CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 - Natuurtoets

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk raadsvoorstel 318898 Vaststelling bestemmingsplan 'Dorst, herziening 3 (Dorst Oost)'13.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost Toetsing Wet natuurbescherming en NNN

projectnummer 0455905.100 definitief revisie 01 8 april 2020

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 0455905.100 definitief revisie 01 8 april 2020

Auteurs

Opdrachtgever Ruimte voor Ruimte II C.V. Brabantlaan 3 5216 TV 's-Hertogenbosch

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 8-4-2020

beschrijving revisie 011 definitief

goedkeuring

vrijgave

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

1 1 2 3

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

4

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Groenblauwe mantel Bescherming van houtopstanden

4 4 5 5 5 6 6

3

Methodiek

8

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

8 8 9 9

4

Resultaten

10

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Groenblauwe mantel Bescherming van houtopstanden

10 11 11 11 16 17 17 18 19 21

5

Toetsing

22

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4

Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Groenblauwe mantel Bescherming van houtopstanden

22 22 22 23 24 24 25 26 27

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

6

Bronnen Bijlagen

Bijlage 1: Wettelijk kader

28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Dorst Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: PDOK Viewer

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Conclusies en advies Ruimte voor Ruimte CV is voornemens om in de gemeente Oosterhout het Plangebied Dorst-Oost te Dorst te ontwikkelen. Dit plan maakt de ontwikkeling mogelijk van maximaal 160 woningen. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingsplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.

Conclusies: Beschermde gebieden In en rondom het plangebied is NNB-gebied aanwezig. Er is sprake van ruimtebeslag en wezenlijke effecten op dit NNB gebied. Er dient onderzocht te worden of wordt voldaan aan de voorwaarden zoals beschreven in de Ruimtelijke verordening om voor wijziging van de begrenzing in aanmerking te komen. Wanneer dit het geval is dient de herbegrenzing van het NNB uitgewerkt te worden in een NNB-compensatieplan. Afhankelijk van de uitkomsten van deze procedure is er mogelijk sprake van vervolgstappen. Zie ook Tabel 01. Tabel 01. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000

NNN

Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Ja

Ja

Effecten?

Mogelijk

Vereiste vervolgstappen aan de orde?

AERIUS (2019) berekening

Ja Ja, procedure VR volgen voor aanvraag van herbegrenzing. Afhankelijk van de uitkomsten vervolgstappen

Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Nog niet bekend

Nog niet bekend

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: - Kleine marterachtigen (leefgebied en verblijfplaatsen); - Algemene broedvogels (nestplaatsen). In Tabel 02 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Tabel 02. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in plangebied?

Is er sprake van een overtreding?

Is een ontheffing noodzakelijk

Is het plan uitvoerbaar?

Zoogdieren: kleine marterachtigen

Waarschijnlijk

mogelijk

mogelijk

Nader onderzoek uitvoeren (conform handreiking).

Ja

Nee, mits werk buiten het broedseizoen of voorafgaand aan het broedseizoen de nestplekken onbruikbaar te maken

Nee

Ja

Vogels Algemene broedvogels

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Ruimte voor Ruimte CV is voornemens om in de gemeente Oosterhout Plangebied Dorst-Oost te Dorst te ontwikkelen. In het gebied worden maximaal 160 woningen gerealiseerd. De ontwikkeling heeft een gedifferentieerd programma met rijwoningen, twee-onder-een-kap woningen en kavels voor vrijstaande woningen. De wijk wordt voorzien van groene randen, parkjes en perkjes. Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van de woonkern Dorst en ten zuiden van de spoorlijn Breda – Tilburg. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is.

In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied in grijs aangegeven. Bron: Gemeente Oosterhout

1.2

Planvoornemen De initiatiefnemer is voornemens om bij de kern Dorst een woonlocatie te ontwikkelen in een gebied van ongeveer 10 hectare groot. De toekomstige woonlocatie is gelegen ten oosten van Dorst tussen de spoorlijn en de Tilburgsebaan. De locatie is geprojecteerd op een door de

Blad 1 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Verordening Ruimte van de Provincie Noord-Brabant aangewezen gebied voor grotendeels ‘Zoekgebied verstedelijking’ en deels ‘Groen Blauwe Mantel’. Aansluitend is Natuurnetwerk (NNB) gelegen. Het gebied is omsloten door de spoorlijn, de Oude Tilburgsebaan, bestaande woonomgeving (Dorst) en NNB. Hieronder is het plangebied globaal weergegeven. Om dit voornemen te realiseren, moet een bestemmingsplan worden opgesteld. Voor de te realiseren woningen is een ontwerp gemaakt. Het perceel is op dit moment grotendeels in gebruik als maïsakker en deels als grasland. Om dit plan te kunnen realiseren worden de percelen bouwrijp gemaakt, hiervoor moeten de (restanten van) houtwallen worden verwijderd. Tevens wordt in de zuidrand een deel van de bosrand gekapt. De planning is om voor het einde van 2020 het bestemmingsplan definitief te maken om direct daarna de uitvoeringswerkzaamheden te kunnen starten. Zie Figuur 1.2 voor een impressie en het ontwerp van het voornemen.

Figuur 1.2. Schets planvoornemen. Bron: schetsontwerp Antea Group.

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoervaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of

Blad 2 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning. De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: - Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? - Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: - De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; - Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; - Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; - Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; - Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; - Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 3 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn.

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.

Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.

Blad 4 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Ook zijn de provincies niet altijd het bevoegd gezag. In bepaalde gevallen 1 is dit het rijk (via RVO). Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode.

Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting. Beleidsregels soorten Provincie Noord Brabant In de provincie Noord-Brabant zijn aanvullend op de soorten beschermd in de Habitatrichtlijn en de ‘andere soorten’ (genoemd in artikel 3.10, bijlage A en bijlage B van de Wnb) een aantal soorten uit artikel 3.10 niet vrijgesteld Het betreft de kleine marterachtigen. Dit zijn hermelijn, bunzing en wezel. Deze soorten zijn in de Provincie Noord-Brabant beschermd.

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

2.3.2

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland.

1

https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en-rolverdeling-bevoegdheden

Blad 5 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In de provincie Noord-Brabant is daarnaast nog sprake van externe werking bij NNN, in dit geval de NNB. Dit betekent dat ook wanneer een activiteit of ontwikkeling plaatsvindt buiten een NNB gebied, er sprake kan zijn van aantasting van het NNB. Dit is in ieder geval aan de orde als een ontwikkeling een negatief effect heeft op de waarden van het NNB vanwege geluid, licht of betreding. Deze opsomming is niet uitputtend bedoeld, echter de verordening ruimte sluit stikstofdepositie uit bij het onderzoek van de externe werking.

Art 5.1, punt 7 Verordening ruimte (VR) 2014, geconsolideerde versie januari 2019 stelt “Een bestemmingsplan dat is gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant en leidt tot een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water, strekt ertoe dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd overeenkomstig artikel 5.6 (compensatieregels).” Stikstofdepositie wordt gekenmerkt als een “verspreiding van stoffen in lucht”.

2.3.3

Groenblauwe mantel De Provincie Noord-Brabant heeft zogenaamde groenblauwe mantel gebieden aangewezen. De groenblauwe mantel betreft gebieden met een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water die overwegend grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones of die deze verbinden. Dit staat beschreven in de Verordening ruimte (VR) van de Provincie NoordBrabant. Artikel 4.22.2 van de toelichting op de RV beschrijft wat de groenblauwe mantel is en wat de mogelijkheden voor ontwikkeling zijn. In artikel 6 van de VR wordt het beschermingsregime gegeven. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw uit de Structuurvisie RO (in de Verordening ruimte: het Natuur Netwerk Brabant) en het landelijk gebied, alsook het stedelijk gebied. De mantel beschermt het kerngebied groenblauw en zorgt voor verbinding met het omliggende gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw.

2.3.4

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom (Boswet) en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare). De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m 2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets.

Blad 6 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.

Blad 7 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2014-2019 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZK of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 8 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 29 oktober 2019 is vanaf circa 13:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij licht bewolkt weer met een temperatuur van circa 12 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen, de bomen zijn bekeken met een verrekijker. Vervolgens is op 14 november 2019 vanaf 10:00 uur een tweede bezoek aan het terrein uitgevoerd, bij bewolkt weer en 6 °C.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 9 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt ten noorden van de Oude Tilburgselaan en ten zuiden van de spoorlijn langs de Boslaan en ten oosten van de woonkern Dorst in de gemeente Dorst, Oosterhout in NoordBrabant. Het bestaat uit drie percelen welke worden afgescheiden door (restanten van) houtwallen en verruigde randen. De houtwallen die de percelen van elkaar scheiden, bestaan grotendeels uit laurierkers en vogelkers afgewisseld met eik, klimop en hulst. De houtwallen bevatten veel houtsnippers en tuinafval. Tussen de percelen zijn grote hoogteverschillen van meer dan een meter. Ten zuiden ligt een uitgestrekte structuurrijke bosrand met een onverhard pad (Oude Tilburgsebaan). Er is geen water in of in de directe nabijheid van het plangebied. In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het plangebied.

Overzicht 1e perceel vanaf zuidwest kant met stoppelveld van maïsakker

Deel van noordkant terrein langs spoorbaan, afgescheiden met een hek

Middelste terrein vanaf zuidkant bezien met een houtwal

Achterste perceel aan oostkant van het plangebied

Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.

Blad 10 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2014-2019).

Soortgroep

Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Zoogdieren

Amfibieën Reptielen Insecten – Dagvlinders Insecten – Libellen Vissen Planten Overige soortgroepen

Soort

Buizerd Gierzwaluw Havik Huismus Ransuil Sperwer Steenuil Bunzing Eekhoorn Vleermuizen** Alpenwatersalamander Poelkikker Kamsalamander Levendbarende hagedis Grote Vos Sierlijke witsnuitlibel

JRB

HR

A/B

X X X X X X X X X X X X X X X X

Geen waarnemingen

Ruw Parelzaad

X

Geen waarnemingen

*Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis en laatvlieger.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Door het bewerkte karakter, de verstoorde omgeving en het ontbreken van water (in de omgeving van) het plangebied zijn niet alle biotoop-kritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (en daarmee ook geen

Blad 11 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: vissen, libellen (sierlijke witsnuitlibel) en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het plangebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, zoogdieren (vleermuizen, bunzing en eekhoorn), reptielen (levendbarende hagedis), amfibieën (alpenwatersalamander, poelkikker, kamsalamander), vlinders en flora. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Buizerd, Havik, Sperwer en Ransuil, Steenuil Het plangebied is grotendeels open en in gebruik als maïsakker. In de randen staan bomen en heesters. Tijdens het terreinbezoek zijn in het plangebied en de directe omgeving geen nesten aangetroffen. Er is een buizerd overvliegend waargenomen. Er zijn relatief veel prooidieren als konijnen en muizen in het plangebied aanwezig. Hierdoor biedt het een geschikt foerageergebied voor buizerd, havik, sperwer, ransuil en steenuil.

Met de ontwikkeling van het plangebied gaat een klein deel van potentieel geschikt foerageergebied verloren. Effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen van buizerd, havik, sperwer, ransuil zijn niet waarschijnlijk, gezien de afwezigheid van dergelijke rust- en verblijfplaatsen in het plangebied. Effecten op steenuil kunnen niet zonder meer worden uitgesloten omdat zijn leefgebied ook jaarrond beschermd is. In hoofdstuk 5 worden de effecten op de steenuil verder beschreven. Gierzwaluw, Huismus De huismus en gierzwaluw zijn soorten die voornamelijk in gebouwen broeden. De huismus broedt over het algemeen in stedelijk gebied in uiteenlopende holtes, meestal onder of rondom dakpannen (BIJ12, 2017a). De gierzwaluw nestelt in (hoge) bebouwing in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens (BIJ12, 2017b). Het plangebied beschikt niet over dergelijke nestgelegenheid. De soorten zijn niet waargenomen. Effecten zijn hiermee uitgesloten. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest ( categorie 5) Categorie 5-vogelsoorten betreffen vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. De ekster is tijdens het terreinbezoek waargenomen. Echter er zijn geen nesten waargenomen van deze of andere categorie 5-soorten.

Er zijn in het plangebied geen nesten van soorten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) Tenslotte zijn er nog algemene vogelsoorten waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Tijdens het terreinbezoek is een aantal algemeen voorkomende vogels waargenomen, waaronder vink, merel, kauw en houtduif. De (restanten van) houtwallen in het plangebied bieden een geschikte broedbiotoop voor algemeen voorkomende soorten. Nesten zijn niet aangetroffen. Echter, het voorkomen van deze broedvogels is niet op voorhand uit te sluiten.

Blad 12 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

In hoofdstuk 5 worden de effecten van het plan op deze algemene vogelsoorten uitgewerkt. Zoogdieren Uit de bureaustudie komen de volgende beschermde soorten naar voren: vleermuizen, eekhoorn en bunzing. Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. Uit de bureaustudie komt naar voren dat er in de omgeving van het plangebied vleermuizen (gewone dwergvleermuis en laatvlieger) zijn waargenomen. Het gaat hier om twee gebouwbewonende vleermuizen. Er is in het plangebied geen bebouwing aanwezig. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen hiermee worden uitgesloten. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. De bomen in het plangebied zijn nauwkeurig afgezocht op het voorkomen van holten of gaten. Er zijn geen holtes of gaten aangetroffen die duiden op mogelijke verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Het plangebied wordt aan de zuidkant afgescheiden door een bosrand met daarachter een bosgebied. Op de percelen zelf zijn oude (restanten van) houtwallen aanwezig.

Deze lijnvormige elementen kunnen worden gebruikt als vliegroute en/of foerageergebied. Door deze aspecten zijn vleermuizen op basis van (veld)ervaring en kennis van de geschiktheid van de elementen voor vleermuizen, niet uit te sluiten van het plangebied in de randen. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de effecten van het plan op vleermuizen. Overige (land)zoogdieren Eekhoorn De eekhoorn of verblijfplaatsen van de eekhoorn zijn niet waargenomen tijdens het veldwerk. Eekhoorns leven voornamelijk in naaldbossen en gemengde bossen waar naaldbomen dominant zijn. Zij leven van vruchten en zaden. Het plangebied is leefgebied van de eekhoorn. Tijdens het terreinbezoek zijn geen nesten aangetroffen. Bunzing Uit de bureaustudie komt de bunzing naar voren. De bunzing vormt samen met de wezel en hermelijn, de groep ‘kleine marterachtigen, welke in de provincie Noord-Brabant niet meer zijn vrijgesteld van ontheffingsplicht. De bunzing, wezel en hermelijn komen voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar vooral in een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Er zijn geen kleine marterachtigen waargenomen tijdens het terreinbezoek. Echter het plangebied voldoet wel aan de eisen die kleine marterachtigen (met name bunzing en wezel) aan hun leefgebied stellen. Het biotoop is geschikt en er zijn voldoende voedselbronnen (o.a.

muizen, konijnen) aanwezig (zie Figuur 4.2). In de rand langs de woningen in de zuidwestelijke hoek van het terrein is een klein veldje (waar vermoedelijk een kas heeft gestaan) waar geschikte schuilplaatsen zijn aangetroffen. Op dit terreintje zijn twee stenenhopen aangetroffen met holtes waar bewoning van de wezel mogelijk is (zie Figuur 4.2). Het voorkomen van deze soorten kan niet worden uitgesloten.

Blad 13 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de effecten van het voornemen op de kleine marterachtigen.

Das De das komt niet uit de bureaustudie naar voren. Echter het plangebied biedt een geschikt foerageergebied voor de soort. Tijdens het terreinbezoek is gekeken of in, of in de nabije omgeving van het plangebied, sporen en burchten van de das aanwezig zijn. In het plangebied zijn sporen van de das aangetroffen in de vorm van ontlasting. Er zijn geen burchten aangetroffen. Dassen hebben in de bosrijke omgeving een groot foerageergebied. Het plangebied biedt geschikt biotoop voor de das. Met name de gewasresten van de maïsakker hebben een grote aantrekkingskracht op de das. De kans is groot dat het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied, maar bevat geen beschermde verblijfplaatsen. Beschermde verblijfplaatsen van de das zijn uitgesloten. Het plangebied is in relatie tot de wijdere omgeving niet het enige aanwezige foerageergebied; er zijn alternatieve foerageergebieden in de nabijheid van het plangebied. Effecten op de das zijn hiermee uitgesloten. Tijdens de terreinverkenning is een vos aangetroffen. Tevens is een vossenhol waargenomen. Figuur 4.2 Overzicht van waargenomen sporen en mogelijke verblijfplaasten van zoogdieren in plangebied.

Holtes van konijnen

Vraat aan gewasresten

Holte in houtwal midden van het perceel

Muizenholletje

Blad 14 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Overwoekerde stapel stenen met holtes

Holte in stenen stapel

Uitwerpselen

Uitwerpselen

Reptielen Levendbarende hagedis Heide en hoogveen vormen de voorkeurshabitat voor de levendbarende hagedis. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. (Bron: Ravon). Uit de bureaustudie komt naar voren dat de soort in de omgeving van het plangebied is waargenomen. Tijdens het terreinbezoek zijn geen verblijfplaatsen of sporen van deze soort waargenomen. De meeste waarnemingen zijn aan de noordkant boven de het spoortracé gedaan. Dit is ook zichtbaar in de gegevens van NDFF. Zie Figuur 4.3. Door het sterk bewerkte karakter van het plangebied is het onwaarschijnlijk dat het plangebied essentieel leefgebied vormt voor de levendbarende hagedis of andere reptielen. Voorkomen van beschermde reptielen wordt hiermee uitgesloten. Amfibieën De volgende soorten komen uit de bureaustudie naar voren: alpenwatersalamander, poelkikker en kamsalamander. Alpenwatersalamander De alpenwatersalamander leeft een groot deel van het jaar op het land. Hij houdt van zandige/lemige grond en is te vinden in verschillende landschappen. Hij houdt een winterslaap tussen oktober en februari meestal op het land. Hij blijft ook in de landfase in de buurt van water.

(bron: Ravon) Poelkikker Deze soort komt voor in matig voedselarme poelen, vijvers en vennen op zandgronden en in hoogveengebieden. Hij houdt van oktober tot maart een winterslaap meestal op land. De kikker is te vinden in de vegetatie- of strooisellaag rond kleine wateren (Bron: Ravon).

Blad 15 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Kamsalamander Het landschap waarin de kamsalamander wordt aangetroffen is bosrijk, bevat houtwallen of struweel en wordt vaak gekenmerkt door kleinschaligheid in de directe omgeving van het voortplantingswater. Kamsalamanders komen zelden in akkerbouwgebieden voor (Bron: Ravon). Tijdens het terreinbezoek zijn de bovengenoemde soorten niet waargenomen. Er is ook geen water aanwezig in de directe nabijheid het plangebied. Aan de overzijde van het spoor bij restaurant “Beum” is een kleine poel aangelegd. Hier wordt de kamsalamander waargenomen. Verder is het dichtstbijzijnde water ten noorden van het plangebied boven het spoortracé op ongeveer 750 meter afstand. De daar aanwezige poel en de bosrijke omgeving, afgewisseld met graslanden, vormen het leefgebied van de kamsalamander, poelkikker en de alpenwatersalamander. Door het obstakel dat het spoortracé vormt en de afwezigheid van water in het plangebied is het onwaarschijnlijk dat het plangebied essentieel leefgebied vormt voor amfibieën. Dit is ook zichtbaar in de waarnemingsgegevens van NDFF. Zie Figuur 4.3. Voorkomen van beschermde amfibieën wordt hiermee uitgesloten.

Figuur 4.3: Kaartje NDFF met waarnemingen van reptielen en amfibieën in de afgelopen 5 jaar in een straal van 2,5 km. van het plangebied.

Flora Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het plangebied ruw parelzaad is waargenomen. Deze waarneming is langs het spoor naast een tennisbaan waargenomen op ongeveer 800 meter van het plangebied. Ruw parelzaad is behalve een akkerkruid ook een tuinplant. Gezien de vindplaats kan hier sprake van een gezaaide en/of gecultiveerde variant zijn. Tijdens het terreinbezoek is gelet op het voorkomen van akkerkruiden en andere voor de omgeving bijzondere flora. In de randen zijn enkele (akker)kruiden van zandbodem waargenomen zoals vlasbekje, akkerviooltje, inkarnaatklaver, klein vogelpootje, sint-janskruid en schapenzuring. Daarnaast zijn kruiden van verstoorde bodems waargenomen zoals brandnetel, geelrode naaldaar en smalle weegbree. Er zijn geen beschermde planten, zoals ruwparelzaad, waargenomen. Gezien de eisen die beschermde soorten aan hun omgeving stellen, het verstoorde karakter van de percelen en de opslag van tuinafval in de houtwallen, worden geen

Blad 16 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

beschermde soorten verwacht. Effecten op ruw parelzaad en andere beschermde flora zijn uitgesloten.

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de effectbepaling op deze soorten. Tabel 4.2 Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied. Soort

Beschermingsregime

Aanwezigheid

Toelichting

Vogel met jaarrond beschermd nest en leefgebied Steenuil

Artikel 3.1

Mogelijk jachtgebied van de steenuil

Nestwaarneming op 1 kilometer afstand

Zoogdieren Vleermuizen

Artikel 3.5

Mogelijk

Lijnvormige elementen vormen geschikt foerageergebied/ vliegroute

Artikel 3.10

Mogelijk

Foerageergebied

Artikel 3.10

Mogelijk

Mogelijke verblijfplaatsen en foerageergebied

Zoogdieren Eekhoorn Kleine marterachtigen (bunzing, wezel, hermelijn)

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Ulvenhoutse bos ligt op circa 5,1 kilometer afstand ten zuidwesten van het plangebied. Het Ulvenhouts bos is aangewezen voor de volgende habitattypen: - H9120 Beuken-eikenbossen met hulst; - H9160A Eiken-haagbeukenbossen; - H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen). Deze habitattypen zijn gevoelig voor vermesting en verzuring door stikstofdepositie uit de lucht. Daarnaast liggen in een straal van circa 15 tot 20 kilometer afstand van het plangebied nog diverse Natura 2000-gebieden op respectievelijk 12 km. tot Langstraat, 14,4 km. tot Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, 19,4 km. tot Kampina & Oisterwijkse Vennen en 13,2 km tot Regte Heide & Riels Laag. Zie de Figuur 4.3 hieronder voor de ligging van de Natura 2000-gebieden.

Blad 17 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Ligging plangebied

Figuur 4.3 Kaartje met toelichting op begrenzing Natura 2000 Bron: Aerius Calculator.

4.3.2

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt aan de zuidkant gedeeltelijk in NNN gebied. Verder wordt het plangebied aan de noord-, oost-, en westkant omgrensd door NNN gebied. Ten noorden van het plangebied wordt het NNN-gebied afgescheiden door een spoortracé. Het NNN-gebied is in het Natuurbeheerplan (2018) van de Provincie Noord-Brabant aangemerkt als natuurbeheertype N16.03 Droog bos met productie. Zie Figuur 4.4a voor de begrenzing van het NNN in het plangebied en Figuur 4.4b voor een overzicht van NNN beheertypen in de omgeving van het plangebied.

Blad 18 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Figuur 4.4a Kaartje NNB gebied in plangebied. Ligging plangebied rood omkaderd. Bron: Kaartbank Brabant/viewer/natuurbeheerplan.

Figuur 4.4b Kaartje NNB gebieden rondom plangebied. Globale ligging plangebied rood omkaderd. Bron: Kaartbank Brabant/viewer/natuurbeheerplan.

Tijdens het terreinbezoek is gekeken naar de huidige ecologische waarden van het NNB-gebied in het plangebied. Het stuk dat is aangemerkt als NNB betreft een strook bos en een bosrand aan de zuidkant van het terrein, dat de overgang van akker naar bos markeert. De bosrand ligt hoger dan de akker en is begroeid met voornamelijk zomereiken en daarnaast grove den. De schuine rand is bedekt met verschillende mossen en korstmossen en heeft veel holtes van konijnen en muizen en mogelijk kleine marterachtigen. De eiken variëren in leeftijd. In het achterste deel staan enkele wat oudere eiken (> circa 50 jaar). Er zijn geen holtes, nesten of andere tekenen van bewoning door dieren aangetroffen in de bomen. De ondergroei bestaat voornamelijk uit klimop. In Hoofdstuk 5 worden de effecten van het plan op het NNB verder uitgewerkt.

4.3.3

Groenblauwe mantel Een deel van het plangebied valt binnen de begrenzing van de Groenblauwe mantel. Hieronder is een kaart weergegeven met de ligging van de Groenblauwe mantel in en rondom het plangebied. Daarna is een kaart weergegeven met de aanduiding ‘stedelijke ontwikkeling’. Beide kaarten komen van de website Ruimtelijke Plannen van de provincie Noord-Brabant (www.ruimtelijkeplannen.nl). Het gehele perceel is een restant van een kleinschalig landbouwgebied met houtwallen. Het betreffende perceel dat in de Groenblauwe mantelzone valt, is momenteel in gebruik als grasland en ligt ingeklemd tussen de spoorlijn, een bosrand en een maïsperceel. Tussen het maïsperceel en het grasland ligt een restant van een houtwal. Diverse faunasoorten zoals konijnen, muizen, kleine marterachtigen en das gebruiken dit gebied. Het grasland vormt de overgang tussen de maïsakkers en het bosgebied. Het ligt relatief rustig en wordt, behalve voor landbouwactiviteiten, weinig betreden. Wat de effecten van het plan zijn in relatie tot het beschermingsregime van de Groenblauwe mantel, wordt verder uitgewerkt in Hoofdstuk 5.

Blad 19 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Figuur 4.5 Globale ligging plangebied in Groenblauwe mantel. Bron: Croonenburo5

Figuur 4.6. Zoekgebied stedelijke ontwikkeling in Dorst en globale ligging plangebied (roodomkaderd). Bron: provinciale website Noord-Brabant ruimtelijke plannen.

Blad 20 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

4.3.4

Bescherming van houtopstanden Binnen het plangebied is aan de zuidkant een bosrand aanwezig. Daarnaast zijn in het plangebied de (restanten van) houtwallen aanwezig. In het voorliggend plan gaan bomen verloren. De bomen vallen deels binnen de bebouwde kom van de gemeente Oosterhout, Dorst. Deels vallen de te kappen bomen in het buitengebied Dorst-Zuid. Voor wat de betreft de kap van de bomen die binnen de bebouwde kom staan, vallen deze niet onder de Wnb, maar onder gemeentelijke bescherming in de APV. Dit geldt ook voor de bomen die onder het buitengebied Dorst-Zuid vallen, omdat deze gezamenlijk als houtopstand een oppervlakte kleiner dan 1000 m2 hebben. In hoofdstuk 5 staat beschreven welke vergunningprocedure moet worden doorlopen.

Blad 21 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: - (Restanten van) houtwallen en een deel van de bosrand verdwijnen; - Bomen worden gekapt; - Agrarisch grasland verdwijnt; - Maïsakkers verdwijnen;

5.2

Toetsing effect op beschermde soorten

5.2.1

Vogels Jaarrond beschermde nesten Steenuil De steenuil is in 2016 voor het laatst op één locatie waargenomen op ongeveer één kilometer afstand van het plangebied. Van de steenuil is niet alleen het nest jaarrond beschermd, maar ook zijn leefgebied is beschermd onder de Vogelrichtlijn in artikel 3.1 van de Wnb. De steenuil heeft een jachtgebied dat varieert van 2 tot 100 hectare. De soort houdt van een kleinschalig half open cultuurlandschap. En leeft voornamelijk van muizen, maar kan zich goed aanpassen aan de lokale voedselsituatie. Gezien de afstand van de waarnemingslocatie tot het plangebied en het daar ter plekke aanwezige jachtgebied gaat er met de ontwikkeling geen essentieel leefgebied verloren. Er treedt met de uitvoering van dit plan geen significantie achteruitgang op van het leefgebied. Effecten op de steenuil zijn hiermee uitgesloten. Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde.

Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied 2

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Blad 22 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

5.2.2

Zoogdieren Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Kleine marterachtigen In de provincie Noord-Brabant zijn de kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) niet vrijgesteld en dus beschermd volgens de Wnb (artikel 3.10). In de aanwezige steenhopen, (restanten van) houtwallen en de groene strook langs het spoor in het plangebied zijn mogelijk verblijfplaatsen aanwezig van kleine marterachtigen. Deze structuren verdwijnen deels in het voorgenomen plan, waardoor hier mogelijk beschermde verblijfplaatsen en/of functioneel leefgebied verloren gaan. Met name bunzing en wezel worden verwacht vanwege de biotoopeigenschappen die aanwezig zijn in het plangebied. Om inzicht te krijgen in te treffen maatregelen wordt geadviseerd nader onderzoek uit te voeren naar het gebruik van het plangebied door de kleine marterachtigen (zie tekstkader hieronder). Nader onderzoek kleine marterachtigen. Een nader onderzoek dient te worden uitgevoerd volgens de werkwijze beschreven in de Handreiking kleine marterachtigen (Provincie Noord-Brabant). In de Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming zijn verschillende methoden voor het waarnemen van kleine marterachtigen beschreven. Het onderzoek kan worden uitgevoerd in de periode tussen april en augustus of in de periode tussen september en maart. Een onderzoek duurt 6 weken.

Wanneer uit het nader onderzoek blijkt dat kleine marterachtigen voorkomen in het plangebied kunnen de voorgenomen activiteiten leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb artikel 3.10. Overtredingen kunnen veelal worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen. Om deze te borgen in de planontwikkeling moet een mitigatieplan worden opgesteld door een deskundig ecoloog en vervolgens dient een ontheffingsaanvraag met het plan voor de mitigerende maatregelen te worden ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant Noord. Indien voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen, hoeft de aanwezigheid van kleine marterachtigen geen belemmering te vormen voor het verlenen van een ontheffing. Concluderend: de soortbescherming uit de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het vaststellen van het plan wat betreft de kleine marterachtigen. Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn beschermd in de Wnb en staan vermeld op Bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Er is geen sprake van aantasting van beschermde verblijfplaatsen, aangezien deze niet zijn aangetroffen en niet worden verwacht. Verwacht wordt dat delen van het plangebied gebruikt worden als vliegroute en/of foerageerroute door vleermuizen. Zie figuur 5.1. In het voornemen gaat een deel van de bomen in de bosrand aan de zuidzijde van het perceel verloren (over een lengte van 100 meter).

Echter het grootste deel van deze bosrand blijft intact. Het lijnvormige element blijft hiermee grotendeels behouden, waardoor de bosrand als foerageergebied/vliegroute bruikbaar blijft voor vleermuizen. In de nieuwe situatie worden geen negatieve effecten verwacht. Zie figuur 5.2 met een globale weergave van de bomen die uit de mogelijke foerageer-/vliegroute verdwijnen.

Blad 23 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Figuur 5.2: Weergave lijnvormig element dat als vliegroutes/foerageerroutes door vleermuizen kan worden gebruikt. De dikke rode lijn markeert de plek waar de vliegroute met 100 meter wordt ingekort.

Op basis van de beoordeling van de aard en kwaliteit van het plangebied wordt ingeschat dat het voorgenomen plan weinig of geen invloed zal hebben op de vleermuisactiviteiten binnen en rondom het plangebied. Voor wat betreft vleermuizen zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de Wet Natuurbescherming. Het plan is wat betreft vleermuizen uitvoerbaar. Eekhoorn De eekhoorn staat op de lijst “Overige Soorten” onderdeel A van artikel 3.10 van de Wnb. Tijdens het terreinbezoek zijn geen nesten aangetroffen in het plangebied die bescherming rechtvaardigen. Het plangebied biedt geschikt biotoop voor de eekhoorn. Mogelijk gebruikt de eekhoorn het plangebied sporadisch als doorgangsgebied en voedselbron. Er is echter geen sprake van essentieel leefgebied. In de omgeving van het plangebied is voldoende leefgebied aanwezig. Er treedt derhalve geen negatief effect op voor de eekhoorn met het voorgenomen plan.

5.3

Effecten op beschermde gebieden

5.3.1

Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat alle Natura 2000-gebieden op een afstand groter dan vijf kilometer zijn gelegen. Het Natura 2000-gebied ligt buiten het invloedsgebied van het plan wat betreft verdroging of geluid- en lichtverstoring. De meeste verstoringseffecten zijn uit te sluiten. Enkel kan een effect ontstaan als gevolg van stikstofdepositie (stikstof via de lucht reikt verder dan alle andere storingsfactoren). Tot voor kort (29 mei 2019) kon een AERIUS-berekening worden uitgevoerd om het exacte effect te berekenen en de vervolgstappen binnen de Programma Aanpak Stikstof (PAS) te bepalen. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State echter uitspraak gedaan met betrekking tot de ‘PAS’. Naar aanleiding van deze uitspraak kan de PAS niet langer worden gebruikt als basis voor het opzetten van een project en het verlenen van vergunningen voor projecten. Daarom zijn verdere stappen met betrekking tot stikstofdepositie voor het project maatwerk. Advies op maat is mogelijk op basis van een AERIUS-berekening (2019).

Blad 24 van 28

Natuurtoets Bestemmingsplan Plangebied Dorst-Oost projectnummer 0455905.100 8 april 2020 revisie 01 Ruimte voor Ruimte II C.V.

Als gevolg van het voornemen kunnen significante negatieve effecten op omliggen Natura2000 gebieden niet met zekerheid worden uitgesloten. Om de effecten te bepalen dient een AERIUS berekening (2019) te worden uitgevoerd om de stikstofdepositie in het plangebied inzichtelijk te maken. Aan de hand van de uitkomsten van de AERIUS berekening kunnen vervolgstappen worden geadviseerd. Zonder deze informatie kan niet met zekerheid gesteld worden dat de gebiedsbescherming de uitvoering van het plan niet belemmert. Een berekening m.b.v. AERIUS Calculator kan daarover uitsluitsel geven.

5.3.2

Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Beleid Natuurnetwerk Brabant (NNB) Voor wat betreft NNB-gebieden geldt dat de wezenlijke waarden en kenmerken van dat gebied niet mogen worden aangetast. Als ecologische (wezenlijke) waarden en kenmerken van een NNBgebied gelden de omvang, de verbindende functie en de kwaliteit van het gebied. De aanduiding van de beheertypen in het Natuurbeheerplan vormt een onderdeel van het toetsingskader van eventuele effecten. Er bevindt zich NNB binnen het plangebied met natuurbeheertype: N16.03 Droog bos met productie. Er is sprake van directe aantasting van de NNB in de vorm van ruimte beslag van ± 4.777 m². De aantasting van het NNB vindt plaats in de delen zoals aangegeven in Figuur 5.3. Rondom het plangebied ligt ook NNB-gebied. Significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB in de nabijheid van het plan kunnen niet worden uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=fec020f8-e4b5-4bda-8d5b-16c033854b9f