Beleid Oosterhout (bestemmingsplan Buitengebied) Ruimte voor Ruimte - toelichting.pdf
Tekst van het document
In voorkomende gevallen zullen passende initiatieven voor gronden in het lint op hun eigen merites in een aparte planprocedure beoordeeld worden. Ruimte voor Ruimte (RvR) Hoewel de provincie de afgelopen jaren zeer terughoudend omging met de oprichting van nieuwe woningen in het buitengebied, kon in ruil voor de sloop van voormalige bedrijfsgebouwen c.q. kassen de bouw van extra woningen worden toegestaan in een bebouwingsconcentratie buiten de EHS. Deze Ruimte voor Ruimte regeling had uitsluitend betrekking op (voormalige) intensieve veehouderij (iv)-bedrijven. Middels de zogeheten verbrede ruimte voor ruimte regeling konden daar later tevens niet-iv bedrijven gebruik van maken. Op basis van bovenstaande provinciale beleidsregels was in het huidige bestemmingsplan ook een Ruimte voor ruimte regeling opgenomen, en wel voor iv-bedrijven en kassen. De provincie heeft met de vaststelling van de nieuwe Verordening ruimte haar RvR-beleid geëvalueerd, bijgesteld en aangescherpt. In de nieuwe regeling is het RvR-beleid alleen nog maar van toepassing op passende locaties, gelegen in bebouwingsconcentraties en alleen onder gelijktijdige sanering van bedrijfsgebouwen, die onderdeel uitmaken van intensieve veehouderijbedrijven.
Daarnaast is de verbrede RvR –regeling (oprichting Ruimte voor Ruimte-woning onder sanering van overige bedrijfsgebouwen, zoals een kas) in het provinciaal beleid niet meer toegestaan. Wel kunnen gemeenten een verbrede regeling toepassen op locaties gelegen binnen bebouwingsconcentraties, die tevens onderdeel uitmaken van de aangeduide “zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling", dan wel “integratie stad – land”. In deze gevallen dient er een koppeling gemaakt te worden met het bestaande woningcontingent. Het gebied tussen Oosteind en het Wilhelminakanaal en het gebied ten zuiden van Dorst, zijn aangewezen als ‘Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling’ en twee gebieden tegen het kerkdorp Den Hout als “Zoekgebied voor verstedelijking; kernen in landelijk gebied”. Hier zou de verbrede RvR - regeling toegepast kunnen worden. Voor eventuele woningbouwverzoeken in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling (zowel regulier als verbreed) dient een afzonderlijke planologische procedure doorlopen te worden. Ingeval van sanering van een intensief veehouderij bedrijf zal, conform de Verordening ruimte en de huidige bestemmingsplanregeling, per Ruimte voor Ruimte-woning 1.000 m² aan stallen moeten worden gesaneerd en 3.500 kg aan fosfaatrechten moeten worden doorgehaald. Ingeval van saldering geldt er een ondergrens van 200 m², c.q. 700 kg aan fosfaatrechten.
Ingeval van de verbrede Ruimte voor Ruimte-regeling zal er per woning 10.000 m² aan glas moeten worden gesaneerd (thans in staffels van 5.000 m² tot 15.000 m² één woning, 15.000 m² tot 25.000 m² voor twee woningen en meer dan 25.000 m² voor drie woningen) en voor saldering (wat thans
BP Buitengebied 2013 (incl Lint Oosteind) NL.IMRO.0826.BSPbuitengeb2013-VA01 vastgesteld 8 juli 2014
77
niet mogelijk is) een ondergrens van toepassing zijn van 5.000 m², afkomstig van een (als zodanige bestemd) glastuinbouwbedrijf. Voor beide regelingen geldt, dat de locatie waar, al dan niet in verband met saldering, wordt gesaneerd, het gehele bedrijf wordt gesaneerd en deze wordt omgezet in een woonbestemming. Ingeval van gemengde bedrijven (grondgebonden bedrijf met een intensieve veehouderijtak) geldt, dat de gehele intensieve tak moet worden gesaneerd en de bestemming, voor zover van toepassing, wordt omgezet in een agrarische grondgebonden tak. Ook geldt, dat de sanering (en daarmee ook de saldering) grotendeels (minimaal voor 80%) plaats moet vinden binnen de gemeente Oosterhout. De inhoud van Ruimte voor Ruimtewoningen wordt, net als de huidige regeling, gelijk gesteld met die van 3 burgerwoningen (zijnde 750m ) . Landgoederen Voor de ontwikkeling van nieuwe landgoederen gelden de randvoorwaarden uit de Verordening ruimte Noord-Brabant 2014 als uitgangspunt (dit betreft onder andere een minimale omvang van 10 ha per landgoed, per 750 m3 wordt maximaal 1 woning toegelaten, per woning dient minimaal 5 ha landgoed, waarvan 2,5 ha natuur te worden ingericht en er dient sprake te zijn van een karakteristieke verschijningsvorm van de woning).
Initiatieven voor de ontwikkeling van landgoederen zullen op hun eigen merites in een aparte plan(herzienings)procedure worden beoordeeld.
5.3. Niet-agrarische bedrijven Toekenning bestemmingsvlakken Alle bestaande (legale) niet-agrarische bedrijven zijn positief bestemd. Voor de bedrijven in het buitengebied is per bedrijf een bestemmingsvlak, alsmede een begrensd bouwvlak rondom bestaande bebouwing en voorzieningen ingetekend, met inachtneming van de huidige rechten. Indien voor de betreffende bedrijven in het huidig geldende bestemmingsplan bebouwingsgrenzen zijn opgenomen, dan zijn deze in dit bestemmingsplan overgenomen. Onderscheid type bedrijf Vanwege afzonderlijke omschakelings- en uitbreidingsmogelijkheden wordt in voorliggend plan het onderscheid tussen semi-agrarische bedrijven (agrarisch verwante bedrijven en agrarisch technische hulpbedrijven) en overige niet-agrarische bedrijven expliciet in beeld gebracht, middels een afzonderlijke bestemming of aanduiding. Een nader onderscheid tussen een agrarisch verwant bedrijf (veehandelaar) of agrarisch-technisch hulpbedrijf (zoals een loonbedrijf) is niet noodzakelijk. Deze zijn beide aangeduid als semi-agrarisch.
BP Buitengebied 2013 (incl Lint Oosteind) NL.IMRO.0826.BSPbuitengeb2013-VA01 vastgesteld 8 juli 2014
78