CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 toelichting bijlage 7 Verkennend bodemonderzoek

Raadsvergadering 31 januari 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN364078 Vaststelling bestemmingsplan "Oosterhout Zuid 2017, herziening 3 (Parck Warande)"18.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkennend bodemonderzoek Warandelaan 6

Verkennend bodemonderzoek Warandelaan 6 Oosterhout Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM20662 : Definitief (versie 1) : 13 april 2021

Opdrachtgever

: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel

Opgesteld door Paraaf

: :

Gecontroleerd door Paraaf

: :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

2001 + 2002

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2 AM20662

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.

VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5

2.3

Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6

2.4

Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................7

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie .................................................................................................................................................... 10

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie .............................................................................................................................................. 10

2.7

Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 11

2.8

Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer gemeente <gemeente> .................................................................................. 11

2.9

Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 11

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 12 3.1

Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 12

3.2

Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 12

4.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 13 4.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 13

4.2

Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 13

4.3

Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13

5.

LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 15 5.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 15

5.2

Grond(meng)monster(s)............................................................................................................................................................................ 15

5.3

Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 17

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 17

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 18

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Omgevingsrapportage Noord-Brabant

Pagina | 3 AM20662

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Warandelaan 6 te Oosterhout

Gemeente

: Oosterhout

Kadastrale registratie

: Oosterhout, sectie M, nrs, 4597, 4983 en 6345

Oppervlakte

: circa 2 ha

Huidig gebruik van de locatie

: Kantoorpand en parkeerterrein

Toekomstig gebruik

: herontwikkeling plangebied tot wonen

Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het perceel tot wonen.

Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-

en

grondwateronderzoek)

beschreven.

Hoofdstuk

5

beschrijft

de

laboratoriumwerkzaamheden

en

de

onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in maart 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).

Pagina | 4 AM20662

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •

de opdrachtgever;

•

het kadaster;

•

topotijdreis.nl;

•

gemeente Oosterhout;

•

omgevingsdienst West Brabant;

•

het dinoloket;

•

het bodemloket;

•

terreininspectie.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt aan de Warandelaan 6 ten zuiden van Oosterhout en het Wilhelminakanaal. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Oosterhout, sectie M, nrs. 4597, 4983 en 6345. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 118.005 / Y = 404.955. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOK-viewer) Pagina | 5 AM20662

2.3

Historisch overzicht en omgeving

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Het plangebied ligt aan de Warandelaan ten zuiden van de kern en maakt deel uit van het zuidelijke deel van de bebouwde kom van Oosterhout. Oorspronkelijk maakte het plangebied deel uit van de heidegronden ten zuiden van Oosterhout. In tenminste de loop van de 19e eeuw, maar waarschijnlijk al in de 17e eeuw werden deze woeste gronden deels in ontginning gebracht en grotendeels aangeplant met bomen. Het staat dan ook bekend als de Oosterhoutse Bossen. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw1 is te zien dat de oorspronkelijke heidegronden rondom het plangebied deels in ontginning zijn gebracht. De huidige Warandelaan is al bestaand en staat vermeld als de Blik Weg. Ook staat de huidige Bouwlingstraat ingetekend als een doorgaande straat die direct ten noorden van het plangebied verder in zuidelijke richting doorloopt. Het nog bestaande deel van deze straat ligt ten noorden van het Wilhelminakanaal. Het plangebied maakt deel uit van onbebouwd gebied “Den Keipolder” en ligt binnen enkele grote percelen welke in de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)2 behorende bij het minuutplan, omschreven staan als bouwland. In 1900 en 1930 is het zuidelijke deel als bos of hakhout in gebruik en het overige deel als bouwland.

In 1935 is direct ten noorden van het plangebied het aangelegde Wilhelminakanaal te zien. Ook op de kaart uit 1960 is te zien dat het plangebied onbebouwd is en als wei- en bouwland in gebruik is. Direct ten zuidoosten van het plangebied is het in 1952 gebouwde seminarie (huidige schoolcomplex) aanwezig is. Na 1970 worden de huidige straten rondom het plangebied aangelegd. Het kantoorpand aan de Warandelaan 2 is gebouwd in 1972 (BAG). Het kantoorpand Warandelaan 6 is gebouwd omstreeks 1978 met oostelijk een bijgebouw omstreeks 2001. Omstreeks 2014 is ter plaatse van het voetbalveld zuidoostelijk van het plangebied een parkeerterrein aangelegd.

1900

1935

1978

1 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Oosterhout, sectie M, blad 1 genaamd Warande. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 2 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina | 6 AM20662

1981 1988 2016 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten en luchtfoto’s (Bron kaarten: topotijdreis.nl)

2.4

Dossieronderzoek

Via de website van de omgevingsdienst Brabant West is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. De relevante bodeminformatie is hieronder samengevat. Verder is bij de gemeente Oosterhout gevraagd naar verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Bij de gemeente Oosterhout zijn over laatst genoemde geen bijzonderheden bekend. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer

Datum

Vergunning

Opmerkingen

HO oranjewoud

1957

Uitbreiden woning P.H. Kaars

Geen voor bodem relevante bijzonderheden

2001

3169-1288-70

Sypensteijn 1969

Bouw garage W.F. Luijpen

Geen voor bodem relevante bijzonderheden

1972

Bouw woning W.F. Luijpen

Geen voor bodem relevante bijzonderheden

1976

Verbouwen woning J.P. Paping

Geen voor bodem relevante bijzonderheden

30-01-1978

Bouw rayonkantoorpand +

Geen benzinepompinstallatie aangegeven. Wel inpandige

werkplaats PNEM

werkplaats aanwezig.

26 maart 1990

Verbouw en uitbreiding

Inpandige uitbreiding in 26 maart 1990 en uitbreiding

10 december 1990

kantoorgebouw PNEM

entree en kantoor noord 10 december 1990. Geen voor

18-04-1994

Uitbreiding districtskantoor

1994 en 1995 volgens melding onvoldoende gegevens

PNEM

bekend over aansluiting/lozing op gemeentelijk riool.

bodem relevante bijzonderheden

Conform bouwtekening is pand en aanliggend buitenterrein op riolering in Warandelaan aangesloten. Verder geen voor bodem relevante bijzonderheden 08-04-2004

Nieuwe entree, verbouw tot

Geen voor bodem relevante bijzonderheden

kenniscentrum en technische ruimte op 2e verdieping Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen Pagina | 7 AM20662

Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.2 weergegeven (relevante) milieuvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer

Datum

Vergunning

Opmerkingen

HO oranjewoud

1979

PNEM oprichtingsvergunning

Aanvraag benzinepompinstallatie met ondergrondse 6000

kantoorpand en werkplaats

liter tank, conform bouwtekening is deze niet aanwezig.

Ontheffing parkeerterrein in

Geen voor bodem relevante bijzonderheden

2001 1992

grondwaterbeschermingsgebied 1993

Uitbreiding opslagterrein en inrit

Geen voor bodem relevante bijzonderheden

Tabel 2.2: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen

Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn de in tabel 2.3 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Kenmerk

Bijzonderheden

Verkennend

In de bovengrond zijn geen verhogingen aangetoond. Van de ondergrondmonsters is 1 monster (MM8) zeer

bodemonderzoek

licht verhoogd met PAK. Verder zijn geen verhogingen aangetoond. Het grondwater van peilbuis 4 blijkt

Agel Adviseurs

plaatselijk licht verhoog met benzeen, xylenen, tetrachlooretheen en tetrachloormethaan. In de andere en 2

Warandelaan 2

extra geplaatste peilbuizen zijn geen verhogingen gemeten.

Oosterhout 200700005 13-04-2007

Verkennend

Onderzoek van 55 m2 nabij entree nr. 6

bodemonderzoek

In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper, nikkel en EOX gemeten. In de ondergrond

Warandelaan 6

zijn geen verhogingen aangetoond. Het grondwater blijkt licht verhoogd met chroom, koper en lood. Deze

Goorbergh geotechniek

resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek.

M10293 IO18023825 18 december 2003

Pagina | 8 AM20662

Kenmerk

Bijzonderheden

Oriënterend onderzoek

Perceel M 4597

fase II Warandelaan 6

Het perceel betreft het voormalig terrein van Intergas. Ter plaatse heeft een onderhouds- en

Cauberg-Huygen

districhtsrayonkantoor, magazijn en benzinepompinstallatie gestaan (ondergrondse 6000 liter benzinetank).

IO18023823

In de loop van de tijd (1990 en 1994) is het terrein uitgebreid met een opslagterrein en inrit. Ter plaatse zijn

2002.0882-2

reeds enkele onderzoeken uitgevoerd.

21 februari 2003

-

Briefrapport parkeerplaats PNEM-gebouw nr. 6, Grontmij, 108/16776-75 d.d. 21-01-1992. Hierbij is in de grond geen verontreiniging aangetroffen.

-

HO locatie 410/0121, nr.6, 5623-102976-0121 d.d. 21-06-2001. De in 1994 aangevraagde 6000 liter benzinetank is mogelijk nooit geplaatst. Verder zijn 2 deellocaties nog niet onderzocht, zijnde de vetafscheider en de garage/werkplaats. Nader onderzoek wordt aanbevolen.

De bodem bestaat tot 3 meter diepte uit matig fijn, zwak siltig zand met het grondwater op 1,3 m-mv. De grond blijkt plaatselijk licht verhoogde met enkele zware metalen. Ter plaatse van de vermoedelijke ondergrondse tank is geen verhoging met minerale olie of aromaten vastgesteld. Het grondwater is licht verhoogd met zink, cadmium en chroom. Dit zijn vermoedelijk lokale achtergrondwaarden. Aanvullend bodemonderzoek is niet noodzakelijk geacht.

Historisch

Verkennend bodemonderzoek garage Warandelaan 2 te Oosterhout door Oranjewoud, oktober 1995. Ter

bodemonderzoek

plaatse van de garage/werkplaats zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan lood en PAK

Warandelaan 6

aangetoond.

Oranjewoud

Verkennend bodemonderzoek garage Warandelaan 2 te Oosterhout Ascor Project management; 21 december

5623-102976-0121

1999. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan PAK aangetoond. In de ondergrond en het

IO18023829

grondwater zijn geen verhogingen aangetoond.

27 juni 2001

Uit de verzamelde gegevens is niet bekend of de benzinetank aanwezig is geweest of verwijderd is en dienen tevens de overige verdachte deellocaties (o.a. de vetafscheider en garage) onderzocht te worden.

Tabel 2.3: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken

Pagina | 9 AM20662

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

Het plangebied ligt in het Kempisch zandgebied. 3 Geologisch gezien ligt het plangebied op de Gordel van Sterksel 4 ten (noord)westen van de breuk van Vessem en de Gilze-Rijenbreuk. Deze laatstgenoemde breuk komt in de ondergrond op een afstand van circa 3 kilometer ten oosten van het plangebied voor. De Gordel van Sterksel is een hooggelegen rug met Rijn- en Maasafzettingen bestaande uit zand, grind, keien en klei.5 Ten oosten van de Gordel van Sterksel ligt de Roerdalslenk, een dalingsgebied waar de oude afzettingen diep zijn weggezakt en in de loop van de tijd zijn afgedekt met dikke pakketten jongere afzettingen. De ondergrond bestaat uit de Formatie van Sterksel. Hierop is de Formatie van Boxtel aanwezig. Op de geomorfologische kaart van Nederland is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde zone van Oosterhout. Als de omliggende landschappelijke eenheden geëxtrapoleerd worden, dan ligt het plangebied vermoedelijk op een terrasafzettingswelving, met dekzand. Mogelijk kunnen in het plangebied ook lage landduinen en bijbehorende vlakten/laagten voorkomen. Op de bodemkaart worden in het plangebied kamppodzolgronden gevormd in leemarm en zwak lemig fijn zand verwacht. De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.4. Diepte [m-mv]

Lithostratigrafie

Lithologie

0-2

Deklaag Formatie van Boxtel (laagpakket van Wierden)

Uiterst tot middel fijn zand

2-15

Formatie van Sterksel

Grof tot midden zand, grindhoudend (rivier)zand

15-24

Formatie van Stramproy

Fijne leemhoudende zand- en kleilagen

Tabel 2.4: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 5,8 m +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 1,2-1,8 m-mv. De onderzoekslocatie bevindt zich binnen de grenzen van grondwaterbeschermingsgebied Oosterhout.

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 23 februari 2021 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij

is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van

ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Zuidelijk nabij de Warandelaan is een kantoorpand aanwezig. Noordelijk hiervan is een klinkerverharde oprit aanwezig naar het achtergelegen omheind parkeerterrein. Deze bestaat behoudens een gedeeltelijk (westelijk) met asfalt verhard terrein uit betonklinkers. De nabij het kantoorpand gelegen terreinen zijn voorzien van straatkolken. Het noordwestelijke deel van het plangebied is onverhard en bestaat uit een groenstrook (struiken en bomen) en achtergelegen omheind grasveld.

3 Rensink et al., 2016, 72. 4 NAR 52 2016, 40. 5 Berkvens, Bosman, Leenders en Schotten 2010, 17-18; Tebbens 2016, 40-41. Pagina | 10 AM20662

Tijdens de veldinspectie is op het terrein visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt ten noorden begrensd door een groenstrook, de straat Wilhelminakanaal Zuid en het Wilhelminakanaal, ten oosten door een parkeerterrein en bebouwing (Warandelaan 2), ten zuidoosten door bomen en de Warandelaan, ten zuidwesten door een parkeerterrein en ten westen door een sportpark (atletiekpiste).

2.7

Asbest

Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.

2.8

Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer deelnemende gemeente Noord-Brabant

Uit de bodemkwaliteitskaart en Nota Bodembeheer van de deelnemende gemeenten Noord-Brabant (d.d. 28 oktober 2020) blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Landbouw en Natuur’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond.

2.9

Onderzoekshypothese

Ter plaatse zijn in het verleden al bodemonderzoeken uitgevoerd waarbij tevens de verdachte deellocaties (vetafscheider, werkplaats,…) onderzocht zijn. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).

Pagina | 11 AM20662

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1

Inleiding

Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.

3.2

Onderzoeksstrategie

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen

Aantal te onderzoeken (meng)monsters

oppervlakte (m²)

tot 0,5 m

èn tot 2 m

èn met peilbuis

bovengrond

ondergrond

grondwater

20.000

21

6

3

4

3

3

NEN-grond incl. lutos

NEN-grond incl. lutos

NEN-grondwater

Analysepakket

Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.

Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffe n • minerale olie

Pagina | 12 AM20662

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.

4.2

Grondbemonstering

Op 23 februari en 2 maart 2021 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie.

De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018.

De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn verspreidt over de onderzoekslocatie drie boringen afgewerkt met een peilbuis. Deze zijn ter plaatse van boorpunten 1-3 geplaatst. De bovenkant van de peilbuisfilters is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt. De boorpuntlocaties zijn in bijlage 3 opgenomen.

Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). Behoudens een spoortje asfalt in het aangebrachte ophoogzand onder de klinker ter plaatse van boorpunt 16 zijn er zintuiglijk geen bijmengingen aangetroffen.

In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.

4.3

Grondwatermonstername

De peilbuizen zijn op 2 maart 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar.

Pagina | 13 AM20662

Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.1 samengevat. Peilbuis 1

Filterdiepte (m-mv.) 1,90-2,90

Grondwaterstand (m-mv. 1,40

pH (-)

Ec (µS/cm)

6,18

355

Troebelheid (NTU) high

2

1,80-2,80

1,30

6,62

74

588

3

1,65-2,65

1,20

6,21

280

542

Tabel 4.1: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername

De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater in de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.3 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.

Pagina | 14 AM20662

5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1

Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.

5.2

Grond(meng)monster(s)

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster MM1

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Deelmonsters

Analysepakket

01 (0,00 - 0,50) 04 (0,20 - 0,50)

Standaardpakket incl. lu/os

05 (0,10 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,20 - 0,50) 17 (0,15 - 0,50) 18 (0,12 - 0,50) MM2

0,00 - 0,50

03 (0,00 - 0,50) 08 (0,25 - 0,50)

Standaardpakket incl. lu/os

19 (0,15 - 0,50) 22 (0,15 - 0,50) 23 (0,13 - 0,50) 26 (0,25 - 0,50) 29 (0,15 - 0,50) 30 (0,15 - 0,50) MM3

0,08 - 0,50

02 (0,15 - 0,50) 06 (0,10 - 0,50)

Standaardpakket incl. lu/os

08 (0,08 - 0,25) 16 (0,15 - 0,50) 21 (0,08 - 0,50) 25 (0,08 - 0,50) 26 (0,08 - 0,25) MM4

0,50 - 1,00

03 (0,50 - 0,90) 04 (0,60 - 1,00)

Standaardpakket incl. lu/os

05 (0,50 - 0,80) 06 (0,50 - 0,70) 08 (0,50 - 1,00) MM5

1,00 - 1,50

01 (1,00 - 1,40) 02 (1,00 - 1,40)

Standaardpakket incl. lu/os

03 (1,00 - 1,50) 04 (1,00 - 1,50) 05 (1,00 - 1,50) 06 (1,00 - 1,50) 08 (1,00 - 1,50) MM6

0,00 - 0,50

07 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket incl. lu/os

20 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) MM7

1,00 - 2,00

07 (1,10 - 1,50) 07 (1,50 - 2,00)

Standaardpakket incl. lu/os

09 (1,00 - 1,50) Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket Pagina | 15 AM20662

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor het analyserapport. (Meng)monster

Zintuiglijke waarnemingen

MM1

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Geen bijzonderheden

Verhoogde component Lood

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 51,8 *

MM2 MM3

0,00 - 0,50

Geen bijzonderheden

Lood

63,8

*

0,08 - 0,50

Geen bijzonderheden

--

--

--

MM4

0,50 - 1,00

Geen bijzonderheden

--

--

--

MM5

1,00 - 1,50

Geen bijzonderheden

--

--

--

MM6

0,00 - 0,50

Geen bijzonderheden

MM7

1,00 - 2,00

Geen bijzonderheden

Cadmium Lood Som PCB --

2,38 98,7 26,6 µg/kg d.s. --

`* * * --

Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonsters MM1 en MM2 (dieptetraject 0-0,5 m-mv.) licht verhoogd zijn met lood. Bovengrondmengmonster MM6 (dieptetraject 0-0,5 m-mv.) blijkt licht verhoogd met cadmium, lood en som PCB. In het overige bovengrondgrondmengmonster (MM3) en in de ondergrondmengmonsters MM4, MM5 en MM7 zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten. Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie. PCB (Polychloorbifenylen) zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB van ongeveer 1930 tot 1980.

PCB werden gebruikt als hydraulischeof warmtegeleidingsvloeistoffen, smeermiddelen en als weekmakers in producten zoals verf en koolstofvrij kopieerpapier. Sedert 1985 is de verkoop en het toepassen van PCB in Nederland verboden.

Pagina | 16 AM20662

5.3

Grondwatermonsters

De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport.

Peilbuis

Grondwaterstand [m-mv.]

Verhoogde component

1

Filtertraject [m-mv] 1,90-2,90

1,40

Xylenen

Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 0,46 *

2

1,80-2,80

1,30

Xylenen

0,32

*

3

1,65-2,65

1,20

Xylenen

0,42

*

Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit de peilbuizen zeer licht verhoogd is met xylenen. Van de overige gemeten componenten zijn geen verhogingen tegenover de streefwaarde gemeten.

De licht verhoogde gehalten met xylenen worden waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met het zeer licht verhoogd aangetroffen gehalte.

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese

Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de bovengrond en de gemeten licht verhoogde concentratie in het grondwater in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de streef- en/of tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk.

Pagina | 17 AM20662

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met lood, cadmium of som PCB. In de ondergrond zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten. Het freatisch grondwater is zeer licht verhoogd met xylenen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

De

milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling tot wonen.

Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en de Bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Pagina | 18 AM20662

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie

AM20662

Kadastrale kaart

Uw referentie: AM20662-NP

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Oosterhout M 4983

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 11 januari 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

aeres milieu

Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie

AM20662

AM20662

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM20662

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Foto 11

Foto 12

AM20662

Foto 13

Foto 14

Foto 15

Foto 16

Foto 17

Foto 18

AM20662

Foto 19

Foto 20

Foto 21

Foto 22

Foto 23

Foto 24

AM20662

Foto 25

Foto 26

Foto 27

Foto 28

aeres milieu

Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties

AM20662

404900

404925

404950

404975

405000

405025

405050

405075

405100

117951 117976 118001 118026 118051

118051

118026

118001

117976

117951

117926

404875

117926

404850

Boor- en fotopuntenkaart (A3)

Plangebied

118076

AM20662 Oosterhout Warandelaan 6

Foto's

Schaal

N

Boringen boring tot 0,50 m - mv.

v1.0_17-3-2021_LK

118101

boring tot 2,00 m - mv. peilbuis Achtergrond: OpenTopo (Map5), Kadastrale kaart WFS PDOK

404850

404875

404900

404925

404950

404975

405000

405025

405050

405075

405100

118101

118076

Legenda

aeres milieu

Bijlage 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen

AM20662

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01

Boring: 0

0

gazon

0 8 15

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

02

1 2

70

75

3 100

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

3 100

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor

4

4

140

140

Zand, matig grof, zwak siltig, sporen grind, licht beigegrijs, Edelmanboor

150 5 200

200

Zand, matig grof, zwak siltig, oranjegrijs, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

50 2

klinker

Zand, matig fijn, zwak siltig, volledig grind, beigegrijs, Edelmanboor

150 5 200

200 Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig

250

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig 250 280

290

Boring:

03

Boring: 0

0

klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor, Zwak lichtgrijs fijn zand

1 50

04 0 8

0

20

50

60

2

90

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht oranjegrijs, Edelmanboor

100

100

3

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwart, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

3

150

Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor

1

2 100

klinker

150 4

4 200

200

200

200 Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig

250 265

Boring:

05

Boring: 0 10

0 1

gazon

2

0 8

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, bruinzwart, Edelmanboor

50

06

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

3

50

50 2

70

3

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, oranjebruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor

100

4

Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, Edelmanboor

1

80

100

klinker

4

150

150 5

200

5 200

200

200

Projectnaam: Warandelaan 6, Oosterhout Projectcode: AM20662

Opdrachtgever: BRO

getekend volgens NEN 5104

Boring:

07

Boring: 0

0

groenstrook

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, donker bruinbeige, Edelmanboor

2 100

110

3 150

150

1 2

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, donker beigebruin, Edelmanboor

200

200

150

150

200

50

10

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Zuigerboor handmatig

5 200

gras

0

groenstrook

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, zwak wortelhoudend, grijszwart, Edelmanboor

0

groenstrook

1 50

60

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor

4

Boring: 0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

100

100

09

tegel

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor

3

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

4

25

50

60

Boring:

0 8

0

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

08

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor

2 100

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, Edelmanboor

3 150

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, lichtgrijs, Edelmanboor

4 200

200

Boring:

11

Boring: 0 10

0 1

50

50

Boring:

groenstrook

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, sporen wortels, bruinzwart, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor

50

50

20

klinker

50

16 0 8 15

0

Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor

1 50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwart, Edelmanboor

groenstrook Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, grijszwart, Edelmanboor

50

Boring: 0 8

50

0

1

15

0

14

0 Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, grijszwart, Edelmanboor

1

Boring:

50

50

Boring: 0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, grijszwart, Edelmanboor

1

13

0

12

1 50

50 2

70

asfalt Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk grindhoudend, sporen asfalt, grijszwart, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor

Projectnaam: Warandelaan 6, Oosterhout Projectcode: AM20662

Opdrachtgever: BRO

getekend volgens NEN 5104

Boring:

17

Boring: 0 8 15

0

klinker

50

50

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, bruinzwart, Edelmanboor

Boring:

0 10 15

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwart, Edelmanboor

klinker

0

50

Boring: 0 8 13

tegel

50

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, beigezwart, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker oranjebruin, Edelmanboor

0

groenstrook

klinker

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50

Boring:

26 0 8

0 1

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

1

50

25

2 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor

24

0

25 0 8

klinker

Zuigerboor handmatig Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

1

0 8 15

1

23

0

22

Edelmanboor

50

50

0

50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor

1

groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1

Boring: 0 8

Boring:

0

0

21

0

20

Edelmanboor

50

50

Boring:

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwart, Edelmanboor

Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

1

Edelmanboor

50

50

Boring: tegel

klinker

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor

1

19

Boring:

0 8 12

0

Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

1

18

50

klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Projectnaam: Warandelaan 6, Oosterhout Projectcode: AM20662

Opdrachtgever: BRO

getekend volgens NEN 5104

Boring:

27

Boring: 0

0

groenstrook

50

50

Boring:

Boring: 0 8 15

1 50

50

50

50

tegel

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

30

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

0 8 15

klinker

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1

29

0

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

1

28

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

Projectnaam: Warandelaan 6, Oosterhout Projectcode: AM20662

Opdrachtgever: BRO

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

aeres milieu

Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker

AM20662

VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000. Projectnummer

AM20662

Onderzoekslocatie

Warandelaan 6, Oosterhout

Opdrachtgever

BRO

Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)

Nee

Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven Protocol :

Datum uitvoering veldwerkzaamheden:

2001 en 2002

23 februari 2021

2001 en 2002

2 maart 2021

Gecertificeerd monsternemer

H. van den Tillaar

aeres milieu

Bijlage 6 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden

AM20662

Projectnaam Projectcode

Warandelaan 6, Oosterhout AM20662

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype

MM1 1 or

MM2 2 or

br

AW 1/2(AW+I)

Ja 89.3 <1 Geen

-----

Ja 87.8 <1 Geen

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

3.8

--

2.6

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 1.5

--

<1

--

<20 0.21 <1.5 6.1 <0.05 34 <0.5 3.4 21

54.2 0.334 3.69 11.9 0.0496 51.8 0.35 9.92 47.6

*

<20 0.20 <1.5 7.7 0.07 41 <0.5 <3 <20

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -<0.01 fenantreen 0.04 -0.05 antraceen 0.01 -0.02 fluoranteen 0.09 -0.14 benzo(a)antraceen 0.06 -0.09 chryseen 0.05 -0.07 benzo(k)fluoranteen 0.04 -0.05 benzo(a)pyreen 0.05 -0.07 benzo(ghi)peryleen 0.04 -0.06 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.04 -0.06 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.427 0.427 0.617 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<5 <5 <5 <5 <20

-------12.9

----36.8

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

<5 <5 <5 <5 <20

RBK eis

br

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

I

54.2 0.335 3.69 15.6 0.1 63.8 0.35 6.12 32.7

*

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

1.5

21

40

0.35

20

510

1000

4.9

190

2595

5000

35

----------0.617

-------18.8

----53.8

Monstercode en monstertraject 1 13410642-001 MM1 01(1) 04(1) 05(1) 10(1) 12(1) 13(1) 14(1) 15(1) 17(1) 18(1) 2 13410642-002 MM2 03(1) 08(2) 19(1) 22(1) 23(1) 26(2) 29(1) 30(1) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

+ De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 3.8% 1.5% 2 2.6% 1%

Projectnaam Projectcode

Warandelaan 6, Oosterhout AM20662

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype

MM3 3 or

MM4 4 or

br

AW ½(AW+I)

Ja 93.3 <1 Geen

-----

Ja 89.0 <1 Geen

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

<0.5

--

1.7

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 4.0

--

1.9

--

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 11 <0.5 4.3 <20

43.4 0.234 3.03 6.77 0.0487 16.7 0.35 10.8 30.2

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 16 <0.5 <3 <20

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -<0.01 fenantreen <0.01 -<0.01 antraceen <0.01 -<0.01 fluoranteen 0.01 -<0.01 benzo(a)antraceen <0.01 -<0.01 chryseen <0.01 -<0.01 benzo(k)fluoranteen <0.01 -<0.01 benzo(a)pyreen <0.01 -<0.01 benzo(ghi)peryleen <0.01 -<0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 -<0.01 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.073 0.073 0.07 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 – C40

<5 <5 <5 <5 <20

-------24.5

a

----70

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

<5 <5 <5 <5 <20

RBK eis

br

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

I

54.2 0.241 3.69 7.24 0.0503 25.2 0.35 6.12 33.2

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

1.5

21

40

0.35

20

510

1000

4.9

190

2595

5000

35

----------0.07

-------24.5

a

----70

Monstercode en monstertraject 1 13410642-003 MM3 02(1) 06(1) 08(1) 16(1) 21(1) 25(1) 26(1) 2 13410642-004 MM4 03(2) 04(2) 05(2) 06(2) 08(3) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

+ De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 3 0.5% 4% 4 1.7% 1.9%

Projectnaam Projectcode

Warandelaan 6, Oosterhout AM20662

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

MM5 5 or

AW 1/2(AW+I)

Ja 84.2 <1 Geen

-----

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.1

--

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -fenantreen <0.01 -antraceen <0.01 -fluoranteen <0.01 -benzo(a)antraceen <0.01 -chryseen <0.01 -benzo(k)fluoranteen <0.01 -benzo(a)pyreen <0.01 -benzo(ghi)peryleen <0.01 -indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 -pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.07 0.07

1.5

21

40

0.35

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9

20

510

1000

4.9

190

2595

5000

35

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20

RBK eis

br

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) 0.6

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

I

<5 <5 <5 <5 <20

53.6 0.241 3.65 7.22 0.0502 11 0.35 6.07 33.1

-------24.5

a

----70

Monstercode en monstertraject 1 13410642-005 MM5 01(4) 02(4) 03(3) 04(3) 05(4) 06(4) 08(4) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie.

° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 5 0.6% 2.1%

Projectnaam Projectcode

Warandelaan 6, Oosterhout AM20662

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype

MM6 1 or

MM7 2 or

br

AW 1/2(AW+I)

Ja 87.2 <1 Geen

-----

Ja 83.9 <1 Geen

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

3.8

--

<0.5

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.2

--

7.2

--

47 1.5 2.0 19 0.10 65 0.55 6.0 47

178 2.38 6.88 36.8 0.141 98.7 0.55 17.2 106

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=921f903b-90de-4fc8-bd31-645317b480ae