antwoorden techn vragen D66-VVD bestemmingsplan Bedrijventerreinen Oosterhout 2022
Tekst van het document
Raadsvergadering d.d. 31 januari 2023 Raadsnota nummer: ZN1002635 Onderwerp: Vaststelling bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Oosterhout 2022”
Vragen van fractie
Naam raadslid: Theo van Kuijck
1. Van welk nadeel is sprake indien geurcontouren worden opgenomen in de bestemmingsplannen. Dit kan bestaande rechten borgen en leidt niet tot onzekerheid voor bestaande bedrijven? Antwoord: Bestaande rechten van bedrijven ten aanzien van geur zijn geborgd in milieuvergunningen en het activiteitenbesluit. Hiervoor is (zoals bij geluid op geluidsgezoneerde bedrijventerreinen) geen contour nodig in een bestemmingsplan. De toetsing van nieuwe initiatieven aan bestaande rechten (zoals opgenomen in milieuvergunningen en het activiteitenbesluit) is geborgd in landelijke wetgeving en onze bestemmingsplannen. De jarenlange ervaring met deze wijze van borging, geeft aan dat dit systeem naar behoren functioneert. Naast het ontbreken van een voordeel, kent het opnemen van een geurcontour in een bestemmingsplan wel een nadeel. Iedere aanpassing van een bedrijfsactiviteit die gevolgen heeft voor geur moet worden vertaald in een bestemmingsplan. Zo niet, dan kan het bestemmingsplan niet worden ingezet ter borging van (de op dat moment) verkregen rechten. Een bestemmingsplanprocedure kent een relatief lange doorlooptijd (half tot een jaar). Hiermee ontstaat een continue situatie dat de geurcontour in het bestemmingsplan niet gelijk is aan de feitelijk vergunde situatie. En daarmee geen zekerheid biedt.
Onderwijl moeten wel kosten worden gemaakt en inzet worden gepleegd voor het actueel houden van bestemmingsplannen. En is er een kans aanwezig dat plantoetsers/ vergunningverleners blindvaren op die opgenomen (niet continue actuele) geurcontour. Ook zullen bedrijven bij iedere actualisatieslag nagaan of er geen onbedoelde veranderingen optreden in hun rechten, ontstaan door het vertalen van verleende milieuvergunningen en meldingen activiteitenbesluit in een bestemmingsplan. 2. Welk voordeel voor de bestaande bedrijven op de bedrijventerreinen wordt behaald met het omzetten van een maatwerkregeling voor 3 bedrijfswoningen (woonwagens) naar een standaardregeling voor een reguliere bestemming als één bedrijfswoning? Antwoord: Op basis van het overgangsrecht geldt er een recht op 3 bedrijfswoningen (al dan niet in de vorm van een woonwagen). Deze situatie (3 bedrijfswoningen) is nu al maatgevend voor de omliggende bedrijven. Dit wordt met de vaststelling van het bestemmingsplan niet anders. Wel wordt met de vaststelling van het bestemmingsplan een verkregen recht, op de juiste juridische wijze vastgelegd. In de wijze van bestemmen (als reguliere bedrijfswoningen of als bedrijfswoningen in de vorm van een woonwagen) zit geen voor- of nadeel. In beide gevallen kennen ze een gelijk beschermingsregime richting omliggende bedrijven. 3.
Is het mogelijk vanuit gewenst beleid in de “vaststelling bestemmingsplannen Oosterhout” de geluidsgevoelige objecten (niet zijnde bedrijven, maar vooral de bedrijfswoningen) “weg te bestemmen”? Antwoord: Vanuit milieuwetgeving moet er worden getoetst aan het planologisch recht. Overgangsrecht valt onder het planologisch recht. Ingeval een bedrijfswoning wordt wegbestemd, is het overgangsrecht van toepassing. Daarmee leidt wegbestemmen niet tot het gewenste
effect. Wel zal wegbestemmen leiden tot planschade (door de gemeente uit te keren vergoedingen, vanwege het wegnemen van een planologisch recht).
Raadsvergadering d.d. 31 januari 2023 Raadsnota nummer 1002635 Onderwerp: Vaststelling bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Oosterhout 2022”
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Harm Mertens
1. In bestemmingsplannen kan het mogelijk zijn om bepaalde activiteiten te realiseren die we met de kennis en inzichten van nu onwenselijk vinden. Een voorbeeld dat landelijk speelt is de ruimte voor grootschalige logistiek op plekken waar we dit eigenlijk nu niet meer willen. Is bij het opstellen van het bestemmeningsplan ‘Bedrijventerreinen Oosterhout 2022’ ook gekeken naar activiteiten die onwenselijk zijn maar toch mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan? Antwoord: Ja, hier is naar gekeken. 2. Zo nee, waarom niet? Antwoord: n.v.t. 3. Zo ja, wordt van de mogelijkheid gebruik gemaakt om deze ongewenste ontwikkelingen ook gelijk in te perken in het nieuwe bestemmingsplan Bedrijventerreinen Oosterhout 2022? Antwoord: Nee, dit is in verband met de kans op planschade en een reeds door de provincie in gang gezet proces niet gedaan. Dit proces is gericht op het tegengaan van de vestiging van grootschalige logistieke bedrijven (groter dan 3 ha) op bedrijventerreinen, waar dat vanuit gemeentelijk en regionaal perspectief onwenselijk is. Het proces wordt zo ingestoken dat door het inzetten van provinciale planologische instrumenten ongewenste vestiging onmogelijk wordt gemaakt. Zonder dat gemeenten worden geconfronteerd met planschade.