bijlage 2 Ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
De parkeervoorzieningen als bedoeld onder 1 en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen als bedoeld onder 2 dienen in stand te worden gehouden.
Buitengebied 2013 (inl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10), ontwerp 32
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
11.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 11.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 11.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 11.1 met maximaal 10%. 11.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
11.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 11.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind 11.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 11.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Buitengebied 2013 (inl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10), ontwerp 33
11.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Buitengebied 2013 (inl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10), ontwerp 34
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013 (inl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)' van de gemeente Oosterhout.
Buitengebied 2013 (inl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10), ontwerp 35
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN GROENENDIJK 10 TE OOSTEIND
20200514-00 v3 | Maart 2022
LOCATIE
Het plangebied ligt aan de Groenendijk ten oosten van de kern Oosteind. Het initiatief voorziet in de realisatie van één ruimte-voor-ruimte woonkavel. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) is vastgelegd dat iedere ontwikkeling in het buitengebied gepaard moet gaan met een fysieke kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.9). Hoe deze kwaliteitsverbetering er uit moet zien en welke waarde deze moet vertegenwoordigen, hangt af van de impact van het plan op het landschap en de te verwachten grondwaardevermeerdering. Doordat de ruimte-voor-ruimte regeling zelf al bijdraagt aan een investering in het landschap, is artikel 3.9 niet van toepassing op onderhavige planontwikkeling. In geval de kwaliteitsverbetering elders wordt uitgevoerd (ruimte voor ruimte), geldt ter plaatse van de ontwikkeling uiteraard wel een goede landschappelijke inpassing. Voorliggend plan voorziet in een passende landschappelijke inpassing voor perceel.
20200514-00 v2 | Maart 2022
FOTOINVENTARISATIE OMGEVING
Vogelvlucht plangebied vanaf zuiden
Zicht op het plangebied vanaf de Groenendijk
Groenendijk ter hoogte van het plangebied (kijkrichting naar het noorden)
Groenendijk ten noorden van het plangebied
Zicht op het plangebied vanuit het noorden
Nabij gelegen rivier De Donge
20200514-00 v2 | Maart 2022
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
Aanleg bloemrijk grasland + verwilderingsbollen Te behouden fruitbomen
Te behouden notenboom Kroondiameter 10 meter Te behouden notenboom Kroondiameter 8 meter Aanplant bossingel
Aan te planten Knip- en scheerhaag (Beuk)
Te behouden eik Kroondiameter 12 meter
Woning (positionering en afmeting indicatief) Plantenkas
Te behouden notenboom Kroondiameter 8 meter
Aan te planten vrij uitgroeiende gemengde haag Te slopen gebouw
20200514-00 v2 | Maart 2022
AANPLANT EN BEHEER INPASSINGSMAATREGELEN
Knip- en scheerhaag
Vrij uitgroeiende haag
Haagbeplanting draagt bij aan de landelijke uitstraling. Aan de voorste perceelsgrens
Aan de zuidzijde wordt een vrij uitgroeiende haag aangeplant met een lengte van 37 meter.
wordt een lage scheerhaag met een lengte van 35 meter voorzien.
Onder een vrij uitgroeiende haag wordt een lijnvormig element van struiken vertaan. Deze haag wordt beperkt gesnoeid en groeit volop in hoogte en breedte uit. Daarmee voorziet de
Aanplant
haag in nest-, schuil- en voedselgelegenheid voor vogels en zoogdieren.
Aanplant van de haag (0,60 meter breed) middels 2 rijen planten met een onderlinge plantafstand van 4 á 5 stuks per meter.
Aanplant Inheemse vrij uitgroeiende haag (37m). Aanplant van de haag (circa 0,50 meter breed) middels
Soort •
2 rijen planten met een onderlinge plantafstand van 4 á 5 stuks per meter.
Fagus Sylvatica (beuk) Soorten:
Plantmaat
•
Carpinus Betulus (haagbeuk)
•
•
Hedera Helix Arborescens (struikklimop)
•
Ligustrum Vulgare (gewone liguster)
Beheer
•
Rosa Pimpinellifolia (duinroos)
Het beheer bestaat uit het 2 maal per
•
Salix Purpurea Nana (bittere wilg)
0,60 - 0,80 meter
jaar scheren/snoeien (juni en september). Plantmaat •
0,40 - 0,60 meter
Beheer
Referentiebeeld lage knip- en scheerhaag
20200514-00 v2 | Maart 2022
Snoeien 1 maal per jaar of 1 maal per 2 jaar
Referentiebeeld vrij uitgroeiende haag
Bossingel
Bloemrijk grasland en bloembollen
Met de aanplant van bosplantsoen aan de oostzijde van het plangebied wordt aangesloten
Aan de noordzijde van het plangebied voorziet een strook van 5 meter breed bloemrijkgrasland
op de groenstructuur aan de achterzijde van het perceel. Het betreft een groenelement
met verwilderingsbollen voor onderbegroeiing bij de bestaande fruitbomen. Een bloemrijke rand
met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking
is een aaneengesloten rand langs een perceel met een gevarieerde kruidachtige begroeiing
van minimaal 90%. De combinatie van gevarieerde boom- en struikvormers zorgt voor
van inheemse grassen en kruiden.
ecologische waarde voor flora en fauna. Rondom de bestaande kas blijft voldoende ruimte om omheen te lopen.
Aanplant Verschralen grond en aanbrengen bloemrijkrijk grasmengsel en aanplant verwilderingsbollen.
Aanplant Aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse bomen en/of struiken.
Soorten Het bloemrijk graslandmengsel dat wordt toegepast betreft Cruydthoek G1. De bollen die worden
Soorten
toegepast betreft daslook, reuze ui, goudlook, trommelstokken, holwortel, boerenkrokus, wilde
Cornus Mas (Gele Kornoelje)
Pyrus Pyraster (Wilde Peer)
Cornus Sanguinea (Rode Kornoelje)
Rhamnus Frangula (Vuilboom)
Crateagus Monogyna (Eenstijlige Meidoorn)
Rosa Canina (Hondsroos)
Lonicera Xylosteum (Rode Kamperfoeli)
Salix Caprea (Boswilg)
Malus Sylvestris (Wilde Appel)
Salix Triandra (Amandelwilg)
Prunus Padus (Gewone Vogelkers)
Sambucus Nigra (Gewone Vlier)
Prunus Spinosa (Sleedoorn)
Vaccinium Corymbosum (Trosbes)
kivietsbloem, sneeuwklokje, zomer hyacint, bostulp en look. Beheer In het eerste jaar wordt het grasland drie tot vijf keer gemaaid en het wordt het maaisel afgevoerd. Vanaf het tweede jaar wordt één tot twee keer per jaar gemaaid en afgevoerd. Maaisel afvoeren, zodat de grond verder verschraalt.
Omvang de singel is circa 3 meter breed en circa 30 meter lang. Plantafstand verschoven verband 1,25 x 1,25 m Beheer Na 2 a 3 jaar struiken snoeien en indien nodig hoge beplanting afzagen.
Referentiebeeld bossingel
20200514-00 v2 | Maart 2022
Referentiebeeld bloemrijk grasland
Ontvangstdatum: 26-11-2018
i
>1
Datum :
6 november 2018
i[kEgk
Certificaatnr :
812
qij"1141/4—f f ill
Locatie :
Locatie Groenendijk 10, Oosteind, gemeente Oosterhout (kadastraal bekend als gemeente Oosterhout sectie V nummer 177).
Certificaat Bouwtitel Ti t el num m er
Per c en t ag e
In g eb r ac h t e b o u wt i t el
20170083
1000/Q
1
Totaal ingebrachte
. b , , , , , , d ~ i f f l o w i i j i ~ ~ ~ f f p . , youwtitel
Dit certificaat is verleend door de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte II CV op grond van de Verordening Ruimte van de Provincie Noord-Brabant. Ruimte voor Ruimte II CV ontwikkelt bouwkavels in het kader van de zogeheten Ruimte voor Ruimte regeling van het Rijk.
Dit certificaat geeft aan dat is voldaan aan de voorwaarden voor verkrijging van een Ruimte voor Ruimte bouwtitel. Het bouwrecht voor bovengenoemde locatie wordt verkregen na planologische goedkeuring door provincie en gemeente
Directie Ruimte voor Ruimte II CV, Voor deze Ruimte vogs,Ruimte Beheer BV
Dhr. W. van de Kerkhof, Algemeen Directeur
ruimte voor ruimte Ruimte voor Ruimte 11 CV - Postbus 79 - 5201 AB - 's-Hertogenbosch Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte is een 100% deelneming van de Provincie Noord-Brabant.
RAPPORT Quickscan natuurwetgeving Groenendijk 10 te Oosteind
Opdrachtgever Mevrouw L. Waas Paul Windhausenweg 27 4818 TB Breda Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM19319 Status rapport Definitief pm Autorisatie Opsteller rapport: Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
datum
ir. C. de Koning ir. J.P.M. Hovens (Faunaconsult)
26 november 2019
Kwaliteitscontrole:
datum
ing. T. Thijssen
26 november 2019
Quickscan natuurwetgeving Groenendijk 10 te Oosteind/AM19319
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 3 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 3 1.2 Doel en status van dit document .................................................................................................... 3 1.3 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 3 2. WET- EN REGELGEVING 4 2.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 4 2.2 Bescherming van Natura 2000-gebieden ...................................................................................... 4 2.3 Natuurnetwerk Nederland .............................................................................................................. 4 2.4 Beschermde planten en dieren ...................................................................................................... 5 3. WERKWIJZE 6 3.1 Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ..................................................................... 6 3.2 Werkwijze quickscan ...................................................................................................................... 6 4.
AANWEZIGE BESCHERMDE NATUURWAARDEN 7 4.1 Beschrijving plangebied ................................................................................................................. 7 4.2 Natura 2000-gebieden.................................................................................................................... 7 4.3 Natuurnetwerk Brabant .................................................................................................................. 8 4.4 Overige beschermde gebieden ...................................................................................................... 9 4.5 Beschermde planten en dieren ...................................................................................................... 9 5. MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN 10 5.1 Natura 2000 .................................................................................................................................. 10 5.2 Natuurnetwerk Brabant ................................................................................................................ 10 5.3 Beschermde planten en dieren .................................................................................................... 10 6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 12 6.1 Natura 2000 .................................................................................................................................. 12 6.2 Natuurnetwerk Brabant ................................................................................................................ 12 6.3 Beschermde planten en dieren .................................................................................................... 12 LITERATUUR BIJLAGE 1. Toelichting per beschermingsregime
13 14
Pagina 2 van 17
Quickscan natuurwetgeving Groenendijk 10 te Oosteind/AM19319
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
In opdracht van mevrouw Waas heeft Aeres Milieu in samenwerking met Faunaconsult een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd op een locatie gelegen aan de Groenendijk 10 te Oosteind (gemeente Oosterhout, provincie Noord-Brabant). Hier wordt een nieuwe woning gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden. 1.2
Doel en status van dit document
Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving. 1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000- gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Wnb. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.
Pagina 3 van 17