bijlage 3 Besluit Hogere Waarde Wet geluidhinder railverkeer bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost)
Tekst van het document
1 van 7
BESLUIT HOGERE WAARDE VOOR DE TEN HOOGSTE TOELAATBARE GELUIDSBELASTING WET GELUIDHINDER (Bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst-Oost)) 1
Ambtshalve besluit
Burgemeester en wethouders van Oosterhout willen het Bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (verder: plangebied Dorst-Oost) ter vaststelling aan de raad voorleggen. Het plangebied DorstOost is geprojecteerd aan de zuidzijde van de spoorweg Breda-Tilburg en ten oosten van de kern van Dorst. Om het bestemmingsplan te mogen vaststellen moeten voor een gedeelte van die nieuwe woningen hogere waarden Wet geluidhinder worden vastgesteld. Het plan is beschreven in de Toelichting bij het Bestemmingsplan en voor zover voor dit Ontwerpbesluit van belang, samengevat in het hierna genoemde akoestisch onderzoek. In het plangebied zijn maximaal 165 woningen voorzien. Woningen zijn geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder (verder: Wgh). Bij het bestemmingsplan is het geluidrapport gevoegd: - Akoestisch onderzoek railverkeer, Plangebied Dorst-Oost, 3 dec 2020, versie 1.0, gew. 3.12.2020, Movares Nederland BV. Het onderzoek betreft ten minste onderzoek naar: - de geluidbelasting vanwege (spoor)wegen met een geluidzone in de zin van de Wet geluidhinder op de nieuwe woningen; - de doelmatige maatregelen; - de cumulatie en samenloop van de geluidbelasting op de woningen.
Uit het geluidonderzoek is gebleken dat zonder maatregelen de grenswaarde van het Besluit geluidhinder voor de geluidbelasting op de geprojecteerde nieuwe woningen zal worden overschreden (alleen) vanwege het spoorweglawaai. Om te voldoen aan de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder is een geluidwerende voorziening noodzakelijk ten zuiden van de spoorweg. Ondanks de sterke geluidreductie daarvan zal voor een deel van de woningen op de 1e en 2e verdieping er nog sprake blijven van een lichte overschrijding van de grenswaarde. De woningen die het betreft zijn kadastraal geprojecteerd in het gebied met sectie K en nummers 194, 214, 215, 863, 868, 869, 872, 874, 878, 879, 1090, 1201, 1561, 1867, 2167, 2168, 2445, 2807, 2965, 2966, 3418, 3465.
2
Procedure
Het bovengenoemde akoestisch onderzoek in samenhang met de Bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst-Oost) zijn de basis voor dit Ontwerpbesluit. Op de voorbereiding van het besluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Artikel 110c van de Wet geluidhinder (verder te noemen Wgh) stelt dat bij procedures voor vaststelling of herziening van een bestemmingsplan het ontwerp van het besluit tot het vaststellen van hogere grenswaarden tegelijkertijd met het ontwerpbesluit bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Evenzo zal dit besluit tegelijkertijd met het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Hypotheken 4
2 van 7
3
Overwegingen
Algemeen 3.1
Alle geprojecteerde woningen (nieuwe woningen) in het plangebied zijn gelegen binnen geluidzone van de spoorweg (Breda – Tilburg) als bedoeld in artikel 106b Wgh.
3.2
Er zijn geen woningen in het plangebied binnen de geluidzone van wegen geprojecteerd. Daardoor is verdere toetsing aan de Wet geluidhinder daarvan niet aan de orde en zijn er vanwege verkeerslawaai ook geen hogere waarden vereist.
3.3
In het plangebied zijn alleen woningen toegelaten. Er zijn maximaal 3 bouwlagen toegelaten. De woningen zijn vanwege aspecten van externe veiligheid altijd gelegen op een afstand van 30 m of meer van de spoorweg.
3.4
Ten westen van het plangebied is de kern van Dorst gelegen. Tussen de bestaande woningen en de spoorweg is al een geluidsaneringsscherm aanwezig.
3.5
Ten noorden van het plangebied en de spoorweg is de Boslaan gelegen met enkele vrijstaande woningen in het bosgebied. Ten oosten van het plangebied en ten zuiden van de spoorweg is één woning aan de Oude Tilburgsebaan gelegen. Voor de woningen direct aan de Boslaan is vanwege het Rijk de aanleg van enkele korte, individuele geluidsaneringsschermen in voorbereiding van ca. 3 m hoog (verschilt per woning). Deze zijn geprojecteerd op de spoorinfrastructuur en kunnen naar verwachting eind 2022 of begin 2023 worden aangelegd.
3.6
Als gevolg van artikel 107 Wgh en artikel 4.9 van het Besluit geluidhinder (verder: Bgh) wordt 55 dB als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een gezoneerde spoorweg op de gevel van de woning aangemerkt (nieuwbouw).
3.7
Als gevolg van artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld (art. 110a Wgh) voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege de spoorweg op de gevel van nieuwe woningen, mits deze waarde niet groter is dan 68 dB (nieuwbouw).
3.8
In het onderzoek is de geluidbelasting op de geprojecteerde woningen in het plangebied berekend met de afscherming van bestaande objecten in het plangebied en zonder rekening te houden met de afscherming van de nieuwe objecten in het plangebied.
3.9
De geluidbelastingen zijn als geluidcontouren (in dB) weergegeven in het geluidonderzoek voor de hoogten van 1,5, 4,5 en 7,5 m met een differentiatie van 1 dB.
3.10
Voor de beoordeling van de financiële doelmatigheid is op verzoek van de gemeente aangesloten bij de Regeling doelmatigheidsmaatregelen Wet geluidhinder. Daarmee is een objectieve afweging mogelijk van het geluidrendement versus de kosten.
Resultaten 3.11
Uit het geluidonderzoek blijkt dat op de geprojecteerde woningen de grenswaarde voor de geluidbelasting vanwege de spoorweg van 55 dB, zonder maatregelen, wordt overschreden op alle ontvangerhoogten.
3.12
Dat resultaat betekent dat het Bestemmingsplan niet mag worden vastgesteld indien geen hogere waarde is vastgesteld door het college.
Hypotheken 4
3 van 7
3.13
Een hogere waarde mag alleen worden vastgesteld, indien er geen doelmatige, geluidreducerende maatregelen mogelijk zijn, dan wel dat daartegen zwaarwegende (wettelijke) bezwaren bestaan (art. 110a Wet geluidhinder).
3.14
Daarom moeten maatregelen worden onderzocht en is nagegaan of die technisch mogelijk en doelmatig zijn. Dat betreft raildempers, een geluidwal of een geluidscherm.
Maatregelen 3.15
Het toepassen van raildempers op de spoorweg kan een geluidreductie opleveren van maximaal 3 dB in het gehele plangebied. Daarmee wordt nog lang niet voldaan aan de wettelijke grenswaarde van 55 dB. Vanwege het hogere geluidreducerende effect en omdat die dichtbij de spoorweg kunnen worden gerealiseerd zijn een geluidwal of – scherm veel effectiever. Verder onderzoek naar raildempers is daarom niet nodig.
3.16
Het toepassen van een geluidwal (met topscherm) is qua geluidreductie ongeveer gelijkwaardig aan een geluidscherm. Een geluidwal neemt echter over een breedte van minimaal 2 maal de hoogte aan ruimte in. Daarom is alleen een geluidscherm langs, en gedeeltelijk haaks op de spoorweg, nader onderzocht.
3.17
Uit het onderzoek is gebleken dat een geluidscherm net buiten de infrastructuur van de spoorweg technisch mogelijk en doelmatig is. Tevens is gebleken dat een scherm van 6 m hoog (bovenzijde spoorstaaf) nog financieel doelmatig is. Het geluidscherm is daarbij geprojecteerd van ca. het bestaande geluidsaneringsscherm tot aan de oostzijde van het plangebied waar het ook haaks op de spoorweg nog langs is geprojecteerd.
3.18
Tegen een nog hoger scherm bestaan één of meer wettelijke bezwaren van landschappelijke en stedenbouwkundige aard.
3.18.1
Landschappelijk gezien wordt het plangebied door 3 zijden omgeven door bos en aan één zijde door een bestaande woonwijk. De bomen variëren van een hoogte van ca. 10 – 15 m. Vanuit het bos gezien is het scherm nauwelijks zichtbaar. Daarvoor is de hoogte geen belemmering. Het scherm is echter langs de (onverharde) weg wel waarneembaar en kan qua uiterlijk als “hard” overkomen afhankelijk van het type. Door het toepassen van beplanting (klim of bossage) tegen het scherm aan de woonwijkzijde is dat te voorkomen. Daarvoor geldt dat 6 m ca. de maximale hoogte is.
3.18.2
Stedenbouwkundig gezien wordt onderscheid gemaakt tussen de bestaande en geprojecteerde woningen. Voor de bestaande woningen is van belang dat slechts in één geval er vrij zicht is op de spoorweg. Voor de woningen direct gelegen aan de Boslaan zijn geluidsaneringsschermen voorzien van ca. 3 m hoog (noordzijde). Tevens ligt het spoor ter plaatse aanzienlijk hoger dan het lokaal maaiveld. Daardoor is er in ieder geval vanaf de ruimte op de b.g. bij een geluidscherm van hoger dan 6 m (zuidzijde) vanuit ten minste één woning direct zicht op het scherm dat als belemmerend kan worden beschouwd. De ruimten op de verdieping hebben overwegend slaapfuncties. Voor de nieuwe woningen is vooral het aanzicht en de omvang van het scherm van belang. Het aanzicht kan door beplanting of het zicht vanuit de woningen positief worden beïnvloed. Afgewogen tegen het belang om de nieuwe bewoners tegen het geluid van de spoorweg te beschermen wordt een scherm hoger dan 6 m als niet aanvaardbaar beschouwd.
3.18.3
Gelet daarop bestaat tegen een geluidscherm met een hoogte van meer dan 6 m een wettelijk bezwaar.
Hypotheken 4
4 van 7
3.18.4
Uit het geluidonderzoek blijkt dat met een absorberend geluidscherm van 6 m hoog (bovenkant hoogste spoorstaaf) de geluidbelasting op de nieuwe geprojecteerde woningen op de begane grond overal lager is dan de grenswaarde van 55 dB. Op de 1e verdieping is voor een klein aantal nieuwe woningen er nog een lichte overschrijding en op de 2e verdieping voor een iets groter aantal nieuwe woningen een lichte overschrijding van de grenswaarde.
Hogere waarden 3.19
Gelet op het bovenstaande wordt, na het toepassen van de geluidmaatregel van een absorberend geluidscherm van 6 m hoog (bovenkant bovenste spoorstaaf), de grenswaarde voor de geprojecteerde woningen op de 1e en 2e verdieping nog licht overschreden. Daarvoor wordt met dit besluit een hogere waarde vastgesteld. Omdat het geluidonderzoek heeft gerekend zonder afscherming van de nieuwe woningen zal in de praktijk er aan de gelvelzijde van het spoor af vrijwel overal ruimschoots worden voldaan aan de grenswaarde. Tevens zal er ook aan de voorzijde en bij de zijgevels een veel lagere geluidbelasting heersen, anders dan bij de 1e lijnsbebouwing, indien laatstgenoemde woningen zijn gerealiseerd.
3.20
In alle gevallen is de geluidbelasting in het gebied lager dan de maximaal toegestane waarde van 68 dB. De maximale geluidbelasting met de maatregel bedraagt 59 dB bij een enkele woning.
3.21
Door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de Regels bij het Bestemmingsplan is geborgd dat wordt voldaan aan de Wet geluidhinder.
Cumulatie, samenloop, geluidluwe gevel 3.22
Om een hogere grenswaarde toe te staan moet de gecumuleerde geluidbelasting van de gezoneerde (spoor)wegen worden overwogen. Omdat sprake is van één spoorweg en geen relevante gezoneerde wegen, is cumulatie en samenloop verder niet aan de orde.
3.23
Alle woningen waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld kunnen de beschikking krijgen over ten minste één geluidluwe gevel of ruimte. Dat is geen belemmering voor het vaststellen van een hogere grenswaarde.
4
Zienswijzen
Het ontwerpbesluit Hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting Wet geluidhinder (Bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst-Oost)) heeft gelijktijdig met het ontwerpbesluit Bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst-Oost) gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht konden belanghebbende bij ons zienswijzen in dienen op het eerstgenoemde ontwerpbesluit. Daarvan is gebruik gemaakt door of namens 16 personen of organisaties. Gelet op de formulering, “het oprekken van de norm”, worden de ingediende zienswijzen als zienswijzen tegen het Ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder (Bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (DorstOost) beschouwd. Die zijn vanwege de Algemene verordening gegevensbescherming geanonimiseerd en genummerd als 1, 2, 5, 8, 9, 12, A t/m J. De volledige inhoud van de zienswijzen zijn beschouwd voor dit besluit. De zienswijzen die betrekking hebben op het ontwerpbesluit hogere waarde Wet geluidhinder zijn hieronder samengevat. De overige zienswijzen betreffen onderwerpen die geen betrekking hebben op het ont-
Hypotheken 4
5 van 7
werpbesluit hogere waarde Wet geluidhinder en in de procedure daarvoor niet aan de orde kunnen komen. De samenvatting van de zienswijzen die betrekking hebben op ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder luidt: U wil de normen voor de geluidbelasting oprekken vanwege het railverkeerlawaai. Ik zie liever dat u met ProRail in conclaaf gaan om verbeteringen aan het spoor aan te brengen. Daarop is de volgende reactie geformuleerd: De beoogde woonwijk is geprojecteerd naast de bestaande kern van Dorst en ten zuiden van de spoorweg. Een plan moet wat betreft het spoorweglawaai voldoen aan de Wet geluidhinder. Uit geluidonderzoek is gebleken dat de grenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel van de beoogde nieuwe woningen zonder geluidmaatregelen zal worden overschreden. Daarom is een hoog en lang geluidscherm (6 m) voorzien waarmee de geluidbelasting vanwege de spoorweg op de gevel van alle nieuwe woningen sterk wordt gereduceerd. Voor zover de daarna nog resterende geluidbelasting hoger is dan de standaardgrenswaarde voor spoorweglawaai mogen op grond van de Wet geluidhinder hogere waarden worden vastgesteld. Dat besluit heeft geen nadelige gevolgen voor de geluidbelasting op bestaande woningen. Door het geluidscherm zal de geluidbelasting bij de bestaande woningen aan de oostzijde van de kern van Dorst juist extra afnemen.
Dan zal er bij de nieuwe woningen ook sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een verbetering daarvan opleveren bij een deel van de bestaande woningen. Dat laat onverlet dat er ten aanzien van bronmaatregelen waar nodig overleg is met betrokkenen als ProRail of het ministerie van I&W, daar veranderd dit plan niets aan. Dat is echter geen overweging die ten grondslag aan het besluit mag worden gelegd. Overigens zijn alle indieners bewoners van bestaande woningen in Dorst, soms tot op grote afstand van het plangebied. In beroep hebben geen van de indieners gelet op de ligging van hun bestaande woning een rechtstreeks belang bij de bescherming van de nieuwe woningen tegen het spoorweglawaai die de Wet geluidhinder beoogd (norm) omdat ze daarvan o.a. geen gebruiker, huurder of eigenaar zijn en de norm niet dient ter bescherming van hun belang (relativiteitseis). De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding om het besluit in afwijking van het ontwerpbesluit te wijzigen. Er zijn wel enkele taalkundige correcties verwerkt.
Hypotheken 4
6 van 7
5
Besluit
Gelet op de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder en de hiervoor genoemde overwegingen besluit het college: a)
een hogere ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vast te stellen op de gevel van een (geprojecteerde) woning, voor de woningen geprojecteerd op gronden binnen het plangebied van Bestemmingsplan Dorst, Herziening 3 (Dorst-Oost) en waar in overeenstemming met de bestemming een woning is toegelaten en voor zover het gevels betreft op 4,5 of 7,5 m hoogte; b) dat de hogere grenswaarde op een hoogte van 4,5 respectievelijk 7,5 m op de gevel gelijk is aan de hoogste waarde van de 2 contourlijnen voor de betreffende hoogte, waartussen de gevel is gelegen in bijlage 1. Indien de gevel in 2 contourgebieden is gelegen geldt ook de hoogste waarde in dB; c) dat de vastgestelde hogere grenswaarde het gevolg is van een akoestische afweging en toetsing aan de Wet geluidhinder; d) dat de vastgestelde hogere waarden uit punt a) zullen conform art. 110i Wet geluidhinder worden ingeschreven in het kadaster.
De volgende bescheiden vast te stellen als behorende bij het besluit om vaststelling van hogere waarden: - akoestisch onderzoek (zie onder 1) - bijlage 1 – geluidcontouren (hoogte 4,5 en 7,5 m).
6
Beroep
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan beroep worden ingesteld door degene die een zienswijze hebben ingediend of die in andere gevallen op grond van de Algemene wet bestuursrecht of de jurisprudentie is toegestaan. We wijzen erop dat een appellant in beroep bij een ingebrachte grond wel een rechtstreeks geschonden belang moeten hebben. Voor de details wordt verwezen naar de kennisgeving van dit ontwerpbesluit.
Datum: 7 - december - 2021
HET COLLEGE VAN OOSTERHOUT,
……………………………………………….
, burgemeester
………………………………………………..
, secretaris.
Hypotheken 4
7 van 7
Bijlage 1 – geluidcontouren plan Dorst-Oost
-
Geluidcontouren op 4,5 m hoogte Geluidcontouren op 7,5 m hoogte
Hypotheken 4
6
Esri Nederland, Community Map Contributors
R.F.C.Groothuis 1 : 2000
50
Projectnummer: RM006778
0
Vrijgave
Geografische Informatie Systemen
Auteur Schaal
Datum Formaat
12-08-2020 A3 liggend
Postbus 2855 3500 GW Utrecht
§
Meters
100
Eerste verdieping - 4.5m hoogte
Plangebied Dorst-Oost Geluidcontouren
> 68 dB
61 - 68 dB
60 dB
59 dB
58 dB
57 dB
56 dB
<= 55 dB
Geluidbelasting
Scherm 6 meter BS
Verbeelding plangebied
Bestaand scherm
6
Esri Nederland, Community Map Contributors
R.F.C.Groothuis 1 : 2000
50
Projectnummer: RM006778
0
Vrijgave
Geografische Informatie Systemen
Auteur Schaal
Datum Formaat
12-08-2020 A3 liggend
Postbus 2855 3500 GW Utrecht
§
Meters
100
Tweede verdieping - 7.5m hoogte
Plangebied Dorst-Oost Geluidcontouren
> 68 dB
61 - 68 dB
60 dB
59 dB
58 dB
57 dB
56 dB
<= 55 dB
Geluidbelasting
Scherm 6 meter BS
Verbeelding plangebied
Bestaand scherm