Bijlage 9 - Verkennend en nader bodemonderzoek [deel 2]
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 371126 Referentienummer: SWNL0259632 Datum: 10-04-2020
Verkennend en nader bodemonderzoek (deel 2) Oude Tilburgsebaan, Dorst
Definitief
Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte CV Brabantlaan 3D 5216 TV ‘s-Hertogenbosch
Sweco Zernikestraat 17 5612 HZ Eindhoven Postbus 1265 5602 BG Eindhoven Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Eindhoven Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Projectleider Bodem en Ondergrond
Verantwoording Titel
Verkennend en nader bodemonderzoek (deel 2)
Subtitel
Oude Tilburgsebaan, Dorst
Projectnummer
371126
Referentienummer
SWNL0259632
Datum
10-04-2020
Auteur(s) E-mailadres
Gecontroleerd door Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld welke werkzaamheden niet zijn uitgevoerd onder de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen, inclusief de consequenties hiervan.
2 (26)
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 5
1.1
Algemeen ................................................................................................................. 5
1.2
Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 5
1.3
Opbouw van het rapport .......................................................................................... 6
2
Vooronderzoek....................................................................................................... 7
2.1
Algemeen ................................................................................................................. 7
2.2
Onderzoekslocatie ................................................................................................... 7
2.3
Conclusies vooronderzoek ...................................................................................... 7
2.4
Onderzoekshypothese en -strategie ....................................................................... 8
3
Veldonderzoek ....................................................................................................... 9
3.1
Onderzoeksstrategie ............................................................................................... 9
3.2
Maaiveldinspectie en visuele inspectie van grond bij asbest bodemonderzoek ... 11
3.3
Visuele beoordeling grond ..................................................................................... 11
3.4
Grondwateronderzoek ........................................................................................... 13
4
Laboratoriumonderzoek ..................................................................................... 14
5
Resultaten bodemonderzoek ............................................................................. 16
5.1
Toetsingskader ...................................................................................................... 16
5.2
Mate van bodemverontreiniging ............................................................................ 16
5.3
Hergebruik van grond ............................................................................................ 17
5.4
Veiligheidsklasse ................................................................................................... 20
6
Interpretatie onderzoeksresultaten.................................................................... 21
6.1
Onderzoeksresultaten ........................................................................................... 21
6.1.1
Perceel K878 (390 m²). ...................................................................................................... 21
6.1.2
Perceel K1200 (1.240 m²). ................................................................................................. 21
6.1.3
Perceel K1337 (ged, 2.140 m²), K1868 (1.733 m²) en 2258 (ged, 830 m²) ........................ 21
6.1.4
Onderzoek PFAS-parameters ............................................................................................ 22
6.2
Noodzaak tot vervolgonderzoek ............................................................................ 22
7
Conclusie en advies ............................................................................................ 24
7.1
Conclusie ............................................................................................................... 24
7.2
Advies .................................................................................................................... 24
Protocollen en onderzoeksnormen ................................................................................... 26
3 (26)
Bijlage 1
Topografische ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Situatie met gaten en boringen
Bijlage 3
Foto’s asbestgaten
Bijlage 4
Veldonderzoek
Bijlage 5
Analysecertificaten
Bijlage 6
Toetsingen
Bijlage 7
Overzicht XRF-metingen en analyseresultaten
Bijlage 8
Toetsingskader bodemkwaliteit
Bijlage 9
Kwaliteitsborging.
Bijlage 10
Tekening verontreinigingssituatie
Bijlage 11
Berekening veiligheidsklasse
4 (26)
1
Inleiding
1.1 Algemeen In opdracht van Ruimte voor Ruimte CV heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend- en nader bodemonderzoek (deel 2) uitgevoerd ter plaatse van Oude Tilburgsebaan te Dorst. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. Onderhavige rapportage betreft een aanvulling op het voorgaande rapport ”Verkennend en nader bodemonderzoek – Oude Tilburgsebaan Dorst, Sweco Nederland B.V., referentienummer SWNL0246234, 05-07-2019”. Bij onderhavig onderzoek zijn als aanvulling op de genoemde rapportage enkele terreindelen aanvullend onderzocht die bij voorgaand bodemonderzoek nog niet waren onderzocht en grenzen aan de terreindelen van voorgaand onderzoek. De terreindelen van onderhavig onderzoek en voorgaand onderzoek zijn beide verricht ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimte locatie aan de locatie Oude Tilburgsebaan te Dorst. De uitvoering van het onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd in drie fasen, hierbij is onderscheidt gemaakt in de volgende fasen: · Fase 1: Verkennend bodemonderzoek naar enkele kadastrale percelen met sectie K, nummers 878, 1200, 1337 (ged), 1868 en 2258 (ged). Bij dit verkennend bodemonderzoek is de grond op de standaardparameters en ook op PFAS onderzocht.
Tevens is als aanvulling op het voorgaand onderzoek de grond van de destijds onderzochte terreindelen op PFAS onderzocht. · Fase 2: deze fase is uitgevoerd als gevolg van de bij fase 1 verkregen onderzoeksresultaten die hierna beknopt zijn beschreven: ° Verkennend asbestonderzoek naar twee sublocaties als gevolg van enerzijds het aantreffen van asbestverdacht plaatmateriaal op maaiveld en anderzijds het aantreffen van puin in de grond. ° Tevens is bij deze fase een verificatie-onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging als gevolg van de aanwezigheid van schroot in de grond. Het schroot was aangetroffen bij een recentelijk uitgevoerd explosievenonderzoek (van firma Van den Herik) waar bij een detectiemeting een verstoring in de grond (van metaal) was geconstateerd. ° Ten slotte is nabij boring 906 een verificatie-onderzoek uitgevoerd. Bij deze boring was grond met klasse “Niet Toepasbaar” (op basis van de parameter minerale olie) aangetroffen en is bijgevolg de omvang van de grond met deze klasse vastgesteld. · Fase 3: Nader onderzoek naar de bij fase 2 aangetroffen sterk verhoogde gehalten aan zink en lood en het matig verhoogde gehalte aan koper. Bij deze fase is tevens gebruik gemaakt van XRFmetingen ten behoeve van het verkrijgen van een globaal inzicht in de verontreinigingssituatie met zink, lood en koper.
In hoofdstuk 3 is de motivatie tot het uitvoeren van de in fase 2 en 3 uitgevoerde werkzaamheden specifiek beschreven. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend en nader bodemonderzoek is de aankoop van de onderzochte percelen en tevens de voorgenomen herinrichting van de locatie en uitgifte met de bestemming wonen. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) noodzakelijk. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie en de eventueel daaruit vrijkomende grond. Op basis van de onderzoeksresultaten moet worden vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygienisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn.
5 (26)
Het verkennend bodemonderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. In fase 3 is daarom een nader onderzoek uitgevoerd naar de in het verkennend bodemonderzoek aangetoonde verontreiniging met zink, lood en koper. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: · het vooronderzoek, de indeling in deellocaties en vaststelling onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); · het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 3); · het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); · de resultaten van het asbestonderzoek (hoofdstuk 5); · de resultaten van het onderzoek naar de chemische parameters (hoofdstuk 6); · de interpretatie van alle resultaten (hoofdstuk 7); · conclusie en advies (hoofdstuk 8). Na hoofdstuk 8 is een lijst opgenomen met gebruikte normen en protocollen. De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.
6 (26)
2
Vooronderzoek
2.1 Algemeen Voor het vooronderzoek is aangesloten bij de verkregen informatie van het voorgaand uitgevoerd bodemonderzoek ”Verkennend en nader bodemonderzoek – Oude Tilburgsebaan Dorst, Sweco Nederland B.V., referentienummer SWNL0246234, 05-07-2019”. Bij het voorgaand bodemonderzoek is de volgende strategie uit de NEN 5725 voor aanleiding tot het onderzoek gehanteerd: ''Opstellen hypothese over de milieuhygienische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek''. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. 2.2 Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie, gelegen ten noorden van de Oude Tilburgsebaan, is op dit moment in gebruik als akker (perceel K 878) en grotendeels als bos (percelen K1200, K1337 (ged), K1868 en K2258 (ged). De terreindelen van het voorgaand onderzoek, waar als onderdeel van onderhavig onderzoek de grond op PFAS is onderzocht, bestaat grotendeels uit akker. In tabel 2-1 zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2-1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie Oude Tilburgsebaan Dorst Kadastrale gegevens locatie Gemeente Oosterhout, sectie K Onderhavig onderzoek: 878 (390 m²), 1200 (1.240 m²), 1337 (ged, 2.140 m²), 1868 (1.733 m²) en 2258 (ged, 830 m²). Terreindelen voormalig onderzoek (t.b.v.
PFAS-onderzoek): 194, 214, 215, 863, 868, 869, 872, 874, 879, 1090, 1201, 1561, 1867, 2168, 2167, 2445, 2807, 2965, 2966, 3418, 3465 (in totaal 95.262 m²) Oppervlakte onderhavige 6.333 m² onderzoekslocatie (in m²) waarvan bebouwd (in m²) 0 m² Huidig gebruik Akkerbouw, bossage De locatie is over het algemeen onverhard. Ter plaatse van bosperceel Verhardingen K1337 is ter plaatse van boring 908 een stukje klinkerverharding aanwezig
2.3 Conclusies vooronderzoek De gegevens die verzameld zijn, geven de volgende conclusies over de beinvloeding van de bodem en de verwachting van de bodemkwaliteit: · Op basis van enkele bestaande bodemonderzoeken die zijn beschreven bij het voorgaand bodemonderzoek wordt verwacht dat de bodemkwaliteit op het onderzoeksperceel licht verontreinigd is. De onderzoekslocatie is over het algemeen niet verdacht op het voorkomen van asbest, aangezien bij de voorgaande bodemonderzoeken geen (of zeer incidenteel) puin in de bodem is aangetroffen. Hierdoor is onderzoek naar asbest niet benodigd bij de uitvoer van het verkennend bodemonderzoek (fase 1). Er zijn geen verdachte deellocaties dan wel activiteiten die de bodem mogelijk hebben verontreinigd ter plaatse van de onderzoekslocatie of de directe omgeving van de onderzoekslocatie aanwezig. · Uit het voorgaand onderzoek is gebleken dat het grondwater plaatselijk sterk verhoogde gehalten aan zware metalen bevat; de verhoogde gehalten kunnen worden verklaard als gevolg van een van nature aanwezig verhoogde achtergrondwaarde. De bovengrond over een gebied van 1.840 m2 (kadastraal perceel K863) is sterk verontreinigd met koper en PCB en heeft een ingeschat volume van circa 920 m³. Ter plaatse van het overige deel van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetroffen.
7 (26)
Op basis van de historische gegevens (vanuit het voorgaand onderzoek) is gebleken dat voor de onderzoekslocatie uitgegaan kan worden van een onverdachte locatie en geen deellocaties onderscheiden kunnen worden met een aangepaste onderzoeksopzet. Opgemerkt wordt dat de locatie tevens op PFAS zal worden onderzocht. Voor het onderzoek van PFAS naar de grond van de terreindelen van het voorgaand bodemonderzoek wordt uitgegaan van de strategie NEN5740 (verdacht met homogene wijze van voorkomen). 2.4 Onderzoekshypothese en -strategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, zoals beschreven in paragraaf 2.3, is in tabel 2-2 de hypothese en onderzoeksstrategie gedefinieerd. Tabel 2-2 Hypothese en onderzoeksstrategie Deellocatie Oppervlakte (m2) Onderzoekslocatie met de 6.333 m2 volgende sublocaties: - perceel K878 (390 m²). - perceel K1200 (1.240 m²). - perceel K1337 (ged, 2.140 m²), K1868 (1.733 m²) en 2258 (ged, 830 m²) Terreindelen voorgaand bodemonderzoek met kadastrale percelen van sectie K: 194, 214, 215, 863, 868, 869, 872, 874, 879, 1090, 1201, 1561, 1867, 2168, 2167, 2445, 2807, 2965, 2966, 3418, 3465
95.262 m²
Hypothese
Strategie
Onverdacht op het voorkomen van verontreinigingen (maximaal licht verhoogde gehalten aangetroffen bij voorgaand bodemonderzoek).
NEN 5740: onverdacht niet lijnvormig
Onverdacht op het voorkomen van verontreinigingen (maximaal licht verhoogde gehalten aangetroffen bij voorgaand bodemonderzoek).
NEN5740: verdacht met homogene wijze van voorkomen (onderzoek naar PFAS)
De invulling van de onderzoeksstrategie wordt gegeven in hoofdstuk 3.
8 (26)
3
Veldonderzoek
Het veldonderzoek van het verkennend- en nader bodemonderzoek is gefaseerd uitgevoerd en is onderstaand per fase beschreven: · Fase 1: Verkennend bodemonderzoek naar enkele kadastrale percelen met sectie K, nummers 878, 1200, 1337 (ged), 1868 en 2258 (ged). Bij dit verkennend bodemonderzoek is de grond op de standaardparameters en ook op PFAS onderzocht. Tevens is als aanvulling op het voorgaand onderzoek de grond van de destijds onderzochte terreindelen op PFAS onderzocht. · Fase 2: deze fase is uitgevoerd als gevolg van de bij fase 1 verkregen onderzoeksresultaten: ° Verkennend asbestonderzoek naar twee sublocaties: - -als gevolg van het aantreffen van asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld zijn ter plaatse van deze beide vindplaatsen de asbestgaten A01 en A03 gegraven. Tevens is ter verificatie van het mogelijk aanwezig zijn van asbestverdacht materiaal ook asbestgat A02 tussen de gaten A01 en A03 gegraven. - als gevolg van het aantreffen van puin in de grond ter plaatse van boring 907 is ter plaatse van deze boring asbestgat A05 gegraven. Tevens zijn ter verificatie van het aanwezig zijn van puin ook de asbestgaten A04 en A06 nabij asbestgat A05 gegraven. ° Ter plaatse van de aanwezigheid van schroot in de grond is geverifieert (door het plaatsen van de boringen 927, 928 en 929) of hierdoor een bodemverontreiniging is ontstaan.
Het schroot was aangetroffen bij een medio december 2019 uitgevoerd explosievenonderzoek (van firma Van den Herik) waar bij een detectiemeting een verstoring in de grond (van metaal) was geconstateerd. Door firma Van den Herik is aangegeven dat de omvang van de grond met het aangetroffen schroot een volume heeft van circa 2 m3. ° Als gevolg van het aantreffen van grond (boring 906) waarbij (bij toetsing aan Besluit bodemkwaliteit) klasse “Niet Toepasbaar” is aangetroffen, is besloten nabij boring 906 een aanvullend onderzoek uit te voeren (door het plaatsen van de boringen 924, 925 en 926) om de omvang van de grond met deze klasse vast te stellen. · Fase 3: Nader onderzoek naar de bij fase 2 aangetroffen sterk verhoogde gehalten aan zink en lood en het matig verhoogde gehalte aan koper in de grond ter plaatse van boring 924 (traject 0,20,6 m -mv). Bij deze fase is tevens gebruik gemaakt van XRF-metingen ten behoeve van het verkrijgen van een globaal inzicht in de verontreinigingssituatie met zink, lood en koper. 3.1 Onderzoeksstrategie De onderzoeksstrategieen zijn ingevuld, zoals in tabel 3-1 beschreven:
9 (26)
Tabel 3-1:
Uitgevoerd veldwerk verkennend- en nader bodemonderzoek
Fasering (met deellocatie / kadastraal perceel)
Bodemlaag (m-mv)
Opp. (m²)
Strategie
Gat min. 30x30 cm (codering)
Boring (codering)
Boring met peilbuis (codering)
Aantal
Diepte
Aantal
Diepte
Aantal
Diepte
0
-
2 (900/902)
1,0
0 2
-
1 (901)
2,0
6 (917/918/919/
1,0
0 2
-
921/922/923)
2,0
1 (920)
1,0
1 (907)
4,0
11 (903/905/906/908
2,0
FASE 1 Onderzoek naar algemene
0-2
NEN 5740:
parameters en PFAS:
onverdacht,
- Perceel K878
niet-lintvormig 390
- Perceel K1200 1.240
0
-
- Perceel K1868 / K1337 (ged) / 2258 (ged)
4.703
0
-
t/m 912/915 t/m 916) 2 (904/913) Onderzoek naar PFAS van
0-1
NEN 5740:
terreindelen voorgaand
verdacht,
onderzoek:
homogeen,
- alle terreindelen
93.422
niet-lintvormig
0
-
22 (PF01 t/m PF22)
1,0
-
-
0
-
9 (PF23 t/m PF31)
1,0
-
-
3
0,5
-
-
-
-
0,5
-
-
-
-
-
3 (927/928/
2,0
-
-
1,0/1,6
-
-
1,0
-
-
voorgaand onderzoek m.u.v. gebied met sterke verontreiniging koper en PCB ¹ - gebied met sterke
1.840
verontreiniging koper/PCB ¹
FASE 2 - Sublocatie
0-0,5
25
Maatwerk
“asbestverdacht
(A01/A02/
plaatmateriaal op maaiveld”
A03)
- Sublocatie “aangetroffen
0-0,5
25
Maatwerk
puin t.p.v. boring 907”
3 (A04/A05/ A06)
- Sublocatie “Schroot nabij
0-2,0
2
Maatwerk
-
boring 927/928/929” - Sublocatie “grond bij
929) 0-1,0 à 1,6
10
Maatwerk
-
-
boring 906 met klasse “Niet
3 (924/925/ 926)
Toepasbaar”
FASE 3 Nader onderzoek naar de
¹
0-1,0
1.000
Maatwerk,
verhoogde gehalten aan
horizontale
zink, lood en koper nabij
inkadering
boring 924
verontreiniging
0
-
15 (951 t/m 965) 3
Er is voor het onderzoek naar PFAS van de terreindelen van het voorgaand onderzoek onderscheid gemaakt naar het gebied met een sterke verontreiniging aan koper en PCB en de overige gebiedsdelen. Dit onderscheid is van belang aangezien voor het gebied met de sterke verontreiniging aan koper en PCB een sanering van de grond zal worden uitgevoerd.
2
Voor het onderzoek naar het grondwater van dit deelgebied, wordt uitgegaan van het grondwateronderzoek van het voorgaand uitgevoerd bodemonderzoek.
3
Hierbij is tevens gebruik gemaakt van XRF-metingen ten behoeve van het verkrijgen van een globaal inzicht in de verontreinigingssituatie met zink, lood en koper.
10 (26)
De locaties van de boringen, gaten en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 2. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van de bevindingen van het vooronderzoek, het terreingebruik en de maaiveldinspectie. 3.2 Maaiveldinspectie en visuele inspectie van grond bij asbest bodemonderzoek Op basis van de verkregen gegevens van het vooronderzoek is er van uitgegaan dat de onderzoekslocatie niet verdacht is voor asbest. Bijgevolg is er bij fase 1 van het veldwerk geen asbestonderzoek uitgevoerd. Bij de uitvoer van veldwerk van fase 1 is er echter bij de locatie-inspectie (conform NEN 5740) op twee plaatsen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Aansluitend zijn bij fase 2 van het veldwerk bij beide vindplaatsen de asbestgaten A01 (waar één stuk golfplaat was aangetroffen) en A03 (waar vier grote stukken golfplaat waren aangetroffen met een gewicht van circa twee kilo) gegraven. Tevens is ter verificatie van het mogelijk aanwezig zijn van asbestverdacht materiaal ook asbestgat A02 nabij de gaten A01 en A03 gegraven. Er is bij het graven van de drie asbestgaten geen asbestverdacht materiaal in de grond aangetroffen. In de nabijheid van de asbestgaten A01, A02 en A03 is ook conform NEN 5707 maaiveldinspectie op asbest uitgevoerd; hierbij is geen asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen.
De mogelijke aanwezigheid van asbest in de aangetroffen vijf stukken golfplaat heeft (gezien het oppervlak van de onderzoekslocatie) niet geleid tot een verontreiniging van het maaiveld met asbest. Bij de uitvoer van het veldwerk van fase 1 is ter plaatse van boring 907 (traject 0,0-1,4 m -mv) puin in de grond aangetroffen. Als gevolg van het aantreffen van puin is bij de uitvoer van het veldwerk van fase 2 ter plaatse van boring 907 asbestgat A05 gegraven en zijn ter verificatie van het aanwezig zijn van puin ook de asbestgaten A04 en A06 nabij asbestgat A05 gegraven. Er is bij het graven van de drie asbestgaten geen asbestverdacht materiaal in de grond aangetroffen. In de nabijheid van de asbestgaten A04, A05 en A06 is ook conform NEN 5707 maaiveldinspectie op asbest uitgevoerd; hierbij is geen asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen. Het inspecteren van het maaiveld en het graven van de zes asbestgaten is verricht door van Geofox-Lexmond B.V. (certificaatnummer VB-064/8) op 19 februari 2020. Bij het graven van de asbestgaten is de grond bemonsterd ten behoeve van de analyse op asbest. In bijlage 3 zijn enkele foto’s van de gegraven asbestgaten opgenomen. 3.3 Visuele beoordeling grond Uitvoering Bij het verrichten van boringen en het graven van gaten is de grond visueel geinspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken.
Voor het asbestbodemonderzoek (van de zes asbestgaten) is de grond gezeefd over een zeef met maaswijdte van 2 cm en is de uitgezeefde grove fractie geinspecteerd op asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De boringen en gaten zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 4. Zintuiglijke waarnemingen De resultaten van de visuele inspectie cq de zintuiglijke waarnemingen in de grond zijn opgenomen in tabel 3-2.
11 (26)
Tabel 3-2:
Resultaten visuele inspectie en zintuiglijke waarnemingen
Boring/asbestgat- Maximale nummer boordiepte (m -mv)
Diepte (m -mv)
Grondsoort Zintuiglijke waarnemingen
Veldwerk fase 1 905
1,00
0,00 - 0,20
Zand
gravel ophooglaag
906
1,00
0,00 - 0,15
Zand
zwak asfalthoudend
0,15 - 0,45
Zand
brokken asfalt, vergraven met asfaltbrokjes
907
4,00
0,00 - 1,40
Zand
matig baksteenhoudend, zwak puinhoudend
909
1,00
0,00 - 0,30
Zand
matig baksteenhoudend, zwak glashoudend
PF23
1,25
0,00 - 0,75
Zand
zwak baksteenhoudend
PF26
1,20
0,00 - 0,75
Zand
zwak baksteenhoudend
PF27
1,25
0,00 - 0,85
Zand
zwak baksteenhoudend
1,60
0,20 - 0,60
Zand
zwak puinhoudend, matig slakhoudend, matig baksteenhoudend, resten kolen
0,60 - 1,10
Zand
zwak slakhoudend, sterk baksteenhoudend, resten kolen
Veldwerk fase 2 924
925
1,00
0,00 - 0,25
Zand
matig slakhoudend
926
1,15
0,00 - 0,45
Zand
zwak baksteenhoudend
0,45 - 0,65
Zand
matig baksteenhoudend, zwak slakhoudend
A01
0,50
0,00 - 0,50
Zand
sporen baksteen
A03
0,50
0,00 - 0,50
Zand
zwak baksteenhoudend, resten glas
A05
0,31
0,00 - 0,31
Zand
matig menggranulaat
A06
0,50
0,00 - 0,50
Zand
sporen baksteen
1,00
0,00 - 0,35
Zand
zwak baksteenhoudend, vergraven zn50 pb20
0,35 - 0,70
Zand
zn10 pb11
0,70 - 1,00
Zand
zn8
Veldwerk fase 3 1 951
952
1,00
0,00 - 0,60
Zand
zn17 pb31
953
0,71
0,00 - 0,20
Zand
matig baksteenhoudend, resten kolen, zwak slakhoudend, zn55 pb27
0,20 - 0,70
Zand
matig puinhoudend, resten glas, zn 30 pb27 cu34
0,70 - 0,71
niet verder in te komen puin
954
0,70
0,00 - 0,30
Zand
zwak puinhoudend, pb 13
955
1,30
0,00 - 0,50
Zand
resten kolen, matig slakhoudend, matig puinhoudend, zn353 pb133 cu28
0,50 - 0,80
Zand
zn22 pb12
0,80 - 1,30
Zand
pb6
0,00 - 0,45
Zand
956
0,95
sterk puinhoudend, resten kolen, zwak slakhoudend, resten plastic, zn511,pb215,cu66
957
0,95
0,45 - 0,95
Zand
zn19 pb22
0,00 - 0,45
Zand
zwak slakhoudend, resten kolen, matig puinhoudend, zn528,pb182,cu53
0,45 - 0,95
Zand
zn9
958
0,85
0,00 - 0,20
Zand
zwak puinhoudend, zn33 pb46
959
0,75
0,00 - 0,25
Zand
zwak slakhoudend, pb20
960
0,70
0,00 - 0,20
Zand
zn 31,pb 65,cu24
961
0,85
0,00 - 0,35
Zand
zn290 pb172,cu24,as14
0,35 - 0,85
Zand
zn16 pb6
0,00 - 0,35
Zand
matig baksteenhoudend, resten kolen, zwak slakhoudend, zn256,pb97,cu23,
0,35 - 0,85
Zand
zn19 pb 14
0,00 - 0,20
Zand
zwak puinhoudend, zn28 pb23
0,20 - 0,35
Zand
pb10
962
963
0,85
0,85
964
0,85
0,00 - 0,35
Zand
zn15,pb33,cu18
965
1,30
0,00 - 0,25
Zand
zn265,pb58
0,25 - 0,40
Zand
matig puinhoudend, matig baksteenhoudend, zn67, pb28
0,40 - 0,65
Zand
matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, sterk slakhoudend, resten kolen, zn115,pb89,cu18
1
Bij de uitvoer van het veldwerk fase 3 is gebruik gemaakt van XRF-metingen; de hierbij verkregen waarden voor zink, lood en koper zijn opgenomen in tabel 3-2. Waar geen XRF-waarde is opgenomen is de verkregen waarde nul
12 (26)
Bemonstering De opgeboorde en opgegraven grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. Voor het bodemonderzoek naar asbest is de opgegraven grond bemonsterd door het samenstellen van een monster per asbestgat, na verwijdering van de grove fractie >2 cm. 3.4 Grondwateronderzoek Uitvoering Na plaatsing van de peilbuis is minimaal een week wachttijd in acht genomen om de evenwichtsituatie in de bodem te herstellen. Bij de bemonstering zijn de volgende werkzaamheden verricht: · het opnemen van de grondwaterstand in de peilbuis. · het bepalen van de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (Ec) en de troebelheid (NTU) van het grondwater. · het nemen van grondwatermonsters uit de peilbuis. Hierbij zijn geen afwijkingen van protocol 2002 opgetreden. Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen In tabel 3-3 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3-3:
Resultaten veldmetingen grondwater
Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Belucht
907
3,00 - 4,00
2,6
7,1
112
15,4
Nee
Een eventueel afwijkende zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) of troebelheid (NTU, Nephelometric Turbidity Units) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Bij een troebelheid >10 moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de concentraties aan relatief zware organische verbindingen beïnvloed zijn door de troebelheid van het water. Bij de bespreking van de analyseresultaten wordt rekening gehouden met de hoge NTU zoals aangetroffen in peilbuis 907. De in tabel 3-3 weergegeven waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen kunnen als normaal worden beschouwd.
13 (26)
4
Laboratoriumonderzoek
Op basis van de visuele inspectie zijn monsters geselecteerd voor analyse op het standaardpakket grond en asbest en zijn bij het onderzoek van fase 1 analyses op PFAS uitgevoerd (zie tabel 4-1). Tabel 4-1: Monster
Monsterselectie Monstertraject (m -mv)
Boring/asbestgatnummers
Analyse
Motivatie
Onderzoek fase 1 Perceel K878 MM01
0,00 - 0,45
900, 901, 902
Standaardpakket incl. lu/os
Bepaling kwaliteit b.g. (geen verontreinigingskenmerken)
MM02
0,40 - 1,40
901
Standaardpakket incl. lu/os
Bepaling kwaliteit o.g. (geen verontreinigingskenmerken)
903, 904, 910, 911, 912, 913,
Standaardpakket incl. lu/os
Bepaling kwaliteit b.g. (geen verontreinigingskenmerken)
Perceel K1868/1337/2258 MM03
0,00 - 0,50
914, 915, 916 MM04
0,15 - 0,45
906
Standaardpakket incl. lu/os
Brokken asfalt
MM05
0,70 - 1,40
904, 913
Standaardpakket incl. lu/os
Bepaling kwaliteit o.g. (geen verontreinigingskenmerken)
B905
0,00 - 0,20
905
OCB Pakket, Dioxine
Bepaling gehalte OCB’s en dioxine in gravellaag
Perceel K1200 MM06
0,00 - 0,50
917, 919, 920, 921, 922, 923
Standaardpakket incl. lu/os
Bepaling kwaliteit b.g. (geen verontreinigingskenmerken)
MM07
1,00 - 1,50
920
Standaardpakket incl. lu/os
Bepaling kwaliteit o.g. (geen verontreinigingskenmerken)
PFAS (30) advieslijst 12 juli
Bepaling gehalte aan PFAS
PFAS (30) advieslijst 12 juli
Bepaling gehalte aan PFAS
PFAS (30) advieslijst 12 juli
Bepaling gehalte aan PFAS
PFAS (30) advieslijst 12 juli
Bepaling gehalte aan PFAS
PFAS (30) advieslijst 12 juli
Bepaling gehalte aan PFAS
PFAS (30) advieslijst 12 juli
Bepaling gehalte aan PFAS
PFAS (30) advieslijst 12 juli
Bepaling gehalte aan PFAS
PFAS (30) advieslijst 12 juli
Bepaling gehalte aan PFAS
PFAS (30) advieslijst 12 juli
Bepaling gehalte aan PFAS
SCG zeefkromme
Bepalen fracties minerale delen
PFAS-onderzoek terreindelen voorgaand onderzoek PFAS01
0,00 - 0,50
900, PF01, PF02, PF03, PF04, PF09
PFAS02
0,00 - 0,50
904, PF05, PF06, PF07, PF08, PF10, PF11
PFAS03
0,00 - 0,50
912, PF12, PF13, PF14, PF15, PF16, PF17
PFAS04
0,00 - 0,50
922, PF18, PF19, PF20, PF21, PF22
PFAS05
0,45 - 1,00
900, PF01, PF02, PF03, PF04, PF05, PF06, PF09, PF10
PFAS06
0,45 - 1,20
904, 912, PF07, PF08, PF11, PF12, PF13, PF14
PFAS07
0,35 - 1,10
922, PF15, PF16, PF17, PF18, PF19, PF20, PF21, PF22
PFAS09
0,50 - 1,25
PF23, PF24, PF25, PF26, PF27, PF28, PF29, PF30, PF31
PFAS-onderzoek gebied met sterke verontreiniging koper/PCB PFAS08
0,00 - 0,50
PF23, PF24, PF25, PF26, PF27, PF28, PF29, PF30, PF31
Zeef-
0,00 - 0,50
kromme 1
PF23, PF24, PF25, PF26, PF27, PF28, PF29, PF30, PF31
Onderzoek fase 2 924
0,20 - 0,60
924
Standaardpakket incl. lu/os
Verificatie gehalten aan PAK, PCB, minerale olie
925
0,00 - 0,25
925
Standaardpakket incl. lu/os
Verificatie gehalten aan PAK, PCB, minerale olie
926
0,45 - 0,65
926
Standaardpakket incl. lu/os
Verificatie gehalten aan PAK, PCB, minerale olie
MM08
0,00 - 0,50
927, 928, 929
Standaardpakket incl. lu/os
Bepaling kwaliteit b.g. (met aanwezigheid schroot)
MM09
0,85 - 1,50
927, 928, 929
Standaardpakket incl. lu/os
Bepaling kwaliteit o.g. (met aanwezigheid schroot)
AB01
0,00 - 0,50
A01, A03
Asbest in grond
Bepaling asbest verdachte laag
AB02
0,00 - 0,30
A05
Asbest in grond
Bepaling asbest verdachte laag
14 (26)
Onderzoek fase 3 2
1
951
0,00 - 0,35
951
Standaardpakket incl. lu/os
Horizontale inkadering gehalten koper, zink, lood
953
0,00 - 0,20
953
Standaardpakket incl. lu/os
Horizontale inkadering gehalten koper, zink, lood
955
0,00 - 0,50
955
Standaardpakket incl. lu/os
Horizontale inkadering gehalten koper, zink, lood
956
0,00 - 0,45
956
Standaardpakket incl. lu/os
Horizontale inkadering gehalten koper, zink, lood
957
0,00 - 0,45
957
Standaardpakket incl. lu/os
Horizontale inkadering gehalten koper, zink, lood
959
0,00 - 0,25
959
Standaardpakket incl. lu/os
Horizontale inkadering gehalten koper, zink, lood
961
0,00 - 0,35
961
Standaardpakket incl. lu/os
Horizontale inkadering gehalten koper, zink, lood
962
0,00 - 0,35
962
Standaardpakket incl. lu/os
Horizontale inkadering gehalten koper, zink, lood
965
0,40 - 0,65
965
Standaardpakket incl. lu/os
Horizontale inkadering gehalten koper, zink, lood
Ten behoeve van de voorgenomen grondsanering van het gebied met de sterke verontreiniging aan koper en PCB is voor de bepaling van de verwerkingsmogelijkheden een zeefkromme (op de minerale delen) bepaald.
2
Voor het selecteren van de grondmonsters is gebruik gemaakt van de resultaten van de XRF-metingen. Een overzicht van de relatie tussen de gemeten XRF-waarden en de analyseresultaten is opgenomen als bijlage 7.
Het standaardpakket grond bestaat uit zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), PCB’s en minerale olie. De grondmonsters op het standaard-pakket zijn tevens geanalyseerd op organische stof en lutum, ten behoeve van de toetsing. De grondwatermonsters uit de geplaatste peilbuis zijn geanalyseerd op het standaardpakket grondwater (zware metalen, vluchtige aromaten, vluchtige chloorkoolwaterstoffen en minerale olie). De geselecteerde monsters zijn in het laboratorium van Synlab Analytics & Services B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten van Synlab met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 5. Disclaimers. De volgende disclaimers zijn door het laboratorium geconstateerd: · Er zijn ten aanzien van de monsters 925, 926 en 962 componenten aanwezig voor PCB die een storende invloed hebben op de meting; om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.
· Ten aanzien van de grondmonsters 951, 953, 959, 961, 962 en 965 voor minerale olie en het grondwatermonster van peilbuis 907 voor vluchtige aromaten en chloorkoolwaterstoffen was de periode tussen monsterneming en het in behandeling nemen groter dan de conserveringstermijn; dit heeft mogelijk de representativiteit van het monster beïnvloed. · Het resultaat voor PCB 28 van monster 965 is mogelijk vals-positief verhoogd door de aanwezigheid van PCB 31. De disclaimers zijn door Sweco op de betreffende analysegehalten beoordeeld op de mate van betrouwbaarheid en representativiteit. Sweco heeft op basis van deze beoordeling geconstateerd dat de resultaten voldoende betrouwbaar zijn in relatie tot de onderzoeksdoelstelling. Bijgevolg is geen sprake van een kritieke afwijking ten aanzien van de verkregen analyseresultaten.
15 (26)
5
Resultaten bodemonderzoek
5.1 Toetsingskader Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Aanvullend op de Circulaire bodemsanering toetst Sweco ook aan de tussenwaarde, het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde. Deze toetsing geeft, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart en locatiespecifieke kenmerken, een indicatie voor de noodzaak tot nader onderzoek. Voor de toepassing van grond gelden de toetsingswaarden in de Regeling bodemkwaliteit, behorend bij het Besluit Bodemkwaliteit. Middels deze toetsing wordt de grond ingedeeld in een hergebruiksklasse. De PFAS-verbindingen zijn getoetst aan de normen zoals opgenomen in het Tijdelijk Handelingskader PFAS. Er wordt in dit Tijdelijke Handelingskader geen onderscheid gemaakt tussen de hergebruiksklasses ‘Wonen’ en ‘Industrie’, omdat de risico’s nog niet voldoende in kaart gebracht zijn. De toegestane grenswaarde voor hergebruik grond voor PFOS en PFOA is respectievelijk 3,0 en 7,0 µg/kg. Tevens zijn per 29 november 2019 de tijdelijke achtergrondwaarden voor zowel PFOS als PFAS van 0,1 µg/kg verhoogd naar 0,9 µg/kg voor PFOS en 0,8 µg/kg voor PFOA. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 6.
Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 8 bij dit rapport.
interventiewaarde
tussenwaarde
Licht verhoogd
Matig verhoogd
Sterk verhoogd
(in tabel: 6.1)
(in tabel: 6.2)
(in tabel: 6.3) interventiewaarde
grondwater
streefwaarde
Niet verhoogd
tussenwaarde
grond
achtergrondwaarde
achtergrondwaarde
5.2 Mate van bodemverontreiniging De resultaten van de toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging, zijn samengevat in de tabellen 5-1 (grond) en 5-2 (grondwater). De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:
16 (26)
Chemische
Altijd toepasbaar
klasse Wonen
interventiewaarde
waarde industrie
(lokale) maximale
waarde wonen
(lokale) maximale
achtergrondwaarde
5.3 Hergebruik van grond De resultaten van de toetsing van de algemene parameters ter bepaling van de hergebruiksklasse, zijn samengevat in tabel 5-1. De toetsing van de PFAS-parameters zijn opgenomen in tabel 5-3. De hergebruiksklassen zijn als volgt:
klasse industrie
Niet toepasbaar
Nooit toepasbaar
kwaliteit
Maximale
emmissiewaarde
In grootschalige bodemtoepassing
17 (26)
Tabel 5-1 Monster
Toetsingsresultaten grondmonsters (Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit) Monstertraject
Boring-
(m -mv)
nummers
> AW
>T
>I
Toetsingsresultaat Bbk (met uitzondering van PFAS-parameters) 1
Onderzoek fase 1 Perceel K878 MM01
0,00 - 0,45
900, 901, 902
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM02
0,40 - 1,40
901
-
-
-
Altijd toepasbaar
903, 904, 910, 911, 912,
-
-
-
Altijd toepasbaar
PCB, PAK, Minerale
-
-
Niet Toepasbaar > industrie
Perceel K1868/1337/2258 MM03
0,00 - 0,50
913, 914, 915, 916 MM04
0,15 - 0,45
906
olie MM05
0,70 - 1,40
904, 913
-
-
-
Altijd toepasbaar
917, 919, 920, 921, 922,
-
-
-
Altijd toepasbaar
920
-
-
-
Altijd toepasbaar
924
PCB, Kobalt, Nikkel,
Koper
Zink
Niet Toepasbaar >
Lood
Interventiewaarde
Perceel K1200 MM06
0,00 - 0,50
923 MM07
1,00 - 1,50
Onderzoek fase 2 924
0,20 - 0,60
Molybdeen, Cadmium, Kwik, PAK 925
0,00 - 0,25
925
Zink, Lood, PAK
-
-
Klasse wonen
926
0,45 - 0,65
926
Zink, Lood
-
-
Klasse industrie
MM08
0,00 - 0,50
927, 928, 929
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM09
0,85 - 1,50
927, 928, 929
-
-
-
Altijd toepasbaar
Onderzoek fase 3 951
0,00 - 0,35
951
PAK
-
-
Klasse industrie
953
0,00 - 0,20
953
-
PAK
-
Klasse industrie
955
0,00 - 0,50
955
PCB, Koper, Cadmium,
-
Barium, Zink,
Niet Toepasbaar >
PAK
Interventiewaarde
Kwik, Lood, Minerale olie 956
957
0,00 - 0,45
0,00 - 0,45
956
957
Kobalt, Nikkel,
Koper
Niet Toepasbaar >
Cadmium, Kwik,
Zink
Interventiewaarde
Minerale olie
Lood
Zink, Cadmium, Kwik,
PAK
-
-
Klasse industrie
Lood, PAK 959
0,00 - 0,25
959
PAK
-
-
Altijd toepasbaar
961
0,00 - 0,35
961
Cadmium, Kwik, Lood,
-
-
Klasse industrie
-
Zink, PAK
Niet Toepasbaar >
Zink, PAK, PCB 962
0,00 - 0,35
962
PCB, Kobalt, Nikkel, Koper, Cadmium, Kwik,
Interventiewaarde
Lood 965
0,40 - 0,65
965
PCB
-
-
Klasse industrie
¹ Toetsingsresultaat dient als indicatief te worden beschouwd
Asbest. Het monster A01 (asbestgat A01 en A03, traject 0,0-0,5 m -mv) en het monster A02 (asbestgat A05, traject 0,0-0,3 m -mv) is onderzocht op asbest. Uit de analyseresultaten van de grondmonsters is gebleken dat geen asbest is aangetroffen. Visueel was er geen asbestverdacht plaatmateriaal in de ontgraven grond aangetroffen. Bijgevolg bevat de onderzochte grond geen asbest; er is geen sprake van een verontreiniging met asbest. Aanvullend onderzoek naar asbest is niet noodzakelijk.
18 (26)
Gravel ter plaatse van boring 905. Ter plaatse van boring 905 is gravel aangetroffen op het traject 0,0-0,2 m -mv. Van het gravel is een monster genomen en in het laboratorium onderzocht op de kritische parameters dioxine, hexachloorbenzeen en chloorbestrijdingsmiddelen. De verkregen gehalten zijn (als standaardbodem) indicatief getoetst aan bijlage B behorende bij hoofdstuk 4 van de Regeling bodemkwaliteit (maximale waarden voor grond en baggerspecie). Het gemeten gehalte aan dioxine (gehalte som-TEQ: 0,00002314 mg/kg ds of 23,14 nanogram/kg ds) is onder de norm van de Achtergrondwaarde en de maximale waarde Wonen / Industrie (0,000055 mg/kg ds) aangetroffen. Hierbij is het gehalte dat is gerapporteerd omgerekend naar de Nederlandse toepassingen. De gehalten aan hexachloorbenzeen en chloorbestrijdingsmiddelen zijn eveneens getoetst aan de betreffende norm van de Achtergrondwaarde en de maximale waarde Wonen / Industrie; de gehalten zijn onder deze grenswaarden aangetroffen. Tabel 5-2
Overschrijdingen van toetsingswaarden grondwatermonsters (Circulaire bodemsanering)
Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
>S
>T
>I
907
3,00 - 4,00
-
-
-
Tabel 5-3 Monster
Toetsingsresultaten grondmonsters (Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit) Monstertraject
Boring-
Gehalte
Grond toepassen op
Grond grootschalig
Grond toepassen in
Grond toepassen
(m -mv)
nummers
(µg/kg)
de landbodem "boven
toepassen boven
grondwater-
onder grondwater-
grondwaterniveau",
grondwaterniveau
beschermingsgebieden
niveau
toetsing aan bodemfunctieklasse Wonen/Industrie en aan Landbouw/natuur 12
PFAS01
0,00 - 0,50
900, PF01,
PFOS-totaal:
Toepassing is in deze
Toepassing is
Toepassing is niet
Toepassing is wel
PF02, PF03,
0,39
functie mogelijk voor
mogelijk in deze
mogelijk in deze functie
mogelijk in deze
PF04, PF09
PFOA-totaal:
Wonen/Industrie en
functie
0,60
voor
Overige
Landbouw/natuur
functie
PFAS*: 0,18 PFAS02
0,00 - 0,50
904, PF05,
PFOS-totaal:
Toepassing is in deze
Toepassing is
Toepassing is niet
Toepassing is wel
PF06, PF07,
0,39
functie mogelijk voor
mogelijk in deze
mogelijk in deze functie
mogelijk in deze
PF08, PF10,
PFOA-totaal:
Wonen/Industrie en
functie
PF11
0,41
voor
Overige
Landbouw/natuur
functie
PFAS*: 0,13 PFAS03
0,00 - 0,50
912, PF12,
PFOS-totaal:
Toepassing is in deze
Toepassing is
Toepassing is niet
Toepassing is wel
PF13, PF14,
0,45
functie mogelijk voor
mogelijk in deze
mogelijk in deze functie
mogelijk in deze
PF15, PF16,
PFOA-totaal:
Wonen/Industrie en
functie
PF17
0,27
voor
Overige
Landbouw/natuur
functie
PFAS*: <0,1 PFAS04
0,00 - 0,50
922, PF18,
PFOS-totaal:
Toepassing is in deze
Toepassing is
Toepassing is niet
Toepassing is niet
PF19, PF20,
0,32
functie mogelijk voor
mogelijk in deze
mogelijk in deze functie
mogelijk in deze
PF21, PF22
PFOA-totaal:
Wonen/Industrie en
functie
0,89
niet voor
Overige
Landbouw/natuur
functie
PFAS*: 0,16 PFAS05
0,45 - 1,00
900, PF01,
PFOS-totaal:
Toepassing is in deze
Toepassing is
Toepassing is niet
Toepassing is wel
PF02, PF03,
<0,1
functie mogelijk voor
mogelijk in deze
mogelijk in deze functie
mogelijk in deze
PF04, PF05,
PFOA-totaal:
Wonen/Industrie en
functie
PF06, PF09,
0,19
voor
PF10
functie
Landbouw/natuur
19 (26)
Overige PFAS*: <0,1 PFAS06
0,45 - 1,20
904, 912,
PFOS-totaal:
Toepassing is in deze
Toepassing is
Toepassing is niet
Toepassing is wel
PF07, PF08,
<0,1
functie mogelijk voor
mogelijk in deze
mogelijk in deze functie
mogelijk in deze
PF11, PF12,
PFOA-totaal:
Wonen/Industrie en
functie
PF13, PF14
0,16
voor
Overige
Landbouw/natuur
functie
PFAS*: <0,1 PFAS07
0,35 - 1,10
922, PF15,
PFOS-totaal:
Toepassing is in deze
Toepassing is
Toepassing is wel
Toepassing is wel
PF16, PF17,
<0,1
functie mogelijk voor
mogelijk in deze
mogelijk in deze functie
mogelijk in deze
PF18, PF19,
PFOA-totaal:
Wonen/Industrie en
functie
PF20, PF21,
<0,1
voor
PF22
Overige
Landbouw/natuur
functie
PFAS*: <0,1 PFAS08
0,00 - 0,50
PF23, PF24,
PFOS-totaal:
Toepassing is in deze
Toepassing is
Toepassing is niet
Toepassing is wel
PF25, PF26,
0,52
functie mogelijk voor
mogelijk in deze
mogelijk in deze functie
mogelijk in deze
PF27, PF28,
PFOA-totaal:
Wonen/Industrie en
functie
PF29, PF30,
0,27
voor
PF31
Overige
Landbouw/natuur
functie
PFAS*: <0,1 PFAS09
0,50 - 1,25
PF23, PF24,
PFOS-totaal:
Toepassing is in deze
Toepassing is
Toepassing is wel
Toepassing is wel
PF25, PF26,
<0,1
functie mogelijk voor
mogelijk in deze
mogelijk in deze functie
mogelijk in deze
PF27, PF28,
PFOA-totaal:
Wonen/Industrie en
functie
PF29, PF30,
<0,1
voor
PF31
Overige
Landbouw/natuur
functie
PFAS*: <0,1 1 2
Bij de toetsing is uitgegaan van de regeling conform het ”Tijdelijk handelingskader” (versie 29-11-2019). Met als uitgangspunt dat de bodemkwaliteitsklasse Wonen/Industrie gelijk is aan de bodemfunctieklasse Wonen/Industrie; dan is getoetst aan Wonen/Industrie (PFOS = 3 µg/kg, PFOA = 7 µg/kg, andere PFAS = 3 µg/kg) Met als uitgangspunt dat de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur gelijk is aan de bodemfunctieklasse Landbouw/natuur; dan is getoetst aan Landbouw/natuur (PFAS=0,8 µg/kg en PFOS=0,9 µg/kg).
*
Hoogst gemeten concentratie
5.4 Veiligheidsklasse De resultaten, zoals weergegeven in de vorige paragraaf, zijn getoetst aan de veiligheidsnormen. De veiligheidsaspecten voor werken in of met verontreinigde grond worden beoordeeld op basis van de CROW 400. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de rekentool van het CROW. Met behulp van de rekentool van CROW is de veiligheidsklasse op basis van het gehalte aan lood ter plaatse van boring 924 bepaald op veiligheidsklasse rood niet-vluchtig. Deze klasse dient eveneens aangehouden te worden voor de verontreiniging met barium, koper, zink, lood en PAK nabij de boringen 924, 955, 956 en 962. Deze veiligheidsklasse dient voor het gehele gebied nabij de boringen 924, 955, 956 en 962 aangehouden in verband met het heterogeen voorkomen van de verontreinigingen. Tevens is de veiligheidsklasse bepaald voor het overige onderzochte deel van de onderzoekslocatie; voor de overige terreindelen is op basis van de chemische parameters de veiligheidsklasse ”Basishygiene” van toepassing. Een beschrijving van de veiligheidsmaatregelen voor werken in en met verontreinigde grond is opgenomen in bijlage 11.
20 (26)
6
Interpretatie onderzoeksresultaten
6.1 Onderzoeksresultaten In de de subparagrafen 6.1.1, 6.1.2 en 6.1.3 zijn de onderzoeksresultaten per onderzochte sublocatie (kadastraal perceel) beschreven. Het onderzoek naar de PFAS-parameters van de terreindelen van onderhavig onderzoek en tevens de terreindelen van voorgaand uitgevoerd onderzoek is beschreven in subparagraaf 6.1.4. 6.1.1 Perceel K878 (390 m²). In zowel de bovengrond als de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters aangetroffen. De grond voldoet in het kader van Besluit bodemkwaliteit aan de klasse “Altijd Toepasbaar”. Het grondwater is niet onderzocht. 6.1.2 Perceel K1200 (1.240 m²). In zowel de bovengrond als de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters aangetroffen. De grond voldoet in het kader van Besluit bodemkwaliteit aan de klasse “Altijd Toepasbaar”. Het grondwater is niet onderzocht. Bij een medio december 2019 uitgevoerd explosievenonderzoek door firma Van den Herik is schroot in de grond aangetroffen. De omvang van de grond met het aangetroffen schroot heeft naar verwachting een volume van circa 2 m3. Door het plaatsen van de boringen 927, 928 en 929 is geverifieert of hierdoor een bodemverontreiniging is ontstaan. Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat zowel de bovengrond als de ondergrond van deze boringen geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters bevat.
6.1.3 Perceel K1337 (ged, 2.140 m²), K1868 (1.733 m²) en 2258 (ged, 830 m²) Ter plaatse van deze sublocatie is ter plaatse van boring 906 (traject 0,15-0,45 m -mv) een licht verhoogd gehalte aan PCB, PAK en minerale olie aangetroffen. Aangezien bij toetsing aan Besluit bodemkwaliteit bleek dat de grond ”Niet Toepasbaar” is (op basis van het gehalte aan minerale olie) was, is besloten nabij boring 906 een aanvullend onderzoek uit te voeren door het plaatsen van de boringen 924, 925 en 926 om de omvang van de grond met deze klasse vast te stellen. Uit dit onderzoek bleek dat de grond ter plaatse van boring 924 (traject 0,2-0,6 m -mv) een sterk verhoogd gehalte aan zink en lood en een matig verhoogd gehalte aan koper bevat. Ter plaatse van de boringen 925 (traject 0,0-0,25 m -mv) en 926 (traject 0,45-0,65 m -mv) zijn licht verhoogde gehalten aan zink, lood en/of PAK aangetroffen. Het oppervlak van de grond nabij boring 906 die op basis van de toetsing aan Wet bodembescherming licht verhoogde gehalten bevat, maar bij toetsing aan Besluit bodemkwaliteit is getoetst als klasse ”Niet Toepasbaar” (op basis van minerale olie) heeft een ingeschat oppervlak van circa 30 m2; de contour hiervan is weergegeven op bijlage 10.
Vervolgens is een nader onderzoek verricht naar de omvang van de nabij boring 924 (van perceel K1868) aangetroffen sterk verhoogde gehalten aan lood en zink, waarbij de boringen 951 tot en met 965 zijn geplaatst. Hierbij is tevens gebruik gemaakt van XRF-metingen ten behoeve van het verkrijgen van een globaal inzicht in de verontreinigingssituatie met zink, lood en koper en heeft op basis van de XRF-waarden selectie plaatsgevonden van de grondmonsters voor analyse in het laboratorium. Uit het nader onderzoek is gebleken dat ter plaatse van boring 955 (traject 0,0-0,5 m -mv), boring 956 (traject 0,0-0,45 m -mv) en boring 962 (traject 0,0-0,35 m -mv) sterk verhoogde gehalten aan barium, zink, lood, koper en/of PAK aangetroffen. Tevens is ter plaatse van boring 953 (traject 0,0-0,20 m -mv) en boring 956 (traject 0,0-0,45 m -mv) een matig verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen. Door uitvoer van het nader onderzoek heeft (ten zuiden van de verontreinigingen) horizontale inkadering plaatsgevonden tot aan de Oude Tilburgsebaan en heeft ten westen, ten noorden en ten oosten van de verontreinigingen globale horizontale inkadering van de verontreinigingen plaatsgevonden.
21 (26)
De verontreinigingen zijn waarschijnlijk te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen (matig tot sterk puin- en/of baksteenhoudend, resten kolen, zwak slakhoudend en resten plastic). De verontreiniging in de grond betreft een diffuus heterogeen geval van bodemverontreinig met een oppervlak van circa 285 m2. Aangezien momenteel nog geen volledige horizontale inkadering en geen verticale inkadering van de verontreiniging heeft plaatsgevonden, is het momenteel niet mogelijk een definitief volume vast te stellen. Op basis van de aangetroffen bijmengingen in de grond kan echter vooralsnog worden uitgegaan van circa 0,35 à 0,5 meter verontreinigd verticaal traject, waardoor de verontreiniging op basis van de huidige onderzoeksgegevens een volume heeft van (minimaal) circa 150 m3. Hierbij is tevens aangenomen dat in de aanwezige ondergrond zonder bijmengingen geen sterk verhoogde gehalten aan lood en zink aanwezig zijn, aangezien voor deze grond sprake is van zeer lage gemeten XRF-waarden. Voor de verontreiniging is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. De contouren van de verontreinigingssituatie (met weergave van de interventiewaarde) is opgenomen in bijlage 10. De onderzochte bovengrond en ondergrond ter plaatse van de percelen K1337 en K2258 bevat geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters.
Tevens bevat het grondwater (peilbuis 907) geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters. Hierbij wordt echter opgemerkt dat de ligging van deze peilbuis niet nabij de hierboven beschreven verontreiniging met barium, zink, lood, koper en/of PAK is gelegen. Als gevolg van het aantreffen van asbestverdacht materiaal (ter plaatse van asbestgat A01 en A03) en het waarnemen van puin in de grond (ter plaatse van boring 907, traject 0,0-1,4 m -mv) is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Hierbij is een maaiveldinspectie uitgevoerd en zijn de asbestgaten A01 tot en met A06 gegraven. Uit het asbestonderzoek is gebleken dat zowel visueel als analytisch geen asbest is aangetroffen. Bij de uitvoer van de maaiveldinspectie is geen asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen. Aanvullend onderzoek naar asbest nabij de asbestgaten A01 tot en met A06 is niet noodzakelijk. Ter plaatse van boring 905 is gravel aangetroffen op het traject 0,0-0,2 m -mv. Van het gravel is een monster genomen en in het laboratorium onderzocht op de kritische parameters dioxine, hexachloorbenzeen en chloorbestrijdingsmiddelen. De verkregen gehalten zijn (als standaardbodem) indicatief getoetst aan bijlage B behorende bij hoofdstuk 4 van de Regeling bodemkwaliteit (maximale waarden voor grond en baggerspecie).
De gemeten gehalten aan dioxine, hexachloorbenzeen en chloorbestrijdingsmiddelen zijn onder de norm van de Achtergrondwaarde en de maximale waarde Wonen / Industrie aangetroffen. 6.1.4 Onderzoek PFAS-parameters De bovengrond (traject 0,0-0,5 m -mv) en de ondergrond (traject 0,5-1,0 m -mv) van de terreindelen van onderhavig onderzoek en tevens de terreindelen van voorgaand uitgevoerd is onderzocht op PFAS. Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat zowel de bovengrond als de ondergrond van nagenoeg alle onderzochte terreindelen voldoet aan klasse ”Toepassing is mogelijk voor Landbouw/natuur en tevens voor Wonen/Industrie”. De bovengrond ter plaatse van de boringen 922 en PF18 tot en met PF22 voldoet niet aan klasse ”Toepassing is mogelijk voor Landbouw/natuur” en voldoet wel aan klasse ”Toepassing is mogelijk voor Wonen/Industrie”. De grond is over het algemeen niet toepasbaar binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Opgemerkt wordt dat onderhavige onderzoekslocatie is gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 6.2 Noodzaak tot vervolgonderzoek Of vervolgonderzoek nodig is, is afhankelijk van de toetsing van de onderzoekshypothese en de mate van bodemverontreiniging.
Op basis van het uitgevoerde verkennend- en nader bodemonderzoek blijkt dat de aangetroffen sterke verontreiniging in de grond (barium, zink, lood, koper en/of PAK) een heterogene verontreinging is die te relateren is aan de aanwezigheid van bodemvreemde materialen (puin, baksteen, kolen, slakken en plastic) in de grond. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat het perceel (K1868) niet uitgegeven wordt als bouwgrond.
22 (26)
Op basis van de huidige informatie blijft het bosperceel gehandhaafd waardoor er geen directe noodzaak is tot saneren. Dit is mede afhankelijk van het ontstaan van de verontreiniging (voor of na 1987; zorgplicht). Indien toch wordt besloten om de verontreiniging (deels) te saneren dan dient nog beperkt aanvullend onderzoek plaats te vinden, bestaande uit: · Vaststellen kwaliteit ondergrond (analytisch). · Asbestonderzoek i.vm. aanwezigheid puin t.p.v. de boringen 924, 955, 956 waar verontreiniging boven de interventiewaarde aanwezig is. · Onderzoek westelijk deel van perceel K1868. Indien wordt overwogen het perceel aan te kopen is het raadzaam te overwegen om eveneens over te gaan tot saneren van de verontreiniging.
23 (26)
7
Conclusie en advies
7.1 Conclusie In opdracht van Ruimte voor Ruimte CV heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend- en nader bodemonderzoek (deel 2) uitgevoerd ter plaatse van Oude Tilburgsebaan te Dorst. Onderhavige rapportage betreft een aanvulling op het voorgaande bestaande rapport ”Verkennend en nader bodemonderzoek – Oude Tilburgsebaan Dorst, Sweco Nederland B.V., referentienummer SWNL0246234, 05-07-2019”. Bij onderhavig onderzoek zijn als aanvulling op de genoemde rapportage enkele terreindelen aanvullend onderzocht die bij voorgaand bodemonderzoek nog niet waren onderzocht en grenzen aan de terreindelen van voorgaand onderzoek. De terreindelen van onderhavig onderzoek en voorgaand onderzoek zijn beide verricht ten behoeve van de voorgenomen herinrichting van een Ruimte voor Ruimte locatie aan de locatie Oude Tilburgsebaan te Dorst. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie en de eventueel daaruit vrijkomende grond. Op basis van de onderzoeksresultaten moet worden vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygienisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn.
Op basis van het uitgevoerde nader onderzoek is gebleken dat de bovengrond ter plaatse van boring 924, boring 955, boring 956 en boring 962 sterk verhoogde gehalten aan barium, zink, lood, koper en/of PAK zijn aangetroffen. Er heeft een globale horizontale inkadering plaatsgevonden (het westelijk deel van perceel K1868 is niet onderzocht) en er heeft vooralsnog geen verticale analytische inkadering plaatsgevonden. Er kan wel worden aangenomen dat in de aanwezige ondergrond zonder bijmengingen geen sterk verhoogde gehalten aan lood en zink aanwezig zijn, aangezien voor deze grond sprake is van zeer lage gemeten XRF-waarden. De verontreinigingen zijn waarschijnlijk te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen (matig tot sterk puin- en/of baksteenhoudend, resten kolen, zwak slakhoudend en resten plastic) en betreft een diffuus heterogeen geval van bodemverontreinig met een volume van (minimaal) circa 150 m3. Hierdoor is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Ter plaatse van de overige onderzochte deelgebieden zijn geen relevante verontreinigingen aangetroffen. 7.2 Advies Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat het perceel (K1868) niet uitgegeven wordt als bouwgrond. Op basis van de huidige informatie blijft het bosperceel gehandhaafd waardoor er geen directe noodzaak is tot saneren.
Dit is mede afhankelijk van het ontstaan van de verontreiniging (voor of na 1987; zorgplicht). Indien toch wordt besloten om de verontreiniging (deels) te saneren dan dient nog beperkt aanvullend onderzoek plaats te vinden, bestaande uit: · Vaststellen kwaliteit ondergrond (analytisch). · Asbestonderzoek i.vm. aanwezigheid puin t.p.v. de boringen 924, 955, 956 waar verontreiniging boven de interventiewaarde aanwezig is. · Onderzoek westelijk deel van perceel K1868. Indien wordt overwogen het perceel aan te kopen is het raadzaam te overwegen om eveneens over te gaan tot saneren van de verontreiniging. Tevens wordt in relatie tot de herinrichting aanbevolen (ondanks dat er geen sprake is van een verontreiniging) om de volgende werkzaamheden te verrichten: · Het afvoeren van de gravel ter plaatse van boring 905; · Het afvoeren van het schroot ter plaatse van de boringen 927, 928 en 929.
24 (26)
Uit het onderzoek naar PFAS is gebleken dat zowel de bovengrond als de ondergrond van nagenoeg alle onderzochte terreindelen voldoet aan klasse ”Toepassing is mogelijk voor Landbouw/natuur en tevens voor Wonen/Industrie”. De grond van de gehele onderzoekslocatie voldoet aan klasse ”Toepassing is mogelijk voor Wonen/Industrie”. De grond is over het algemeen niet toepasbaar binnen een grondwaterbeschermingsgebied; opgemerkt wordt dat onderhavige onderzoekslocatie is gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Er wordt echter aangenomen dat gebiedseigen grond binnen de grenzen van het plangebied kan worden herschikt. Indien het voornemen bestaat om herschikking binnen het plangebied te doen plaatsvinden, wordt aanbevolen om dit voornemen af te stemmen met het bevoegd gezag.
Bodemonderzoek wordt in beginsel steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks het feit dat Sweco Nederland B.V. bij de uitvoering van deze werkzaamheden aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, maakt het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek het niet mogelijk om garanties af te geven ten aanzien van een eventueel beschreven verontreinigingssituatie. Sweco Nederland B.V. accepteert dan ook geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever of derden naar aanleiding van het door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde bodemonderzoek nemen.
25 (26)
Protocollen en onderzoeksnormen Het veldwerk bij het milieuhygienisch bodemonderzoek (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de naam vermeld is bij de profielen in bijlage 4. Het verrichten van de boringen (in de periode 13-01-2020 tot en met 1103-2020) en de bemonstering van de peilbuizen (op 19-02-2020) heeft plaatsgevonden door Sweco Nederland B.V. door (certificaatnummer VB-082/3). Het inspecteren van het maaiveld en het graven van de zes asbestgaten is verricht door van Geofox-Lexmond B.V. (certificaatnummer VB-064/8) op 19 februari 2020. De gebruikte onderzoeksnormen zijn · NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; · NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; · NEN 5707+C2:2017 nl – Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond.
26 (26)
Bijlage 1
Topografische ligging onderzoekslocatie
Legenda Onderzoekslocatie
Onderhavig bodemonderzoek
Voorgaand bodemonderzoek
Regionale ligging
Oude Tilburgsebaan, Dorst Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte Projectnummer: 371126 Status: Definitief Datum: 07-4-2020 Schaal: 1:20.000 Formaat: A3 Getekend: AvW - Gecontroleerd: ml 0
Esri Nederland, beeldmateriaal.nl; Esri Nederland, Community Map Contributors
200
400
600
800
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
1.000
1.200 meter
´
Q:\K\EIN\BU500\Standaard\Dorst\Bodem VO\Boslaan_Dorst_basis.mxd 24-1-2019 16:01:57
havig Onder onderzoek m e bod
Bijlage 2
Situatie met gaten en boringen
Maatvoering in meters, tenzij anders vermeld Materialen in mm, tenzij anders vermeld Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld 0
5
10
15
DEFINITIEF
20m
Schaal 1:500
VERKLARING
Locatie project:
Kavelgrens
Oude Tilburgsebaan, Dorst Opdrachtgever
Grens onderzoek locatie
Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte C.V.
Grens deellocaties
Onderdeel
Boring tot 1 m - mv
Situering boringen en asbestgaten
Boring tot 2 m -mv
Projectnummer
Tekeningnummer
371126
Veldwerk-L01
Versie
Datum van uitgave
Ontwerpfase
07-04-2020
Bestekontwerp
Contractnummer
Boring tot 1 m - mv t.b.v. PFAS
Blad Asbestgat tot 0,5 m -mv