bijlage 3 toelichting bijlage 6 Ladderonderbouwing
Tekst van het document
In 2030 bestaat in de gemeente Oosterhout in vrijwel alle marktsegmenten een kwalitatieve mismatch. Ook in de gemeente Breda is behoefte aan een diverse woningvoorraad: op korte termijn betreft dit onder andere woningen voor starters en senioren, terwijl op langere termijn behoefte is aan koop- en huurappartementen (vanwege de vergrijzing en individualisering). Het planinitiatief voorziet zowel in de realisatie van appartementen in de sociale huur als in het middeldure/dure huur- en koopsegment. Daarmee voorziet het initiatief in een kwalitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied. In 2019 is door de gemeente Oosterhout een woonmonitor opgesteld, waarna in 2021 een woningbouwstrategie is vastgesteld op basis van deze monitor. Uit de woningbouwstrategie komt een brede behoefte naar voren aan zowel koop- als huurwoningen, en zowel grondgebonden woningen als appartementen. Met betrekking tot doelgroepen noemt de woningbouwstrategie vanuit jongeren vooral behoefte aan betaalbare woningen van beperkte omvang, met een aantrekkelijke woonomgeving. Vanuit ouderen is er vooral behoefte aan wonen (in appartementen), al dan niet in combinatie met zorg. Met een ruim en divers aantal appartementen draagt dit initiatief bij aan de brede behoefte vanuit meerdere doelgroepen.
In de gemeente Oosterhout is er vraag naar onder meer het woonmilieu ‘Levendige stadswijk’ en in de gemeente Breda naar het woonmilieu ‘Rustige stadswijk’, zo blijkt uit marktonderzoek. De locatie van het planinitiatief is gelegen tussen drie woonmilieus in: levendige stadswijk (ten oosten), rustige stadswijk (ten westen) en luxe woonwijk (ten zuiden). Het initiatief realiseert appartementen (sluit aan op het woonmilieu levendige stadswijk) in een groene omgeving (sluit aan op rustige stadswijk en luxe woonwijk). Daarmee sluit het aan op de kwalitatieve behoefte in het verzorgingsgebied.
17
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Parck Warande Oosterhout
Bijlage 3: Onderbouwing behoefte zorgwoningen
Geertruidenberg, Dongen, Gilze en Rijen, Breda en Drimmelen. Dit komt deels overeen met de regio zoals die ook voor reguliere woningen geldt.
B3.1 Afbakening verzorgingsgebied
B3.2 Behoefte
Het verzorgingsgebied is het gebied waarbinnen een maatschappelijke voorziening haar (voornaamste) gebruikers vindt. Om de behoefte aan de ontwikkeling van zorgwonen (wooneenheden beschermd wonen) in Parck Warande in Oosterhout inzichtelijk te krijgen is het van belang de regio af te bakenen waarbinnen een dergelijke voorziening haar (voornaamste) gebruikers vindt. Een belangrijke indicator voor het bepalen van de regio is voor reguliere woningen het aantal verhuisbewegingen binnen en naar de betreffende gemeente/woonplaats. Voor de gemeente Oosterhout geldt dat deze verhuisbewegingen (CBS 2019) zich voor 71% afspelen binnen de gemeenten Oosterhout en Breda.5
In deze paragraaf is de behoefte van de gemeente Oosterhout en de omliggende regio in beeld gebracht op het gebied van zorgwoningen. De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt bepaald door de vraag uit en het aanbod in het verzorgingsgebied. Dit is in beeld gebracht aan de hand van prognoses vanuit beleid en trends en ontwikkelingen.
Voor zorgbehoevenden verlopen verhuisbewegingen echter niet altijd op een vergelijkbare manier. Zij verhuizen vaker (noodgedwongen) over een grotere afstand, als gevolg van het ontbreken van passend aanbod. Door de grote verschillen in de mate van beperking of de problematiek is het voor deze doelgroep belangrijker dat de medebewoners en de setting passen bij hun zorgvraag. Voor zorgbehoevenden en familie gaat de voorkeur vaak uit naar een woonplek in de nabijheid van de eigen woonomgeving. Het zoekgebied voor een woning ligt initieel dan ook binnen een straal van ca. 1015 km. Om hier zoveel mogelijk aansluiting bij te vinden is de regio voor het initiatief voor de zorgwoningen afgebakend tot de gemeente Oosterhout en de omliggende gemeenten
5
Gemeenten: Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, EttenLeur, Geertruidenberg, Oosterhout, Zundert.
woensdag 6 april 2022
De behoefte aan (intramurale) zorgwoningen wordt voor een belangrijk deel beïnvloed door het Rijksbeleid op dit vlak, dat verankerd is in de Wlz (Wet langdurige zorg), de Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en de Zorgverzekeringswet. Van hieruit kan men zorg ontvangen via het persoonsgebonden budget (pgb) of ‘in natura’. Bij zorg in natura contracteert de gemeente de zorgaanbieder, die vervolgens bepaalt hoe iemand zorg krijgt, en met een persoonsgebonden budget (pgb) bepaalt men zelf wie de zorgverlener wordt. In algemene zin is het Rijksbeleid erop gericht zorgbehoevenden steeds langer zelfstandig te laten blijven wonen. Mensen met een lichtere zorgbehoefte komen niet meer in aanmerking voor een intramurale woonplek, maar ontvangen zorg thuis en komen in aanmerking voor een woningaanpassing. Daarmee neemt de vraag naar intramurale huisvesting af. Dit komt concreet tot uitdrukking via de indicatiestelling (zorgprofiel of zorgzwaartepakket), aangezien de mogelijkheden ten aanzien van zorgwonen en budgetten daarvan afhankelijk zijn. De ontwikkelingen in indicatiestelling zijn daarom relevant voor het bepalen van de vraag naar (intramurale) zorgwoningen.
6
Kwantitatieve behoefte Algemeen De kwantitatieve behoefte aan zorgwonen komt hoofdzakelijk vanuit ouderen. Net als de Nederlandse bevolking vergrijst ook de bevolking van Brabant: er komen steeds meer ouderen, die bovendien steeds ouder worden. Deze sterke vergrijzing leidt onvermijdelijk tot een stevige toename van de zorgvraag. Zo is landelijk bijvoorbeeld het aantal mensen met dementie door de vergrijzing meer dan vervijfvoudigd, van 50.000 in 1950 tot ruim 280.000 in 2016. In 2040 is dit aantal naar verwachting verdubbeld tot meer dan een half miljoen (cijfers Alzheimer Nederland). De komende jaren zal er daarom veel aandacht moeten zijn voor het ‘wonen met zorg en welzijn’. Door de groei van het aantal ouderen verwacht de meest recente prognose, in het kader van indicatiestelling, dat de zorgindicaties in de komende 30 jaar gaat toenemen met 1 miljoen ouderen.6 De urgentie om geschikte woningen en verpleeghuizen voor ouderen te realiseren is dus hoog, getuigt ook een recente publicatie van de Rabobank (2020), waarin wordt aangegeven dat er een tekort is aan geschikte woonvormen voor ouderen van in totaal 250.000 woningen (landelijk). In 2025 zijn er daarnaast 14.000 extra verpleeghuisplekken nodig (Actiz, 2020) en volgens TNO zelfs 30.000 extra plaatsen.
Behoefte in verzorgingsgebied Gekoppeld aan de provinciale Bevolkings- en woningbehoefteprognose (2020) wordt een indicatie gegeven van de (regionale) opgaven die er in Brabant liggen op het vlak van wonen met zorg en welzijn. De prognoses beslaan de periode 2018 tot 2045 en hebben betrekking op alle huishoudens (met verschillende gradaties van mobiliteitsbeperkingen) en
HEVO (2020). Marktonderzoek Wonen en Zorg 2040
18
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Parck Warande Oosterhout
op ouderen in instellingen (‘verpleging en verzorging’). In bijlage 4 zijn de definities omtrent wonen met zorg en welzijn opgenomen. In tabel 9 is een indicatie van de behoefteontwikkeling naar beschermd wonen weergegeven op provinciaal, regionaal en lokaal niveau. In de provincie Noord-Brabant stijgt de vraag naar beschermd wonen ieder jaar. Ook in de subregio Breda e.o. is sprake van een toename van de vraag van 2.175 plekken in 2025, naar 3.050 plekken in 2035 en 3.625 plekken in 2045. Het huidige aanbod is met 14.950 plekken in de hele provincie en 1.875 in de subregio Breda niet toereikend om in de (groeiende) vraag te voorzien. Zoals de tabel laat zien zal het aanbod in de provincie tot 2045 bijna moeten verdubbelen: op dit moment zijn er in de provincie 14.950 plekken en de verwachting is dat er zich tot 2045 een aanvullende vraag voordoet naar beschermd wonen van 14.250 plekken. Kijkend naar de vraag en het aanbod bestaat in de subregio Breda een behoefte van 1.725 beschermd wonen plekken tot 2045: 300 plekken in de periode 2018-2025,
Tabel 9
Kwalitatieve behoefte Ouderen Het aandeel ouderen dat zelfstandig woont is de laatste jaren sterk toegenomen als gevolg van onder meer een toegenomen zelfredzaamheid, en later ook onder invloed van het beleid dat is gericht op langer zelfstandig wonen (scheiding wonen en zorg). In 2019 woonde 92% van alle 75-plussers zelfstandig.7 Vijfentwintig jaar geleden lag dit aandeel nog op 83%.
Bovendien blijkt uit onderzoek dat de tevredenheid van ouderen met de huidige woning zeer hoog is. Ouderen zijn duidelijk gesteld op hun eigen woonomgeving en willen daar graag zo lang mogelijk blijven wonen. Als zij dan toch verhuizen, dan is dat veelal over korte afstand, het liefst binnen de vertrouwde woonomgeving of woonplaats: ouderen die over lange afstand verhuizen, vormen daarmee een zeer kleine minderheid. Wanneer zij geen huis in de gewenste buurt of gemeente kunnen vinden, is er een aanzienlijke kans dat zij uiteindelijk niet verhuizen. De verhuisplannen van het kleine aandeel ouderen dat wél wil verhuizen zijn hoofdzakelijk toe te schrijven aan gezondheidsgerelateerde motieven.8 Omdat ouderen weinig verhuisgeneigd zijn, is het tijdig aanpassen van de eigen woning en de beschikbaarheid van zorg, diensten en domotica extra belangrijk. Echter vormt de bestaande woningvoorraad een belemmering om langer zelfstandig te wonen. Veel ouderen met beperkingen wonen in woningen die objectief als ongeschikt kunnen worden beschouwd (trappen in huis, drempels, afwezigheid van een toilet op de verdieping waar ook geslapen wordt, ontoegankelijk
Indicatie van de vraag naar beschermd wonen in provincie Noord-Brabant, subregio Breda en gemeente Oosterhout 2018-2045 AANBOD
VRAAG
BEHOEFTE (OP BASIS VAN DE ONTWIKKELING VAN DE VRAAG)
2018
2025
2035
2045
2018-2025
2025-2035
2035-2045
2018-2045
Noord-Brabant
14.950
17.550
23.900
29.225
2.600
6.350
5.300
14.250
Subregio Breda e.o.
1.875
2.175
3.050
3.625
300
850
575
1.725
-
-
-
-
115
180
115
410
Gemeente Oosterhout
7
850 plekken in 2025-2035 en 575 plekken in 2035-2045. Deze opgave kan worden gerealiseerd door het aantal verpleeghuisplaatsen uit te breiden, bestaande verzorgingshuizen om te bouwen naar verpleeghuiscapaciteit en door nieuwbouw van kleinschalige complexen voor intensieve zorg. Door de provincie zijn geen cijfers bekend gemaakt over het aanbod van beschermd wonen en de vraagontwikkeling naar tijdsperiode in de gemeente Oosterhout. Wel geeft de provinciale prognose inzicht in de behoefte in de gemeente Oosterhout aan beschermd wonen, namelijk 410 plekken tot 2045.
HEVO (2020). Marktonderzoek Wonen en Zorg 2040.
woensdag 6 april 2022
8
Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg (2014). Webspecial woonwensen voor ouderen.
19
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Parck Warande Oosterhout
van het huis voor een rolstoel of rollator). Vaak worden investeringen in het levensloopbestendig maken van het huis pas gedaan op het moment dat het echt noodzakelijk is. Woonwensen ouderen Er kan niet gesproken worden over ‘de oudere’, het gaat immers om een heterogene groep. De ideale ouderenwoning bestaat daarom niet. Toch zijn er een aantal universele woonwensen van ouderen9: Naarmate men ouder wordt, neemt de wens naar een huurwoning toe. Deze verhouding wordt sterk beïnvloed door het inkomen. Hoe lager het inkomen, hoe groter de wens naar een huurwoning. In toenemende mate kunnen/willen ouderen overigens ook terecht in woonzorgarrangementen in de koopsector. Over het algemeen geven ouderen de voorkeur aan een grondgebonden woning of nultredenwoning, zoals appartementen met lift. Ouderen hechten over het algemeen veel belang aan wooncomfort (verwarming, inbraakwerende voorzieningen, levensloopbestendigheid). Ook de nabijheid van voorzieningen en de mogelijkheid om hulp of zorg te krijgen worden op prijs gesteld. Er valt voor ouderen steeds meer te kiezen. Toch is er nog meer variatie nodig, omdat de wensen van ouderen divers zijn. Er blijkt een groeiende behoefte te zijn aan nieuwe woonvormen tussen zelfstandig thuis en het verpleeghuis in, waar kleinschaligheid en privacy steeds meer gewaardeerd worden, evenals de aanwezigheid van voorzieningen en activiteiten.
Enerzijds zijn binnenstedelijke locaties in trek (nabijheid voorzieningen) en anderzijds locaties in het buitengebied (rustig, groen). Voorbeelden van initiatieven voor oude-
9
3Bplus (2016). Woonwensen van ouderen – de woning, situatie en omgeving.
woensdag 6 april 2022
ren om langer thuis te kunnen blijven wonen zijn onder andere meergeneratiewoningen, meegroeiwoningen, kangoeroewoningen en collectieve woonprojecten. De focus ligt bij dit type woningen sterk op samen zelfstandig oud worden. Toekomst van ouderenzorg De toekomst van de ouderenzorg is geen vraagstuk voor de branche, maar voor de hele maatschappij. Er is sprake van een grote zorgvraag door een groeiende groep ouderen. Hoewel ouderen weinig verhuizen, neemt het aantal ouderen de komende jaren flink toe, en daarmee ook de vraag naar voor ouderen geschikte woningen. Bovendien veranderen de woonwensen van ouderen. Het is belangrijk dat hier bij nieuwe initiatieven voldoende aandacht voor blijft bestaan. Naar verwachting zal in de toekomst wonen met een zorghulpvraag een integraler onderdeel van een woonwijk vormen. Bestaande complexen bezitten een bijzonder groot adaptief vermogen om invulling te geven aan de veranderende woon-zorgomgeving. Daarnaast kan een woon-zorgcomplex extra functies faciliteren om zo een nieuwe rol in de wijk te vervullen en een plek te zijn waar mensen uit de wijk samenkomen. Langdurige zorg (mensen met beperking) De zorg voor mensen met een (verstandelijke) beperking is in transitie.
Dit hangt samen met eerdere beleidswijzigingen op rijksniveau, waarbij het voornaamste uitgangspunt is dat mensen met een beperking als het kan thuis wonen en onderdeel uitmaken van de maatschappij. Hierdoor verandert de behoefte van intramurale plaatsen naar zware zorg in de thuisomgeving en een groei van het aantal mensen met een lichte zorgvraag die begeleid zelfstandig wonen in de samenleving.10
10
Mismatch tussen vraag en aanbod Dat er in algemene zin een mismatch (voornamelijk kwalitatief) is tussen vraag en aanbod blijkt uit het Marktonderzoek Wonen en Zorg 2040 (2020), maar ook uit het onderzoek Wachtlijsten in de Wlz (KCWZ, 2016). Enerzijds is er sprake van of dreigt er leegstand bij zorginstellingen: ze sluiten kleinschaligere of verouderde locaties en centraliseren op een beperkt aantal (grotere) geschikte locaties om schaal- en kostenvoordelen te benutten. Anderzijds maken cliënten die recht hebben op een plaats in een instelling daar niet altijd gebruik van als een plaats beschikbaar komt. Dit hangt samen met het feit dat het wachtlijstbeheer aanbod-gericht is en niet is ingericht op de specifieke vragen en wensen van cliënten. Meer dan de helft van de niet-actief wachtenden is ouder dan 80 jaar. Deze mensen hebben vaak een psychogeriatrische of somatische aandoening (67%). Dit komt overeen met het beeld uit de landelijke standaard voor Wlz-zorgregistratie: de meeste mensen die wachten op een plek in de verpleging en de verzorging, hebben een somatische of psychogeriatrische aandoening en wonen zelfstandig zonder partner. Van alle niet-actief wachtenden die wel bereid zijn tot opname wil 78% enkel terecht bij de voorkeursinstelling.
Ook zorgaanbieders erkennen dat er een kwalitatieve mismatch is: er is een wens om leegstaande complexen geschikt te maken voor de huidige wensen en voorkeuren van cliënten (bijv. kleinschalig) of nieuwe plekken te realiseren bij voorkeursaanbieders, maar dit is financieel niet zomaar mogelijk door de manier waarop er nu afspraken zijn tussen zorgaanbieders en zorgkantoren.
Rabobank (2019). Cijfers & Trends, Gezondheidszorg
20
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Parck Warande Oosterhout
B3.3 Conclusie Uit de prognoses vanuit de beleidskaders en de actuele trends en ontwikkelingen kan worden geconcludeerd dat het planinitiatief voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling Parck Warande, waarbij 35 zorgappartementen worden gerealiseerd, voorziet in een kwantitatieve behoefte: De bevolking in het verzorgingsgebied (subregio Breda e.o. en gemeente Oosterhout) neemt de komende jaren toe. Tegelijkertijd verandert de samenstelling van de bevolking: er zijn meer ouderen, die bovendien ouder worden. Ook in het verzorgingsgebied zet de vergrijzing stevig door. Deze sterke vergrijzing leidt onvermijdelijk tot een stevige toename van de zorgvraag. De komende jaren zal er daarom veel aandacht moeten zijn voor het ‘wonen met zorg en welzijn’. In de provincie Noord-Brabant stijgt de vraag naar beschermd wonen ieder jaar. Ook in de subregio Breda e.o. is sprake van een toename van de vraag van 2.175 plekken in 2025, naar 3.050 plekken in 2035 en 3.625 plekken in 2045. Het huidige aanbod van beschermd wonen is met 1.875 plekken niet toereikend om in de (groeiende) vraag te voorzien. Uit de provinciale prognose (2020) blijkt dat het aanbod tot 2045 zich bijna moet verdubbelen om in de behoefte te kunnen voorzien.
Kijkend naar de vraag en het aanbod bestaat in de subregio Breda een behoefte van 1.725 beschermd wonen plekken tot 2045. Circa een kwart van deze behoefte doet zich voor in de gemeente Oosterhout met 410 plekken tot 2045: 115 plekken in de periode 2018-2025, 180 plekken in 2025-2035 en 115 plekken in 2035-2045. In
woensdag 6 april 2022
deze opgave kan worden voorzien door het aantal verpleeghuisplaatsen uit te breiden, bestaande verzorgingshuizen om te bouwen naar verpleeghuiscapaciteit en door nieuwbouw van complexen voor intensieve zorg. Kijkend naar de prognoses van de provincie is het huidige aanbod binnen het verzorgingsgebied ontoereikend om in de (groeiende) vraag te voorzien. Dit maakt dat het initiatief om beschermd wonen te realiseren in Parck Warande voorziet in een kwantitatieve behoefte.
Naar verwachting zal in de toekomst wonen met een zorg-hulpvraag een integraler onderdeel van een woonwijk vormen. Het initiatief om zorgwonen te realiseren in Parck Warande valt hieronder aangezien het zorgwonen onderdeel is van de integrale ontwikkeling om de locatie tot een woningbouwlocatie te realiseren.
Kwalitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling Parck Warande, waarbij 35 zorgappartementen worden gerealiseerd, voorziet in een kwalitatieve behoefte: Binnen de provincie Noord-Brabant wordt opgemerkt dat verhoudingsgewijs de sterkste groei ligt bij het beschermd wonen. Voor het beschermd wonen is de vraagraming voor 2045 het dubbele van het huidige aanbod. De vraagraming naar beschut en geschikt wonen ligt veel lager. Het initiatief zet in op beschermd wonen en voorziet daarmee in een kwalitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied. Er is meer variatie nodig in het type woningen voor zorgbehoevenden, omdat hun wensen en problematiek divers is. In het bijzonder geldt dat voor ouderen. Zij die willen verhuizen zijn kritisch. Wensverhuizers zijn niet te verleiden met oudere, kleinere seniorenwoningen. Er is behoefte aan nieuw voor oud. Ook bij zorgwonen (voor ouderen) geldt dat binnenstedelijke locaties in trek zijn (nabijheid voorzieningen). Het initiatief voorziet in een kwalitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied door nieuw woonzorgaanbod te realiseren op een locatie met hoog wooncomfort (modern, ruim, met groen en water) en de aanwezigheid van voorzieningen nabij (o.a. Winkelcentrum Zuiderhout).
21
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Parck Warande Oosterhout
Bijlage 4: Toelichting zorgwoningen en zorgprofielen B4.1 Bestemming ‘wonen’ versus ‘maatschappelijk’ Om te kunnen bepalen of een initiatief onder de bestemming ‘wonen’ of ‘maatschappelijk’ valt, is het van belang om te kijken naar de mate van zelfstandige bewoning van de doelgroep van het initiatief. Uit jurisprudentie blijkt namelijk dat ook minder traditionele woonvormen (zoals seniorenwoningen of aanleunwoningen) binnen de bestemming ‘wonen’ kunnen vallen. Er moet dan wel sprake zijn van nagenoeg zelfstandige bewoning. Dit houdt in dat de zorg bestaat uit specifieke ondersteuning voor de algemene dagelijkse levensbehoeften en dat de bewoners geen voortdurende zorg nodig hebben. Het betreft hier gevarieerde woonvormen zoals de seniorenwoning, zorgwoning, aanleunwoning, kleinschalig groepswonen, beschut wonen, verzorgd wonen en begeleid wonen. In algemene zin is het Rijksbeleid erop gericht zorgbehoevenden steeds langer zelfstandig te laten blijven wonen. Mensen met een lichtere zorgbehoefte komen niet meer in aanmerking voor een intramurale woonplek, maar ontvangen zorg thuis en komen in aanmerking voor een woningaanpassing. Dit komt concreet tot uitdrukking via de indicatiestelling (zorgprofiel of zorgzwaartepakket), aangezien de mogelijkheden ten aanzien van zorgwonen en budgetten daarvan afhankelijk zijn.
Vanuit de wetgeving vallen mensen met een zorgzwaartepakket van 4 VV of hoger onder de Wet langdurige zorg (Wlz) (zie kader). Het gaat hierbij om bewoners die de hele dag (zware) zorg of toezicht nodig hebben. Voor deze doelgroep is er aanwezigheid van alle benodigde
woensdag 6 april 2022
zorg gedurende dag én nacht. Dit betekent dat er sprake is van ‘niet nagenoeg zelfstandige bewoning’ en dat de bestemming van een initiatief voor dit soort bewoners onder de bestemming ‘maatschappelijk’ valt. Zorgprofielen Om in aanmerking te komen voor langdurende verpleging hebben ouderen een indicatie nodig. De indicatie geeft aan op welke zorg de persoon mag rekenen. Dit heet het zorg-profiel (VV) of zorgzwaartepakket (ZZP). Er bestaan tien verschillende zorgprofielen, van ZZP1 tot en met ZZP10: De indicaties ZZP 1 tot en met 3 vallen onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Met deze indicaties is geen zorg met verblijf in een verpleeghuis of woonzorgcentrum mogelijk. ZZP 4 tot en met 10 vallen onder de Wlz (Wet langdurige zorg), waarbij zorg met verblijf wel mogelijk is. Zorgprofielen gericht op Verpleging en Verzorging voor ouderen zijn opgebouwd aan de hand van een getal en de aanduiding VV (voorheen ZZP).
De Wlz maakt onderscheid tussen de volgende zorgprofielen: VV 4: Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging VV 5: Beschermd wonen met intensieve dementiezorg VV 6: Beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging VV 7: Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, nadruk op begeleiding VV 8: Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, nadruk op verzorging en verpleging VV 9b: Herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging VV 10: Beschermd verblijf met intensieve palliatief-terminale zorg (vervallen per 1 januari 2018)
B4.2 Onderscheid beschermd en beschut wonen Beschermd wonen (zorgprofiel VV-05 t/m VV-08) Het ‘beschermd wonen’ omvat instellingsplaatsen met 24uurs nabije zorg en bescherming. Dit betekent dat de zorg permanent aanwezig is. Het betreft intensieve en zeer intensieve zorg, gericht op verpleging en verzorging en/of dementiezorg (zorgprofielen VV-05 t/m VV-08, waarbij VV staat voor de sector Verpleging en Verzorging (V&V) uit de Wet langdurige zorg (Wlz)). Behalve verpleeghuizen vallen ook verschillende kleinschalige vormen van groepswonen onder het beschermd wonen, voor zover het instellingsplaatsen betreft. Indien de zorg extramuraal (buiten een instelling) wordt geleverd (thuis of in kleinschalige zelfstandige woonvormen), wordt dit niet tot het beschermd wonen gerekend, maar valt het onder Volledig Pakket Thuis (VPT). ‘Intramuraal overig’ omvat alle plaatsen in intramurale instellingen voor zover bewoond door personen met een VV-09 indicatie (revalidatiezorg). Deze cliëntengroep verblijft relatief kortdurend in een intramurale omgeving. Ook de zogenaamde sectorvreemde zorgprofielen zijn aan deze categorie toebedeeld. Dit betreft de in V&V-instellingen verblijvende personen met een zorgprofiel in de GGZ of Gehandicaptensector. In deze prognose zijn de ‘intramuraal overig’-plaatsen bij het beschermd wonen gerekend.
Beschut wonen (zorgprofiel VV-01 t/m VV-04) Tot het 'beschut wonen' worden de instellingsplaatsen gerekend – veelal verzorgingshuisplaatsen – ten behoeve van personen met een VV-04 indicatie (zorgprofiel ‘Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging’). Ook de VV-01 t/m VV-03 indicaties behoren tot het beschut wonen. Voor deze lichtere vormen van beschut wonen worden sinds 2014 echter geen indicaties meer afgegeven, waardoor de vraag naar beschut wonen de afgelopen jaren is gedaald.
22