Bijlage 18 - Watertoets
Tekst van het document
6.3
Toekomstige situatie In deze waterparagraaf zijn de gestelde eisen en randvoorwaarden die gelden voor de ontwikkeling opgenomen. Voor de ontwikkeling wordt een waterhuishoudkundig plan opgesteld ten behoeve van de Omgevingsvergunning, waarin de inrichting en werking van het watersysteem en rioleringssysteem nader uitgewerkt worden. Met dat plan wordt geborgd dat er voldoende berging binnen de ontwikkeling gerealiseerd wordt, dat de verharding gelijkmatig verdeeld wordt over de wadi’s en er geen overlast bij laagtes ontstaat. Ook wordt in het waterhuishouding aangetoond dat er geen afwenteling plaatsvindt op de omgeving en geen
Blad 28 van 32
Toelichting op de watertoets Dorst oost projectnummer 0455905.100 18 januari 2021 revisie 07 Ruimte voor Ruimte II C.V.
overlast ontstaat en dat het plan voldoet aan de eisen vanuit de IOV. De IOV werkt met (start)meldingen. Grondwater Door de lage grondwaterstanden en de goede waterdoorlatende condities van de zandbodem worden geen negatieve effecten voor de grondwaterstanden verwacht. Tevens zijn de waargenomen GHG’s in de omgeving van het plangebied laag genoeg om de gewenste ontwateringsdieptes voor de toekomstige gebruiksfuncties te waarborgen. Het plangebied is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied aangewezen door de provincie Noord-Brabant in de Interim Omgevingsverordening. Afvoer van hemelwater middels infiltratie in de bodem kan daardoor alleen plaatsvinden wanneer gebruik wordt gemaakt van maatregelen die verontreinigingen van de het grondwater voorkomen. Er moet toestemming van de provincie zijn, als de voorzieningen in het openbare gebied worden aangelegd, waar het beheer bij de gemeente komt. Wanneer geen uitlogende materialen worden toegepast, hoeven geen zuiverende voorzieningen worden toegepast. Wel geldt dan dat er sprake moet zijn van gecontroleerd infiltreren met en voldoende zuiverende werkening. Of water laten afstromen via een niet-infiltrerende werking. Met een bepaalde bodemsamenstelling wordt vaak al voldaan aan de benodigde zuiverende werking. Daarnaast is ten alle tijden de zorgplicht van toepassing, ook tijdens de bouwwerkzaamheden.
De ODZOB attendeert erop dat het van belang is dat ook in de uitvoeringsfase aandacht is voor het voorkomen van verontreiniging en mogelijke calamiteiten. Dit kan zijn door het bijvoorbeeld lekkende olie, maar ook parkeren verdiend aandacht. De ODZOB stelt voor om hier een persoon verantwoordelijk voor te maken, zodat de bescherming van het grondwater in de uitvoeringsfase geborgd is. In het waterhuishoudkundig plan wordt het watersysteem nader uitgewerkt ten behoeve van de Omgevingsvergunning. In dat plan wordt geborgd dat de ontwikkeling voldoet aan de IOV. Daarnaast moet daarin worden nagegaan voor welke ingrepen een (start)melding nodig is op basis van de IOV. Oppervlaktewater In de huidige situatie is geen oppervlaktewater aanwezig ter plaatse van de planlocatie of in de omgeving daarvan. In verband met de goed infiltrerende zandlagen in de bodem en het ontbreken van mogelijkheden om aan te sluiten op bestaand oppervlaktewater (i.v.m. een goede waterkwaliteit) is in overleg met de gemeente Oosterhout, waterschap Brabantse Delta en Ruimte voor Ruimte besloten geen oppervlaktewater te realiseren in het plangebied. Zoals in voorgaande paragrafen beschreven, wordt de berging en afvoer/infiltratie van hemelwater gerealiseerd door middel van wadi’s. Een wadi is een bovengrondse infiltratievoorziening. Het is een groene greppel die water kan vasthouden en infiltreren.
Een wadi heeft bovengronds een beplante bovenlaag met een waterdoorlatende bodem. Ondergronds bevindt zich vaak een koffer gevuld met grind, lavasteen, gebakken kleikorrels of alleen zand. Om te voorkomen dat de wadi dichtslibt is de koffer vaak voorzien van geotextiel.
Blad 29 van 32
Toelichting op de watertoets Dorst oost projectnummer 0455905.100 18 januari 2021 revisie 07 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Zowel de gemeente Oosterhoud, waterschap Brabantse Delta en de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant stellen eisen aan wadi’s. De meeste eisen die gesteld worden, zijn gelijk of complementair. Het waterschap heeft geadviseerd de huidige laagtes in het maaiveld te benutten bij het ontwerp en de realisatie. Verder hanteert het waterschap de vuistregel dat bergingsvoorzieningen, als wadi’s, een bui van 60 mm (600 m3 per ha) moeten kunnen bergen. Echter stelt de gemeente dat een bui van 70 mm in uur geborgen moet kunnen worden in de wadi’s en gaat de ODZOB uit van een hydraulische belasting van een bui van 20 mm/dag. Daarnaast hanteert de gemeente een kortere ledigingtijd (16 uur, met wens voor 10 uur) dan de ODZOB (24 uur). De belasting/waterstijging mag van de gemeente oplopen tot 50 cm afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem, waar de provincie stelt dat deze niet hoger mag zijn dan 30 cm. Op 3 december 2020 heeft een overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Oosterhout, de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant, waterschap Brabantse Delta en Ruimte voor Ruimte over de conflicterende eisen. In het overleg zijn de eisen voor wadi’s doorlopen. Concluderend worden waar eisen conflicteren de strengste eis gehanteerd.
De te hanteren eisen zijn als volgt: Bij een T=100 bui (70 mm) mag vanuit de bovengrondse bergingsvoorziening geen inundatie van het maaiveld optreden; Bodem minimaal 20 cm boven Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG); Taluds minimaal 1:3 in verband met onderhoud; Waterstijging bij bui 10 tussen 30 en 50 cm afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem; begroeide toplaag van 30 tot 50 cm ongeacht de GHG ten opzichte van de bodem van de wadi. Goed doorlatende grond: de optimale samenstelling is een lutumgehalte van circa 1 % (of minder), humus tussen 3 en 5 % (tot 10 %) en een pH tussen 6,0 en 8,0. Het humus/lutumgehalte moet gecontroleerd worden, behalve bij categorie 1-emissies; Lediging wadi binnen 16 uur vereist in verband met behoud grasgroei. Wens: lediging binnen 10 uur. voldoende nutriënten; overloopfrequentie 1 tot 2 keer per jaar; afhankelijk van doorlatendheid van de onderliggende bodem en de grondwaterstand, als het regenwater onvoldoende snel kan infiltreren, de mogelijkheden nagaan om een overstort naar het riool of naar oppervlaktewater in te bouwen.
Tevens worden volgende eisen aan het beheer en onderhoud van de wadi’s gesteld: • Indien aan de orde: voorziening waardoor het water bij piekaanvoeren of na dichtslibben van de toplaag, via een slokop direct naar de drain in de infiltratievoorziening wordt geleid; • 1 keer per 5 jaar controle op doorlatendheid: indien nodig toplaag openwerken en sliblaag vervangen; • minimaal eens per jaar een inspectie op bijvoorbeeld illegale lozingen en het storten van afval; • minimaal 2 keer per jaar maaien (blad en vuil verwijderen); • Toplaag na 20 jaar vervangen of onderzoeken op verzadiging en op basis van het resultaat vervangen of vervolgonderzoek inplannen.
Blad 30 van 32
Toelichting op de watertoets Dorst oost projectnummer 0455905.100 18 januari 2021 revisie 07 Ruimte voor Ruimte II C.V.
In het waterhuishoudingsplan wordt het watersysteem nader uitgewerkt ten behoeve van de Omgevingsvergunning. In dat plan wordt geborgd dat het systeem voldoende bergingscapaciteit heeft en aan de in de watertoets gestelde eisen voldoet. In het plan is geen waterdoorlatende verharding voorzien. Indien dit toch wordt toegepast, dienen de eisen voor wadi’s met betrekking tot de zuiverende werking van te bodem ook worden toegepast. Vuil- en hemelwaterafvoer Vanuit de gemeente is het beleid voor nieuwbouw omtrent hemelwaterafvoer om het regenwater afkomstig van verhard oppervlakte (daken, opritten en wegen) gescheiden af te voeren. Tevens heeft het de voorkeur om hemelwater op percelen op eigen terrein te verwerken en anders volgens het principe vasthouden, bergen, afvoeren te verwerken in het openbaar gebied. Hiervoor worden in het plan de wadi’s gerealiseerd. Verder heeft de gemeente de voorkeur voor bovengrondse afvoer (geen kolken) naar bergings-/infiltratievoorzieningen. Dit verkleint het vervuilingsrisico en speelt in op de belevingswaarde van water voor burgers. De gemeente hanteert een bui 10 (ca. 40 mm. in één uur) voor geen water op straat berekend vanuit een leidingsstelsel en een bui 100 (ca. 70 mm in één uur) waarbij geen inundatie vanuit openwaterberging (o.a. wadi’s) of watergangen mag optreden.
De gemeente heeft geadviseerd om na te denken over het benutten van laagtes in de wijk, bij extreme neerslag. Zodat instroming van water naar de woningen kan worden voorkomen. In de huidige situatie is er bij hevige regenval sprake van water op straat in het westen van Dorst. Om deze reden is gesteld dat er in Dorst Oost alleen huishoudelijk afvalwater en aanvullend alleen het water afkomstig uit schrobputjes (max. 15 m2 per woning) i.v.m. grondwaterbescherming verplicht aangesloten moeten worden op het DWA-stelsel. Dit huishoudelijk afvalwater en het water afkomstig uit schrobputjes mag van de gemeente tot afstroming komen in het gemengd rioolstelsel van Dorst. Met de dimensionering van het DWAstelsel in het plangebied, is het raadzaam om voldoende berging in het stelsel te maken. In geval van hevige regenval en beperkte afwatering van het gemengd stelsel in Dorst ontstaan er dan geen problemen in de woningen en openbare ruimte, zoals omhoogkomend water in de toiletten en overstromende putten in Dorst Oost. De hemelwaterafvoer van Dorst Oost zelf is niet op het gemengde stelsel aangesloten. Het DWA-stelsel wordt bij voorkeur van de gemeente onder vrijverval aangelegd. Wanneer er een pomp nodig is, wordt deze bij voorkeur aan het begin (in het westen) van de wijk gesitueerd. Voor de aanleg van het DWA-stelsel moet een DWA-rioolplan worden opgesteld.
Waterveiligheid In de omgeving van het plangebied zijn geen primaire of regionale waterkeringen aanwezig. Er zijn daarom geen effecten te verwachten voor de waterveiligheid. Conclusies Hieronder zijn de conclusies en aandachtspunten voor de planuitwerking opgesomd: De waargenomen grondwaterstanden in de omgeving van het plangebied bieden voldoende ontwateringsdiepte voor de gebruiksfuncties van het plan, ook in de lage delen van het plangebied; Het plangebied is ruim opgezet en in de nadere uitwerking wordt voldoende rekening gehouden met het benodigde ruimtebeslag van de wadi’s. In de verdere uitwerking in het
Blad 31 van 32
Toelichting op de watertoets Dorst oost projectnummer 0455905.100 18 januari 2021 revisie 07 Ruimte voor Ruimte II C.V.
waterhuishoudings- en rioleringsplan wordt de benodigde bergingscapaciteit bepaald (op basis van de toename verharding) en de invulling van de berging in wadi’s; Bij nadere uitwerking van het plan moet rekening worden gehouden met de eisen en wensen van de waterbeheerders; In het vervolg moeten de regels voor geldend voor de 25-jaars grondwaterbeschermingszone in acht worden genomen en moet in gesprek met de provincie Noord-Brabant en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant de grondwaterkwaliteit gewaarborgd worden in het plan; Bij een verplichte DWA overstort moet een bergbezinkvoorziening worden toegepast. Aangezien er in het plan geen oppervlaktewater wordt gerealiseerd en een overstort naar een wadi niet wenselijk is.
Blad 32 van 32
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT
www.anteagroup.nl
Copyright © 2019 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.