CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Advies Kredietbank Nederland

Raadsvergadering 20 juli 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN267978 Vaststellen Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-20241.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 4: Adviesaanvraag Kredietbank Nederland

Adviesaanvraag Met deze memo geven wij antwoord op uw gestelde vragen met betrekking tot het verstrekken van saneringskredieten, borgstelling en het verkorten van schuldtrajecten. Meer saneringskredieten verstrekken Gemeente Oosterhout heeft de wens om meer saneringskredieten te verstrekken. Momenteel worden er door ons jaarlijks gemiddeld 25 saneringskredieten verstrekt. Op dit moment geeft Gemeente Oosterhout geen borgstelling af. Als gemeente Oosterhout deze borgstelling wel af geeft kunnen er meer saneringskredieten worden verstrekt want dit biedt ons meer ruimte bij het verstrekken van kredieten omdat de gemeente borg staat voor het krediet. Inwoners waarbij de aflossing niet met 100% kan worden zeker gesteld worden nu geholpen met een schuldbemiddeling, dit kan dan een sanering worden. Waarbij de Kredietbank wel kijkt naar de regelgeving zoals is opgenomen in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Borgstelling kan als volgt worden geregeld: •

Individuele borgstelling Per cases wordt aangevraagd of de gemeente borg wil staan.

•

Collectieve borgstelling De gemeente geeft vooraf een borg af voor alle inwoners waar een sanering voor wordt ingezet.

•

Garantiefonds Je betaalt € 0,57 als gemeente per inwoner en dan samen met andere deelnemers sta je garant.

Als de gemeente Oosterhout borg staat voor het saneringskrediet dan verwachten wij 55% meer kredieten kunnen te verstrekken. Jaarlijks kunnen wij dan in plaats van 25 kredieten zo’n 56 saneringskredieten verstrekken. In totaal kunnen we dan in 80% van de schuldregelingen een saneringskrediet verstrekken. Uiteraard valt en staat het een en ander wel met de kredietwaardigheid van de inwoners. Stel er komen veel inwoners in de WW of er zijn veel flexcontracten dan kan dit van invloed zijn. De opties Garantiefonds en Collectieve borgstelling zorgen voor een mindere voor administratieve ballast voor de gemeente ten opzichte van de individuele borgstelling. Landelijk initiatief waarborgfonds De Sociale Banken Nederland werken momenteel aan een landelijk waarborgfonds, zodat elke gemeente hun inwoners kan helpen met een saneringskrediet. Het landelijk waarborgfonds is toegankelijk voor iedere gemeente. Voor deelname aan het waarborgfonds zullen kosten verbonden zijn. Momenteel is nog niet bekend wat deze bedragen. De werkgroep van de Sociale Banken Nederland is momenteel bezig om de voorwaarde voor deelname aan het fonds vorm te geven. Na Q2 2021 zal hierover meer bekend over moeten zijn. Naar verwachting zijn de kosten voor deelname lager aan het landelijk waarborgfonds lager dan deelname aan het Garantiefonds.

Mocht de gemeente willen deelnemen kiezen voor het Garantiefonds en in een later stadium wil overstappen naar het landelijke waarborgfonds dan worden de gelden uit het Garantiefonds niet teruggestort. Als

Memo raadpleging juni 2021

1

overbrugging kan de gemeente eerst de keuze maken voor collectieve borgstelling en op een later tijdstip aansluiten bij het landelijke waarborgfonds.

Financiën Omdat de verrekening bij individuele borgstelling en collectieve borgstelling achteraf plaats vindt zijn de kosten per jaar onzeker. Naast de kosten van de borgstelling, moeten er uitvoeringskosten worden berekend, elke aanvraag moet worden beoordeeld. De verwachtte kosten bedragen € 3.000 per jaar. De kosten voor de interne uitvoering zijn hierin niet opgenomen. De kosten voor het Garantiefonds van de gemeente bedragen € 0,57 per inwoner en dat komt neer op € 32.000. Momenteel maken ongeveer 25 gemeenten gebruik van het Garantiefonds. Als het fonds leeg is wordt er om een nieuwe bijdrage gevraagd. De kans hierop is zeer klein, omdat dit in de afgelopen 25 jaar niet is voorgekomen. Doorlooptijden van schuldentrajecten verkorten. Er zijn een aantal mogelijkheden om de looptijd van schuldentrajecten te verkorten. De landelijke initiatieven, Schuldenknooppunt en Collectief schuldenregelen zijn interessant omdat deze initiatieven ervoor zorgen dat de communicatie en het proces worden versneld. Het Schuldenknooppunt zorgt voor een snellere communicatie tussen schuldeisers en schuldhulporganisaties. De communicatie gaat niet op dossierniveau maar van alle klanten wordt bij 1 van de schuldeisers in x periode, via een beveiligde lijn, alle saldo’s in 1 keer opgevraagd en zo ook de voorstellen.

Het collectief draagt hier extra aan bij omdat schuldeisers al op voorhand, op basis van convenanten, een akkoord geven. Hierbij is de voorkeur voor het verstrekken van saneringskredieten. Het aansluiten van de grote/landelijke/overheidsinstanties loopt, de focus zal vervolgens op de lokale/kleinere schuldeisers komen te liggen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om saneringstrajecten “af te kopen” waardoor de looptijd van saneringstrajecten worden verkort, zoals de gemeente Utrecht momenteel hanteert. Gemeente Oosterhout heeft advies gevraagd over effecten en uitvoerbaarheid van de volgende varianten: 1: Looptijd schuldsaneringstraject van 36 maanden verkorten naar 24 maanden waardoor inwoner eerder schuldenvrij is en minder aflossing betaalt. (Utrechts model)

Bij deze variant koopt gemeente Oosterhout het laatste jaar af, max. € 1000. Als aan verzoeker een saneringskrediet is verstrekt voor de afkoop van problematische schulden, kan na twee jaar een verzoek tot gedeeltelijke kwijtschelding van dat krediet worden aangevraagd. Na die twee jaar scheldt de gemeente de dan resterende schuld kwijt. Van de drie voorgelegde varianten heeft deze variant qua uitvoerbaarheid onze voorkeur en komt ook het dichtstbij 1 jaar eerder schuldenrust. Bijkomend voordeel is dat deze variant aansluit bij het voorstel van het rijk om de looptijd te verkorten naar 2 jaar. Het kost de gemeente niet altijd 1000 euro omdat het afhankelijk is van de afloscapaciteit. Bij een afloscapaciteit lager dan 83 euro per maand betaalt de gemeente minder dan 1000 euro. Bij deze regeling ervaart de schuldenaar eerder schuldenrust. Voor de schuldeisers verandert ten opzichte van de huidige situatie niets. Het voordeel voor de schuldeisers is dat zij direct de vordering af kunnen boeken, waardoor zij geen kosten meer

Memo raadpleging juni 2021

2

hebben aan de administratie van het dossier. Deze variant is uitvoerbaar maar brengt wel administratie werkdruk bij de gemeente teweeg.

2: Gemeente Oosterhout investeert € 1.000 daardoor is een inwoner eerder schuldenvrij en betaalt hij minder aflossing. (Variant Utrechts model)

Een andere variant is het investeren van € 1.000 bij elk saneringskrediet waarmee de laatste maandelijkse aflossingen van de schuldenaar afgekocht wordt. Hiermee wordt de looptijd van het saneringstraject verkort, de hoogte van de afloscapaciteit van de schuldenaar bepaalt hoeveel korter het saneringstraject duurt. Deze variant kost de gemeente altijd 1000 euro. Bij deze regeling ervaart de schuldenaar eerder schuldenrust, hoeveel eerder is afhankelijk van de hoogte van de afloscapaciteit. Het kan zijn dat de schuldenaar minder dan 2 jaar aflost. Voor de schuldeisers verandert ten opzichte van de huidige situatie niets. Het voordeel voor de schuldeisers is dat zij direct de vordering af kunnen boeken, waardoor zij geen kosten meer hebben aan de administratie van het dossier. Deze variant is uitvoerbaar maar brengt wel administratie werkdruk bij de gemeente teweeg. 3: Gemeente Oosterhout investeert € 1000 in de afloscapaciteit (Opplusvariant).

Bij deze variant verhoogt de gemeente Oosterhout de afloscapaciteit van de schuldenaar met € 1.000. De schuldeisers ontvangen dan tot een maximum van € 1.000 meer terug. Voor de schuldenaar verandert er niets, die betaalt de maandelijkse aflossing aan de KBNL. De gemeente investeert per saneringstraject € 1.000. Omdat wij niet bekend zijn met deze variant hebben wij deze variant ook besproken met onze branchevereniging schuldhulpverlening (NVVK) en de klankbordgroep van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Er zijn voor zover bekent geen gemeentes waar deze variant uitgevoerd wordt. Volgens de branchevereniging en de klankbordgroep schulden van de VNG is de verwachting dat de bereidheid van schuldeisers mee te werken aan een saneringstraject hiermee niet stijgt. De reactie en onze ervaring is dat de schuldeisers de afloscapaciteit niet leidend vinden, maar dat de achtergrond van de schulden en het toekomstperspectief meeweegt. Bij weigering van schuldeisers wordt regelmatig via een dwangakkoord alsnog deze oplossing bereikt omdat ook de rechtbank deze afweging maakt. Voor ons is deze variant lastig uitvoerbaar omdat op basis van het “vrij te laten bedrag” een voorstel aan de schuldeisers wordt gedaan. Door deze variant ontstaat er overkreditering, die ook zorgt voor een foutieve Bureau Krediet Registratie (BKR).

Omdat er handmatige voorstellen worden gedaan is het ook foutgevoelig. Daarnaast is bestaat het risico dat een (lokale) schuldeiser zich kan afvragen waarom de gemeente Oosterhout wel bij een saneringskrediet inlegt en niet bij een schuldbemiddeling. Dat kan voor problemen bij de andere voorstellen zorgen. Loopt de gemeente Oosterhout bij een investering van € 1.000 hierbij risico dat de schuldeiser de € 1000 euro opeist? Er is geen risico dat dit ingevorderd wordt omdat een inwoner ook vervroegd mag aflossen.

Memo raadpleging juni 2021

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=0fc11ede-4a5a-408b-88be-d543029a35d9