CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Bijlage bij brief 16-5-23 mail 29-3-23

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 1015955 Statutenwijziging Stichting Delta-onderwijs1.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Van: Verzonden: woensdag 29 maart 2023 14:01 Aan: Gemeente Oosterhout Onderwerp: RE: Statuten Delta-onderwijs Geachte heer, In de eerste plaats een reactie op onderstaande twee punten. Uw eerste opmerking gaat uit van een “vertegenwoordiging in de raad van toezicht” zijnde “twee leden namens de gemeente Oosterhout die op voordracht van Delta-onderwijs worden gekozen.” Volgens de VOO is het recht van voordracht door de gemeente belangrijk “omdat het in de praktijk het meest invulling geeft aan de wettelijke voorwaarde dat in de statuten wordt beschreven hoe de gemeenteraad toezicht op het bestuur uitoefent (art. 17 lid 4 sub e WPO en art. 3.17 lid 2 sub 2 WVO) en aan artikel 17 lid 5, waarin wordt bepaald dat de overheid overheersende invloed dient te hebben voor zover het openbaar onderwijs betreft.” Dit berust dus kennelijk op de aanname dat de op voordracht van de gemeente Oosterhout benoemde RvT-leden zitting hebben om namens de gemeente (spreekwoordelijk) ‘op de winkel te passen’. Dat is niet juist. Ter verduidelijking. Delta-onderwijs valt als stichting onder het Burgerlijk Wetboek en de onderwijswetgeving.

Sinds de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) bepaalt artikel 2:292a lid 2 BW het volgende: “De raad van commissarissen heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Hij staat het bestuur met raad terzijde. Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.” Dit is in de statuten van Delta-onderwijs vertaald in artikel 12 lid 1. De Raad van Toezicht is de interne toezichthouders die op basis van beginselen van governance in het belang van de rechtspersoon toezicht houdt. De gemeenteraad is een zelfstandige bij wet aangewezen externe toezichthouder. Artikel 17 lid 4 sub e bepaalt dat de statuten in elk geval in een regeling moeten voorzien m.b.t.: “de wijze waarop de gemeenteraad van de gemeente waarin de school waar openbaar onderwijs wordt gegeven, gevestigd is, toezicht op het bestuur van die school uitoefent,” Voorts is de samenstelling van Raad van Toezicht niet bij wet bepaald. Dat is in principe aan de rechtspersoon zelf.

Omdat dit onderdeel is van de statuten die instemming behoeven van de gemeenteraad en goedkeuring van de Nederlandse Katholieke Schoolraad, kan in overleg of op voorwaarde worden gekozen voor voordrachten, bijvoorbeeld door de gemeenteraad. Dat is een keuze. Ik wijs bovendien op artikel 17 lid 2 van de WPO: “De taken en bevoegdheden van de interne toezichthouder of het interne toezichthoudend orgaan zijn zodanig dat hij een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. Indien sprake is van meer dan een toezichthouder of van een toezichthoudend orgaan is de

1

eerste volzin van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de combinatie van de toezichthouders of de samenstelling van het toezichthoudend orgaan.” De onderstreping is van ondergetekende. Uw eerste opmerking koppelt de rol van de gemeenteraad als externe toezichthouder aan RvT-leden die zitting hebben in het orgaan van de interne toezichthouder. Dat is dus niet juist. Het al dan niet opnemen van voordrachten is een keuze. Kan dus, hoeft niet. Uw tweede opmerking betreft het besluit tot ontbinding van de stichting. Artikel 17 lid 4 sub e bepaalt dat de statuten in elk geval in een regeling moeten voorzien m.b.t.: de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. M.a.w.: alleen voor zover het openbaar onderwijs aangaat, heeft de overheid een overheersende invloed. In artikel 23 lid 1 van de statuten is daarom aangegeven dat “de wetgeving met betrekking tot het openbaar onderwijs” bij ontbinding in acht wordt genomen. De gemeente heeft de instandhouding van de openbare scholen overgedragen aan de stichting. Voor een eventuele vrijwillige opheffing van een openbare school geldt artikel 148 WPO waarbij de gemeente altijd de gelegenheid wordt geboden de instandhouding terug te nemen.

Van een overdracht van een openbare school aan een andere gemeente kan geen sprake zijn (een andere gemeente is daartoe immers niet bevoegd) en bij een fusie van de stichting of afsplitsing van openbare scholen blijven de rechten van de gemeente Oosterhout op haar openbare scholen op basis van de wet onveranderd met als uiterste mogelijkheid hetgeen artikel 17 lid 8 WPO, namelijk het treffen van maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. Een samenwerkingsschool is slechts in een beperkt aantal gevallen mogelijk en daarmee wordt openbaar onderwijs (juist) in stand gehouden waarbij artikel 17d WPO de nodige waarborgen bevat. Een beslissing om op te gaan in een samenwerkingsschool is in principe een keuze van het bevoegd gezag. Op deze wijze kan een openbare school namelijk in stand worden gehouden. Overdracht en fusie van de samenwerkingsschool zijn alleen mogelijk na instemming van de gemeenteraad. Opheffing van de samenwerkingsschool is wettelijk ondergebracht bij voornoemd artikel 148 WPO (zie artikel 17 d leden 12 en 13 WPO). M.a.w.: dit is wettelijk geregeld. Kortom: met de verwijzing naar de wettelijke bepalingen bij ontbinding van de rechtspersoon, zijn alle waarborgen afgedekt.

Niettemin geldt ook hier dat er binnen die wettelijke kaders keuzes gemaakt kunnen worden bij het vorm geven van e.e.a. in statuten. M.b.t. de zogenaamde door de VOO bestempelde ‘onwenselijke artikelen’ nog het volgende. In de eerste plaats: de koppeling van het onderwijsconcept dat een basisschool hanteert aan de denominatie/identiteit is achterhaald. Het betreft twee verschillende items. Het ‘van kleur laten verschieten’ van een openbare basisschool naar een bijzondere basisschool is gelijk te schakelen met een opheffing van een openbare basisschool. Daar gelden wettelijke bepalingen voor (zie hiervoor artikel 148 WPO). In 2020 is de wet ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’ ingegaan voor het basisonderwijs. Wie een nieuwe school willen oprichten moet rekening houden met het bestaande aanbod van scholen in de regio. Wie plannen heeft voor een nieuwe school, moet partijen waaronder de gemeente uitnodigen voor een gesprek. De denominatie van de school is dan een gespreksonderwerp. Bovendien kan de gemeente ook zelf een openbare school oprichten. Volgens artikel 17 lid 1 WPO is namelijk alleen de 2

instandhouding van een of meer openbare scholen overgedragen aan de samenwerkingsstichting en kan de gemeente altijd nog besluiten om zelf een openbare school te stichten, los van het samenwerkingsbestuur. Of Delta-onderwijs kiest voor AB-scholen is aan de Delta. Een bepaling dat Delta niet zelf kan beslissen om AB-scholen te stichten, is in strijd met de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. In de tweede plaats de opmerking m.b.t. het opnemen van het werkgebied in de statuten. Dat is niet verplicht en werkt bovendien beperkend. Het werkgebied van een organisatie is een beleidskeuze en beleid hoort in principe niet in statuten. Indien het werkgebied wordt uitgebreid buiten de gemeente Oosterhout, heeft dat geen enkele consequentie voor de relatie met de gemeente Oosterhout. Die gaat namelijk alleen over het openbaar onderwijs in de eigen gemeente. Het ‘laten verdwijnen van openbaar onderwijs in Oosterhout’ kan alleen maar met instemming van de gemeente omdat opheffing van openbare basisscholen alleen maar kan op basis van de wettelijke procedure van artikel 148 WPO (zie hiervoor). Daar zit de gemeente Oosterhout dus altijd zelf bij. Tot slot een algemene opmerking over het VOO-advies. De rol van een gemeenteraad bij een statutenwijziging van een samenwerkingsbestuur is wettelijk bepaald.

Artikel 17 lid 5 van de Wet op het primair onderwijs luidt als volgt: De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waarin de school waar openbaar onderwijs wordt gegeven, gevestigd is. Instemming kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. Het advies van de VOO gaat verder. Delta-onderwijs heeft de statutenwijziging juridisch correct uitgevoerd met inachtneming van de rol van de gemeenteraad van Oosterhout. Van omissies en/of bepalingen die in strijd zouden zijn met de wet is geen sprake. Binnen wettelijke kaders kunnen uiteraard keuzes worden gemaakt en daaruit vloeit ook voort dat Delta in de conceptuele fase van de statutenwijziging het overleg met de gemeente heeft gezocht. Het feit dat de VOO een belangenvereniging is, wordt gerespecteerd. Het gaat echter m.i. wat ver om de gemeente te adviseren dat het gerechtvaardigd zou zijn om een statutenwijziging tegen te houden op gronden waar de gemeente (met alle respect) niet over gaat (o.a. het werkgebied van Delta-onderwijs). Uiteraard ben ik graag bereid e.e.a. nader toe te lichten. We treffen elkaar op 18 april a.s. in een gesprek op het stadhuis maar eerder overleg kan en mag wat mij betreft natuurlijk ook. Met vriendelijke groeten,

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=75b2a1c7-0b80-4748-a8db-8f96b4ad2e82