Bijlage sjabloonvragen GroenLinks BP Arendsplein - Nota_Parkeernormen_2019
Tekst van het document
Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een initiatiefnemer een verzoek indienen bij en in overleg treden met de gemeente om gezamenlijk te beschouwen of een voorziening in de openbare ruimte van meer toegevoegde waarde is (bijvoorbeeld omdat dan ook dubbelgebruik door andere gebruikers mogelijk wordt) en voor zijn kosten kan worden gerealiseerd. Bovendien is een gemotiveerde normcorrectie niet mogelijk. De gemeente Oosterhout acht het realiseren van voldoende fietsparkeerplaatsen juist complementair aan de gestelde autoparkeernormen. Daar waar de autoparkeernorm lager is (Zone A) dient juist het bezit en gebruik van fietsen gestimuleerd en gefaciliteerd te worden. In Zone B, waar de autoparkeernorm hoger is, is het aandeel fiets in de verplaatsingen lager. De van toepassing verklaarde fietsparkeernormen in Zone B houden hier rekening mee. Definitie van een fietsparkeerplaats Waar in deze nota gesproken wordt over een fietsparkeerplaats betreft het een voorziening in een fiets- en scooterstalling die aan de kwaliteitseisen voldoet van de Leidraad Fietsparkeren (CROW publicatie 291, hoofdstuk 6). In bijlage 5 zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid. In appartementsgebouwen worden bij voorkeur de fietsparkeerplaatsen in een gezamenlijke stalling uitgevoerd16.
Vrijstelling voorzieningen met veel bezoekers Voorzieningen met veel bezoekers kunnen worden vrijgesteld van realisatie va een fietsparkeergelegenheid op eigen terrein als dit redelijkerwijs niet mogelijk is. Van de ontwikkelaar of gebruikers kan een financiële bijdrage worden verlangd voor het realiseren van fietsparkeergelegenheid in de openbare ruimte gevraagd via privaatrechtelijke afspraken (zie ook Nota Kostenverhaal 2017 – 2022). 16 Hiertoe dient de gelijkwaardigheid van de gemeenschappelijke voorziening door de gemeente
benoemd te worden, bijvoorbeeld in de vorm van een gemeentelijke Bouwbrief
23
Nota Parkeernormen 2019
Bijlage 1 Begrippenlijst Begrip Openbare parkeercapaciteit Exclusieve parkeerplaatsen Niet-openbare parkeercapaciteit CROW Frictieleegstand
Koop- of huurovereenkomst
Anterieure overeenkomst
Parkeereis Parkeerkencijfers
Parkeerbehoefte Normatieve parkeerbehoefte Aanwezigheidspercentage Maatgevende parkeerbehoefte
Toelichting De voor alle parkeerders toegankelijke parkeercapaciteit Parkeerplaatsen die bestemd zijn voor 1 gebruiker per parkeerplaats Parkeercapaciteit die niet openbaar toegankelijk is Nationaal kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur De gewenste leegstand van parkeerplaatsen op een parkeerlocatie (straat, garage, terrein) waarmee onnodig zoekgedrag wordt voorkomen en geen stagnatie van wachtende auto’s om te parkeren optreedt. Een overeenkomst tussen de aanvrager en een private partij of de gemeente, waarin beschreven is hoeveel parkeerplaatsen beschikbaar zijn en op welke voorwaarden (waaronder in ieder geval op welke momenten de parkeerplaatsen toegankelijk zijn, hoe de parkeerplaatsen beschikbaar blijven gedurende de aanwezigheid van functies en hoe de overeenkomst overgaat op een nieuwe huurder/eigenaar van het betreffende pand). Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer (ontwikkelaar) en de gemeente die tot doel heeft om de afspraken met betrekking tot de gestelde parkeereis en de daaraan verbonden voorwaarden (beschikbaarheid e.d.) en eventuele kosten (die door de gemeente moeten worden gemaakt maar voor rekening van de initiatiefnemer komen) vast te leggen, voor zover deze afspraken niet binnen het publiekrechtelijk kader kunnen worden geborgd.
Het totaal aan parkeerplaatsen waarvoor de initiatiefnemer van verbouw-, nieuwbouw- of transformatieprojecten verantwoordelijk is om te realiseren. De in de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ beschreven getallen op basis waarvan het benodigde aantal parkeerplaatsen bepaald kan worden. Het benodigd aantal parkeerplaatsen om de parkeervraag van een bepaalde functie te kunnen faciliteren. De van één of meerdere functies, op basis van de van toepassing verklaarde parkeernormen berekende parkeerbehoefte, waarbij nog geen rekening is gehouden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen. De voor een functie op de verschillende periodes van de dag/week geldende benutting van de Normatieve parkeerbehoefte. De maximale parkeerbehoefte van één of meerdere functies tezamen zoals deze gedurende een dagdeel in de week optreedt.
24
Nota Parkeernormen 2019
Bijlage 2 Overzichtskaart gebiedsindeling
25
Nota Parkeernormen 2019
Bijlage 3 Aanwezigheidspercentages en capaciteit opritten en garages AANWEZIGHEIDSPERCENTAGES Onderstaande tabel wordt gebruikt voor het analyseren van de parkeerbehoefte per dagdeel. In de tabel zijn de maatgevende momenten en aanwezigheidspercentages voor de meest voorkomende functies opgenomen. Werkdag
Werkdag
Werkdag
Koop
Werkdag
Zaterdag
Zaterdag
Zondag
Koop
Ochtend
Middag
Avond
Avond
Nacht
middag
avond
middag
Zondag (*)
Woningen - bewoners
50
50
90
90
100
60
80
70
Woningen - bezoekers
10
20
80
70
0
60
100
70
Detailhandel
30
60
10
75
0
100
0
0
75 80
Supermarkt
30
60
40
80
0
100
40
0
Kantoren / bedrijven
100
100
5
5
0
0
0
0
Sociaal medisch
100
75
10
10
0
10
10
0
Ziekenhuis - patiënt/bezoek
60
100
60
60
5
60
60
60
Ziekenhuis - medewerkers
75
100
40
40
25
40
40
40
Dagonderwijs
100
100
0
0
0
0
0
0
Avondonderwijs
0
0
100
100
0
0
0
0
Bioscoop, theater
5
25
90
90
0
40
100
40
Sport - buiten
25
25
50
50
0
100
25
100
Sport - binnen
50
50
100
100
0
100
100
75
(*) alleen indien de betreffende functie op zondag geopend/in bedrijf is
BEREKENING PARKEERCAPACITEIT OPRITTEN EN GARAGES BIJ WONINGEN Onderstaande tabel wordt gebruikt voor het bepalen van de parkeercapaciteit van opritten en garages bij woningen. Het in de kolom ‘Berekeningsaantal’ genoemde getal dient te worden gebruikt in de op te stellen parkeerbalans Correctiefactoren parkeren op eigen terrein bij woningen (zone B) Parkeervoorziening Theoretisch Berekeningsaantal aantal Enkele oprit zonder garage 1 0,8 Lange oprit zonder garage of 2 1,5 carport Dubbele oprit zonder garage 2 1,7 Garage zonder oprit (bij woning) 1 0,4 Garagebox (niet bij woning) 1 0,5 Garage met enkele oprit 2 1,0 Garage met lange oprit 3 1,5 Garage met dubbele oprit 3 2,0
26
Opmerkingen oprit min. 6,0 meter diep oprit min. 11,0 meter diep oprit min. 4,5 meter breed
oprit min. 5,0 meter diep oprit min. 11,0 meter diep oprit min. 4,5 meter breed
Nota Parkeernormen 2019
Bijlage 4 Overzicht auto- en fietsparkeernormen Oosterhout Per functie en per zone is de parkeernorm voor auto en weergegeven in aantallen parkeerplaatsen.
27
Nota Parkeernormen 2019
Bijlage 5
Ontwerpeisen voor fietsenstallingen
Het gebruik van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort. Er zijn voorbeelden van fietsenstallingen waar fietsers onvoldoende gebruik van maken, terwijl er in de omgeving toch grote behoefte aan fietsparkeerplaatsen is. De aanwezigheid van een fietsenstalling is dus geen garantie dat hij goed wordt gebruikt. Er kunnen diverse redenen zijn voor tegenvallend gebruik van een stalling. Naast slechte vindbaarheid speelt slechte toegankelijkheid een rol: een moeizaam openende toegangsdeur, een te steile hellingbaan of een te steile trap met fietsgoot, lastig te nemen bochten, etc. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen en de stabiliteit van de fiets in de aangeboden voorzieningen beïnvloeden het gebruik, evenals de (on)mogelijkheid om fietsen met bijzondere afmetingen te stallen (zie Leidraad Fietsparkeren, CROW publicatie 291, hoofdstuk 6) De Leidraad Fietsparkeren gaat uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid.
Toegankelijkheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn: • Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en). • De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming, • De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/neven/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd. • De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.) • Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden. • Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast.
Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil doorbakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden • Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, meteen eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer. • Voor bestemmingen voor kinderen moet rekening gehouden worden met het feit dat ze kleineren minder sterk zijn dan volwassenen. Denk bijvoorbeeld aan het hellingspercentage van de trap. Inrichting en bruikbaarheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn: • De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld.
28
Nota Parkeernormen 2019
•
•
• •
•
• • • •
•
• •
Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor)doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling. De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichtingen bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden. Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren. Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van Fietsparkeur (zie www.fietsparkeur.nl voor meer informatie) of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm. De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnenplaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 2300 mm zijn, want dubbellaags rekken zijn ongeschikt voor kinderen.
De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed; De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 400 mm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000mm breed, zowel voor fiets als scooter; De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaard maten: o minimaal 5% van de plaatsen is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 mm breed); o minimaal 15% van de plaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrekpassen (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm)15; Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald. De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers. De netto-afmetingen van een scooter parkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang.
Nb. Stallingen waar scooters met verbrandingsmotoren mogen staan, moeten aan de geldende milieu-en bouwvoorschriften voldoen, waaronder eisen aan de veiligheid (brand), aan installaties (ventilatie van (rook)gassen) en aan de kwaliteit van de vloerafwerking (vloeistofdichtheid).
29