CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

- bijlage technische vragen GBV - groenstructuur 2002-2012

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 1016069 Compensatiebeleid en samenhangend groenbeleid 202310.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Conceptrapport tbv inspraak

Groenstructuurvisie 2002 - 2012 revisie 05 mei 2003

gemeente oosterhout

Definitief rapport tbv inspraak

Groenstructuurvisie 2002 - 2012 projectnr. 6391 - 100669 revisie 05 mei 2003

gemeente oosterhout

Opdrachtgever Gemeente Oosterhout Postbus 10.150 4900 GB OOSTERHOUT

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Inhoud

Blz.

1 1

Inleiding

2

2 2.1 2.2

Beleidskader Rijks- en Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

3 3 3

3 3.1 3.2

Doel en betekenis groenvoorzieningen Doel Groenstructuurvisie 2002 – 2012 Betekenis van groenvoorzieningen voor Oosterhout

5 5 5

4 4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4

Groenstructuur De opbouw van de groenstructuur De analyse van de groenstructuur Hoofdgroenstructuur Vlakken Lijnen Punten Wijkgroenstructuur

7 7 7 9 9 9 11 12

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3

Groenthema’s Thematische parkenreeks Maaibeheer Huidige situatie Analyse en probleemstelling huidig maaibeleid Voorstel Uitgifte niet structureel groen Structureel groen Uitgifte mogelijkheid en toetsingscriteria Werkwijze

13 13 15 15 15 16 17 17 18 18

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Status van de Groenstructuurvisie Inleiding Kaderstelling Gradaties in de kaderstelling Compensatie Toekomstige ontwikkelingen

20 20 20 21 22 22

7 7.1 7.2 7.3

Financiële implicaties Inleiding Groenstructuur Maaibeheer

23 23 23 25

SAMENVATTING Bijlage 1 Bijlage 2

blad 1 van 29

Wijk en Welzijn

28

Groenstructuurkaart Oosterhout Groenstructuurkaarten Den Hout, Dorst en Oosteind

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

1

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Inleiding In opdracht van de gemeente Oosterhout is door ‘Oranjewoud’ de Groenstructuurvisie 2002 - 2012 voor het gemeentelijk groen opgesteld. Deze groenstructuurvisie is een actualisatie van de eerder in 1992 opgestelde Groenvisies voor de bebouwde kom van de kernen Oosterhout, Dorst, Den Hout en Oosteind. De groenstructuurvisie geeft aan wat de betekenis is van het stedelijk groen binnen de gemeente en wat er moet gebeuren om de structuur van het groen, ook op langere termijn, te behouden en te versterken. De groenstructuurvisie moet als basis fungeren voor de bestuurlijke besluitvorming omtrent het te voeren groenbeleid in de gemeente Oosterhout. Daarnaast dient deze groenstructuurvisie binnen de gemeente als kader te fungeren bij het opstellen van nieuwe ruimtelijke (her-) inrichtingsplannen. Gemeente Oosterhout heeft aan die rapportage de twee afsluitende hoofdstukken toegevoegd waarin de status van de groenstructuurvisie en de financiële implicaties worden behandeld. Ook de samenvatting is toegevoegd. De groenstructuurvisie is vastgelegd in voorliggende rapportage en omvat: Een korte beschrijving van het beleidskader (hoofdstuk 2); Doel en betekenis van groenvoorzieningen (hoofdstuk 3); Beschrijving en analyse van de huidige hoofdgroen- en wijkgroenstructuur (hoofdstuk 4); In hoofdstuk 5 de thematische parkenreeks, het maaibeheer en uitgiftebeleid behandeld.

In hoofdstuk 6 wordt de status van het rapport beschreven. In hoofdstuk 7, het afsluitende hoofdstuk, worden de financiële consequenties van de visie inzichtelijk gemaakt.

blad 2 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

2 2.1

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Beleidskader Rijks- en Provinciaal beleid In het streekplan is de ecologische hoofdstructuur uitgewerkt op provinciaal niveau. Daarin is provincie Noord-Brabant zelfs verder gegaan. Ze heeft de ecologische hoofdstructuur (ehs), die op landelijk niveau is vastgelegd, uitgebreid met gebieden die op provinciaal niveau van belang zijn. Deze gebieden krijgen in het streekplan een status die gelijk is aan die van de ehs; het geheel word aangeduid als Groene Hoofdstructuur (GHS). De bosgebieden rondom Oosterhout behoren tot de GHS. Naast de aanduiding van de GHS is in het streekplan ook aangegeven dat het gebied dat zich globaal uitstrekt van de zuidrand van de boswachterij Dorst tot aan het buitengebied rondom de kern Den Hout moet worden beschouwd als Landschapsecologische zone. Kenmerk van Landschapsecologische zones is de sterke verweving van functies. Juist die verweving is bepalend voor de landschappelijke waarde van het gebied. Rijks- en provinciaal beleid met betrekking tot stedelijk groen heeft met name betrekking op het terugdringen van chemische onkruidbestrijding op verharding en groen.

2.2

Gemeentelijk beleid De groenstructuurvisie heeft met name betrekking op het stedelijk groen binnen de bebouwde kom van de gemeente Oosterhout. Randstedelijk groen en grote groenobjecten in het buitengebied, (bijvoorbeeld bos- en natuurgebieden), dragen bij aan de ruimtelijke beleving van de groenstructuur vanuit de kernen. De volgende beleidsplannen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom zijn geraadpleegd bij het opstellen van de groenstructuurvisie:

blad 3 van 29

•

Bestemmingsplan Buitengebied (Concept-mei 2002) van de gemeente Oosterhout, waarin het ruimtelijk beleid voor het buitengebied is vastgelegd.

•

Landschapsontwikkelingsplan Den Hout (Elings, februari 1999) waarin een visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Den Hout wordt beschreven;

•

Landschapsbeleidsplan gemeente Oosterhout ( Oranjewoud, december 1990) waarin het behoud, ontwikkeling en beheer van het landschap wordt beschreven. Landschapsbeleidsplan en Bestemmingsplan Buitengebied vullen elkaar aan. De bebouwde komgrens vormt de plangrens;

•

Stadsvisie-plus (Zandvoort Ordening & Advies, april 2001) waarin een ontwikkelingsvisie voor de gehele gemeente Oosterhout tot 2015 wordt beschreven;

•

Ecologische structuurvisie Groen –Goud in Oosterhout (Bureau Waardenburg, juli 1995) waarin een visie op de huidige en gewenste ecologische waarden en structuren voor Oosterhout - Zuid wordt beschreven;

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

blad 4 van 29

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

•

Ecologische structuurvisie Groen - Blauw in Oosterhout (Bureau Waardenburg, april 2000)waarin een visie op de huidige en gewenste ecologische waarden en structuren voor Oosterhout-noord/-midden wordt beschreven.

•

Groenvisies Oosterhout (Januari 1996) In dit plan is per wijk de hoofdgroenstructuur en het structurele groen in beeld gebracht. Daarnaast zijn in de visie per wijk boomsoorten benoemd.

•

Beleidsplan Monumentale bomen en houtopstanden. Het beleidsplan Monumentale Bomen (maart 2002) beschrijft het belang van zorg voor en de daarbij benodigde financiële middelen voor de monumentale bomen zoals die zijn opgenomen in de lijst “Monumentale Bomen.

•

Monumentale Bomen in bestemmingsplannen Het opnemen van monumentale bomen en houtopstanden in bestemmingsplannen heeft tot doel de groeiplaats en de toekomstige kroonprojectie + 2.00 meter te beschermen tegen toekomstige bouw - en graafwerkzaamheden, bouwplanontwikkelingen en reconstructie -plannen.”

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

3 3.1

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Doel en betekenis groenvoorzieningen Doel Groenstructuurvisie 2002 – 2012 De hoofddoelstelling van de Groenstructuurvisie is het Vastleggen van de groenstructuur voor de periode 2002 – 2012. In de Groenstructuurvisie 2002 – 2012 wordt op twee niveaus gewerkt, namelijk: 1. Groenvoorzieningen behorend tot de hoofdgroenstructuur. Deze zijn visueel-ruimtelijk en/of functioneel van betekenis voor de gehele gemeente of kern; 2. Groenvoorzieningen behorend tot de wijkgroenstructuur. Deze zijn visueel-ruimtelijk en/of functioneel van betekenis voor de betreffende wijk waarin ze liggen. In de Groenstructuurvisie 2002 – 2012 worden de volgende zaken beschreven en op de groenstructuurkaart per kern gevisualiseerd: • Het benoemen van de bestaande en te ontwikkelen groenstructuren; • Het signaleren van knelpunten en ontwikkelingsrichtingen voor de komende 10 jaar; • Het geven van een toetsingskader voor andere ruimtelijke ontwikkelingen. Samenwerking Groen vormt één van de sectoren in het ruimtelijk beleid. De Groenstructuur-visie 2002 – 2012 vormt een verdere uitwerking van de Stadsvisie-Plus. Met deze groenstructuurvisie wordt een sectoraal plan beoogd, waarin de visie op de groenstructuur in de gemeente voor de komende 10 jaar is vastgelegd.

Samenwerking vanuit de sector groen, door middel van deze groenstructuur-visie, met andere sectoren is derhalve noodzakelijk als het gaat om de ontwikkeling van ruimtelijke planvorming voor de bebouwde omgeving en het buitengebied. Bij de afweging (van de belangen) van de verschillende sectoren ten behoeve van de ruimtelijke planning vormt deze groenstructuurvisie een goede waarborg van de belangen en waarden van de ‘groene sector’. Uitgangspunt bij deze groenstructuurvisie is dat de variatie en differentiatie van de groenvoorzieningen moet worden benut en uitgebuit ten behoeve van het versterken van de eigen identiteit van de bebouwde kommen van Oosterhout, Den Hout, Dorst en Oosteind. Hierbij ligt het accent op de bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte, de belevingswaarde en leefbaarheid van de kernen en wijken.

3.2

Betekenis van groenvoorzieningen voor Oosterhout Het groen in Oosterhout heeft tal van waarden. Bij het opstellen van de groenstructuur worden 3 hoofdwaarden onderscheiden: 1.

Belevingswaarde: visueel-ruimtelijk en esthetisch

De structuur en beeld van het groen, als uitvloeisel van historische ontwikkelingen, landschappelijke en stedenbouwkundige opbouw, etc., geeft aan mensen informatie

blad 5 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

over de omgeving. Men ontleent er oriëntatie aan. De groen beleving komt tot uitdrukking bij entrees, langs hoofdontsluitingswegen, de lintbebouwing in de dorpen en parken in dorpscentra en woonwijken. Deze vormen belangrijke beeldvormende elementen voor de bewoners en bezoekers van de gemeente. Deze belevingswaarde is voor een deel subjectief, maar daardoor niet onbelangrijk. 2. Gebruikswaarde: recreatieve functie Groenvoorzieningen ontlenen hun waarde voor een belangrijk deel aan de gebruikswaarde. Deze recreatieve betekenis varieert van spelen op een speelplek (voetballen, spelen en zitten) in het groen van een wijk tot het benutten van de recreatieve uitloopgebieden rondom de kernen (wandelen en fietsen in bos en poldergebied). 3.

Landschappelijke-ecologische waarde

Een derde hoofdwaarde van het groen bestaat uit de landschappelijk-ecologische waarde. Het groen vormt een leefomgeving voor plant en dier. De inrichting en het onderhoud van het groen, bijvoorbeeld oevers, bermen en plantsoenen, levert een bijdrage aan de landschaps-ecologische structuur van Oosterhout. Functie De specifieke functies van het groen zijn als volgt te benoemen: • Accentgroen / representatief groen; • Aankledingsgroen: • Gebruiksgroen (speelvoorzieningen/parken etc.); • Verkeersgroen (groen langs hoofd- en wijkontsluitingswegen). In vrijwel alle gevallen hebben groenvoorzieningen meer dan één functie. Verkeers- en gebruiksgroen hebben bijvoorbeeld ook een aankledingsfunctie (ruimtevormend, ruimtegeledend, afschermend). Niveau Er is een belangrijk onderscheid te maken in groen dat voor de gehele gemeente c.q. kern van betekenis is en groen dat op een lager niveau functioneert. Binnen deze groenstructuurvisie wordt het groen op bovenwijksniveau (hoofdgroenstructuur) en het groen op wijkniveau (wijkgroenstructuur) beschreven. Ligging Ligging geeft aan in welk type stedelijk gebied de betreffende groenvoorzieningen zijn gelegen. De ligging van het groen is van betekenis voor het beeld (samenstelling / verzuringsgraad) en het gebruik van het groen.

In verband hiermee is onderscheid te maken in centrumgebied, woongebied, bedrijventerrein, begraafplaatsen en sportcomplexen. Samenstelling Bomen zijn de belangrijkste structuurdragers van de groenstructuur. Beplantingen hebben in meer of mindere mate een afschermende of begeleidende functie Gras heeft naast een ruimtelijke functie ook een belangrijke gebruiksfunctie (trapspeelveld). Water heeft naast een ruimtelijke functie ook een ecologische functie (natuurlijke oevers).

blad 6 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

4 4.1

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Groenstructuur De opbouw van de groenstructuur Onder ‘groenstructuur’ wordt verstaan: de ruimtelijke en functionele samenhang van het groen binnen de gemeente (beeld en gebruik). Als bouwstenen van de groenstructuur worden onderscheiden: • Groen op bovenwijksniveau, ook wel de ‘hoofdgroenstructuur’ genoemd. Tot de hoofdgroenstructuur worden die groenvoorzieningen gerekend die in visueel-ruimtelijke of functionele zin van betekenis zijn voor alle bewoners, passanten, toeristen etc. Ook groenvoorzieningen die van belang zijn voor natuurlijke en cultuurhistorische waarden binnen de gemeente worden tot de hoofdgroenstructuur gerekend. De hoofdgroenstructuur vertoont een sterke relatie met de stedenbouwkundige opzet zoals hoofdinfrastructuur, de dorps-assen en de diverse wijken. Daarnaast vertoont de hoofdgroenstructuur relaties met de landschappelijke opbouw van het buitengebied. De hoofdgroenstructuur is daardoor van betekenis voor de eigen identiteit van de kernen; • Groen op wijk-/buurtniveau ook wel de ‘wijkgroenstructuur’ Tot de wijkgroenstructuur worden die groenvoorzieningen gerekend die van betekenis zijn voor het beeld, gebruik en de natuur (waarde) voor de bewoners van de wijk. Voor het opstellen van de Groenstructuurvisie 2002 – 2012 is gebruik gemaakt van bij de gemeente beschikbare informatie. De verzamelde gegevens vormen de basis voor de hoofdgroenstructuur.

• Groenstructuurplan november 1987; • Nota Groenvisie (1992); • Ecologische visies (Noord / Midden (2000) /Zuid (1995)); • Maaikaart; • Visie boomgebruik / randvoorwaarden groen; • Herijking Hoofdwegenstructuur (verkeersruimten en verblijfsgebieden); • Stadsvisie Plus (april 2001).

4.2

De analyse van de groenstructuur In de Groenstructuurvisie 2002 – 2012 wordt specifiek gekeken naar de groenstructuren op bovenwijks- en wijkniveau. Het woonomgevingsgroen (kleinschalig groen direct in de woonomgeving) is hierbij buiten beschouwing gelaten. In de hoofdgroenstructuur en wijkgroenstructuur is de landschappelijke relatie met de unieke omgeving vastgelegd. De landschappelijke omgeving wordt gekenmerkt door een grote diversiteit en grote kwaliteit. De positionering binnen de landschappelijke omgeving vormt de basis voor de herkenbaarheid, de eigen identiteit en de basiskwaliteit van het groen in de verschillende kernen en wijken. Bijvoorbeeld de kern Dorst heeft door z’n landschappelijke positie als esdorp een andere identiteit dan de kern Oosteind met z’n lintbebouwing in een open polder landschap.

blad 7 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Bij de stedenbouwkundige opzet van de verschillende wijken in Oosterhout is in meer of mindere mate rekening gehouden met de landschappelijke positie. Bijvoorbeeld in de wijk Dommelbergen noord zijn doorzichten naar de open Oranjepolder opgenomen. Landschap Oosterhout is gelegen op de overgang van de hogere zandgronden naar de kleigronden van het rivierengebied. De landschapsstructuur is ontstaan uit het samenspel tussen enerzijds de ondergrond en de daaraan gerelateerde hydrologische situatie en anderzijds het menselijk gebruik ervan (verkaveling, ontwatering, mate van openheid of beslotenheid. De zo ontstane landschapstructuur bestaat uit de volgende onderdelen: • bosgebied met agrarische enclaves op de hoge zandgronden; • open poldergebied met grote rationele kavels en ontginningslinten in het lage veenen kleigebied; • gevarieerd gebied met bos, akkers en nederzettingen op de overgang tussen de bovengenoemde gebieden. De karakteristieken van de verschillende landschapstypen zijn door de uitbreiding van Oosterhout en verandert agrarisch gebruik enigszins vervaagd In de gemeente Oosterhout onderscheiden we ten aanzien van de groenstructuur twee verschillende type kernen: de grote kern en de kleine kernen. Deze indeling hangt samen met de relatie met het buitengebied. Des te kleiner de kern des te hechter de binding met het omringende landschap.

Voor de kleine kernen vormt het directe zicht op het omringende landschap en de directe bereikbaarheid van de recreatieve elementen in dit landschap een belangrijke kwaliteit. De verschillen in functie, aard en omvang van de groenvoorzieningen maken het mogelijk verschillen aan te brengen in inrichting, beheer en onderhoud en verschillen in sturing en toetsing. In de kleine kernen vervalt het onderscheid tussen hoofd- en wijkgroenstructuur. Voor het groen wordt de gehele kern beschouwd als één wijk.

blad 8 van 29

Grote kern

Middelgrote kern

Kleine kern

Oosterhout

-

Den Hout Dorst Oosteind

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

4.3

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur bestaat uit elementen van algemeen belang voor bewoners en bezoekers van de kern. De huidige elementen van de hoofdgroenstructuur zijn weergegeven op de groenstructuurkaarten (zie bijlage 1 en 2). De elementen van de hoofdgroenstructuur zijn: Vlakken Bos- en recreatiegebieden Landgoederen Parken Sportvelden

Lijnen Hoofdwegen / dorpsas

Punten Entrees

Langzaamverkeersroutes Beken Kanaal

Kruisingen hoofdwegen Overige knooppunten Monumentale bomen en waardevolle bomen

Begraafplaatsen Randen

4.3.1

Vlakken Vlakken zijn groenobjecten van grotere omvang.. Deze groenobjecten zijn van belang voor de geleding van de kernen, als visueel/functioneel overgangsgebied tussen de kern en het landschap, voor een aantrekkelijk woon- en recreatiemilieu of voor de natuurwetenschappelijke waarden. Buitensportaccommodaties behoren tot het kerngroen maar zijn echter niet zonder meer toegankelijk. Begraafplaatsen, beeldbepalende bomen en particuliere groenobjecten worden tot het kerngroen gerekend als zij een bijdrage leveren aan het groene karakter van de omgeving. Binnen de bebouwde kom bestaan de groenobjecten van grotere omvang veelal uit parken (Warande, Lukwelpark, Slotparken , Santrijnpark en Slotbosse-torenpark), pleinen (Markt, Heuvel, Bouwlingplein, Torenplein/Baseliekplein/ Waterlooplein/Valkenplein) en groenstroken die van betekenis zijn voor de recreatie, de geleding van de kern en voor de overgang van de stad / dorp naar het landelijk gebied (bijvoorbeeld bossen ten zuiden van de kern Oosterhout.

4.3.2

Lijnen Lijnen in de groenstructuur zijn lineaire groenelementen en bestaan uit enkele of dubbele bomenrijen en/of houtsingels. Deze lineaire groenelementen vallen veelal samen met landschappelijke en stedenbouwkundige patronen zoals bij reliëf, bebouwing, wegen, water en verkaveling en waterlopen buiten de bebouwde kom. De landschappelijke beplantingen langs wegen en waterlopen (beken) buiten de bebouwde kom en de bomenrijen langs belangrijke ontsluitingswegen binnen de bebouwde kom zijn voorbeelden van lijnvormige elementen.

Oosterhout Tot de hoofdgroenstructuur in Oosterhout behoort het groen langs:

blad 9 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

•

•

• • •

gemeente oosterhout

De hoofdontsluitingswegen van de Groene Ladder’ bestaande uit oostelijke noordzuidas (Burg. Elkhuizenlaan –Pasteurlaan – Abdis van Thornstraat – Sint Antoniusstraat – Tilburgseweg – Beneluxweg) en de westelijke noord-zuidas (Statendamweg – van Liedekerkestraat – Bredaseweg). Daarnaast vormen de oost-west verbindingen tussen deze twee assen de groene verbindende schakels (Burg. Materlaan, Ridderstraat, Strijenstraat, Bovensteweg, Oostpolderweg / Kreeksluisweg, Wilhelminalaan). De hoofdroute langzaamverkeer in de ‘Groene Ruggengraat’ (Burg. Holtroplaan, Slotlaan, Hoofseweg en Vissersweg)., de oost-west route (Effentweg) en het fietspad achter de geluidswal A27; De hoofdontsluitingswegen naar het centrum (Weststadweg, Bredaseweg, Vijf Eikenweg, Hoogstraat, Ekelstraat en Oude Veerseweg) De ecologische verbindingszones (Wilhelmina- en Markkanaal, EVZ Vrachelen III /Weststad III) De groene geluidwerende voorzieningen langs Rijksweg A27 en Bovenste weg.

Den Hout Tot de hoofdgroenstructuur in Den Hout behoort het groen langs: • de dorpsas (Vrachelsestraat, Houtse Heuvel, Hespelaar, Stelvenseweg); • de ontsluitingswegen naar de Houtse Heuvel (Vrachelse straat, Ruiterspoor, Eindsepad, Dordrechtseweg, Achterstraat) Dorst In de kern Dorst wordt de Rijksweg, Spoorstraat, Geerstraat en Bavelstraat tot de lineaire groenelementen gerekend. Oosteind De dorpsas (provinciale weg) van Oosteind vormt een sterk lineair groenelement. Ontbrekende schakels in de lineaire groenelementen Oosterhout: 1. Nader uit te werken groenstructuur van de Burg. Materlaan 2. Aanvullen ontbrekende schakel Esdoornlaan tussen Wilhelminakanaal en rotonde Tilburgseweg; 3. Ontstaan gaten in monumentale beukenrij langs Bredaseweg door verslechterde groeiplaatsomstandigheden en aantasting door zwammen; 4. Verandering groenbeeld Warandelaan (tunneleffect) door vervanging Amerikaanse eiken; 5. Aanvullen ontbrekende schakel hoofdgroenstructuur Wilhelminalaan tussen Zwaaikom en Sluis I. 6. Aanvullen ontbrekende schakel ten noorden van het Wilhelminakanaal tussen brug Tilburgseweg en de Nieuw Bouwlingstraat Den Hout: 1. Door de beperkte profielbreedte van de Vrachelsestraat is versterking van het groen alleen mogelijk in overleg met particulieren; 2. Aanvullen ontbrekende schakel in hoofdgroenstructuur langs Hultenkant, Ruiterspoor en Witte weg.

In het kader van het Landschapsbeleidsplan is een eerdere poging deze ontbrekende schakel binnen de hoofdgroenstructuur in te vullen niet geslaagd. Dorst 1. Aanvullen ontbrekende schakel Wethouder Dijklaan; 2. Aanvullen ontbrekende schakel in Spoorstraat ten zuiden van Rijksweg.

blad 10 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Oosteind 1. Ontbrekende schakel Provinciale weg waar mogelijk aanvullen. Dit houdt in aanplant bomen in particulier groen ter versterking van de groenstructuur conform project “Bomen op particulier terrein”.; 2. Versterken groenstructuur Hoogstraat tussen Heistraat en provinciale weg.

4.3.3

Punten Als puntelementen in de hoofdgroenstructuur zijn te onderscheiden: • Accentpunten; • Knooppunten Accentpunten Accentpunten in de groenstructuur zijn speciale plekken die door hun ligging en functie op kernniveau belangrijk zijn. Qua groeninrichting en onderhoud vallen accentpunten op ten opzichte van de omgeving. Ze hebben een representatieve en/of cultuurhistorische waarde (eyecatchers). Binnen de hoofdgroenstructuur worden de volgende elementen tot de accentpunten gerekend: • Op vier invalswegen van Oosterhout zijn de accentpunten gemarkeerd met kunstwerken. Het betreft: - De Bromtol (P. Hohmann) op de rotonde Weststadweg; - De Fiets (P. Hohmann) op de kruising Europaweg – Beneluxweg; - De Poort van Oosterhout (G. van Meer) op de Bovensteweg nabij op-/afrit A27; - De Vogel (Struyck) op het kruispunt Bovensteweg – Statendamweg; • Monumentale bomen en waardevolle bomen en houtopstanden die voorkomen op de Lijst monumentale bomen. Ontbrekende accentpunten Het streven is om elke invalsweg van de kern Oosterhout in te richten als accentpunt in combinatie met kunstwerken. De ontbrekende accentpunten zijn: • Vanuit Raamsdonksveer: Binnenkomst Oosterhout Oude Veerseweg –ter hoogte van een te realiseren fietsoversteek tussen fietspad achterzijde geluidswal langs A27 en Kromgat; • Vanuit Dorst: Kruising Burg. Materlaan met Beneluxweg; • Vanuit Teteringen: Kruising Burg.

Materlaan met Bredaseweg. (realisatie HOVtracé). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van Vrachelen IV en V, moet aandacht worden besteed aan het benoemen en inrichten van accentpunten en knooppunten. Knooppunten Knooppunten liggen daar waar keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien van de route, bij entrees van de kernen, wijken, bij spoorwegovergangen, kruisingen van langzaamverkeers-routes en kruisingen met kanalen. Op deze punten is herkenbaarheid en overzichtelijkheid van belang. De knooppunten worden niet afzonderlijk benoemd maar zijn weergegeven op de groenstructuurkaart per kern. Ontbrekende knooppunten

blad 11 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Uit de beschrijving van knooppunten volgt dat elk knooppunt als zodanig ook qua inrichting herkenbaar is. Dit is nog niet bij alle knooppunten het geval. Aandachtspunten bij versterking van knooppunten zijn: • Versterken entrees centrum op de ringtangent. Rotonde Abdis van Thornstraat met Ridderstraat; Rotonde Abdis van Thornstraat met Strijenstraat; Kruising Bredaseweg – Ridderstraat; Kruising Statendamweg – van Liedekerkestraat; • Rotonde Statendamweg – Oostpolderweg.

4.4

Wijkgroenstructuur De wijkgroenstructuur structureert de wijk en bestaat uit elementen met een algemeen belang voor de wijkbewoners. De wijkgroenstructuur wordt benoemd, vastgelegd en beschreven aan de hand van de aspecten beeld, gebruik en beheer. De wijkgroenstructuur is weergegeven op de groenstructuurkaarten (bijlage 1 en 2) De elementen van de wijkgroenstructuur zijn: Vlakken: Lijnen: Wijkparken Wijkranden Speelplekken Pleinen

Wijkwegen Langzaamverkeersroutes Watergangen

Punten: Wijkentrees Bijzondere bomen

Bij de stedenbouwkundige opzet van de wijken Dommelbergen-Noord, Vrachelen I,II,III, Kanaaleiland en Houthaven is rekening gehouden met een bundeling van het wijkgroen en woonomgevingsgroen. De groenvisies Oosterhout (1992), waarin per wijk gewenste boomsoorten worden genoemd, worden als nadere uitwerking van deze Groenstructuurvisie 2002 – 2012 gehanteerd.

blad 12 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

5

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Groenthema’s In de groenthema’s worden de visies op specifieke groenaspecten nader belicht.

5.1

Thematische parkenreeks De parkenreeks zoals die is omschreven in de Stadsvisie Plus is grotendeels gekoppeld aan de “groene ruggengraat”. Het is een herkenbare goed toegankelijke reeks van geschakelde groene ruimten in de stad. Thematisering van de verschillende parken en het herkenbaar maken van de landschappelijke en stedelijke gradiënt waarin ze liggen kan een belangrijke impuls geven aan de inrichting en de herkenbaarheid van deze parken. De parkenreeks wordt gevormd door de volgende parken van zuid naar noord: 1 Typering: Geografie: Visie:

Ligging: Status: 2 Typering: Geografie: Visie:

Ligging: Status: 3. Typering: Geografie: Visie:

Ligging: Status:

blad 13 van 29

Wijk en Welzijn

Oosterheidepark Ecologisch groen Besloten hooggelegen gebied droge en natte ecologische verbinding tussen Landgoed Oosterheide / Warandegebied / Wilhelminakanaal. Toepassing inheems bosplantsoen en natuurlijke oevers Onderhoudsniveau extensief. Gereconstrueerd in 2002/2003 Warande Sportcluster en wonen in bos Besloten hooggelegen gebied zwembad(en), tennis- en atletiekbanen, sport- en kuurcentrum in een bosrijke omgeving, liggend tegen de villawoningen in het bos langs de Warandelaan Onderhoudsniveau intensief tot extensief (bos). Te ontwikkelen groenvisie in relatie tot toekomstige ontwikkelingen Lukwelpark Wijkgroen, gebruiksgroen Overgangsgebied, tussen het Slotjesveld en de ecologische verbindingszone langs het Wilhelminakanaal Opstellen inrichtingsvisie en ontwerp in combinatie met toekomstige bouwontwikkelingen. - versterken karakteristiek stadspark aan het water goed vormgegeven plekken (aan het water, speelplekken, water doortrekken tot in woonomgeving richting Hertogenlaan, etc), oevers, waterpartijen, langzaam-verkeersroutes, HOV en kwalitatief hoogwaardige woongebouwen. - versterken relatie met Slotjes-west en Slotjes-Midden. Onderhoudsniveau matig intensief tot matig extensief Te ontwikkelen in periode 2004 – 2006

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

4. Typering: Geografie: Visie:

Ligging: Status:

5. Typering: Geografie: Visie:

Ligging: Status: 6. Typering: Geografie: Visie: Ligging: Status: 7. Typering: Geografie: Visie: Ligging: Status: 8. Typering: Geografie: Visie:

Ligging: Status:

blad 14 van 29

Wijk en Welzijn

gemeente oosterhout

Slotjesveld Open manifestatieterrein, ruime gebruiksmogelijkheden. Lanen / groene randen Overgangsgebied Opstellen inrichtingsvisie en ontwerp inclusief realiseren nieuwe entree gemeentehuis. Inrichting Slotjesveld afstemmen op functie, versterken Slotjeskarakter en als verbindende schakel tussen de Slotparken en Lukwelpark, natuurlijke oevers waterpartij gemeentehuis. Onderhoudsniveau afhankelijk van inrichting matig intensief. Te ontwikkelen visie en inrichtingsplan / uitvoering in periode 20022005 Slotpark Binnenstedelijk stadspark Overgangsgebied Historische park, statige lanen, fraaie groene ruimtes met representatief groen, gebruik voor middelgrote manifestaties (Parkfeest, koninginnedag, vuurwerk, Slotlaan als verbinding tussen kermisterreinen). Onderhoudsniveau intensief. Jaarlijks actuele bijstelling. Santrijnpark Wijkpark. Overgangsgebied. Nadere invulling aan de hand van thema / afstemmen op toekomstige ontwikkeling Santrijngebied. Onderhoudsniveau intensief tot matig intensief. Opnemen in ontwikkeling Santrijngebied Park nabij Paolo Freire school Buurtpark Overgangsgebied Nadere invulling aan de hand van een thema, meer eenheid in de ruimte creëren, eventueel toevoegen speelvoorzieningen Onderhoudsniveau matig intensief.

Onbekend Hoofse weg - Ruïne- / Slotbossetoren Wijkpark Op grens overgangsgebied – open grootschalige polders Opstellen inrichtingsvisie en ontwerp voor een wijkpark, uitplaatsen sportvoorzieningen, groene ruimte toegankelijk maken en relatie met Beemden- / Sterren- / Donken- / Laren- Kastelen en Vogelbuurt versterken, water met natuurlijke oevers. Onderhoudsniveau matig intensief. Te ontwikkelen inrichtingsplan - uitvoering 2003/2004

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

9. Typering: Geografie: Visie: Ligging Status:

gemeente oosterhout

Gooikensbos - Gooikensgat Buurtpark Open grootschalige polders Stimuleren verdere uitbreiding natuur richting Gooikensgat. Gooikensbos Onderhoudsniveau matig intensief tot extensief Gooikensgat Onderhoudsniveau extensief Wijkpark Gooikensbos gerealiseerd,

5.2

Maaibeheer

5.2.1

Huidige situatie Het huidige maaibeheer kan als volgt worden omschreven: Binnen de bebouwde kom van de gemeente Oosterhout wordt onderscheid gemaakt in gazons en kruidenrijke grasbermen. • Gazons zijn kleine eenheden grasvelden of speelterreinen. Deze grasoppervlakten worden als gazon beheerd en hebben een intensief maairegiem (frequentie: 25-30 maaibeurten per jaar); • Kruidenrijk gras binnen de bebouwde kom bestaat uit grotere grasterreinen. Het kruidenrijk gras is gesitueerd langs: de hoofdwegenstructuur (bv.”groene ladder”, “de groene ruggengraat”; langs waterlopen/kanalen; Grote groenobjecten van formaat buiten de bebouwde kom (bv.Gooikensbos, Gooikensgat en industrieterrein Weststad III. • Kruidenrijke bermen buiten de bebouwde kom worden 1x per jaar geklepeld. De beheerintensiteit van het kruidenrijk gras is in de gemeente Oosterhout als volgt vastgesteld: • Stadsdeel Noord: 3x per jaar maaien en afvoeren langs hoofdwegen; 2x per jaar maaien en afvoeren langs watergangen /fietspaden. • Stadsdeel Midden: 2x per jaar maaien en afvoeren • Stadsdeel Zuid: 1x per jaar maaien en afvoeren. Het huidige maaibeheer in de gemeente Oosterhout is weergegeven op de gras/maaikaart.

5.2.2

Analyse en probleemstelling huidig maaibeleid De maaifrequentie (3x/jaar) voor kruidenrijk gras in het noordelijk stadsdeel houdt verband met de grondslag van zeeklei. Het zuidelijk stadsdeel heeft een lage maaifrequentie (1x/jaar) vanwege de grondslag van zand. Het huidige maairegiem bestaat uit het maaien van gazons en kruidenrijke bermen binnen bepaalde tijdsvakken en met vaste maaifrequenties. In de afgelopen jaren heeft plaatselijk aanpassing plaats gevonden van het beheer van kruidenrijk gras. In verband met vrije uitzichthoeken voor verkeer worden gedeelten van het kruidenrijk gras intensiever gemaaid. In gebieden waar honden onder toezicht vrij mogen rondlopen worden op sommige plaatsen in Oosterhout in brede kruidenrijke grasbermen paden gemaaid die dienst

blad 15 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

doen als hondenuitlaat-stroken. Deze grasstroken worden als gazon beheerd. Deze hondenuitlaatstroken (bijvoorbeeld Burg. Materlaan, parkgebied nabij winkelcentrum Zuiderhout) zijn nog niet opgenomen in het maaibestek. Probleemstelling Het huidige maaibeleid levert jaarlijks klachten op met betrekking tot: • de visuele beleving Kruidenrijke bermen worden door sommige bewoners als slordig ervaren. Het verschil in maairegiem versterkt dit beeld. Zeer extensief gemaaid kruidenrijk gras (Oosterheide) wordt slordiger ervaren als kruidenrijk gras (Dommelbergen) waarbij de maaifrequentie hoger is. • De overlast van overwaaien zaden van kruidenrijk gras in particuliere tuinen en op verharding.

5.2.3

Voorstel Voortzetting van het huidige maaibeleid heeft tot gevolg dat ad hoc maatregelen worden genomen om klachten van bewoners op te lossen. In de Groenstructuurvisie 2002 – 2012 wordt een bijstelling van het huidig maaibeheer ten aanzien van kruidenrijk gras voorgesteld: • Ter ondersteuning van de hoofdgroenstructuur; • Om klachten van bewoners te ondervangen. De belangrijkste kenmerken van het vernieuwde maaibeleid zijn: 1.

2. 3.

4. 5. 6.

Alle bermen van het totale wegprofiel van de “groene ladder” dienen als kruidenrijk gras te worden beheerd, met uitzondering van de ring rondom het centrum. Voor de gehele gemeente wordt het maairegiem voor kruidenrijke grasbermen vastgesteld op 2x per jaar maaien + afvoeren maaisel. Het kruidenrijke gras langs de “groene ruggengraat”, het toekomstige HOVtracé / huidige langzaamverkeersverbinding naar het centrum - (Burg. Holtroplaan / Hoofseweg) dient, met uitzondering van het park nabij winkelcentrum Zuiderhout, jaarlijks na 1 juni te worden beheerd als gazon); Taluds van watergangen (met uitzondering van bewonerszijde) , viaducten en geluidswallen dienen als kruidenrijk gras te worden beheerd; Gras langs en binnen de Ringtangent, met uitzondering van het Slotjesveld en het Vandra-bosje, zullen als gazon worden beheerd; In brede kruidenrijke bermen zullen gazonbanen worden gemaaid ten behoeve van hondenuitlaatstroken. Hierbij wordt rekening gehouden met de verkeersveiligheid. In de op te stellen hondenuitlaatkaart dienen de locaties nader te worden ingevuld.

Het vernieuwd maaibeleid heeft visueel-ruimtelijke consequenties voor huidige kruidenrijke bermen met bloembollen. Voorjaarsbeeld: Het huidige voorjaarsbeeld is een narcisrijke berm die als kruidenrijk gras wordt beheerd. Zomerbeeld: Na 1 juni, na het afsterven van het narcissenloof, dienen deze bermen te worden gemaaid en het maaisel afgevoerd. Alleen in het eerste jaar van deze verandering van

blad 16 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

het maairegiem dienen de bermen éénmalig te worden uitgevlakt en kale plekken ingezaaid. Daarna kunnen deze bermen jaarlijks na 1 juni als gazon worden beheerd.

5.3

Uitgifte niet structureel groen Jaarlijks worden door burgers en bedrijven verzoeken ingediend om delen van de openbare ruimte te kunnen verwerven als aanvulling op hun bestaande eigendom. Deze aanvragen betreffen in de meeste gevallen de aankoop van openbaar groen. Op dit moment is binnen de gemeente Oosterhout geen beleid geformuleerd en vastgesteld waaraan deze verzoeken kunnen en moeten worden getoetst. Deze paragraaf formuleert dit beleid en biedt daarmee een toetsingskader voor toekomstige verzoeken.

5.3.1

Structureel groen Als uitgangspunt hanteert gemeente Oosterhout in algemeenheid de stelling dat uitgifte van openbare ruimte aan particulieren de ruimtelijke kwaliteit van de stad niet mag schaden. Dit impliceert dat groenvoorzieningen die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad niet kunnen worden geprivatiseerd of uitgegeven. Dit soort groenvoorzieningen wordt aangeduid als “structureel groen”. definitie: Structureel groen: alle groenvoorzieningen die onderdeel vormen van de hoofdgroenstructuur en de wijkgroenstructuur alsmede die groenvoorzieningen die een structureel onderdeel vormen van de ruimtelijke kwaliteit van afzonderlijke straten, pleinen enz. De groenelementen van de hoofd- en wijkgroenstructuur vormen de dragers van de groenstructuur en leveren per definitie een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van de kern, wijk of straat. Individuele groenvoorzieningen die buiten de groenstructuur vallen, kunnen wel een grote invloed hebben op de openbare ruimte waarin ze liggen. Ze dragen daarmee bij de kwaliteit en leefbaarheid van de omgeving. De term “structureel groen” betekent dus niet dat het betreffende groen per definitie onderdeel van de groenstructuur vormt, maar dat het een structurele bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit. stelling: Structureel groen komt niet voor uitgifte in aanmerking maar dient duurzaam in stand te worden gehouden.

Uit voorgaande beschrijving volgt dat er binnen de gemeente Oosterhout ook groenvoorzieningen voorkomen die niet structureel zijn. Alle groenvoorzieningen die niet aan de eerder genoemde definitie voldoen zijn “niet structureel”.

blad 17 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

5.3.2

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Uitgifte mogelijkheid en toetsingscriteria Alleen “niet structureel groen” komt in principe voor uitgifte in aanmerking. Het overdragen van groen kan geschieden na toetsing van de aanvraag aan de onderstaande ‘randvoorwaarden voor het uitgeven van groen aan particulieren en bedrijven’. Toetsingscriteria Basisvoorwaarden • Het groen mag geen onderdeel uitmaken van de hoofdgroenstructuur of de wijkgroenstructuur zoals die is benoemd in de groenstructuurvisie, dan wel onderdeel vormen van de ecologische structuur zoals die is benoemd in de ecologische structuurvisies Groen-Goud en Groen-Blauw; • Het groen mag geen functie hebben als camouflagegroen of afschermingsgroen tussen achtertuinen en hoofdwegen, wijkwegen of woonstraten; • Het groen moet direct grenzen aan het particuliere eigendom van de aanvrager en moet na uitgifte een logisch onderdeel kunnen vormen van dat eigendom; • het groen mag geen structureel groen zijn, per aanvraag moet worden getoetst of een groenelement structureel of niet structureel is (terrein-inspectie).

Aanvullende voorwaarden zijn: • Indien het groen aan meerdere particuliere eigendommen grenst, kan alleen tot uitgifte worden overgegaan indien: - Het groen in één keer in zijn geheel wordt uitgegeven; - alle aangrenzende eigenaren hiermee instemmen; • Het onderhoud van de resterende openbare ruimte en het openbaar groen mag door de uitgifte niet worden bemoeilijkt; • Door uitgifte mag geen kleinschalig groen ontstaan of overblijven. De mogelijkheid het overgebleven gedeelte zonodig her in te richten kan daarin medebepalend zijn; Van versnippering van groenvoorzieningen mag geen sprake zijn; • De uitgifte moet mogelijk zijn binnen het vigerend bestemmingsplan; • In het groen mogen geen waardevolle en/of monumentale bomen staan; het groen mag geen bijzondere ecologische waarde bezitten; • Het groen moet niet nodig zijn bij toekomstige ontwikkelingen, zoals herinrichtingen etc; • Ter plaatse van het groen mogen geen voorzieningen van algemeen nut aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld speelvoorzieningen of kabels en leidingen met uitzondering van huisaansluitingen van de aanvrager;

5.3.3

Werkwijze De beoordeling van de aanvragen tot uitgifte van groenobjecten vindt plaats op basis van individuele aanvragen. Per aanvraag wordt getoetst of aan de toetsingscriteria wordt voldaan. In sommige wijken en buurten heeft reeds bij het stedenbouwkundig ontwerp toetsing plaatsgevonden en is alleen “structureel groen” aangelegd. Derhalve komt geen enkele groenvoorziening in die wijken of buurten in aanmerking voor uitgifte. In de tabel op de volgende pagina zijn deze wijken of buurten benoemd.

blad 18 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Dammenbuurt Dommelbergen-noord Kanaal-eiland Vrachelen I, II en III Cascade Kapucijnerhof tabel: wijken waarin alleen structureel groen voorkomt

Op dit moment bestaat voor de andere wijken geen overzicht welke groenvoorzieningen wel en niet structureel zijn. Het opbouwen van een dergelijk overzicht is op dit moment niet mogelijk omdat een volledige en actuele inventarisatie van het groenareaal ontbreekt. Ook als een volledige inventarisatie wel voorhanden zal zijn, zal een dergelijk overzicht niet worden opgebouwd. Het is niet aannemelijk dat de investering, die het opbouwen van dat overzicht vergt, voldoende rendement zal opleveren. Bij de behandeling van de aandachtsbuurten vanuit het buurtbeheer dient per wijk vooraf in beeld te worden gebracht welke groenstroken wel en niet structureel zijn. Dit bepaalt hoe met de betreffende groenvoorzieningen in de aanpak van de aandachtsbuurt kunnen worden omgegaan. Na afronding van de werkzaamheden in het kader van de aanpak van de aandachtsbuurt, is voor de betreffende buurt een overzicht voorhanden welke groenvoorzieningen structureel en niet structureel zijn. Op lange termijn zal zo als vanzelf het overzicht van welke groenvoorzieningen voor uitgifte in aanmerking komen, voor geheel Oosterhout worden opgebouwd. Bij stadsinbreidingen, zoals bijvoorbeeld Kapucijnerhof, moet er in de planvorming naar worden gestreefd alleen structurele groenvoorzieningen in de plannen op te nemen. Na stadsinbreiding komen dan geen groenvoorzieningen voor uitgifte in aanmerking.

blad 19 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

6

6.1

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Status van de Groenstructuurvisie

Inleiding In de groenstructuurvisie zijn de groenstructuren van Oosterhout en de kernen Den Hout, Dorst en Oosteind beschreven. Een deel van deze structuren is bestaand, echter een deel van de (gewenste) structuren ontbreekt op dit moment. Van uit de bestaande groenstructuur, die onderdeel vormt van de stedelijke structuur, is uitbouw en completering van de structuur wenselijk. De stadsvisie beschrijft de gewenste ontwikkelingen in Oosterhout voor de komende 15 jaar op een hoog beleidsniveau en een hoog abstractie niveau. De voorliggende groenstructuurvisie is een beleidsdocument op het eerste beleidsniveau dat ligt onder dat van de stadsvisie. De groenstructuurvisie beschrijft de groenstructuur op een redelijk abstractieniveau. De visie beschrijft geen concrete acties of plannen. De groenstructuurvisie herhaalt de elementen van de stadsvisie niet maar vertaalt deze in mogelijke oplossingsrichtingen.

6.2

Kaderstelling De structuur van een stad of dorp is de weerslag van de interactie tussen de functies en activiteiten die binnen de stad of het dorp een plek vinden. Vanuit economische of sociale omstandigheden is er verschil in kracht tussen de functies. De waarde van groen en de groenstructuur is moeilijk te kwantificeren. Het sociale belang van groen bijvoorbeeld, uit zich in leefbaarheid, herkenbaarheid, bepaling van de menselijke maat, afscherming, bescherming, enzovoorts. Deze aspecten vertalen zich in een attractief en gezond woonklimaat en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Zo vormen ze voorbeelden van het economisch belang van groen. Hieruit valt af te leiden dat de waarde van groen aanzienlijk is. stelling: De groenstructuurvisie dient als één van de belangrijke beleidskaders te gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Omdat groen en daarmee de groenstructuur tot nu toe een relatief zwakke claim legt op de stedelijke ontwikkeling en structuur, moet deze status van de structuurvisie de sterke peiler onder de bescherming en ontwikkeling van de groenstructuur gaan vormen. Bij ontwikkelingen in de stad dient steeds in ogenschouw te worden genomen of de belangen van de groenstructuur niet worden geschaad of beter nog, of in de beoogde ontwikkeling de groenstructuur kan worden versterkt.

Bij stedelijke ontwikkelingen of plannen vraagt de groenstructuur met deze status de ruimte die nodig is voor haar behoud of versterking. Elk element in de structuur geniet hiermee tevens, binnen de gegeven kaders, de maximale bescherming en aandacht. De belangen van mogelijke ontwikkelingen in de openbare ruimte behoren steeds te worden gewogen, waarbij de politieke afweging een duidelijke rol speelt. In die afweging hoort, vanuit de status van de groenvisie, de groenstructuur een prominente rol te spelen en het specifiek zeer aan de locatie gebonden belang van de

blad 20 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

groenstructuur te gaan boven een ander belang dat ook op een andere locatie kan worden ingevuld.

6.3

Gradaties in de kaderstelling De ruimtelijke vraag die uitgaat van de bovenbeschreven status behoeft enige nuancering. Indien alle elementen een te prominente bescherming zouden verkrijgen in de groenstructuurvisie, worden stedelijke ontwikkelingen sterk belemmerd. Dat zou het realiteitsgehalte van de groenstructuurvisie en daarmee het draagvlak voor de visie ondermijnen. In de stad is in vrijwel elke ruimte sprake van verweving van functies, groene functies en niet groene functies. Voor de groenstructuur is deze verweving soms een bedreiging. Soms kan de groenstructuur ook een zekere bescherming ontlenen aan die verweving. In de groenstructuur zijn de volgende elementen onderscheiden: - groenobjecten van formaat (vlakken) - lineaire elementen - puntelementen De mate waarin verweving van niet groene functies met de groenstructuur een versterking of bedreiging vormt voor de groenstructuur, is voor elk van deze elementen verschillend. In de groenelementen van formaat (vlakken), zoals stadsparken, pleinen en wijkparken, is altijd sprake van verweving van groene en niet groene functies. Elke functie stelt haar eigen eisen aan de aard en inrichting van het vlakelement. Voor het functioneren van de stad is het noodzakelijk dat deze verweving van functies in stand blijft.

Het kan daarom niet zo zijn dat het enkele feit dat een vlakelement onderdeel van de groenstructuur vormt, elke ontwikkeling binnen dat vlak uitsluit. Aanpassingen van de inrichting van of ontwikkelingen in de vlakelementen kunnen alleen als: ▪ het karakter van het vlakelement daarmee niet wezenlijk verandert en het element het belang voor de groenstructuur niet verliest of ▪ het college of de gemeenteraad, na uitgebreide en toetsbare belangenafwegingen, besluit dat een ander belang de aantasting van de groenstructuur rechtvaardigt. Vanzelfsprekend geldt dat het niveau waarop het vlakelement deel uitmaakt van de groenstructuur (hoofdgroenstructuur en wijkgroenstructuur) van invloed is op het gewicht dat daaraan moet worden toegekend in de belangenafweging. Uitgangspunt blijft daarbij echter dat alle vlakelementen, zowel op hoofdgroenstructuur-niveau als op wijkniveau, in beginsel als structuurelement moeten worden behouden of versterkt. De lineaire elementen (lijnen), zoals lanen en bomenrijen, zijn vrijwel alle gerelateerd aan structuren die verband houden met andere functies binnen de stedelijke ruimte. De ruimte die specifiek door de lineaire elementen in beslag wordt genomen is beperkt en, wat belangrijker is, in die ruimte is een verweving van functies nauwelijks mogelijk.

De lineaire elementen zijn van zeer groot belang voor de groenstructuur en verdienen daarom maximale bescherming. Bij stedelijke ontwikkelingen moeten deze structuren worden behouden. Aantasting van lineaire structuurelementen mag alleen plaatsvinden als het college of de gemeenteraad, na uitgebreide en toetsbare belangenafwegingen, besluit dat een ander belang die aantasting van de groenstructuur rechtvaardigt.

blad 21 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Bij herontwikkeling van gebieden moet, indien in de bestaande situatie onvoldoende ruimte beschikbaar is voor de groenstructuur, zo mogelijk alsnog ruimte voor het realiseren van de structuur worden gereserveerd. Deze mogelijkheid moet eveneens in de belangenafweging worden nagegaan. De puntelementen (plekken/punten) ontlenen hun belang veel meer aan de structuur dan dat ze een bouwsteen van structuur vormen. Puntelementen bevinden zich daar waar zowel in de groenstructuur als in de verkeerskundige structuur sprake is van verknoping. De puntelementen ontlenen hun bescherming aan de bescherming van de lijnstructuren. Van een hoge aanvullende bescherming vanuit de groenstructuurvisie hoeft dan ook geen sprake te zijn. Wel moet bij de verdere ontwikkeling van de stad rekening worden gehouden met de realisatie van nog ontbrekende knooppunten. Daarbij zal de inrichting van het knooppunt veel meer worden afgestemd op de overige ontwikkelingen dan dat zij zelf de vorm van inrichting bepaalt.

6.4

Compensatie Zoals in de vorige paragraaf is beschreven kan het college of de gemeenteraad besluiten dat met het invullen van andere belangen de aantasting van de groenstructuur is gerechtvaardigd. Indien in dat kader vlakelementen worden aangetast, bijvoorbeeld door stadsinbreiding, of hele lijnstructuren komen te vervallen, bijvoorbeeld bij ingrijpende stadsvernieuwingen, ligt het in de rede dat daarvoor compensatie wordt geboden. Uitgangspunten voor mogelijke compensatie zijn: - de mate van schade en de mate van compensatie moeten in overeenstemming met elkaar zijn - compensatie moet functioneel passen in de groenstructuur - compensatie behoort integraal onderdeel (ruimtelijk & financieel) te vormen van het project (activiteit) dat aanleiding vormt tot de aantasting van de groenstructuur.

6.5

Toekomstige ontwikkelingen In de groenstructuurvisie is bewust alleen aandacht besteed aan de groenstructuur in de bestaande bebouwde kommen van Oosterhout en de daarbij behorende dorpskernen. Omdat de definitieve stedelijke structuren van Vrachelen III en Vrachelen IV en V (toekomstige bebouwde kom) nog niet zijn vastgesteld, zijn deze niet in de visie opgenomen. In de planvorming voor deze wijken behoort de stedelijke structuur en de groenstructuur de nodige aandacht te verkrijgen. Op het moment dat de stedelijke structuur voor uitbreidingswijken is vastgesteld, zal de groenstructuur voor die betreffende wijken worden benoemd en ter vaststelling worden voorgelegd. Door op deze wijze om te gaan met de aanpassing van de groenstructuur als gevolg van stadsuitbreidingen, stadsvernieuwing etc., wordt de groenstructuurvisie een levend document.

blad 22 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

7 7.1

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Financiële implicaties Inleiding In de groenstructuurvisie wordt beschreven waar de groenstructuur versterking behoeft. Voor de besluitvorming omtrent de visie is het wenselijk de financiële implicaties daarvan nu reeds in beeld te brengen. In de twee volgende twee paragrafen worden achtereenvolgens de financiële implicaties van het uitbouwen van de groenstructuur en de aanpassing van het maaibeheer behandeld. Deze kostenindicaties hebben betrekking op de aanleg en het onderhoud van nieuw te realiseren elementen (uitbouw). Het onderhoud en de vervanging van de reeds bestaande elementen van de groenstructuur vindt plaats op basis van het onderhoudsbudget. In de paragraaf 5.1 wordt de thematische parkenreeks beschreven; een verdere verfijning van de aanzetten uit de stadsvisie. Aanpassingen van de bestaande parken in de toekomst kunnen worden gezien als een vorm van revitalisering. Dit wordt veel meer geïnitieerd vanuit de wensbeelden uit de stadsvisie dan vanuit de groenstructuurvisie. De groenstructuur zal immers door die aanpassingen niet worden uitgebouwd; ook nu zijn de bedoelde parken reeds onderdeel van de groenstructuur. De financiële implicaties zijn daarom niet in deze financiële paragraaf opgenomen, maar zullen onderdeel vormen van de meerjarenplannen en perspectiefnota’s. De uitgifte van openbaargroen (§ 5.3) aan particulieren genereert zowel inkomsten als uitgaven.

Kosten moeten worden gemaakt door het ambtelijke apparaat bij behandeling van een aanvraag waarbij getoetst moet worden of betreffende groenvoorziening voor uitgifte in aanmerking komt. Bij die toets zijn verschillende vakdisciplines betrokken. Inkomsten uit privatisering zijn te verwachten vanwege besparingen op onderhoudskosten (afname groenareaal) en de opbrengsten die direct uit de transactie voortvloeien. De uitgifte van groen vindt echter plaats op incidentele basis. Steeds minder groen zal in aanmerking zal komen voor uitgifte en privatisering zal daarom een aflopend karakter hebben. Daarom zijn geen financiële implicaties opgenomen.

7.2

Groenstructuur Uitbouw en versterking van de groenstructuur zullen voornamelijk plaatsvinden door de aanleg van lineaire elementen: laanbeplantingen en bomenrijen op plaatsen waar de structuur nu ontbreekt. Voor het ontbreken van de structuur in de huidige situatie zijn twee redenen aan te voeren: Tot nu toe is betreffende ontbrekende deel van de groenstructuur niet als zondanig herkend en daarom niet aangelegd. Op de plaats waar de groenstructuur is onderbroken is niet of nauwelijks ruimte voor het ontwikkelen van een structuur en daarom niet aangelegd. De structuurelementen die vanwege de eerste reden ontbreken, zijn relatief eenvoudig te realiseren.

blad 23 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

De twee reden voor het ontbreken van delen van de groenstructuur is echter veel minder eenvoudig op te lossen. Bovendien is de invulling van die delen van de groenstructuur relatief kapitaalsintensief. De belemmeringen voor de groenstructuur kunnen zowel bovengronds als ondergronds gelegen zijn. Daar waar geen enkele ruimte bestaat voor de aanleg van groenelementen kan op korte termijn de structuur niet worden versterkt. Pas als in het kader van een grootschaliger aanpak, zoals bijvoorbeeld stedelijke vernieuwing, maatregelen worden voorzien, kan de randvoorwaarde van de groenstructuur worden ingebracht en kan in de planvorming ruimte worden gereserveerd. Als op dit moment de ruimte voor het ontwikkelen van een groenstructuur beperkt is, moet worden verkend of met groenelementen die een relatief beperkte ruimte vergen toch een bijdrage aan de groenstructuur kan worden geleverd. Daarbij valt te denken aan het toepassen van leibomen, zoals die bijvoorbeeld in de Zandheuvel staan. Ook kan door de aanpassing van kabels en leidingen ondergronds of aanpassingen in het wegprofiel bovengronds mogelijk toch aanvullende ruimte worden gevonden.

Bij de terreinverkenning, die aan de kostenindicaties ten grondslag ligt, is nagegaan: ▪ waar en hoeveel bomen in de structuur ontbreken ▪ of de aanleg plaats kan vinden in de bermen of groenvoorzieningen of in de verharding moet plaats vinden ▪ of leibomen moeten worden toegepast. Bij de aanleg van boombeplantingen in verharding moeten aanpassingen en herstelwerkzaamheden aan bestratingen worden uitgevoerd. Ook moeten ondergronds de groeiomstandigheden van de bomen worden verbeterd. De kosten van beplantingen in verharding zijn daarom duidelijk hoger dan die voor beplanting in bermen of groenvoorzieningen. Vanwege de bijzondere snoeivorm en de leiconstructie zijn leibomen duurder dan normale laan- en straatbomen. Uit de verkenning volgt dat ter versterking van de structuur ca. 1.000 bomen moeten worden aangeplant, hetgeen neerkomt op de aanplant van ca. 100 bomen per jaar in de planperiode van de groenstructuurvisie. In de binnenstad zijn alleen bomen in verharding en vaak zelfs alleen leibomen toe te passen. Dat maakt versterking van de groenstructuur in de binnenstad relatief duur. Ook in Oosteind is in het wegprofiel zo weinig ruimte aanwezig, dat alleen met leibomen een versterking van de groenstructuur kan worden bereikt. Met de versterking van de groenstructuur zal naar verwachting in een periode van 10 jaar gemiddeld jaarlijks ca. € 95.000,-- gemoeid zijn.

Daarin zijn niet de kosten voor grondverwerving of ingrijpende aanpassingen van ondergrondse kabels en leidingen opgenomen. In de tabel 1 op de volgende pagina is een overzicht opgenomen van de benodigde bedragen.

blad 24 van 29

Wijk en Welzijn

Stad en Ruimte

projnr 6342 – 100669 mei 2003, revisie 5 Rapport GSP 18-11-2002.doc

Definitef rapport Groenstructuurvisie 2002-2012 Gemeente Oosterhout

gemeente oosterhout

Versterking van de groenstructuur benodigde investering

aanpassing onderhoudsbudget tov jaar 0

totaal per jaar

€ € € €

85.000,00 85.000,00 85.000,00 85.000,00

€ € € €

1.500,00 3.000,00 4.500,00 6.000,00

€ € € €

86.500,00 88.000,00 89.500,00 91.000,00

€ € € €

85.000,00 85.000,00 85.000,00 85.000,00

€ € € €

7.500,00 9.000,00 10.500,00 12.000,00

€ € € €

92.500,00 94.000,00 95.500,00 97.000,00

jaar 10

€ €

85.000,00 85.000,00

€ €

13.500,00 15.000,00

€ €

98.500,00 100.000,00

na jaar 10

-

€

15.000,00

€

15.000,00

jaar 1 jaar 2 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar 6 jaar 7 jaar 8 jaar 9

tebel 1: kostenindicatie versterking groenstructuur excl BTW, prijspeil 2002

Bij de versterking van de groenstructuur zal zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij andere werken, zodat versterking in een integraal kader kan plaatsvinden.

7.3

Maaibeheer De belangrijkste kenmerken van het vernieuwde maaibeleid zij beschreven in paragraaf 5.2.3. De belangrijkste wijzigingen zijn: 1. aanpassing van het maairegiem voor kruidenrijk gras naar twee maal per jaar in de gehele gemeente. 2. omvorming van de kruidenrijke grasbermen langs de “groene ruggengraat” naar gazons 3. maaien van wandelstroken tbv hondenuitlaatstroken in brede kruidenrijke grasterreinen. Ad 1: Aanpassing maairegiem De aanpassing van het maaibeheer is voornamelijk ingegeven vanwege de beleving van burgers. Zij ervaren het huidige maaibeheer van kruidenrijk gras als onvoldoende net. Door het intensievere maaien in het zuidelijke deel van Oosterhout zal de netheid van kruidenrijk gras daar duidelijk toenemen. Door de extensivering van het maaibeheer in het noordelijk deel van Oosterhout zal de netheid daar nauwelijks negatief worden beïnvloed. De (belevings)kwaliteit van het kruidenrijk gras zal positief door deze maatregelen worden beïnvloed. De aanpassing van het maairegiem naar een gelijke frequentie in de gehele stad zal een geringe stijging van de onderhoudskosten betekenen. Omdat het areaal kruidenrijk gras redelijke evenwichtig over de stad is verdeeld, vallen de meerkosten van de intensivering in het zuidelijk deel van Oosterhout vrijwel weg tegen de minder-kosten door de extensivering in het noordelijk deel van Oosterhout.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=c69c1b14-943b-423d-92a2-404c3866625a