Bijlage 14 - Onderzoek Externe veiligheid
Tekst van het document
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost
projectnummer 0455905.100 definitief 20 februari 2020
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost
projectnummer 0455905.100 definitief 20 februari 2020
Adviesgroep SAVE
Opdrachtgever Ruimte voor Ruimte II C.V. Brabantlaan 3 5216 TV 's-Hertogenbosch
datum vrijgave 20‐2‐2020
beschrijving revisie definitief
goedkeuring
vrijgave
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1
Leeswijzer
1
2
Beleidskader
2
3
Risicobeschouwing
4
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.2.1 3.2.3
Propaantanks Spoorlijn Route 12 Plaatsgebonden risico Groepsrisico Resultaten Plasbrandaandachtsgebied
4 5 5 5 5 6
4
Verantwoording groepsrisico
7
4.2 4.3 4.4
Hoogte van het groepsrisico Zelfredzaamheid Bestrijdbaarheid
8 8 9
5
Conclusie
11
5.1 5.2
Risicobeschouwing Verantwoording groepsrisico
11 11
Bijlage 1 Groepsrisicoberekening Uitgangspunten Bevolkingsinventarisatie Resultaten 16
13 14
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
1
Inleiding Ruimte voor Ruimte CV ontwikkelt in de gemeente Oosterhout de woonwijk Dorst-Oost te Dorst. In het gebied worden maximaal 160 woningen gerealiseerd. De ontwikkeling heeft een gedifferentieerd programma met rijwoningen, twee-onder-een-kap woningen en kavels voor vrijstaande woningen. De wijk wordt voorzien van groene randen, parkjes en perkjes. Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van de woonkern Dorst en ten zuiden van de spoorlijn Breda – Tilburg (figuur 1.1). In het kader van de ruimtelijke procedure moet het plan worden beoordeeld op gebied van externe veiligheid.
Spoorlijn
Figuur 1.1 Globale ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de spoorlijn Breda – Tilburg (geel) (bron: Cyclomedia)
1.1
Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt ingegaan op enkele hoofdzaken met betrekking tot externe veiligheidsbeleid. In hoofdstuk drie wordt de spoorlijn in relatie tot het plangebied beschouwd. Vervolgens worden in hoofdstuk vier elementen beschouwd ter verantwoording van het groepsrisico. Ten slotte worden in hoofdstuk vijf de conclusies beschreven. In de bijlage zijn de uitgevoerde risicoberekeningen beschreven.
Blad 1 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
2
Beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10 -6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
Figuur 2.1 Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport
Blad 2 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.
Figuur 2.2 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico
Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Oosterhout Naast het wettelijk kader geldt het door de raad vastgestelde Beleid externe veiligheid van Oosterhout 2017. De gemeente Oosterhout heeft in haar beleid vastgelegd dat externe veiligheid erop is gericht om de risico’s voor haar burgers en de bedrijven te voorkomen. Indien er risico’s zijn toegelaten worden die zoveel mogelijk beperkt en moeten die beheersbaar zijn. Tenslotte moeten de mogelijkheden voor de evacuatie van personen en de voorbereiding op de bestrijding van een ramp voldoende zijn. Risicobronnen zijn niet toegelaten buiten aangewezen risicogebieden zoals een industrieterrein. Echter kunnen op bestaande (spoor)wegen en vaarwegen risico’s niet worden uitgesloten. Het beleid houdt ook in dat minder zelfredzame personen binnen het invloedsgebied van een risicobron beter moet worden beschermd. Kwetsbare objecten worden liever niet in de buurt van risicobronnen gebouwd. Kwetsbare objecten zijn gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden of gebouwen waar niet zelfredzame mensen aanwezig zijn.
Blad 3 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
3
Risicobeschouwing In de omgeving van het plangebied zijn verschillende risicobronnen aanwezig; de spoorlijn: Route 12, Breda aansl. – Tilburg aansl.en twee propaantanks (3000 liter) (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1 Ligging plangebied ten opzichte van de spoorlijn
3.1
Propaantanks Aan de noordzijde van het spoor zijn twee propaantanks gelegen. De veiligheidsafstanden van deze propaantanks zijn geregeld vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Beide propaantanks hebben (op basis van t/m 5 bevoorradingen p/jaar) een maximale veiligheidsafstand van 10 meter1. Daarmee ligt de veiligheidsafstand buiten het plangebied. De betreffende propaantanks vallen zoals benoemd onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Vanuit het Activiteitenbesluit bestaat er geen verplichting om de bevoorrading van de propaantanks te beoordelen op groepsrisico. Dit is namelijk vastgesteld in het Bevt. Het groepsrisico zal (gezien het aantal transporten en de afstand tot het plangebied).echter altijd lager zijn dan 10% van de oriëntatiewaarde. Dit is te herleiden uit de vuistregels uit de bijlage van het HART (Handleiding Risicoanalyse Transport) (zie tabel 1-7 Bijlage HART). Derhalve is een beperkte verantwoording verplicht.
1
Informatie is overeenkomstig aan de risicokaart
Blad 4 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
3.2
Spoorlijn Route 12
3.2.1
Plaatsgebonden risico Het risicoplafond van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor is vastgelegd in de Regeling basisnet. Hierin staat vermeld dat er voor de spoorlijn route 12 ter hoogte van het plangebied sprake is van een maximale PR 10-6-contour van 1 meter. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.2.2
Groepsrisico Aangezien het plangebied zich binnen 200 meter van het spoor bevindt, dient in het kader van een ruimtelijke procedure de invloed van de ontwikkeling op de hoogte van het groepsrisico te worden beschouwd. In de Regeling basisnet is de transportintensiteit voor deze spoorlijn aangegeven die dient te worden gehanteerd bij groepsrisicoberekeningen. Deze aantallen worden weergegeven in de onderstaande tabel 3.1. Tabel 3.1 Transportgegevens conform de Regeling basisnet Spoorlijn PAG A, brandB2, B3, zeer baar gas toxisch toxisch gas gas
Route 12
3.2.2.1
Ja
4350
2500
0
C3, zeer brandbare vloeistof
D3, toxische vloeistof
D4, toxische vloeistof
5650
3800
50
Resultaten Voor het bepalen van het groepsrisico is een groepsrisicoberekening uitgevoerd. De uitgangspunten hiervan staan beschreven in Bijlage 1. In onderstaande figuur (figuur 3.2) is het groepsrisico van de spoorlijn ter hoogte van het plangebied weergegeven.
Figuur 3.2 Groepsrisico van de spoorlijn van de huidige (blauw) en toekomstige situatie (rood)
Blad 5 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Het hoogste groepsrisico per kilometer is weergegeven in tabel 3.2. Zowel uit figuur 3.2 als uit deze tabel kan geconcludeerd worden dat de hoogte van het groepsrisico toeneemt in de toekomstige situatie, maar dat zowel in de huidige als de toekomstige situatie het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Een volledige verantwoording van het groepsrisico is daarom, conform artikel 8 van het Bevt, niet nodig. Er kan worden volstaan met een beperkte groepsrisico verantwoording waarbij wordt ingegaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. In hoofdstuk vier wordt hier nader op in gegaan. Tabel 3.2 Hoogste groepsrisico per kilometer
Hoogste groepsrisico/kilometer
3.2.3
Huidige situatie
0.00024
Toekomstige situatie
0.00028
Plasbrandaandachtsgebied De Spoorlijn Route 12 heeft een plasbrandaandachtsgebied. Het plasbrandaandachtsgebied is wettelijk vastgesteld en bedraagt 30 meter (gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf). Voor het bouwen binnen deze afstand gelden aanvullende bouwkundige eisen vanuit het Bouwbesluit (zoals 60 minuten brandwerendheid). Voor de beoogde ontwikkeling is een stedenbouwkundig ontwikkelvoorstel opgesteld (figuur 3.3). In het plan is rekening gehouden met het plasbrandaandachtsgebied (zie rode lijn in figuur 3.3). Er worden geen gebouwen binnen het PAG gerealiseerd.
Figuur 3.3 Stedenbouwkundig plan in relatie tot het plasbrandaandachtsgebied (rode lijn)
Blad 6 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
4
Verantwoording groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico is, zoals geconcludeerd in hoofdstuk drie, verplicht ten aanzien van het transport voor het vullen van de propaantanks en de spoorlijn Breda - Tilburg. In dit hoofdstuk worden elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag: De gemeenteraad van Oosterhout. Deze elementen zijn afgeleid uit het Bevt en zijn tevens omschreven in hoofdstuk twee van deze rapportage en in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico. Ter verantwoording van het groepsrisico dienen enkele kwalitatieve elementen beschouwd te worden (de hoogte van het groepsrisico is hiervan geen onderdeel vanwege de conclusies uit hoofdstuk drie). In dit hoofdstuk zijn de verplichte elementen beschouwd. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd: Scenario’s; Hoogte van het groepsrisico; Zelfredzaamheid; Bestrijdbaarheid. Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Oosterhout De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Oosterhout in relatie tot de visie ten aanzien van ontwikkelingen in de omgeving van Bevi-inrichtingen en transportroutes gevaarlijke stoffen.
Er worden geen (beperkt)kwetsbare objecten binnen het PR contour van het spoor beoogd; Er worden geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen het PAG beoogd; Het groepsrisico stijgt niet boven de oriëntatiewaarde; Er is geen aanleiding om de beoogde infrastructuur te gebruiken voor gevaarlijke stoffen omdat de infrastructuur alleen met woonbestemmingen verbonden zit. Er met onderhavig plan geen bestemming toegelaten voor nieuwe functies waar regelmatig minder zelfredzame personen verblijven.
4.1
Scenario’s Ten gevolge van een incident op het spoor zijn een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion), een plasbrand en een gifwolk relevante scenario’s. De gevolgen van deze scenario’s zijn verschillend. In deze paragraaf worden de scenario’s verduidelijkt. BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) Er zijn twee soorten BLEVE’s die op kunnen treden. Een koude BLEVE en een warme BLEVE. Een koude BLEVE wordt veroorzaakt door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketel open, LPG komt vrij en ontsteekt direct. Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de ketel doet oplopen. De effecten van een warme BLEVE kunnen verder reiken dan de effecten van een koude BLEVE. Voor beide scenario’s geldt dat er een vuurbal en een drukgolf ontstaat, met hittestraling, overdruk en scherfwerking tot gevolg.
Blad 7 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Plasbrandscenario Het effect dat optreedt bij een ongeval met enkel brandbare vloeistoffen is vooral warmtestraling door een (plas)brand. Het invloedsgebied is circa 45 meter, uitgaande van een calamiteit waarbij de gehele wagen- of tankinhoud vrijkomt. De omvang van het effect wordt beïnvloed door de oppervlakte van de plasbrand. Gifwolk Een gifwolk heeft een groot invloedsgebied en drijft af met de wind. Het invloedsgebied van een gifwolk kan daarmee meerdere kilometers strekken. Afhankelijk van de eigenschappen van de toxische stoffen, kan een persoon bij inademen van de gifwolk komen te overlijden of schade aan de luchtwegen ondervinden.
4.2
Hoogte van het groepsrisico Voor de omvang van de personendichtheid en de hoogte van groepsrisico wordt verwezen naar hoofdstuk drie en de berekeningen in de bijlagen.
4.3
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Gerichte risicocommunicatie (bijvoorbeeld via NL-Alert) met bewoners en gebruikers van het gebied kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke wijze hieraan invulling kan worden gegeven. Op de website van de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant staan onder ‘Wat te doen bij: gevaarlijke stoffen’ (link) instructies wat iemand kan doen tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen op een transportroute of bij een bedrijf. Bij een dreigend incident, kan vluchten de beste optie zijn. Het stedenbouwkundig ontwerp (zie figuur 3.3 heeft een open karakter waarbij het mogelijk is om van de risicobron af te vluchten. Een woning heeft doorgaans een voor- en achterdeur. In het stedenbouwkundig plan is te zien dat de voordeuren van de risicobron af is gesitueerd. Hierdoor kunnen de aanwezigen hiervan gebruik maken en zichzelf in veiligheid brengen. Beperkt zelfredzame groepen De beoogde ontwikkeling is niet specifiek gericht op beperkt zelfredzame personen.
Er wordt daarom niet verder ingegaan op de zelfredzaamheid van beperkt zelfredzame groepen. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een koude BLEVE-scenario Een koude BLEVE kan plaatsvinden zonder enige aankondiging, hierdoor is er geen tijd om te vluchten vooraf en zullen alle personen binnen de 100 procent-letaliteitscontour slachtoffer worden. De afstand tot waar een koude BLEVE gevolgen heeft is indicatief worden mede bepaald door lokale omstandigheden. Indicatief kan worden gesteld dat de 100 procent-letaliteitscontour op 100 meter van de locatie van het incident ligt.
Blad 8 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een warme BLEVE-scenario Bij een dreigende BLEVE is het gewenste handelingsperspectief vluchten van de risicobron. In het convenant: Convenant warme-BLEVE-vrij samenstellen en rijden van treinen, zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop een transport wordt samengesteld. Met de voorgestelde samenstelling is de kans op een warme BLEVE zeer laag en mag er worden uitgegaan dat dit niet kan optreden. Derhalve is een warme BLEVE geen relevant scenario ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een plasbrand Bij een calamiteit met brandbare vloeistoffen moeten aanwezige personen zich in veiligheid brengen op een afstand van ten minste 45 meter (en bij voorkeur op een grotere afstand), buiten het invloedsgebied van brandbare vloeistoffen. Personen binnen dit gebied kunnen ernstige (dodelijke) brandverwondingen oplopen. Het voorlopige stedenbouwkundige plan kent een ‘open’ karakter waardoor het mogelijk is om van de risicobron af te vluchten (richting het zuiden). Binnen dit plan is eveneens rekening gehouden met het wettelijk vastgelegde plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Binnen deze afstand worden geen gebouwen beoogd. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een gifwolk In het geval van een gifwolk dient men te schuilen in een gebouw en de ramen en deuren gesloten te houden.
Gebouwen kunnen geschikt worden gemaakt als schuillocatie. De geschiktheid als schuillocatie wordt verhoogd wanneer mechanische ventilatie voorzien wordt van een (centraal bediende) noodschakelaar. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn. Deze maatregel is niet direct te borgen in de ruimtelijke procedure, maar overwogen kan worden om een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan op te nemen waarin is aangegeven dat alleen omgevingsvergunning wordt verleend als de mechanische ventilatie uitgeschakeld kan worden.
4.4
Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario’s vragen allen een ander aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Relevant is dat het gebied goed bereikbaar wordt en deze bereikbaarheid met de toekomstige ontwikkeling in de toekomst gewaarborgd blijft. BLEVE-scenario Het ontstaan van een koude BLEVE is niet te bestrijden, omdat de tank meteen explodeert. De branden die door de explosie ontstaan, kunnen wel bestreden worden. Een warme BLEVE is geen relevant scenario voor de beoogde ontwikkeling. Plasbrandscenario Bij een ongeval met brandbare vloeistoffen, waarbij een plasbrand kan ontstaan, kan de brandweer snel ter plaatse zijn. Een plasbrand is dan goed te bestrijden. Door het tijdig arriveren van de brandweer wordt voorkomen dat het vuur zich snel kan uitbreiden en kan overslaan op gebouwen. Gifwolk Een gifwolk is lastig te bestrijden. In sommige gevallen is het mogelijk om een gifwolk neer te slaan met een watergordijn.
Blad 9 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
De Veiligheidsregio heeft protocollen voor het bestrijden van deze scenario’s. De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant moet in het kader van de ruimtelijke procedure in de gelegenheid gebracht worden om advies uit te brengen.
Blad 10 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
5
Conclusie
5.1
Risicobeschouwing Propaantanks De maximale veiligheidsafstanden van de aanwezige propaantanks bedragen 10 meter. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Uit tabel 1-7 uit de bijlage van HART is te herleiden dat het groepsrisico lager is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Een beperkte verantwoording is derhalve verplicht. Route 12: Breda aansl. – Tilburg aansl. De maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour bedraagt 1 meter. Deze contour reikt niet tot het plangebied. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden vanuit het Bevt. De hoogte van het groepsrisico ligt in zowel de huidige als de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde en neemt slechts beperkt toe. Het spoor is voorzien van een plasbrandaandachtsgebied. Er komen (onder voorbehoud) geen nieuwe of nieuw geprojecteerde objecten binnen dit gebied. Verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.2
Verantwoording groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico ten aanzien van het transport voor het vullen van de propaantanks en ten aanzien van de spoorlijn is verplicht. In deze rapportage zijn elementen ter verantwoording van het groepsrisico aangedragen. Het bevoegd gezag, de gemeenteraad van Oosterhout kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van het ruimtelijk plan.
Blad 11 van 11
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Bijlage 1 Groepsrisicoberekening Spoorlijn route 12
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Bijlage 1 Groepsrisicoberekening In de omgeving van het plangebied bevindt zich de spoorlijn: Breda aansl. – Tilburg aansl. In het kader van de beoogde ontwikkeling is het groepsrisico berekend.
Uitgangspunten Rekenprogramma De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met de risicoberekeningsmethodiek RBM II, versie 2.3.0 build 535. RBM II is het wettelijk voorgeschreven rekenprogramma voor de evaluatie van de externe veiligheid ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Transportintensiteit Over de spoorlijn Breda aansl. – Tilburg aansl, vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. In de Regeling basisnet is de transportintensiteit voor het spoor die dient te worden gehanteerd bij groepsrisico-berekeningen. Voor berekening van het groepsrisico van de spoorlijn ter hoogte van het plangebied moeten de transportaantallen worden gehanteerd zoals opgenomen in tabel B1.1. Tabel 0.1 Transportintensiteit conform de Regeling basisnet Spoorlijn PAG A, brandB2, B3, zeer baar gas toxisch toxisch gas gas
Route 12
Ja
4350
2500
0
C3, zeer brandbare vloeistof
D3, toxische vloeistof
D4, toxische vloeistof
5650
3800
50
Traject De ligging van het onderzochte traject is zo gedefinieerd dat het plangebied in het midden van het traject ligt. De onderzochte trajectlengte bestaat uit de lengte van het plangebied, vermeerderd met 1.000 meter aan weerszijden van het plangebied. Dit resulteert in een onderzocht traject van ongeveer 2.700 meter (figuur B1.1).
Figuur B1.1
Onderzocht spoortraject (zwart)
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Overige uitgangspunten Overige uitgangspunten voor de risicoberekening zijn opgenomen in tabel B1.2. Tabel B1.2 Overige uitgangspunten (conform de Handleiding Risicoberekeningen Transport) Type spoortraject Hoge snelheid Breedte 24 meter Faalfrequentie 6,072 x 10-8 (1/vtg.km) Verhouding dag/nacht 33%/67% (standaard) Verhouding werkweek/weekend 71,4%/28,6% (standaard) Wissel Nee Weerstation Gilze-Rijen
Bevolkingsinventarisatie Varianten Voor de berekening van het groepsrisico zijn twee bevolkingssituaties relevant: bevolking op basis van de vigerende situatie (huidige situatie); bevolking op basis van het voorgenomen ruimtelijke besluit (toekomstige situatie). Kengetallen Voor de risicoberekeningen is de bevolking binnen het invloedsgebied van de risicobron gemodelleerd met behulp van kengetallen afkomstig uit de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico en PGS 1 deel 6. De personendichtheden zijn op basis van de bestemmingsplancapaciteit (worstcasescenario) gemodelleerd. Bevolkingsinvoer De beschreven ontwikkelingen hebben tot gevolg dat de capaciteit van het plangebied vergroot zal worden. In de huidige situatie is het gehele plangebied bestemd als ‘agrarisch’, in de toekomstige situatie zullen in het gebied 160 tot 200 woningen worden gerealiseerd. De maximale personendichtheid binnen het gebied zal daarmee in de toekomstige situatie groter zijn dan in de huidige situatie. Bevolkingsvlakken Een overzicht van het gehele bevolkingsmodel is weergegeven in figuur B1.2. De indeling van de bevolkingsvlakken is in de verschillende varianten gelijk, de gemodelleerde personendichtheid verschilt alleen voor bouwvlak P1. Bevolkingsinvoer In tabel B1.3 is weergegeven welke bevolkingsvlakken zijn ingevoerd voor de risicoberekeningen.
De dag/nachtfracties en binnen/buitenfracties bij de berekeningen van de weg zijn gebaseerd op kengetallen zoals standaard vastgelegd in het rekenprogramma. Absolute waarden zijn, in tegenstelling tot in het rekenmodel, in de tabel afgerond op hele waarden.
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Tabel B1.3 Gemodelleerde bevolkingsvlakken Vlak
Bestemming
Aanwezigheid Personen per eenheid of per hectare Dag
Nacht
Eenheid of 1/ha woning woning woning woning woning woning woning woning woning eenheid woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning aantal woning woning woning woning woning 1/ha bedrijf bedrijf bedrijf 1/ha basisschool sporthal kerk 1/ha aantal 1/ha 1/ha 1/ha 1/ha Horeca
Absoluut (afgerond) Dag Nacht
1 Wonen; 20 woningen 1,2 2,4 24 48 2 Wonen; 20 woningen 1,2 2,4 24 48 3 Wonen; 16 woningen 1,2 2,4 19 38 4 Wonen; 28 woningen 1,2 2,4 34 67 5 Wonen; 10 woningen 1,2 2,4 12 24 6 Wonen; 6 woningen 1,2 2,4 7 14 7 Wonen; 29 woningen 1,2 2,4 35 70 8 Wonen; 65 woningen 1,2 2,4 78 156 9 Wonen; 112 woningen 1,2 2,4 134 269 10 Dorpshuis 5 0 5 0 11 Wonen; 2 woningen 1,2 2,4 2 5 12 Wonen; 18 woningen 1,2 2,4 22 44 13 Wonen; 25 woningen 1,2 2,4 30 60 14 Wonen; 106 woningen 1,2 2,4 127 254 15 Wonen; 40 woningen 1,2 2,4 48 96 16 Wonen; 40 woningen 1,2 2,4 48 96 17 Wonen; 60 woningen 1,2 2,4 72 144 18 Wonen; 71 woningen 1,2 2,4 85 170 19 Wonen; 15 woningen 1,2 2,4 18 36 20 Wonen; 15 woningen 1,2 2,4 18 36 21 Wonen; 60 woningen 1,2 2,4 72 144 22 Wonen; 8 woningen 1,2 2,4 10 19 23 Wonen; 13 woningen 1,2 2,4 16 31 24 Wonen; 36 woningen 1,2 2,4 40 79 25 Wonen; 33 woningen 1,2 2,4 42 84 26 Wonen; 35 woningen 1,2 2,4 42 84 27 Wonen; 41 woningen 1,2 2,4 49 98 28 Wonen; 6 woningen 1,2 2,4 7 14 29 Gehandicaptenzorg 175 317 175 317 30 Wonen; 7 woningen 1,2 2,4 8 17 31 Wonen; 2 woningen 1,2 2,4 2 5 32 Wonen; 1 woning 1,2 2,4 1 2 33 Wonen; 5 woningen 1,2 2,4 6 12 34 Wonen; 1 woning 1,2 2,4 1 2 35 Wonen 12,5 25 202 404 36 Bedrijf 5 0 5 0 37 Logopedist 5 0 5 0 38 Bedrijf 5 0 5 0 39 Agrarisch 1 1 2 2 40 Basisschool 200 32 200 32 41 Sporthal 92 32 92 32 42 Kerk 30 18 30 18 43 Gemengd 333 333 28 28 44
Kinderdagopvang 40 40 40 40 45 Gemengd 1200 m2 333 333 40 40 46 Agrarisch 1 1 23 23 47 Agrarisch 1 1 30 30 48 Drinkwaterbedrijf 40 40 127 127 49 Maatschappelijk / Horeca 19 47 19 47 Ontwikkelingslocatie huidig P1 Agrarisch 1 1 1/ha 10 10 Ontwikkelingslocatie toekomstig P1 200 woningen 1,2 2,4 woning 240 480 HVG = Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico, PGS = PGS 1 deel 6 EVDW = externe veiligheid onderzoek ‘Actualisatie Externe Veiligheidsonderzoek Dorst-West, Tauw, 2010’
Fractie buiten
Brongegevens
Dag
Nacht
0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,05 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,05 0,05 0,05 1,00 0,33 0,25 0,12 0,07 0,05 0,07 1,00 1,00 0,05 0,21
0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,00 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,00 0,00 0,00 1,00 0,11 0,13 0,07 0,01 0,01 0,01 1,00 1,00 0,01 0,02
HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG PGS HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG EVDW HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG PGS PGS PGS PGS HVG EVDW HVG HVG HVG HVG PGS
1,00
1,00
HVG
0,07
0.01
HVG
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Figuur B1.2 Gemodelleerde bevolkingsvlakken
Resultaten Plaatsgebonden risico In de Regeling basisnet is aangegeven hoe hoog het plaatsgebonden risicoplafond voor: Route 12: Breda aansl. – Tilburg aansl. Voor het trajectgedeelte ter hoogte van het plangebied geldt voor de spoorlijn een 10-6 PR-contour van 1 meter. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. Plasbrandaandachtsgebied Route 12: Breda aansl. – Tilburg aansl. heeft een plasbrandaandachtsgebied. Het PAG valt niet over nieuwe of nieuw geprojecteerde bebouwing. Hierdoor vormt de PAG geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Groepsrisico Met behulp van RBM II is het groepsrisico van zowel de huidige als de toekomstige situatie gemodelleerd (zie figuur B1.3). Hoogste GR per kilometer huidige situatie Hoogste GR per kilometer toekomstige situatie
Figuur 0.3 Groepsrisico (hoogste GR/km) van Route 12; huidige- en toekomstige situatie Het hoogste groepsrisico per kilometer Het hoogste groepsrisico per kilometer wordt is weergegeven in tabel B1.4. Tabel B1.4 Hoogste GR per kilometer Hoogste GR p/km Huidige situatie
0.00024
Toekomstige situatie
0.00028
Uit figuur B1.3 en tabel B1.4 blijkt dat het groepsrisico van het onderzochte traject van de spoorlijn zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. Het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie toe ten opzichte van de huidige situatie. De normwaarde van het groepsrisico bedraagt in de huidige situatie 0.00024 (2,4% van de oriëntatiewaarde) en in de geprojecteerde situatie 0.00028 (2,8% van de oriëntatiewaarde). De hoogte van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie toe, maar bevindt zich zowel in de huidige als de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. Een volledige verantwoording van het groepsrisico is daarom, conform artikel 8 van het Bevt, niet nodig. Er kan worden volstaan met een beperkte groepsrisico verantwoording waarbij wordt ingegaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. De kilometer met het hoogste groepsrisico van de huidige situatie is weergegeven in figuur B1.4. De kilometer met het hoogste groepsrisico van de geprojecteerde situatie is weergegeven in figuur B1.5. Hieruit is af te lezen dat de het groepsrisico in de toekomstige situatie richting het plangebied verschuift.
Externe veiligheid Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 20 februari 2020 Ruimte voor Ruimte II C.V.
Figuur 0.1 Groepsrisico met hoogste kilometer huidige situatie
Figuur 0.2 Groepsrisico met hoogste kilometer toekomstige situatie
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT
www.anteagroup.nl
Copyright © 2019 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.