CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Reactie schoolbesturen Verordening incl bijlagen

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 1014373 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 20232.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp: Datum: Van: Aan:

Reacties Schoolbesturen op concept Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs 2023, inclusief bijlagen. 13 april 2023 Opgave Onderwijs / Team Vastgoed Schoolbesturen, College van B&W en gemeenteraad Oosterhout

Verordening Algemeen In de voorliggende verordening wordt verwezen naar artikelen in de WVO die niet meer actueel zijn, in verband met de nieuwe wet uit 2020. Aanpassingen zijn doorgevoerd op basis van de Transponeringstabellen WVO 2020 (28 april 2022) te raadplegen via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/04/28/transponeringstabellenwvo-2020 Indexering Bijlage drie indexering, waarom hier BDB en ook niet de HEVO-norm aanhouden? Als de bouw pas 2 of 3 jaar later aanvangt kan er een behoorlijk verschil ontstaan en is de HEVO norm het meest realistisch. In het IHP is afgesproken om de BDB index te hanteren. Dit staat opgenomen in punt 6 van de bouwsteen Regie en Beleid. Hoofdstuk 1 art. 4: graag toevoegen: jaarlijkse indexering conform IHP naar het dan geldende prijspeil (prijspeil einde werk oplevering gebouw) De wijze van indexering is beschreven in Deel A Indexering van bijlage IV – Normbedragen voor vergoedingen en indexeringen en toegelicht in Bijlage IV – Normbedragen voor vergoeding en indexering. In de nieuwe verordening zijn alle normbedragen geïndexeerd met 16,6 % (+ 0,2 %). Deze indexering komt redelijk goed overeen met indexering van de oude normbedragen tot het BDB-indexcijfer voor augustus 2022.

Maar omdat dit de verordening voor 2023 wordt, betekent dit in ieder geval een “gat” met het prijsniveau voor bouwkosten van nu, januari 2023 en die liggen inmiddels beduidend hoger. Dit kan opgelost worden door vermelding van het prijspeil [augustus 2022] voor de gehele tekst van de Verordening. In artikel 35 van de verordening wordt gesproken over indexatie. De verordening wordt niet jaarlijks opnieuw vastgesteld, waardoor geen prijspeil is opgenomen. Daarnaast is op pagina 33 bij voetnoot 2 opgenomen dat de normbedragen van 2023 zijn opgenomen. Er worden normbedragen 2023 genoemd, waarom, we gaan toch uit van de HEVO-norm, deze bedragen zijn voor 2023 aanzienlijk hoger? Volgens bijlage IV, Deel A – Indexering wordt nieuwbouw, renovatie en uitbreiding welke niet in het IHP zijn opgenomen anders geïndexeerd dan indien het wel in het IHP staat. De logica hiervan ontgaat ons, deze kosten stijgen toch net zo hard. Voor projecten in het IHP wordt inderdaad uitgegaan van de HEVO kostencalculator. Echter kan het ook zien dat er aanvragen voor voorzieningen komen die niet in het IHP zijn

opgenomen. Dit kan bijvoorbeeld de eerste inrichting zijn. De vergoeding wordt dan niet bepaald volgens de kostencalculator van HEVO maar d.m.v. de normbedragen. Dit ligt in lijn met de afspraak in het IHP, zoals opgenomen in punt 9 van de Bouwsteen Regie en Beleid. Zie hiervoor onderstaande passage over de uitzonderingen die niet in het IHP zijn opgenomen. ‘’Er zijn echter uitzonderingen zoals het voorzien in huisvesting voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2.a lid 1, lid 6 en lid 7 van de verordening) of spoedaanvragen door onvoorziene omstandigheden. Op dergelijke onvoorziene omstandigheden na, is de afspraak dat er geen gebruik wordt gemaakt van de route via de verordening’. Aanvragen voortkomend uit het IHP worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de verordening. Dit wordt ook op deze wijze in de verordening vastgelegd. Wel dient er op de gemeentelijke begroting rekening gehouden te worden met dergelijke uitzonderingen. Hiervoor dient een ander budget beschikbaar gesteld te worden”.

Renovatie Renovatie is toegevoegd als scenario en wordt berekend/gefinancierd op basis van werkelijke kosten. Voor een renovatie wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd, gericht op vier aspecten. De beschrijving van deze vier aspecten is niet volledig (Bijlage I, A.3, punt 2, ‘de mate in hoeverre het gebouw’.zin is niet af). Teksten aangevuld en aangepast: b. de mate in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij het onderwijsconcept (geschiktheid van het gebouw) passend bij het aantal leerlingen renovatie: aanpassing van een schoolgebouw, die leidt tot een tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en waardoor de levensduur van het gebouw ten minste 25 jaar wordt verlengd; Blz. 16. Onder A.3 Renovatie: de zin onder b 2o is onvolledig. Teksten aangevuld en aangepast: b. de mate in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij het onderwijsconcept (geschiktheid van het gebouw) passend bij het aantal leerlingen Hfd 1 art. 2: renovatie van een bestaande onderwijsvoorziening als alternatief voor nieuwbouw à graag toevoegen: met een levensduurverlenging voor tenminste 25 jaar In de begripsbepaling voor renovatie in hoofdstuk 1, artikel 1 lid n, is in de definitie de levensduurverlenging van 25 jaar opgenomen. Aanvragen programma Art.

6: Moet deze tekst opgevat worden als: voor de voorzieningen die opgenomen zijn in het programma begroting van de gemeente (zoals de voorziening voor het Hanze) hoeft geen aparte aanvraag ingediend te worden conform de verordening. Dit wordt al als aanvraag gezien (het een vervangt het ander). Er dient alleen een voorbereidingskrediet te worden aangevraagd. Dit klopt. Conform de afspraken in het IHP hoeft voor voorzieningen die opgenomen zijn in het IHP en zijn vertaald in de programmabegroting geen voorzieningen te worden aangevraagd om op het huisvestingprogramma te worden geplaatst. Wel moet een voorbereidingskrediet worden aangevraagd. De aanvraag van het krediet door het

schoolbestuur vormt de onderlegger voor een krediet aanvraag aan het college van B&W en eventueel de gemeenteraad. Dit geldt ook voor het beschikbaar stellen van het uiteindelijke bouwkrediet. Art 7. Waarom moet er altijd een aparte bouwkundige rapportage die voldoet aan de NEN2767 worden aangeleverd? In de situatie van het Hanze is de noodzaak toch al aangetoond via de QuickScan, de light scan en volgens de beoordelingsmethodiek van Hevo. En daarnaast in de rapportage van het haalbaarheidsonderzoek wordt hier ook op ingegaan. Een bouwkundige rapportage conform NEN2767 is noodzakelijk bij de aanvraag van een huisvestingsvoorziening die niet in het IHP is opgenomen en (nog) niet is vertaald in de programmabegroting van de gemeente Oosterhout. Indien een voorziening in het IHP is opgenomen is de noodzaak van de investering in (ver)nieuwbouw of uitbreiding reeds aangetoond en is een bouwkundige rapportage conform NEN2767 niet noodzakelijk. Normbedragen Voor aanvragen die al in het IHP staan worden de bedragen volgens de HEVO kostenconfigurator bepaald. Dit prijsniveau ligt net iets boven de geïndexeerde normbedragen. Daarbij is wel relevant welk prijspeil gehanteerd wordt, m.a.w. hoe deze bedragen geïndexeerd worden naar prijspeil Beschikking, c.q. prijspeil Aangaan verplichtingen.

Kijkend naar de beide stukken, de Verordening en het IHP, roept deze wijziging van de Verordening wel een vraag op. Er is in het afgelopen jaar veel gesproken over het ambitieniveau, waarop de planontwikkeling voor onderwijshuisvesting wordt gericht. Deze Verordening is zowel in tekst als in normbedragen gericht op wat door de PO-raad en Ruimte OK als Bouwbesluitniveau wordt betiteld. Beide laatstgenoemde adviesorganen geven ook aan dat het gewenste kwaliteitsniveau voor onderwijshuisvesting zoals beschreven in het Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting een duidelijke “plus” betekent boven op het niveau Bouwbesluit. In het IHP is dit door HEVO ook verwoord en in euro’s vertaald, wat een verhoging van € 839,- per m2 bvo van het normbedrag voor nieuwbouw zou betekenen. Dit is niet in de tekst voor de Verordening opgenomen en wordt zelfs niet als overweging genoemd. Ook het prijsniveau voor de bouwkosten van uitbreidingen stagneert op het niveau Bouwbesluit. Daarmee is de discussie over het gewenste kwaliteitsniveau, met name op de punten binnenklimaat, duurzaamheid en energieverbruik, verlegd naar de initiatieffase van de afzonderlijke projecten. De aanvullende kwaliteitsambitie (o.a. ENG en Frisse scholen Klasse B) is opgenomen in het vastgestelde IHP. Dit vormt eveneens een beleidskader voor onderwijshuisvesting.

De (meer)kosten van deze aanvullende ambitie zijn door HEVO verwerkt in de stichtingskostenraming en vertaald in de begroting van de gemeente Oosterhout. Dit betekent dat dit al financieel vertaald is. Deel A indexering: naar het dan geldende prijspeil In het IHP is afgesproken om de BDB index te hanteren. Dit staat opgenomen in punt 6 van de bouwsteen Regie en Beleid. Artikel G Huur sportveld Aanspraak op vergoeding van maximaal 8 weken is te kort. Veelal wordt er buiten gesport tot aan de herfstvakantie en na de meivakantie tot aan de zomervakantie. Dit is meer dan 8 weken. Graag aanpassen. De vergoeding voor maximaal 8 weken is gebaseerd op de modelverordening van de VNG en komt overeen met de huidige verordening die is vastgesteld in 2015.

Prognoses (Bijlage II) Artikel A, lid 4 en 5; prognoses worden ook door en i.s.m. de school geactualiseerd, er zijn meer factoren die invloed hebben op de prognoses bij een VO school bijv. met een regionaal karakter. De actualisatie van leerlingenprognoses vindt plaats in overleg met het schoolbestuur.

Oppervlakten Norm oppervlakten De norm voor het vloeroppervlak van de speelzaal wordt niet meer in netto meters, maar als 90 m2 bruto vloeroppervlak vermeld. Dit is vreemd, omdat het een ruimtefunctie betreft die als programmaonderdeel van een school in het functioneel en ruimtelijk programma wordt opgenomen in netto m2, of nog sterker, als woonoppervlak. De speelzaal kan niet in bruto meters gemeten worden, want het is niet aan te wijzen welk deel van het tarraoppervlak van de school voor rekening van de speelzaal komt. In de voorliggende verordening is de tekst opgenomen vanuit de modelverordening van de VNG. Bijlage III, A.1.6: Ten behoeve van de Voorschool is 3m2 buitenruimte per kind vereist (normen Kinderopvang). Deze is in de meeste gevallen in de buitenruimte voor de school te realiseren. Dit is toegevoegd in het artikel, zie hieronder: 3. Er komt 3 m2 buienruimte per kind beschikbaar De norm voor de (buiten)speelruimte was aangeduid als minimum aantal verharde meters. Dit is gewijzigd in een minimum voor het totaal, waarmee in de praktijk groenstroken e.d. ook tot de speelruimte gerekend worden en binnen deze norm vallen. Dit zal voor veel scholen in de praktijk een verslechtering betekenen. In de voorliggende verordening is de tekst opgenomen vanuit de modelverordening van de VNG. Deel B – Vaststellen ruimtebehoefte, Art.

B.1.4 Ruimtebehoefte Is dit conform modelverordening 2021? Dit is overgenomen uit de modelverordening van de VNG Deel B – Vaststellen ruimtebehoefte, Art. D.1 Terreinoppervlakte Deze berekening sluit niet aan bij de modelverordening VNG (3 m2 per ll, minimaal 300 m2) Dit is overgenomen uit de modelverordening van de VNG Komst nieuwe scholen Voorgesteld wordt om specifiek te benoemen hoe wordt omgegaan met niet gestichte scholen. Deze zijn nu onderhevig aan willekeur. Het zou goed zijn om te beschrijven hoe de verordening zich verhoudt tot de Wet Ruimte voor Nieuwe Scholen en het in de aanvraag genoemde postcodegebied. Nu geldt de verwijzing binnen een straal van 2

kilometer voor alle scholen, behalve nieuwe scholen. Dat is krom, ook nieuwe scholen hebben een voedingsgebied. De gemeente volgt hierin de modelverordening van de VNG en de landelijke wetgeving

Verhouding IHP – verordening Hoe borgt de verordening de verhouding tussen aanvagen voor voorzieningen die in het IHP zijn opgenomen en voorzieningen die niet in het IHP staan. In het IHP staat dat voorzieningen in het IHP prevaleren boven voorzieningen die niet in het IHP staan. Tenzij er sprake is van specifieke uitzonderingen, zoals calamiteiten? De tekst is uitgebreid op basis van de passage uit het vastgestelde IHP.

Demarcatie Bij E-installaties, bekostiging inbraakinstallatie naar gemeente. Is onderdeel van alle installaties en moet voldoen aan de eisen verzekeraar die contract heeft met de gemeente. Gewijzigd in demarcatielijst VSO heeft te maken met praktijklokalen waarvoor geen bekostiging is opgenomen in de verordening i.t.t. VO en praktijkonderwijs. De inrichting van de lokalen met machines, apparatuur zijn kosten schoolbestuur, infrastructuur kosten gemeente (aansluitingen, afzuiging, extra luchtbehandeling consumptief lokalen, veilige vloeren etc.), nu niet helemaal duidelijk in de demarcatie. Gewijzigd in demarcatielijst

Andere noodzakelijke aanpassingen op basis van gewijzigde wet of regelgeving: Opmerking toegevoegd; Tenzij verplichting op basis van wettelijke zorgplicht gemeente. 6.2 hier staat dat krachtstroom alleen voor gebouwinstall. geldt. Voor bijvoorbeeld sommige onderwijspraktijkruimten is ook krachtstroom nodig. Krachtstroom zit wel aard en nagelvast aan het gebouw. Hoe kijk je hier tegen aan? Hierover zijn eerder vragen gesteld. Daarom is bij 76 infrastructuur toegevoegd dat aansluitingen/afzuigen voor de inrichting van praktijkruimten voor rekening zijn van de gemeente. 6.3 Wat wordt verstaan onder sfeerverlichting? Onder sfeerverlichting wordt alles verstaan wat niet onder de hoofdverlichtingsinstallatie valt, zoals losse lampen, tafellampen, schemerlampen etc. 7.1 en 7.3 Bij 7.1 staat een kruisje bij gebruiker en bij 7.3 staat een kruisje bij gemeente. Worden hiermee de kookunits in het kooklokaal bedoeld die vast zitten aan de vloer incl. Een W voorzieningen? Wat wordt bedoeld met leskeuken bij 7.1? De kookunits die onderdeel uitmaken van praktijkruimtes (leskeuken) zijn voor rekening van het schoolbestuur. Dit geldt niet voor de aansluitingen/afzuigingen etc. De keuken voor een pantry/kantine/leerlarenruimte etc. zijn voor rekening van de gemeente.

We verwachten dat de in de demarcatielijst opgenomen investeringsonderdelen, in lijn met wat het IHP zegt over de verantwoordelijkheid voor investeringen en wat de Rijksoverheid in relatie tot onderwijshuisvesting onder investeringen verstaat, onder de bekostiging van de gemeente komen te vallen. In 2015 is door de gemeenteraad de huidige verordening voorzieningen huisvesting onderwijs vastgesteld. Voorafgaand aan het vaststellen van de verordening is op 29 oktober een OOGO gevoerd. Toen is toegelicht dat de vergoeding voor onderhoud via de gemeente voor PO- en (V)SOscholen is komen te vervallen. Dit naar aanleiding van een wijziging in de wetgeving. Op basis van de verordening uit 2015 kunnen schoolbesturen voorzieningen voor huisvestingen aanvragen. Welke voorzieningen dit zijn, is opgenomen in hoofdstuk 1, artikel 2. Onderhoud is hierin niet opgenomen. Wel bestaat de mogelijkheid om een voorziening aan te vragen voor het herstel van constructiefouten en herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakket, leer-en hulpmiddelen of meubilair ingeval van bijzondere omstandigheden. Deze regelgeving blijft in de nu voorliggende verordening van kracht. NB: Voor gymzalen in eigendom van schoolbesturen is er in de verordening “materiële financiële gelijkstelling onderwijs” een regeling voor buitenonderhoud opgenomen.

De gemeente is verantwoordelijk voor het herstellen van de schade die veroorzaakt is door bijzondere omstandigheden zoals vandalisme, inbraak etc. zoals bij de gemeente ook bekend is. De toegestuurde demarcatielijst sluit hier niet op aan. Schoolbesturen behouden de mogelijkheid om een voorziening aan te vragen voor het herstel van constructiefouten en herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakket, leer-en hulpmiddelen of meubilair ingeval van bijzondere omstandigheden. Deze regelgeving blijft in de nu voorliggende verordening van kracht.

‘Was-wordt-lijst IHP’ Blz. 3. Onder A.3 Renovatie: de zin onder b 2o is onvolledig. Teksten aangevuld en aangepast: b. de mate in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij het onderwijsconcept (geschiktheid van het gebouw) passend bij het aantal leerlingen

Overig Er zijn diverse vragen gesteld over hoe de gemeente schoolgebouwen verzekerd heeft en welke afspraken er zijn gemaakt met de verzekeraar. Deze vragen hebben geen betrekking op de voorliggende verordening en bijlagen. Deze vragen van het schoolbestuur worden op een later moment beantwoord. Er zijn vragen gesteld op basis van welk juridisch kader in het verleden besluiten zijn genomen over investeringen in onderwijshuisvesting door de gemeente Oosterhout. Daarnaast is verzocht om afspraken te maken over het (blijven) vergoeden van het vervangen van de cv-ketel, brandmeldinstallatie of radiatoren. Er zijn vragen gesteld over de uitgaven aan onderwijshuisvesting door de gemeente Oosterhout. Deze vragen hebben geen betrekking op de voorliggende verordening en bijlagen. Deze vragen van het schoolbestuur worden op een later moment beantwoord. Wel wordt op voorhand al verwezen naar de brief aan de raad over de uitgaven op het gebied van onderwijshuisvesting te raadplegen via onderstaande link: https://oosterhout.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/1715bc49-494a-4986-8f5e743998883eb1?documentId=5837817f-ae1d-4483-9c47-2a0987e5c242

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=95d5e6e5-f471-4886-a9a2-5ff6fc9360d6