Bijlage 2 conceptakte statutenwijziging Delta-Onderwijs 15-5-23
Tekst van het document
1
HOFFSPOOR NOTARISSEN
2023.0241.01/PHE/JNE
STATUTENWIJZIGING STICHTING
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
Vandaag, @, verscheen voor mij, mr. JOLETTE RIANNE VAN DER NETTEN VAN STIGT - VAN BEUSEKOM, toegevoegd notaris, hierna te noemen: 'notaris', bevoegd om akten te passeren in het protocol van mr. Pieter Gerrit Heeringa, notaris te Rosmalen, met als plaats van vestiging de gemeente 's-Hertogenbosch: @, te dezen handelend als zelfstandig bevoegd bestuurder van de stichting Stichting Delta Onderwijs, statutair gevestigd te Oosterhout (Noord-Brabant), kantoorhoudende te 4904 SK Oosterhout, Meerpaal 5, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41105843, hierna te noemen: "de stichting". INLEIDING De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde: a. De stichting is opgericht bij akte op één april negentienhonderdtweeënnegentig verleden voor @, notaris te @. b. De statuten van de stichting luiden thans zoals laatstelijk geheel gewijzigd bij akte op vierentwintig juni tweeduizend negen verleden voor mr. R.E. Staden, notaris te Oosterhout. c. Het bestuur van de stichting heeft in zijn vergadering van @ besloten de statuten van de stichting geheel te wijzigen, waarvan blijkt uit een aan deze akte te hechten uittreksel van de notulen van die vergadering. d. Er is voldaan aan de vereisten, die de statuten van de stichting voorschrijven met betrekking tot oproeping ter vergadering en besluitvorming tot wijziging van de statuten. e.
De voor de wijziging van de statuten vereiste goedkeuring is verstrekt door de gemeenteraad van de gemeente Oosterhout, de Nederlandse Katholieke Schoolraad (NKSR) te 's-Gravenhage en de Raad van Toezicht van de stichting, waarvan blijkt uit desbetreffende aan deze akte gehechte stukken. De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde bij deze ter uitvoering van gemeld besluit voor de stichting vast te stellen de volgende gewijzigde STATUTEN Naam, Zetel en Duur Artikel 1 1. De stichting draagt de naam: Stichting Delta-Onderwijs. 2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Oosterhout. 3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Doel, Grondslag Artikel 2 1. De stichting stelt zich zonder winstoogmerk ten doel het geven van onderwijs in afzonderlijke scholen voor onderscheidenlijk algemeen-bijzonder, openbaar en katholiek onderwijs dan wel in samenwerkingsscholen. 2. Het onderwijs aan de openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen en wordt gegeven met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.
2
Voor wat betreft het katholieke onderwijs beoogt de stichting onderwijs te geven op katholieke grondslag. Zij handelt daarbij volgens de algemene regelingen voor het katholieke onderwijs, welke in het gezamenlijk overleg van de Nederlandse Katholieke Schoolraad zijn vastgesteld, alsmede volgens het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs. 4. Algemeen-bijzonder onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. 5. In een samenwerkingsschool wordt aandacht geschonken aan het openbare karakter onderscheidenlijk de katholieke of algemeen-bijzondere identiteit conform de leden 2 tot en met 4 van dit artikel. 6. Het onderwijs dient zoveel mogelijk op de behoefte van de bevolking in de regio afgestemd te worden. 7. Het onderwijs op de afzonderlijke scholen dient zoveel mogelijk op de behoefte in het verzorgingsgebied afgestemd te worden. Middelen ter bereiking van het doel Artikel 3 De stichting tracht haar doel te verwezenlijken langs wettige weg en wel door onder meer: a. het oprichten en beheren van één of meer katholieke scholen, één of meer algemeen-bijzondere scholen, één of meer openbare scholen dan wel samenwerkingsscholen binnen het werkgebied van de stichting; b. het zo doelmatig mogelijk betrekken van aan de scholen verbonden personeel, ouders en leerlingen; c.
het bevorderen en bewaken van de katholieke en levensbeschouwelijke identiteit in het katholieke onderwijs, het bevorderen en bewaken van de algemeen-bijzondere identiteit alsmede het bevorderen en bewaken van het openbare karakter van het openbaar onderwijs; d. het samenwerken met de overheid en organisaties die eenzelfde of verwant doel nastreven, daarbij rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt; e. zich aan te sluiten bij voor de in de stichting deelnemende richtingen relevante onderwijsorganisaties; f. naast het vak "geestelijke stromingen" aandacht te besteden aan de godsdienstige vorming van de leerlingen op de katholieke scholen overeenkomstig hetgeen daaromtrent in het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs is bepaald; g. het in de respectievelijke schoolplannen aangeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit dan wel het openbaar karakter van de door haar bestuurde scholen; h. het benutten van alle andere wettige middelen die voor het bereiken van het doel nuttig kunnen zijn. Godsdienstige en levensbeschouwelijke zaken, toegankelijkheid en identiteitscommissie Artikel 4 1. Het College van Bestuur waarborgt op bestuursniveau de behartiging van de pastorale en catechetische aspecten van het katholieke onderwijs. 2.
De leerlingen van de openbare scholen worden in de gelegenheid gesteld binnen de op de scholen ingestelde schooltijden op de openbare scholen godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen.
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
3.
3
De katholieke scholen zijn in principe voor alle leerlingen toegankelijk. Ouders en leerlingen dienen wel de onderwijskundige en katholieke visie en identiteit van de school te respecteren en de bereidheid te hebben het volledige programma van de school te volgen. 4. Samenwerkingsscholen, openbare scholen en scholen voor algemeen-bijzonder onderwijs zijn toegankelijk voor leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensovertuiging van de leerling, hun ouders of verzorgers. 5. Aan een samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden waarvoor het volgende geldt: a. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag en de directeur van de samenwerkingsschool over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin. b. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. De identiteitscommissie bestaat uit minimaal twee leden. De leden dienen binding te hebben met de samenwerkingsschool en worden (her)benoemd en ontslagen door het College van Bestuur. Benoeming vindt plaats op voordracht van de directeur van de school. c.
Een lid van de identiteitscommissie wordt benoemd voor de duur van maximaal vier jaren. Aftredende leden kunnen ten hoogste éénmaal worden herbenoemd voor een termijn van maximaal vier jaren. d. De identiteitscommissie overlegt minimaal twee keer per schooljaar met de directeur van de school. e. In geval van een geschil tussen het College van Bestuur en de identiteitscommissie zal in eerste aanleg een oplossing worden gezocht door middel van mediation of bemiddeling. Indien dit niet tot een oplossing leidt, zal het geschil worden beslecht via arbitrage of bindend advies. f. Elke identiteitscommissie kan een eigen intern reglement vaststellen. 6. In het schoolplan van de samenwerkingsschool wordt aangegeven op welke wijze door de identiteitscommissie samenwerkingsschool invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit van de samenwerkingsschool. Organen van de stichting Artikel 5 1. De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het wettelijk bevoegd gezag uit voor zover bij wet niet anders bepaald. 2. De stichting heeft de functies van bestuur en toezicht in organieke zin gescheiden en kent daartoe als organen een College van Bestuur en een Raad van Toezicht. 3. De benoeming in de functies van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. 4.
Tot leden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht kunnen niet worden benoemd: a. echtgenoten/levenspartners, (stief-/pleeg-)ouders en (stief-/pleeg)kinderen van zittende leden;
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
3.
4
(stief-/pleeg-)broers en zussen of echtgenoten/levenspartners van (stief/pleeg-)broers en zussen van zittende leden; c. personeelsleden van de Stichting dan wel hun echtgenoten/levenspartners, (stief-/pleeg-)ouders/verzorgers en (stief-/pleeg-)kinderen; d. leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting; e. leden van de medezeggenschapsraad van een school van de stichting; f. personen die lid zijn van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de gemeenteraad van een gemeente waar de Stichting scholen heeft dan wel dat zijn geweest in de periode van vier jaar voorafgaand aan de datum van benoeming tot lid van het College van Bestuur of Raad van Toezicht; g. personen die een zodanige (andere) functie bekleden dat hun lidmaatschap kan leiden tot onverenigbaarheid of strijdigheid van die functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen; h. personen die op basis van in de geldende Code Goed Bestuur omschreven eigenschappen c.q. onverenigbaarheden zijn uitgesloten van lidmaatschap. Het College van Bestuur Artikel 6 1. Het College van Bestuur bestaat uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal leden. De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht. 2. Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting.
Bij de vervulling van zijn taak richt het College van Bestuur zich naar het belang van de stichting en het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden. Aan het College van Bestuur komen alle daartoe strekkende taken en bevoegdheden toe, dit met uitzondering van die taken en bevoegdheden die op grond van deze statuten expliciet aan de Raad van Toezicht zijn toegekend. 3. De leden van het College van Bestuur dienen de grondslag en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting. Zij verklaren dit schriftelijk bij hun benoeming. 4. Bij het ontstaan van een vacature in het College van Bestuur zal de Raad van Toezicht daarin zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet-voltallig College van Bestuur behoudt zijn bevoegdheden. 5. Bij ontstentenis of belet van het gehele College van Bestuur of van het enige (overgebleven) lid van het College van Bestuur wordt het College van Bestuur waargenomen door een persoon die daartoe door de Raad van Toezicht is aangewezen.
Gaat de Raad van Toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het College van Bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd op verzoek van een of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. Waarneming geschiedt niet door (een of meer leden van) de Raad van Toezicht. 6. Leden van het College van Bestuur mogen niet middellijk of onmiddellijk deelnemen aan leveringen of aannemingen van goederen en/of diensten ten
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
b.
5
behoeve van de stichting. Een lid van het College van Bestuur kan niet tevens lid zijn van de Raad van Toezicht. Artikel 7 Een lid van het College van Bestuur defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden; c. door zijn ontslag door de Raad van Toezicht of de rechtbank; d. door het verstrijken van de duur van zijn zittingstermijn/door het verstrijken van de duur van zijn arbeidsovereenkomst; e. door zijn persoonlijke faillissement of wanneer de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing wordt verklaard of in geval van ondercuratelestelling of indien hij onder bewind wordt gesteld als gevolg van zijn geestelijke toestand. Artikel 8 1. Het College van Bestuur formuleert de missie en concrete doelstellingen van de Stichting en van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij de scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. Het College van Bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald en de wijze waarop de evaluatie van het bestuur door de Raad van Toezicht heeft plaatsgevonden. 2. Alle besluiten van het College van Bestuur worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Ieder lid van het College van Bestuur heeft één stem.
In een bestuursreglement kan een nadere regeling worden opgenomen omtrent de wijze van besluitvorming van het College van Bestuur. Dit bestuursreglement behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. 3. Een lid van het College van Bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht. 4. De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar. De vergaderingen worden besloten gehouden wanneer een lid van het College van Bestuur hierom verzoekt of wanneer de voorzitter van het College van Bestuur dit nodig acht. Van een besloten (deel van een) vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het College van Bestuur anders beslist. Artikel 9 1. Het College van Bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen. 2.
Onder de rechtshandelingen als bedoeld in lid 1 zijn tevens begrepen besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
7.
6
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
ander verbindt. De besluiten bedoeld in de vorige volzin zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan. 3. Het College van Bestuur behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht met betrekking tot: a. het vaststellen van de begroting van de Stichting en van de (strategische) meerjarenbeleidplannen, het jaarverslag en van de jaarlijkse kaderbrief; b. de jaarrekening van de Stichting; c. een aanvraag tot faillissement of surséance van betaling; d. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking van de Stichting met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of voor de in stand te houden scholen; e. majeure zaken betreffende de organisatie, of de financiële positie van de stichting, waaronder onder meer opheffing en fusie van scholen; f. het vaststellen of wijzigen van statuten van de Stichting; g. de ontbinding van de stichting. Samenstelling van de Raad van Toezicht Artikel 10 1. Als lid van de Raad van Toezicht kunnen uitsluitend worden benoemd zij die de doelstellingen en de grondslagen van de stichting, zoals vermeld in artikel 2 onderschrijven. 2.
De Raad van Toezicht van de stichting bestaat uit leden die tezamen de deskundigheid bezitten die nodig is om toezicht te houden op goed onderwijskundig, financieel, materieel en personeelsbeleid van de stichting. 3. De Raad van Toezicht van de stichting bestaat uit een oneven aantal van tenminste vijf en ten hoogste negen leden. Het aantal leden wordt met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde door de Raad van Toezicht met algemene stemmen vastgesteld. Qua samenstelling dient de Raad van Toezicht een afspiegeling te zijn van de door de stichting bestuurde scholen naar openbaar karakter en denominatie. 4. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht vult zichzelf aan, met inachtneming van het elders in deze statuten bepaalde, middels voordracht of coöptatie. 5. Bij de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht: wordt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één lid; wordt de gemeenteraad van Oosterhout in de gelegenheid gesteld een voordracht te doen voor één lid; wordt na overleg met de bisschoppelijk gedelegeerde voor het onderwijs in het bisdom Breda een lid zo mogelijk een deskundige aangewezen of benoemd, die zich overigens als gewoon lid in het bijzonder met de pastorale en catechetische aspecten van het katholiek onderwijs zal bezighouden.
Indien de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of de gemeenteraad deze gelegenheid voorbij laat gaan na een termijn van drie maanden, is de Raad van Toezicht bevoegd zelf tot benoeming van een lid over te gaan. 6. De leden hebben zitting voor een termijn van vier jaar. Leden treden af volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster.
7
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
Het tussentijds in een vacature benoemd lid neemt voor wat het rooster van aftreden betreft, de plaats in van zijn voorganger. Indien en voor zover de Raad van Toezicht geen rooster heeft opgesteld, treden jaarlijks op dertig april de twee eerst benoemde leden af of, indien er meerdere leden tegelijkertijd eerst zijn benoemd, beslist het lot wie van deze laatsten aftreedt. 7. Een volgens rooster of volgens voorafgaand lid aftredend lid is voor ten hoogste eenmaal achtereen terstond herbenoembaar voor een periode van nogmaals vier jaar, het tweede lid van dit artikel en artikel 5 lid 3 in acht genomen. Herbenoeming van een lid dat een functie in de Raad van Toezicht bekleedde, brengt niet de facto herstel in deze functie met zich. 8. In geval van een of meer vacatures in de Raad van Toezicht vormen de overgebleven leden een wettig samengestelde Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht voorziet zo spoedig mogelijk in de vacatures. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt/worden aangewezen. 9.
De Raad van Toezicht kan, onder opgave van redenen en met een meerderheid van stemmen, besluiten een lid van de Raad van Toezicht te schorsen of te ontslaan. 10. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht eindigt door overlijden, schriftelijke ontslagneming en in alle gevallen waarin het betrokken lid het vrije beheer over zijn vermogen verliest. 11. De Raad van Toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter en diens vervanger. 12. Aan de leden van de Raad van Toezicht kan voor de uitoefening van hun taak als zodanig een bezoldiging en/of vergoeding worden toegekend. Eventuele bezoldiging en onkostenvergoedingen van de leden van de Raad van Toezicht geschieden op basis van een door de Raad van Toezicht vastgesteld – en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt - beleid. Jaarlijks wordt expliciet in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. Onverenigbaarheden Raad van Toezicht Artikel 11 Lid van de Raad van Toezicht kunnen in aanvulling op het bepaalde in artikel 5 lid 4 van deze statuten niet zijn: a. bestuurders en personen in dienst van een organisatie die pleegt betrokken te zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden of de toelatingsvoorwaarden van personen die in dienst zijn van de stichting of personen, die regelmatig in of ten behoeve van de aan de stichting verbonden instellingen arbeid verrichten. b.
een lid van het College van Bestuur van de stichting; c. personen die (on)middellijk betrokken zijn bij de levering van goederen of diensten aan de stichting, tenzij de overige leden van de Raad van Toezicht hier unaniem hun toestemming aan geven en het betreffende lid niet deelneemt aan de desbetreffende besluitvorming. Taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht Artikel 12
8
De Raad van Toezicht en zijn leden functioneren onafhankelijk van het College van Bestuur. Bij de vervulling van zijn taak richt de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting en de scholen die door de stichting in stand worden gehouden. 2. De Raad van Toezicht houdt deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht op de verwezenlijking van doelstellingen en grondslag van de stichting, op de algemene gang van zaken in de stichting en de scholen alsmede op het functioneren en het beleid van het College van Bestuur, in het bijzonder op: a. het naleven van de wet- en regelgeving; b. het naleven van de voor de stichting vastgestelde code voor goed bestuur; c. de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen die zijn verkregen op grond van de Wet op het primair onderwijs en de Wet voorgezet onderwijs; d. het (maatschappelijke/publieke) belang van het/goed onderwijs. De Raad van Toezicht oefent tevens die taken en bevoegdheden uit die bij wet en in deze statuten aan de Raad van Toezicht zijn opgedragen of toegekend. 3. De Raad van Toezicht functioneert als klankbord voor het College van Bestuur en adviseert het College van Bestuur gevraagd en ongevraagd. 4. Benoeming, schorsing en ontslag van (de leden van) het College van Bestuur geschiedt door de Raad van Toezicht.
(Een lid van) Het College van Bestuur wordt door de Raad van Toezicht in functie benoemd voor bepaalde of onbepaalde tijd. 5. De Raad van Toezicht fungeert als werkgever van (de leden van) het College van Bestuur en stelt dientengevolge de arbeidsvoorwaarden en/of beloning van (de leden van) het College van Bestuur vast. 6. Onverlet de arbeidsrechtelijke bevoegdheden en verplichtingen van de Raad van Toezicht in zijn hoedanigheid van werkgever van het College van Bestuur kan de Raad van Toezicht een lid van het College van Bestuur schorsen of ontslaan indien: a. niet of niet behoorlijk wordt voldaan aan de verplichtingen inzake rapportage en het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 14; b. iets is gedaan of nagelaten dat in strijd is met de wet of de statuten; c. er sprake is van wanbeheer of een andere vorm van onbehoorlijk bestuur; d. er ernstige aanwijzingen zijn dat het betrokken lid van het College van Bestuur niet geschikt is voor zijn/haar taak. Het betrokken lid van het College van Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht met betrekking tot een voornemen tot schorsing en/of ontslag te verantwoorden. Daarbij kan hij zich laten bijstaan. 7. De Raad van Toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 8.
De Raad van Toezicht legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van zijn taken en de uitoefening van zijn bevoegdheden in het jaarverslag. 9. De Raad van Toezicht kan met inachtneming van het bepaalde in deze statuten een reglement voor de Raad van Toezicht vaststellen. 10. De Raad van Toezicht benoemt een extern registeraccountant. Vergaderingen Raad van Toezicht Artikel 13 1. De Raad van Toezicht vergadert ten minste vijf keer per jaar.
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
1.
9
Ten minste een keer per jaar bespreekt de Raad van Toezicht zijn eigen functioneren en zijn relatie met het College van Bestuur, buiten de aanwezigheid van het College van Bestuur. 3. Vergaderingen worden voorts gehouden indien de voorzitter dit noodzakelijk acht of indien een van de andere leden van de Raad van Toezicht respectievelijk het College van Bestuur onder opgave van redenen een verzoek hiertoe aan de voorzitter richt. Indien aan een dergelijk verzoek niet binnen twee weken is voldaan, kan de verzoeker zelf een vergadering bijeenroepen die zo nodig zelf in haar leiding kan voorzien. 4. De voorzitter van de Raad van Toezicht schrijft, minimaal tien (10) dagen voor de aanvang, de vergaderingen van de Raad van Toezicht uit onder gelijktijdige toezending van een agenda. Ieder lid van de Raad van Toezicht is bij de aanvang van de vergadering gerechtigd aanvullingen op of wijzigingen in de agenda voor te stellen. Hierover beslist de vergadering van de Raad van Toezicht. 5. De vergaderingen worden zoveel mogelijk bijgewoond door het College van Bestuur. 6. De vergaderingen worden gehouden onder leiding van de voorzitter van de Raad van Toezicht of diens vervanger. 7. Onder verantwoordelijkheid van de voorzitter van de Raad van Toezicht worden van elke vergadering notulen vervaardigd die daarna door de vergadering worden vastgesteld. 8.
Voor zover in deze statuten niet anders wordt bepaald worden besluiten van de Raad van Toezicht genomen met meerderheid van stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van het aantal leden van de Raad van Toezicht aanwezig is. 9. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd. Blanco stemmen tellen niet mee. Bij staken van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Stemmen bij volmacht is niet mogelijk. 10. Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en/of de scholen van de stichting. Wanneer de Raad van Toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, wordt dit onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen, vastgelegd. 11. Het College van Bestuur voorziet in een secretariaat ten behoeve van de Raad van Toezicht. 12. In alle geschillen omtrent stemmingen binnen de Raad van Toezicht, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter van de Raad van Toezicht. Informatieverschaffing Artikel 14 Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijke gegevens. De informatieverstrekking omvat in ieder geval: a. het jaarlijks te actualiseren meerjarenbeleidplan; b.
de begroting, de jaarrekening, de accountantsverklaring, het jaarverslag en de managementletter; c. tussentijdse rapportages in het kader van de Planning- & Control cyclus, over de afgesproken prestatie-indicatoren en rapportages omtrent spelende
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
2.
10
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
kwesties en zich voordoende problemen, beleidsvoornemens, voortgang externe samenwerking, voor het onderwijs en de scholen belangrijke ontwikkelingen; d. de wettelijk voorgeschreven informatieverplichtingen. Reglementen Artikel 15 1. In al hetgeen nadere regeling blijkt te behoeven, kan worden voorzien door één of meer door de Raad van Toezicht en/of door het College van Bestuur vast te stellen reglementen. 2. De reglementen mogen geen bepalingen bevatten die strijdig zijn met de statuten of met de wet. Vertegenwoordiging. Artikel 16 1. De leden van het College van Bestuur vertegenwoordigen gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk de stichting in en buiten rechte. 2. Het College van Bestuur kan bij besluit volmacht verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Personeelsbeleid Artikel 17 1. Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directie, het onderwijsgevend en het onderwijsondersteunend personeel. 2.
Bij benoeming van het aan haar scholen te verbinden personeel zal de stichting zich ervan verzekeren dat het personeel dat tewerkgesteld zal zijn aan een openbare school op gelijke voet benoembaar is en dat het personeel dat tewerkgesteld zal zijn aan een algemeen-bijzondere of katholieke school de grondslag van de school onderschrijft en loyaal zal meewerken aan de doelstellingen van de school, zoals die in deze statuten en in het schoolplan, mede ten aanzien van de identiteit, zijn omschreven. 3. Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel aan de scholen wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het openbare karakter, de grondslag en de identiteit van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. 4. Benoeming en ontslag van godsdienstleraren aan onder het bevoegd gezag van de stichting staande katholieke scholen geschieden overeenkomstig het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs. Het stichtingskapitaal en de inkomsten daaruit Artikel 18 De geldmiddelen van de stichting bestaan uit: a. het stichtingskapitaal en de inkomsten daaruit; b. subsidies uit openbare kassen; c. school- en/of cursusgeld; d. rechtmatig verkregen bijdragen en schenkingen; e. erfstellingen, die echter alleen onder voorrecht van boedelbeschrijving mogen worden aanvaard, en legaten; f.
eventueel andere op wettige wijze verkregen baten. 2. De geldmiddelen worden uitsluitend aangewend ten dienste van het doel van de stichting. 3 Het bestuur beheert, besteedt en verantwoordt de geldmiddelen volgens overheidsvoorschriften.
11
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
Artikel 19 1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. Uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar brengt het College van Bestuur een jaarrekening uit over het betreffende boekjaar. 2. De jaarrekening wordt vergezeld van een verklaring van de door de Raad van Toezicht aangewezen externe registeraccountant. 3. Na goedkeuring van de jaarstukken door de Raad van Toezicht wordt aan het College van Bestuur decharge verleend. Dit onderwerp wordt separaat geagendeerd. 4. Voor zover de begroting en de jaarrekening een of meer openbare scholen betreffen, geschiedt de vaststelling na overleg met de betreffende gemeenteraad/-raden. Artikel 20 Het College van Bestuur brengt over de werkzaamheden van het openbaar onderwijs verslag uit aan de gemeenteraad/-raden van de gemeente(n) waarin de openbare scho(o)l(en) is (zijn) gelegen, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekend gemaakt. Managementstatuut Artikel 21 Het College van Bestuur stelt na overleg met het directeurenberaad en met inachtneming van het in het (gemeenschappelijke) medezeggenschapsreglement bepaalde een managementstatuut vast, dat bepalingen bevat ten aanzien van taken en bevoegdheden van de schooldirecteuren.
Tevens zal in het managementstatuut worden aangegeven welke taken en bevoegdheden de schooldirecteuren in naam van en onder verantwoordelijkheid van het College van Bestuur zullen uitoefenen. Statutenwijziging Artikel 22 1. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, met inachtneming van hetgeen in de wet hieromtrent is bepaald. 2. Voorts treden besluiten tot wijziging van de artikelen 4 (godsdienstige en levensbeschouwelijke zaken), 17 (personeel), 23 (ontbinding en vereffening), het onderhavige artikel 22, alsmede de bepalingen met betrekking tot de naam, het doel en de grondslag, de middelen ter bereiking van het doel en de samenstelling van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht (voorzover door het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs bepaald), niet in werking dan nadat daarop de goedkeuring van de Nederlandse Katholieke Schoolraad (NKSR) te 's-Gravenhage is verkregen. 3. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. De leden van het College van Bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het Handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken binnen welker gebied de stichting haar hoofdkantoor heeft.
Ontbinding en vereffening Artikel 23 1. Het College van Bestuur is bevoegd om te besluiten tot ontbinding van de
12
C
O
N
C
E
P
T
15
-0
5-
20
23
stichting; het College van Bestuur behoeft daarvoor de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, met inachtneming van het gestelde in artikel 9 en de wetgeving met betrekking tot het openbaar onderwijs. 2. De vereffening geschiedt door een door de Raad van Toezicht aan te wijzen natuurlijk persoon of rechtspersoon. 3. De Raad van Toezicht bestemt een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting voor een doel dat zoveel mogelijk overeenkomt met dat van de stichting. Bij opheffing van de stichting wordt een batig liquidatiesaldo door de Raad van Toezicht besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. 4. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende tien jaar berusten onder de jongste vereffenaar. Artikel 24 Besluiten tot ontbinding, juridische (af)splitsing van de stichting en tot oprichting, overdracht en opheffing van de katholieke scholen dan wel samenwerkingsscholen voor zover dat katholiek onderwijs betreft, treden niet in werking dan nadat daarop de goedkeuring van de Nederlandse Katholieke Schoolraad te 's-Gravenhage. Slotbepaling Artikel 25 1. ln alle gevallen waarin noch door de statuten, noch door het bestuursreglement of het managementstatuut wordt voorzien, beslist het College van Bestuur.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 beslist in aangelegenheden die tot de taken, bevoegdheden en interne aangelegenheden van de Raad van Toezicht behoren, de Raad van Toezicht in plaats van het College van Bestuur. AANGEHECHTE STUKKEN Aan deze akte zijn drie (3) bijlagen gehecht: uittreksel notulen bestuursvergadering. goedkeuring gemeenteraad; goedkeuring Nederlandse Katholieke Schoolraad. SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. Deze akte is in minuut verleden te Rosmalen op de datum als aan het begin van deze akte vermeld. Alvorens tot het verlijden van deze akte te zijn overgegaan, heb ik, notaris, van de inhoud aan de verschenen persoon mededeling gedaan en heb daarop toelichting gegeven. De verschenen persoon heeft verklaard tijdig voor het verlijden van deze akte van de inhoud te hebben kennis genomen en op volledige voorlezing van deze akte geen prijs te stellen. Onmiddellijk daarna is de akte beperkt voorgelezen en door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend.