CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 Beleidskader blauw-groene structuurvisie 2023

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 1016069 Compensatiebeleid en samenhangend groenbeleid 20237.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidskader Blauw-GroenStructuurvisie

mei 2023

Beleidskader Blauw-Groenstructuurvisie

mei 2023

30-05-2023

definitief

datum

omschrijving

1.0

vrijgave autorisatie

J. van de Vrie

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 1 van 18

index 1 Groenstructuur......................................................................................3

1.1 definitie..........................................................................................................3 1.2 waarde van groen...........................................................................................3 1.3 functies van groen...........................................................................................3 1.4 groenelementen.............................................................................................4 1.5 objecten; vlakken en lijnen.............................................................................6 1.6 samenhang en structuren................................................................................6 1.7 blauw-groene structuur..................................................................................6

2 Structuurvisie........................................................................................8

2.1 doel en status.................................................................................................8 2.2 mens en natuur...............................................................................................8 2.3 niveau.............................................................................................................9 2.4 openbaar en particulier...................................................................................9 2.5 bescherming...................................................................................................9 2.6 compensatie.................................................................................................10 2.7 bestaand en te ontwikkelen..........................................................................10 2.8 buiten-stedelijk gebied..................................................................................11

3 Beschrijving.........................................................................................12

3.1 het landschap in hoofdlijnen.........................................................................12 3.1.1 ontstaan....................................................................................................12 3.1.2 ontwikkeling..............................................................................................14 3.2 Buitengebied.................................................................................................14 3.3 Oosterhout....................................................................................................15 3.4 Den Hout.......................................................................................................16 3.5 Oosteind.......................................................................................................17 3.6 Dorst.............................................................................................................17

Bijlage kaart groenstructuurvisie..............................................................19

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 3 van 17

1

Groenstructuur In dit hoofdstuk wordt gewerkt aan een definitie van groenstructuur, wordt ingegaan op de samenstelling, het belang en de functies van groen. De samenhang en de structuur vormen de opmaat naar de structuurvisie.

1.1

definitie Het openbaar groen in de stad bestaat uit allerlei verschillende elementen en kent allerlei functies en waarden. Sommige groenelementen staan op zich zelf of hebben een beperkte invloedssfeer. Zo zijn straatbomen in een willekeurige woonstraat van grote invloed op de ruimtelijke en esthetische waarde van die betreffende straat, maar ze hebben geen invloed op de “beleving” van de daar naast liggende straat. Juist als groenelementen op elkaar aansluiten en zo lijnvormige structuren vormen of samen een buurt- of wijkpark vormen, ontstaat een duidelijke toegevoegde waarde. En als die structuren samen komen tot een dooradering van de stad en zo verbindingen vormen met het buitengebied, neemt die waarde nog verder toe. Want via of langs die structuren kunnen mensen aangenaam wandelen, fietsen of sporten (recreëren) of kunnen dieren en planten naar en door de stad bewegen. De groenstructuur is de ruimtelijke en functionele samenhang van groenelementen tot lijnen en vlakken, waarmee verbindingen ontstaan in en tussen wijken, door de gehele stad en die aantakken op en doorlopen in het buitengebied.

1.2

waarde van groen Een groene ruimte biedt mogelijkheden voor recreatie, ontmoeting en is aantrekkelijk om in te wonen. Het vermindert de kans op wateroverlast bij hevige buien en het verkoelt de stad in de zomer. Een cultuurhistorische context, waarbij de geschiedenis van een plaats of landschap leesbaar is aan bijvoorbeeld groene elementen, vormt een extra waarde. De aanwezigheid van groen heeft een ontspannende werking en nodigt uit tot beweging, sporten en spelen, in individueel verband maar vaak is dat ook samen. En zo draagt groen ook bij aan sociale cohesie. Groen kan schadelijke stoffen opnemen of invangen en zo bijdragen tot een gezonder milieu. Groen draagt direct en indirect bij aan de gezondheid van de inwoners. Groen biedt planten en dieren een leefmilieu en draagt zo bij tot de instandhouding van de biodiversiteit. En naarmate dat groen gevarieerder is en het beheer een ecologische basis heeft, neemt dat ecologisch belang toe. Groene steden vormen een aantrekkelijke vestigingslocatie, zowel voor bedrijven als voor particulieren. De aanwezigheid van natuurlijk groen werkt stressverlagend en heeft een gunstige invloed op concentratie en zelfdiscipline. Objecten nabij of in groen hebben een hogere economische waarde. En ook de in aanleg en onderhoud geïnvesteerde waarde van het openbaar groen is een economische waarde. Groen heeft ook een eigen waarde.

Zo heeft elk levend organisme recht op bestaan en een eigen individuele waarde; de intrinsieke waarde. Openbaar groen, heeft naast de intrinsieke waarde, waarde voor de leefbaarheid, gezondheid en natuur en heeft een economische waarde. Deze waarden zijn groot.

1.3

functies van groen Het openbaar groen is functionele beplanting. Hoewel dat misschien niet altijd duidelijk is, is het openbaar groen aangelegd en beheerd met een duidelijk doel voor ogen. En dat kan zowel fysiek als psychologisch zijn. In bijna alle gevallen is de functie van openbaar groen meerledig. De meest opvallende zijn: aankleden, groen kleedt de stenige omgeving van straten en gebouwen aan, vormt daar een tegenwicht tegen en zorgt voor kleur en variatie. Bovendien vergroot groen de (emotionele) binding met seizoenen en natuur. Dat vergroot de ruimtelijke kwaliteit van straten, pleinen etc. en draagt bij aan de gezondheids- en leefbaarheidseffecten van groen.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 4 van 18

•

geleiden; groen kan worden gebruikt ter versterking van lijnen en structuren in de stad, bijv. langs belangrijke en doorgaande wegen. Weggebruikers maken vaak onbewust gebruik van deze doorgaande beplanting als herkenning van de hoofdroute. Met groen kan een comfortabele scheiding worden gemaakt tussen autoverkeer en langzaam verkeer. Door met groen het wegprofiel gevoelsmatig of werkelijk te versmallen kan de rijsnelheid van automobilisten worden verlaagd.

•

markeren groen kan een culturele of historische waarde bezitten. Zo is het groen in park Brakestein gekoppeld aan de historie van de slotjes. Bomen kunnen als individuele herdenkingsboom worden geplant. Met groen kunnen plekken worden geaccentueerd, zoals kruisingen of splitsingen in wegen of verblijfslocaties en pleinen.

•

afschermen/camoufleren; met groen kunnen minder aantrekkelijke activiteiten, plekken of gebouwen worden gecamoufleerd zoals drukke wegen of industrieterreinen.

•

recreëren; openbaar groen kan worden aangelegd om op te sporten of te spelen. Zo is een trapveld duidelijk bedoeld om te sporten en is een park bedoeld om in te wandelen, zitten en rusten.

•

klimaateffecten dempen; door de klimaatverandering komt er steeds meer aandacht voor de dempende werking die groen heeft op het stadsklimaat en wordt groen ook voor dat doel ingezet. De temperatuurverschillen tussen de dag en nacht worden gedempt, de luchtvochtigheid rondom groen is hoger en bomen breken de wind. Dit werkt comfortverhogend en heeft positieve gezondheidseffecten.

•

water infiltreren; Neerslag dat in het groen terecht komt, wordt niet afgevoerd naar het riool maar komt in het grondwater. Daarmee wordt het riool ontlast en wordt verdroging tegen gegaan. Door water van verhardingen in wadi’s op vangen, dus actief naar het groen te brengen, wordt dat effect versterkt en krijgt het groen een echte infiltratiefunctie.

•

ruimte bieden aan natuur; groen biedt aan dieren en planten een plek om te leven, te overleven en zich te verspreiden en voort te planten. Denk daarbij aan voedsel voor insecten en vogels, nestgelegenheid, dekking en bescherming. Het maaibeleid is specifiek afgestemd op deze functie. Vrijwel alle openbaar groen combineert verschillende functies en is met dat doel aangelegd en wordt daarop beheerd.

1.4

groenelementen Het openbaar groen is op hoofdlijnen, opgebouwd uit: kruidachtige beplantingen; bij kruidachtigen groeien scheuten, bladeren of bladstelen elk jaar opnieuw vanuit maaiveld uit; de uiteindelijke (maximale) hoogte is daarom beperkt. Tot de kruidachtigen behoren: gazons; beplantingen van grassen die regelmatig worden gemaaid, zodat de grassen niet tot bloei en zaadzetting kunnen komen. In gazons komen ook bloemplanten voor die bestand zijn tegen het regelmatig afmaaien. kruidenrijke vegetaties, bermen en wadi’s; deze vegetaties worden één- of tweemaal per jaar gemaaid. Ze bestaan zowel uit grassen als uit andere (inheemse) kruidachtigen. Waar voorheen op bermen het maaisel achterbleef, is in het huidige maaibeleid voorzien dat alle maaisel wordt geruimd. Maaien vindt plaats na de “strekking” en bloei van grassen. Bij het beheer wordt een zo groot mogelijke variatie in plantensoorten nagestreefd. Met gefaseerd maaien blijven steeds schuilplaatsen en blijft steeds voedselaanbod voor insecten aanwezig. Deze beplantingsvorm is ecologisch waardevol.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 5 van 18

vaste planten; een beplanting van overwegend uitheemse kruidachtigen, waarbij in het sortiment sterk is geselecteerd of veredeld in sierwaarde en bloei. Deze cultivars zijn genetisch identiek. De ecologische waarde is sterk afhankelijk van de sortimentskeuze. water, waterlopen en oevers; sloten, watergangen en vijvers verstaan vormen het oppervlakte water. Vijvers en sloten zijn niet van zichzelf groen. Maar in waterpartijen en sloten en op hun oevers groeien allerlei specifieke plantensoorten. Ze hebben een duidelijke groene uitstraling. Dat geldt nog sterker voor de infiltratievoorzieningen, die meestentijds geen zichtbaar water bevatten. Deze groen-blauwe elementen dragen bij aan het groene karakter van het ruimtelijk beeld en daarom hier benoemd. Deze elementen zijn overwegend functionele voorzieningen; ze zijn aangelegd om er voor zorgen dat er niet te veel of niet te weinig water in een gebied is. Wateroverlast in de openbare ruimte en zeker in gebouwde voorzieningen moet worden voorkomen. Maar het is ook belangrijk om er voor te zorgen dat de bodem niet uitdroogt. Daardoor zouden bomen en planten kunnen verdrogen en zouden zettingen van de bodem kunnen optreden met schade aan wegen of gebouwen tot gevolg. Naast waterafvoer, speelt dus ook het vasthouden en bufferen van water of zelfs de aanvoer van water een rol.

Bij het beheer staat die functie voorop; door maaien en baggeren wordt die gewaarborgd. Vijvers hebben vooral functie op het gebied van de waterberging en daarnaast ook een esthetische en ecologische functie. Sloten hebben vooral een waterbergings- en transportfunctie, maar vaak ook een duidelijke ecologische waarde. De oevers worden één keer per jaar gemaaid om te voorkomen dat houtige gewassen gaan domineren. houtige beplantingen; deze groeien steeds verder op de scheuten en takken die het jaar ervoor zijn gevormd en worden op die manier steeds groter in omvang. tot de houtige beplantingen horen: heesterbeplantingen; struikvormige beplanting variërend van bodembedekkende heesters van ca. 0,5m hoog tot sierheesters met een hoogte tot 4m. Bij de sortimentskeuze wordt nadrukkelijk rekening gehouden met natuurwaarden; gemengde bloemheesters met dracht (honing en stuifmeel) en bessen hebben de voorkeur. Vrijwel het hele sortiment is uitheems. bos en struweel; een natuurlijke beplanting van overwegend inheems materiaal dat hoog uitgroeit. Bos bevat boomvormers, in struweel ontbreken bomen. Het betreft steeds relatief brede en grote vakken vanwege de omvang van de beplanting. In het beheer wordt gestreefd naar een bodem met strooisel en dood hout en kruidachtigen om zodoende de ecologische potenties maximaal te benutten.

hagen; een dichte beplanting van struiken of heesters die tenminste één keer per jaar wordt geknipt op zo in vorm te brengen en te houden. Gewone hagen zijn lijnvormig waarbij de breedte veel kleiner is dan de lengte. Blokhagen zijn veel minder lang gerekte vakken; de breedte en lengte zijn vergelijkbaar. Hagen bestaan vrijwel altijd uit één plantensoort, waarbij zowel inheemse planten, zoals beuk of veldesdoorn, als uit uitheemse planten, zoals Liguster en Lonicera, zijn toegepast. bomen; sterk opgaande beplanting waarbij veelal het onderste deel van de stam takvrij is. Bomen worden zowel toegepast in grassen of plantvakken als in de verharding. Tot de bomen worden ook de knotbomen en leibomen gerekend. Bij deze twee groepen worden periodiek de takken gesnoeid om zo de (kroon)omvang beperkt te houden. In beplantingen worden zowel inheemse als uitheemse soorten toegepast. Juist omdat de groeiruimte in de stad zo beperkt is, wordt vaak gebruik gemaakt van cultuurvariëteiten met bijvoorbeeld een smalle groeivorm. Er wordt steeds gestreefd naar een passende, gevarieerde en esthetisch en ecologisch aantrekkelijke soortkeuze, waarbij ook steeds meer de invloed van de klimaatverandering wordt betrokken. beeld Hoe meer deze elementen het ruimtelijk beeld bepalend, des te belangrijker zijn ze voor de groenstructuur. Bomen zijn dominant in het ruimtelijke beeld.

Dat geldt ook voor bosbeplantingen en in wat mindere mate voor beplantingen van hoog opgaande heesters. De invloed van lagere heesters, gazons en

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 6 van 18

kruidenrijke vegetaties op het ruimtelijke beeld is sterk afhankelijk van de omvang van de beplantingsvakken. Denk daarbij aan het beeld van grote gazons of grasvelden in parken of langs doorgaande wegen.

1.5

objecten; vlakken en lijnen Door de samenhang tussen afzonderlijke groenelementen ontstaan objecten. In deze visie wordt onderscheid gemaakt in lijnvormige en vlakvormige objecten. Vlakvormige objecten zijn grotere groenobjecten van een zodanige omvang dat van een “verblijfsfunctie” sprake kan zijn. Het zijn meestal zelfstandige plekken of ruimtes, zoals bossen, recreatieterreinen, parken enz. Zo zijn de Slotparken of de groene schil aan de noordzijde van de Vogelbuurt duidelijke voorbeelden van vlakvormige objecten. Maar ook de sportparken en de begraafplaatsen worden hier toe gerekend. Het zijn stedelijke ruimtes die niet gedomineerd worden door wegen of gebouwen en min of meer groen karakter hebben. De Houtse Heuvel is een ander voorbeeld van zo’n ruimte. Maar ook de Heuvel in Oosterhout wordt tot de groenstructuur gerekend. De beplanting vormt in hoge mate de identiteit van het plein. Lijnvormige objecten in de groenstructuur zijn langgerekte groenobjecten en bestaan vaak uit enkele of dubbele bomenrijen en/of houtsingels. Deze lineaire groenobjecten vallen veelal samen met landschappelijke en stedenbouwkundige patronen zoals bij reliëf, bebouwing, wegen, water en verkavelingspatronen. Ze zorgen meestal voor geleiding en/of verbinding tussen grotere groenobjecten.

Vlakken bos- en recreatiegebieden kloostercomplex en landgoederen parken sportvelden begraafplaatsen wijk- buurtranden (groene schil)

1.6

Lijnen hoofdwegen langzaamverkeersroutes watergangen, kreken en beken kanalen

samenhang en structuren Zoals in de eerste paragraaf is benoemd neemt het belang van groen toe naarmate er sprake is van ruimtelijke en functionele samenhang tussen de verschillende elementen en van structuren die daaruit ontstaan. Een groep bomen, stuiken en gazons vormen bijvoorbeeld een buurtpark of stadspark. Bomenlanen koppelen de verschillende parken en parkjes met elkaar zodat een structuur ontstaat. En andere elementen verzorgen weer de structuur met het buitengebied. Die samenhang in structuren is niet beperkt tot groen. Vrijwel alle groenstructuren hangen samen met stedenbouwkundige en verkeerskundige structuren. Het groen versterkt de herkenbaarheid van die structuren en versterkt de ruimtelijke kwaliteit.

1.7

blauw-groene structuur Verder is de samenhang tussen de structuur van waterlopen en vijvers (de blauwe structuur) en de groenstructuur opvallend. Op grote delen vallen deze samen en versterken zij elkaar en is er sprake van een sterke verwevenheid van groene en blauwe structuren. Onder blauwe objecten worden sloten, bredere waterlopen en vijvers verstaan. Deze bevatten vrijwel het gehele jaar door water; het oppervlakte water. Ze moeten er voor zorgen dat er niet te veel of niet te weinig water in een gebied is (buffering, afvoer en aanvoer). De blauwe voorzieningen hebben ook esthetische en ecologische functies en waarden. In het water groeien vaak riet, lisdodde en andere waterplanten en in het water leven allerlei insecten en vissen. De oevers en de taluds bestaan meestal uit gazons of kruidenrijke beplantingen. Veel planten en dieren vinden in die oevers een goede plek om te leven. Er is relatief weinig betreding (te nat of te steil) en het beheer is vrij extensief met ruimte voor de natuur. Vaak bieden de taluds ruimte voor bomen en ontstaat in de overs spontaan opslag van struiken.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 7 van 18

Waterlopen en vijvers, inclusief hun oevers en taluds, zijn relatief brede onbebouwde en onverharde objecten met veel groen. En vanwege de functie van waterafvoer en -aanvoer is er altijd sprake van samenhang en structuur. Mensen vinden het aangenaam om in de buurt van water te zitten of te bewegen. Water heeft net als groen een rustgevende invloed. Langs nogal wat waterlopen liggen ook wandel- of fietspaden en in parken zijn vijvers aanwezig. De infiltratievoorzieningen (wadi’s) in het stedelijk gebied zijn meestal voorzien van kruidenrijke vegetaties en een enkele keer met heesters beplant. Ze zijn onverhard en onbebouwd. In deze voorzieningen wordt neerslag opgevangen en verzameld, waarna dat langzaam in de bodem kan infiltreren. Daarmee wordt verdroging van de bodem tegengaan. Als er te veel water in de wadi valt en overstroming dreigt, wordt water afgevoerd naar oppervlakte water of eventueel naar het regenwaterriool. Deze voorzieningen zijn daarom onderling vaak gekoppeld en sluiten aan op oppervlaktewater. Er is een sterke mate van verwevenheid. De groenstructuur is feitelijk een blauw-groenstructuur.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 8 van 18

2

Structuurvisie In dit hoofdstuk wordt het doel en de reikwijdte van de blauw-groenstructuurvisie beschreven.

2.1

doel en status De blauw-groenstructuurvisie gaat over een toekomstbestendige structuur die zorgt voor een fysiek aantrekkelijke en leefbare stad. De vier belangrijkste doelen van deze blauw-groenstructuur zijn: • gezondheid; een leefomgeving die comfortabel en rustgevend is, met voldoende uitloop mogelijkheden, die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten • veiligheid; een herkenbare omgeving, waarin functies logisch en voorspelbaar zijn ondergebracht en zo objectief en gevoelsmatig bijdragen aan de veiligheid • klimaatbestendigheid; het dempen van weer-extremen die worden voorspeld (temperatuur, neerslag, droogte) en de negatieve gevolgen beperken (fysieke schades, gezondheid etc.) • biodiversiteit; het bieden van leefgebied en migratiemogelijkheden aan allerlei planten en dieren Om deze doelen te kunnen halen is de aanwezigheid en de functionaliteit van de structuur van essentieel belang.

De voorliggende structuurvisie: • beschrijft het ruimtelijke en functionele kader van een minimale blauw-groene samenhang die zorg draagt voor – een duurzaam fysiek aantrekkelijke en leefbare stad en – het groene karakter van Oosterhout versterkt, • beschermt en stuurt aan op versterking van die samenhang waar nodig of mogelijk, Het kader van de structuur visie vormt de minimale basis, een kapstok waaraan andere groene of blauwe voorzieningen kunnen worden gehangen om de kwaliteit van de stad te behouden en verder te versterken. Het bepaalt nadrukkelijk niet de minimale hoeveelheid groen in de wijken en buurten of in het buitengebied die daar voor nodig is. De blauw-groenstructuurvisie is een beleidsdocument dat bestaat uit: • een tekstdeel; het voorliggende rapport met toelichting en beschrijving • een kaart deel met de structuren in de kernen en in het buitengebied en • detailkaarten van de kernen waarop is aangegeven welke groenvoorzieningen tot de groenstructuur behoren (binnen de bebouwde kom) De kaarten sluiten nauw aan op de vorige groenstructuurvisie en vormen een update en verdere detaillering daarvan. Nieuwe wijken in de stad en stedelijke ontwikkelingen die hebben plaats gevonden, zijn in de structuurkaart opgenomen. De blauw-groenstructuurvisie wordt door de gemeenteraad vastgesteld.

Zij bepaalt welke objecten wel en niet tot de blauw-groenstructuur behoren en kan elementen en objecten toevoegen of verwijderen. Maar een stad is een dynamische omgeving en de eisen die dat stelt aan het gebruik van het groen kunnen geleidelijk veranderen. Uitwerking van het beleid en de vertaling in activiteiten en ontwikkelingen in de structuur, is een bevoegdheid van het college van B&W. De blauw-groenstructuurvisie beschrijft en beschermt de groen-blauwe samenhang in de fysieke ruimte die nodig is om een duurzaam aantrekkelijke en leefbare stad te zijn.

2.2

mens en natuur De structuurvisie gaat uit van de waarde van de structuur voor mens en natuur. Bewoners en recreanten zullen gebruik maken van de parken voor wandelen, sporten en evenementen. En die grotere groenvoorzieningen en het buitengebied zijn te bereiken via aantrekkelijke groen-blauwe verbindingen. Omgekeerd kunnen dieren en planten zich via deze verbindingen verspreiden over de stad, waarbij de grotere voorzieningen als steppingstones en leefgebied zullen functioneren. In de groenstructuren is altijd sprake van een verwevenheid van functies.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 9 van 18

2.3

niveau In de structuurvisie wordt onderscheid gemaakt in structuren op hoofdgroen- en wijkgroenniveau. Deze vormen samen de groenstructuur. De hoofdgroenstructuur bevat elementen en structuren die van waarde zijn voor de gehele stad en door iedereen in de stad gebruikt zullen of kunnen worden. Dat geldt voor zowel bewoners als voor passanten, toeristen enzovoort. De stadsparken en de groenstructuren langs de hoofdwegen behoren tot de hoofdgroenstructuur. Deze structuur is bepalend voor het “gezicht“ van Oosterhout. De wijkgroenstructuur bestaat uit onderdelen die voor de bewoners van de betreffende wijk van belang zijn en die het gezicht van de wijk bepalen. De wijkgroenstructuur takt aan op de hoofdgroenstructuur. Voor de natuur zorgt de hoofdgroenstructuur voor verspreiding door de stad en kan de wijkgroenstructuur helpen bij het vinden van leefgebied binnen de wijken. Dat kan in het openbaar groen zijn maar natuurlijk ook in tuinen. Dit betekent dat er naast hoofd- en wijkstructuren ook op een lager niveau (bijv. straten en tuinen) sprake kan zijn van groenstructuren. Die structuren kennen hun eigen waarde maar vormen geen onderdeel van de groenstructuurvisie. De hoofdstructuur bepaalt het gezicht van de stad, de wijkstructuur die van de verschillende wijken. Tezamen zijn zij de groenstructuur.

2.4

openbaar en particulier In de blauw-groenstructuurvisie zijn naast gemeentelijk groen ook groene objecten van terreinbeheerders of particulieren opgenomen. Zo zijn de Slotparken, dicht tegen het centrum aan, voorbeelden van binnenstedelijke, sterk beeldbepalende groene objecten die in eigendom en beheer van de gemeente (ruimtelijk). Ze zijn openbaar toegankelijk en worden gebruikt voor georganiseerde en ongeorganiseerde activiteiten, door iedereen in Oosterhout(functioneel). Vanwege de omvang van de parken en de aanwezigheid van oude hoge bomen, met bijvoorbeeld boomholtes, is er een duidelijke natuurwaarde (functioneel). De kloosterterreinen zijn sterk beeldbepalend in de Heilige Driehoek. Ze zijn particulier eigendom en grotendeels niet openbaar toegankelijk. Maar voor de uitstraling van het gebied en de waarde als uitloopgebied zijn ze essentieel. Vanwege de relatieve rust en de aanwezigheid van oude en hoge bomen zijn ook de ecologische waarden hoog. De bossen van de boswachterij Dorst en de Vrachelseheide vormen het gezicht van het gebied ten zuiden van Oosterhout. De bossen zijn het uitloopgebied voor de stad maar trekken ook recreanten van elders aan. Het belang voor de natuur van de bossen is groot. Ze zijn vrijwel geheel in eigendom van de staat of van natuur-beherende organisaties en grotendeels vrij toegankelijk.

Het groene karakter van Oosterhout wordt zowel door het binnenstedelijk groen als het groen buiten de bebouwde kom bepaald. En daarin zijn zowel gemeentelijke groenvoorzieningen als groenobjecten van andere partijen van belang.

2.5

bescherming Het groen in de hoofd- en wijkstructuren, is in het ruimtelijke beeld duidelijk aanwezig. In de vlakvormige structuren is het groen zelfs dominant aanwezig. Maar er is sprake is van een kritische ondergrens. Als de elementen kleiner worden dan die ondergrens of bomen ver uit elkaar komen te staan, zal de samenhang verloren gaan. Dat geldt zowel voor de ruimtelijke als de functionele samenhang. Daarom is bescherming van de groen-blauwstrucuur noodzakelijk. De bescherming van de hoofdgroenstructuur en blauwe structuur is zwaar. Aantasting moet worden voorkomen en verkleining van de structuur mag niet plaatsvinden. In de wijkstructuren zijn in principe ontwikkelingen toegestaan mits die het ruimtelijke beeld en de functionaliteit niet schaden. Daarnaast wordt een drempel gehanteerd van 10%, de aantasting of het totaal van opeenvolgende aantastingen mag per object niet meer bedragen. Het aantal bomen en de oppervlakte plantvakken, gazons etc., zoals die bestaan ten tijde van de vaststelling van de visie, zijn daarbij bepalend.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 10 van 18

Zoals eerder opgemerkt hangen de lijnvormige structuren in veel gevallen samen met de stedelijke structuur en met verkeersstructuren. De vormgeving en inrichting van die structuren is niet statisch. Ontwikkelingen in die structuren zullen steeds integraal moeten worden bezien. Voorkomen moet worden dat de meest bepalende elementen in de structuur worden aangetast of verloren gaan. Bij aantasting zal steeds in compensatie moeten worden voorzien, zodat de ruimtelijke en functionele samenhang ter plaatse wordt hersteld. In de hoofdstructuur is dit herstel tenminste één op één (volwaardige herstel). In de wijkstructuren kan de herstelopgave lager zijn. In vlakvormige structuren moeten ontwikkelingen ondergeschikt blijven aan de groene functie en het groene karakter. Voorkomen moet worden dat deze structuren een overmaat aan voorzieningen of verhardingen krijgen. In de hoofdgroenstructuur en blauwe structuur zijn daarom alleen ontwikkelingen of voorzieningen toegestaan die bijdragen aan de groen-blauwe kwaliteit van de betreffende structuur. De meest bepalende elementen in de structuur moeten worden gehandhaafd en vermeden moet worden dat ze worden aangetast of verloren gaan. Vooral omdat herstel praktisch niet mogelijk is; daar is immers extra ruimte voor nodig.

Voor groenstructuren die in eigendom zijn van de gemeente, is de bescherming met het voorliggende beleidsdocument verankerd. De bescherming van groenstructuren die niet in eigendom van de gemeente zijn, is veel minder direct. Activiteiten die binnen het kader van het bestemmingsplan of omgevingsplan in die structuren mogelijk zijn, kunnen niet worden beïnvloed. Alleen als er sprake is van activiteiten waarvoor een vergunning (B&W) of wijziging van het bestemmingsplan (Gemeenteraad) nodig is, kan door de gemeente worden gestuurd. Het groen-blauw in de structuren moet worden beschermd en aantasting moet worden hersteld.

2.6

compensatie Als aantasting van de blauw-groenstructuur onvermijdelijk is, zal steeds herstel moeten plaats vinden. Als herstel niet volledig mogelijk is zou in compensatie kunnen worden voorzien. Voor compensatie is echter ruimte nodig, die vaak juist niet beschikbaar is. Bij compensatie is sprake van herbegrenzing van de blauwgroenstructuur; delen komen te vervallen en andere worden toegevoegd. Compensatie zal steeds maatwerk zijn. Uitgangspunten voor compensatie zijn: • de mate van schade en de mate van compensatie moeten in overeenstemming met elkaar zijn; • compensatie moet ruimtelijk en functioneel passen in de blauw-groenstructuur • compensatie behoort integraal onderdeel (ruimtelijk & financieel) te vormen van het project of de activiteit dat de aanleiding vormt tot de aantasting van de structuur Verplaatsing van groen uit de stad naar buiten de stad is feitelijk geen compensatie. De kwaliteit van de blauw-groenstructuur en de stedelijke kwaliteit nemen daardoor af, iets wat deze structuurvisie juist wil voorkomen.

2.7

bestaand en te ontwikkelen In de structuurvisie is in de meeste gevallen geen onderscheid gemaakt in bestaande structuren en te versterken structuren. In algemeenheid kan worden gesteld dat in alle lijnvormige structuren onderbrekingen voorkomen. Bij ontwikkelingen, renovaties of reconstructies in of van deze structuren, zoveel mogelijk de structuur worden versterkt. Daar waar een gewenste structuur geheel ontbreekt is dat specifiek op kaart aangegeven. In de blauw-groenstructuurvisie is bewust alleen aandacht besteed aan het bestaande stedelijke en landelijke gebied. Stedelijke uitbreidingen die (nog) niet zijn vastgesteld (onherroepelijk), zijn niet in de structuurvisie opgenomen om oneigenlijke discussies te vermijden. Met stedelijke inbreidingen, zoals Parc Warande, is in de visie rekening gehouden voor zover de gemeenteraad daarover tenminste een (principe) besluit heeft genomen. In de planvorming voor stedelijke uitbreidingen moet de stedelijke structuur en de blauwe en groene structuur de nodige aandacht te krijgen. Als de stedelijke structuur voor uitbreidingswijken is vastgesteld, zal de nieuwe structuur voor die betreffende wijken worden benoemd en in een actualisatie van de structuurvisie worden opgenomen.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 11 van 18

2.8

buiten-stedelijk gebied Anders dan in de voorgaande groenstructuurvisie is het buitengebied opgenomen als integraal onderdeel. In de structuurvisie is het natuurnetwerk Brabant (NNB) ter informatie overgenomen. De begrenzing alsmede de (beschermings)status van de NNB wordt door de provincie bepaald. Het is daarmee een bouwsteen van een hogere orde en maakt geen onderdeel uit van de beleidsvrijheid van de gemeente. Daarnaast zijn opvallende en belangrijke lijnvormige structuren in het buitengebied opgenomen, zoals wegbeplantingen. In de afgelopen jaren is het belang van het buitengebied als stedelijk uitloopgebied gebleken. De recreatieve druk op het buitengebied is toegenomen waardoor kwetsbare natuurwaarden dicht bij stad verder onder druk zijn komen te staan. Steeds meer blijkt dat natuurwaarden niet alleen in het natuurnetwerk kunnen worden veilig gesteld. Veel natuur is afhankelijk van het cultuurlandschap en de elementen die daarin van oudsher voorkomen. Door de industrialisering van de landbouw en de toegenomen efficiëntie, is voor die natuurwaarden steeds minder ruimte. Onder maatschappelijke druk en vanwege Europese regels op het gebied van stikstof en waterkwaliteit lijkt een koers naar een meer natuurinclusieve landbouw te worden ingezet.

Met de ontwikkeling van landschappelijke beplantingen, zowel langs wegen en paden als langs kavelgrenzen, kan een belangrijke impuls worden gegeven aan de kwaliteit van het buitengebied als uitloopgebied enerzijds als aan de kwaliteit als leefgebied voor inheemse planten en dieren die horen bij het cultuurlandschap anderzijds. Dit sluit nauw aan op het landelijke beleid. In het Aanvalsplan Landschap van september 2022 is door het Rijk het ambitie opgenomen om in 2050 minimaal 10% groen-blauwe dooradering van het landelijk gebied gerealiseerd te hebben. Daarbij is het belang van biodiversiteit zwaarwegend. Het achterliggende doel van het Aanvalsplan Landschap is om met de groen-blauwe dooradering bij te dragen aan maatschappelijke opgaven op het gebied van biodiversiteit, klimaat, waterkwaliteit en landschap en cultuurhistorie. Water en bodem zijn daarbij sturend en het toekomstperspectief voor agrariërs is essentieel. Het ligt voor de hand dat dit Aanvalsplan landt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) dat de regering in voorbereiding heeft, mede op basis van Europees beleid. Het doel van het NPLG is het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied. De draagkracht in brede zin, van het water- en bodemsysteem wordt sturend bij het landgebruik in het landelijk gebied, omdat deze nu op veel plekken wordt overschreden.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 12 van 18

3

Beschrijving In dit hoofdstuk start met een korte beschrijving van het buitengebied met het ontstaan en de kenmerken van het landschap. Daarna worden voor het buitengebied en de kernen de kenmerkende objecten van de groenstructuur benoemd en worden eventuele bijzonderheden beschreven.

3.1

het landschap in hoofdlijnen In deze paragraaf wordt de hoofdlijn van het ontstaan van het landschap beschreven en kijkt de visie vooruit naar aanstaande ontwikkelingen. Het landschap is de afspiegeling van de activiteiten die wij daar in ontplooien en ontplooid hebben. Een landschap is daarom niet een statisch gegeven maar steeds in ontwikkeling. Die ontwikkeling is de afgelopen 60 jaar sterk versneld vanwege de technische mogelijkheden en mechanisatie die ter beschikking kwamen.

3.1.1

ontstaan Het landschap rond Oosterhout kenmerkt zich door de overgang van de hoge zand gronden naar de laag gelegen polders. De eerste bewoning en ontginning vindt plaats op de hogere gronden, op die plekken waar de bodem voldoende voedsel en vocht bevat om landbouw te bedrijven. De lager gelegen gebieden, die te nat zijn voor akkerbouw, worden gebruik als weide of hooiland. De hoogste delen van het landschap zijn te voedselarm en te droog om geschikt te maken voor landbouw. Wel werd er vee gehouden en werd er strooisel en plaggen gewonnen. Deze gebieden werden daardoor steeds voedselarmer, waardoor heide of zelfs stuifzanden ontstonden. Op deze arme woeste grond zijn later in hoofdzaak de bossen geplant (Vrachelseheide, Oosterheide en de Boswachterij Dorst. De mest van het vee werd, eventueel gecombineerd met strooisel en plaggen, gebruikt om de akkers te bemesten. Rondom Dorst ontstaan zo door het lange gebruik essen, akkers met een dikke humeuze en relatief voedselrijke bodem. Wegen en gebouwen worden buiten die waardevolle grond aangelegd en gebouwd. De essen zelf hebben daarom een open karakter. Ze zijn vrij compact waarmee het landschap op dat moment toch vrij kleinschalig is.

Ten zuiden van Den Hout liggen o.a. de Houtse Akkers en de Vrachelse Akkers. Deze werden ook gebruikt als akkerland (bouwland), maar hier zijn geen duidelijke essen ontstaan. De Vrachelsestraat vormt de noordrand van een langgerekte zone die het karakter van een es heeft. Meer richting de Vrachelseheide is de bodem minder vruchtbaar en zijn essen niet herkenbaar. Door dat gebied liepen ook allerlei wegen en paden, maar er was geen bebouwing aanwezig. Op dit deel van de Houtse Akkers zijn later (tenminste 19 e eeuw) op grote schaal hout- of hakhoutopstanden aangelegd. Waar het karakter van deze akkers van origine ongetwijfeld open zal zijn geweest, zal dat steeds kleinschaliger zijn geworden.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 13 van 18

De overige hoge gronden die niet tot de akkercomplexen behoorden en ook niet zo arm waren dat ze tot woeste grond werden gerekend, werden gebruikt als (extensieve) akkers met vrij smalle lange percelen. De kavelgrenzen werden beplant met houtige gewassen, enerzijds als vee- en wildkering en anderzijds als bron voor gebruikshout (geriefhout). Bebouwing ontbreek vrijwel. Op topografische ondergronden van rond 1900 zijn deze kavelgrensbeplantingen goed te herkennen. Er was sprake van een uitgesproken kleinschalig landschap. Dit landgebruik met deze verschijningsvorm kwam in heel noordwestelijk Brabant voor en wordt wel aangeduid met heiningen. Een duidelijk voorbeeld zijn de Onnutte velden ten zuiden van Oosteind.

Het Wilhelminakanaal en het Markkanaal zijn begin 20e eeuw aangelegd in deze extensief gebruikte gebieden en de woeste gronden. In het midden van de 20e is op uitgebreide schaal zand gewonnen; er is enkele meters zand ontgraven waarna de bovengrond is teruggezet. Zo zijn lage percelen ontstaan. Deze ontgravingen zijn in het landschap nog steeds herkenbaar.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 14 van 18

De lagere delen van het landschap dicht bij de bebouwing werden gebruikt als weilanden. Ook die hadden beplantingen op de kavelgrenzen (veekering). De gebieden verder weg werden gebruikt als hooilanden. De kavelgrenzen waren niet beplant want een veekering was bij dat gebruik niet nodig. Die gebieden hadden een zeer open karakter. De landschappelijke overgang van Oosteind naar de Willemspolder laat dat op oude kaartbeelden duidelijk zien.

De Oranjepolder neemt een wat bijzondere positie in. Dit gebied heeft lang onder invloed gestaan van eb en vloed door de vele kreken die daar aanwezig waren. De oeverzones zullen begroeid zijn geweest met riet en wilgenopslag. Het landschap zal beduidend kleinschaliger zijn geweest dan in de Willemspolder. Met de introductie van prikkeldraad verliezen beplantingen hun rol als veekering. Deze landschappelijke beplantingen verdwijnen vanaf de eerst helft van de 20e eeuw steeds meer. Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw vinden ruilverkavelingen plaats die ruimte maken voor een efficiëntere, sterk gemechaniseerde en zelfs industriële vorm van landbouw. Kavels worden samengevoegd en krijgen rationele vormen. Vrijwel alle kavelgrensbeplantingen verdwijnen en slootjes en greppels worden gedempt. Veel wegen en paden komen te vervallen of worden rechtgetrokken. Het landschap wordt daardoor grootschaliger. In de zelfde periode groeit met name de kern Oosterhout sterk en worden grootschalige industrieterreinen ingericht (verstedelijking).

3.1.2

ontwikkeling Zoals in paragraaf 2.7 is aangegeven dat het belang van het landelijk gebied verschuift waarbij ook andere dan landbouwkundige functies en waarden een claim leggen. Daarnaast maken de opgaven op het gebied van klimaat, milieu en biodiversiteit dat het gebruik en daarmee het aanzien (landschap) van het buitengebied zal veranderen. De groenstructuurvisie benoemt in hoofdlijn het karakter van delen van het landschap; natuurterreinen en (wenselijke) verbindingen, open en halfopen landschappen. Daarbij wordt gerefereerd aan het historische beeld zonder dat beeld te willen restaureren. Een mix van functies zal een plek moeten vinden. Het historische kleinschalig landschap, hoofdzakelijk bepaald door het werk in handkracht, is niet een reëel streefbeeld. Versterking van het landschap kan juist in de halfopen delen plaats vinden met het toevoegen van beplantingen en landschapselementen. En de gewenste verbindingen versterken de samenhang tussen de natuurgebieden.

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 15 van 18

3.2

Buitengebied hoofdstructuur lijnen

object, kenmerk en bijzonderheden

beplantingen

 wegbeplantingen met de functie van markering, geleiding en beschaduwing

– voorbeelden Steenovensebaan, Seterseweg, Polderweg, Hoevestraat – Markkanaal; enerzijds spontaan ontstaan op het voedselarme zand dat uit het kanaal is ontgraven

 beplanting langs kanalen

en naast het kanaal is gezet en anderzijds geplant om beschutting te leveren aan schepen op het kanaal (historisch) – Kromgat, van origine een kreek (eb en vloed) met langs de oevers riet en hoger op de oever bomen en struiken als wilgen en elzen – Statendamweg-Wilhelminakanaal; beplanting langs de weg en tussen de weg en het kanaal

 buitenranden van landschappelijke inpassing van objecten in buitengebied, waarbij object of binnenterrein meestal bebouwd of verhard is en nauwelijks voorzien van beplantingen

– voorbeelden: de landschappelijke inpassing rioolwaterzuivering aan de Domeinweg/Statendamweg met een vrij smalle afschermende beplanting, de zuidrand van de Katjeskelder grenzend aan het agrarisch gebied waar van afstand gezien dit een bosrand lijkt met daartussen huisjes

historische lijnen

 lang bestaande wegen met een bijzondere rol en daarmee cultuurhistorisch waardevol;

– Langedreef en Kalbergseweg; de verbinding tussen Breda en Dongen, Oude Bredasebaan, Groenendijk ter plaatse van het kanaal naar de Groendendijkse haven Dordrechtseweg, Veerseweg; oude verbindingen tussen Holland en Brabant

vlakken

object, kenmerk en bijzonderheden

bossen en natuurterreinen

 NatuurNetwerk Brabant (provinciaal bepaald en overgenomen), overwegend bestaat dit uit bossen en heideterreinen met enkele zandverstuivingen

– het NNB bevindt zich zowel binnen als buiten de kom en betreft natuurterreinen en wateren en de verbindingszones daar tussen – op de kaart zijn de wateren blauw gearceerd en de overige “droge”terreinen groen – de bossen en heideterreinen c.a. bevinden zich op de voedsel arme gronden die overwegend ook erg droog zijn. – recreatief gebruik en medegebruik  overige natuurterreinen; – randzone Vlindervallei, tussen de woonwijk en de Vrachelseheide is een natuurlijke bufferzone bestemd ter beperking van verstoring – voormalige zandwinning nabij de Vlindervallei, voor een deel aangeduid als NNB en aansluitend op de bufferzone, – voormalige steenfabriek Vijf Eiken; het terrein dat aansluit op de voormalige kleiwinningen in de Boswachterij Dorst tot en met het gebied Seters heeft een sterk natuurlijk karakter

golfterreinen

 coulissen met lange doorzichten, hoogte verschillen, poelen, kunstmatig en randen relatief gesloten

– terreinen van de Oosterhoutse Golfclub en Golfclub Landgoed Bergvliet, zijn relatief recente grootschalige terreinen

landschappen  open

– Willemspolder, een laag gelegen en open gebied van oudsher in gebruik als gras- en hooiland, waarbij er geen kavelgrens beplanting aanwezig was – schootsveld Houtse Linie, bepaald was dat obstakels die het zicht konden ontnemen binnen enkele

dagen verwijderd moesten kunnen worden in geval van militaire dreiging, gebouwen ontbraken, kavelgrensbeplantingen en wegbeplantingen ontstaan pas als de militaire functie is achterhaald – essen, oude landbouwgrond die door het steeds bemesten met stalmest en strooisel zijn opgehoogd en een humusrijke bodem hebben, ze zijn onbebouwd en houtige beplanting is meestal van origine niet aanwezig, – molenbiotoop; om voldoende wind en zicht te bewaren voor de windmolens van Den hout en Oosteind is een zone beschreven waarin hoge bebouwing of beplanting niet is gewenst

 half open;

– Houtse Akkers, tenminste in 19e eeuw zijn grootschalig hout of hakhoutopstanden aangeplant, bebouwing ontbreekt – de heijningen, gebieden met een gevarieerd landbouwkundig gebruik en van origine een veelheid aan kavelgrensbeplantingen

wenselijke verbinding

 groen-blauwe mantel; planologische zones ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied

– zone Hoge Dijk; bedoeld als geleding tussen Oosterhout en Dongen en evt. verstedelijking – bijvoorbeeld; steppingstones en corridors, zoals de verbinding Oosterheide met Vrachelseheide over de barrière van Flessenhals-Bredaseweg – en; verbinding tussen de Contreie via het Terheijdenspoor richting het gebied van Ter Aalst

 landschapsecologische en recreatieve verbindingen

3.3

Oosterhout hoofdstructuur lijnen

object, kenmerk en bijzonderheden

hoofdwegen

 laanbeplanting met bermen of beplantingen

– de groene ladder; de oost- en west-tangent met de verbindingen daar tussen (bijv. Beneluxweg, Tilburgseweg, Abdis van Thornstraat enz. en Burg. Materlaan, Strijenstraat enz.)

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 16 van 18

– de groene as; tussen de tangenten lopend tot aan het centrum met een belangrijke langzaam kanaal

verkeersfunctie en de aanliggende groene ruimten (bijv. Hoofseweg, Burg. Holtroplaan)

 water met oevers en begeleidende beplanting, incl. aanliggende groene ruimten

– de ruimtelijke relatie tussen de beide zijden van het Wilhelminakanaal is opvallend sterk

historische lijnen

 lang bestaande wegen met een bijzondere rol en daarmee cultuurhistorisch waardevol;

vlakken

– Bredaseweg (centrumdeel), Warandelaan, Leijsenhoek voormalige hoofdwegen – Effentweg, landbouwweg nu langzaam-verkeersroute door Dommelbergen

object, kenmerk en bijzonderheden

parken

 grote ruimten met grasvelden, heesters en bomen, evt. ook vijvers

– de parken reeks Oosterheidepark (via Warandecomplex), Lukwelpark, Slotjesveld, Slotparken en park Brakestein, met een ruimtelijke en ecologisch functionele relatie, over het kanaal heen – elk park heeft zijn eigen karakter en gebruik

pleinen

 verharde ruimte bedekt door boomkronen

– de Heuvel is eigenlijk het enige plein dat in de groenstructuur thuis hoort, de Markt is daarvoor te weinig bedekt

sportcomplexen

 grote ruimten met gebouwen, parkeerplaatsen, sportvelden of zwembad en bijbehorende installaties, voorzien van een afschermende beplanting met bomen

– het Warandecomplex heeft een karakter van een bosgebied met sportvoorzieningen, de bomen, het bos en struweel op het complex zijn ruimtelijk en ecologisch zeer waardevol

kloostercomplexen

 historische gebouwen met een bijzondere functie op terreinen met oude en grote bomen, gekenmerkt door rust, niet openbaar toegankelijk

– bepalend voor de uitstraling van het gebied van de Heilige Driehoek

begraafplaatsen

 een afgesloten ruimte gedomineerd door rust, met bijbehorende voorzieningen en relatief veel groen

groene schil

 brede groene bufferruimte tussen stedelijk gebied en het landschap met een vrij natuurlijke uitstraling,

– de schil van Dommelbergen en Oosterheide langs de A27 en de schil van de Vogelbuurt langs de Bovensteweg, bevatten geluidswerende voorzieningen, – in de noordelijke helft van de heilige driehoek ontbreek een schil, enerzijds positief omdat er een

duidelijke relatie ligt met het landschap aan de oostzijde van de A27, anderzijds is daarmee de A27 steeds vrij dominant aanwezig in het gebied

ecologische verbindingszone

 een brede groene doorgaande zone met een afwisseling van bomen, struiken, kruidenrijke grasvelden en poelen/waterpartijen, bedoeld als leef- en migratiegebied voor planten en dieren

wijkstructuur lijnen

– de EVZ vormt de verbinding tussen het Wilhelminakanaal en het Markkanaal – recreatief medegebruik is mogelijk

object, kenmerk en bijzonderheden

buurtontsluitingswegen

 voorzien van bomen, vaak aan één zijde van de straat soms met bermen of beplantingen. Van een echte laan is meestal geen sprake

– in noord vaak met water

langzaam-verkeersverbindingen

 voet- en /of fietspaden voorzien van brede plantstroken, waarin meestal ook bomen zijn geplant

vlakken

object, kenmerk en bijzonderheden

buurtpark

 groene ruimte met grasveldjes, bomen en vaak ook heesterbeplating; meestal met de mogelijkheid om te spelen en voorzien van spel-aanleidingen of speelvoorzieningen

– rondom scholen zijn vaak grotere buurtparken aanwezig – ten noorden van de Bovenste weg zijn de overige buurtparken vaak langgerekt en gecombineerd met waterlopen – sommige van de buurtparken vormen centrale ruimten waarin dan ook langszaam-

verkeersrouteszijn opgenomen, voorbeelden liggen in de Schrijversbuurt, de Componistenbuurt en de Kastelenbuurt

groene schil

 brede groene bufferruimte tussen buurten en het hoofdwegen, met een vrij natuurlijke uitstraling en meestal ruimte voor spelen en wandelen,

– de schil van de Vogelbuurt, de Kastelenbuurt,Molenbuurt, de Sterrenbuurt en de Kruidenbuurt

MEK

tegen de Bovensteweg, aan de binnenzijde van de geluidswerende voorziening, horen bij de betreffende buurt

 het milieu-educatiefcentrum en kinderboerderij is groene ruimte, nauwelijks bebouwd of verhard en omzoomd met opgaande beplanting

historische lijnen

 lang bestaande wegen of paden met een bijzondere rol en daarmee cultuurhistorisch waardevol

– de Eikdijk is een dergelijke oude weg

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 17 van 18

3.4

Den Hout hoofdstructuur lijnen

object, kenmerk en bijzonderheden

hoofdwegen

 laanbeplanting met bermen of beplantingen

– de Vrachelsestraat heeft smalle bermen en alleen met medewerking van aanwonenden of door grondverwerving kan een echte laanbeplanting worden ontwikkeld

historische lijnen

 lang bestaande wegen met een bijzondere rol en daarmee cultuurhistorisch waardevol;

vlakken

– de Achterstraat, Vrachelsestraat, Ruiteerspoor, Herweg en Eindsepad zijn oude structuren.

object, kenmerk en bijzonderheden

park

 grote ruimten met grasvelden, heesters en bomen, evt. ook vijvers

– hoewel de Heuvel niet als park is aangelegd, komt de uitstraling en het gebruik daar wel mee overeen

sportcomplex

 grote ruimten met gebouwen, parkeerplaatsen, sportvelden en bijbehorende installaties, voorzien van een afschermende beplanting met bomen

– het sportpark aan de zuidrand van Den Hout ligt op de overgang naar het landschap en zou daarmee deels als groene schil kunnen worden beschouwd.

wijkstructuur lijnen

object, kenmerk en bijzonderheden

buurtontsluitingswegen

voorzien van bomen, vaak aan één zijde van de straat soms met bermen of beplantingen. Van een echte laan is meestal geen sprake

historische lijnen

 lang bestaande wegen of paden met een bijzondere rol en daarmee cultuurhistorisch waardevol

– het Ruiterspoor en de Herweg zijn oude wegen of paden naar de Vrachelseheide, de ruimte voor

vlakken

boombeplanting is zeer beperkt, bovendien is in het planten van bomen in molenbiotoop niet gewenst – het Houtsepad is een oude structuur

object, kenmerk

buurtpark

 vrij beperkte groene ruimte met grasveldjes, bomen en vaak ook heesterbeplating; meestal met de mogelijk om te spelen en voorzien van spel-aanleidingen of speelvoorzieningen

3.5

Oosteind hoofdstructuur lijnen

object, kenmerk en bijzonderheden

hoofdwegen

 laanbeplanting met bermen of beplantingen

– de Provinciale weg incl. dorpsplein – de Provinciale weg heeft smalle bermen, alleen met medewerking met aanwonenden of met een grootschalige herinrichting (functieverandering) is een doorgaande laanbeplanting te verwezenlijken – de Provincialeweg is de as waaraan Oosteind is ontstaan

historische lijnen

 lang bestaande wegen met een bijzondere rol en daarmee cultuurhistorisch waardevol;

vlakken

– het Kerkepad is een oude verbinding in/vanuit het buitengebied

object, kenmerk

sportcomplex

 grote ruimten met gebouwen, parkeerplaatsen, sportvelden of zwembad en bijbehorende installaties, voorzien van een afschermende beplanting met bomen

wijkstructuur vlakken

object, kenmerk

buurtpark

 vrij beperkte groene ruimte met grasveldjes, bomen en vaak ook heesterbeplating; meestal met de mogelijk om te spelen en voorzien van spel-aanleidingen of speelvoorzieningen

3.6

Dorst hoofdstructuur lijnen

object, kenmerk en bijzonderheden

hoofdwegen

 laanbeplanting met bermen of beplantingen

– de Rijksweg, in eigendom en beheer van de provincie

historische lijnen

 lang bestaande wegen met een bijzondere rol en daarmee cultuurhistorisch waardevol;

– Kapelerf, Baarschotsestraat, Spoorstraat; wegen langs de akkercomplexen en naar de heide – Vijftig Bunderweg, een oud pad naar Oosterhout en onderdeel van het bos- en heide gebied

blauw-groenstructuurvisie 2023

mei 2023

versie 1.0 blad 18 van 18

vlakken

object, kenmerk

sportcomplexen

 grote ruimten met gebouwen, parkeerplaatsen, sportvelden en bijbehorende installaties, voorzien van een afschermende beplanting met bomen

wijkstructuur lijnen

object, kenmerk en bijzonderheden

buurtontsluitingswegen

voorzien van bomen, vaak aan één zijde van de straat soms met bermen of beplantingen. Van een echte laan is meestal geen sprake

– de verbindingen van Bosuil en Waterjuffer naar de Vijftig Bunderweg zijn ruimtelijke en functionele

vlakken

verbindingen tussen het bosgebied en de centrale groenvoorziening

object, kenmerk

buurtpark

 vrij beperkte groene ruimte met grasveldjes, bomen en vaak ook heesterbeplating; meestal met de mogelijk om te spelen en voorzien van spel-aanleidingen of speelvoorzieningen

groenstructuurvisie 2023

mei 2023

Bijlage kaart groenstructuurvisie

/home/johan/Bureaublad/oosterhout/bomen/groenstructuurvisie 2023/rapport groenstructuurvisie 2023 v1.0.odt

versie 1.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=8c413eee-e9f0-4c42-a253-ffaa8e03d727