CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage bij raadsbrief 230505 - Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 23 mei 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk: ZN1014386 raadsvoorstel herstelbesluit zonnepark A5936.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 42

3. Gebouwde omgeving 4. Landbouw 5. Mobiliteit Per transitiepad is aangegeven wat de huidige stand van zaken (2016) is en wat bereikt wordt in 2030 indien het Innovatieve Toekomstbeeld uit het Haalbaarheidsonderszoek 2018 (bijlage Energieagenda 2030) wordt gerealiseerd. Onder het transitiepad Elektriciteit wordt de transitie naar een CO2-vrij elektriciteitssysteem met duurzame opwekkingsmethoden van elektriciteit gerekend, met daaronder ook begrepen de transport en opslag daarvan. In het energiesysteem moeten verschillende bronnen, functies en locaties zo slim mogelijk gecombineerd worden. Dit vraagt om een elektriciteitsinfrastructuur die daarbij aansluit. Voor zonne-energie geldt dat de kansen in Brabant relatief positief zijn door de vele grote daken in de agrarische en logistieke sector en het omarmen van nieuwe technieken op het gebied van dunne film zonnetechnologie. Voor de beoogde opwek van elektriciteit levert een aanbod van 88 PJoule uit zon en wind tezamen. Relatie tot ontwikkeling De realisatie van het zonnepark is in lijn met de Energieagenda 2030 en meer specifiek met het de doelen en te varen koers ten aanzien van het transitiepad Elektriciteit, waarbij toegewerkt wordt naar een CO2-vrij elektriciteitssysteem. De opbrengst vanuit het zonnepark leidt tot een CO2-reductie van ca. 28.000 ton op jaarbasis. Het vermogen bedraagt ca. 49,5 MWp.

De ontwikkeling levert dan ook een bijdrage aan het behalen van de gestelde doelstellingen. 4.3.2

Omgevingsvisie Brabant

De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld. Deze Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op het gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Sectorale beleidsdoelen maken (nog) geen onderdeel uit van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is opgenomen dat de provincie in 2050 100% energie neutraal is. De opgave ‘werken aan de Brabantse energietransitie’ staat daarmee centraal in de Omgevingsvisie. In 2050 zijn aardolie en aardgas vervlogen energiebronnen en gebruikt Brabant enkel duurzame energie. Het doel voor 2030 is ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50% duurzame energie. Voor verduurzaming van energie wil de provincie via een enorme groeispurt grootschalig gebruik maken van energie via win, zon, water en duurzame warmte. Daarbij wordt ernaar gestreefd dat deze energie grotendeels afkomstig is uit Noord-Brabant. Relatie tot ontwikkeling Het zonnepark kent als gevolg van de omvang en paneelopstelling een vermogen van ca.

49,5 MWp. Zoals aangegeven is dit onlosmakelijk verbonden met een significante CO2-reductie van zo’n 28.000 ton op jaarbasis. De met dit park op te wekken energie kan bovendien vergelijken worden met het verbruik van ca. 17.000 huishoudens, waarmee circa twee derde van de inwoners van Oosterhout gebruik kunnen maken van lokaal opgewekte stroom. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie Brabant. 4.3.3

Interim omgevingsverordening provincie Noord-Brabant

De Interim Omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de toekomstige Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De interim omgevingsverordening is vastgesteld op 25 oktober 2019. De geconsolideerde versie van de verordening is in werking sinds 21 maart 2023.

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 43

De ontwikkeling is getoetst aan de algemene en ter plaatse geldende bepalingen. In de eerste plaats gelden een aantal algemene bepalingen ten aanzien van kwaliteit in het landschap als geheel. De projectlocatie zelf ligt daarnaast binnen het ‘Landelijk gebied’ en de ‘Groenblauwe mantel’. Tevens grenst de locatie aan het ‘Natuurnetwerk Brabant’ en ‘Ecologische verbindingszone’. De afzonderlijke onderwerpen en bijbehorende kaarten worden hieronder achtereenvolgens besproken. 4.3.3.1

Algemene bepalingen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit

Voor de locatie geldt dat de algemene regels voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van toepassing zijn. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt dient een toelichting op dat plan inzichtelijk te maken dat sprake is van behoud en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid. Daarnaast moet sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. Dat houdt in dat ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied enkel binnen een bestaand bouwperceel kunnen worden gerealiseerd (verbod op nieuwvestiging), tenzij uitdrukkelijk anders bepaald. Wanneer een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied wordt mogelijk gemaakt, dient de ontwikkeling bovendien gepaard te gaan met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Omdat uiteindelijk een Energiepark als geheel wordt beoogd, dient vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit zon en wind in samenhang te worden beschouwd. Feit is dat windmolens landschappelijk gezien moeilijk te ‘verstoppen’ zijn en daardoor landschappelijk moeilijk in te passen.

De keuze ten aanzien van de situering van de windturbines is van meerdere factoren afhankelijk, het zonnepark kan bij plaatsing van windturbines daaromheen worden ontworpen. In hoofdstuk 2 en 3 van deze ruimtelijke onderbouwing is ingegaan op het projectplan en de locatieomschrijving, waarin onder andere de locatiekeuze aan bod is gekomen. Onderdeel van de planomschrijving is daarnaast de behandeling van het landschappelijk inpassingsplan, waarin rekening is gehouden met een scenario met en een scenario zonder wind. In paragraaf 2.4 is ingegaan op de beoogde kwaliteitsverbetering van het landschap. In overleg tussen de initiatiefnemers van zon en wind en de gemeente, vindt hiervan in de komende periode een nadere uitwerking plaats. Diverse ingrepen die in het gebied worden voorzien leiden als onderdeel van de landschappelijke inpassing tevens in een kwaliteitsverbetering van het landschap. In de plannen is rekening gehouden met de bestaande kwaliteiten en structuren van het landschap en zijn deze waar mogelijk in het ontwerp geïntegreerd en op die manier versterkt. De bestaande percelen en watergangen worden gerespecteerd en in stand gehouden, waardoor deze inrichting van het landschap gehandhaafd blijft en extra benadrukt wordt. Aan zowel de Statendamweg als langs het Kromgat komt een groene zone.

Het oostelijke recreatieve fietspad langs het Kromgat wordt zorgvuldig ingepast, zodat eventueel verlies aan langere zichtlijnen worden gecompenseerd door kleinschalige natuurbeleving. Daarnaast is door de gekozen opzet en het gebruik van materialen in het landschap sprake van een verbetering van de biodiversiteit ter plaatse en resulteert het plan in versterking van de ecologische structuur. De groenzone langs het fietspad wordt zeer gevarieerd ingericht met bloemrijk hooiland, meidoornhagen en gemengd struweel. Hierdoor zal veel kleinschalige natuur te beleven zijn zoals bloemen, bijen, vlinders en vogels. De maatregelen ten behoeve van de landschappelijke inpassing dienen daarmee tevens als investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Conform de ‘Gedragscode Zon op Land’ van Holland Solar, wordt daarbij een percentage van de gronden vrijgehouden van panelen en andere (technische) componenten van het zonnepark. Daarbij geldt dat de gedragscode 25% vrije ruimte voorschrijft, terwijl in dit plan ongeveer 38% van het plangebied wordt vrijgehouden. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de gedragscode en worden extra investeringen gedaan ten opzichte van de basisinspanning. De gronden worden ingezet voor de in hoofdstuk 2 beschreven landschappelijke inpassing en de daarmee samenhangende verbetering van het landschap en de biodiversiteit.

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 44

4.3.3.2

Structuur Groenblauwe mantel

De projectlocatie maakt deel uit van het landelijk gebied en de structuur ‘Groenblauwe mantel’. Een en ander is te zien op figuur 15. De projectlocatie is aangeduid in het rood. figuur 15.

Uitsnede kaartmateriaal Interim Omgevingsverordening

In de Interim Omgevingsverordening zijn specifieke regels opgenomen voor de landschappelijke kwaliteiten van de Groenblauwe mantel. Daarnaast is een bepaling opgenomen waarin de voorwaarden te vinden zijn voor de realisatie van zonneparken in landelijk gebied. Het betreft de artikelen 3.32 en 3.41. Vanuit de kwaliteiten van de Groenblauwe mantel dient een beschrijving van de ecologische waarden en kenmerken van de landschappelijke waarden te worden gegeven. De landschappelijke kenmerken van de locatie zijn reeds omschreven in paragraaf 3.2. Uit de behandeling van het projectplan, specifiek in paragraaf 2.4 tot en met 2.6, blijkt hoe de belangrijke waarden in het gebied worden gerespecteerd en versterkt. Bijlage 13 bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing bevat een memo van Van der Goes & Groot, waaruit blijkt dat met de te treffen maatregelen in het kader van de landschappelijke inpassing een versterking van de natuurwaarden ter plaatse bewerkstelligt. Ecologie tot slot, wordt ook beschreven in paragraaf 5.11. Verwezen wordt naar de betreffende paragrafen. Volledigheidshalve wordt hier vermeld dat de waarden, zowel landschappelijke als ecologische, behouden blijven en met het gekozen ontwerp van het park worden versterkt. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de regels uit de Interim Omgevingsverordening. 4.3.3.3

Zonneparken in landelijk gebied

De omgevingsverordening voorziet tot slot ook in een bepaling ten aanzien van zonneparken in het landelijk gebied. Artikel 3.41 geeft de voorwaarden waaraan dient te worden voldaan om provinciale medewerking te verkrijgen. Op de voorwaarden wordt hierna ingegaan. Onderbouwing behoefte en noodzaak De behoefte aan de ontwikkeling blijkt uit het relevante beleid vanuit de verschillende bestuurslagen op het gebied van duurzaamheid en de noodzakelijke energietransitie. Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord van het Rijk is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen vergeleken met 1990. Uiteindelijk moet de uitstoot in Nederland in 2050 omlaag met 90% of meer. In het Klimaatakkoord zijn landelijk afspraken gemaakt over de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Een van de belangrijkste pijlers van dit Klimaatakkoord betreft de transitie van fossiele naar duurzame energie.

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 45

Voor de sectoren gebouwde omgeving, elektriciteit, mobiliteit, industrie en landbouw zijn afspraken gemaakt hoe deze gaan bijdragen aan de CO2-reductie. Eén van de afspraken in het Klimaatakkoord voor de sector Elektriciteit is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. De Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft regionale keuzes voor de grootschalige opwekking van duurzame energie en de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. In de RES beschrijft elke regio zijn eigen keuzes. Voor de regio West-Brabant zijn deze keuzes vastgelegd in de RES 1.0 welke op 20 mei 2020 door de gemeenteraad is aangenomen. In de concept RES West-Brabant is regionale afstemming bereikt over de invulling van de bijdrage die deze regio moet leveren aan de realisatie van de landelijke hoofddoelstelling. Iedere regio dient een bod te doen aan het Rijk. Dit dient in totaal op te tellen tot de landelijke doelstelling voor het opwekken van 35 TeraWattuur (TWh) duurzame energie in 2030. Het regionale bod voor West-Brabant is bepaald op 2,0 TWh aan gangbare technieken (zon/wind) en 0,2 TWh aan innovatieve technieken. Deze regionale opgave is onderverdeeld naar een opgave per gemeente. Voor de gemeente Oosterhout komt deze opgave neer op 0,192 TWh ofwel 192 Gigawattuur (GW) tot 2030.

De gemeentelijke ambities vallen grofweg uiteen in ambities met betrekking tot het besparen van energie en ambities op het gebied van het opwekken van energie. Het totale elektriciteitsverbruik in Oosterhout is 368 GWh/jaar. Daarvan moet in 2030 al 49% hernieuwbaar worden opgewekt, wat overeenkomt met 192 GWh. Voor energiebesparing heeft de gemeente zich ten doel gesteld in 2050 ruim 30% besparing te realiseren ten opzichte van het huidig gebruik in Oosterhout (peildatum 2017). In het document ‘Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030’ en de bijbehorende ‘Routekaart energietransitie 2019-2022’ zijn deze ambities verder uitgewerkt. In de ‘Routekaart energietransitie 2019-2022’ zijn de concrete projecten opgenomen waarmee de gemeente deze ambities gaat realiseren tot en met 2022. Over het Energiepark is in de ‘Routekaart Energietransitie 2019-2022’ het volgende opgenomen: ‘In samenwerking met de grondeigenaren, Shell en Eneco gaan we langs de A59 3 tot 4 windturbines plaatsen (Oranjepolder).’ En: ‘Hoewel het uitgangspunt is dat eerst zonnepanelen op daken van bedrijven en woningen worden geplaatst, biedt het plaatsen van ca 29 hectare aan zonnepanelen op deze locatie een unieke mogelijkheid om de ambitie tot 2022 in één keer te realiseren.

Door dit op dezelfde locatie te combineren (met een zonneweide) ontstaat er een Energiepark.’ Het Energiepark A59 zal in totaal een jaarlijkse opbrengst van circa 88 GWh krijgen. Daarmee kunnen, ter vergelijking, ruim 30.000 huishoudens per jaar van duurzame elektriciteit worden voorzien. Het totale oppervlak van het zonnepark beslaat circa 37 hectare. Van dit totale oppervlak zal een deel worden gebruikt voor aanleg van infrastructuur en landschappelijke inpassing. Naast de beoogde realisatie van het Energiepark A59 en het beoogde zonnepark aan de Bavelse Berg, stimuleren Oosterhout met het project ‘Zon op Bedrijfsdaken’ ondernemers om zonnepanelen te gaan plaatsen. Zon op Bedrijfsdaken (54 GWh) levert uiteindelijk ook een bijdrage van ca. 30% aan de duurzame energieproductie van Oosterhout. Een inventarisatie van de rijksoverheid geeft aan dat per gemeente ca. 25% van de industriedaken geschikt zijn voor Zon op Bedrijfsdaken. In Oosterhout zijn ruim 650 daken groter dan 1.000 m2 aanwezig met een gezamenlijk oppervlak van ca. 200 hectare. (2 miljoen m2). Met het nuttig oppervlak van 40 hectare kan 54 GW energie worden opgewekt. Dat is de beoogde ca. 30% van de opgave voor 2030. Daarvoor zijn ruim 125.000 zonnepanelen nodig. Het Energiepark A59 (deels) laten vervallen en vervangen door zon op bedrijfsdaken is technisch niet haalbaar voor 2030.

Immers, dit zou betekenen dat bovenop de ambitie van 40 ha nog circa 65 ha daken gevonden moet worden waar 200.000 extra zonnepanelen op bedrijfsdaken moeten worden geplaatst. Bedrijven kunnen wettelijk niet worden verplicht zonnepanelen op hun daken te plaatsen. De huidige windmolens op Weststad zijn voor 95% van de tijd technisch beschikbaar. De windmolens draaien bij een windsnelheid tussen de 3,5 m/s en 25 m/s. Slechts 5% van de tijd is het park technisch niet beschikbaar, in onderhoud of wordt preventief stilgezet bij storm- en ijsrisico. Het park voldoet daarmee volledig aan de standaarden voor deze locatie, het windklimaat en de type turbines. Vervanging of opwaardering (repoweren) van deze turbines is pas na 2023 aan de orde in verband met de geldende SDE-termijn van 15 jaar. De repowering van de windmolens leidt tot een verwachte extra opwekcapaciteit van 24 GWh. In

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 46

Oosterhout is daarnaast ca. 10-15% van de circa 26.000 woningen voorzien van zonnepanelen, ca. 3.000 woningen. Uitgaande van gemiddeld 10 panelen per woning zijn er nu ca. 30.000 zonnepanelen geplaatst. Als het Energiepark A59 komt te vervallen en de zonnepanelen op de woningen moeten komen, dan zijn 200.000 extra zonnepanelen nodig. Dat betekent dat in 2030 globaal genomen 20.000 woningen extra met zonnepanelen moeten worden uitgerust. Dan zou 90% van alle woningen PV panelen hebben, dit is niet haalbaar voor 2030. Om uiterlijk in 2030 voldoende duurzame opwekcapaciteit binnen de gemeente beschikbaar te hebben zijn locaties met grootschalige opwekking van duurzame energie, zoals het Energiepark A59, noodzakelijk. Een goede mix van windmolens en grootschalige zonnepark(en) dragen bij aan een voldoende en constante duurzame energie levering; zonne-energie wordt vooral in de lente en zomer opgewekt, windenergie heeft juist een piek in de herfst en winter. Die twee samen leveren over het jaar heen een redelijk constante productie. Zelfs als het Energiepark A59 is gerealiseerd, alle beoogde bedrijfsdaken vol zijn gelegd en de locatie voor het zonnepark bij de Bavelse Berg is benut, is er geen sprake van overcapaciteit. De totale energiebehoefte in de gemeente is veel groter dan alleen het elektriciteitsverbruik van de huidige 24.000 huishoudens.

Denk aan onder meer de energiebehoefte van industrie, winkels, openbare gebouwen, landbouw en verkeer & vervoer. Het energiepark voorziet maar in ongeveer een kwart van de totale energiebehoefte in de gemeente. Het voorgestelde energiepark wordt geëxploiteerd voor een periode van 25 jaar. In die periode verwachten we dat er door innovaties verbeterde en/of nieuwe duurzame technieken voor het opwekken en het besparen van energie zijn ontwikkeld. Daardoor kunnen we in 2050 als gemeente energieneutraal zijn. Op dit moment zijn zon en wind de technisch meest haalbare en bruikbare energiebronnen om een significante bijdrage te kunnen leveren aan de duurzaamheidsambities van de gemeente. Om de tussendoelen te realiseren (in 2030 een CO2-reductie van 49% en het opwekken van 192 GWh elektriciteit) hebben we dus nu geen andere mogelijkheid dan gebruik te maken van deze hernieuwbare bronnen. Inpassing in omgeving, zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit De keuze voor de locatie van het Energiepark A59 Oranjepolder is ontstaan uit een zorgvuldige afweging, zowel ten aanzien van de windmolens als ten aanzien van de grondgebonden opstelling voor zonne-energie. Het proces hiertoe is reeds in 2011 gestart voor zover het wind betreft en is later (sinds 2018) uitgebreid met het onderzoek naar mogelijke locaties voor grootschalige zonneparken.

Voor zonne-energie geldt dat in het verleden door diverse initiatiefnemers mogelijke locaties zijn aangedragen voor de realisatie van zonneparken in de gemeente Oosterhout. Dit proces en de afweging die daarin is gemaakt, is uitgebreid omschreven in paragraaf 2.3 van deze ruimtelijke onderbouwing. De inpassing van het zonnepark vindt plaats door deze in te klemmen tussen de Rijksweg A59, de Statendamweg, het Kromgat en de rioolwaterzuiveringsinstallatie Dongemond (RWZI Dongemond). Voor deze plek is gekozen, omdat het zonnepark ingesloten en verdiept ligt tussen infrastructuur, het bedrijventerrein Weststad, het Wilhelminakanaal, de Rijksweg A59 en de RZWI Dongemond. Hiermee kan er een goede overgang ontstaan tussen infrastructuur en stedelijk gebied en het oostelijk gelegen natuurlijk landschap. In de Oranjepolder kan het zonnepark ook bijdragen aan het verhogen van de biodiversiteit in het gebied. Dit blijkt uit een onderzoek door Naturalis Biodiversity Center7 ter plaatse van het Shell zonnepark in Moerdijk. De wetenschappers concluderen dat een zonnepark zowel voor planten als dieren een geschikt habitat is. Ook wordt geconcludeerd dat goed ingerichte zonneparken naast een bron van duurzame energie ook een veilige haven voor biodiversiteit zijn. De combinatie met wind leidt daarbij nog

7

https://www.naturalis.nl/persberichten/zonnepark-veilige-haven-voor-biodiversiteit

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 47

tot een extra meerwaarde voor dubbel ruimtegebruik, doordat binnen dezelfde gronden een groter vermogen kan worden opgewekt. Zo wordt voorkomen dat extra beslaglegging op gronden elders in het buitengebied wordt gedaan. Daarnaast versterken de componenten elkaar, zodat optimaal gebruik kan worden gemaakt van de gronden. Op dagen waarop de zon minder hard schijnt, vullen de windmolens het op te wekken vermogen aan en vice versa. Regionale afstemming en afstemming netwerkbeheerder Regionale afstemming heeft plaatsgevonden via de RES 1.0. Op 15 juni 2021 hebben de Gedeputeerde Staten (provincies) de RES 1.0 van de regio’s West-Brabant, Noordoost-Brabant en Hart van Brabant vastgesteld. Met het vaststellen van de RES’en 1.0 speekt de provincie af zich te houden aan de afgesproken strategieën en ambities. De RES West-Brabant is nu door alle regionale overheden definitief vastgesteld. Vanuit de provincie zijn er geen aanvullingen meer gekomen op het addendum. De regio stuurt de RES 1.0 met het addendum nu nog door naar het Rijk. Bij het Rijk wordt doorgerekend of alle plannen voldoende bijdragen aan de ambitie van 35 terawattuur (TWh) in 2030. Uit de RES 1.0 blijkt dat er voor Oosterhout nog een opgave ligt voor het realiseren van zonneparken. In totaal gaat het om 34 GWh dat nog gerealiseerd moet worden om aan de ambities te kunnen voldoen.

Deze 34 GWh staat los van de mogelijkheden ten aanzien van zon op dak en windenergie, en ziet daarom uitsluitend op het op te wekken vermogen middels zonneparken. Volgens de ‘electriciteitskaart’ van april 2020, zijn in Oosterhout nog geen bestaande zonneparken of concrete plannen die in de pijplijn zitten. Wel is het zonnepark binnen Energiepark A59 Oranjepolder vermeld als nieuwe ontwikkeling op de lijst ‘Nieuwe zonprojecten op veld’. Het beoogde zonnepark is daarmee regionaal afgestemd. figuur 16. Nieuwe projecten RES 1.0

De buurgemeenten Geertruidenberg en Drimmelen zijn in het kader van de totstandkoming van de Regionale Energiestrategie (RES) geïnformeerd over de plannen en hebben deze met de totstandkoming van de concept RES ook geaccepteerd. Middels de inspraakprocedure en de voor dit project gevoerde omgevingsdialoog, zijn beide buurgemeenten eveneens betrokken bij de planontwikkeling. Verwezen wordt naar paragraaf 6.2 en bijlagen 5 (Inspraakverslag) en 6 (verslag Omgevingsdialoog). In samenwerking met Enexis is er gekeken naar een aansluiting van het zonnepark op het net via het onderstation Geertruidenberg in Geertruidenberg. Daarbij is oog voor de netwerkcapaciteit, rekening houdend met overige initiatieven in de omgeving. Voor het plan heeft Enexis kenbaar gemaakt de benodigde capaciteit op het net te kunnen reserveren. Een reserveringsovereenkomst is beschikbaar.

Motie ‘Voorrang zon op daken’ provincie Noord-Brabant

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 48

Naar aanleiding van een recente motie van Provinciale Staten8, te worden aangetoond dat na aansluiting van het zonnepark op het net nog voldoende ruimte bestaat om ook ruimte te blijven bieden aan zon op dak. De motie is aangenomen op basis van de voorwaarden van de provincie ten aanzien van de afstemming met de netbeheerder en met het oog op de beleidskeuze bij voorkeur eerst zon op daken toe te staan, voordat zonneparken in het landelijk gebied worden gerealiseerd. De provincie vraagt de verschillende gemeenten: - Duidelijk te maken welk dakoppervlak in de betreffende regio daadwerkelijk voor zonnepanelen geschikt is; - Alle (mogelijke) initiatieven voor zon op dak binnen de betreffende gemeente te inventariseren zodat de initiatieven voorrang krijgen boven zonneparken; - De beschikbare netcapaciteit inzichtelijk te maken zodat potentiële initiatieven voor zon op dak voorrang krijgen boven zonneparken. Eerder in deze ruimtelijke onderbouwing (zie p. 44-46) is aangetoond hoeveel zon op dak in potentie mogelijk is binnen Oosterhout en hoeveel ha zonnepark vervolgens nog nodig is om in de totale energiebehoefte te kunnen voorzien. Hierdoor kan de ontwikkeling van zonneparken parallel lopen aan het plaatsen van zonnepanelen op dak. Immers, anders zouden eerst alle daken vol gelegd moeten worden voordat ook zonneparken kunnen worden gerealiseerd.

In dat geval zullen de centrale en decentrale overheden de ambities en de afspraken nooit op tijd waar kunnen maken. In aanvulling op het bovenstaande, geldt dat geen sprake is van een verplichte volgordelijkheid. Dit wordt maar weer eens benadrukt door de minister van EZK in de ‘Zonnebrief9’, waarin hij schrijft: “Op die manier wil dit kabinet zon-PV zo veel mogelijk realiseren op daken en andere objecten en op die manier landbouwen natuurgronden zo veel mogelijk ontzien. De aard van de voorkeursvolgorde, namelijk dat deze geen volgtijdelijkheid inhoudt, blijft daarbij behouden. Dit betekent dat de Voorkeursvolgorde leidend is bij het verkennen van de mogelijkheden voor zon-PV, maar dat in de realisatie niet eerst alle daken en objecten benut hoeven te worden voordat er gewerkt kan worden aan grondgebonden zon-PV.10 Maatschappelijke meerwaarde en meervoudig ruimtegebruik De bij het plan betrokken landschapsarchitect is tevens ecoloog en kan door de kennis vanuit beide expertises te combineren een ontwerp tot stand brengen dat zowel esthetisch waardevol is als andere meerwaarden kan toevoegen. Voor voorliggend initiatief wordt gekozen voor een ontwerp dat een meervoudige maatschappelijke meerwaarde kent, onder meer op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit. In de Oranjepolder kan het zonnepark bijdragen aan het verhogen van de biodiversiteit in het gebied.

Bij het Shell zonnepark in Moerdijk is door Naturalis BiodiversityCenter onderzoek gedaan naar de biodiversiteit binnen een zonnepark. De wetenschappers concluderen dat een zonnepark, zowel voor planten als voor dieren, een geschikt habitat is en dat goed ingerichte zonneparken naast een bron van duurzame energie ook een veilige haven voor biodiversiteit zijn. De inzichten van Naturalis BiodiversityCenter zijn bij de verdere uitwerking van het ontwerp en het opstellen van het basis aanleg- en beheerplan van het park gebruikt. Dit aanleg- en beheerplan wordt nader uitgewerkt in samenwerking met de Werkgroep Biodiversiteit. Het basisplan is opgenomen in de bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Daarbij geldt dat ongeveer 38% van de grond onbedekt zal blijven, waarbij ruimschoots wordt voldaan aan de voorwaarde conform de Gedragscode Zon op Land (https://hollandsolar.nl/gedragscodezonopland). Gekeken wordt hoe opstelling en de afstand tussen de panelen maximaal kunnen bijdragen aan de biodiversiteit en bodemkwaliteit. Elementen als zon/schaduw, vochtigheid en beschutting spelen hierbij een rol.

8

Motie ‘Voorrang zon op dak’, d.d. 13 november 2020

9

Kamerbrief over rol zonne-energie in energietransitie (kenmerk: DGKE-WO / 22119653) Kamerbrief over rol zonne-energie in energietransitie (kenmerk: DGKE-WO / 22119653), p. 2

10

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 49

Daarnaast levert ook proces- en financiële participatie een evidente maatschappelijke meerwaarde. In dat kader is door de initiatiefnemers van het zonnepark en het windpark in eerste instantie een omgevingsdialoog gevoerd, waarmee de reacties uit de omgeving zijn opgehaald en waar mogelijk zijn verwerkt in het ontwerp van het zonnepark of anderszins zijn meegenomen in de planontwikkeling. Van het omgevingsdialoog is een verslag opgemaakt. In paragraaf 5.2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan besproken. Hierin wordt nader ingegaan op het omgevingsdialoog, maar ook op de andere vormen van participatie, zoals het betrekken van de lokale omgeving bij de totstandkoming van het zonnepark en de te onderzoeken mogelijkheden ten aanzien van financiële participatie. Dat geldt bijvoorbeeld voor de nadere uitwerking middels de Werkgroep Biodiversiteit en het waar mogelijk betrekken van lokale ondernemers bij de oprichting van het zonnepark. Tot slot geldt ook de plaatsing van de windmolens als meervoudig ruimtegebruik. Inmiddels is de omgevingsvergunning voor de oprichting van de turbines verleend. Daarmee is het initiatief voldoende concreet. Tijdelijkheid Het zonnepark wordt tot slot voor de duur van maximaal 25 jaar opgericht. Na ontmanteling van het park worden de gronden weer in oorspronkelijk staat terug gebracht.

De planologische toestemming geschiedt via de omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’, als bedoeld in art. 2.12, onderdeel a, onder 3 van de Wabo. De termijn van 25 jaar en de ontmanteling van het park door de initiatiefnemer worden als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. 4.3.3.4

Ecologische hoofdstructuur en verbindingszone

De projectlocatie grenst voor een beperkt deel aan een ecologische verbindingszone, deze zone en het Natuurnetwerk Brabant (NNB) ligt verder in de nabijheid van de locatie. De betreffende zones zijn afgebeeld op figuur 17. figuur 17. Aanduiding Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszone

Artikel 3.16 van de Interim Omgevingsverordening regelt de externe werking van het NNB. Daarvoor geldt het volgende. De locatie maakt geen onderdeel uit van het NNB. Wel ligt het daarbij in de buurt (afstand ca. 120 en 200 meter). Er dient derhalve te worden beoordeeld of negatieve effecten van de ontwikkeling uitgaan op deze gebieden. Uit de voor dit project uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming (Van der Goes & Groot, d.d. 26 augustus 2019) kan worden geconcludeerd dat gelet op de aard van de ontwikkeling en de uit te voeren werkzaamheden, negatieve effecten door geluid, trillingen of lichthinder als gevolg van het

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 50

zonnepark kunnen worden uitgesloten. Of sprake is van effecten door (o.a.) geluidstoename als gevolg van windturbines maakt onderdeel uit van de beoordeling in het kader van de procedure voor het windpark. 4.3.3.5

Conclusie

De ontwikkeling is in lijn met de relevante bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening. Voor het overige is de ontwikkeling daarmee niet in strijd.

4.4

Regionaal beleid

4.4.1

RES1.0 West-Brabant

De besturen van zestien West-Brabantse gemeenten en het Waterschap Brabantse Delta werken intensief samen om stappen te zetten op het gebied van duurzaamheid in de RES-regio West-Brabant. Op 30 maart 2021 heeft gemeente Oosterhout de RES 1.0 vastgesteld. Het doel van de RES is de energietransitie in de regio te versnellen, met maatschappelijk draagvlak. De gemeente Oosterhout heeft afspraken met het regionale samenwerkingsverband van West-Brabantse gemeenten om met wind en zon 194 Gigawatt duurzame energie op te wekken voor 2030.

Relatie tot ontwikkeling De opgave voor de regio is groot. In 2030 wil de regio 2,0 TWh elektriciteit duurzaam en grootschalig opwekken uit wind en zon én 0,2 TWh uit innovatieve technieken. De regio draagt dan substantieel meer bij aan de landelijke opgave van 35 TWh in 2030 dan wat mag worden verwacht op basis van het regionale energieverbruik. De regio kan en wil deze bijdrage leveren omdat de afgelopen jaren al flinke stappen hebben gezet, de fysieke kenmerken van deze regio goede kansen voor opwekking biedt én zij de eigen ambities voor 2050 op tijd willen waarmaken. De regio zal met deze verduurzaming van de elektriciteitsproductie jaarlijks 1,0 Mton minder CO2 uitstoten. De beoogde ontwikkeling behelst de realisatie van een zonnepark dat uiteindelijk onderdeel zal zijn van een energielandschap waar ook ruimte wordt vrijgehouden voor de mogelijke oprichting van windmolens. Het geïnstalleerd vermogen van het zonneveld bedraagt ca. 49,5 MWp, gelijk aan het energieverbruik van ongeveer 17.000 huishoudens. Dit betreft ongeveer twee derde van de huishoudens van de gemeente Oosterhout. Het zonnepark levert daarmee een significante bijdrage aan het invullen van de regionale opgave en geeft een concrete invulling van de regionale afspraak dat Oosterhout 194 Gigawatt duurzame energie op zal wekken voor 2030.

Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de energiestrategie RES1.0.

4.5

Gemeentelijk beleid

4.5.1

Omgevingsvisie Oosterhout

Op 23 november 2021 heeft de gemeenteraad van Oosterhout de Omgevingsvisie Oosterhout (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. In deze visie zijn in samenspraak met inwoners de belangrijkste opgaven voor Oosterhout benoemd. Opgaven waar de gemeente Oosterhout samen met de dorpen, wijken en buurten verder invulling aan gaat geven. In de Omgevingsvisie visie worden de opgaven geconcretiseerd en uitgewerkt, zowel naar thema’s als naar de verschillende wijken en gebieden binnen de gemeente. Hierdoor ontstaat een overzicht en een samenhangend beeld over welke opgaven er liggen om te komen tot het in de Oosterhoutse ‘’Toekomstvisie 2030’’ geschetste toekomstperspectief. Naast de Toekomstvisie liggen ook het gemeentelijk beleid, opgaven voortvloeiend uit (nieuwe) wet- en regelgeving en nieuwe maatschappelijke opgaven (zoals de

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 51

energietransitie) aan de basis van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie wordt gebruikt om te ‘toetsen’ of ontwikkelingen die op de gemeente afkomen, bijdragen aan de Oosterhoutse ambities. Voor de gemeente Oosterhout zijn de volgende koepelthema’s van belang: • Leefbaar, gezond en aantrekkelijk wonen; • Economische vitaliteit; • Identiteit en ruimtelijke kwaliteit; • Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; • Bereikbaarheid, mobiliteit en toegankelijkheid. Relatie tot ontwikkeling Voor onderhavig project is het koepelthema ‘duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig’ relevant. De gemeente heeft zich als doel gesteld een duurzame gemeente te zijn door in te zeten op de volgende pijlers: • Energietransitie: zowel opwekken van hernieuwbare energie als het verlagen van het energieverbruik. • Circulaire economie • Klimaatadaptatie: zowel hittestress, droogte, overstroming en wateroverlast. De ambities rondom de energietransitie zijn vertaald in het ambitiedocument Energiestrategie ‘Vol energie samenwerken aan de duurzame toekomst van Oosterhout’, duurzaamheidsambities tot 2030 en de Routekaart Energiestrategie Oosterhout 2019-2020. De genoemde beleidsdocumenten liggen ten grondslag aan en maken daarmee integraal onderdeel uit van de beleidslijn zoals deze wordt voortgezet in de Omgevingsvisie. Oosterhout wil in 2050 een energieneutrale gemeente zijn.

De gemeente volgt daarbij het landelijke Klimaatakkoord, waarbij het de inzet is om in 2030 te komen tot een reductie van 49% van CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 (thans verhoogd naar 55%, zie paragraaf 4.1). Daarbij ziet zij de noodzaak om in te zetten op zonne- en windenergie, maar zoekt zij ook naar innovatieve mogelijkheden. De gemeente heeft daarnaast de voorkeur uitgesproken m in eerste instantie daken te benutten voor de opwekking van duurzame energie. Om de klimaat- en energiedoelstellingen te halen is het echter onvoldoende om alleen in te zetten op zonnepanelen op daken. Slechts 25% van de daken is hiervoor geschikt. Om de doelstellingen te behalen zal dus moeten worden ingezet op én het benutten van alle geschikte (bedrijfs)daken én andere duurzame opwekmethoden, zoals windmolens en zonnevelden. Om op tijd de doelstellingen te kunnen halen, werkt de gemeente parallel aan deze strategieën (zon op dak, zonnevelden en andere duurzame opwekmethoden). Eén van de concrete initiatieven die in de Omgevingsvisie beschreven waarmee een wezenlijke bijdrage aan de doelstellingen kan worden geleverd, is de realisatie van het Energiepark A59. Hierbinnen wordt een gecombineerde inzet van zonne- en windenergie beoogd. Voor de windturbines is op 6 april jl. een omgevingsvergunning verleend.

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing gaat in op het onderdeel zon binnen het Energiepark A59. Het totaal op te wekken vermogen komt uit op 162 TJ als gevolg van de windturbines, en 158,4 TJ door de zonnepanelen. Het realiseren van het zonnepark en de windturbines biedt op deze locatie een unieke mogelijkheid om de kortetermijndoelstellingen in één keer te realiseren. Om de ontwikkeling van zon en wind succesvol te laten verlopen is gedegen wederzijdse afstemming vereist tussen het zon initiatief en het wind initiatief. In het ontwerp van voorliggend initiatief is ruimte gereserveerd. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan het permanent en/of tijdelijk reserveren van de kraanopstelplaats, de benodigde ruimte voor bochten van uitzonderlijk vervoer en de plaatsing van hekken (zie paragraaf 2.3 met betrekking tot ruimte voor wind in het projectplan). Op die manier wordt de mogelijkheid gecreëerd voor de constructie en exploitatie van zowel de windturbines als het zonnepark. Conclusie De ontwikkeling van de zonneweide op de locatie maakt onderdeel uit van de Omgevingsvisie Oosterhout en levert een substantiële bijdrage aan het verwezenlijken van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 52

4.5.2

Afwegingskader zonneparken buitengebied Oosterhout

In opdracht van de gemeente Oosterhout is het ‘Afwegingskader zonneparken buitengebied Oosterhout’ (hierna: het Afwegingskader) opgesteld. Hiermee kan tot een zorgvuldige afweging worden gekomen van locaties voor zonneparken in het buitengebied. Het Afwegingskader betreft een hulpmiddel en reikt leidende principes en bouwstenen aan voor de gemeente en initiatiefnemers om te kunnen beoordelen of een locatie geschikt zou kunnen zijn voor de realisatie van een zonnepark in het buitengebied. Het Afwegingskader Zonneparken Buitengebied Oosterhout is gebaseerd op verschillende nationale, regionale en lokale beleidsstukken. Onder andere het Klimaatakkoord, het NOVI, provinciaal ruimtelijk beleid alsook de doelstellingen uit de Omgevingsvisie Oosterhout zijn hierin meegenomen. Ook het beleid ten aanzien van participatie is meegenomen en er zijn landschapsanalyses uitgevoerd. Op basis van het geheel zijn de criteria bepaald voor de beoordeling initiatieven. De selectie van criteria dekt de beoordeling van locaties op de thema’s landschap, natuur, energieopbrengst en meervoudig ruimtegebruik (zie figuur 18). Daarnaast is een tweetal randvoorwaarden geformuleerd: - Aansluiting op het net - Participatie

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 53

figuur 18. Criteria Afwegingskader zonneparken buitengebied Oosterhout

Om vast te stellen of een locatie daadwerkelijk geschikt is, zal te allen tijde nader onderzoek naar de exacte locatie nodig zijn. Relatie tot ontwikkeling Op verzoek van de gemeente is een beoordeling uitgevoerd van de kansrijkheid van twee concrete initiatieven binnen in het buitengebied van Oosterhout, namelijk het zonnepark op Energiepark A59 (onderhavig initiatief) en een locatie nabij Dorst. Hieronder wordt ingegaan op de analyse voor onderhavig initiatief, met op enkele onderdelen een nadere toelichting/aanvulling t.o.v. de beoordeling. De volledige beoordeling is daarnaast opgenomen in de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Randvoorwaarden - Aansluiting op het net: Er is sprake van goede aansluitmogelijkheden op het net. In het nabijgelegen Geertruidenberg ligt de Amercentrale als centraal knooppunt in het net. Daar liggen koppelkansen, waarbij met Enexis reeds een reserveringsovereenkomst is gesloten. Voor dit onderdeel wordt tevens verwezen naar paragraaf 5.8. - Participatie: De initiatiefnemer heeft een breed participatieproces voorzien. Specifiek is er daarbij aandacht voor ecologie door middel van de werkgroep biodiversiteit. Ook op andere manieren is aandacht voor participatie, bijvoorbeeld door sessies in het potentiële gebied. Tevens is er de mogelijkheid om financieel te participeren.

Op participatie wordt nader ingegaan in paragraaf 6.2 van voorliggende rapportage. Beoordelingscriteria Op basis van de analyses van divers relevant beleid en landschapsanalyses, is een kansenkaart ontwikkeld. Deze kansenkaart visualiseert de potentieel (on)geschikte locaties voor zonneparken in het buitengebied op de onderwerpen natuur en landschap op basis van de criteria. De overige onderwerpen laten zich niet op kaart visualiseren. Onderstaand figuur toont een uitsnede van de kansenkaart met daarop ingetekend het projectgebied van het zonnepark A59.

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 54

figuur 19. Kansenkaart Afwegingskader zonneparken buitengebied Oosterhout

Op basis van de criteria natuur en landschap ligt de locatie Zonnepark A59 (midden boven) in een zeer kansrijk gebied ten opzichte van de rest van het buitengebied van Oosterhout. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de criteria beoordeeld. In onderstaande tabel worden deze kort toegelicht. Het criterium ‘meervoudig ruimtegebruik’ wordt separaat toegelicht. tabel 2.

Beoordeling Zonnepark A59

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 55

Toelichting meervoudig ruimtegebruik Het meervoudig ruimtegebruik komt enigszins terug in het inpassingsplan. De oorspronkelijke combinatie met windmolens is een vorm van meervoudig ruimtegebruik, maar is niet het toevoegen van een extra functie. De onderbouwing van SMARTLAND toont een toename van de biodiversiteit, maar de daadwerkelijke extra oppervlakte met ruimte voor nieuwe begroeiing, is minimaal. Natte hooilandvegetatie ontstaat in de laaggelegen kwelzone en er komt in het plan ook ruimte voor reeën om het gebied in te gaan. De mogelijkheid om het laaggelegen gebied in een later stadium als waterberging te gebruiken wordt genoemd, maar voor nu niet aangevraagd. Tegelijk blijft het gebied met name één functie behouden, namelijk energieopwekking, en zijn er weinig plekken waar functies gestapeld worden. Om deze redenen beoordelen wij het criterium meervoudig ruimtegebruik neutraal. NB. Bij de beoordeling van de kansrijkheid van het initiatief Zonnepark A59, is gebruik gemaakt van de op dat moment beschikbare onderzoeken en rapportages. Enkele onderdelen die meegenomen zijn in de beoordeling zijn deels verouderd, denk hierbij aan het gebruik van het gebied als waterberging.

Daarentegen wordt in het plan wel een peilopzet beoogd, maar ook dit onderdeel maakt geen integraal onderdeel uit van de ruimtelijke procedure, aangezien hiertoe nadere overleggen noodzakelijk zijn met het waterschap. Voor zover nodig is – bijvoorbeeld op het gebied van ecologie en natuur – wel rekening gehouden met de mogelijke effecten van de peilopzet. Andere onderwerpen zijn iets aangescherpt, bijvoorbeeld in verband met het oog op de publieke veiligheid en op last van de verzekering. Zo is een toegang tot het gebied voor groot wild niet gewenst, omdat daarmee ook toegang tot het gebied voor (onbevoegde) personen ontstaat, hetgeen om evidente redenen niet is toegestaan. Wel wordt voorzien in uitstapplaatsen bij het hekwerk, zodat groot wild dat per abuis in het plangebied is geraakt, het gebied weer kan verlaten en zodoende niet ingesloten raakt. Ook wordt de onderzijde van het hek op diverse locaties onderbroken, zodat klein wild onverminderd gebruik kan blijven maken van de gronden. Uitgangspunt blijft echter dat desondanks sprake blijft van een neutrale beoordeling. Overig In aanvulling op de beoordeling zoals uitgevoerd voor dit initiatief, wordt op een aantal onderdelen verwezen naar diverse onderzoeken die aan dit initiatief ten grondslag liggen.

Ten aanzien van de Groenblauwe mantel en te versterken natuurwaarden aldaar, wordt verwezen naar het memo van Van der Goes & Groot (bijlage 13) en paragraaf 2.6.3 van voorliggende onderbouwing. De voorgestelde maatregelen in het kader van de landschappelijke inpassing leiden tot versterking van de biodiversiteit. Voor de effecten van het plan op het NNB wordt verwezen naar paragraaf 5.11 en de in bijlage 14 opgenomen Natuurtoets. Van negatieve effecten op het NNB is geen sprake. Voor cultuurhistorie tot slot, geldt het volgende. De analyse is uitgevoerd op basis van de belangrijkste beleidsstukken ten aanzien van dit onderwerp. Regels uit de provinciale Interim Omgevingsverordening, alsook de Omgevingsvisie Oosterhout. Van zwaarwegende cultuurhistorische belangen is geen sprake. Wel geldt dat op lokaal niveau sprake is van cultuurhistorische dan wel landschappelijke waarden van het landschapstype zeekleigebied. Met name het onregelmatige verkavelingspatroon, poldertjes en het krekenlandschap zijn nog deels zichtbaar in het landschap, maar hebben zich in de tijd met moeite weten te manifesteren. Voor een nadere toelichting op dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 5.2. Het voorgestelde ontwerp leidt tot een versterking van deze waarden door ze beter zichtbaar te maken in het landschap.

Conclusie Op basis van het Afwegingskader zonneparken buitengebied Oosterhout is een analyse uitgevoerd van de kansrijkheid van de beoogde ontwikkeling. Daaruit is – alle onderwerpen in samenhang met elkaar beschouwd - gebleken dat het projectgebied een passende locatie is voor de gewenste ontwikkeling.

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 56

5

Omgevingsaspecten

5.1

Archeologie

5.1.1 Algemeen Erfgoedwet De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet. Erfgoedkaart Oosterhout Op 25 januari 2012 heeft de gemeenteraad de Erfgoedkaart Oosterhout vastgesteld. Deze kaart geeft de archeologische verwachtingen en archeologische en cultuurhistorische waarden in Oosterhout weer waardoor deze als volwaardig belang in ruimtelijke planvorming mee kunnen worden gewogen. Tevens worden op deze kaart de voorschriften vastgesteld voor de omgang met archeologische bodemschatten in de ruimtelijke inrichting en in bouwprojecten. Daarbij is tevens de Beleidsnota Cultuurhistorie, Monumenten en Archeologie van belang.

5.1.2 Relatie tot ontwikkeling Op basis van de verbeelding behorende het vigerende bestemmingsplan kan worden geconcludeerd dat de locatie niet is gelegen binnen (mogelijk) archeologisch waardevol gebied dan wel dat het niet ligt binnen een archeologische verwachtingszone. Voor de volledigheid is echter ook de Erfgoedkaart van gemeente Oosterhout geraadpleegd. Daaruit blijkt dat de westkant van de projectlocatie in een gebied ligt met een middelhoge verwachting. Figuur 20 toont een uitsnede van de Erfgoedkaart. De projectlocatie is aangeduid in het rood. figuur 20. Uitsnede Erfgoedkaart Oosterhout

Op deze gronden geldt dat archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden, tenzij sprake is van (bouw)werkzaamheden met een oppervlakte van ten hoogste 100 m2 en een verstoringsdiepte van niet

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 57

meer dan 50 centimeter beneden maaiveld. Voor de beoogde ontwikkeling is derhalve bureau Laagland Archeologie gevraagd een verkennend archeologisch onderzoek uit te voeren, bestaande uit een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. De rapportages zijn opgenomen in de bijlagen bij voorliggende onderbouwing. Op basis van het onderzoek is door de Regio West-Brabant een selectieadvies opgesteld. De gemeente heeft in lijn met dat advies het selectiebesluit genomen dat het plangebied vrijgegeven kan worden. Het selectieadvies en selectiebesluit zijn eveneens opgenomen in de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Hieronder wordt samenvattend ingegaan op de onderzoeksresultaten en de vrijgave van het plangebied. In de eerste plaats heeft voor het gehele projectgebied een bureauonderzoek plaatsgevonden. Op basis van dit bureauonderzoek is geadviseerd enkel een strook langs de westzijde van het projectgebied, direct gelegen langs het kanaal, te onderzoeken middels een verkennend booronderzoek. Het betreft een strook van in totaal ca. 4,2 ha. In lijn met het advies van Laagland Archeologie, is een verkennend archeologisch booronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de aangegeven zone.

Op basis daarvan is geconcludeerd dat kans klein is dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van eventuele sporen van bewoning of activiteiten uit de Late Middeleeuwen binnen een strook langs het oude havenkanaal van Oosterhout. Het voormalige landoppervlak uit die periode ligt op tenminste 130 cm diepte. Archeologische resten die mogelijk binnen de verstoringsdiepte liggen dateren waarschijnlijk van na 1700. Het archeologisch belang hiervan is laag. Voor de fundering van de panelen binnen zonneparken geldt in zijn algemeenheid bovendien dat de grondroering zodanig beperkt is, dat deze niet als significant te kwalificeren is en daardoor niet leidt tot een noodzaak nader onderzoek uit te voeren. Daarvoor geldt in dit specifieke park bovendien dat de (beperkte) verstoring ten opzichte van de oppervlakte van het onderzoeksgebied en het plangebied als geheel, eveneens niet voor significante verstoringen van eventuele archeologische niveaus leiden. In het was in het verkennend archeologisch onderzoek is destijds aangegeven dat – anticiperend op de mogelijke onderzoeksresultaten – onderzocht werd of de panelen kunnen worden geplaatst volgens een zogeheten PEG-systeem, zodat ze niet dieper dan 80 cm de grond in gedreven hoeven te worden. De resultaten van het onderzoek en het advies van het bevoegd gezag, hebben deze noodzaak echter doen vervallen.

De resultaten toonden immers aan dat de verwachting laag is. Het selectieadvies dat vervolgens door het bevoegd gezag (Regio West-Brabant) is opgesteld, stemt in met de conclusies uit het rapport en stelt het gehele gebied, inclusief de zone met middelhoge verwachting, vrij van verder archeologisch onderzoek. Het selectieadvies d.d. 29 januari 2020 stelt: “Het advies betreffende het selectiebesluit is om in te stemmen met het advies van Laagland Archeologie om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Geadviseerd wordt om de Archeologische Monumentenzorg af te ronden en het plangebied vrij te geven voor de geplande bouwactiviteiten. De dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’ in het bestemmingsplan kan voor het plangebied verwijderd worden.” Het selectiebesluit dat gemeente Oosterhout heeft genomen d.d. 30 oktober 2020 volgt het selectieadvies en geeft het projectgebied vrij. Daarmee is ook de noodzaak komen te vervallen de funderingsdiepte binnen de genoemde zone te maximaliseren tot een diepte van 80 cm. 5.1.3

Conclusie

Archeologie in het gebied is in kaart gebracht. Van significante verstoringen is geen sprake, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 58

5.2

Cultuurhistorie

5.2.1

Algemeen

Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken. Cultuurhistorie in Noord-Brabant De provincie beschikt over de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) uit 2010. De kaart is in 2016 op enkele kleine onderdelen herzien. Aan de hand van de CHW kan worden beoordeeld of, en zo ja welke, cultuurhistorische waarden in een gebied gelden. Erfgoedkaart Oosterhout Op 25 januari 2012 heeft de gemeenteraad de Erfgoedkaart Oosterhout vastgesteld. Deze kaart geeft de archeologische verwachtingen en archeologische en cultuurhistorische waarden in Oosterhout weer waardoor deze als volwaardig belang in ruimtelijke planvorming mee kunnen worden gewogen. Tevens worden op deze kaart de voorschriften vastgesteld voor de omgang met archeologische bodemschatten in de ruimtelijke inrichting en in bouwprojecten.

Daarbij is tevens de Beleidsnota Cultuurhistorie, Monumenten en Archeologie van belang. 5.2.2

Relatie tot ontwikkeling

Cultuurhistorische Waardenkaart Figuur 21 toont een uitsnede van de CHW van de provincie Noord-Brabant. De projectlocatie maakt geen onderdeel uit van een cultuurhistorisch waardevol complex of waardevol gebied. figuur 21. Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant

De projectlocatie is gelegen in de Oranjepolder en maakt op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van Noord-Brabant geen deel uit van een cultuurhistorisch waardevol gebied of van een cultuurhistorisch waardevol complex. Het projectgebied is voorts niet gelegen binnen een gebied dat is

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 59

aangewezen als rijks-, dan wel provinciaal beschermd stads- of dorpsgezicht. Monumenten of beeldbepalende panden of objecten binnen of in de nabijheid van de projectlocatie zijn afwezig. Van belangrijke cultuurhistorische waarden op rijks- of provinciaal niveau is derhalve geen sprake. Erfgoedkaart Oosterhout Figuur 22 toont een uitsnede van de Erfgoedkaart Oosterhout (kaartlaag Waardenkaart historische geografie). De projectlocatie is aangeduid middels het groene kader en kent een hoge archeologische waarde. Daarnaast is de oostelijk gelegen waterloop Kromgat aangeduid als hoge infrastructurele waarde. figuur 22. Uitsnede Erfgoedkaart Oosterhout, kaartlaag Waardenkaart historische geografie (bron: Erfgoedkaart Oosterhout)

Zeekleigebied Het projectgebied is gelegen in het zeekleigebied (landschapstype). Het zeekleilandschap is gevormd door de zee, waarbij het zeewater tijdens vloed zijn weg over het land zocht via kronkelende getijdekreken of prielen. Van de oorspronkelijke krekenstelsels is door ruilverkaveling en egalisatie in het huidige zeekleilandschap nauwelijks meer iets te zien. Vanuit de lucht is op veel pasgeploegde akkers evenwel de oude kreken als een wirwar van andersgekleurde banen waar te nemen. In het noordelijke gedeelte van de gemeente is het onregelmatige kleinschalige karakter kenmerkend. Deze gronden hebben na de St. Elisabethsvloed lange tijd onder water gestaan en zijn in kleine poldertjes op het water teruggewonnen. Dit heeft geresulteerd in onregelmatige verkavelingen en poldertjes, die (deels) nog in het landschap zichtbaar zijn. Op lokaal niveau is de locatie dan ook geduid als locatie met lokale cultuurhistorische waarde. De gemeentelijke Erfgoedkaart (zie ook paragraaf 2.2.2.2) toont een hoge waarde door de verkavelingsstructuur, poldertjes en het krekenlandschap dat deels nog in het landschap zichtbaar is, maar zich in de tijd met moeite heeft weten te manifesteren. De Oranjepolder en de verkaveling binnen het projectgebied blijven ook na ontwikkeling van het zonnepark onverminderd zichtbaar in het landschap.

Met de situering van de panelen in oostwestopstelling worden de bestaande percelen en watergangen gerespecteerd en wordt de richting van het landschap gehandhaafd en zelfs benadrukt. Het doel van het landschappelijk inpassingsplan is daarbij de waaierstructuur die oorspronkelijk in het krekenlandschap aanwezig was, te versterken. Daarnaast wordt de lijn van de Amertak en het Wilhelminakanaal versterkt door aan de Statendamweg een brede haag te introduceren, die zoveel mogelijk wordt afgestemd op de reeds aanwezige groenzones in dat

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 60

gebied en die het directe zicht op het zonnepark verzacht. Maar die tevens de loop van een voormalige kreek benadrukt. figuur 23. Planonderbouwing ruimtelijke kwaliteit landschappelijk inpassingsplan Smartland Landscape Architects

Het doel de landschappelijke inpassing is hier de waaierstructuur die oorspronkelijk in het krekenlandschap aanwezig was en die zich in de tijd met enige moeite is blijven manifesteren, te versterken. Daarnaast wordt de lijn van de Amertak en het Wilhelminakanaal versterkt door aan de Statendamweg een haag te introduceren, die zoveel mogelijk wordt afgestemd op de reeds aanwezige groenzones in dat gebied en die het directe zicht op het zonnepark verzacht. Infrastructurele waarde Kromgat Het Kromgat langs de oostzijde van het projectgebied kent een infrastructurele (cultuurhistorische) waarde. Voor het Kromgat geldt dat deze behouden blijft en de waarden daarmee in stand blijven. De ontwikkeling zorgt – gelet op het bovenstaande - bovendien niet voor een wijziging in verkaveling of uitstraling van het gebied waardoor deze waarde minder zichtbaar zou worden in het landschap. Door de gekozen inrichting en situering van de panelen, worden deze waarden juist verwerkt. Overige landschapswaarden Naast de lokaal te beschermen landschaps- en natuurwaarden in (in dit geval) de Groenblauwe mantel bezit het buitengebied van Oosterhout ook lokale landschapswaarden, die een extra bescherming vereisen middels een aanduiding en een hieraan gekoppelde omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden).

Het betreft landschappelijke en aardkundige waardevolle gebieden, die middels specifieke aanduidingen op de verbeelding worden beschermd. Het gaat om de aanduidingen ‘omgevingsvergunning openheid’ en ‘omgevingsvergunning waardevol reliëf’. Ter plaatse van de projectlocatie zijn deze aanduidingen niet opgenomen. Wel is de locatie bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Met het oog op de bescherming van deze landschapswaarden is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Met name het aanplanten van houtgewas met een hoogte van meer dan 1 meter, leidt tot mogelijke effecten (en daardoor een vergunningplicht). De geplande groenvoorzieningen worden met het oog op landschappelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing van het plan echter zorgvuldig uitgekozen. Van een negatief effect op de

Mees Ruimte & Milieu | 21433

Pagina | 61

landschappelijke waarden is derhalve geen sprake. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden conform voornoemd aanlegstelsel, maakt deel uit van het project. Centraal in het plangebied tot slot, ligt een oude bouwplaats met toegangsweg. De beplanting rondom, hoge uitgegroeide schietwilgen, zal binnen enkele jaren instorten. De doorgeschoten elzen van de toegangsweg hebben weinig toekomstwaarde, evenals de opgeschoten beplanting van enkele fruitbomen en veel braamstruweel. Wegens deze beperkte kwaliteit en geïsoleerde ligging van ‘het bosje’, wordt deze verwijderd en gecompenseerd in de versterkte groenzones, met name aan de oostzijde. Hier kan het groenoppervlak een betere functie hebben als versterking van de ecologische structuur in noordelijke en zuidelijke richting. Het te verwijderen landschappelijk element centraal in het plangebied, bedraagt ca. 3.600 m2. Voorgesteld wordt om deze met name langs de oostzijde terug te laten komen langs het Kromgat, waar een passend groenelement wordt teruggeplaatst van ca. 6.000 m2. Daarmee wordt de kap van het centrale bosje niet alleen gecompenseerd, maar wordt ook geïnvesteerd in een versterking van dit landschapselement, op een locatie waar deze bovendien beter tot zijn recht komt. Daarnaast geldt dat aan de noordzijde van het projectgebied een extra groenelement wordt aangelegd.

Het bosje kent in de huidige vorm landschappelijke waarde, doordat het voor een breekpunt zorgt in het landschap. Dit breekpunt wordt aan de kop van de Hillenweg teruggebracht, zodat die functie in het gebied behouden blijft. 5.2.3 Conclusie De projectlocatie is niet gelegen in een gebied dat vanuit het rijk of de provincie is aangewezen als een gebied met cultuurhistorische waarden of een cultuurhistorisch landschap. Wel is de oorspronkelijke verkavelingsstructuur van het zeekleilandschap van waarde. In het ontwerp van het zonnepark is hier rekening mee gehouden. De panelen worden binnen de oorspronkelijke kavelstructuur geplaatst, waardoor de structuur in eerste plaats behouden blijft en bovendien beter zichtbaar wordt. De cultuurhistorische waarde van het Kromgat betreft een infrastructurele waarde en blijft eveneens behouden. De inrichting van het plangebied leidt niet tot wijzigingen in deze waterloop. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=5c9bf1ef-34a5-4ed8-ab7c-001d99269934