bijlage 1.1 Reactienota VOBP
Tekst van het document
REACTIENOTA INSPRAAK EN VOOROVERLEG VOORONTWERPBESTEMMINGSPLAN “BEDRIJVENTERREIN OOSTERHOUT 2022”.
Inhoud 1. Aanleiding ............................................................................................................................ 2 2. Omgevingsdialoog .............................................................................................................. 2 3. Inspraak en vooroverleg ..................................................................................................... 2 4. Ingekomen inspraakreacties en vooroverlegreacties ..................................................... 2 4.1. Inleiding .......................................................................................................................... 2 4.2. Lijst indieners inspraakreacties en vooroverlegreacties ................................................ 2 4.3. Samenvatting inspraakreacties/ vooroverlegreacties en gemeentelijke reactie ............ 3 4.3.1. Brabantse Delta ........................................................................................................ 3 4.3.2. Rijkswaterstaat ......................................................................................................... 3 4.3.3. Gasunie .................................................................................................................... 3 4.3.4. Regionale brandweer ............................................................................................... 4 4.3.5.
Provincie Noord-Brabant .......................................................................................... 4 4.3.6. Reclamant 1 ............................................................................................................. 4 4.3.7. Reclamant 2 ............................................................................................................. 5 4.3.8. Reclamant 3 ............................................................................................................. 5 4.3.9. Reclamant 4 ............................................................................................................. 6 4.3.10. Reclamant 5 ........................................................................................................... 8 5. Planaanpassingen naar aanleiding van ingediende inspraakreacties en vooroverlegreacties .............................................................................................................. 10 6. Ambtshalve wijzigingen .................................................................................................... 12
BIJLAGEN: 1. Geanonimiseerde vooroverleg- en inspraakreacties (bij de wettelijke vooroverleg partners zijn sec de persoonlijke gegevens geanonimiseerd); 2. NAW-gegevens reclamanten (vertrouwelijk in verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming - en daarmee niet toegevoegd aan deze openbare versie).
Gemeente Oosterhout 11 oktober 2022
1. Aanleiding Ter voorbereiding op de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding 1 januari 2023) en in het kader van een verbeterde dienstverlening worden alle bestemmingsplannen in de gemeente Oosterhout geactualiseerd. In het kader van deze actualisatieronde zijn de bestemmingsplannen die gelden op de diverse bedrijventerreinen geactualiseerd en is het voorontwerpbestemmingsplan “Bedrijventerreinen 2022” ter inzage gelegd. Dit voorontwerpbestemmingsplan omvat de bedrijventerreinen Weststad 1, 2 en 3, Statendam, Vijf Eiken en Everdenberg (Oost). Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Dit houdt in dat het bestemmingsplan niet voorziet in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij het toekennen van de bestemmingen is dan ook uitgegaan van de huidige (legale) situatie en planologische mogelijkheden. Waarbij omissies, wijziging in rijksbeleid en voortschrijdend inzicht in de wijze van regelen zijn verwerkt zonder daarbij de rechten aan te tasten of gevolgen te hebben voor het woon- en leefklimaat. 2. Omgevingsdialoog Het bestemmingsplan voorziet niet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Conform de Oosterhoutse richtlijnen, is er dan ook geen omgevingsdialoog gevoerd. Wel is de start van de procedure van de actualisatie aangekondigd en toegelicht bij de Oosterhoutse bedrijvenverenigingen. 3.
Inspraak en vooroverleg In het kader van de inspraakverordening heeft het voorontwerp van dit bestemmingsplan van donderdag 23 juni 2022 tot en met woensdag 20 juli 2022 ter inzage gelegen. Publicatie hiervan heeft plaatsgevonden op 22 juni 2022 in het huis-aan-huis weekblad “Oosterhout” en op de gemeentelijke website. Gedurende de termijn van ter inzagelegging bestond de gelegenheid om schriftelijk en mondeling op het plan te reageren door de indiening van een inspraakreactie. Van deze gelegenheid is tijdig gebruik gemaakt door 4 instanties c.q. personen. Ondanks dat 1 inspraakreactie (reclamant 5) is ingediend ruim buiten de termijn van ter inzage legging (19 augustus 2022) en daarmee formeel niet ontvankelijk is, is deze in bijgaande reactienota wel samengevat en voorzien van een conceptreactie. Parallel aan de terinzagelegging heeft het wettelijk vooroverleg plaats gevonden. Dit heeft geleid tot 5 vooroverlegreacties. Deze reactienota zal ter kennisname worden gedeeld met de gemeenteraad. 4. Ingekomen inspraakreacties en vooroverlegreacties 4.1. Inleiding De ingekomen inspraakreacties en vooroverlegreacties zijn hieronder samengevat en voorzien van een reactie van de gemeente. Opgemerkt wordt dat, hoewel de inspraakreacties samengevat worden weergegeven, een integrale beoordeling heeft plaatsgevonden. 4.2.
Lijst indieners inspraakreacties en vooroverlegreacties In verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) worden de persoonsgegevens van de indieners van zienswijzen uitsluitend weergegeven in de vertrouwelijke bijlage 1. “NAW-gegevens reclamanten”. Deze persoonsgegevens worden niet
openbaar gemaakt. Voor de inhoud van dit verslag wordt volstaan met de nummers welke aan de brieven zijn toegekend. Omdat de vooroverlegreacties niet op persoonlijke titel zijn gesteld, kan (zonder strijd met de AVG) de bijbehorende instantie worden benoemd. Reclamant/ instantie Brabantse Delta Rijkswaterstaat Gasunie Regionale brandweer Provincie Noord-Brabant Reclamant 1 Reclamant 2 Reclamant 3 Reclamant 4 Reclamant 5
Datum ontvangst 8 juli 2022 11 juli 2022 14 juli 2022 14 juli 2022 27 juli 2022 23 juni 2022 7 juli 2022 11 juli 2022 19 juli 2022 19 augustus 2022
4.3. Samenvatting inspraakreacties/ vooroverlegreacties en gemeentelijke reactie 4.3.1. Brabantse Delta Vooroverlegreactie a. Verzocht wordt in de toelichting te verwijzen naar het meest actuele beleid. Hiertoe wordt een tekstuele suggestie gedaan. Voor het overige wordt een positief wateradvies afgegeven.
Reactie gemeente a. De tekstuele suggestie zal worden overgenomen.
4.3.2. Rijkswaterstaat Vooroverlegreactie a. Het voorontwerp geeft geen aanleiding tot het maken van (formele) opmerkingen. Deze gemaakte opmerkingen zijn informatief en mogen buiten de procedure worden gelaten.
Reactie gemeente a. Wordt voor kennisgeving aangenomen.
4.3.3. Gasunie Vooroverlegreactie a. Binnen het plangebied is een gasontvangststation gelegen. Verzocht wordt de veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit (artikel 3.12, 6e lid) op te nemen.
Reactie gemeente a. Het opnemen van plaatsgebonden risicocontouren is niet verplicht, ook is daartoe geen aanleiding omdat er geen kwetsbare objecten zijn gelegen binnen de toets-afstanden. Ook biedt het bestemmingsplan daartoe geen mogelijkheden. Op het moment dat er sprake is van toevoeging van een kwetsbaar object, zal dit een buitenplanse procedure zijn, waarbij aan alle relevante wet- en regelgeving zal worden getoetst, waaronder het aangehaalde.
b. Verzocht wordt artikel 21 aan te passen zodat
b. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen
deze voldoet aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Hiertoe wordt een voorstel gedaan.
is bepaald dat een buisleiding inclusief belemmeringenstrook op de verbeelding is weergegeven. En de regeling die daaraan wordt gekoppeld is voorzien van een vergunningstelsel voor (bouw)werken of werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de buisleiding. Het bestemmingsplan voldoet aan deze eisen, zowel qua verbeelding als qua regels.
4.3.4. Regionale brandweer Vooroverlegreactie a. Geen (inhoudelijke) opmerkingen. b. Los van de procedure wordt gevraagd de brandweer te betrekken bij de nadere uitwerking van Everdenberg Oost.
Reactie gemeente a. Wordt voor kennisgeving aangenomen. b. Is doorgegeven aan de projectleider belast met de nadere uitwerking.
4.3.5. Provincie Noord-Brabant Vooroverlegreactie a. Verzocht wordt het bestemminsplan aan te passen aan de richtlijnen en afspraken die gesteld zijn in de regionale samenwerking voor werklocaties.
b. In artikel 1 Begrippen, staan definities die niet voorkomen in de regeling. Kan u uitleggen waarom dit is.
Reactie gemeente a. De gemaakte afspraken hebben betrekking op nieuwe ontwikkelingen en zijn niet van invloed op bestaande rechten. Het bestemmingsplan kent geen nieuwe rechten toe. Daarmee zijn deze afspraken niet relevant. Conform de gemaakte afspraken naar aanleiding van een telefonisch overleg (d.d. 4 augustus 2022) zal in de toelichting een passage worden gewijd aan de regionale afspraken en hoe deze zich verhouden tot dit bestemmingsplan. b. Hier zijn we mee bekend. Reden is dat dit bestemmingsplan (net als de overige actualisaties in Oosterhout) een opmaat is naar één omgevingsplan, waarin alle definities sowieso zullen voorkomen. Er werd dan ook geen reden gezien om de definities (allen afkomstig uit het handboek Omgevingsplan) te screenen op relevantie. Gezien de wens van provincie zal dit alsnog worden gedaan en irrelevante definities worden verwijderd.
4.3.6. Reclamant 1 Inspraakreactie a. In de toelichting onder paragraaf 2.3.2 staat voor Everdenberg-Oost beschreven dat er een groene rand aan de oostzijde komt. Er staat niets beschreven over de door de Provincie opgelegde plicht om aan de westzijde een groenstrook in te richten ten gunste van de migratie van de wezel.
Reactie gemeente a. De tekst zal op dit punt worden aangepast.
4.3.7. Reclamant 2 Inspraakreactie a. Vanwege het woon- en leefklimaat heeft reclamant bezwaren tegen de reeds gerealiseerde windmolens op Weststad medio 2009. Reclamant geeft aan te zijner tijd niet meegenomen te zijn bij de realisatie hiervan en is van mening dat er vanuit een goede ruimtelijke ordening te weinig is gekeken naar een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (gezondheidseffecten) ter plaatse van de woonwagens aan de Statendamweg. Onder verwijzing naar een uitspraak van het Europese Hof van Justitie (Nevele-arrest) wordt verzocht de windmolens op een acceptabele en veilige afstand van de woonwagens te plaatsen. b. Mondeling is ingebracht dat er ter plaatse 3 standplaatsen voor woonwagens zijn toegestaan, als onderdeel van een bedrijfsmatige activiteit (opslag van kermismateriaal). Terwijl het bestemmingsplan slechts 1 bedrijfswoning mogelijk maakt.
Reactie gemeente a. De windmolens zijn indertijd tot stand gekomen volgens een wettelijke procedure waarbij alle toenmalige regels, jurisprudentie en inzichten zijn verwerkt. Dit zijn dan ook legaal verkregen rechten die niet via dit bestemmingsplan kunnen worden weggenomen. De uitspraak waarnaar wordt verwezen heeft geen betrekking op bestaande rechten, zoals de onderhavige.
b. In het kader van een verplaatsing van standplaatsen van de Dukaatstraat naar de Statendamweg zijn er in de jaren negentig tussen de ouders van de reclamant en de gemeente afspraken gemaakt. Uit documentatie behorende bij deze afspraken blijkt dat er ter plaatse van de Statendamweg sprake zou zijn van 3 standplaatsen. Daarnaast is ook feitelijk geconstateerd dat deze alle 3 in gebruik zijn. Deze rechten zijn toentertijd legaal verkregen, vallen onder het overgangsrecht en worden dan ook positief bestemd. Vanwege de ligging op het bedrijventerrein, het contract en gezien het feitelijke gebruik, zal ter plaatse de mogelijkheid van de 3 standplaatsen worden gekoppeld aan het gebruik als bedrijfswoning, behorende bij het bedrijfsperceel waarvan deze standplaatsen onderdeel uitmaken.
4.3.8. Reclamant 3 Inspraakreactie a. Ter bescherming van het bedrijfsbelang (welke een geuremissie kent) wordt gevraagd in het plan beperkingen op te nemen voor geurgevoelige objecten.
b. Gevraagd wordt in de directe omgeving, ook buiten Weststad, kritisch te zijn ten aanzien van ontwikkelingen die een inbreuk hebben op het bedrijfsbelang van Weststad.
Reactie gemeente a. Het plan gaat uit van bestaande rechten. Met het plan worden geen nieuwe geurgevoelige objecten of terreinen toegestaan of (indirect) mogelijk gemaakt. Dit plan pleegt dan ook geen inbreuk op bestaande geurrechten en noodzaakt daarmee niet tot een nadere regeling. b. Het onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. En heeft daarmee ook geen effecten op eventuele bedrijfsbelangen. Ten aanzien van ontwikkelingen buiten dit plangebied geldt dat nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan het bedrijfsbelang van omliggende functies,
c.
Gevraagd wordt hoe dit plan zich verhoudt tot de Omgevingswet. Denk aan het aanpassen van de definities.
d. Ondanks het consoliderende karakter worden er met dit bestemmingsplan enkele correcties doorgevoerd voor het aspect industrielawaai. Gevraagd wordt nader te motiveren dat deze correcties geen nadelig effect hebben op de bestaande rechten van bedrijven.
waaronder de bedrijven op Weststad. Het bestemmingsplan wordt na inwerkingtreding van de Omgevingswet (op basis van het overgangsrecht) van rechtswege een Omgevingsplan. Er is geen noodzaak om in dit bestemmingsplan daartoe de definities aan te passen. d. Er is een geluidsonderzoek beschikbaar waaruit blijkt dat er geen inbreuk zal worden gemaakt op de bestaande rechten van reclamant en andere bedrijven. De belangrijkste correcties zijn het herstellen van de geluidzone rond industrieterrein Weststad III en Weststad-Statendam en het herstellen van de aanwijzing van enkele gronden van een betonbedrijf als onderdeel van het industrieterrein Weststad-Statendam. Daardoor worden onbedoelde beperkingen weggenomen. Dit geluidonderzoek zal als bijlage 2a en 2b bij het ontwerpplan worden gevoegd. c.
4.3.9. Reclamant 4 Inspraakreactie a. Het vigerend plan laat ter plaatse van de locatie Vaartweg 16 (kadastraal bekend sectie R, perceelnummers 9222, 9223, 9224 en 9568) bedrijven toe tot en met categorie 4. In de bijbehorende staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage bij het bestemmingsplan) is een groothandel in hout- en bouwmaterialen aangewezen als categorie 2. Daarnaast maakt het vigerende bestemmingsplan geen onderscheidt in detailhandel en detailhandel in volumineuze goederen zoals een bouwmarkt. Het nieuwe bestemmingsplan maakt dat onderscheidt wel, zonder dat deze definitie terugkomt in de nieuwe regeling. Op basis van vorenstaande is een bouwmarkt ter plaatse toegestaan in het vigerende plan. En moet dat recht eenduidig tot uiting komen in het nieuwe plan door het benoemen dat ter plaatse detailhandel en detailhandel in volumineuze goederen is toegestaan.
Reactie gemeente a. Het vigerend bestemmingsplan laat (ex art 3.1) ter plaatse verschillende bedrijfsactiviteiten toe, met daarbij een expliciete uitzondering voor zelfstandige kantoren, detailhandelsbedrijven, leisure-, sport- en recreatiebedrijven en autodemontage bedrijven. Daarnaast spreekt de staat van bedrijfsactiviteiten over een groothandel en niet over detailhandel. Een bouwmarkt is detailhandel, geen groothandel. Een bouwmarkt is daarmee op basis van artikel 3.1 en de staat van bedrijfsactiviteiten niet toegestaan. Ook ingeval de mening is toebedeeld dat deze wel is toegestaan ingevolge de lijst van bedrijfsactiviteiten, dan maakt de redactie van artikel 3.1 dat detailhandel per definitie is uitgesloten. Qua definities moet worden geconstateerd dat detailhandel in het vigerende en het voorontwerpbestemmingsplan dusdanig is gedefinieerd dat deze ook volumineuze detailhandel omvat. Daarmee is ingevolge het vigerende bestemmingsplan (en het voorontwerp bestemmingsplan) een dergelijke functie ter plaatse niet toegestaan. En wordt er geen reden gezien dit in het nieuwe bestemmingsplan wel mogelijk te maken. Ten aanzien van de opmerking over de definities,
b. In artikel 10.1 wordt abusievelijk gesproken over “gemengd-1” in plaats van “gemengdleisurecentrum”. c. De vigerende bestemming maakt ter plaatse van Statendamweg 65 (kadastraal bekend sectie R, perceelnummers 8718 en 8719) een supermarkt mogelijk, de regeling in het voorontwerpbestemmingsplan niet. Verzocht wordt dit aub alsnog mogelijk te maken, conform, het vigerend recht. Voort is de verbeelding van het vigerende plan niet gelijk aan die van het voorontwerpbestemmingsplan, zo omvat een klein deel strookje aan de noordkant eerder niet deze aanduiding.
d. Gevraagd wordt de bestemming ruimer te formuleren, zodat naast een supermarkt ook een bouwmarkt mogelijk is.
die niet in beiden plannen terug zouden komen, het volgende: beide plannen bevatten een definitie voor detailhandel en een definitie voor detailhandel in volumineuze goederen. Waarbij de term detailhandel in volumineuze goederen in beide bestemmingsplannen niet terugkomt in de regels die gelden voor deze locatie. Deze constatering van reclamant wordt dan ook niet gedeeld. b. Genoemde verschrijving wordt bij het ontwerpbestemmingsplan aangepast. c.
Uitgangspunt is dat bestaande rechten gelijk blijven, naar aanleiding van de zienswijze is geconstateerd dat op de verbeelding: - de maximum bebouwingspercentage van 60%, geldend voor het gehele bestemmingsvlak ontbreekt; - de bouwaanduiding “specifieke bouwaanduiding – reclamemast” ontbreekt; - de begrenzing van de functieaanduiding “detailhandel” en “parkeergage” afwijkt van de vigerende begrenzing; - de maatvoeringsaanduiding “maatvoering maximum bouwhoogte: 11,5 meter” ontbreekt.
Daarnaast is in de vigerende regeling (ex artikel 3.1.c) aangegeven dat de functieaanduiding “detailhandel”, detailhandel in de vorm van één supermarkt betreft. In het ontwerp zullen deze aspecten dusdanig worden aangepast, dat de huidige onherroepelijke rechten worden overgenomen. Gezien de systematiek van het nieuwe bestemmingsplan en om geen rechten aan te tasten, zal de functieaanduiding detailhandel ter plaatse op de verbeelding worden vervangen door de functieaanduiding “supermarkt (su)”. De regels die aan deze functieaanduiding gekoppeld zijn, staan al reeds in het voorontwerpbestemmingsplan Bedrijventerreinen 2022 en zijn gelijk aan de vigerende regels op deze locatie. d. De onderhavige herziening, betreft een actualisatie met een sterk consoliderend karakter. De herziening is primair ter voorbereiding op de Omgevingswet, zodat we gemeentebreed beschikken over een goede planologische basis. Nieuwe ontwikkelingen maken geen onderdeel uit van deze procedure. Volledigheidshalve wordt er
melding van gemaakt dat nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder het gemeentelijk detailhandelsbeleid. In de Detailhandelsvisie Oosterhout (pagina 11) is aangegeven dat nieuwe en bestaande bouwmarkten zich moeten (her)vestigen op of direct aansluitend aan woonboulevard De Meerstoel. Onderhavige locatie maakt hier geen onderdeel van uit en is ook niet aansluitend gelegen. 4.3.10. Reclamant 5 Inspraakreactie a. Artikel 3.1 en 3.6.1 zijn moeilijk leesbaar door de gehanteerde bladspiegel en de onjuiste nummering van de verschillende onderdelen.
b. In artikel 3.5.2, onder b, is het woord “niet” weggevallen.
c.
Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding zone representatieve front 1, aangrenzend aan de A59 op bedrijventerrein Weststad, zijn bedrijven toegestaan in de milieucategorieën 3.1 en 3.2. Verzoek is om hier ook milieucategorie 1 en 2 toe te staan.
d. Verzocht wordt om binnen voornoemd gebied (specifieke bouwaanduiding - zone representatieve front 1, langs de A59) het mogelijk te maken voorzieningen voor de opslag van waterstof mogelijk te maken, ten dienste van het reeds aanwezige
Reactie gemeente a. Dit is een bekend (software) probleem, wat bij meerdere bestemmingen/ artikelen voorkomt. Bij het ontwerpbestemmingsplan zal (nogmaals) worden geprobeerd dit aan te passen. b. In het kader van externe veiligheid mag een kantoorfunctie niet meer bedragen dan 1.500 m² vloeroppervlakte. Indien een kantoorfunctie groter is dan 1.500 m², dan moet deze bouwkundig worden gescheiden. Het genoemde artikel ziet toe op vorenstaande. Gezien de inspraakreactie zal het artikel op dit punt worden verduidelijkt. c. De onderhavige herziening, betreft een actualisatie met een sterk consoliderend karakter. De herziening is primair ter voorbereiding op de Omgevingswet, zodat we gemeentebreed beschikken over een goede planologische basis. Nieuwe ontwikkelingen maken geen onderdeel uit van deze procedure. Volledigheidshalve wordt er melding van gemaakt dat reclamant ten alle tijden gebruik kan maken van de zogenaamde kruimelregeling. Deze maakt het mogelijk om via een omgevingsvergunning, in bestaande gebouwen een afwijkend gebruik toe te staan. Een eventuele aanvraag hiertoe wordt getoetst aan het voldoen aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder het gemeentelijk beleid. Niet op voorhand is uit te sluiten of een dergelijk verzoek wel of niet wordt gehonoreerd. d. Het bestemmingsplan sluit dergelijke voorzieningen niet uit.
De nadere regulering vindt plaats via het milieuspoor.
brandstofverkooppunt. e. De voorheen aanwezige kinderdagopvang is wegbestemd. Verzoek is deze bestemming weer terug te plaatsen. Andere optie is om conform een verleende vergunning (d.d. 2 februari 2016) ter plaatse een horecavoorziening mogelijk te maken en daarmee geen beperking op te nemen dat deze maximaal horeca-categorie 2 mag bedragen.
e. Gezien de specifieke milieusituatie (o.a. externe veiligheid geluid en luchtkwaliteit) gaat de voorkeur uit naar een horeca-functie, zoals deze op 2 februari 2016 is verleend. De verleende vergunning betreft een restaurant met een vergaderfaciliteit. Dit blijkt mede uit de tekeningen die integraal onderdeel uitmaken van de verleende vergunning, de overweging die is opgenomen in deze vergunning en als basis dient voor het van het bestemmingsplan afwijkende gebruik. Deze overweging luidt als volgt: “Het gaat om een (qua oppervlakte) beperkte restaurantvoorziening met vergaderfaciliteit, die recht doet aan de vormgeving van het facilitypoint zoals dat daar destijds is ingericht voor de medewerkers van de bedrijven die op het betreffende totale bedrijventerrein zijn gevestigd en geen concurrentie geeft ten opzichte van de horeca in het centrum.” Gezien de systematiek van het bestemmingsplan is horeca-categorie 1 een passende bestemming, die recht doet aan de verleende vergunning. Het in afwijking van de Omgevingsvergunning oprekken van de mogelijkheden naar alle vormen van horeca doet geen recht aan deze verleende vergunning. Ook worden daarmee ter plaatse functies (zoals een disco) mogelijk gemaakt die ter plaatse ongewenst zijn. Artikel 3.1, lid s, sub 1 zal dusdanig worden aangepast, dat er ter plaatse horeca-categorie 1 is toegestaan.
5. Planaanpassingen naar aanleiding van ingediende inspraakreacties en vooroverlegreacties De ingediende inspraakreacties en vooroverlegreacties geven aanleiding om de volgende wijzigingen door te voeren in het voorontwerp bestemmingsplan: 1. Paragraaf 4.3.1 (Beleid waterschap Brabantse delta) wordt als volgt aangepast: “De doelstellingen en ambities van het waterschap zijn opgenomen in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Het bestuur geeft in dit programma de koers aan voor de komende zes jaar. In het Waterbeheerprogramma staan de volgende kerntaken van het waterschap centraal: (1) Zorgen voor voldoende en schoon water voor natuur en landbouw; (2) bescherming tegen overstromingen en (3) het zuiveren van afvalwater. In Waterbeheerprogramma is aangegeven dat het waterschap aan een beter watersysteem werkt, voor mensen en voor flora en fauna. Het watersysteem moet robuuster worden: veiliger, minder kwetsbaar voor regenval en droogte, schoner, natuurlijker en beter toegankelijk voor recreanten. Deze thema’s pakt het waterschap in samenhang aan, omdat een integrale aanpak meerwaarde oplevert voor het resultaat.” 2.
Op pagina 28, onder “toetsing bestemmingsplan” wordt de volgende zin toegevoegd: “Logischerwijs zullen nieuwe ontwikkelingen (lees; afwijking van de bestaande rechten, zoals opgenomen in dit bestemmingsplan) worden getoetst aan de Interim omgevingsverordening en de daarbij gemaakte regionale afspraken voor Detailhandel (2017), kantoren (2017) en bedrijventerreinen (2021) en mogelijke toekomstige actualisaties daarvan of aanvullingen daarop.” 3. De volgende definities uit artikel 1 “begrippen” worden verwijderd: 1.4 aanduidingsgrens, 1.7 achtererfgebied, 1.8 achtergevellijn, 1.15 avondperiode, 1.25 bestemmingsgrens, 1.28 blinde gevel, 1.29 boringsvrije zone, 1.31 bouwgrens, 1.33 bouwmarkt, 1.38 cultuur en ontspanning, 1.44 detailhandel, grootschalig, 1.45 detailhandel in meubelen en woninginrichting, 1.46 detailhandel in volumineuze goederen, 1.59 geluidgevoelige ruimte, 1.63 gestapelde woning, 1.68 glastuinbouwbedrijf, 1.70 grondgebonden veehouderij, 1.71 grondgebonden woning, 1.72 grondwaterbeschermingsgebied, 1.92 kap, 1.93 kas, 1.94 kegelschip, 1.96 kritische depositiewaarde, 1.104 maatvoeringsvlak, 1.109 nachtperiode, 1.110 natura 2000 gebied, 1.115 onderbouw, 1.121 overig nietgrondgebonden bedrijf, 1.123 paardenbak, 1.124 patiowoning, 130 productiegebonden detailhandel, 1.135 relevant hexagoon, 1.138 scheidingslijn, 1.140 schooldag, 1.145 stikstofdepositie, 1.146
stikstofemissie, 1.149 teeltondersteunende kassen, 1.152 tunnelof boog(kas), 1.162 voorkeursgrenswaarde, 1.167 waterwingebied, 1.172 woningsplitsing, 1.173 woonunit, 1.178 zorgwonen en 1.179 zorgwoning. 4. Na de 1e zin in paragraaf 2.3.2, wordt de volgende zin toegevoegd: “Voor de groenstrook aan de westzijde geldt een door de Provincie opgelegde plicht deze in te richten ten gunste van de migratie van de wezel.” 5. Aan het perceel Statendamweg 123, 123a en 123b (kadastraal bekend, sectie C , perceelnummer 4079) zal op de verbeelding de aanduiding ‘woonwagenstandplaats’ (wp) worden opgenomen, met als maximum 3 wooneenheden, een maximale bouwhoogte van 4,5 meter en een maximale oppervlakte van 185 m² per wooneenheid. 6. Lid r. van artikel 3.1 zal als volgt worden aangepast: “wonen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' (bw) en de aanduiding ‘woonwagenstandplaats’ (wp), voor zover dit de huisvesting betreft van (het huishouden van) een persoon die op dat bedrijf of die instelling werkzaam is, al dan niet toezicht houdt, en ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ (w)”. Onder artikel 3.2 bouwregels zal artikel 3.2.6 “Woonwagens en bijbehorende bouwwerken bij woonwagens” worden toegevoegd, met de volgende regeling: “Woonwagens zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' (wp), waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn:
a) het aantal standplaatsen per aanduidingsvlak mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de maatvoering-aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; b) de oppervlakte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan is aangeven ter plaatse van de maatvoering-aanduiding 'maximum oppervlakte (m²)'; c) de bouwhoogte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de maatvoering-aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)’; d) de afstand tussen woonwagens onderling mag niet minder bedragen dan 2 m.; e) per woonwagen is maximaal één bijgebouw toegestaan onder de volgende voorwaarden: o De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m²; o De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m.” Lid e van artikel 3.5.1 “strijdig gebruik” wordt als volgt aangepast: “wonen, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ (bw) en de aanduiding ‘woonwagenstandplaats’ (wp), voor zover het de huisvesting betreft van (het huishouden van) een persoon die op dat bedrijf of die instelling werkzaam is, al dan niet toezicht houdt, en ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ (w).” 7. De geluidsonderzoeken die in het kader van het aspect industrielawaai zijn uitgevoerd zullen als bijlage 2a en 2b worden toegevoegd. Op pagina 47, onder “Toetsing bestemmingsplan” zal hiervan melding worden gemaakt.
De eerste zin onder dit kopje zal dan ook als volgt worden aangepast: “Met het bestemmingsplan worden enkele correcties doorgevoerd voor het aspect industrielawaai. Deze correcties (zie bijlage 2a en bijlage 2b) hebben geen gevolgen voor het woon- en leefklimaat en leveren geen belemmering op voor bedrijven. Tevens is er een Besluit hogere waarden Wet geluidhinder benodigd voor enkele woningen aan de Vaartweg. Deze woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van het industrieterrein Weststad-Statendam. Het besluit is genomen om de huidige, legaal ontstane situatie op een juridisch juiste wijze vast te leggen. Het besluit heeft dan ook geen gevolgen voor het ontwikkelingsperspectief van de omliggende bedrijven of het woon- en het leefklimaat van de woningen.” 8. Artikel 10.1 wordt als volgt aangepast: “De voor Gemengd – leisurecentrum aangewezen gronden zijn bestemd voor”. 9.
Op het perceel Statendamweg 65 (kadastraal bekend sectie R, perceelnummers 8718 en 8719) zullen op de verbeelding de volgende aanpassingen worden verricht: - Voor het gehele bestemmingsvlak wordt (conform het vigerende plan) de aanduiding “maatvoering maximum bebouwingspercentage terrein: 60%” opgenomen; - De bouwaanduiding “specifieke bouwaanduiding – reclamemast” wordt (conform het vigerende plan) toegevoegd op het voorste deel; - De begrenzing van de aanduiding “detailhandel” en “parkeergarage” wordt conform het vigerende plan aangepast; - De aanduiding “detailhandel” wordt vervangen door de aanduiding “supermarkt (su)”; - Er wordt (conform vigerend plan) op het achterste deel van het bouwvlak een vlak toegevoegd met de aanduiding “maatvoering maximum bouwhoogte: 11,5 meter”. 10. De regels worden (nogmaals) nagelopen op lay-out (bladspiegeling, nummering, et cetera). 11. Artikel 3.5.2 wordt als volgt aangepast: a. Bij bedrijven zijn uitsluitend niet-zelfstandige kantoren toegestaan; b. De vloeroppervlakte van een niet-zelfstandig kantoor mag niet meer bedragen dan 1.500 m² vloeroppervlakte. Indien een kantoorfunctie groter is dan 1.500 m², dan moet deze bouwkundig worden gescheiden. c. Indien de bestaande vloeroppervlakte meer bedraagt dan 1.500 m2, geldt deze oppervlakte als maximale oppervlakte.
d. Ter plaatse van de aanduiding 'kantoor uitgesloten' zijn (niet-zelfstandige) kantoren niet toegestaan. 12. Artikel 3.1, lid s, sub 1, wordt bij het tweede aandachtstreepje, “horeca categorie 2” aangepast in “horeca categorie 1”. 6. Ambtshalve wijzigingen Naast wijzigingen voortkomen uit de ingediende inspraak- en vooroverlegreacties, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd: 1. De volgende definitie wordt aan artikel 1 toegevoegd: agrarisch (grond)gebruik: (grond)gebruik dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van landbouwdieren.” 2. De volgende definitie wordt, als volgt aangepast: “1.43 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop) het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat postorderbedrijven, en daarmee te vergelijken internetwinkels, flitsbezorgdiensten of darkstores (al dan niet met een baliefunctie) niet worden aangemerkt als detailhandel, tenzij ter plaatse sprake is van fysiek klantcontact en minimaal 50% van de totale vloeroppervlakte in gebruik is als verkoopvloeroppervlak, geheel toegankelijk voor klanten.” 3. Artikel 3.1, lid k wordt geplaatst achter lid r.
Lid j wordt geschrapt (zit reeds in lid r), waarna alles wordt hernummerd. 4. Artikel 3.2.2 Bedrijfsgebouwen wordt als volgt aangepast: “De goothoogte respectievelijk bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’, 'maximum bouwhoogte (m)' of 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven.” 5. Artikel 3.2.3 lid d wordt als volgt aangepast: “de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen. De ondergrondse bebouwing wordt niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud. Ter plaatse van de aanduiding wonen is geen uitbreiding mogelijk, en geldt de bestaande situatie als maximum”. 6. Artikel 3.2.3 lid e wordt als volgt aangepast: “Voor niet-inpandige (bedrijfs)woningen geldt dat de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan 6 m respectievelijk 10 m.” 7. Artikel 3.2.3 lid g wordt als volgt aangepast: “Bij een (bedrijfs)woning behorende bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' (bw) of aanduiding ‘wonen’ (w) worden gebouwd.” 8. Artikel 3.2.3 lid h wordt als volgt aangepast; “Voor de bouw van de onder g bedoelde bouwwerken gelden de volgende voorwaarden:”. 9.
Sub 4 van artikel 3.2.3 lid h wordt als volgt aangepast: “de bouwwerken mogen uitsluitend vanaf 1 m achter de voorgevel van de (bedrijfs)woning en het verlengde daarvan worden opgericht”. 10. Sub 5 van artikel 3.2.3 lid h wordt als volgt aangepast: “ingeval er sprake is van een overkapping, zijnde een bij de (bedrijfs)woning behorend bouwwerk, dan is een goot- en bouwhoogte van toepassing van 3,5 m”. 11. In lid b en c van artikel 3.5.1 wordt het woord “bedrijfswoning”, vervangen door “(bedrijfs)woning”. 12. Lid d van artikel 3.5.2 en lid c van 4.5.2 krijgt de volgende aanpassing: “ter plaatse van de aanduiding 'kantoor uitgesloten' zijn (niet-zelfstandige) kantoren niet toegestaan.” 13. In artikel 3.5.3, lid a wordt toegevoegd “of een aanduiding woning”, in lid b wordt “bedrijfswoning” vervangen door “(bedrijfs)woning” 14. In artikel 3.6.2, aanhef en lid a, artikel 3.6.3, aanhef en lid a, artikel 3.6.4 aanhef en lid a en artikel 4.5.1, lid a wordt het woord “bedrijfswoning”, vervangen door “(bedrijfs)woning”. 15. In artikel 3.6.5 wordt het woord “woning” vervangen door “(bedrijfs)woning”.
16. Lid b van artikel 4.5.6 kan worden geschrapt (voorwaardelijke verplichting is inmiddels gereed). 17. Aan artikel 4.5.6 ‘voorwaardelijke verplichting’ wordt het volgende lid toegevoegd: c. Het gebruik van de gronden en opstallen binnen deze bestemming voor de doeleinden, zoals genoemd in lid 4.1, is uitsluitend toegestaan, nadat een aansluiting van dit bedrijventerrein op de N629 ter hoogte van dit bedrijventerrein is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden. 18. Aan artikel 5.5.7 ‘voorwaardelijke verplichting’ wordt het volgende toegevoegd: c. Het gebruik van de gronden en opstallen binnen deze bestemming voor de doeleinden, zoals genoemd in lid 5.1, is uitsluitend toegestaan, nadat een aansluiting van dit bedrijventerrein op de N629 ter hoogte van dit bedrijventerrein is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden. 19. Lid c van artikel 5.5.7 (na verwerking van wijziging genoemd bij punt 18, lid d) wordt als volgt gewijzigd “Het bepaalde onder a tot en met c is niet van toepassing op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bestaand bedrijfsperceel'.” 20. Aan artikel 5.5.1 wordt “een woning” toegevoegd aan de opsomming. 21. Artikel 21.1 lid c wordt als volgt aangepast.
“De in dit artikel opgenomen regels gaan voor op de overige regels in dit bestemmingsplan, met uitzondering van artikel 29, voor zover er strijdigheid is tussen die regels”. 22. Bijlage 1 “Staat van bedrijfsactiviteiten” bij de regels is een samenvoeging van 3 bijlagen behorende bij de vigerende bestemmingsplannen. Deze worden samengevoegd tot 1 staat van bedrijfsactiviteiten. 23. Abusievelijk is een deel van de verkeersbestemming zoals opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan Everdenberg (vastgesteld 25 juni 2013) in het voorontwerpbestemmingsplan bestemd als groen. Dit wordt bij het ontwerp bestemd conform het vigerende bestemmingsplan. 24. Waardeoordelen op pagina 14 en 19 met betrekking tot de infrastructuur worden verwijderd. 25. De teksten op pagina 50 en 51 onder de kopjes “Bedrijf”, “Bedrijf-1” en “Bedrijf-2“ worden naast de planologische regeling gelegd, daarmee vergeleken en herschreven. Ook wordt nader toegelicht dat het bedrijventerrein Everdenberg Oost een specifieke regeling kent. En dat, om deze specifieke regeling uit het vigerende bestemmingsplan Everdenberg Oost goed één op één over te nemen, de bestemming “Bedrijf-1“ en de bestemming “Bedrijf-2” is opgenomen. 26.
Ter nadere motivering van paragraaf 4.5.2 “Externe Veiligheid” wordt de “Notitie externe veiligheid, Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Oosterhout 2022” als bijlage 1 aan de toelichting gevoegd. 27. Ter plaatse van de locatie Statendamweg 75 is abusievelijk de huidige verkeersbestemming vervallen. Deze zal conform het vigerende bestemmingsplan alsnog worden opgenomen. 28. Vanwege het ontbreken van de aanduiding “'wetgevingszone – omgevingsvergunning historische verkaveling' wordt in artikel 14.4.4 de tabel gewijzigd door de laatste rij, zoals hieronder weergegeven, te verwijderen: zoals door sloten, greppels en er mag geen onevenredige aantasting beplantingselementen is aangegeven, plaatsvinden uitsluitend ter plaatse van de aanduiding: van de karakteristieke historische 'wetgevingszone – omgevingsvergunning verkavelingsstructuur; historische verkaveling';
Eindverslag inspraak en vooroverleg voorontwerp-bestemmingsplan “Bedrijventerrein Oosterhout 2022”. Bijlage 1 Geanonimiseerde inspraak- en vooroverlegreacties
1. Brabantse Delta
pag. 2
2. Rijkswaterstaat
pag. 4
3. Gasunie
pag. 7
4. Regionale brandweer
pag. 12
5. Provincie Noord-Brabant
pag. 13
6. Reclamant 1
pag. 16
7. Reclamant 2
pag. 27
8. Reclamant 3
pag. 29
9. Reclamant 4
pag. 32
10. Reclamant 5
pag. 36
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e