bijlage 1d- onderzoek Dimensus (sociaal domein)
Tekst van het document
Interviews met cliënten sociaal domein
Gemeente Oosterhout
mei 2021
1.
De interviews
De gemeente Oosterhout wil graag weten hoe het gaat met cliënten die van de gemeente ondersteuning krijgen vanuit de Wmo, de Jeugdhulp en de Participatiewet. Om inzicht hierin te krijgen zijn voor elke doelgroep acht gesprekken gevoerd. Tijdens de open gesprekken werd ingegaan op de volgende onderdelen: Hoe is de gezinssituatie en welke vorm van ondersteuning krijgt men? Hoe voelt men zich vanwege de huidige situatie/de coronacrisis? En is hier in de loop van het afgelopen jaar nog iets in veranderd? Is men aangedaan door de huidige situatie/de coronacrisis? En is hier in de loop van het afgelopen jaar nog iets in veranderd? Kan men zich goed redden? Is de ondersteuning (vanuit de gemeente) daarbij een steun? En is dat in de loop van de tijd veranderd? Zijn er zaken waar men zich zorgen over maakt, over zichzelf of een naaste? En is hier in de loop van de tijd nog iets veranderd? In deze rapportage worden de resultaten op hoofdlijnen weergegeven per doelgroep.
2.
Gezinssituatie en type ondersteuning
Wmo-cliënten Bij vijf van de acht interviews woonde de respondent alleen, bij twee betrof het een gezin zonder kinderen en bij één ging het om een gezin met kinderen. Bijna alle gezinnen krijgen huishoudelijke hulp van de gemeente. Daarnaast heeft een enkeling nog een scootmobiel, een taxivoorziening, een rolstoel en een douchestoel.
Cliënten Jeugd Zeven van de acht geïnterviewden maken deel uit van een gezin met vooral twee kinderen en in twee gevallen drie kinderen. Bij een geïnterviewde gaat het om een eenoudergezin. De problemen waar de kinderen die jeugdhulp krijgen mee te maken hebben, zijn onder andere de motoriek, dyslexie, autisme, anorexia en psychische problemen.
Participatiewet-cliënten Vier geïnterviewden wonen alleen, vier vormen een gezin met kinderen en een gezin zonder kinderen. Vier van de geïnterviewden krijgen ondersteuning vanuit de TOZO-regeling en de anderen ontvangen een bijstandsuitkering, waarvan twee geïnterviewden nog bezig zijn met het leren van de Nederlandse taal.
2
3.
Resultaten 3.1. Impact van de coronacrisis
WMO De meeste geïnterviewden van deze groep ondergaan de coronacrisis gelaten en geven aan niet of weinig aangedaan te zijn hierdoor. In het begin schrokken meer cliënten wel. Eén geïnterviewde ging vroeg boodschappen doen om minder kans op besmetting op te lopen, maar nu niet meer, terwijl meneer wel aangeeft dat de klanten in de supermarkt heel dichtbij komen. Maar blijkbaar is dat geen reden om weer vroeg naar de winkel te gaan. Een andere cliënt is nog steeds heel voorzichtig, maar hij heeft ook onderliggend lijden. De meeste geïnterviewden geven aan dat corona hen wel beperkt in het doen en laten buiten de deur, maar ook in het ontvangen van bezoek, verjaardagen vieren en het doen van boodschappen. Ook vakantie en allerlei clubjes waar men lid van was zoals de bridgeclub gaan niet door vanwege corona. Dit missen mensen wel, maar de meesten nemen op een andere manier contact op met vrienden en familie door te bellen, te Whatsappen en te videobellen. Ze vinden het jammer dat de situatie is zoals die is, maar ze nemen die ook voor lief. Het is anders wanneer iemand ziek is en niet naar buiten durft omdat hij/zij bang is om corona te krijgen. Veel binnen blijven is niet gezond en men heeft dan ook veel minder contact met anderen. Zo heeft corona ervoor bijvoorbeeld voor gezorgd dat een cliënt daadwerkelijk achteruit is gegaan.
Zij geeft aan: ‘’Door corona kun je moelijker nieuwe contacten aangaan wanneer je bent verhuisd, iedereen is meer op z’n hoede en juist meer op zichzelf.’’ Hoe wordt omgegaan met ouders en kinderen is heel verschillend. Bij sommige gezinnen koos men ervoor geen fysiek contact te hebben om de ouders te beschermen. Bij andere gezinnen werden de contacten op een lager pitje gezet door bijvoorbeeld alleen maar op bezoek te gaan als er iets te vieren was en in een enkel geval veranderde daar niet veel in. Men hield er over het algemeen wel rekening mee dat men als ouders naar de kinderen ging om het aantal bezoekers te minimaliseren. ‘’Eigenlijk merken nu andere mensen eens wat dat is om Een van de kinderen in een van de geïnterviewde gezinnen is niet zomaar ergens heen te autistisch, waardoor ze toch al veel minder contact hadden met kunnen, voor ons is dit altijd anderen. ‘’Eigenlijk merken nu andere mensen eens wat dat is om al het geval.’’ niet zomaar ergens heen te kunnen, voor ons is dit altijd al het geval.’’ Een enkele cliënt heeft het gevoel dat het wel langer duurde om nieuwe zaken vanuit de Wmo geregeld te krijgen. Als de hulp er eenmaal was dan is hierin niet veel veranderd. Over het algemeen is de impact van corona op het leven van deze groep geïnterviewden niet heel groot, ook omdat men meebeweegt met de veranderingen die corona met zich meebrengen.
Mensen zijn duidelijk flexibel en bereid zich aan te passen aan de situatie zoals die is. Het is moeilijker als men echt ziek is waardoor het krijgen van corona ook de nodige risico’s met zich meebrengt. Eenzaamheid gaat dan echt spelen. Ook wanneer cliënten vóór corona al relatief eenzaam zijn, is dit wel wat erger geworden in coronatijd omdat familie bijvoorbeeld corona kreeg en om die reden niet meer op bezoek kwam. Maar men is vaak gewend om alleen te zijn. De meeste geïnterviewden zijn niet echt bang voor corona. Men is er eerder gelaten onder: als ik het krijg dan krijg ik het, dat zien we dan wel weer.
3
Jeugdwet Ouders zijn van mening dat de manier waarop de kinderen corona ervaren voor een belangrijk deel wordt ingegeven door de manier waarop de ouders hier zelf mee omgaan. Wanneer ouders hier zo ontspannen mogelijk mee om gaan, dan straalt dit ook af op de kinderen. Geïnterviewden geven aan dat het in het begin wel heftiger was, maar op een gegeven moment pakt iedereen de draad weer op en wordt het ‘‘een soort van normaal’’. Ook de jongeren zelf geven aan dat het niet leuk is, maar ‘’je moet het er maar mee doen’’. Echt ongelukkig is men er niet onder: ‘’Toen een kind in de klas corona had, moesten we allemaal worden getest en in quarantaine. Dat is niet fijn, maar de wereld vergaat dan niet hoor.’’ Maar het is volgens hen fijn dat er nu al iets meer mag, want de jongeren zijn het wel beu wat er allemaal niét mag. Bovendien gaf één van hen aan dat al die restricties een effect hebben op hoe jongeren denken: ‘’Corona doet toch wel iets met je brein.’’
‘’Corona doet toch wel iets met je brein.’’
De manier waarop wordt omgegaan met de grootouders verschilt nogal en hangt vooral af van hoe de grootouders daar zelf in staan. Bij de ene geïnterviewde is daar niets in veranderd en bij de andere grootouder is er alleen online contact. Nu zijn steeds meer grootouders gevaccineerd, wat het risico op corona veel kleiner maakt. De meeste kinderen gaan vanwege corona minder naar buiten en gamen meer. Gelukkig zijn de meeste sporten voor kinderen inmiddels weer open gegaan en kunnen kinderen gewoon buiten spelen. Dit laatste was eigenlijk de hele tijd al zo. Ook de hulpverlening aan de jeugd zoals bv. fysiotherapie is gewoon door gegaan tijdens corona. Het thuisonderwijs achter de computer is wisselend ervaren. Voor de ene jongere is het verleidelijk om afgeleid te worden door online games of hun telefoon plaats van het volgen van de les. De ander kan zich juist beter concentreren omdat er minder afleiding is. Een enkele ouder is intensief met het kind lessen gaan volgen waardoor zij het idee hebben dat het kind uiteindelijk meer geleerd heeft. Jongeren zijn wel van mening dat corona bij sommige kinderen zeker heeft geleid tot achterstanden. Al moesten zij online aanwezig zijn, met hun geluid uit konden ze toch doen wat ze wilden en voor de leraar is het niet mogelijk om alles in de gaten te houden. De voorkeur gaat voor de meesten uit naar fysiek onderwijs.
‘’Toen een kind in de klas corona had, moesten we allemaal worden getest en in quarantaine. Dat is niet fijn, maar de wereld vergaat dan niet hoor.’’
De jongeren hebben wel minder contact gehad met anderen, vooral fysiek, maar er zijn genoeg mogelijkheden om contact met elkaar te hebben, waaronder FaceTimen. Door corona kon men vooral minder uitstapjes maken naar bv. dierentuinen, musea en pretparken, maar daar werden wel alternatieven voor bedacht door te gaan wandelen of te fietsen en af en toe eten te bestellen. Corona heeft negatieve kanten maar ook positieve kanten, zowel voor de kinderen als de ouders. Een aantal geïnterviewden gaf aan dat de lockdown meer rust in het gezinsleven heeft gebracht. Voor jongere kinderen is de impact minder groot dan voor pubers. Jonge kinderen konden veel vaker de dingen blijven doen die ze al deden. Pubers moeten eigenlijk een super tijd hebben met ‘vrijheid blijheid’ en die mogelijkheid hebben ze nu niet. Toch kan ook een van de geïnterviewden dit relativeren: ‘’Opa’s en oma’s hebben de oorlog meegemaakt. Je kunt van alles wel een drama maken, maar dat heeft geen enkele zin.’’
4
Participatiewet Binnen de groep geïnterviewden vanuit de participatiewet zijn de verschillen over wat de coronacrisis met hen doet veel groter. Vooral de geïnterviewden met ondersteuning vanuit de TOZO-regeling hebben het heel moeilijk hiermee. De ondernemers die geen inkomsten hebben, zijn enorm aangedaan door de coronacrisis. Het overgeleverd zijn aan de overheid - zowel voor hun inkomsten als voor de beslissingen van de overheid maakt dat ze zich heel machteloos voelen. Ze hebben echt sombere tijden gehad, en dan vooral in de winter. Dit maakt soms dat men de ‘’Je krijgt echt schijt aan de neiging heeft om de richtlijnen in de wind te slaan: ‘’Je krijgt echt regels en je weet dat dat schijt aan de regels en je weet dat dat niet goed is, maar het gebeurt niet goed is, maar het wel.’’ Een ander legt uit deze gedachtegang soms wel te begrijpen: gebeurt wel.’’ ‘’Waarom mag iets niet? Je begrijpt het wel, maar waarom zou het toch niet kunnen? Het is niet tastbaar.’’ Een andere geïnterviewde stoort zich juist enorm aan mensen die er tegenin gaan. Op zich probeert men er allemaal het beste van te maken, met familie en vrienden, maar de situatie zorgt wel voor de nodige druk: ‘’Het vreet echt aan je.’’ Men kan zich goed voorstellen dat als het nog langer duurt, mensen er echt aan onderdoor gaan.
‘’De muren komen ook op je af van zo lang thuis zitten.’’ Daarnaast zijn er de financiële gevolgen: twee ondernemers hebben hun volledige omzet verloren en hun spaargeld is inmiddels op. Het is met name de machteloosheid dat men hierin zelf geen enkele verandering kan brengen en de afhankelijkheid van de overheid die hen frustreert en verdrietig maakt. Zij hebben het er heel moeilijk mee: ‘’Ik wil niet aan het infuus van de overheid hangen. Ik heb altijd gewerkt voor mijn geld.’’ Tijdens de eerste lockdown had men nog wel het vertrouwen dat het niet zo lang zou duren, maar toen de tweede lockdown kwam en men de winter in ging, was het duidelijk dat het ‘’Ik wil niet aan het infuus veel langer zou gaan duren. Vooral iedere keer weer die van de overheid hangen. Ik teleurstelling, daar hebben de ondernemers heel veel last van. heb altijd gewerkt voor mijn Eigenlijk weten ze wel dat er een negatief advies wordt gegeven, geld.’’ maar toch dat beetje hoop dat zij soms hebben, wordt na iedere beslissing in Den Haag weer de kop ingedrukt. Men kan er best vrede mee hebben, als het maar duidelijk is. De onvrede komt vooral voort uit onbegrip.
Het vertrouwen in de overheid wordt er niet beter op en dat heeft volgens een aantal geïnterviewden te maken met onduidelijke communicatie en de beeldvorming vanuit Den Haag: ‘’Wie komt er nou in wielrennersbroek naar het Catshuis om te overleggen hoe wij Nederlanders ons moeten gedragen? De overheid moet autoriteit uitstralen en dat doe je echt niet op deze manier.’’ De ene dag kan men er beter tegen dan de andere dag. De hoop is gevestigd op de komende weken. Als er maar volop wordt gevaccineerd dan moet er weer meer mogelijk zijn. Er is licht aan het eind van de tunnel, dat voelt men wel, maar er zijn wel verschillen. Wat betreft de toekomst verwachten sommige ondernemers dat ze weer volop aan de bak kunnen als alles weer mogelijk is, maar er zijn ook ondernemers die van mening zijn dat de wereld veranderd is en het lang niet zeker is dat alles weer terug komt zoals het was, of dat het zeker meer tijd zal vergen (zoals een kermisexploitant en een eigenaar van een taxibedrijf). Daarnaast zijn er de geïnterviewden die een uitkering krijgen. Corona maakt hen wel onzeker over de toekomst. Het vinden van werk is in deze tijd niet gemakkelijk, het hebben van contacten is minder, maar dit ervaren ze niet echt als een groot probleem: ‘’Ik ben van mening dat het gewoon een griep is en begrijp niet dat er zoveel heisa over gemaakt wordt.’’
5
Twee geïnterviewden zijn nog bezig met het leren van de Nederlandse taal. Bij één van de gezinnen zijn de vrouw en de kinderen pas drie maanden geleden uit Syrië in Nederland aangekomen. Meneer maakte zich veel drukker over zijn gezin in Syrië dan over corona. Het leren van de Nederlandse taal is door corona niet gemakkelijker geworden. Het vindt nu online plaats en één van de geïnterviewden volgt de les op zijn telefoon omdat hij geen geld heeft voor een laptop. Willen zij in Nederland werk vinden, dan moeten zij eerst de Nederlandse taal beheersen en dat valt volgens hen niet mee. Het is op dit moment lastiger om contacten met anderen te leggen, waardoor zij in de praktijk minder kunnen oefenen met Nederlands spreken. Zij vrezen ook dat het voor hen moeilijk wordt om in de toekomst te moeten concurreren met anderen op de arbeidsmarkt.
De impact van de coronacrisis op cliënten binnen het sociaal domein Er is sprake van impact op zowel praktisch als op mentaal vlak. Dit geldt voor de ene groep meer dan voor de andere groep. Jongeren en ouders van kinderen die onder de jeugdwet vallen, benadrukken dat het online leskrijgen zorgt voor leerachterstanden. In de vrije tijd wordt er veel creatiefs bedacht om er toch een leuke tijd van te maken. Bij hen was de schok er met name aan het begin van de crisis, maar inmiddels lijken vele gezinnen hierin hun modus te hebben gevonden. Deze gelaten stemming en acceptatie van het nieuwe normaal is ook te zien bij Wmo-cliënten: zij geven voornamelijk aan zich wel gehinderd te voelen in praktisch opzicht, maar nemen dit grotendeels voor lief. Toch geldt ook voor Wmo-cliënten die erg ziek zijn dat eenzaamheid steeds meer een rol in hun leven gaat spelen. De groep kwetsbare mensen, die meer geïsoleerd zijn en waarvoor de drempel hoog is om nieuwe contacten te leggen, is de groep waar op gelet moet worden. Degenen die gebruik maken van de TOZO-regeling, maken deel uit van de groep die het meest uitgesproken is geweest tijdens de interviews als het gaat om het gevoel van machteloosheid, afhankelijkheid en frustratie. Zij hebben het moeilijk met het feit dat het contrast erg groot is tussen hard werken voor hun onderneming en thuis gedwongen zitten afwachten.
Zij zijn ook degenen die reikhalzend uitkijken naar het moment dat alles weer open gaat, hoewel zij ook dan nog heel wat tijd nodig zullen hebben om er financieel weer bovenop te komen. Van de geïnterviewde respondenten met een uitkering zijn het vooral degenen die de taal nog niet onder de knie hebben, die hierin het meest kwetsbaar zijn. Zij vrezen niet de directe gevolgen van de coronacrisis, maar de indirecte gevolgen: minder banen in de toekomst en meer concurrentie.
6
3.2. Geboden ondersteuning WMO De geïnterviewden kunnen zich met de hulp die ze krijgen vanuit de gemeente goed redden. Ze zijn daar ook heel blij mee: ‘’Mijn eigen aangepaste vervoer hebben is heel fijn en gezien corona nog prettiger. Ik ben erg blij dat ik dat heb gekregen.’’ Bij één client is de huishoudelijke hulp ziek geworden en nu heeft hij vaker steeds een andere hulp. Dat vindt de cliënt minder prettig. Eén cliënt die ziek is, merkt dat er zaken binnen de reguliere zorg worden uitgesteld zoals scans en reguliere checkups. Dit vindt de cliënt wel erg. De cliënten leunen niet zozeer op de kinderen voor hulp, ook omdat die niet altijd vlakbij wonen. Ze geven aan dat die het ook druk hebben. Het contact met de kinderen is ook niet altijd zo dat de kinderen de ouders structureel helpen. Ook hebben ze niet altijd contact met alle kinderen.
‘’Mijn eigen aangepaste vervoer hebben is heel fijn en gezien corona nog prettiger. Ik ben erg blij dat ik dat heb gekregen.’’
Jeugdwet De ondersteuning ging bij de meeste cliënten van de jeugdwet gewoon door in coronatijd. Dit geldt ook voor de lessen van kinderen op het speciaal onderwijs. Het duurde in sommige gevallen wel lang voordat de ondersteuning geregeld was. Mogelijk dat dit samenhangt met corona. Een andere cliënt staat nog op de wachtlijst. Participatiewet De geïnterviewden die gebruik maken van de TOZO-regeling zijn allemaal blij met de steun die ze krijgen, maar het is niet genoeg. Daar moeten ze elke maand geld bijleggen. Ze geven aan dat het allemaal niet veel langer moet duren want de financiële bodem is echt in zicht. Het aanvragen en dergelijke vond men wel goed geregeld. Bij de overige respondenten speelt dit niet op die manier. Men is blij dat men een uitkering heeft en men is op zoek naar nieuw werk.
De geboden ondersteuning: vaak voldoende maar soms ook niet Voor de meeste geïnterviewde Wmo’ers geldt dat zij voldoende ondersteuning krijgen en dat zij blij zijn hoe deze ondersteuning hen vooruit helpt in het dagelijks leven. Voor sommigen uit zowel de groep Wmo’ers als degenen met jeugdhulp geldt echter dat ondersteuning is uitgesteld of dat het proces door de coronacrisis een stuk trager gaat. Voor degenen die ondersteuning krijgen via de TOZO-regeling geldt dat deze ontoereikend is en dat zij vaak geld bij moeten leggen om hun onderneming overeind te houden.
7
3.3. Voornaamste zorgen WMO Wanneer de Wmo’ers te maken hebben met onderliggend lijden, wordt aangegeven dat zij zich vaker zorgen maken over dat ze ziek kunnen worden, maar ook wat dit zou betekenen voor hun omgeving. Zo vraagt één van hen zich af waar hij heen moet als er iets met zijn vrouw gebeurt, want hij is volledig afhankelijk van haar hulp: ‘’Kan ik de gemeente altijd bellen als er iets niet goed gaat?’’ Daarom is hij wat voorzichtiger. Een andere geïnterviewde maakt zich druk om iemand die in een instelling zit. Daar moet volgens haar anders naar worden gekeken. Wat zou meer schade hebben aangebracht: geen bezoek mogen krijgen of corona? Het is goed om bij dat soort beslissingen ervaringsdeskundigen in te schakelen. Hierbij valt te denken aan ouders of begeleiders van mensen met een beperking. Volgens mevrouw was er dan een andere beslissing uitgerold. Ook de financiën kunnen een bron van zorgen zijn. Zo geeft een meneer aan dat het wonen wel erg duur wordt: zijn huur is bijna verdubbeld. Daar maakt meneer zich wel eens zorgen over. Jeugdwet Een ouder geeft aan dat men het eng vindt dat als je corona krijgt, je niet weet hoe erg je het krijgt. De grootouders zijn inmiddels grotendeels gevaccineerd. Veel ouders zijn nog niet echt bezig met vaccineren.
Ze hebben wel het idee dat je zult moeten, omdat anders dingen niet mogelijk zullen zijn om te doen, zoals vakantie naar het buitenland. De kinderen wil men vaak niet laten vaccineren omdat ze nog jong zijn en er nog onvoldoende bekend is over mogelijke gevolgen van de vaccinatie. De kinderen/jongeren maken zich weinig zorgen. Als het wel zo is, dan ging dat vooral over opa’s en oma’s (voordat zij gevaccineerd werden).
Participatiewet De geïnterviewden die gebruik maken van de TOZO-regeling worden 24 uur per dag geconfronteerd met de situatie waarin ‘’In het kader van wat de ze zitten. Ze kunnen er niet omheen. Eén van hen geeft aan: gemeente kan doen, heeft de ‘’In het kader van wat de gemeente kan doen, heeft de gemeente het wel goed gedaan. gemeente het wel goed gedaan. Ik vind het een onzekere tijd, Ik vind het een onzekere tijd, maar maar ik heb wel hoop.’’ Het belangrijkst voor hen is dat alles ik heb wel hoop.’’ weer open gaat. Onvrede is het belangrijkste gevoel dat men heeft en dat gaat met name over de prioriteiten die worden gesteld: ‘’Waarom gaat er zoveel geld naar fieldlabs? Zorg dat mensen worden gevaccineerd en dat de ic’s worden uitgebreid! Ongekend hoe slecht alles is geregeld en dan vertellen ze jou hoe je moet leven!’’ Ook heeft een aantal van hen een mening over hoe dat zit met vaccinaties: ‘’Waarom is men eerst oude mensen gaan ‘’Waarom is men eerst oude vaccineren? De jongere generatie die houdt de economie mensen gaan vaccineren? De draaiende, daar had prioriteit naar uitgegaan moeten worden.’’ jongere generatie die houdt de Men heeft ook de angst dat alles op korte termijn toch niet economie draaiende, daar had opgelost kan worden en dat de staat op een gegeven moment prioriteit naar uitgegaan moeten ook moet stoppen met het verlenen van financiële steun. worden.’’
8
De geïnterviewden die een uitkering hebben, maken zich over het algemeen niet echt grote zorgen. Men hoopt wel op korte termijn een baan te vinden. Het vinden van werk speelt heel erg bij de geïnterviewden die bezig zijn met het leren van de Nederlandse taal. Ze vinden de taal moeilijk en ze worden pas geholpen met een baan als ze de Nederlandse taal beheersen. Eén geïnterviewde maakt zich vooral zorgen over de jongere alleenstaanden die het contact echt hebben moeten missen vooral tijdens de lockdowns. Wanneer je samenleeft met een partner en mogelijk ook kinderen dan speelt dat veel minder. Daarnaast zullen kinderen ook leerachterstanden hebben opgelopen en zullen de nodige ondernemers het uiteindelijk niet gaan redden. Dit vindt men echt zorgelijk.
De voornaamste zorgen van deze groepen De zorgen die de geïnterviewden noemen, komen veelal uit de context van de coronacrisis. Zij willen met name een boodschap kwijt over het landelijk beleid. Ook hebben de zorgen om naasten met name te maken met ziekte door corona, en of zij dat aan kunnen. Het vaccineren houdt de gemoederen ook bezig: worden er wel de juiste prioriteiten gesteld?
9