Bijlage 1 raadsnota - was wordt tabel
Tekst van het document
Bijlage 1 raadsnota Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2023 Was wordt tabel Was in Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2021 Artikel 1. Begripsbepalingen
Wordt in Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2023 Artikel 1. Begripsbepalingen
Toelichting
formele ondersteuning: Ondersteuning door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder, of zzp-er niet zijnde een familielid in de eerste of tweede graad en die of is opgenomen in het BIGregister of staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als zorgverlener; die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in het Besluit Jeugdwet;
Niks – verwijderd uit artikel 1.
Het is belangrijk om goed duidelijk te maken wanneer we spreken van formele ondersteuning en wanneer van informele ondersteuning. Dit bepaald namelijk de hoogte van pgb-tarieven.
Informele ondersteuning: ondersteuning door een persoon uit het sociaal netwerk (familie of anderen waarmee een sociale relatie bestaat). Jeugdige: In de Jeugdwet (artikel 1.1) wordt onder jeugdige het volgende verstaan: een persoon die: 1º. de meerderjarigheidsleeftijd nog niet heeft bereikt, 2º de meerderjarigheidsleeftijd heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is gedaan
Niks – verwijderd uit artikel 1.
Jeugdige: In de Jeugdwet (artikel 1.1) wordt onder jeugdige het volgende verstaan:een persoon die: 1º. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, 2º. de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grondvan artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is
Om zo helder mogelijk te maken wanneer sprake is van formele ondersteuning en wanneer van informele ondersteuning, wijden we een apart artikel aan het onderscheid. Dit vindt u in artikel 10 van de voorgelegde verordening 2023. Aangezien we in een apart artikel ingaan op het onderscheid tussen formele ondersteuning en informele ondersteuning, kunnen de begripsbepalingen geschrapt worden. Hiervoor geldt dezelfde toelichting als bij formele ondersteuning. Zie de toelichting hierboven. De begripsbepaling is aangepast zodat deze weer volledig overeenkomt met de definitie volgens de Jeugdwet.
overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of 3º. de meerderjarigheidsleeftijd doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaren heeft bereikt, en voor wie voortzetting van jeugdzorg, die was aangevangen of waarvan de aanvraag, als bedoeld in artikel 4, was ingediend vóór het bereiken van de meerderjarigheidsleeftijd, noodzakelijk is of voor wie, na beëindiging van jeugdzorg die was aangevangen vóór het bereiken van de meerderjarigheidsleeftijd, binnen een termijn van een half jaar hervatting van jeugdzorg noodzakelijk is.
gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of 3º. de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaren heeftbereikt en ten aanzien van wie op grond van deze wet: • Is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp als bedoeld in onderdeel 1°, waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is; • Vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of • Is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.
Artikel 2. Vormen van Jeugdhulp
Artikel 2. Vormen van Jeugdhulp
3. De volgende vormen van niet vrij-toegankelijke individuele voorzieningen zijn beschikbaar: o Begeleiding bij het dagelijkse leven en persoonlijke verzorging o Respijtzorg; o Ambulante behandeling van ontwikkelingsproblematiek en/of (licht) o verstandelijke beperking; o Ambulante behandeling van psychische/psychiatrische problematiek;
3. De volgende vormen van niet vrijtoegankelijke individuele voorzieningen zijn beschikbaar: o Begeleiding bij het dagelijkse leven en persoonlijke verzorging o Respijtzorg; o Ambulante behandeling van ontwikkelingsproblematiek en/of (licht)verstandelijke beperking; o Ambulante behandeling van
Er zijn hier twee wijzigingen. Deze hebben betrekking op dyslexie en Sociaal Medische Indicatie. Dyslexie Sinds 1 januari 2022 is het nieuwe Protocol Dyslexie Diagnostiek en behandeling ingevoerd. Er wordt nu niet meer gesproken van ‘Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED)’, maar van ‘Ernstige Dyslexie (ED)’. Vandaar dat we nu in de
Ambulante behandeling Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED); o Opgroeien in een gezinsachtige situatie (waaronder pleegzorg en opvang in o gezinshuizen); o Vervoer; o Verblijfszorg; Jeugdzorg Plus. o
o o o o o o
psychische/psychiatrische problematiek; Ambulante behandeling Ernstige Dyslexie (ED); Opgroeien in een gezinsachtige situatie (waaronder pleegzorg en opvang in gezinshuizen); Vervoer; Verblijfszorg; Jeugdzorg Plus; Sociaal Medische Indicatie (SMI).
Artikel 5. Procedureregels omtrent aanvraag individuele of overige jeugdhulpvoorziening
Artikel 5. Procedureregels omtrent aanvraag individuele of overige jeugdhulpvoorziening
Het college bepaalt bij nadere regeling op welke procedurele wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een individuele of overige jeugdhulpvoorziening in aanmerking komt.
1. Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: a. Binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder wordt verstaan: i. Gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociaal netwerk; ii. Het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten. b. Door gebruik te maken van een vrijtoegankelijke, voorliggende voorziening. 2. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft
verordening ook spreken van ED en niet meer van EED. Sociaal Medische Indicatie Sociaal Medische Indicatie is toegevoegd als nietvrij toegankelijke voorziening. Deze voorziening hadden we al, maar stond nog niet in het overzicht.
Met deze aanpassing zetten we duidelijker weg wanneer een individuele voorziening kan worden toegekend. Ook geven we met deze aanpassing kaders onder welke voorwaarden jeugdhulp met terugwerkende kracht kan worden vergoed. Duidelijkheid toekennen individuele voorziening In de verordening van 2021 geven zowel artikel 5 en artikel 7 kaders over het toekennen van een individuele voorziening. In de voorgelegde verordening 2023 willen we deze kaders in één artikel samenvoegen. Naast het samenvoegen van de artikelen, is er een inhoudelijke toevoeging in dit artikel. Nieuw is dat het aanspreken van een afgesloten aanvullende verzekering onder de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van inwoners wordt verstaan. Soms blijken
gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: a. Als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; b. Als de jeugdige of ouder aantoonbaar heeft geprobeerd om bij de start van de hulpvraag contact te krijgen met een verwijzer van jeugdhulp, en; c. Voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 3. De voorziening als bedoeld in lid 2 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. 4. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking op welke procedurele wijze in samenspraak met decliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een individuele of overige jeugdhulpvoorziening in aanmerking komt.
Artikel 6. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Artikel 6. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
jeugdigen of ouders namelijk aanvullend verzekerd te zijn voor de hulp die nodig wordt geacht. In dit geval is het niet nodig om als gemeente een individuele voorziening toe te kennen. Voor zover de aanvullende verzekering onvoldoende vergoeding biedt, vullen we als gemeente op grond van de jeugdhulpplicht aan. Wanneer inwoners geen passende ondersteuning via een aanvullende verzekering kunnen krijgen, of als inwoners geen aanvullende verzekering hebben afgesloten, blijven we als gemeente individuele voorzieningen toekennen als blijkt dat dit nodig is. Mogelijkheden toekennen voorziening met terugwerkende kracht Soms komen jeugdigen/ouders pas bij het sociaal team terecht nadat zij zelf al jeugdhulp hebben ingeschakeld en betaald. Uiteindelijk is het de eigen verantwoordelijkheid van jeugdigen/ouders om zich tijdig te melden bij de gemeente voor passende ondersteuning. Voor jeugdigen/ouders die wel geprobeerd hebben om bij de start van de hulpvraag contact te krijgen met het sociaal team, maar waarbij het niet gelukt is om tijdig geholpen te worden door het sociaal team, stellen we voor om het mogelijk te maken om met terugwerkende kracht jeugdhulp te vergoeden.
2. Het college spreekt met de huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten het uitgangspunt af dat de verwijzing, als bedoeld in artikel 2.6 eerste lid, onderdeel g vande wet en artikel 6 lid 1 van deze verordening, vanuit het medisch domein alleen plaatsvindt naar jeugdhulp in de vorm van Jeugd-GGZ (generalistische basis-GGZ of specialistische GGZ). De verwijzing geschiedt met behulp van de daartoe gestandaardiseerde verwijsbrief Huisartsen/medisch specialisten. Er kan alleen worden verwezen naar jeugdhulpaanbieders die een contract hebben met de jeugdhulpregio West Brabant Oost.
2. Het college spreekt met de huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten het uitgangspunt af dat de verwijzing, als bedoeld in artikel 2.6 eerste lid, onderdeel e vande wet en artikel 6 lid 1 van deze verordening, vanuit het medisch domein alleen plaatsvindt naar jeugdhulp in de vorm van Jeugd-GGZ (generalistische basis-GGZ of specialistische GGZ). De verwijzing geschiedt met behulp van de daartoe gestandaardiseerde verwijsbrief Huisartsen/medisch specialisten. Er kan alleen worden verwezen naar jeugdhulpaanbieders die een contract hebben met de jeugdhulpregio West Brabant Oost.
De verwijzing naar de jeugdwet was niet meer actueel. Met deze aanpassing klopt de verwijzing weer.
Artikel 7. Gebruikelijke hulp
Verwijderd
1. Gebruikelijke hulp aan jeugdigen is de ondersteuning, persoonlijke verzorging en/of opvoeding die in redelijkheid mag worden verwacht van de (pleeg)ouders. 2. De gemeente onderzoekt de hulpbehoefte van een jeugdige mede op basis van het “Afwegingskader gebruikelijke hulp” (zie bijlage 1). 3. De jeugdhulp in de vorm van een individuele voorziening zoals bedoeld onder artikel 2.3 wordt toegekend voor zover deze de gebruikelijke hulp overstijgt.
Dit artikel komt niet terug in de voorgelegde verordening 2023 (zie toelichting).
Artikel komt niet terug in voorgelegde verordening 2023. De inhoud van artikel 7 uit de verordening 2021 komt terug in artikel 5 in de voorgelegde verordening 2023. De inhoud van artikel 5 en 7 uit de verordening 2021 is namelijk samengevoegd. Zij ook de toelichting bij artikel 5. Artikel 7 in de voorgelegde verordening 2023 is daarom nu wat artikel 8 in de verordening 2021 was.
Artikel 8. Regels voor persoonsgebonden budget (pgb)
Artikel 7. Regels voor persoonsgebonden budget (pgb)
Door het verwijderen van een artikel is de nummering veranderd.
1. Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen kan het college een pgb verstrekken als (artikel 8.1.1 lid 2 van de wet):
1. Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen kan het college een pgb verstrekken als (artikel 8.1.1 lid 2 van de wet):
Lid 4 t/m 6 van dit artikel in de verordening 2021 is hier geschrapt. Deze inhoud komt echter wel op een andere plek letterlijk terug in de voorgelegde
a. jeugdige/ouders voldoende in staat zijn de pgbtaken uit te voeren (eventueel met hulp van derden); b. gemotiveerd wordt dat het natura-aanbod niet passend is; c. de hulp die wordt ingekocht van goede kwaliteit is. 2. Het tarief voor een persoonsgebonden budget: a. is toereikend om veilige, doeltreffende, effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen, en b. bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. 3. Een persoonsgebonden budget voor jeugdhulp dient binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend om de beschikte ondersteuning te bekostigen. 4. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 5. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
a. jeugdige/ouders voldoende in staat zijn de pgbtaken uit te voeren (eventueel met hulp van derden); b. gemotiveerd wordt dat het natura-aanbod niet passend is; c. de hulp die wordt ingekocht van goede kwaliteit is. 2. Het tarief voor een persoonsgebonden budget: a. is toereikend om veilige, doeltreffende, effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen, en b. bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. 3. Een persoonsgebonden budget voor jeugdhulp dient binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend om de beschikte ondersteuning te bekostigen. 4. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg en rechtmatigheid van de gedane bestedingen, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb budgetten.
verordening 2023. Namelijk in artikel 18 van de voorgelegde verordening 2023. Hiervoor is gekozen omdat lid 4 t/m 6 niet uitsluitend over pgb gaat, maar ook over zorg in natura. We vinden het daarom passender en duidelijker om deze onderdelen in een apart artikel te plaatsen.
b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 6. Als het college een beslissing op grond van het vijfde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 7. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg en rechtmatigheid van de gedane bestedingen, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb budgetten.
Artikel 9. Voorwaarden tot verstrekking pgb
Artikel 8. Voorwaarden tot verstrekking pgb
Alleen de nummering is veranderd.
Artikel 10. Weigeringsgronden voor een pgb
Artikel 9. Weigeringsgronden voor een pgb
Alleen de nummering is veranderd.
Bestond nog niet
Artikel 10. Onderscheid formele
Nieuw artikel
ondersteuning en informele ondersteuning 1.
Van formele ondersteuning is sprake als het aantoonbaar is dat de jeugdige professionele jeugdhulp nodig heeft en deze ondersteuning verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder a. Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. Personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of:
Het is belangrijk om goed duidelijk te maken wanneer we spreken van formele ondersteuning en wanneer van informele ondersteuning. Dit bepaald namelijk de hoogte van pgb-tarieven. In de verordening 2021 beschreven we in de begripsbepalingen wat we onder formele en informele ondersteuning verstaan. Om het zo helder mogelijk te maken wanneer sprake is van formele ondersteuning en wanneer van informele ondersteuning, wijden we in de voorgelegde verordening 2023 een artikel aan het onderscheid (zie ook toelichting bij artikel 1 begripsbepalingen). In dit artikel maken we duidelijk wanneer er sprake is van formele ondersteuning. We stellen hier bepaalde eisen aan. Wanneer zorgaanbieders hier niet aan kunnen voldoen, spreken we van informele ondersteuning. Daarnaast spreken we altijd van informele ondersteuning wanneer jeugdhulp wordt geboden door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad. Dit is in overeenstemming met de definities die gehanteerd worden bij de Wmo.
c.
2.
3.
Personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIGregister) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, dan is er altijd sprake van informele ondersteuning. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in het eerste lid onder a, b, of c, dan is er sprake van informele ondersteuning.
Artikel 11. Pgb sociaal netwerk/informele ondersteuning
Artikel 11. Pgb sociaal netwerk/informele ondersteuning
3. De financiële vergoeding van informele ondersteuning blijft in elk geval beperkt tot die gevallen waarin deze hulp de gebruikelijke hulp als bedoeld in artikel 7 van deze verordening overstijgt.
3. De financiële vergoeding van informele ondersteuning blijft in elk geval beperkt tot die gevallen waarin deze hulp de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen als bedoeld in artikel 5 van deze verordening overstijgt.
Dit is een tekstuele aanpassing. Vanwege wijzigingen in eerdere artikelen was dit noodzakelijk.
4. Bij de beoordeling van informele ondersteuning moet in aanvulling op lid 2 voldaan worden aan de volgende voorwaarden:
4. Bij de beoordeling van informele ondersteuning moet in aanvulling op lid 2 voldaanworden aan de volgende voorwaarden:
Lid c is toegevoegd in de voorgelegde verordening 2023. Tot heden stond deze bepaling al in het uitvoeringsbesluit. Om een compleet beeld te hebben, stellen we voor om deze
a. De geboden hulp is passend, adequaat en veilig; b. De geboden hulp leidt niet tot overbelasting van de persoon/personen die de hulp biedt/bieden.
a. De geboden hulp is passend, adequaat en veilig; b. De geboden hulp leidt niet tot overbelasting van de persoon/personen die dehulp biedt/bieden; c. Een informele zorgverlener heeft niet zelf een ondersteuningsbehoefte op het gebied waar hij/zij zorg gaat verlenen.
bepaling in de verordening toe te voegen. Dit staat tevens ook in de verordening Wmo.
6. De ouders dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren.
6. De ouders dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken via informele ondersteuning.
Dit is een tekstuele aanpassing. Vanwege de nadere uitwerking van het onderscheid tussen formele en informele ondersteuning was dit noodzakelijk.
Artikel 15. Beëindiging pgb
Artikel 15. Beëindiging pgb
In aanvulling op artikel 8.5 van de verordening wordt het pgb tussentijds beëindigd wanneer:
In aanvulling op artikel 18.2 van de verordening wordt het pgb tussentijds beëindigd wanneer:
Bestond nog niet als apart artikel Artikel 18. Herziening, intrekking en terugvordering 1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een
De verwijzing naar het artikel was door aanpassingen niet meer actueel. Het artikel is hierop aangepast. Inhoudelijk is er niks aangepast. Nieuw artikel
Het artikel is nieuw. Maar de inhoud hiervan is niet nieuw. In de verordening 2021 stond deze inhoud namelijk in artikel 8 lid 4 t/m 6. We vonden het echter passender en duidelijker om hier een apart artikel aan te wijden. Zie hiervoor ook de toelichting bij artikel 8. Regels voor persoonsgebonden budget (pgb).
individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt ende verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de tenonrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Bestond nog niet
Artikel 19. Voorkomen en bestrijden misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik
Nieuw artikel
1. Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en
Als gemeente zijn we ervoor verantwoordelijk dat de beschikbare middelen voor uitkeringen en
plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van de wet. 2. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van deze wet. 3. Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder.
Artikel 18. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerderskinderbeschermings maatregelen en jeugdreclassering. Artikel 19. Vertrouwenspersoon Artikel 20. Klachtregeling Artikel 21. Inspraak en medezeggenschap Artikel 22. Nadere regels Artikel 23. Afwijken van bepalingen: hardheidsclausule Artikel 24. Gevallen waarin de verordening niet voorziet
Artikel 20. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerderskinderbeschermings maatregelen en jeugdreclassering. Artikel 21. Vertrouwenspersoon Artikel 22. Klachtregeling Artikel 23. Inspraak en medezeggenschap Artikel 24. Nadere regels Artikel 25. Afwijken van bepalingen: hardheidsclausule Artikel 26. Gevallen waarin de verordening niet voorziet
maatschappelijke ondersteuning terecht komen bij de inwoners die het nodig hebben en er ook recht op hebben. Vertrouwen is hierbij nadrukkelijk ons uitgangspunt. Soms wordt dit vertrouwen echter helaas beschaamd. Door toezicht en handhaving in te zetten, kan eventueel misbruik en oneigenlijk gebruik voorkomen en bestreden worden. Een essentieel onderdeel hiervan is dat inwoners duidelijk geïnformeerd worden. Een ander onderdeel is dat de gemeente een toezichthouder aan kan stellen die als taak heeft om toezicht te houden op de naleving van de rechtmatige uitvoering van de wet. Alleen de nummering is veranderd.
Alleen de nummering is veranderd. Alleen de nummering is veranderd. Allen de nummering is veranderd. Alleen de nummering is veranderd. Alleen de nummering is veranderd. Alleen de nummering is veranderd
Artikel 25. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Artikel 27. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
De nummering is veranderd.
1. De Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2019 wordt ingetrokken per 1 januari 2021 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2021, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de werkingsperiode van de Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2019 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.
1. De Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2021 wordt ingetrokken per 1 maart 2023 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2021, totdat het college een nieuwbesluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt,wordt ingetrokken. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de werkingsperiode van de Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2021 en waarop nog niet is beslist bij het in werkingtreden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.
De datum van het intrekken en de naam van de verordening is aangepast aan de actualiteit.
Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel
De nummering is veranderd.
1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Oosterhout 2021.
1. Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2023.
De datum van inwerkingtreding en de naam van de verordening is aangepast aan de actualiteit.