CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Reactienota OBP

Raadsvergadering 18 april 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Hamerstuk: ZN 360313 Vaststelling bestemmingsplan “Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)”2.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REACTIENOTA ZIENSWIJZE ONTWERP-BESTEMMINGSPLAN “BUITENGEBIED 2013 (INL. LINT OOSTEIND), HERZIENING 29 (GROENENDIJK 10)”

Gemeente Oosterhout 1 maart 2023

INHOUD 1. Aanleiding ..............................................................................................................................3 2. Omgevingsdialoog .................................................................................................................3 3. Vooroverleg ...........................................................................................................................3 3. Inspraak .................................................................................................................................3 4. Zienswijze ..............................................................................................................................4 4.1. Inleiding ..........................................................................................................................4 4.2. Lijst indieners zienswijzen ..............................................................................................4 4.3. Samenvatting zienswijzen en gemeentelijke reactie ......................................................4 4.3.1 Reclamant 1...........................................................................................................4 4.3.2 Reclamant 2...........................................................................................................6 5.

Planaanpassingen naar aanleiding van de ingediende zienswijze........................................8 6. Ambtshalve wijzigingen .........................................................................................................8

BIJLAGEN: 1. Reactienota vooroverleg en omgevingsdialoog; 2. Geanonimiseerde zienswijzen; 3. NAW-gegevens reclamanten (vertrouwelijk in verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming); 4. Geactualiseerd onderzoek Quickscan Natuurwetgeving; 5. Geactualiseerde onderzoek stikstof (Notitie Wnb onderdeel stikstofdepositie)

1. Aanleiding De eigenaar van de Groenendijk 10 wil een Ruimte voor Ruimte woning realiseren aan de Groenendijk 10 te Oosteind. Het perceel wordt momenteel gebruikt door initiatiefnemer als moestuin. Het bouwrecht voor de Ruimte voor Ruimte woning is verkregen door de gerealiseerde sanering van een intensief veehouderijbedrijf aan de Griendsteeg 17 te Oosteind. Het college heeft 20 mei 2019 besloten in principe, onder voorwaarden, medewerking te verlenen aan het verzoek voor een Ruimte voor Ruimte woning aan de Groenendijk 10. Het realiseren van genoemd plan past niet binnen het huidige bestemmingsplan “Buitengebied 2013 (inl. Lint Oosteind)”. Om de realisering mogelijk te maken is het nodig dat er voor het plangebied een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld. Daartoe is een ontwerpbestemmingsplan opgesteld. Het ontwerpbestemmingsplan is positief getoetst aan alle relevante aspecten die horen bij een goede ruimtelijke ordening. Voorafgaand aan de formele vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan is het voorontwerpbestemmingsplan “Buitengebied 2013 (inl. Lint Oosteind), Herziening 29 (Groenendijk 10)” voorgelegd aan de vooroverlegpartners. Tevens heeft de initiatiefnemer de omgevingsdialoog gevoerd. 2. Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft in de zomer van 2018 en het voorjaar van 2022 de omgevingsdialoog gevoerd.

In beide periodes zijn vier omwonende families persoonlijk bezocht. De initiatiefnemer heeft voldaan aan de regels van een omgevingsdialoog. Zo zijn alle eigenaren van aangrenzende percelen en/of eigenaren van panden met direct toezicht op het plangebied betrokken bij de omgevingsdialogen. De verslaglegging voldoet aan de gestelde eisen en deelnemers aan de omgevingsdialogen hebben de mogelijkheid gekregen te reageren op het verslag. De door de initiatiefnemer gemaakte verslagen van de omgevingsdialogen zijn als bijlage opgenomen in de reactienota vooroverleg en omgevingsdialoog (bijlage 1). 3. Vooroverleg In het kader van het voorgeschreven vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de Provincie Noord-Brabant, het Waterschap Brabantse Delta, de Gasunie en de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant. Het resultaat van het vooroverleg is verwerkt in de reactienota vooroverleg en omgevingsdialoog (bijlage 1). 3.

Inspraak Conform artikel 2, lid 3 sub d van de Algemene Inspraakverordening Oosterhout 2021 heeft het college op 7 juni 2022 besloten geen inspraak te verlenen op het voorontwerpbestemmingsplan: op basis van de gevoerde omgevingsdialoog, en gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, is gesteld dat inspraak niet zou leiden tot een meerwaarde voor het in beeld krijgen van de belangen of een eerste afweging daartoe. Zodoende heeft het college ervoor gekozen geen inspraak te verlenen op het voorontwerpbestemmingsplan. En direct over te gaan in het opstarten van de vaststellingsprocedure middels het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan voor de duur van 6 weken.

4. Zienswijze 4.1. Inleiding Met ingang van donderdag 16 juni 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan, gedurende 6 weken, ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn hieronder samengevat en voorzien van een reactie van de gemeente. Opgemerkt wordt dat, hoewel de zienswijzen samengevat zijn weergegeven, een integrale beoordeling heeft plaatsgevonden. 4.2. Lijst indieners zienswijzen In verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) worden de persoonsgegevens van de indieners van de zienswijzen uitsluitend weergegeven in een vertrouwelijke bijlage (bijlage 2 “NAW-gegevens reclamanten”). Deze persoonsgegevens worden niet openbaar gemaakt. Voor de inhoud van dit verslag wordt volstaan met het benoemen van de nummers die aan de reclamant is toegekend. Reclamant/ instantie 1 2

Datum van ontvangst 27 juli 2022 27 juli 2022

4.3. Samenvatting zienswijzen en gemeentelijke reactie 4.3.1

Reclamant 1

Zienswijze Reclamant is niet tegen de ontwikkeling. Wel wenst zij meer aandacht voor het verlies van privacy die de toevoeging van de woning met zich meebrengt. Daarnaast wil men voorkomen dat honden en kinderen van het ene naar het andere perceel kunnen lopen. Daartoe wensen zij een deugdelijke erfafscheiding, 2 meter hoog, op perceel van de initiatiefnemer, aan de oost- en de zuidzijde, in de vorm van gesloten schutting, muur of hekwerk met hedera.

Ter borging van de privacy, en ter verfraaiing van het uitzicht, wenst reclamant aanvullend een meer robuuste landschappelijke inpassing. Ook laten onderdelen van de huidige

Reactie gemeente Ondanks dat de situering van de nieuwe woning voldoet aan de wettelijke eisen ten aanzien van privacy (artikel 50 Burgerlijk Wetboek), wordt als volgt tegemoetgekomen aan de wens van reclamant. Daar waar de nieuwe woning zicht heeft op de woning en de direct daaraan grenzende tuin van reclamant (zuidzijde van de ontwikkellocatie) zal er worden voorzien in een hekwerk van 2 meter hoog, begroeid met Hedera. Ter hoogte van de voorgevelrooijlijn van de nieuwe woning zal conform de standaardregeling voor bestemmingsplannen en in verband met de verkeersveiligheid bij het verlaten van het perceel, de maximale hoogte van het hekwerk inclusief Hedera 1 meter zijn. Omdat er aan de oostzijde geen sprake is van inbreuk op privacy op de woning of het direct daaraan grenzende deel van de tuin zal daar, aanvullend op de reeds voorziene groenzone, worden voorzien in een hekwerk, zonder hedera. De aanleg, het beheer en het behoud van het hekwerk met Hedera zal worden opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan en via een voorwaardelijke verplichting in de planregels worden geborgd. Ondanks dat naar mening van de gemeente en (gezien haar vooroverlegreactie) de provincie de huidige landschappelijke inpassing als voldoende wordt beschouwd, wordt als volgt

omschrijving ruimte voor interpretatie, waardoor een juiste uitvoering niet is geborgd.

tegemoetgekomen aan de wens van reclamant. Ten aanzien van de “vrij uitgroeiende haag” zijn de volgende suggesties overgenomen: - De haag wordt verbreed van 0,5 naar 1,5 m, wat tot gevolg heeft dat in plaats van 2 er 4 rijen met planten zullen worden aangeplant; - De wijze van beheer, alsmede het doel (gericht om een zo snel mogelijk een planthoogte van 2 meter te bereiken en vervolgens een duurzaam beheer gericht op een minimale hoogte van 4 a 5 meter) zal worden verduidelijkt. - In uitzondering op vorenstaande, zal in verband met de bruikbaarheid van het perceel, het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid bij het verlaten van het perceel, ter hoogte van de voorgevelrooilijn van de nieuwe woning de breedte van de haag (0,5 meter) gehandhaafd blijven, alsmede het daarbij behorende aantal rijen met planten per meter (2), en de hoogte op maximaal 1 meter worden gesteld (gelijk aan hetgeen hiervoor is gesteld ten aanzien van het hekwerk met hedera). - I.p.v. 4 a 5 planten per strekkende meter, wordt er uitgegaan van 5 planten per strekkende meter. - Om eenduidigheid te scheppen wordt het totaal aantal planten opgenomen (28 meter X 5 planten per meter X 4 rijen = 560 planten, en voor de voorgevelrooilijn 9 meter X 5 planten per meter X 2 rijen = 90 planten en) in te tekst.

Ten aanzien van de “Oostzijde bossingel” de volgende: - Duidelijkheid in aantal soorten die aangeplant worden, waaronder aandeel bomen en struiken, middels het aangeven van de aantallen per plantsoort. - De wijze van beheer, alsmede het doel (gericht op het bereiken van een minimale hoogte van 4 a 5 meter) is verduidelijkt. - Voor wat betreft beheer is opgenomen dat om de 2 tot 3 jaar de struiken waar nodig worden gesnoeid en waar nodig hoge beplanting wordt afgezaagd. De volgende suggesties zijn om de volgende redenen niet overgenomen: - Gevraag wordt de hoogte van “vrij uitgroeiende haag” bij aanplant te zetten op 1,2 meter, in plaats van de gestelde 0,4 – 0,6 meter. Dit verzoek kan om de volgende reden niet (geheel) worden gehonoreerd. Bij een dergelijke hoogte

krijgen niet alle plantsoorten de kans om aan te slaan. En zullen zij door concurrentie verdwijnen. Daarnaast voorziet het hekwerk met Hedera op de korte termijn voor de door reclamant gewenste privacy. Het opnemen van een minimale hoogte van 1,20 meter voor de beplanting van de vrij uitgroeiende haag (zuidzijde), zoals verzocht in de zienswijze, heeft daarmee geen invloed op de eventuele privacy van de omwonende. Om alsnog mee te gaan in het verzoek van reclamant, zal de hoogte bij aanplant op 0,6 – 0,8 meter worden gezet. - Bij de bossingel is thans voorzien in een minimale hoogte van 4 a 5 meter. De suggestie om deze voor de bomen een hoogte op te nemen van 10 a 12 meter zal niet worden verwerkt in het landschappelijk inpassingsplan. De te bereiken hoogte is namelijk afhankelijk van aanwezige groeifactoren, waardoor de hoogte niet kan worden gegarandeerd. Wel zal worden opgenomen dat het beheer bij de boomvormers er op is gericht om een hoogte te bereiken van 10 a 12 meter. 4.3.2

Reclamant 2

Zienswijze Er is geen sprake van een bebouwingsconcentratie. Daarmee is er strijd met de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

Het bouwen op deze locatie of elders in het buitengebied is niet toegestaan. Door dat wel toe te staan wordt de initiatiefnemer bevoordeeld.

Het initiatief leidt tot verdere verstening van het buitengebied, terwijl Ruimte voor Ruimte juist bedoeld is om dit te voorkomen.

Reactie gemeente De gemeente en (gezien haar vooroverlegreactie) de provincie zijn van mening dat hier sprake is van een bebouwingsconcentratie, nader onderbouwd in paragraaf 2.2 van de toelichting op het bestemmingsplan. Reclamant geeftechter geen onderbouwing voor haar uitspraak. Het initiatief voldoet aan de regels ten aanzien van de toevoeging van een woning in het buitengebied. Eenieder die aan deze regels voldoet, kan hiervan gebruik maken. De initiatiefnemer wordt naar oordeel van de gemeente niet bevoordeeld. Om de sanering van een stal van minimaal 1.000 m² financieel haalbaar te maken, is er de mogelijkheid om op geschikte locaties, daar waar el enige vorm van verstening is (zogenaamde bebouwingsconcentraties) een zogenaamde Ruimte voor Ruimte woning van maximaal 750 m³ en 100 m² aan vrijstaande bijgebouwen te mogen plaatsen. Gezien de toegestane goot(4,5m) en nokhoogte (9m) van een woning, kan deze maximale 111 m² bedragen. In totaal ontstaat met deze ontwikkeling een ontstening van 789m² (1.000m² - 211m²), omgerekend bijna 80%. Hiermee leidt onderhavig initiatief tot een

Reclamant vreest precedentwerking en aanzet voor stedelijke ontwikkeling in het buitengebied door diffuse verbreding van het Lint Oosteind.

Er wordt niet voldaan aan de wetgevingszone omgevingsvergunning openheid in het bestemmingsplan.

Er is een bouwcertificaat opgenomen als bijlage, maar er is geen koppeling gemaakt met een afgebroken stal. Er ontbreken documenten over ingetrokken fosfaatrechten en een toetsingsformulier Ruimte voor Ruimte.

De Quickscan Natuurwetgeving van 26 november 2019 is gedateerd, alleen gericht op de locatie zelf en gebaseerd op één veldbezoek in de november. Er dient rekening gehouden te worden met de ligging op nog geen 300 meter van het Natuur Netwerk Brabant.

ontstening van het buitengebied van Oosterhout. De toevoeging van de Ruimte voor Ruimtewoning is geen aanzet voor een stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt ook uit verschillende visies (waaronder de Omgevingsvisie of de Propositie Oosterhout Oost). Niet is aangetoond waaruit zou blijken dat dit een aanzet is voor een stedelijke ontwikkeling. Ter plaatse van de aanduiding ‘wetgevingszone – omgevingsvergunning openheid’ is het beleid gericht op het behoud van de landschappelijke waardevolle openheid van het gebied. Ter plaatse is geen openheid aanwezig. Er is reeds sprake van een houtwal, die de gehele ontwikkellocatie omsluit. Ondanks de beperkte relevantie van de wetgevingszone openheid voor deze ontwikkeling, is (zie pagina 11 en 13 uit in de toelichting) waar mogelijk rekening gehouden met het omliggende open landschap. Het bouwcertificaat is afgegeven door de directie van Ruimte voor Ruimte II CV, namens de provincie belast met de uitvoering van de Ruimte voor Ruimte-regeling. Zij verklaren dat is voldaan aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een Ruimte voor Ruimte bouwtitel.

Daarnaast en bovenal blijkt uit jurisprudentie (uitspraak Raad van State met als kenmerk 202101369/1/R2) dat certificaten die zijn gebaseerd op bouwtitels tot en met bouwtitel nummer 20170216, voldoen aan de eisen ten aanzien van de kwaliteitsverbetering die de interim Omgevingsverordening (ex artikel 3.80, derde lid) stelt aan de toevoeging van een Ruimte voor Ruimte-woning. Uit bijlage 1 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is af te lezen dat onderhavige bouwtitel het nummer 20170083 draagt en daarmee voldoet aan de jurisprudentie. Een dergelijk onderzoek is 3 jaar geldig indien geen bijzonderheden zijn aangetroffen en er geen veranderingen in het gebied hebben plaatsgevonden. Er zijn geen bijzonderheden aangetroffen en er hebben zich geen veranderingen voorgedaan in het gebied. Wel wordt de termijn van 3 jaar overschreden. Er is dan ook een actualisatie uitgevoerd van de Quickscan Natuurwetgeving. Deze actualisatie (zie bijlage 4) heeft geen andere resultaten of inzichten gegeven, dan het oorspronkelijke onderzoek. Indien er bij een dergelijk onderzoek potentieel geschikte locaties worden aangetroffen, volgen

Uit de omgevingsdialoog blijkt dat er sprake is van natuurwaarden die geen onderdeel uitmaken van de Quickscan Natuurwetgeving.

In de Quickscan Natuurwetgeving is sprake van het weghalen van aanwezige natuur en uit het landschappelijk inpassingsplan blijkt dat er maar weinig nieuwe natuur wordt toegevoegd. Dit is niet in verhouding met de verstening die gepland is.

Op basis van het archeologische booronderzoek is vast komen te staan dat de bodemopbouw in het plangebied grotendeels intact is. Vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek is daarmee een vereiste. De resultaten van dit vervolgonderzoek moeten eerst bekend zijn alvorens kan worden besloten dat hier bouwactiviteiten mogelijk zijn.

er één of meerdere veldbezoeken. Ten tijde van het (oorspronkelijke en geactualiseerde) onderzoek zijn er geen potentieel geschikte locaties aangetroffen en is er geen nader onderzoek vereist. Het (oorspronkelijke en geactualiseerde) onderzoek omvat de gronden die relevant zijn in het kader van de natuurwetgeving; de projectlocatie en de in de omgeving gelegen gronden die begrensd zijn als Natuurnetwerk Brabant en Natura 2000. In de omgeving van de projectlocatie liggen geen gronden die deel uitmaken uit van een Nationaal Landschap, wetlands of overige beschermde natuurgebieden. Omwonenden hebben in het kader van de omgevingsdialoog genoemd dat er fazanten en herten te zien zijn op het aangrenzende perceel. In de Quickscan Natuurwetgeving wordt hierover niks expliciet genoemd. De geactualiseerde Quickscan Natuurwetgeving (zie bijlage 4) is op dit punt aangevuld. Dit heeft niet geleidt tot een andere de conclusie, daarmee is de ontwikkeling niet in strijd met natuurwetgeving. De vegetatie die wordt verwijderd bestaat uit de moestuin en niet beschermde plantensoorten met geen of een beperkte landschappelijke en/ of ecologische waarde. Het behoud van waardevol groen zoals de notenbomen en eik – die thans nog geen bescherming genieten – worden met dit plan geborgd door een voorwaardelijke verplichting die toeziet op een duurzame instandhouding en beheer.

Daarnaast wordt er een bossingel gerealiseerd en een vrij uitgroeiende gemengde haag en een bloemrijk grasland aangeplant. Allen met inheemse soorten. De investering in ecologie en landschap komen boven op de basisinspanning die in het verleden geleverd is met de sanering van minimaal 1.000 m² aan stallen. De verhouding aan te brengen natuur staat dan ook in meer dan een goede verhouding tot de toevoeging van een Ruimte voor Ruimte-woning. Het resultaat van dit onderzoek is reden geweest om de huidige dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ te handhaven. Die dubbelbestemming borgt dat, voordat een aanvang wordt gemaakt met de bouwwerkzaamheden, er een nader onderzoek wordt uitgevoerd naar mogelijk archeologisch waardevolle resten.

5. Planaanpassingen naar aanleiding van de ingediende zienswijze Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt het landschappelijke inpassingsplan aangepast, als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan en de hoofdlijnen verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan. Hetzelfde geldt voor de reeds geactualiseerde Quickscan Natuurwetgeving. 6. Ambtshalve wijzigingen In verband met vernieuwde inzichten en rekenmethodes is er een nieuwe berekening uitgevoerd ten aanzien van stikstof (zie bijlage 5). Hieruit blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan de wet- en regelgeving ten aanzien van stikstofdepositie. Dit onderzoek wordt als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan en de conclusies opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=b5812803-b8f2-46d7-870a-8923bd042f3a