CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Algemene toelichting Beleidsplan schuldhulpverlening

Raadsvergadering 20 juli 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN267978 Vaststellen Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-20246.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Algemene toelichting Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021 – 2024

1 Algemeen Schuldhulpverlening is beschikbaar en toegankelijk voor alle inwoners van onze gemeente en zoveel mogelijk gericht op preventie en het ervaren van financiële rust. Naast het ondersteunen bij het oplossen van (problematische) schulden, gaat het ook om het adviseren en (bij)scholen van inwoners om het voor hen hoogst haalbare niveau van financiële zelfredzaamheid te bereiken. Schuldhulpverlening richt zich daarom ook op het voorkomen van schulden, door bijvoorbeeld voorlichting. Het tijdig signaleren van (problematische) schulden is van essentieel belang om de negatieve gevolgen, die inwoners ervaren, te voorkomen of beperken. Door de nieuwe landelijke wetgeving maar ook door de oplopende problematiek kiezen wij voor een intensivering van onze inzet, om zo méér mensen te kunnen ondersteunen maar bovenal mensen eerder te kunnen helpen. Hierna worden allereerst de beleidsaccenten op het gebied van Preventie, Vroegsignalering en Curatieve schuldhulpverlening voor het komende jaar toegelicht, vervolgens worden de doelen en activiteiten benoemd.

2 Preventie 2.1

We verbeteren de toegang om de vindbaarheid van aanbod van hulp verder te vergroten.

We gaan samen met ervaringsdeskundige de toegang verbeteren. We hanteren hierbij de uitgangspunten van de Visie toegang Sociaal Domein. We gaan ook in gesprek met werkgevers omdat werkgevers ook een belangrijke rol hebben bij het doorverwijzen naar hulpverlening. Daarnaast is er aandacht voor het feit dat inwoners geen vertrouwen hebben in de overheid. Ook zoeken we de samenwerking met het onderwijs om de vindbaarheid en doorgeleiding onder de aandacht te brengen. Financiën Geen extra middelen.

2.2

We breiden het aanbod van hulp aan zelfstandige ondernemers verder uit.

Met de komst van de wetswijziging is er meer duidelijkheid gekomen over de toegang van zelfstandige ondernemers tot de gemeentelijke schuldhulpverlening. Investeren in passende hulp voor ondernemers moet eraan bij dragen dat lokale ondernemers geen drempels ervaren om hulp te vragen. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat zelfstandige ondernemers met schulden ook kunnen worden geholpen via de gemeentelijke schuldhulpverlening. Ondernemers kunnen zich onder andere melden via het ondernemersloket. Aan dit loket geven we meer bekendheid. In het kader van de heroriëntatie gaan we de ondernemers die gebruik hebben gemaakt van de Tozo-regelingen actief benaderen. Wij zetten daarnaast ook in op budget coaching en begeleiding, zoals hulp bij administratie. Financiën De kosten voor het begeleiding en coaching van ondernemers bedraagt € 350 per cases. In voorkomende gevallen kan een beroep worden gedaan op incidentele kosten, zoals de kosten voor aangifte belasting (€ 150), dit betreft maatwerk. Het aantal trajecten bepaalt de hoogte van het budget. Eventuele budgettrainingen liggen ook rond die prijs.

1

2.3

Er is aandacht voor het thema schulden en wijze van communiceren.

We ontwikkelen een campagne waar we regelmatig in nieuwsbrieven en via de media aandacht vragen voor het thema in de breedste zin van het woord. De informatie die we verstrekken moet makkelijk en eenvoudig zijn, de komende periode toetsen we onze communicatie en passen dit aan op B1 niveau. We vragen ook hierbij de hulp van de ervaringsdeskundige. Financiën Kosten voor drukwerk, advertentie etc. à € 7400.

2.4

We maken gebruik van het Adviesrecht Schuldenbewind.

Via de nieuwe wet mogen wij drie maanden nadat schuldenbewind is ingesteld de rechter adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen door voortzetting van het bewind, of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning. Binnen ons aanbod kennen we lichtere vormen van ondersteuning zoals vaste lasten beheer of budgetbeheer, deze voorzieningen zijn echter niet altijd passend, daarom gaan we op zoek naar andere vormen van ondersteuning. De uitkomsten van de Pilot Beschermingsbewind nemen we hierin mee. Daarnaast willen we actief in gesprek met bewindvoerders met als doel meer grip te krijgen op de in- en uitstroom. Financiën Geen extra middelen.

2.5

Voor de inwoners waarbij zelfredzaam niet haalbaar is, is er praktische ondersteuning en “steun en leun” .

De inzet van welzijnswerk heeft als doel het vergroten van de kwaliteit van leven van individuen en groepen, door het zoveel mogelijk op eigen kracht en naar wens en vermogen meedoen in de maatschappij. Inwoners die dit niet lukt biedt het welzijnswerk (tijdelijk) laagdrempelige en vrij toegankelijke collectieve en/of individuele ondersteuning. Hiermee draagt het welzijnswerk bij aan het behalen van de resultaten vanuit de gemeentelijke verantwoordelijkheid in het kader van Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet. Steunen en leunen daar waar zelf- en samenredzaam onvoldoende passen maken daar onderdeel van uit. De burgeradviseurs en budgetcoaches hebben een belangrijke rol, zij bieden tijdelijke ondersteuning op weg naar meer zelfredzaamheid. Als dat niet lukt is er de mogelijkheid “steun en leun”, dat is bedoeld voor inwoners waar volledige zelfredzaamheid niet haalbaar is. Financiën De middelen zijn opgenomen in het outputcontract Welzijn.

2.6

We denken mee en doen dat samen met de klant.

In het kader van de domein overstijgende aanpak worden collega’s getraind. De omgekeerde toets is een methodiek van Stimulansz waarbij aandacht besteed wordt aan het “denken in mogelijkheden. Allereerst wordt er gekeken wat er nodig is en of dit past bij de grondwaarden van de diverse wetten. Daarbij worden de mogelijke effecten van een besluit in de volle breedte meegenomen. Pas als dit helder is, komt de juridische toets. Ook kan het voorkomen bij casuïstiek dat er kosten gemaakt worden die niet passen bij de bestaande contracten en/of aanbieders. In dat geval worden er uitzonderingen gemaakt. Om deze uitzondering te kunnen maken zijn er aantal voorwaarden, waarvan een integraal plan van aanpak onderdeel uitmaakt. Vanuit de Corona Impact Analyse (CIA) is het initiatief ontstaan om samen met Thuisvester te onderzoeken om bij wijze van pilot te komen tot een (revolverend) ‘preventiefonds schuldenproblematiek. Uit de CIA blijkt dat corona niet zozeer tot nieuwe problemen leidt, als wel bestaande problemen uitvergroot. Met name ZZP’ers en kleine zelfstandigen zijn, ingegeven door een significante terugval in het huishoudinkomen, een nieuwe “doelgroep” als 2

het gaat om Oosterhouters die door de coronacrisis in de financiële problemen komen. Het is in ieders belang om te voorkomen dat zij en andere Oosterhouters die in een vergelijkbare situatie verkeren, betalingsachterstanden gaan oplopen die ze slechts zeer moeilijk kunnen inlopen en waardoor ze direct op achterstand worden gezet. Financiën De middelen maken deel uit van het Participatiebudget en Coronafonds.

2.7

We breiden ons productaanbod uit.

Uitbreiding van het productaanbod zorgt voor een duurzamer effect op financieel gezond gedrag. Door ons productaanbod uit te breiden met andere vormen van budgetbeheer, nazorgtrajecten, coaching kunnen we een duurzamer gedragsverandering teweegbrengen bij mensen met problematische schulden. Dit is belangrijk omdat recidive of terugval vaak voorkomt bij mensen die met succes een driejarig schuldentraject hebben doorlopen. De gemeente Utrecht ontwikkelde het “Huishoudboekje”, om inwoners te ondersteunen bij hun geldzaken. De gemeente Utrecht heeft ons geadviseerd te wachten met de implementatie omdat het huishoudboekje in samenwerking met de gemeente Utrecht en Rotterdam ondersteund door VNG Realisatie doorontwikkeld wordt, zodat het Huishoudboekje generiek gemaakt wordt voor alle gemeenten. Er zijn opnieuw contacten gelegd om te informeren naar de voortgang van deze ontwikkeling. Gemeente Oosterhout neemt samen met de Dongemond gemeente deel aan de Pilot Ontzorgen (Wet Inburgering). Tijdens dit traject maken wij voor het financieel ontzorgen gebruik van de diensten van de Kredietbank. De bevindingen van de pilot nemen we mee in de keuze van de wijze van invulling van het ontzorgen van de inburgeraars. Financiën Omdat het product nog in ontwikkeling is moeten we een grove schatting maken van de benodigde kosten, de implementatiekosten ramen we op zo’n € 5000.

2.8

We zoeken de samenwerking met anderen en bevorderen integraliteit.

De preventieve werking van de schuldhulpverlening, het oplossen van schulden en schuldenrust dragen bij aan positieve effecten op andere beleidsterreinen, denk aan welzijn, (positieve) gezondheid en veiligheid. Integraal betekent ook dat we raakvlakken op andere beleidsterreinen optimaal benutten, denk daarbij aan de omgevingsvisie, onderwijs, minima en wijkgericht werken. Integraal betekent ook dat we de hulpvrager niet laten vallen. Soms zijn de instrumenten die we in kunnen zetten niet voor iedereen passend of toereikend. Als dat aan de orde is gaan we samen met de hulpvrager op zoek naar de mogelijkheden voor passende hulp, zoals opgenomen in de visie sociaal domein. Integraal betekent ook dat de hulpverlener checkt hoe gezinssituatie van de hulpvrager is en/of er andere gezinsleden, met name minderjarige kinderen, zijn die hulp nodig hebben. Is er een hulpvraag dan wordt een passende oplossing gezocht. Financiën Geen extra middelen.

3

3 Vroegsignalering 3.1

We zetten in op een persoonlijke benadering en contact bij het opvolgen van signalen van betaalachterstanden.

Door te investeren in vroegsignalering willen we inwoners met betaalproblemen eerder bereiken en een helpende hand bieden. Met inzet van extra capaciteit kunnen we inwoners persoonlijk benaderen. Uit praktijkvoorbeelden blijkt een huisbezoek de beste manier om de klant te bereiken. Dit werkt veel beter dan mensen aanschrijven of opbellen. Naast het grote bereik (50-70%) heeft een huisbezoek (bron: www.kennisbundel.nl) nog meer voordelen: de hulpverlener krijgt een beeld van de thuissituatie en de klant heeft meer initiatief. Daarnaast kunnen werkgevers ook een belangrijk rol spelen bij vroegsignalering daarom zoeken we ook contact met hen. Financiën Opvolgen van de signalen is een wettelijke taak, er zijn geen middelen vrij gemaakt door het Rijk. De kosten voor het Registratie- en Informatiesysteem bedragen jaarlijks € 13.000. Voor het opvolgen van de signalen en de administratie is extra capaciteit nodig, hierbij gaan we uit van 1fte. De intensiteit, frequentie en type contact, herhaalbezoeken, etc. bepalen de hoogte van het budget. Extra middelen die nodig zijn voor het opvolgen van de signalen en de administratieve last komen neer op een totaal van € 85.000.

4 Curatieve schuldhulpverlening 4.1

Door meer saneringskredieten verstrekken bieden we meer inwoners met schulden eerder schuldenrust en overzicht .

We zien grote voordelen bij het verstrekken van meer saneringskredieten. Het verstrekken van saneringskredieten is een snelle manier van schulden regelen, het biedt rust en overzicht voor mensen met schulden en het is aantrekkelijk voor schuldeisers omdat ze het dossier snel kunnen sluiten. 4.1.1 Borgstelling verlenen aan de KBNL Door een borgstelling af te geven voor het verstrekken van saneringskredieten verwachten we jaarlijks meer saneringskredieten te kunnen verstrekken. Gemiddeld verstrekt KBNL 25 saneringskredieten per jaar en door het afgeven van een borgstelling is de verwachting dat er 55% meer saneringskredieten kunnen worden verstrekt. We streven naar het afsluiten van minimaal 56 saneringskredieten per jaar. In totaal worden dan in 80% van de schuldregelingen een saneringskrediet verstrekt. Door als gemeente borg te staan voor de verstrekte kredieten kan KBNL het risicoprofiel bijstellen en meer “risico” nemen bij het verstrekken van een saneringskrediet. Uiteraard heeft KBNL zich te houden aan eisen die gesteld zijn rondom het verstrekken van kredieten volgens de Wet op het financieel toezicht en de richtlijnen van de NVVK.

Gemeenten kunnen de borgstelling voor saneringskredieten op vier manieren regelen: 4.1.1.1 Individuele borgstelling via KBNL Voor elk saneringskrediet dat wordt aangevraagd, wordt een verzoek aan de gemeente gestuurd om een borgstelling af te geven. Deze werkwijze biedt de gemeente de mogelijkheid om per saneringskrediet een afweging te maken maar is administratief bewerkelijk. Wanneer het risico zich voordoet en de lening niet geint dan wordt het restant van de openstaande lening via de borgstelling bij de gemeente opgevraagd. Afrekening vindt achteraf plaats. Financiën Omdat de verrekening achteraf plaats vindt zijn de kosten per jaar onzeker. Naast de kosten van de borgstelling, moeten er uitvoeringskosten worden berekend, elke aanvraag moet worden beoordeeld. De verwachtte kosten bedragen € 3.000 per jaar. De kosten voor de interne uitvoering zijn hierin niet opgenomen.

4

4.1.1.2 Collectieve borgstelling via KBNL De borgstelling voor het saneringskrediet wordt in de dienstverleningsovereenkomst vastgelegd. Voor alle saneringskredieten wordt hierdoor automatisch door de gemeente borg gestaan. Deze werkwijze zorgt voor tijdswinst in het traject en voor minimale administratieve lasten. Wanneer het risico zich voordoet en de lening niet geint dan wordt het restant van de openstaande lening via de borgstelling bij de gemeente opgevraagd. Afrekening vindt achteraf plaats. Financiën Omdat de verrekening achteraf plaats vindt zijn de kosten per jaar onzeker. De verwachtte kosten bedragen € 3.000 per jaar. De kosten voor de interne uitvoering zijn hierin niet opgenomen. 4.1.1.3 Garantiefonds Schuldsanering van KBNL De borgstelling voor saneringskredieten kan ook afgekocht worden door deelname aan het Garantiefonds Schuldsanering. Voor deelname betaalt de gemeente eenmalig een bedrag per inwoner. Deze werkwijze zorgt voor tijdswinst in het traject en voorkomt administratieve lasten. Omdat de borg direct wordt afgekocht hoeft de gemeente geen bedrag te reserveren voor de afgegeven borgstellingen. Wanneer een saneringskrediet oninbaar blijkt wordt het restant van het saneringskrediet ten laste van het garantiefonds gebracht. De kosten voor deelname brengen wij vooraf in rekening.

Het Garantiefonds Schuldsanering is een stichting die 25 jaar geleden is opgericht ter stimulering van de inzet van het saneringskrediet als oplossing voor schulden. Het fonds heeft ongeveer 25 deelnemende gemeenten. Financiën De kosten voor het Garantiefonds van de gemeente bedragen € 0,57 per inwoner en dat komt neer op € 32.000. Als het fonds leeg is wordt er om een nieuwe bijdrage gevraagd. De kans hierop is zeer klein, omdat dit in de afgelopen 25 jaar niet is voorgekomen. 4.1.1.4 Landelijk Waarborgfonds De Sociale Banken Nederland werken momenteel aan een landelijk waarborgfonds, zodat elke gemeente hun inwoners kan helpen met een saneringskrediet. Het landelijk waarborgfonds is toegankelijk voor iedere gemeente. Voor deelname aan het waarborgfonds zullen kosten verbonden zijn. Momenteel is nog niet bekend wat deze bedragen. De werkgroep van de Sociale Banken Nederland is momenteel bezig om de voorwaarde voor deelname aan het fonds vorm te geven. Na Q2 2021 zal hierover meer bekend over moeten zijn. Financiën De verwachtte kosten voor het Landelijke Waarborgfonds zullen naar waarschijnlijkheid minder bedragen dan € 32.000. Na Q2 zal hierover meer bekend over moeten zijn.

4.1.1.5

Schuldeisers meer aflossing bieden door de afloscapaciteit van de schuldenaar met € 1.000 te vergroten (Opplusvariant). Er bestaat een mogelijkheid om de afloscapaciteit van de schuldenaar te vergroten, hiermee wordt beoogd schuldeisers over de streep te trekken om deel te nemen aan een saneringstraject. Bij deze optie verhoogt de gemeente dan de afloscapaciteit van de schuldenaar. De schuldeisers ontvangen dan tot een maximum van € 1.000 meer terug. Voor de schuldenaar verandert er niets, die betaalt de maandelijkse aflossing aan de KBNL. Effect regeling De schuldeiser(s) ontvangen gezamenlijk € 1.000 meer. De gemeente investeert per saneringstraject € 1.000. Voor de schuldenaar verandert er niets.

5

Financiën Omdat er geen ervaringscijfers bekend zijn is het voorstel te starten met een pilot. In deze pilot worden 10 trajecten geselecteerd waarbij de afloscapaciteit van de schuldenaar wordt verhoogd met € 1000. De kosten voor deze pilot met 10 trajecten bedragen € 12.000.

4.2

We willen de doorlooptijden van schuldentrajecten verkorten.

We streven bij schuldhulpverlening naar minimale doorlooptijden. Het besluit of een inwoner in aanmerking komt moet zo snel mogelijk worden genomen. Er zijn een aantal mogelijkheden om de looptijd te verkorten. Hierna volgen enkele opties. 4.2.1 Beslistermijn verkorten De WGS verplicht gemeenten om de termijn te bepalen waarbinnen de gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor schuldhulpverlening in aanmerking komt. Deze termijn mag volgens de wet niet langer zijn dan acht weken. Een kortere beslistermijn vaststellen is wel toegestaan. Financiën Geen extra middelen 4.2.2 Aansluiten bij “Collectief schuldregelen” en “Schuldenknooppunt” Landelijke initiatieven, zoals het Collectief schuldregelen en de doorontwikkeling van het Schuldenknooppunt helpen bij het verkorten van schuldentrajecten. 4.2.2.1 Collectief schuldregelen Collectief Schuldregelen versnelt en vergemakkelijkt het tot stand brengen van minnelijke schuldregelingen. Schuldeisers geven vooraf akkoord op betaalvoorstellen en handelen dossiers collectief af. Dat zorgt voor snellere doorlooptijden en minder rompslomp bij gemeenten en schuldeisers. Daardoor krijgen mensen met schulden sneller perspectief en haken ze minder vaak af. Ruim 80 gemeenten doen al mee waaronder de gemeenten die zijn aangesloten bij Kredietbank Nederland.

4.2.2.2 Schuldenknooppunt Het Schuldenknooppunt is een voorziening dat ervoor zorgt dat alle communicatie tussen gemeenten en schuldeisers via een centraal punt kan verlopen. Er zijn minder handmatige handelingen nodig. Dit maakt schuldregelen sneller en efficiënter en er is minder ruimte voor fouten. Het systeem is veilig en de AVG is geborgd. Als alle schuldeisers en schuldhulpverleners aansluiten op het Schuldenknooppunt is in principe schuldregelen binnen 3 weken mogelijk. Financiën Geen extra middelen 4.2.3 Verkorten schuldsaneringstrajecten Er zijn verschillende mogelijkheden om de looptijd van schuldentrajecten bij sanering te verkorten, we beschrijven er hieronder twee varianten: 4.2.3.1

Looptijd schuldsaneringstraject van 36 maanden verkorten naar 24 maanden waardoor inwoner eerder schuldenvrij is en minder aflossing betaalt. (variant 1) Er is een mogelijkheid om inwoners eerder uit een schuldsaneringstraject te krijgen door het saneringskrediet af te kopen. Dit initiatief loopt vooruit op het voornemen van het kabinet om de looptijd van een schuldentraject van 36 maanden te verkorten naar 24 maanden. Als aan verzoeker een saneringskrediet is verstrekt voor de afkoop van problematische schulden, kan na twee jaar een verzoek tot gedeeltelijke kwijtschelding van dat krediet worden aangevraagd. Na die twee jaar scheldt de gemeente de dan resterende schuld kwijt. De gemeente betaalt dan het resterende bedrag. De kwijtschelding is eenmalig en bedraagt dan bijvoorbeeld ten hoogste 12 maal de afloscapaciteit waarop het krediet is gebaseerd, met een maximum van € 1.000 per verstrekt krediet. De kwijtschelding kan worden verleend als de verzoeker zich

6

heeft gehouden aan de verplichtingen die zijn vastgelegd in het Plan van Aanpak. Zodra het traject goed loopt, scheldt de gemeente tot maximaal € 1.000 van het saneringskrediet kwijt. Effect regeling De investering heeft effect op de looptijd van de regeling waardoor de inwoner eerder schuldenrust ervaart, eerder klaar is met het schuldentraject en minder betaalt aan aflossing. Voor de schuldeiser verandert er niets. De gemeente investeert maximaal € 1.000, dit kan ook minder zijn. Financiën Uitgaande van gemiddeld 56 verstrekte saneringskredieten per jaar zijn de verwachtte kosten € 60.000 per jaar. 4.2.3.2

Door € 1.000 te investeren waardoor inwoner eerder schuldenvrij is en minder aflossing betaalt (variant 2). Een andere variant is het investeren van € 1.000 bij elk saneringskrediet waarmee de laatste maandelijkse aflossingen van de schuldenaar afgekocht wordt. Hiermee wordt de looptijd van het saneringstraject verkort, de hoogte van de afloscapaciteit van de schuldenaar bepaalt hoeveel korter het saneringstraject duurt. Effect regeling De investering heeft effect op de looptijd van de regeling waardoor de inwoner eerder schuldenrust ervaart, eerder klaar is met het schuldentraject en minder betaalt aan aflossing. Voor de schuldeiser verandert er niets. De gemeente investeert per saneringstraject € 1.000. Financiën Uitgaande van gemiddeld 56 verstrekte saneringskredieten per jaar zijn de verwachtte kosten € 60.000 per jaar. Ter illustratie Huidige situatie saneringskrediet looptijd 36 maanden. Martin heeft € 40.000 schuld. Er zijn 20 schuldeisers. Martin kan elke maand € 50 aflossen. Met deze afloscapaciteit is berekend dat de schuldeisers samen € 1.800 ontvangen, met inhouding van rente € 240, ontvangen de schuldeisers € 1.560. Ervan uitgaande dat de schuld evenredig verdeeld is ontvangt elke schuldeiser € 78. De schuldeiser ontvangt dit bedrag direct bij aanvang van het traject, de overige schulden € 38.440 worden kwijtgescholden en dat is € 1.922 per schuldeiser.

Martin betaalt gedurende 36 maanden € 50 aan KBNL. Saneringskrediet looptijd 24 maanden (variant 1). Als Martin zich na 24 maanden aan de voorwaarden heeft gehouden, bijvoorbeeld verplichte deelname aan een budgettraining, dan wordt in het geval van Martin het laatste jaar kwijtgescholden. Martin betaalt elke maand € 50, een heel jaar bedraagt (€ 50 x 12 maanden) € 600. Gemeente Oosterhout betaalt deze € 600 euro aan KBNL. Martin is een jaar eerder schuldenvrij en hoeft de laatste € 600 niet te betalen. Voor de schuldeisers verandert er niets. Laatste maanden aflossingscapaciteit afkopen met € 1.000 (variant 2) De gemeente Oosterhout betaalt € 1.000 om het door Martin te betalen maandelijkse aflossing kwijt te schelden. Martin betaalt elke maand € 50, dat betekent dat (€ 1.000/€ 50= 20) de laatste 20 maanden worden kwijtgescholden. Wij betalen € 1.000 euro aan KBNL. Martin is een jaar en 4 maanden eerder schuldenvrij en hoeft de laatste € 1.000 niet te betalen. Voor de schuldeisers verandert er niets. Afloscapaciteit vergoten met € 1.000 (Opplusvariant) De afloscapaciteit van Martin wordt verhoogd met € 1.000. Er is een afloscapaciteit van € 1800 berekend, dit wordt € 2.800. De schuldeisers ontvangen met inhouding van rente € 240, een bedrag van € 2.560. Elke schuldeiser ontvangt € 128, de overige schulden worden kwijtgescholden, dat is € 1872.

Martin betaalt gedurende 36 maanden € 50 aan de KBNL, voor Martin verandert er niets, de schuldeisers ontvangen elk eenmalig € 50 meer. Figuur 1: Varianten 1&2 en de Opplusvariant weergegeven met een praktijkvoorbeeld.

7

4.3

We intensiveren de nazorg.

We gaan samen met de adviesvangers (ervaringsdeskundige) de nazorg verbeteren. Nazorg vindt plaats binnen een maand na het eindigen van het schuldhulptraject. Het onderwerp nazorg wordt ook besproken in de gesprekken met de bewindvoerders. Financiën Naar aanleiding van de uitkomsten en aanbevelingen zullen er, bijvoorbeeld nazorg arrangementen worden geboden of budgettrainingen à € 4.200 (max 12 deelnemers). De frequentie en type nazorg bepaald de hoogte van het benodigde budget.

5 Doelen en activiteiten Komende beleidsperiode richten wij ons naast de accenten van het beleidsplan ook op andere aanvullende activiteiten, onder andere naar aanleiding van nieuwe taken voortkomend uit de wetswijzigingen. Aan de hand van 5 doelen willen we onze ambities realiseren. 5.1

Doelen 1. Inwoners zijn geïnformeerd over het belang van een gezonde financiële situatie. 2. Preventie en vroegsignalering dragen bij aan het voorkomen van grotere of nieuwe schulden en daarmee samenhangende maatschappelijke problemen. 3. Met voorlichting en educatie dragen wij bij aan het vergroten van financiële zelfredzaamheid. 4. We proberen vroegtijdig in contact te komen met inwoners met beginnende betaalproblemen hiermee voorkomen we dat er (problematische) schulden ontstaan of dat de problemen verergeren. 5. Door de inzet van (curatieve) schuldhulpverlening zijn schulden beheersbaar of opgelost.

5.2

Activiteiten

In een uitvoeringsplan werken we deze activiteiten verder uit en zetten we de activiteiten uit in tijd. We informeren over het belang van het hebben en houden van een gezonde financiële situatie. (preventie) ➢ Bij sommige life events informeren wij onze inwoners proactief. ➢ Hulpverleners hebben ook oog voor de financiële situatie. ➢ We communiceren met een positieve insteek. We helpen bij het voorkomen van (het verergeren van de) schulden of het voorkomen van het maken van nieuwe schulden. (preventie) ➢ We geven voorlichting aan jongeren en financiële educatie op middelbare scholen ➢ We bieden budgetteringscursussen aangericht op financiële zelfredzaamheid ➢ Met ingang van de nieuwe Wet Inburgering worden nieuwkomers de eerste maanden financieel ontzorgd (wettelijke taak). ➢ We willen meer grip krijgen op de in- en uitstroom van het aantal inwoners dat onder schuldenbewind staat. We dragen bij aan het vergroten van financiële zelfredzaamheid. (preventie) ➢ Via vrij toegankelijke voorzieningen bieden we ondersteuning. ➢ We zijn zichtbaar, benaderbaar en herkenbaar in de (kwetsbare) wijken. ➢ We gebruiken in onze informatievoorziening met betrekking tot schuldhulpverlening begrijpelijke taal. ➢ We onderzoeken de mogelijkheden voor het preventief financieel ontzorgen van de kwetsbare doelgroep. We bereiken meer inwoners met beginnende betaalproblemen.

(vroegsignalering) ➢ We volgen meldingen van betalingsachterstanden van onze signaalpartners op. ➢ We maken afspraken met vaste lasten partners. 8

We bieden hulp en ondersteuning bij het beheersbaar maken en oplossen van schulden. (curatieve schuldhulpverlening) ➢ We bieden specialistische instrumenten en producten schuldhulpverlening. ➢ Via een intakegesprek brengen we de hulpvraag en problemen in kaart. ➢ We bieden passende hulp. ➢ We hanteren een integraal sluitende aanpak om uitval en terugval te voorkomen ➢ We bieden nazorg om terugval te voorkomen.

5.3

Resultaten

Bij elke actie zijn resultaten beschreven. Sommige zijn specifiek meetbaar, en andere worden beoordeeld aan de hand van andere criteria. Komend jaar houden we scherp in de gaten of de taken binnen de gestelde formatie effectief en efficiënt uitgevoerd kunnen worden. Om de cijfers te duiden en zinnige uitspraken over de effectiviteit en efficiency van ons beleid te kunnen doen gaan we onze registratie- en meetsystematiek verbeteren.

5.4

Evaluatie

Aan de hand van een jaarlijkse evaluatie volgt een overzichtelijke stand van de schuldhulpverlening. We geven inzicht in de voortgang van de uitvoering en doelrealisatie om waar nodig te kunnen bijsturen. In relatie tot schuldhulpverlening zijn in 2021 veel nieuwe wetten geïntroduceerd. De nieuwe wetgeving brengt nieuwe taken met zich mee. Komend jaar houden we scherp in de gaten of de taken binnen de gestelde formatie effectief en efficiënt uitgevoerd kunnen worden. Indien nodig actualiseren we conform artikel 2 lid 2 van de Wgs dit plan.

5.5

Antwoord op vraag tijdens het debat met de raad op 17 mei over de aansluiting van de hulpverlening op Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)

Er zijn de afgelopen jaren relatief weinig WSNP-verklaringen afgegeven waardoor ook het aantal zittingen laag is. Er komen meer zaken minnelijk rond. Sinds enige tijd gaat KBNL in principe mee naar de zitting, dit heeft erin geresulteerd dat vrijwel alle inwoners worden toegelaten.

6 Beleidsaccenten en keuzes We leggen de lat voor de komende jaren hoog, we willen meer inwoners met (beginnende) schulden bereiken. Dit betekent dat we onze diensten uitbreiden en intensiveren. Tijdens de bijeenkomsten met de raad zijn de verschillende keuzemogelijkheden en beleidsaccenten besproken. De rode draad was het intensiveren van het beleid door meer in te zetten op saneringskrediet, vroegsignalering, preventie en nazorg. Deze ambities zijn in de hoofdstukken hiervoor uiteengezet en zijn vertaald naar drie hoofdscenario’s: Scenario 1: gecombineerde aanpak, inzet op vroegsignalering en preventie Scenario 2: gecombineerde aanpak intensivering op vroegsignalering, preventie aangevuld met deelname Garantiefonds en verkorten looptijd saneringskrediet. Scenario 3: gecombineerde aanpak op alle beleidsaccenten intensief uitgevoerd aangevuld met deelname Garantiefonds en verkorten looptijd saneringskrediet. Er zijn oneindig veel scenario’s denkbaar en de benodigde financiën van de beleidskeuzes worden grotendeels bepaald door frequentie, intensiteit en beschikbare instrumenten. Ook zijn de beschreven argumenten niet allesomvattend. Tabel 1geeft per scenario aan waar de accenten in het beleid liggen.

9

In scenario 3 wordt ook de preventie, die al binnen scenario 2 beoogd wordt, verder versterkt. De intensivering binnen ieder van de scenario’s laat zich als volgt vertalen: Tabel 1: Overzicht beleidsaccenten per scenario

Preventie

Vroegsignalering

Beleidsaccenten Budgettrainingen Workshops/trainingen/voorlichting Hulp aanbod/cursussen ondernemers Nazorgtrajecten Communicatie, verbeteren toegang

Scenario 1 + +

Scenario 2 + +

Scenario 3 ++ +++

+

++

+++

+ +

++ ++

+++ +++

++

++

+

+

+ + +

+ ++ ++

Persoonlijk contact door huisbezoeken en telefonisch

Meer saneringskredieten verstrekken door deelname Curatieve schuldhulpverlening Garantiefonds Kwijtschelden saneringskrediet Productontwikkeling Ontwikkeling Gegevensbeheer/monitoring

+ +

Om onze ambities waar te kunnen maken stellen wij een gecombineerde aanpak voor waarbij intensief wordt ingezet op vroegsignalering en preventie en deelname aan het Garantiefonds en verkorten looptijd van saneringskrediet (scenario II).

6.1

Argumenten en kanttekening scenariokeuze

De beleidsaccenten voor de komende beleidsperiode worden hieronder toegelicht bij een aantal beleidsaccenten worden de overwegingen van de keuzes toegelicht. 6.1.1

Intensivering van preventieactiviteiten draagt bij aan een afname van problematische schulden situaties. Een huishouden met problematische schulden wacht gemiddeld 5 jaar voordat het de schuldhulpverlening inschakelt. Gedurende deze periode loopt de schuldenlast op. Het hebben van problematische schulden veroorzaakt namelijk meer schulden. Door te investeren in preventie bij bepaalde groepen die een verhoogd risico lopen op problematische schulden (zoals jongeren statushouders en ondernemers en mensen die moeite hebben met lezen en schrijven), beogen we op termijn een daling van duurdere, langdurige schuldentrajecten en van gebruik van sociale voorzieningen. We willen de toegang naar schuldhulpverlening verbeteren met als doel dat de toegang makkelijk en vindbaar is. Met communicatiecampagnes en informeren we inwoners. Hierbij betrekken we ervaringsdeskundigen. 6.1.2

Uitbreiding van dienst- en hulpverlening voor ondernemers zorgt voor een afname van problematische schulden. Met de extra middelen organiseren we spreekuren voor ondernemers, investeren we in budgetondersteuning en hulpverlening voor ondernemers. Schuldhulpverlening voor ondernemers vraagt soms meer of andere kennis dan schuldhulpverlening aan particulieren, onder meer omdat bijvoorbeeld ook de levensvatbaarheid van de onderneming moet worden beoordeeld. Met de extra middelen organiseren we spreekuren voor ondernemers, investeren we in budgetondersteuning en hulpverlening voor ondernemers. We zoeken hierbij ook aansluiting bij de ondernemersklankbordgroep. 6.1.3

Uitbreiding van het productaanbod zorgt voor een duurzamer effect op financieel gezond gedrag. Door ons productaanbod uit te breiden met cursussen, voorlichting en trainingen ondersteuning kunnen we een duurzamer gedragsverandering teweegbrengen bij mensen met problematische schulden. Ook zal er worden geïnvesteerd in nieuwe producten zoals een

10

huishoudboekje, nazorg arrangementen en/of budgettrainingen. Dit is belangrijk terugval te voorkomen. 6.1.4 Intensivering vroegsignalering zorgt voor minder problematische (schulden) situaties. Door “vroeg te signaleren’ kan er in de meeste gevallen laagdrempelige en lichtere ondersteuning worden geboden. Hiermee wordt voorkomen dat inwoners een beroep moeten doen op duurdere vormen van hulpverlening. Een belangrijk kenmerk van vroegsignalering is een proactieve aanpak richting inwoners. Inwoners hebben in deze fase vaak nog geen hulpvraag, maar worden wel benaderd om te voorkomen dat er problematische schulden ontstaan. Uit praktijkvoorbeelden blijkt een huisbezoek de beste manier om de klant te bereiken. Dit werkt veel beter dan mensen aanschrijven of opbellen. Naast het grote bereik (50-70%) heeft een huisbezoek (bron: www.kennisbundel.nl) nog meer voordelen: de hulpverlener krijgt een beeld van de thuissituatie en de klant heeft meer initiatief. Daarnaast kunnen werkgevers ook een belangrijk rol spelen bij vroegsignalering daarom zoeken we ook contact met hen. 6.1.4.1 Overweging Inzet professionals vroegsignalering Door te kiezen voor een persoonlijke benadering en onze T-shape professionals in te zetten voor deze huisbezoeken en (telefonische) contacten kunnen we ook problemen op andere leefgebieden sneller registreren.

Bij signalen waarbij er onder de oppervlakte (beginnende) problemen spelen op andere leefgebieden, kan de betreffende medewerker dit bespreken de inwoner. Door inzet van een beroepskracht kunnen we per maand minimaal 50 huishoudens persoonlijk benaderen, hetzij met een huisbezoek of telefonisch. Door een beroepskracht in te zetten zijn we minder afhankelijk van de beschikbaarheid van vrijwilligers. 6.1.5 Meer saneringskredieten zorgt voor rust en overzicht voor mensen met schulden. Het verstrekken van saneringskredieten is een snelle manier van schulden regelen, het biedt rust en overzicht voor mensen met schulden en het is aantrekkelijk voor schuldeisers omdat ze het dossier snel kunnen sluiten. Door een borgstelling te verlenen verwachten we jaarlijks 55% meer saneringskredieten te kunnen verstrekken. Gemiddeld verstrekt KBNL zo’n 18 saneringskredieten per jaar en we streven naar een minimaal 56 saneringskredieten per jaar. In totaal worden dan in 80% van de schuldregelingen een saneringskrediet verstrekt. 6.1.5.1 Overweging deelname Garantiefonds KBNL Er zijn meerdere mogelijkheden om borgstelling af te geven. Dit kan ook via individuele of collectieve borgstelling. Ook kunnen we mogelijk aansluiten bij het Landelijke Waarborgfonds.

Omdat het onvoldoende duidelijk is wanneer het Landelijke Waarborgfonds opgericht wordt bestaat de voorkeur deel te nemen aan Garantiefonds van KBNL, dit zorgt er voor dat we eerder kunnen starten. Het is mogelijk dat het Garantiefonds bij het Waarborgfonds wordt ondergebracht. De opties van individuele en collectieve borgstelling vallen af, omdat dit arbeidsintensiever is en schuldentrajecten daardoor wellicht vertraging oplopen. Bij besluit deel te nemen aan het Garantiefonds zal de procedure voor deelname aan een stichting worden gestart. 6.1.5.2 Overweging Pilot investeren in de afloscapaciteit (Opplusvariant) Aan de hand van een pilot onderzoeken wat de effecten zijn van het “opplussen” van de afloscapaciteit van schuldenaren. Met deze opplusvariant wordt beoogd schuldeisers over de streep te trekken mee te werken aan een saneringskrediettraject. Schuldeisers die twijfelen of niet mee willen werken aan een saneringskrediet kunnen wellicht met dit aanbod alsnog overgehaald worden om mee te werken aan een saneringskrediettraject. Bij deze variant verhoogt de gemeente de afloscapaciteit van de schuldenaar met € 1.000. De schuldeisers ontvangen dan tot een maximum van € 1.000 meer terug. Voor de schuldenaar verandert er niets, die betaalt de maandelijkse aflossing aan de KBNL. De gemeente investeert per saneringstraject € 1.000.

Aan deze variant zitten een aantal haken en ogen, daar zijn we ons van bewust. We starten daarom met een pilot van 10 trajecten waardoor de risico’s beperkt blijven. Er is in den lande nog geen ervaring met deze werkwijze, wij gaan dus pionieren. Op basis van deze pilot kunnen we meten wat de effecten zijn.

11

6.1.6 Inkorten schuldtrajecten zorgt voor rust voor mensen met schulden. We streven bij schuldhulpverlening naar minimale doorlooptijden. Het besluit of een inwoner in aanmerking komt moet zo snel mogelijk worden genomen. Er zijn een aantal mogelijkheden om de looptijd te verkorten. Zoals het verkorten van de wettelijke beslistermijn, deelname aan het “Collectief schuldregelen”, “Schuldenknooppunt” en het verkorten van schuldsaneringstrajecten door hierin te investeren. 6.1.6.1 Overweging verkorten schuldsaneringstraject (variant 1 en 2) Er zijn een aantal mogelijkheden om het schuldsaneringstraject te verkorten (variant 1 en 2). De voorkeur gaat naar de variant waarbij het schuldentraject één jaar wordt verkort (variant 1). Hierdoor is de schuldenaar eerder uit de schulden. Deze variant sluit aan bij het voorstel van het Rijk het schuldentraject terugbrengen van 36 maanden naar 24 maanden. Door deze aanpak duren schuldtrajecten korter en er eerder gestart kan worden met nazorg. Gemeente Oosterhout betaalt binnen het huidige contract met de KBNL geen bemiddelings- of handelingskosten gedurende het saneringstraject, daarom is er geen besparing op de bemiddeling- of handelingskosten. De variant van een standaard investering van € 1.000 heeft in sommige gevallen meer effect op de looptijd, maar is ook duurder.

6.1.6.2 Overweging verkorten looptijd 6 weken De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening verplicht gemeenten om een bij verordening te bepalen termijn op te nemen waarbinnen de gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor schuldhulpverlening in aanmerking komt. Deze termijn mag volgens artikel 4a, derde lid, van de wet niet langer zijn dan acht weken. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt gesteld. Een kortere beslistermijn vaststellen is wel toegestaan. Echter heeft een overschrijding van een in een verordening genoemde beslistermijn als gevolg dat we in gebreke kunnen worden gesteld. Om dat risico zo veel mogelijk af te dekken is het wenselijk de termijn in de verordening zo ruim mogelijk te houden. Wij vragen u in te stemmen met een beslistermijn van zes weken, in plaats van de wettelijke acht weken op de grond van de Awb en vragen u de verordening met deze termijn vast te stellen. 6.1.7 Verbetering van de kwaliteit van dat zorgt voor een effectievere sturing op resultaten. Als gemeente willen we weten of we de dingen goed doen en/of we de goede dingen doen. Daarom is het belangrijk om te monitoren hoe we ervoor staan. Het huidige meetsysteem biedt onvoldoende houvast geeft om te sturen op resultaten.

Om de cijfers te duiden en zinnige uitspraken over de effectiviteit en efficiency van ons beleid te kunnen doen gaan we onze registratie en meetsystematiek verbeteren. Daarnaast zijn er nieuwe resultaten benoemd die nog niet eerder gekwalificeerd of zijn er nieuwe (wettelijke) taken bij gekomen, daarom starten we bij diverse resultaten met een nulmeting.

12

7 Wat mag het kosten? 7.1

Financieel overzicht scenario’s

De keuzes op het gebied van de aangeboden voorzieningen en de organisatie en uitvoering hebben financiële consequenties, de verschillende scenario’s met de financiën zijn in onderstaande tabel uitgewerkt. Tabel 2: Financiën per scenario

Fase

Productomschrijving

Curatieve Specialistische schuldhulpverlening hulpverlening Verkorten looptijd saneringskrediet Totaal Curatieve schuldhulp Vroegsignalering

Totaal ontwikkelkosten Totale kosten per scenario

Scenario 3

Gecombineerde aanpak

Gecombineerde aanpak en deelname waarborgfonds en kwijtschelding

Intensievere aanpak

€

€

325.000 €

325.000

€

60.000 €

60.000

385.000

€

385.000

325.000

€

325.000

€

13.000

€

13.000 €

13.000

€

17.000

€

72.000 €

72.000

€

30.000

€

85.000

€

85.000

€

12.600

€

12.600 €

25.000

€

9.000

€

9.000 €

20.000

€

38.000

€

38.000 €

38.000

€

5.000

€

15.000 €

25.000

Cursussen ondernemers

€

5.000

€

10.000 €

15.000

Nazorg trajecten

€

8.000

€

15.000 €

25.000

Communicatiecampagne

€

2.400

€

7.400 €

10.000

€

80.000

€

107.000

€

158.000

€

10.000

€

10.000 €

15.000

€

10.000

€

10.000

€

15.000

€

445.000

€

587.000

€

643.000

Registratiesysteem Opvolgen signalen & Administratie fte

Cursussen Uitkomen met je inkomen à € 4.200 per cursus 12 deelnemers Overige trainingen/workshops Ondersteuning Budgetcoaches Ondersteuning ondernemers à € 350

Totaal Preventie Ontwikkelkosten

Scenario 2

max. € 1.000 per saneringskrediet

Totaal vroegsignalering

Preventie

Scenario 1

Onderzoek, monitoring, etc.

€

Kosten deelname Garantiefonds KBNL Deelname aan het Garantiefonds zijn “eenmalig” en bedragen € 32.000. De kosten voor het Garantiefonds bedragen € 0,57 per inwoner en dat komt neer op € 32.000. Als het fonds leeg is wordt er om een nieuwe bijdrage gevraagd. De kans hierop is zeer klein, omdat dit in de afgelopen 25 jaar niet is voorgekomen. Bij deelname aan het Garantiefonds worden de kosten betaald uit de middelen van 2021. Kosten pilot Afloscapaciteit verhogen De kosten voor de pilot met 10 trajecten bedragen € 12.000, deze kosten worden betaald uit de middelen van 2021. 13

7.2

Begrotingswijziging

In de huidige begroting is 2022 een bedrag van € 343.000 en vanaf 2023 een bedrag van € 328.000 ev. opgenomen. Intensivering op gebied van preventie en curatie en de extra taken met betrekking tot vroegsignalering hebben als gevolg dat er een actualisatie van de begroting nodig is. Uitgaande van het voorkeursscenario 2 moet de begroting voor de komende jaren vastgesteld worden op € 587.000. De meerjarenraming zal naar boven moeten worden bijgesteld. Tabel 3: Begroting 2022 ev.

Jaar Begroot Scenario II extra middelen Totaal meerjarenraming

7.3

2022 € 343.000 € 244.000 € 587.000

2023 € 328.000 € 259.000 € 587.000

2024 € 328.000 € 259.000 € 587.000

Financieel risico

Iedereen kan met schulden te maken krijgen, bijvoorbeeld door werkloosheid of een echtscheiding. In tijden van laagconjunctuur kan het beroep op schuldhulpverlening toenemen en omdat in de wet termijnen voor wacht- en doorlooptijden zijn vastgelegd zal men wellicht het aantal beschikbare uren voor schuldhulpverlening moeten verruimen. Daarnaast bevinden wij ons in een financiële onzekere tijd. Als het slechtste voorspellingsscenario een feit wordt waarbij men uitgaat van een verdubbeling zal het budget wat nu berekend is voor curatieve schuldhulpverlening niet toereikend zijn. Het is niet mogelijk om tegen het einde van het jaar schuldenaars bij curatieve schuldhulpverlening te weigeren omdat het budget op is. De daadwerkelijke uitgaven per jaar kunnen fluctueren en hangen grotendeels af van het totaal aantal aanmeldingen schuldhulpverlening. Er is sprake van een openeinderegeling, iedereen die in aanmerking komt voor schuldhulpverlening wordt door de gemeente geholpen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=826fce47-bdcb-4c81-8b12-95d220d8526c