CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage raadsvoorstel BI.0160166 [samenvatting MER N629 en Westerlaan].pdf

Raad - informatiebijeenkomst 24 januari 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Overzicht raadsvoorstellen en raadsinformatiebrieven N6298.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan Samenvatting

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan Samenvatting Datum

30 maart 2016 concept

Verantwoording

Uitgevoerd door:

Milieueffectrapport N629 - Westerlaan Provincie Noord-Brabant ing. A.R.M. Groep Tauw bv

Projectleider

ir. M.L. Verspui

Auteur(s)

H.J. Weimer MSc

Projectnummer

1223426 38 (exclusief bijlagen) 31 maart 2016

Titel Opdrachtgever Projectmanager:

Aantal pagina's Datum Handtekening

Colofon Tauw bv BU Water & Ruimtelijke Kwaliteit Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht Telefoon +31 30 28 24 82 4

Inhoud 1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel Samenwerkingsovereenkomst als vertrekpunt voor de m.e.r-procedure Procedure en inspraak Uw reactie is welkom

5 6 6 7

2

Doelstelling aanpak N629/Westerlaan

8

3

Tracéalternatieven

9

4

Effecten van de tracéalternatieven

4.1 Wijze van onderzoek 4.2 Resultaten 4.2.1 Verkeer 4.2.2 Geluid 4.2.3 Lucht 4.2.4 Externe veiligheid 4.2.5 Gezondheid 4.2.6 Trillingshinder 4.2.7 Bodem/ondergrond en water 4.2.8 Natuur 4.2.9 Landschap 4.2.10 Cultuurhistorie 4.2.11 Archeologie 4.2.12 Grondgebruik 4.3p Mitigerende maatregelen 4.4 Resumé

12

12 12 16 18 18 19 19 20 20 21 23 24 24 25 26 28

5

Leemtes in kennis en evaluatieprogramma

30

5.1 5.2

Leemten in kennis Aanzet evaluatieprogramma

30 30

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

3

4

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

1 Inleiding De provincie Noord-Brabant wil de aanwezige verkeersproblemen op de N629 oplossen door verbreding van de weg en tracéaanpassing. Om dit initiatief mogelijk te maken wordt een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) vastgesteld. Om dit ruimtelijk plan te realiseren moet het milieubelang een volwaardige plaats krijgen in de besluitvorming. Daarom wordt de procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen. Hiertoe is een Milieueffectrapport (MER) opgesteld. Dit document is de samenvatting van het MER. Doel van deze samenvatting is bewoners, ondernemers, politici, bestuurders en andere geïnteresseerden op een toegankelijke manier op de hoogte te brengen van de hoofdlijnen van het MER N629/Westerlaan. Gedetailleerde informatie kunt u vinden in het MER. 1.1 Aanleiding en doel De N629 en de Westerlaan vormen de verbinding tussen Dongen en Oosterhout en zijn onderdeel van de regionale verbinding Oosterhout-Dongen-Tilburg. De volgende figuur geeft een overzicht van het huidige tracé van de N629/Westerlaan.

De N629/Westerlaan en omgeving kennen een aantal problemen ten aanzien van doorstroming, verkeersafwikkeling, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. In het verleden zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar deze problematiek, waarbij geconstateerd is dat: 1. zich op en langs de N629 problemen voordoen ten aanzien van de doorstroming, bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling; 2. zich op en langs de Westerlaan-Duiventorenbaan in de gemeente Dongen problemen voordoen ten aanzien van de leefbaarheid en bereikbaarheid;

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

5

3.

deze problemen verder zullen toenemen door de toekomstige aansluiting van het nog aan te leggen bedrijventerrein Everdenberg-Oost in de gemeente Oosterhout. Ook de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid en woningbouw in Dongen en Tilburg leidt tot extra verkeer.

Het doel van het aanpakken van de N629 en de Westerlaan is het bieden van een robuuste oplossing voor de verkeersgerelateerde problematiek op en langs de bestaande wegverbinding Dongen (Steenstraat)-Oosterhout (Provincialeweg). De te kiezen oplossing moet ook op lange termijn zorgen voor een goede verkeersafwikkeling in het gebied en ook de verkeersveiligheid en leefbaarheid verbeteren. 1.2

Samenwerkingsovereenkomst als vertrekpunt voor de m.e.rprocedure De provincie Noord-Brabant en de gemeenten Oosterhout en Dongen hebben hun voornemen in 2014 bekrachtigd met een samenwerkingsovereenkomst (zie tekstkader). Hierin is afgesproken de m.e.r.-procedure te doorlopen ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming, waarbij de (milieu)effecten van de verschillende oplossingsmogelijkheden (alternatieven) in beeld worden gebracht. Samenwerkingsovereenkomst In een Samenwerkingsovereenkomst tussen provincie Noord-Brabant en de gemeenten Dongen en Oosterhout van 2014 is afgesproken dat voor de N629 en Westerlaan een m.e.r.-procedure wordt gestart om te komen tot een oplossingen voor de verkeersproblematiek. In deze samenwerkingsovereenkomst zijn tevens afspraken gemaakt over: het op korte termijn verbeteren van de aansluiting A27-N629; • de realisatie van een nieuwe weg tussen het te ontwikkelen bedrijventerrein • Everdenberg Oost en de N629. Deze activiteiten maken geen onderdeel uit van de m.e.r. N629/Westerlaan. Doel van de m.e.r. -procedure is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu. 1.3 Procedure en inspraak De Notitie Reikwijdte en Detailniveau was de formele start van de m.e.r.-procedure voor de N629/Westerlaan. De notitie heeft in 2015 ter inzage gelegen.

De provincie Noord- Brabant heeft de binnengekomen inspraakreacties, het advies van de Commissie m.e.r. en de Provinciale Omgevingscommissie, opgenomen in een Reactienota en deze tegelijk met de NRD vastgesteld als basis voor dit MER. In deze Reactienota geeft de provincie aan hoe bij het vervolg van het project rekening wordt gehouden met de inspraakresultaten en de adviezen. Vervolgens is het MER opgesteld. In het kader van het MER is uitgebreid onderzoek uitgevoerd en zijn vijf alternatieven voor de N629/Westerlaan uitgewerkt en onderzocht op verkeerskundige, leefbaarheids- en milieueffecten.

6

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

Bij het vaststellen van het voorkeursalternatief (VKA) spelen naast verkeers- en milieueffecten ook kosten, doelbereik en omgevingswaarden een rol. Op basis van de beschikbare informatie stellen de verantwoordelijke bestuurders van de provincie NoordBrabant en de gemeenten Dongen en Oosterhout een voorkeursalternatief voor. Dit VKA wordt planologisch vastgelegd in een Provinciaal Inpassingsplan (PIP). De betrokken overheden hebben afgesproken dat de provincie Noord-Brabant optreedt als initiatiefnemer waarbij er intensief wordt samengewerkt met de gemeenten Dongen en Oosterhout. Provinciale Staten van Noord-Brabant zijn bevoegd gezag voor de m.e.r.procedure en het Provinciaal Inpassingsplan. Het MER zal tegelijk met het ontwerp-PIP ter visie worden gelegd. Hierbij is het mogelijk om opnieuw zienswijzen in te dienen. De Commissie voor de m.e.r. zal in deze periode haar toetsingsadvies uitbrengen over het MER. Op basis van de adviezen van de commissie en de ontvangen zienswijzen wordt het definitieve plan (PIP) gemaakt. Tegen het PIP kan men in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als de Raad van State zich positief heeft uitgesproken over het initiatief kan het project worden uitgevoerd. In de aanbestedingsfase wordt het voorkeursalternatief nog nader gedetailleerd.

1.4 Uw reactie is welkom Het MER wordt samen met het ontwerp-PIP ter visie gelegd. Reacties kunnen binnen een termijn van 6 weken na bekendmaking van de ter inzage legging worden ingediend bij de provincie Noord-Brabant. Tijdens deze periode wordt een informatiebijeenkomst gehouden. De provincie ontvangt de reacties bij voorkeur digitaal (ruimtelijkeplannen.brabant.nl). Dit kan via provincie Noord-Brabant. Schriftelijke reacties kunt u insturen naar: Gedeputeerde Staten Provincie Noord-Brabant Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

7

2 Doelstelling aanpak N629/Westerlaan Het doel van het aanpakken van de N629 en de Westerlaan is het bieden van een robuuste oplossing voor de verkeersgerelateerde problematiek op en langs de bestaande wegverbinding tussen Dongen (aansluiting Steenstraat) en Oosterhout (Provincialeweg). De te kiezen oplossing moet ook op lange termijn zorgen voor een goede verkeersafwikkeling in het gebied en tevens de verkeersveiligheid en leefbaarheid verbeteren. De drie hoofddoelen en bijbehorende subdoelen voor de verbinding N629/Westerlaan Oosterhout-Dongen zijn: Verbetering van de verkeersafwikkeling/doorstroming Betere verkeersdoorstroming • Verbetering reistijd spitsperiode • Verbetering van de verkeersveiligheid Verplaatsing van vrachtverkeer naar daarvoor geschikte wegen • Verkeersveiligheid - Duurzaam veiligere inrichting van het wegennet • Verbetering van de leefbaarheid Betere oversteekbaarheid / minder barrièrewerking • Luchtkwaliteit – Geen overschrijdingsknelpunten • Luchtkwaliteit – Algemene verbetering • Geluidkwaliteit - Minder overschrijdingsknelpunten • Geluidkwaliteit - Minder geluidhinder algemeen • Verbetering van leefmilieu/gezondheid in het studiegebied •

8

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

3 Tracéalternatieven In dit hoofdstuk worden de onderzochte tracéalternatieven beschreven. Om de in hoofdstuk 2 beschreven problematiek op te lossen is in het MER een aantal oplossingen (alternatieven) onderzocht. Het globale tracé van deze alternatieven is weergegeven op de volgende figuur. In eerste instantie is ook de meerwaarde onderzocht van het volledig onderzoeken van een zogenoemd nulplus alternatief. Het nulplus alternatief is het alternatief waarbij, zonder de aanleg van nieuwe tracés, wordt gestreefd naar een oplossing voor de gestelde problemen. Op basis van de ontwerpschetsen en resultaten van het verkeersonderzoek is geconcludeerd dat het nulplus alternatief geen reëel alternatief is. Voor het tracé Heistraat (aansluiting Everdenberg) – Ekelstraat is de berekende IC1 waarde dermate hoog dat gekozen moest worden voor een uitbreiding van het wegprofiel naar 2*2 rijstroken. Veel gebouwen, die nu dicht bij de weg staan, zouden bij realisatie van het nulplus alternatief geamoveerd moeten worden om ruimte te maken voor de 2x2 structuur en de daarnaast gelegen parallelwegen en vrijliggende fietspaden. Een dergelijke ingreep heeft onevenredig grote sociale effecten en hoge kosten tot gevolg.

Indien de te hoge I/C verhouding geaccepteerd zou worden en er uitgegaan zou worden van de bestaande 1x2 weg, dan zou er ter bevordering van de doorstroming en verkeersveiligheid in ieder geval ook een parallelstructuur (o.a. voor landbouwverkeer en ontsluiting van percelen) langs de N629 aangelegd moeten worden. Dit zou gepaard gaan met grondaankoop en sloop van vele opstallen.

1

Deze waarde beschouwt het gebruik (Intensiteit) van een weg in relatie tot de aangeboden Capaciteit.

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

9

Om tot de alternatieven te komen is gewerkt met verschillende ‘componenten’, mede op basis van de eerder uitgevoerde onderzoeken. Het onderstaande tekstkader bevat een korte beschrijving van deze ‘componenten’. Componenten om tot alternatieven te komen A Aanpassingen aan het bestaande tracé. B Realiseren van een (gedeeltelijk) nieuw tracé (2x1 of 2x2 rijstroken). C De ligging van nieuwe tracés (bijvoorbeeld dicht tegen Everdenberg – Oost, centraal door middengebied, tussen ’t Blik en Dongen) D De manier waarop het Wilhelminakanaal wordt overgestoken: nieuwe brug, gebruik maken van huidige brug. E De locatie waar het Wilhelminakanaal wordt overgestoken bij een nieuwe brug. F De locatie(‘s) van aansluiting(en) van de N629 op het lokale wegennet. De te onderzoeken alternatieven De componenten zijn in eerste instantie gecombineerd tot een viertal alternatieven. Op basis van de verkregen zienswijzen van burgers op de NRD en het advies van de Cie m.e.r. om combinaties van alternatieven te onderzoeken heeft de provincie NoordBrabant besloten een nieuw alternatief (alternatief 5) aan het MER toe te voegen. In het MER zijn daarom de volgende vijf alternatieven onderzocht: 1 Parallel Noord. 2 Parallel Noord – ’t Blik. 3 Bundeling Noord. 4 Bundeling Zuid. 5 Parallel Noord – Nieuwe Brug. Alternatief 1 Parallel Noord • • • •

Nieuw tracé vanaf de Provincialeweg tot noordkant begraafplaats (2*2 rijstroken met 80 km/uur tot Everdenberg Oost, vervolg 1*2 met 80km/uur) Gebruik huidige tracé langs begraafplaats tot aan de rotonde met de Westerlaan/Middellaan (1*2 rijstroken met 80 km/uur) Gebruik huidig tracé Westerlaan (1*2 rijstroken met 50 km/uur) en huidige brug over het kanaal. Gehele tracé op maaiveld (met uitzondering van de brug over het kanaal).

Alternatief 2 Parallel Noord – ‘t Blik • • • • • •

10

Nieuw tracé vanaf de Provincialeweg tot noordkant begraafplaats (2*2 rijstroken met 80 km/uur tot Everdenberg Oost, vervolg 1*2 met 80km/uur) Gebruik huidige tracé langs begraafplaats tot aan de rotonde met de Westerlaan/Middellaan (1*2 rijstroken met 80 km/uur) Nieuw tracé ‘t Blik parallel aan de Westerlaan tot de brug over het kanaal (1*2 rijstroken met als uitgangspunt 50 km/uur) Gebruik huidige brug over het kanaal De Westerlaan wordt geblokkeerd voor doorgaand wegverkeer Gehele tracé op maaiveld (met uitzondering van de brug over het kanaal)

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

Alternatief 3 Bundeling Noord •

• • • •

Nieuw 80 km/uur tracé tussen de Provincialeweg (Oosteind) en kruising Duiventorenbaan / Steenstraat (Dongen) (adviessnelheid 60 bij nieuwe brug). Tussen de Provincialeweg en aansluiting Everdenberg-Oost 2*2 rijstroken. Elders 1*2 rijstroken. Ligging: zo dicht mogelijk langs Everdenberg Oost Parallel aan het kanaal (noordzijde) Nieuwe brug over het kanaal Gehele tracé op maaiveld (met uitzondering van de brug over het kanaal).

Alternatief 4 Bundeling Zuid •

• • • •

Nieuw 80 km/uur tracé tussen de Provincialeweg (Oosteind) en kruising Duiventorenbaan / Steenstraat (Dongen) (adviessnelheid 60 bij nieuwe brug). Tussen de Provincialeweg en de aansluiting Everdenberg-Oost 2*2 rijstroken. Elders 1*2 rijstroken. Ligging: ten oosten van Everdenberg –Oost (parallel aan Brede Heistraat) Nieuwe brug over het kanaal Parallel aan het kanaal (zuidzijde) Gehele tracé op maaiveld (met uitzondering van de brug over het kanaal).

Alternatief 5 Parallel Noord – Nieuwe Brug • • • • • •

Nieuw tracé vanaf de Provincialeweg tot noordkant begraafplaats (2*2 rijstroken met 80 km/uur tot Everdenberg Oost, vervolg 1*2 met 80km/uur) Gebruik huidige tracé tot aan de rotonde Groenstraat (1*2 rijstroken met 80 km/uur) Nieuw tracé ‘aan de Westerlaan tot nieuwe brug over het kanaal (1*2 rijstroken met als uitgangspunt 80 km/uur) Gebruik nieuwe brug over het kanaal De Westerlaan wordt geblokkeerd voor doorgaand wegverkeer (knip bij brug) Gehele tracé op maaiveld (met uitzondering van de brug over het kanaal)

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

11

4 Effecten van de tracéalternatieven In deze paragraaf is een overzicht gegeven van de effecten van de alternatieven. De effecten worden per thema behandeld. De milieueffecten zijn ook gepresenteerd in één totaaltabel. 4.1 Wijze van onderzoek De effecten van de alternatieven worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie (2030). De referentiesituatie is de huidige situatie van het plangebied en omgeving inclusief ontwikkelingen die hier plaats zullen vinden tot en met 2030 als de N629/Westerlaan niet wordt aangepast. Werkwijze beoordeling Om de effecten van de alternatieven per criterium te kunnen vergelijken, worden deze op basis van een 7-puntsschaal in het MER beoordeeld. Hiervoor wordt de volgende beoordelingsschaal gehanteerd: Score

Beoordeling

---

Zeer negatief effect

--

Negatief effect

-

Licht negatief effect

0

Nihil of neutraal effect

+

Licht positief effect

++

Positief effect

+++

Zeer positief effect

4.2 Resultaten In de volgende tabel zijn de effecten van de alternatieven weergegeven. Na de tabel volgt een beschrijving van de effecten. Alternatief

Alternatief 1 Alternatief 2 Alternatief 3 Alternatief 4 Alternatief 5

Verkeer: (Rest)capaciteit en verkeersafwikkeling 1A IC

+

+++

+++

+++

++

1B Functioneren kruispunten

1

1

2

2

1

1C Rijsnelheden

+

++

-

--

++

1D Spitsreistijden

0

-

0

0

0

verhouding/restcapaciteit

(vertraging)

12

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

Alternatief

Alternatief 1 Alternatief 2 Alternatief 3 Alternatief 4 Alternatief 5

Verkeer: Verkeersstructuur / herverdeling verkeer 2A Vrachtverkeer (aandeel

0%

3%

15%

15%

8%

2B Openbaar vervoer

-

-

-

-

-

2C Ontsluiting onderliggend

--

--

0

0

-

--

--

-

-

--

2E Ontsluiting fietsverkeer

-

-

-

-

-

2F Gebruik onderliggende

0

-

--

--

-

-

-

0

0

-

6%

4%

2%

2%

3%

4

5

4

4

5

16

-24

-97

-97

-74

-7

-10

-13

-13

-11

39%

-2%

-6%

-11%

-12%

0

0

0

0

0

2

niet over duurzaam veilig wegen)

wegennet autoverkeer 2D Ontsluiting onderliggend wegennet landbouw verkeer

infrastructuur Verkeer: Oversteekbaarheid 3A Oversteekbaarheid Verkeer: Verkeersveiligheid 4A Veiligheid (aandeel over duurzaam veilig) 4B Conflictpunten Geluid inclusief mitigatie 2a Woningen met geluidbelasting > 48 dB 2c Woningen met geluidbelasting > max. ontheffingswaarde 3c aantal geluidgehinderden Luchtkwaliteit Criterium (dreigende) overschrijdingen NO2

2

Kern van het Duurzaam Veilig gedachtegoed is het voorkomen van (ernstige) ongevallen en daar waar dat niet kan, het nagenoeg uitsluiten van ernstig letsel. De weg wordt ingericht zodat duidelijk is wat van de weggebruiker wordt verwacht. Verschillende principes zijn daarbij leidend. Voor infrastructuur gaat het er dan onder andere om dat wegen primair één functie hebben en daar ook voor gebruikt moeten worden, om gelijkwaardigheid in snelheid, richting en massa bij matige en hoge snelheden, om herkenbaarheid van de vormgeving van de weg en om een vergevingsgezinde omgeving van de weg.

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

13

Alternatief

Criterium (dreigende)

Alternatief 1 Alternatief 2 Alternatief 3 Alternatief 4 Alternatief 5

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

+

+

+

+

+

0

0

0

0

0

0

0

+

+

+

Plaatsgebondenrisico

0

0

0

0

0

Groepsrisico

0

+++

+++

+++

+++

---

--

++

+++

++

19 (-8)

17 (-10)

11 (-16)

111 (-16)

8 (-19)

0m

0m

0m

60 m

0m

31.000 m2

39.000 m2

50.000 m2

53.000 m2

43.000 m2

140 m

160 m

220 m

220 m

200 m

Oppervlaktewaterkwaliteit

0

0

-

-

-

Grondwaterkwantiteit

-

-

-

-

-

Grondwaterkwaliteit

-

-

-

-

-

0

0

0

0

0

overschrijdingen PM10 Criterium (dreigende) overschrijdingen PM2,5 Criterium aantal blootgestelden NO2 Criterium aantal blootgestelden PM10 Criterium aantal blootgestelden PM2,5 Externe veiligheid

Gezondheid inclusief mitigatie Gezondheid effect screening score Trillingen Aantal woningen 20m zone Bodem en water Bodemkwaliteit doorsnijding verontreiniging in de bovengrond Oppervlaktewaterkwantiteit -toename verharding Oppervlaktewaterkwantiteit -Demping watergangen

Natuur Criterium Beschermde gebieden: Natuurbeschermingswet

14

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

Alternatief

Criterium Beschermde

Alternatief 1 Alternatief 2 Alternatief 3 Alternatief 4 Alternatief 5

0,14

0,19

1,11

1,81

1,79

11,0

22,4

58,2

101,2

41,3

0

0

1

1

1

1,40

1,40

3,78

1,40

5,09

-

-

---

---

---

-

---

-

---

--

0

---

--

---

--

0

-

-

-

-

Verlies woonfunctie

2

8

1

1

3

Verlies bedrijfsgebouwen

1

3

2

1

1

landbouw (ha)

5,25

7,35

9,45

11,87

8,07

Doorsnijding/versnippering

39

47

43

33

46

4

5

2

2

2

gebieden: Oppervlakteverlies Natuur Netwerk Nederland (ha) Beschermde gebieden: geluidsverstoring Natuurnetwerk Nederland Beschermde gebieden: Natuurverbindingen (aantal extra doorsnijdingen) Beschermde gebieden: oppervlakteverlies Groenblauwe mantel Criterium Beschermde soorten: Flora & Fauna wet Landschap Effecten op de landschapswaarden Cultuurhistorie Effecten op de structuur van het landschap Archeologie Effecten op de archeologische verwachtingswaarde Grondgebruik

Verlies oppervlakte

Doorsnijding recreatieve routes

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

15

Alternatief

Alternatief 1 Alternatief 2 Alternatief 3 Alternatief 4 Alternatief 5

Verlies oppervlakte recreatielocaties (ha) 4.2.1

0.2

0.3

0.6

2.0

0.7

Verkeer

Belangrijke doelstellingen van het project zijn het verbeteren van de verkeersafwikkeling en bereikbaarheid en het verbeteren van de verkeersveiligheid. Bij het onderdeel ‘verkeer’ is gekeken in hoeverre de alternatieven aan deze doelstelling voldoen en of er sprake is van een verbetering / verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. De alternatieven zijn daarvoor beoordeeld op de volgende vier hoofdcriteria: (Rest)capaciteit en verkeersafwikkeling: beoordeling van de verkeersafwikkeling • waarbij gekeken is naar doorstroming (filevorming, reistijden) op wegvakken en bij kruisingen. Verkeersstructuur / herverdeling Verkeer: beoordeling van de logica van de • verkeersstructuur voor verschillende gebruikers (auto, OV, goederenvervoer, landbouw, fiets). Daarbij is ook gekeken naar het gebruik of spreiding van verkeer over de wegen. Oversteekbaarheid: beoordeling van barrièrevorming van de N629. Zijn wegvakken • op voldoende plekken over te steken (door voetgangers, fietsers en autoverkeer)? Verkeersveiligheid: beoordeling van de veiligheid van de weg aan de hand van de • inrichting en het aantal conflictpunten tussen verschillende verkeersdeelnemers. (Rest)capaciteit en verkeersafwikkeling Alle alternatieven scoren positief op het aspect (rest)capaciteit en verkeersafwikkeling. Alle alternatieven dragen bij aan verbetering van de verkeersafwikkeling.

Dat is ook logischerwijs te verwachten, in alle alternatieven wordt immers in meer of mindere mate wegcapaciteit toegevoegd. Bij deze conclusie zijn enkele nuances te maken: Voor alternatief 1 geldt dat het gedeelte van de nieuwe N629 met wegprofiel 1x2 • rijstroken (wegvak Everdenberg Oost-Middellaan), relatief druk belast blijft. Dit wegvak kent met 0.7-0.8 relatief hoge IC-waarden. De provincie Noord-Brabant beoordeelt IC-waarden tussen 0.7 en 0.9 als matig. In dit kader wordt opgemerkt dat bij een IC waarde van 0.7-0.9 niet per definitie sprake is van een sterk verminderde verkeersafwikkeling. Ook de kruispuntvormen en het aantal aansluitingen op een wegvak zijn hierin mede bepalende factoren, die een negatieve invloed kunnen hebben op de verkeersafwikkeling (o.a. kruisende / conflicterende verkeersstomen). De snelheid van het verkeer vanuit Dongen naar Oosterhout en andersom verschilt • tussen de alternatieven. De snelheid op alternatief 2 (Parallel Noord – ‘t Blik) en 5 (Parallel) wordt hoger. Op grote delen kan dit verkeer gebruik maken van het nieuwe tracé. Bij alternatief 1 (Parallel Noord) verandert de snelheid niet. Bij de bundelingsalternatieven (alternatief 3 en 4) vermindert de snelheid tussen Dongen en Oosterhout juist.

Dat komt omdat verkeer dat uit Dongen komt en naar Oosterhout wil nog steeds een groot deel van de ‘oude’ route met lage snelheid moet gebruiken. Daarnaast kent de nieuwe N629 ter hoogte van de passage van het kanaal als gevolg van krappere boogstralen op delen lagere ontwerpsnelheden van 60km/h.

16

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

•

De spitsreistijd verbetert niet als gevolg van de verbetering van de verkeersafwikkeling. In alternatief 2 (Parallel Noord – ‘t Blik) verslechtert de reistijd zelfs iets door de introductie van een extra verkeerslicht ter hoogte van de aftakking ’t Blik. Die is er in alternatief 5 (Parallel Noord – Nieuwe Brug) ook maar daar is de verkeersdruk op dit kruispunt minder groot waardoor er minder wachttijd is voor het verkeerslicht. Hierbij wordt opgemerkt dat de kruispuntinrichting per alternatief, op basis van de karakteristieken van het alternatief, nog geoptimaliseerd kunnen worden waardoor de reistijd mogelijk verbetert.

Verkeersstructuur/herverdeling verkeer Dit aspect laat ook verschillen zien tussen de afzonderlijke alternatieven. De knip op de bestaande N629 ter hoogte van de Groenstraat in alternatieven Parellel Noord en Parallel Noord-’t Blik dwingt het verkeer te rijden via de nieuwe N629 weginfrastructuur. Voor enkele aanliggende percelen betekent dit dat zij niet zoals nu direct aansluiten op de N629, en daarom via alternatieve (omrij)routes bereikt moeten worden. De bundelingsalternatieven en alternatief 5 Parallel Noord-nieuwe Brug onderscheiden zich doordat de bestaande N629 beschikbaar blijft voor het gemotoriseerde verkeer. Dit is met name gunstig voor de ontsluiting van aanliggende erven. De alternatieven zijn voor OV, landbouwverkeer en fiets nauwelijks onderscheidend. De routering van openbaar vervoer (langere spitsreistijden bus 207 en 327), landbouwverkeer (meer omrijbewegingen, langere omrijafstand) en fietsverkeer (beperkt langere routes) zijn aandachtspunten bij de nadere uitwerking van alternatieven. Uit het onderzoek blijkt dat de verdeling van vrachtverkeer over het netwerk wel verbetert bij alle alternatieven, omdat een groot deel van het vrachtverkeer rijdt op nieuwe veilig ingerichte wegen. De alternatieven 1 Parallel Noord en 2 Parallel Noord- ‘t Blik scoren het meest gunstig omdat (nagenoeg) al het doorgaande verkeer daarover wordt afgewikkeld.

In het onderzoek is ook onderzocht wat het gebruik/ de benutting is van het onderliggend wegennetwerk. De bundelingsalternatieven hebben een minder gunstige beoordeling dan de overige alternatieven, omdat een groot aandeel van het verkeer bij deze alternatieven niet over het nieuw aan te leggen tracé rijdt maar over de bestaande N629 (ong. 12.000 motorvoertuigen/etmaal). Oversteekbaarheid De alternatieven Bundeling Noord en Bundeling Zuid veranderen de oversteekbaarheid niet. Er zijn nauwelijks wegen die het nieuwe tracé kruisen. De parallelalternatieven 1, 2 en 5 scoren licht negatief. De nieuwe en bestaande N629 komen gedeeltelijk parallel aan elkaar te liggen. Dit maakt de oversteekbaarheid moeilijker. Verkeersveiligheid Alle alternatieven dragen bij aan de verbetering van verkeersveiligheid. De parallelalternatieven 1, 2 en 5 zijn veiliger dan de bundelingsalternatieven (3 en 4). Dat komt omdat in de parallelalternatieven het verkeer tussen Oosterhout en Dongen (wat het grootste aandeel van verkeer op de N629 is) wordt afgewikkeld via de nieuwe N629

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

17

hoofdstructuur. Bij de bundelingsalternatieven blijft relatief veel verkeer gebruik maken van de bestaande N629 die niet wordt aangepast. Er is bij de bundelingsalternatieven daarom meer vermenging van verschillende gebruikersgroepen. Dit is minder veilig dan bij de parallelalternatieven. 4.2.2

Geluid

In de huidige situatie en de referentiesituatie zijn de geluidbelastingen langs de N629 en de Westerlaan hoog. Dit komt door de hoge verkeersintensiteiten op deze wegen. Langs de andere beschouwde wegen is er sprake van lintbebouwing die op relatief korte afstand van de weg ligt. Daardoor is de geluidbelasting ook op de woningen langs deze wegen hoog. Uit de beoordelingen van de alternatieven inclusief mogelijke mitigerende maatregelen (geluidsarm asfalt en geluidschermen) volgt dat alternatief 1 Parallel Noord negatief beoordeeld wordt, omdat het aantal geluidgehinderden toeneemt. Dit komt doordat het verkeer in alternatief 1 o.a. gebruik blijft maken van de bestaande Westerlaan. Alternatief 1 draagt daarom niet bij aan het oplossen van de geluidproblematiek. Bij toepassing van maatregelen (eisen aan de geluidproductie van de verharding en geluidschermen om overschrijding van de maximale ontheffingswaarde te mitigeren) wordt alternatief 2 licht positief beoordeeld. De alternatief 3 heeft een licht positief tot positief effect vooral op het aantal geluidbelaste woningen en het aantal gehinderden. Alternatief 4 en 5 hebben een iets gunstigere beoordeling ten opzichte van alternatief 3. 4.2.3

Lucht

Uit de uitlaat van auto’s komen (onder andere) het gasvormige stikstofdioxide (NO2) en de stofvormige component fijn stof. Fijn stof bestaat uit in de lucht zwevende deeltjes die kunnen worden ingeademd. De overheid heeft grenswaarden opgesteld om de nadelige gezondheidseffecten van de verschillende componenten te kunnen beheersen. Deze grenswaarden zijn voor fijn stof vastgesteld voor deeltjes die kleiner zijn dan 10 en 2,5 micrometer, respectievelijk aangeduid als PM10 en PM2,5. Er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden voor NO2 en PM2,5 of het aantal overschrijdingsdagen voor PM10. Naast de wettelijke toets is gekeken naar de invloed van de geplande ontwikkeling op het aantal woningen dat wordt blootgesteld aan luchtverontreiniging. In 2030 is sprake van 5% of meer woningen in het studiegebied met een lichte afname (-0,1 tot -0,4 µg/m³) van de jaargemiddelde concentratie NO2 voor alle alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie, waardoor dit aspect licht positief wordt beoordeeld. Voor het aantal overschrijdingsdagen PM10 (dagen dat de daggemiddelde concentratie grenswaarde overschreden wordt) worden de alternatieven 1 en 2 neutraal beoordeeld, terwijl de alternatieven 3, 4 en 5 een licht positief effect laten zien.

18

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

4.2.4

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het plaatsgebonden risico en groepsrisico voor de omgeving van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Geconcludeerd kan worden dat geen van de alternatieven een negatief effect heeft op het veiligheidsrisico. Bij geen van de alternatieven is sprake van een plaatsgebonden risicocontour of wordt het groepsrisico overschreden. Behalve bij alternatief 1 is bij alle alternatieven zelfs sprake van een zeer positief effect op het groepsrisico. 4.2.5

Gezondheid

Het onderzoek naar de effecten van wegverkeer op de volksgezondheid is gebaseerd op het gedachtegoed zoals is vastgelegd in het handboek voor de gezondheidseffectscreening (GES). In dat handboek wordt ervan uitgegaan dat wegverkeer een relatie heeft met gezondheid voor de volgende milieuaspecten: Luchtverontreiniging • Geluid • Externe veiligheid • Voor wegverkeer in relatie tot gezondheid bij mensen zijn dit de meest relevante milieuaspecten. Deze drie sectorale onderzoeken brengen het effect ervan op de gezondheid echter nog niet volledig in beeld omdat ook gezondheidseffecten op kunnen treden bij een relatief lage blootstelling. Om hier aandacht aan te kunnen besteden heeft de GGD de methodiek van een gezondheidseffectscreening (GES) ontwikkeld. Deze wordt gebruikt om de resultaten van de drie afzonderlijke onderzoeken te integreren en te interpreteren voor wat betreft de gevolgen voor de volksgezondheid op een manier die het mogelijk maakt om de alternatieven en varianten te kunnen beoordelen op hun generieke effect op de volksgezondheid. Er worden daartoe gezondheidsscores gekoppeld aan de berekende uitkomsten vanuit de verschillende milieuthema’s. Een lagere score (een beter leefklimaat) betekent een mogelijk lagere kans op gezondheidsproblemen.

Het is hierbij van belang te melden dat het gaat om een inschatting en dat het een globale beoordelingsmethode betreft waarmee in een vroeg stadium de mogelijke effecten in beeld kunnen worden gebracht. ‘De GES-methode is een screeningsinstrument en slechts een middel om mogelijke gezondheidskundige knelpunten3 te signaleren. Het alternatief 1 Parallel Noord wordt als zeer negatief beoordeeld. Bij het realiseren van dit alternatief is er per saldo sprake van een verslechtering. Het aantal mensen dat woont in gebieden waar een goed leefklimaat heerst neemt af zonder dat daar een afname tegenover staat van het aantal mensen dat woont in gebieden waar een slecht leefklimaat heerst. Het alternatief 2 Parallel Noord ‘t Blik wordt als negatief beoordeeld. Net als bij alternatief 1 Parallel Noord neemt het aantal mensen af dat in een gebied woont waar een goed leefklimaat heerst, ook na het nemen van mitigerende maatregelen. Echter, deze afname is minder omvangrijk dan in alternatief 1 Parallel Noord. Daar komt bij dat

3

Van een gezondheidkundig knelpunt zou sprake kunnen zijn als er langs een alternatief sprake zou zijn van een verslechtering van de milieugezondheidskwaliteit en/of van het leefklimaat

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

19

er bij alternatief 2 Parallel Noord ’t Blik wel duidelijk sprake is van een afname van het aantal mensen dat in een gebied woont waar nu een slecht leefklimaat heerst. De overige drie alternatieven worden (zeer) positief beoordeeld omdat, in tegenstelling tot de eerste twee alternatieven, er wel sprake is van een toename van het aantal mensen dat woont in gebieden met een goed leefklimaat, waarbij alternatief 4 het meest gunstig is vanwege de grootste afname van de populatie in de zone met slecht leefklimaat. Op de volgende figuur is te zien dat bij alternatief 1 een groot aantal personen van de leefklimaatklasse goed (groene balkje naar beneden) verschuift naar de leefklimaatklasse voldoende en matig (geel en oranje balkje naar boven), dit is een negatieve ontwikkeling. Bij de alternatieven 3, 4 en 5 is de toename van personen in de leefklimaatklasse goed, duidelijk terug te zien in de figuur (groene balkjes naar boven).

4.2.6

Trillingshinder

De nieuwe weg wordt overwegend aangelegd in landelijk gebied. Er treedt naar verwachting in totaal voor minder woningen trillingshinder op ten gevolge van (zwaar)verkeer dan in de referentiesituatie. Vooral langs de huidige N629 wordt, vanwege het afnemende verkeer, naar verwachting minder trillingshinder ervaren. De beoordeling is licht positief voor de parallelalternatieven 1 en 2 en voor de overige drie alternatieven positief, omdat bij die drie alternatieven naar verwachting bij minder woningen langs de bestaande routes trillingshinder optreedt. 4.2.7

Bodem/ondergrond en water

Voor drie criteria is sprake van effecten én onderscheidende verschillen tussen de alternatieven. Het gaat om de effecten op bodemkwaliteit, oppervlaktewaterkwantiteit en oppervlaktewaterkwaliteit.

20

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

Alternatief 4 Bundeling Zuid loopt door/langs de voormalige stortplaats Heiningen. Uitgangspunt voor het MER is dat ter plaatse van de doorsnijding deze verontreiniging gesaneerd wordt. Dit wordt gezien als positief effect voor het milieu. De overige alternatieven scoren neutraal. Nadelige verandering van de oppervlaktewaterkwantiteit wordt met name bepaald door de toename in verhard oppervlak. Een toename van verharding leidt tot een versnelde afvoer van water naar het oppervlaktewater waardoor het systeem gevoeliger wordt voor piekafvoeren. De alternatieven 1 Parallel Noord en 2 Parallel Noord – ’t Blik scoren negatief en de alternatieven 3 Bundeling Noord, 4 Bundeling Zuid en 5 Parallel Noord – nieuwe brug scoren zeer negatief. Het verschil wordt veroorzaakt door het ruimtebeslag en de mate waarin gebruik wordt gemaakt van het bestaande tracé van de N629. Oppervlaktewaterkwaliteit wordt slechts in zeer beperkte mate beïnvloed door de aanleg van een nieuw tracé. Bij het criterium oppervlaktewaterkwaliteit wordt het regenwater beschouwd dat op wegen valt en verontreinigd raakt met olie, rubber (PAK) en vetresten. Daarnaast vindt verwaaiing van opspattend regenwater plaats naar aanliggende watergangen. Als het verontreinigde water in een watergang terecht komt, wordt de waterkwaliteit van het aanliggende oppervlaktewatersysteem negatief beïnvloed.

De effecten zijn het grootst wanneer het tracé door het Natuur Netwerk Nederland loopt, omdat de natuurwaarden in deze gebieden gevoeliger zijn voor vervuiling. Het gaat dan om de alternatieven 3 Bundeling Noord, 4 Bundeling Zuid en 5 Parallel Noord – nieuwe brug. Voor de criteria grondwaterkwantiteit en grondwaterkwaliteit zijn er wel licht negatieve effecten maar deze zijn niet onderscheidend tussen de verschillende alternatieven. 4.2.8

Natuur

In en nabij het plangebied komen diverse natuurgebieden voor. Natuurbeschermingswet 1998

Binnen het criterium “aantasting” beschermde gebieden Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw) zijn er geen verschillen in beoordeling van de alternatieven. Geen van de alternatieven heeft een effect op Natura 2000 gebieden. Er treedt geen relevante toename van stikstofdepositie op in de Natura 2000 gebieden die hiervoor gevoelig zijn. Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het NNN binnen het studiegebied betreft (productie-)bos. Bij alternatieven 3 Bundeling Noord, 4 Bundeling Zuid en 5 Parallel Noord-nieuwe brug gaat relatief veel oppervlakte NNN verloren. De alternatieven verschillen in de mate van geluidsverstoring voor de natuur. Alternatief 3 Bundeling Noord en alternatief 4 Bundeling Zuid veroorzaken de meeste geluidsoverlast op het NNN, en alternatief Parallel Noord het minst. Dit komt omdat de alternatieven Bundeling Noord en Bundeling Zuid een vrij lang traject langs het NNN kennen (respectievelijk langs ’t Blik en langs boswachterij Dorst).

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

21

Natuurverbindingen

Alle alternatieven doorsnijden de natuurverbinding Wilhelminakanaal, ook al gebeurt dat op andere plaatsen. Bij alternatieven 1 Parallel Noord en 2 Parallel Noord-’t Blik gaat het alternatief over de bestaande brug over het kanaal (beoordeling neutraal). Bij de andere drie alternatieven wordt een nieuwe brug aangelegd maar blijft de huidige brug bestaan, de beoordeling is licht negatief. Het kanaal is in gebruik als vliegroute en foerageergebied door vleermuizen waaronder de lichtgevoelige soorten meervleermuis en watervleermuis. Bij het verlichten van de brug moet daarom rekening worden gehouden met deze soorten. Groenblauwe Mantel

Alle alternatieven hebben minimaal een licht negatief effect op de Groenblauwe mantel. De alternatieven Bundeling Noord heeft een negatieve beoordeling en Parallel Noordnieuwe brug een zeer negatieve beoordeling, omdat meer hectare van de mantel wordt doorsneden.

22

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

Flora & Faunawet

In het plangebied en omgeving komen diverse beschermde soorten voor. De beschermde soort wilde marjolein kan voorkomen, namelijk langs de Groenstraat ten westen van Dongen. Een groot aantal broedvogelsoorten met jaarrond beschermde nesten kan voorkomen in het studiegebied. Aangetoond is in ieder geval het voorkomen van havik, sperwer, buizerd, boomvalk, kerkuil, steenuil, ransuil, gierzwaluw en huismus. Van het Wilhelminakanaal is bekend dat deze wordt gebruikt als vlieg- en trekroute door gewone dwergvleermuis, laatvlieger, watervleemuis en meervleermuis. De eekhoorn kan in bossen in het studiegebied voorkomen maar vooralsnog zijn verblijfplaatsen (nesten) niet aangetroffen. Alleen van het bos ten zuiden van het Wilhelminakanaal zijn waarnemingen van reptielen bekend, namelijk van de levendbarende hagedis. Beschermde soorten amfibieën kunnen alleen in de poelen binnen het studiegebied voorkomen. Het betreft dan de beschermde soorten vinpootsalamander en alpenwatersalamander. Binnen het criterium beschermde soorten worden de alternatieven met het meeste oppervlakteverlies aan leefgebied bos (3 Bundeling Noord, 4 Bundeling Zuid en 5 Parallel Noord-nieuwe brug) het meest negatief beoordeeld. 4.2.9

Landschap

In het studiegebied van het project N629-Westerlaan is sprake van één landschapstype, namelijk: het dekzandlandschap. Het landschapstype is onderdeel van het WestBrabantse zandlandschap. Het gebied noordelijk van het Wilhelminakanaal tussen de Rijksweg A27 en het bosgebied van Het Blik bestaat voornamelijk uit open landbouwgronden. Het gebied van Het Blik (westelijk van Dongen) kenmerkt zich door kleinschaligheid en een afwisseling van bosjes, landschapselementen en agrarische gronden. De impact op de structuur van het landschap bij het gezamenlijke noordelijke deel van de alternatieven is zeer negatief. De grote schaal van het gebied en de daarbij horende openheid worden doorsneden, wat een belangrijke impact heeft op de uitstraling van het gebied. De openheid die resteert is van een kleine omvang, waardoor deze veel minder herkenbaar wordt. Daarnaast is er in beperkte mate sprake van aantasting van landschapselementen. Bij alternatief 1 wordt het effect op het landschap als beperkt of neutraal beoordeeld (licht negatief in de totaalbeoordeling door noordelijk gedeelte). Dit komt doordat de aantasting op de structuur van het landschap gering is en er in beperkte mate sprake is van aantasting van de landschapselementen. Dit wordt verklaard doordat het alternatief grotendeels het huidige tracé volgt.

Alternatief 2 Parallel Noord ’t Blik en 4 Bundeling Zuid hebben een zeer negatief effect op het landschap. Dit komt door de impact op de structuur van het landschap (historisch verkavelingspatroon, open gebieden) en het effect op de landschapselementen (historische wegen, oude bossen). Aangezien in dit gebied sprake is van kleinschalige en

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

23

historische structuren weegt het effect op de landschapselementen zwaar. Een aantasting van deze landschapselementen is bepalend voor de uitstraling en beleving van de kwaliteit van het gebied. Daarnaast heeft de aanleg van een brug over het Wilhelminakanaal bij alternatief 4 Bundeling Zuid invloed op het landschapsbeeld. Alternatief 3 Bundeling Noord heeft een licht negatief effect op het landschap. De impact op de structuur van het landschap is beperkt. Er is echter sprake van een negatief effect op de landschapselementen, in het bijzonder de waardevolle esakkers tussen het kanaal en de huidige N629. Een nieuwe brug over het Wilhelminakanaal kan tenslotte het beeld van het landschap ter plaatse gaan domineren. Alternatief 5 heeft een negatief effect op het landschap. De impact op de structuur van het landschap is licht negatief en op landschapselementen negatief. Aangezien in dit gebied sprake is van kleinschalige en historische structuren weegt het effect op de landschapselementen zwaar in de effectbeoordeling. Voor een groot deel wordt het bosgebied van ’t Blik doorsneden en is het noodzakelijk is om een ruime hoeveelheid beplanting te verwijderen. Daarnaast wordt de afwisseling van het half-open en meer besloten landschap aangetast, doordat het tracé deze gebieden doorkruist.

Net als in alternatief 3 en 4 kan een nieuwe brug over het Wilhelminakanaal het beeld van het landschap te plaatse gaan domineren. 4.2.10 Cultuurhistorie

Uit oogpunt van de aantasting van cultuurhistorische structuren en elementen scoort alternatief 1 het beste. Dit wordt verklaard doordat het alternatief grotendeels het huidige tracé volgt. De alternatieven 2 Parallel Noord ’t Blik en 4 Bundeling Zuid hebben een zeer negatief effect op de cultuurhistorie. Aangezien in dit gebied sprake is van kleinschalige en historische structuren weegt het effect op de structuur van het landschap zwaar. Een aantasting van deze structuur is bepalend voor de uitstraling en beleving van de kwaliteit van het gebied. De alternatieven 3 en 5 hebben een negatief effect op de cultuurhistorie. De impact op de structuur van het landschap is negatief en op cultuurhistorische elementen (zoals waardevolle cultuurhistorische lijnen) zeer negatief. 4.2.11 Archeologie

Met de “verwachtingswaarde” wordt de trefkans op bodemvondsten aangegeven. Bij een ruimtelijke besluit dient men rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten archeologische waarden (artikel 38a Monumentenwet). Bij de archeologische verwachtingswaarden wordt gekeken naar de impact van de tracéalternatieven op de mate van doorsnijding van gebieden met een lage, middelhoge of hoge trefkans op archeologische vondsten. Op de archeologische verwachtingswaarde hebben de alternatieven een licht negatief effect, met uitzondering van alternatief 1, omdat dit alternatief grotendeels gebruik maakt van het bestaande tracé. Over het algemeen worden gebieden doorsneden met een lage

24

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

en middelhoge trefkans. Doorsnijding van gebieden met een hoge trefkans vindt niet plaats. Voor het uiteindelijk te kiezen voorkeursalternatief zal in de ruimtelijke procedure het proces van de Archeologische Monumentenzorg altijd moeten worden opgestart. Dit houdt in dat er verdere inventarisatie zal moeten plaatsvinden van de archeologische resten in het gekozen tracé, door middel van verkennend, karterend en waarderend veldonderzoek. Als er zich binnen het gekozen tracé resten bevinden die door de bevoegde overheid behoudenswaardig worden geacht, dan worden deze geselecteerd en vervolgens aan een maatregel onderworpen. Daar waar het tracé niet gewijzigd kan worden en het een behoudenswaardige vindplaats doorsnijdt, zal in de regel behoud ex situ plaats moeten vinden in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. 4.2.12 Grondgebruik

Alternatief 2 Parallel Noord-’t Blik heeft een negatieve beoordeling, omdat voor 8 woningen verlies van woonfunctie te verwachten is. De overige alternatieven scoren licht negatief, omdat tussen de 1 en 3 woningen worden geraakt. Binnen de beoordelingsklasse is het effect van alternatief 3 en 4 het geringst, omdat voor één enkele woning verlies van woonfunctie optreedt. Alle alternatieven scoren licht negatief op het verlies van bedrijfsgebouwen, omdat tussen de 1 en 3 bedrijven worden geraakt. De beoordeling is niet onderscheidend. Binnen de beoordelingsklasse is het effect van de alternatieven 1, 4 en 5 het geringst (verlies van één bedrijfsgebouw). Alternatief 1 heeft het minste oppervlakteverlies van landbouwpercelen, omdat over een grotere lengte het huidige tracé van de Heistraat wordt gevolgd. De score is licht negatief. De alternatieven 2 en 5, die ten opzichte van alternatief 1 eerder afbuigen naar het zuiden, doorsnijden een iets grotere oppervlakte en hebben ook een licht negatieve beoordeling. Alternatief 3 heeft ook een licht negatieve beoordeling, maar doorsnijdt binnen de beoordelingsklasse wel meer landbouwgebied. Alternatief 4 heeft het grootste oppervlakteverlies van landbouwpercelen en scoort negatief, vanwege de grote oppervlakte doorsnijding (vooral door het open middengebied van het plangebied).

Voor versnippering van landbouwgronden is de beoordeling niet onderscheidend, alle alternatieven hebben een licht negatieve beoordeling. De alternatieven 1 Parallel Noord en 2 Parallel Noord ’t Blik hebben een negatieve beoordeling op recreatie, vanwege de doorsnijding van meer recreatieve routes bij Dongen. Alternatief 4 Bundeling Zuid heeft een negatieve beoordeling, vanwege het grotere oppervlakteverlies bos dat voor recreatie gebruikt wordt. De alternatieven 3 Bundeling Noord en 5 Parallel Noord-nieuwe brug hebben minder sterke negatieve effecten en daarom in totaal een licht negatieve beoordeling.

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

25

4.3 Mitigerende maatregelen De negatieve effecten kunnen verder beperkt woorden door mitigerende maatregelen, zoals geluidsvoorzieningen, landschappelijke inpassing, hydrologische maatregelen, het ophangen van vleermuis- en vogelkasten etc. Door het toepassen van mitigerende maatregelen kan de effectbeoordeling op bepaalde thema’s verbeteren. Onderstaand worden voor de belangrijkste thema’s de mogelijke mitigerende maatregelen genoemd. Mitigerende maatregelen verkeer Per alternatief kunnen de kruispuntinrichtingen nog geoptimaliseerd worden. Het gaat hierbij specifiek om het aantal opstelstroken. Daarmee wordt de afwikkeling van het verkeer op de kruisingen bespoedigd, wat gunstig is voor het auto- en vrachtverkeer, alswel voor het langzaam verkeer dat van de kruispunten gebruik maakt. Een verbeterde doorstroming op deze kruispunten zal ook op de aspecten leefbaarheid en geluid een positief effect hebben. Mitigerende maatregelen geluid Door middel van mitigerende maatregelen, uitgaande van bronmaatregelen en schermmaatregelen om overschrijding van de maximale ontheffingswaarde te mitigeren, kunnen alternatieven positiever beoordeeld worden. Door het toepassen van een bronmaatregel als het stellen van eisen aan de geluidproductie van de wegverharding kan de geluidbelasting met 2 tot 5 dB worden verlaagd.

Eventueel zou het wegdek kunnen worden gecombineerd met een geluidscherm, waardoor een effect van 5 dB gehaald kan worden. Afhankelijk van de situatie van de weg ten opzichte van de woningen zal het scherm een bepaalde hoogte moeten hebben. Compenserende en mitigerende maatregelen bodem en water Voor oppervlaktewaterkwantiteit geldt dat er een verplichting is om de toename van verhard oppervlak te compenseren door middel van de aanleg van waterberging. En de demping van watergangen wordt gecompenseerd door de aanleg van nieuwe watergangen om een goede waterafvoer te garanderen. Dit zijn de uitgangspunten die vanuit waterschap Brabantse Delta opgelegd worden. Het effect van de afstroming van vervuild water kan verminderd worden door het toepassen van een zuiverende berm (meer dan wettelijk noodzakelijk is). Het effect van verwaaiing kan verminderd worden door het toepassen van een open asfalt beton . Dit kan de omvang van verwaaiing sterk reduceren. Ook het toepassen van een obstakel (zoals een scherm of beplanting) kan het effect van verwaaiing verminderen. Voor grondwaterkwaliteit worden de negatieve effecten veroorzaakt door afspoeling van vervuiling wat terecht komt in het grondwater en door calamiteiten. Het toepassen van een zuiverende berm vermindert de omvang van de vervuiling naar het grondwater.

Voor grondwaterkwantiteit worden de tijdelijke effecten door bemaling bij aanleg van de fietstunnel al voorkomen door mitigerende maatregelen, zoals retourbemaling. In de permanente situatie worden de grondwaterstromingen nauwelijks beïnvloed. Bij de uitvoering dient er aandacht voor te zijn dat de juiste maatregelen worden genomen om de tunnel en bemaling zo hydrologisch neutraal mogelijk uit te voeren.

26

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

Natuur Aantasting van het NNN kan alleen plaatsvinden als er geen reële alternatieven zijn én als er sprake is van redenen van groot openbaar belang. Wanneer kan worden aangetoond dat het plan aan deze voorwaarden voldoet, moet voor bijvoorbeeld de mitigatie van effecten van geluidsverstoring een plan worden opgesteld. In het geval van overschot van grond valt hierbij bijvoorbeeld te denken aan het opwerpen van een wal van circa 1 tot 2 meter hoog die landschappelijk wordt geïntegreerd aan de zuidzijde (Bundeling Zuid) of noordzijde (Bundeling Noord). Waar mitigerende maatregelen niet volstaan, moet de aantasting worden gecompenseerd door het realiseren van gelijkwaardige gebieden, liefst in of nabij het aangetaste gebied. Compensatie is echter eventueel ook in financiële zin mogelijk. In het MER is een indicatieve berekening uitgevoerd voor de eventuele opgave van compensatie per alternatief vanwege areaalverlies NNN en verstoring door geluid. Voor alternatief 1 Parallel Noord is de minste compensatie nodig (3,86 ha) gevolgd door alternatief 2 Parallel Noord ’t Blik (7,71 ha). Daarna volgen alternatief 3 Bundeling Noord (21,06 ha) en alternatief 5 Parallel Noord – nieuwe brug (16,62 ha). De meeste compensatie is vereist bij alternatief 4 Bundeling Zuid (36,42 ha).

Voor alle genoemde beschermde soorten bestaan er in de praktijk mogelijkheden om effecten te voorkomen of te minimaliseren door een passende locatiekeuze, inrichting en uitvoeringstijdstip. Zo nodig kunnen aanvullend ook mitigerende maatregelen worden getroffen zoals het realiseren van alternatieve broedgelegenheid (bijvoorbeeld nestkasten) of kan de kwaliteit van het omringende leefgebied worden behouden of zelfs verbeterd. Andere voorbeelden zijn het verplaatsen van planten naar geschikte standplaatsen, graven van nieuwe poelen/creëren van nieuw landhabitat en de aanplant van bomen. Het werken volgens een gericht plan of werkprotocol is noodzakelijk. Voor tabel 2soorten van de Flora en Faunawet dient daarbij worden gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor tabel 3-soorten en vogels zal aangetoond moeten worden dat een overtreding van de verbodsbepalingen effectief kan worden voorkomen. Landschap De inpassing van de weg in het landschap wordt versterkt als vanuit een bredere visie op het landschappelijk raamwerk wordt gewerkt. Daarmee wordt het mogelijk om de weg ook in te passen door juist de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving te versterken, in plaats van alleen te richten op een inpassing van de weg zelf.

Zo kan de weg als nieuwe laag in de ontwikkeling van het landschap worden gezien, waarbij ook (de historie van) het bestaande landschap wordt meegenomen, gewaardeerd en versterkt. Bij het ontwikkelen van een nieuw tracé voor de N629-Westerlaan vervalt de waarde van de openheid en is het essentieel om het gebied weer een landschappelijke betekenis te geven. Dit is te bereiken door een robuust groen raamwerk met landschapselementen te creëren. Naast het begeleiden van het tracé met landschapselementen kunnen bijvoorbeeld haaks op het tracé (op de perceelsgrenzen) landschapselementen worden toegevoegd om de kleinschalige en groene identiteit te versterken. Op deze wijze kan

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

27

het negatieve effect worden verminderd, met uitzondering van alternatief 2 Parallel Noord ’t Blik. Het effect blijft negatief vanwege de doorsnijding van oude (cultuurhistorische) wegen, waardoor deze niet meer beeldbepalend zijn en als structuurdragers voor het gebied dienen. Landbouw De praktijk leert dat de effecten voor de landbouw sterk afhankelijk zijn van de wijze waarop eventuele grondaankoop, grondruil et cetera worden vormgegeven. Daarbij is uiteindelijk op lange termijn zelfs deels een positief effect mogelijk, bijvoorbeeld door gunstige kavelruil. Voor het uiteindelijk te kiezen voorkeurstracé kan dit in een later stadium verder worden uitgewerkt. Versnippering kan ook worden verminderd door kleine verschuivingen van het tracé, zoveel mogelijk op of tegen bestaande wegenstructuren. Op deze manier ontstaan er mogelijk minder nieuwe doorsnijdingen en wordt aangesloten bij de bestaande wegenstructuren. 4.4 Resumé De alternatieven zijn onderscheidend als het gaat om de mate waarin ze een oplossing bieden voor de gesignaleerde knelpunten.

De prioritaire doelstellingen voor de verbinding N629/Westerlaan Oosterhout-Dongen zijn: Verbetering van de verkeersafwikkeling/doorstroming • Verbetering van de verkeersveiligheid • Verbetering van de leefbaarheid (oversteekbaarheid, geluid, luchtkwaliteit, • gezondheid) In deze paragraaf wordt beschreven in hoeverre de prioritaire doelen behaald worden door de verschillende alternatieven. Naast de effecten op de prioritaire doelstellingen, treden er op andere milieuthema’s ook onderscheidende effecten op. Dit wordt volgend op de alinea’s over doelbereik beschreven. Doelbereik Uit de effectvergelijking blijkt dat de alternatieven 3 Parallel Noord, 4 Bundeling Zuid en 5 Parallel Noord-Nieuwe Brug de hoofddoelen en subdoelen behalen voor zowel verkeer als leefbaarheid. Voor een belangrijk deel hangen de positieve effecten van deze alternatieven samen met de afname van de verkeersintensiteit op de huidige N629 en de Westerlaan doordat een groot deel van het verkeer via een nieuw tracé rijdt. De doorstroming en geluidsbelasting verbeteren hierdoor in sterke mate langs deze route. Ondanks de aanpassingen aan de N629/Westerlaan is er echter geen sprake van een wijziging van de spitsreistijd. De reistijd wordt op dit traject vooral bepaald door de kruispunten. Door het optimaal inrichten van de kruispunten is op dit punt alsnog winst te behalen.

Bij alternatief 5 is overigens wel een lichte verslechtering van de oversteekbaarheid aan de orde door de parallelle ligging van de bestaande en nieuwe N629 weginfrastructuur.

28

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

Alternatief 2 voldoet ook deels aan de gestelde doelen. Alternatief 2 voldoet aan verschillende subdoelen voor verkeer (zoals een betere verkeersafwikkeling-IC waarden) en leefbaarheid (geluid). Bij dit alternatief is er echter sprake van beperkt langere reistijden, de oversteekbaarheid verslechtert, en het leefklimaat verslechtert. Alternatief 1 blijft het verst verwijderd van de gestelde projectdoelen. Dit alternatief heeft onder andere een zeer negatieve beoordeling op het aantal geluidgehinderden, vanwege verkeer dat via de Westerlaan blijft rijden. Alternatief 1 voldoet wel aan verschillende subdoelen voor verkeer. De alternatieven behalen, met uitzondering van alternatief 1, voor het merendeel de gestelde projectdoelen. Daartegenover staan negatieve effecten op voornamelijk de thema’s natuur en landschap. Natuur en Landschap Voor het criterium beschermde gebieden worden vooral de alternatieven 3 t/m 5 het meest negatief beoordeeld (en in mindere mate alternatief 2 Parallel Noord ’t Blik). Alternatief 1 Parallel Noord scoort het minst negatief. Binnen het criterium beschermde soorten worden de alternatieven met het meeste oppervlakteverlies aan bos (3 Bundeling Noord, 4 Bundeling Zuid en 5 Parallel Noord-nieuwe brug) het meest negatief beoordeeld.

Uiteindelijk wordt het alternatief 1 Parallel Noord voor Natuur het best beoordeeld, gevolgd door alternatief Parallel Noord-’t Blik. De overige drie alternatieven scoren even negatief. De impact op de structuur van het landschap is overwegend negatief voor de verschillende alternatieven, in het bijzonder voor de alternatieven 2 Parallel Noord ’t Blik en alternatief 4 Bundeling Zuid. De beoordeling van deze twee alternatieven zal nauwelijks veranderen door het toepassen van inpassingsmaatregelen. Bij de overige alternatieven zijn goede mogelijkheden om de weg in het landschap in te passen om zodoende het negatieve effect te verzachten (tot een neutrale beoordeling).

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

29

5 Leemtes in kennis en evaluatieprogramma In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke onderdelen kennis of informatie ontbreekt die (mogelijk) relevant is voor de besluitvorming. De genoemde leemten in kennis vormen aandachtspunten voor het monitoringsprogramma, dat in het kader van een m.e.r. moet worden uitgevoerd tijdens en na realisatie van het voornemen. 5.1 Leemten in kennis Het MER is een momentopname. Om een goede vergelijking te kunnen maken tussen de alternatieven is de beschikbare informatie ruim voldoende gebleken. Er zijn dan ook geen leemten in kennis en/of informatie die een zorgvuldige besluitvorming (keuze uit de alternatieven/varianten en principekeuze voor mitigerende maatregelen) in de weg staan. Er zijn diverse onzekerheden te benoemen. Ook is in dit MER een aantal aannames gedaan. Deels hangen deze samen met externe factoren (ontwikkelingen buiten het project om, zoals autonome groei van de mobiliteit), deels houdt dit rechtstreeks verband met het gegeven dat op dit moment van de planvorming nog geen definitieve uitgewerkte ontwerpen zijn gemaakt. Tot slot zijn toekomstige ontwikkelingen in verkeer, luchtkwaliteit, geluidhinder en natuurwaarden (stikstofdepositie, geluidsverstoring) met modellen berekend. De resultaten van modelberekeningen gaan altijd gepaard met onzekerheidsmarges.

Onzekerheden in effectbepaling Ten behoeve van de effectbepaling in dit MER is gerekend met verschillende rekenmodellen voor verkeer, geluid, lucht, stikstof en gezondheid. De modelberekeningen geven de best mogelijke bepaling van de milieueffecten. De resultaten van de modelberekeningen kennen echter onzekerheidsmarges. Als het resultaat van de ene berekening het vertrekpunt voor een volgende berekening is, dan wordt de onzekerheid groter. Effecten kunnen in de toekomst in werkelijkheid meevallen, maar ook tegenvallen. In het MER wordt op de volgende wijze rekening gehouden met de onzekerheidsmarges. In het MER worden bij de aanzet voor het evaluatieprogramma maatregelen • benoemd om risico’s te beheersen De daadwerkelijk optredende effecten van het voorkeursalternatief worden • tezijnertijd gemonitord en geëvalueerd door het bevoegd gezag; het bevoegd gezag kan hiervoor een evaluatieprogramma opstellen. 5.2 Aanzet evaluatieprogramma Een monitoringsprogramma heeft tot doel te onderzoeken in hoeverre de beschreven gevolgen voor het milieu (deels op basis van aannames en inschattingen) daadwerkelijk optreden in de vorm en intensiteit waarin zij zijn beschreven. Ook kan worden gecontroleerd of de leemten in kennis hebben geleid tot andere inzichten/effecten.

Wanneer de feitelijke effecten wezenlijk afwijken van de voorspelde effecten, kan de provincie Noord-Brabant (aanvullende) maatregelen nemen.

30

Milieueffectrapportage N629 - Westerlaan

Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 614 11 15 info@brabant.nl www.brabant.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=7fdfc8ba-ea1d-4221-83e9-3d5b529f1f23