Bijlage 7 - Proefsleuvenonderzoek archeologie [Zuidwest]
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 5086
Plangebied “DorstOost” te Dorst Gemeente Oosterhout Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek
Colofon Titel: Plangebied “Dorst-Oost” te Dorst, gemeente Oosterhout; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek Versie: 25-05-2021 Auteur: Projectcode: DORST2 Bestandsnaam: RAAPrap_5086_DORST2_20210525 Objectfoto’s: nvt Objecttekeningen: nvt Autorisatie:
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Het bevoegd gezag heeft het rapport goedgekeurd.
Samenvatting Inleiding In opdracht van Ruimte voor Ruimte II heeft RAAP op 29 maart 2021 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project “Dorst-Oost” te Dorst (gemeente Oosterhout). In het plangebied zullen nieuwe woningen gerealiseerd worden. Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze aard en omvang van de vindplaats. In het verlengde daarvan is in kaart gebracht wat de consequenties zijn van de onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het plangebied. Is de archeologische vindplaats behoudenswaardig, en, zo ja, kan deze behouden blijven of dient deze te worden opgegraven?
Resultaten Tijdens het onderzoek zijn verspreid over het plangebied 12 proefsleuven aangelegd met een totaal oppervlak van 1312 m 2 . Dit komt neer op een dekkingsgraad van 5,08 % van het totale plangebied. Tijdens het archeologische proefsleuvenonderzoek wer den in het onderzoeksgebied twee sporen aangetroffen, met name een greppel en een kuil die dateren uit de late nieuwe tijd. Ze kunnen in verband gebracht worden met landinrichting en activiteiten eigen aan het buitengebied rond nederzettingen. Op basis van de waardering van de aangetroffen resten, waarbij is gekeken naar zowel de fysieke als de inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats, wordt geconcludeerd dat het gaat om een nietbehoudenswaardige vindplaats.
Advies Omdat de vindplaats niet-behoudenswaardig is, wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor ontwikkeling. Dit rapport geeft een (selectie)advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Oosterhout, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 6 1.2 Voorgaand onderzoek .......................................................................................................................... 7 1.3 Doelstellingen en onderzoeksvragen ..................................................................................................... 7
2 Methoden ......................................................................................................................................... 9 2.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 9 2.2 Werkputten .......................................................................................................................................... 9 2.3 Documentatie en registratie .................................................................................................................10 2.4 Behandeling van sporen ......................................................................................................................10 2.5 Behandeling van vondsten ...................................................................................................................10 2.6 Behandeling van profielen ...................................................................................................................10 2.7 Bemonstering .....................................................................................................................................10 2.8 Uitwerking ..........................................................................................................................................11 2.9 Afwijking en aanpassing van de
onderzoeksstrategie ............................................................................11
3 Resultaten ...................................................................................................................................... 12 3.1 Landschap en stratigrafie ....................................................................................................................12 3.2 Sporen en structuren ...........................................................................................................................15 3.3 Vondsten ............................................................................................................................................17 3.4 Monsters ............................................................................................................................................17 3.5 Interpretatie van de vindplaats .............................................................................................................17 3.6 Waardestelling ....................................................................................................................................18 3.7 Beantwoording van de onderzoeksvragen ............................................................................................19
4 Conclusie en selectieadvies ............................................................................................................ 21 Literatuur .......................................................................................................................................... 22 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 23
1 Inleiding In opdracht van Ruimte voor Ruimte II heeft RAAP op 29 maart 2021 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project “Dorst-Oost” te Dorst in de gemeente Oosterhout (figuur 1). Dit onderzoek is noodzakelijk in verband met de voorgenomen werkzaamheden die een bedreiging kunnen vormen voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologisch e resten. De aanleiding tot het onderzoek is de geplande ontwikkeling van een nieuw woongebied. In het plangebied zullen nieuwe woningen gerealiseerd worden.
Figuur 1. De ligging van het plangebied (rode lijn). Inzet: ligging in Nederland (zwarte ster).
De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de erfgoedwet. Onderzoeksdocumentatie en vondstmateriaal zullen worden overgedragen aan het depot van de provincie Noord-Brabant. Voorafgaand aan het onderzoek is, conform de KNA een Programma van Eisen (PvE) opgesteld (
2020). Aangezien het PvE initieel is opgesteld voor het direct
ten noorden aangrenzende gebied en niet voor onderhavig plangebied, is er ook een oplegvel opgesteld (
2021). In het oplegvel wordt de werkwijze beschreven voor onderhavig
proefsleuvenonderzoek (puttenplan met fasering), waarbij paragraaf 3.1 een vervanging is van paragraaf 6.1 in het PvE. De overige informatie uit het PvE blijft één o p één van toepassing. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
1.1 Administratieve gegevens Plangebied
Dorst-Oost
Opdrachtgever
Ruimte voor Ruimte II
Contactpersoon opdrachtgever nl Bevoegde overheid
Gemeente Oosterhout E-mail:
Adviseur bevoegde overheid
Regioarcheologen programmabureau RWB
Plaats
Dorst
Gemeente
Oosterhout
Provincie
Noord-Brabant
Coördinaten
118879/400409
Oppervlakte
25828 m²
Toponiem
De Heiningen
Periode veldwerk
29 maart 2021
Projectleider Projectmedewerkers Onderzoeksmeldingsnummer
4987052100
Bewaarplaats documentatie en eventuele vondsten
RAAP Zuid en op termijn ARCHIS, E-Depot en het provinciaal Depot (in geval van vondsten)
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.2 Voorgaand onderzoek Soort onderzoek
Uitvoerder
Uitvoeringsperiode
Bureauonderzoek
Becker & Van de Graaf
2008
inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)
Becker & Van de Graaf
2009
inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)
Antea Group
Maart 2020
proefsleuvenonderzoek
ADC
December 2020
Rapportage 2008 2009 2020 Nog niet beschikbaar
Tabel 2. Overzicht van voorgaande voor het plangebied relevante onderzoeken .
Onderhavig plangebied (en omgeving) was op basis van een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek, uitgevoerd door Becker & Van de Graaf in 2008 -2009, vrijgegeven ( 2008;
2009).
In 2020 heeft in een deel van dit reeds vrijgegeven gebied een booronderzoek plaatsgevonden, uitgevoerd door Antea Group. Hieruit bleek dat in het gebied ten noorden van onderhavig plangebied een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven diende uitgevoerd te worden omdat er nog archeologische resten konden verwacht worden (
2020). Bij dit proefsleuvenonderzoek,
uitgevoerd in 2020 door het ADC, bleek dat de bodemopbouw nog relatief intact was en een gelijkaardige bodemopbouw werd ook voor onderhavig plangebied verwacht. Op basis van het proefsleuvenonderzoek werd door de bevoegde overheid dan ook besloten dat ter plaatse van onderhavig plangebied nog een proefsleuvenonderzoek diende uitgevoerd te worden ( 2020). Op basis van het voorgaande onderzoek is duidelijk geworden da t ter plaatse van het plangebied nog archeologische resten verwacht kunnen worden. Een daadwerkelijke vindplaats is echter nog niet aangetoond.
1.3 Doelstellingen en onderzoeksvragen Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich binnen de begrenzing van het plangebied behoudenswaardige archeologische resten bevinden. Het doel is inzicht te verkrijgen in de precieze aard, omvang, diepteligging en datering van de archeologische resten, en te bepalen of het gaat om een behoudenswaardige vindplaats. In het Programma van Eisen (PvE,
2020
& 2021) zijn hiervoor onderzoeksvragen geformuleerd (zie § 3.7). Bovendien dient duidelijk gemaakt te worden wat de consequenties zijn van de onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het plangebied.
Figuur 2. Overzicht eerder uitgevoerd onderzoek ( direct ten zuiden van het blauwe gebied.
2021: afbeelding 1). Onderhavig plangebied ligt
2 Methoden 2.1 Algemeen Het uit te voeren proefsleuvenonderzoek diende gefaseerd uitgevoerd te worden. Fase 1: 12 proefsleuven van 25 x 4m (circa 5 % dekking; figuur 3: groene sleuven); Fase 2: Indien behoudenswaardige resten zouden aangetroffen worden tijdens fase 1, dan diende na overleg met het bevoegd gezag – nog 15 proefsleuven van 25 x 4m te worden aangelegd (in totaal circa 10 % dekking; figuur 3: rode sleuven). Omdat bij fase 1 geen behoudenswaardige vindplaatsen zijn aangetroffen (zie verder), werden de proefsleuven van fase 2 – na instemming van RWB en de gemeente Oosterhout – niet aangelegd. Alleen de groene sleuven op figuur 3 zijn aangelegd.
Figuur 3. Puttenplan PvE (naar
2021).
2.2 Werkputten Een overzicht van de ligging van de werkputten is afgebeeld op figuur 4.
Er werden, conform PvE, 12 werkputten aangelegd van 25 bij 4 m. De werkputten zijn volgens een doorlopende reeks genummerd en worden aangeduid met de afkorting WP (bijv. WP 3). Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd 1312 m² aangelegd, dit is 5,08 % van het plangebied (25828 m²).
2.3 Documentatie en registratie In alle werkputten is één vlak aangelegd. Het vlak is aangelegd in de top van het dekzand (BC - of Chorizont), onder de moderne bouwvoor en een menglaag (gebroken podzol), op een diepte tussen 0,4 en 0,7 m -Mv. De sporen zijn digitaal ingemeten met een RTK-GPS met een conform KNA-eis OS02 maximale afwijking van 3 cm in zowel het horizontale als verticale vlak. Ook de hoogte van de aangelegde vlakken ten opzichte van NAP is bepaald met een GPS. De ruwe GPS -bestanden zijn uitgelezen, gecontroleerd en gecorrigeerd. Spoorgegevens zijn in het veld ingevoerd in de Odile database. In het algemeen geldt dat sporen en vondsten zijn gedocumenteerd conform specificaties OS04 en OS05 van de BRL4000.
2.4 Behandeling van sporen Om sporen te traceren en sporenclusters zo goed mogelijk te kunnen begrenzen, is het vlak waar nodig tijdens de aanleg handmatig opgeschaafd. Ten aanzien van de waardering van de sporen, werden alle sporen gecoupeerd en ook afgewerkt. Naast sporen S1 en S2 (zie verder), werden ook regelmatig twijfelachtige sporen gecoupeerd ter controle. Na couperen konden deze sporen teruggebracht worden tot bioturbatie/natuurlijke sporen (S7777), of onderkantjes van de menglaag /gebroken podzol (S8000). Van de archeologische/antropogene sporen is een coupetekening (schaal 1:20) en een foto gemaakt. De sporen zijn in een doorlopende reeks genummerd en worden aangeduid met de afkorting S (bijv. S2).
2.5 Behandeling van vondsten Er zijn tijdens onderhavig onderzoek geen vondsten aangetroffen.
2.6 Behandeling van profielen In elke proefsleuf werden twee profielkolommen gedocumenteerd, van elk circa 1 m breed ( figuur 4). Ter plaatse van de profielkolommen werd met de kraan nog circa 30 cm lager dan het aangelegde vlak verdiept. De profielkolommen zijn gefotografeerd en beschreven vanaf het maaiveld. De locatie ervan is ingemeten met de RTK-GPS (met X-, Y- en Z-coördinaten). Het eerste nummer hiervan verwijst naar de werkput, het tweede naar de zijde (1 = N, 2 = O, 3= Z, 4 = W; alle profielen werden aan de noordzijde gedocumenteerd), en het derde nummer naar de volgorde. De beschrijvingen zijn ingevoerd in het beschrijvingssysteem deborah 3 (appendix 1).
2.7 Bemonstering Tijdens het onderzoek zijn geen sporen aangetroffen die zich leenden voor monstername.
2.8 Uitwerking De documentatie van het onderzoek is na afloop van het veldwerk gecontroleerd. De analoge coupetekeningen zijn gedigitaliseerd. Aangezien de onderzoeksresultaten vrij beperkt waren, werd geen evaluatierapport opgesteld. Er is aansluitend op het veldwerk gestart met het opstellen van de rapportage. Gedetailleerde spoorinformatie is te raadplegen in het e -depot.
2.9 Afwijking en aanpassing van de onderzoeksstrategie Niet van toepassing.
Figuur 4. Overzicht van de proefsleuven en de locatie van de gedocumenteerde profielen .
3 Resultaten 3.1 Landschap en stratigrafie De bodem is in het plangebied onderzocht door middel van 24 kolomprofielen (2 per werkput, figuur 4). Voor de beschrijving hiervan wordt verwezen naar appendix 1. De bodemopbouw is relatief uniform te noemen in het plangebied (figuur 5): De top bestaat uit een donkerbruingrijze humeuze bouwvoor (S9000, Ap -horizont), die ca. 40 cm dik is. Hierin werd geregeld plastic in waargenomen, en soms ook puinfragmentjes (zoals rode baksteen en houtskoolspikkel); Onder de recente bouwvoor bevindt zich een verploegde menglaag (S8000), die gemiddeld ca. 20 cm dik is. Deze is erg gevlekt; de donkergrijze (Ab-horizont), lichtgrijze (E-horizont), donkerbruine tot zwartbruine (B-horizont) en geelbruine (BC-horizont) podzolkleuren zijn hierin nog goed herkenbaar. Deze ‘gebroken podzol’ is tot stand gekomen na ploegen van het gebied. Vermoedelijk is deze laag ontstaan bij het omzetten van de woeste grond (waarschijnlijk heide) naar cultuurgrond (waarschijnlijk bouwland). Doordat de typische kleuren en ‘brokken’ van de podzol nog zo herkenbaar zijn waren de ploegwerkzaamheden niet langdurig en mogelijk relatief laat in de nieuwe tijd.
Op het kadastrale minuutplan (figuur 9) is het plangebied al ontgonnen, dus heeft de ontginning in elk geval voor het begin van de 19 e eeuw plaats gevonden; Onder de verploegde menglaag bevindt zich het restant van de oorspronkelijke humuspodzol. gevormd in matig fijn, zwak siltig, goed gesorteerd pleistoceen dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De podzol is doorgaans nog intact vanaf de BC- (S6500) of de C-horizont (S6000). Dit betreft het archeologische vlak, aangelegd op 40 à 70 cm –Mv. Dit vlak bevindt zich over het algemeen tussen 7,30 tot 7,70 m +NAP en is (licht) glooiend. Binnen het plangebied zijn geen uitgesproken hoogteverschillen aanwezig. Ter plaatse van het vlak werden geregeld nog restanten van de B-horizont opgemerkt (S7000). Alleen bij profielen 512 en 612 (figuur 6), in het westen van het plangebied is nog een relatief intacte podzolbodem waargenomen. Ter plaatse van profiel 512 is de podzolbodem volledig intact (met een begraven A-horizont, E- en B-horizont), ter plaatse van profiel 612 is de podzol nog intact vanaf de B-horizont. Hier is waarschijnlijk een plaatselijke depressie aanwezig. Dit kan afgeleid worden aan de NAP-hoogtes: terwijl in put 4 (profiel 412) de BC-horizont zich bevindt op 7,71 m +NAP, bevindt deze zich ter plaatse van profielen 512 en 612 respectievelijk op 7,34 en 7,62 m +NAP.
Waarschijnlijk gaat het om een plaatselijk fenomeen, eigen aan het glooiende karakter van het dekzand, dat afgezet is op oudere terrasafzettingen (cf geomorfologische kaart: terrasafzettingswelvingen). Grindige terrasafzettingen werden tijdens het proefsleuvenonderzoek niet aangetroffen. Er werden nagenoeg geen recente verstoringen waargenomen. De top van het dekzand (archeologisch vlak) is doorgaans wel gebioturbeerd (mollengangen en wat grotere diergangen zoals te zien op figuur 7). Door de dikte van de bouwvoor én de verploegde menglaag samen (ca. 40 tot 70 cm), met daaronder nog een restant van een humuspodzol, moet het bovenste deel van de bodem opgebracht zijn. Volgens de bodemkaart zouden in het plangebied enkeerdgronden aanwezig zijn. Afhankelijk of de dikte van het
humeuze pakket gaat het om laarpodzolen (humeuze dek is minder dan 50 cm) of een enkeerdgrond (humeuze dek is meer dan 50 cm).
Figuur 5. Representatief profiel (profiel 1212) met een bouwvoor, menglaag/gebroken podzol, BC-horizont en Chorizont.
Figuur 6. Profiel 512, met onder een opgebracht pakket een intacte podzol.
3.2 Sporen en structuren
Inleiding Tijdens het onderzoek zijn ter plaatse van het aangelegde vlak twee archeologische grondsporen gedocumenteerd (S1 en S2, zie verder). Voor het vlak zijn ook spoornu mmers S6000 (C-horizont) en S6500 (BC-horizont) gebruikt. Ter plaatse van het vlak waren geregeld nog restanten van de B-horizont (S7000) of soms nog onderkantjes van de menglaag/gebroken podzol aanwezig (S8000). Natuurlijke en dierlijke verstoringen werden onder S7777 gedocument eerd, en recente verstoringen onder S9999. Voor een overzicht van alle uitgedeelde spoornummers, met beschrijvingen, zie appendix 2.
Greppel/sloot S1 en kuil S2 (WP4) In WP4 werd een N-Z georiënteerde greppel aangetroffen (kaartbijlage 1, figuren 7 en 8). Deze heeft twee vullingen: de centrale vulling (vulling 0) is donkergrijsbruin en erg donkergrijs en lichtgeel gevlekt. De bodem (vulling 1) is minder gevlekt en erg humeus. Dit spoor is komvormig in coup e en is nog 56 cm diep bewaard. De greppel doorsnijdt een kuil (S2). Deze kuil heeft een gelijkaardige donkergrijsbruine gevlekte vulling als S1. De kuil is komvormig in coupe en is nog 26 cm diep bewaard. De greppel is pas te zien op historisch kaartmateriaal uit 1937 (figuur 10). Op basis van de gelijkaardige gevlekte vulling wordt verwacht dat deze min of meer gelijktijdig zijn.
Figuur 7. Greppel S1 (links) en kuil S2 (rechts) ter plaatse van het vlak (WP4). Ook duidelijk waarneembaar zijn de grillige diergangen ter plaatse van het vlak. Foto genomen vanuit het noorden.
Figuur 8. Coupe kuil S2 (links) en greppel S2 (rechts). Linksonder (onder S2) is een restant van een diergang (S7777) te zien. Foto genomen vanuit het zuiden.
Figuur 9. Uitsnede van het kadastrale minuutplan Noord-Brabant, gemeente Oosterhout, sectie K, blad 01 uit 1811 1832 (bron: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/). Het nummer verwijst naar de werkputten.
Figuur 10. Uitsnede topografische kaart uit 1937 (bron: www.topotijdreis.nl). Het nummer verwijst naar de werkputten. Ter plaatse van WP 4 is te zien dat greppel S1 overeenkomt met een in 1937 bestaande greppel (perceelsgrens).
3.3 Vondsten Het archeologisch onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd.
3.4 Monsters Tijdens het archeologisch onderzoek zijn geen monsters genomen.
3.5 Interpretatie van de vindplaats In het plangebied zijn een greppel en een kuil aangetroffen. De greppel is pas te zien op historisch kaartmateriaal uit 1937. De kuil wordt doorsneden door de greppel en is daardoor ouder, al kan op basis van de gelijkaardige gevlekte vulling toch geconcludeerd worden dat deze ook uit de late nieuwe tijd dateert. Deze sporen houden verband met landinrichting en activiteiten die zich in het buitengebied rondom nederzettingen hebben afgespeeld. Op basis van de vooropgestelde archeologische verwachting was
er een brede archeologische verwachting voor archeologische (nederzettings)resten vanaf het paleolithicum tot en met de late middeleeuwen/(vroege) nieuwe tijd (Colijn & Sophie, 2020 & 2021). Nederzettingssporen werden echter niet aangetroffen.
3.6 Waardestelling 3.6.1
Algemene waarderingssystematiek
Voor de waardering is de KNA-systematiek ‘Waarderen van vindplaatsen’ gevolgd (KNA versie 4.1, specificatie VS06; www.sikb.nl). Daarbij worden numerieke waarden toegekend aan de verschillende waarderingsaspecten. Afhankelijk van de score is een vindplaats wel of niet behoudenswaardig ( tabel 3). De vindplaatsen worden eerst op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Ze worden op basis van hun fysieke kwaliteit als behoudenswaardig (opgraven of beschermen) aangemerkt indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (5 of 6 punten) scoren. Bij een middelmatige tot lage score (4 punten of minder) wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of het terrein toch behoudenswaardig is. Indien te verwachten is dat op een van de inhoudelijke criteria ‘hoog’ wordt gescoord, wordt de vindplaats in principe ook behoudenswaardig geacht. Dit ‘vangnet’ heeft tot doel er voor te zorgen dat terreinen die van beperkte fysieke kwaliteit zijn, maar desondanks inhoudelijk van groot belang, buiten de beoordeling vallen. Vindplaatsen die op grond van hun fysieke kwaliteit als in principe behoudenswaardig zijn aangemerkt, worden eveneens gewaardeerd op hun inhoudelijke kwaliteit. Een afweging vindt plaats op de eerste drie inhoudelijke kwalit eitscriteria: zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde.
Belevingswaarde (schoonheid en herinneringswaarde) is slechts van belang voor zichtbare archeologische monumenten en is derhalve voor onderhavig onderzoek niet relevant. Bij een bovengemiddelde score van 7 punten of meer voor de eerste drie criteria, wordt de vindplaats als behoudenswaardig aangemerkt.
3.6.2
Waardering S1 en S2
De fysieke kwaliteit bestaat uit de deelaspecten gaafheid en conservering. De gaafheid en conservering van de sporen is gemiddeld. Het anorganische vondstmateriaal is goed geconserveerd, indien aanwezig. Het organische vondstmateriaal is onder de grondwatertafel goed geconserveerd, indien aanwezig. Gezien de relatief jonge datering van de sporen (late nieuwe tijd) kan organisch vondstmateriaal ook boven de grondwatertafel matig tot relatief goed geconserveerd zijn. De inhoudelijke kwaliteit bestaat uit de deelaspecten zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. De aangetroffen greppel en kuil zijn niet zeldzaam. De inform atiewaarde van de vindplaats is afhankelijk van de stand van kennis over vergelijkbare vindplaatsen in dezelfde regio. Deze wordt dus bepaald door de bijdrage die een eventuele opgraving van de vindplaats kan leveren aan de vermeerdering van onze kennis over het verleden. De informatiewaarde wordt als laag bestempeld. De gecoupeerde greppel en kuil zal representatief zijn voor vergelijkbare sporen, eventueel nog aanwezig in het plangebied. Een verder onderzoek zal dus geen extra informatie opleveren. De ensemble- of contextwaarde wordt bepaald door de archeologische of landschappelijke context van de nabije omgeving. Deze waarde wordt als laag ingeschat. Op basis van de totaalscore in tabel 3 is er geen sprake van een behoudenswaardige vindplaats.
waarde
criteria
scores hoog
beleving
fysieke kwaliteit
inhoudelijke kwaliteit
midden
schoonheid
wordt niet gescoord
herinneringswaarde
wordt niet gescoord
gaafheid
2
conservering
2
laag
zeldzaamheid
1
informatiewaarde
1
ensemblewaarde representativiteit
2 n.v.t.
Tabel 3. Scoretabel waardestelling van de vindplaats (tabel 5 uit de KNA).
3.7 Beantwoording van de onderzoeksvragen Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het PvE als volgt beantwoord worden: 1.
Wat is de aard (complextype), omvang en fysieke kwaliteit van de aangetroffen vindplaats(en)?
Enige antropogene/archeologische sporen die werden aangetroffen betreffen een greppel en een kuil uit de late nieuwe tijd (WP4). Deze sporen houden verband met landinrichting en activiteiten die zich in het buitengebied rondom nederzettingen hebben afgespeeld. De gaafheid en conservering van de sporen (fysieke kwaliteit) is gemiddeld. De greppel is nog tot 56 cm, en de kuil nog tot 26 cm beneden het aangelegde vlak bewaard. 2.
Uit welke archeologische periode(n) dateert/dateren de vindplaats(en)? Kan er een fasering binnen de perioden worden aangebracht en, zo ja, welke?
De greppel is pas te zien op historisch kaartmateriaal uit 1937. De kuil wordt doorsneden door de greppel en is daardoor ouder, al kan op basis van de gelijkaardige gevlekte vulling toch geconcludeerd worden dat deze ook uit de late nieuwe tijd dateert. 3.
Wat is de bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied? Zijn er aanw ijzingen voor bodemverstoringen?
De bodemopbouw bestaat doorgaans uit een opgebrachte A-horizont, een menglaag waarin de kleuren van de oorspronkelijke podzol nog in herkenbaar zijn (gebroken podzol), en verv olgens de BC- of de Chorizont van een humuspodzol die het voor archeologie relevante vlak vormen (op 40 à 70 cm –Mv). Plaatselijk zijn ter plaatse van het vlak nog restanten van de B-horizont aanwezig. De oorspronkelijke podzol is gevormd in dekzand (Formatie Boxtel, laagpakket van Wierden). De top van de oorspronkelijke podzol is verstoord als gevolg van het omzetten van het woeste land (waarschijnlijk heide) naar cultuurland (waarschijnlijk bouwland). Hierbij is een menglaag ontstaan (gebroken podzol). Daarna is de bodem opgebracht (bemesting). Verder zijn er geen aanwijzingen voor (systematische) bodemverstoringen. Indien archeologische nederzettingsresten van landbouwers in het plangebied aanwezig zouden zijn, dan zouden deze nog grotendeels intact zijn. Alleen ondiepe archeologische sporen zijn niet meer intact zijn.
4.
Zijn er tijdens het onderzoek archeologische vondsten aangetroffen? Zo ja, wat is de datering van de archeologische vondsten en tot welke materiaalcategorieën en/of vondsttypen behoren zij?
Er werden tijdens het onderzoek geen archeologische vondsten aangetroffen. 5.
Wat is de conserveringstoestand van de verschillende aangetroffen materiaalcategorieën, inclusief eventueel aanwezig archeobotanisch en -zoölogisch materiaal?
Aangezien er geen archeologische vondsten zijn aangetroffen, is de ze vraag niet meer van toepassing. 6.
Kunnen de aangetroffen sporen worden toegeschreven aan structuren? En zo ja, wat voor structuren en wat is de datering van deze structuren?
De aangetroffen sporen kunnen niet worden toegeschreven aan structuren. 7.
Hoe verhouden de aangetroffen archeologische resten zich tot de resultaten uit het vooronderzoek? Zijn de onderzoeksresultaten in lijn met de verwachting, of wijken deze hiervan af?
Op basis van de vooropgestelde brede archeologische verwachting konden (nederzettings)resten verwacht worden vanaf het paleolithicum tot en met de late middeleeuwen/(vroege) nieuwe tijd . Nederzettingssporen werden niet aangetroffen. 8.
Bij aantreffen van één of meer vindplaatsen: wat is de waardestelling middels de KNA waarderingscriteria en zijn de vindplaatsen behoudenswaardig?
De aangetroffen greppel en kuil uit de late nieuwe tijd zijn niet behoudenswaardig (zie tabel 3). 9.
Indien het onderzoek geen of beperkte archeologische fenomenen oplevert, bijvoorbeeld alleen losse vondsten, welke verklaring is hiervoor dan te geven? Is er bijvoorbeeld sprake van: - aantoonbare afwezigheid van bewoning en/of actief landgebruik; - verstoring van recente antropogene aard; - beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden door bodemprocessen; - beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden door werk - of weersomstandigheden?
De enige reden waarom er zo weinig archeologische resten (sporen en vondsten) aanwezig zijn, is dat er geen bewoning is geweest of weinig activiteiten hebben plaats gevonden. De archeologische waarnemingsmogelijkheden waren optimaal (droog weer, goed leesbaar vlak). De bodemopbouw wijst op relatief droge bodems in het plangebied die in principe geschikt zijn voor bewoning. De bodem is ook niet zodanig verstoord dat eventueel aanwezige archeologische resten verstoord zijn. Het is derhalve een gebied waar geen archeologische resten aanwezig zijn.
4 Conclusie en selectieadvies Tijdens het archeologische proefsleuvenonderzoek wer den in het onderzoeksgebied twee sporen aangetroffen, met name een greppel en een kuil die dateren uit de late nieuwe tijd. Ze kunnen in verband gebracht worden met landinrichting en activiteiten eigen aan het buitengebied rond nederzettingen. Op basis van de waardestelling zijn deze sporen niet -behoudenswaardig. Het advies luidt dan ook om het plangebied vrij te geven voor ontwikkeling.
Literatuur 2009. Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase .. Oude Tilburgsebaan, Dorst. Gemeente Oosterhout, B&G rapport 803, Becker & Van de Graaf bv, Noordwijk. 2020. Programma van Eisen. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven. Dorst-Oost te Dorst, gemeente Oosterhout. PvE 455905, Antea Group, Oosterhout. 2021. Oplegveld bij Programma van Eisen. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven. Dorst-Oost te Dorst, gemeente Oosterhout. PvE 455905, Antea Group, Oosterhout. 2008. Archeologisch bureauonderzoek Oude Tilburgsebaan, Dorst. Gemeente Oosterhout, Becker & Van de Graaf bv, Noordwijk. 2020. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (verkennende fase). Plangebied Dorst-Oost te Dorst, gemeente Oosterhout.
Digitale Bronnen: Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN): https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS): https://zoeken.cultureelerfgoed.nl Historische kaarten: www.topotijdreis.nl Kadastrale Minuutplan: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/
Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. De ligging van het plangebied (rode lijn). Inzet: ligging in Nederland (zwarte ster).
5
Figuur 2. Overzicht eerder uitgevoerd onderzoek (Colij n & Sophie, 2021: afbeelding 1). Onderhavig plangebied ligt direct ten zuiden van het blauwe gebied.
8
Figuur 3. Puttenplan PvE (naar Colijn & Sophie, 2021).
9
Figuur 4. Overzicht van de proefsleuven en de locatie van de gedocumenteerde profielen.
11
Figuur 5. Representatief profiel (profiel 1212) met een bouwvoor, menglaag/gebroken podzol, BC horizont en C-horizont. Figuur 6. Profiel 512, met onder een opgebracht pakket een intacte podzol.
13 14
Figuur 7. Greppel S1 (links) en kuil S2 (rechts) ter plaatse van het vlak (WP4). Ook duidelijk waarneembaar zijn de grillige diergangen ter plaatse van het vlak. F oto genomen vanuit het noorden.
15
Figuur 8. Coupe kuil S2 (links) en greppel S2 (rechts). Linksonder (onder S2) is een restant van een diergang (S7777) te zien. Foto genomen vanuit het zuiden.
16
Figuur 9. Uitsnede van het kadastrale minuutplan Noord-Brabant, gemeente Oosterhout, sectie K, blad 01 uit 1811-1832 (bron: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/). Het nummer verwijst naar de werkputten.
16
Figuur 10. Uitsnede topografische kaart uit 1937 (bron: www.topotijdreis.nl). Het nummer verwijst naar de werkputten. Ter plaatse van WP 4 is te zien dat greppel S1 overeenkomt met een in 1937 bestaande greppel (perceelsgrens).
17
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
6
Tabel 2. Overzicht van voorgaande voor het plangebied relevante onderzoeken.
7
Tabel 3. Scoretabel waardestelling van de vindplaats (tabel 5 u it de KNA).
19
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal
Kaartbijlagen: Kaartbijlage 1: Allesporenkaart
Appendices: Appendix 1. Kolomprofielen Appendix 2. Sporenlijst
Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945 C
Nieuwe tijd
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B Laat A D: Ottoonse tijd
Vroeg
Middeleeuwen
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd
A: Volksverhuizingstijd Laat
Romeinse tijd
Midden
Vroeg Laat
IJzertijd
Midden
Vroeg Laat
Bronstijd
Midden
Prehistorie
Vroeg Laat
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Mesolithicum (M idden Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Jong B Jong A Midden
Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
- 1250 - 1050 - 900 - 725
- 525 - 450
- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000
- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700
- 12.500 - 16.000
- 35.000 - 250.000
Kaartbijlage 1: Allesporenkaart
118750
118775
118800
118825
118850
118875
118900
118925
118950
118975
119000
400525
400525
Plangebied “Dorst-Oost” te Dorst Gemeente Oosterhout Allesporenkaart RAAP-rapport 5086, kaartbijlage 1, schaal 1:400 legenda interpretatie
overig
kuil
kolomprofiel
greppel/sloot
coupelijn
BC-horizont
spoornummer
B-horizont
profielnummer
C-horizont
vlakhoogte
menglaag/gebroken podzol
maaiveldhoogte
natuurlijke/dierlijke verstoring
gebouw
recente verstoring
grens plangebied
400500
400500
400475
400475
400450
400450
400425
400425
400400
400400
400375
400375
ML/Dorst2_ML.qgz/19042021
400350
400350
118750
118775
118800
118825
118850
118875
118900
118925
118950
118975
119000
Appendix 1. Kolomprofielen
Kolomprofiel: DORST2_111 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 111, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 80 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118956.603, Y-coördinaat in meters: 400443.49, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 7.359, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 7.36 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment 40 / 6.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: geelbruin, donkerbruin en lichtgrijs gevlekt (gebroken podzol) 55 / 6.81 Laag algemeen:
Bovengrens laag in cm: 55, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde kolomprofiel 80 / 6.56
Kolomprofiel: DORST2_112 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 112, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 80 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118932.692, Y-coördinaat in meters: 400443.489, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.099, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.10 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment 40 / 7.70 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: geelbruin, donkerbruin en lichtgrijs gevlekt (gebroken podzol) 50 / 7.60 Laag algemeen:
Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: lichtgrijs gevlekt Einde kolomprofiel 80 / 7.30
bron: Dorst2.geojson - 16-04-2021 09:40:32
Kolomprofiel: DORST2_211 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 211, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 75 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118916.494, Y-coördinaat in meters: 400443.159, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.168, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.17 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: plastic 35 / 7.82 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: geelbruin, donkerbruin en lichtgrijs gevlekt
(gebroken podzol) 55 / 7.62 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Ondergrens laag in cm: 75, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: lichtgrijs gevlekt Einde kolomprofiel 75 / 7.42
Kolomprofiel: DORST2_212 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 212, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 85 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118893.094, Y-coördinaat in meters: 400443.248, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.114, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment 35 / 7.76 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: geelbruin, donkerbruin en lichtgrijs gevlekt (gebroken podzol) 55 / 7.56 Laag algemeen:
Bovengrens laag in cm: 55, Ondergrens laag in cm: 85, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde kolomprofiel 85 / 7.26
bron: Dorst2.geojson - 16-04-2021 09:40:32
Kolomprofiel: DORST2_311 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 311, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 90 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118877.251, Y-coördinaat in meters: 400442.802, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.094, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment 40 / 7.69 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: geelbruin, donkerbruin en lichtgrijs gevlekt (gebroken podzol) 60 / 7.49 Laag algemeen:
Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 70 / 7.39 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde kolomprofiel 90 / 7.19
bron: Dorst2.geojson - 16-04-2021 09:40:32
Kolomprofiel: DORST2_312 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 312, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 115 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118853.044, Y-coördinaat in meters: 400442.87, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.124, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.12 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment 35 / 7.77 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 75, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: geelbruin, donkerbruin en lichtgrijs gevlekt (gebroken podzol) 75 / 7.37 Laag algemeen:
Bovengrens laag in cm: 75, Ondergrens laag in cm: 85, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 85 / 7.27 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Ondergrens laag in cm: 115, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde kolomprofiel 115 / 6.97
bron: Dorst2.geojson - 16-04-2021 09:40:32
Kolomprofiel: DORST2_411 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 411, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 90 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118837.703, Y-coördinaat in meters: 400442.978, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.083, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.08 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment 35 / 7.73 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: geelbruin, donkerbruin en lichtgrijs gevlekt (gebroken podzol) 70 / 7.38 Laag algemeen:
Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: droger (minder roestig) Einde kolomprofiel 90 / 7.18
bron: Dorst2.geojson - 16-04-2021 09:40:32
Kolomprofiel: DORST2_412 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 412, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 125 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118815.281, Y-coördinaat in meters: 400442.736, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.11, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment, Puin onbepaald: enkel fragment 40 / 7.71 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 55 / 7.56 Laag algemeen:
Bovengrens laag in cm: 55, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: lichtgrijs gevlekt Einde kolomprofiel 125 / 6.86
bron: Dorst2.geojson - 16-04-2021 09:40:32
Kolomprofiel: DORST2_511 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 511, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 60 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118797.512, Y-coördinaat in meters: 400441.991, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.044, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.04 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: plastic 30 / 7.74 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde kolomprofiel 60 / 7.44
Kolomprofiel: DORST2_512 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 512, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 105 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118774.03, Y-coördinaat in meters: 400442.205, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.106, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment 35 / 7.76 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: geelbruin, donkerbruin en lichtgrijs gevlekt (gebroken podzol) 50 / 7.61 Laag
algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs-zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont Laag opmerking: Opmerking: restant 55 / 7.56 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: E-horizont 60 / 7.51 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: B-horizont met ingespoelde humus 70 / 7.41 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 77, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: rood-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: B-horizont met ingespoelde ijzer/aluminium (humuspodzolen), Ijzer/mangaan: veel
Fe-vlekken 77 / 7.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 77, Ondergrens laag in cm: 85, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen2: humuslagen-enkele-dun, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 85 / 7.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Ondergrens laag in cm: 105, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde kolomprofiel 105 / 7.06
bron: Dorst2.geojson - 16-04-2021 09:40:32
Kolomprofiel: DORST2_611 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 611, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 60 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118796.942, Y-coördinaat in meters: 400481.864, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 7.825, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 7.83 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: plastic 30 / 7.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: geelbruin, donkerbruin en lichtgrijs gevlekt
(gebroken podzol) 40 / 7.42 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde kolomprofiel 60 / 7.23
Kolomprofiel: DORST2_612 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 612, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 80 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118773.536, Y-coördinaat in meters: 400481.983, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.067, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.07 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment 35 / 7.72 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 45, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: B-horizont 45 / 7.62 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 45,
Ondergrens laag in cm: 52, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont Laag opmerking: Opmerking: moderachtig 52 / 7.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 52, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde kolomprofiel 80 / 7.27
bron: Dorst2.geojson - 16-04-2021 09:40:32
Kolomprofiel: DORST2_711 Kop algemeen: Projectcode: DORST2, Boornummer: 711, Beschrijver(s): ER, Datum: 29-03-2021, Doel boring: archeologie - waardering, Einddiepte boring in cm: 80 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 118814.054, Y-coördinaat in meters: 400402.736, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.26, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Brabant, Gemeente: Oosterhout, Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 8.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Houtskool: enkel fragment, Puin onbepaald: enkel fragment 50 / 7.76 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 65, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: geelbruin, donkerbruin en lichtgrijs gevlekt