landelijk w oon g eb ie d

Figuur 2: Aangegeven ontbrekende voorzieningen per onderscheiden woonmilieus. Speelgelegenheid, één van de functies van groene kwaliteit, is een belangrijke ontbrekende voorziening. Bron: Woningbehoefteonderzoek 2000 Een analyse van de Meerjaren Ontwikkelingsprogrammals (MOPDs) die is opgesteld in het kader van het Grote stedenbeleid 2005-2009, laat zien dat de functies van groen in de domeinen leefbaarheid, gezondheid, economie en natuur maar in beperkte mate bij het beleid betrokken worden. In geen van de dertig MOPDs wordt een rol toegekend aan groen in het domein

C:\Documents and Settings\Eigenaar\Mijn documenten\johan\oosterhout\bomencompensatie\def rapportagelopzet nota v2.31.odt

w gemeente

Oosterhout

Richtlijn Bomencompensatie 2009 - Bijlagen juni 2011 revisie 1.1

blad 12 van12

economie. In slechts 20% van de MOPDs wordt groen een rol toebedeeld ter bevordering van de gezondheid. In ook 20% van de MOPDs wordt een relatie gelegd tussen groen en cultuur, wat vertaald kan worden in een bijdrage aan het domein leefbaarheid (Ecorys 2005).

C:\Documents and Settings\Eigenaar\Mijn documenten\johan\oosterhout\bomencompensatie\def rapportagelopzet nota v2.31.odt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=872b4376-ef09-4786-96c0-6f48fce7b3a1