bijlage 1k - verslag Economie en Arbeidsmarkt (03-05)
Tekst van het document
Werkbijeenkomst Corona Impact Analyse, fase 2 Onderdeel: Economie en Arbeidsmarkt Gehouden op maandag 3 mei in Theater De Bussel, Oosterhout (hybride bijeenkomst) Aanwezig: Arie Rietveld (VNO-NCW), Dré de Jong (Koninklijke Horeca Nederland), Eric Dufhuis (Bruisende Binnenstad), Jaap Oomen (Curio), Peter Volkers (MidZuid), Bram Helleman, Malou van Werven, Martin Brokx, Martin van der Zee (ondernemers) Algemeen beeld De deelnemers onderschrijven het beeld zoals dat ook uit de schriftelijke informatieronde naar voren komt: - in algemene zin verdoezelen de steunmaatregelen van de overheid de uiteindelijke effecten van de coronacrisis op de economie. Als er grote klappen vallen, vallen die pas over een aantal maanden; - de coronacrisis is naar zijn aard een ander soort economische crisis dan bijvoorbeeld de kredietcrisis van 2008. De verwachting is daarom ook dat de economie een minder lange herstelperiode zal vragen. - er is een enorm verschil tussen de economisch sectoren. Voor sectoren die draaien op persoonlijke ontmoeting – horeca, leisure en detailhandel – zijn de gevolgen verstrekkend. Met name voor horeca en leisure is de situatie desastreus en er is op korte termijn nog (te) weinig zicht op “het nieuwe normaal”. Het blijkt ook dat weinig horeca-ondernemers zich melden voor de lokale TONK-regeling, terwijl de financiële problemen groot zijn.
- in Oosterhout is de verbondenheid tussen ondernemers en klanten groot. Dat zie je onder andere aan het feit op de dag dat terrassen weer open mochten, ineens weer heel veel bezoekers de weg naar de binnenstad wisten te vinden; - er melden zich in de Oosterhoutse binnenstad ook in tijden van corona nieuwe ondernemers en al gevestigde zaken investeren of zoeken een aantrekkelijker plek in het winkelgebied. “Je ziet het ondernemerschap”. En gezien de, “bijna NoordKoreaanse”, uitslag van de BIZ-meting is er een grote behoefte om gezamenlijk te werken aan het versterken van de kwaliteit van het centrum. - werkgevers hebben, zeker in specifieke sectoren, steeds meer moeite om aan geschikt en geschoold personeel te kunnen komen. Dat wordt problematischer op het moment dat de economie weer als vanouds gaat draaien. - de horecasector maakt zich in het bijzonder zorgen. In de lockdown hebben zo’n 200 jongeren hun (nuluren-)contract in de horeca ingeleverd en vaak een ander baantje gevonden. Als de horeca weer voor honderd procent open mag, dan zijn die vacatures nog niet zo makkelijk vervuld. Daarnaast is er sprake van een relatief groot aantal nieuwkomers op de horecamarkt, die ook in dezelfde vijver vissen; - het afhalen en thuisbezorgen is voor veel horeca-ondernemingen een extra verdienmodel, omdat het een aantrekkelijke manier is om de omzet te vergroten.
Daarentegen is de verwachting dat, onder invloed van de toename van digitaal werken, het “zakelijk toerisme” in omvang zal afnemen. Lessen en ontwikkelingen naar de toekomst -
-
het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt verdient de allerhoogste prioriteit. Van het nieuwe kabinet wordt verwacht dat het, op basis van eerdere rapportages, zal komen met voorstellen voor verbetering van de werking van de arbeidsmarkt. En op regionaal niveau worden afspraken gemaakt over hoe het aanbod vanuit het onderwijs beter kan aansluiten op vragen uit de markt. Maar ook op lokaal niveau dient het tussen onderwijs, ondernemers en overheid (verder) te worden versterkt. Een voorbeeld daarvan is de pilot met de hybride leerwerkomgeving in de logistiek; het moet aantrekkelijker worden om om-, na- en bij te scholen. Het idee van “een leven lang leren” zal populairder moeten worden. Dit betekent dat beroepsopleidingen dat onderwijs op een praktische manier en modulair moeten
-
-
-
aanbieden. Een afgeronde mbo-opleiding zal straks niet altijd meer nodig hoeven zijn om ergens aan de slag te kunnen: een praktijk- of brancheverklaring – waarvoor een aanzienlijk kortere opleiding nodig is – is dan voldoende; Midzuid kan een rol hebben bij het vervullen van vacatures voor laagopgeleid personeel in de horeca (keukenhulp, groenonderhoud etc.) een hechtere samenwerking tussen (de regio’s) Breda en Tilburg is van vitaal belang om te blijven werken aan het jong en vitaal houden van deze regio. Dat bereiken we onder andere door het aanbieden van voldoende geschikte woningen voor deze doelgroep. “Lukt dat niet, dan wordt deze regio het Oost-Groningen van Brabant”. het feit dat er een sterke band is tussen ondernemers en bezoekers van de Oosterhoutse binnenstad en het gegeven dat binnenstadsondermers een steeds grotere bereidheid tot samenwerken hebben, biedt kansen. Het is goed die kansen uit te werken in een Masterplan Bruisende Binnenstad. Doel is te bereiken dat Oosterhoutse consumenten (nog) vaker voor de eigen binnenstad kiezen dan voor het internet of een grotere stad in de omgeving; een combinatie van een “stenen winkel” en digitaal blijkt in veel gevallen een succesformule. Dit vraagt van veel ondernemers in de binnenstad nog wel een bepaalde inspanning; maak gebruik van ervaringen van succesvolle (nieuwe) ondernemers, maak die inzichtelijk voor anderen.
Bijlagen: - presentatie prof. dr. Marc van der Meer (Universiteit van Tilburg) - resultaten enquête onder ondernemers - samenvatting resultaten schriftelijke informatieronde