antwoorden Sjabloonvragen ZN 1015237 - 27062023
Tekst van het document
Technische vragen raadsvergadering 4 juli 2023 Raadsvoorstel ZN1015237 Verkorten aflosperiode van de minnelijke schuldregeling
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Mathijs Raaijmakers
Vragen: 1. is of wanneer wordt de Kredietbank geïnformeerd over de veranderende werkwijze? 2. wanneer krijgen wij die info 3. kunnen inwoners met het oog op de wijzigingen per 1 juli a.s. zonder achteraf problemen te krijgen de afspraak voor tekenen verzetten na 1 juli? 4. Vallen zij dan in de nieuwe regeling? 5. En zou de Kredietbank geïnformeerd kunnen worden over deze coulance aanpak in het kader van bureaucratische vereenvoudiging?
Antwoord 1. We hebben in de week van 5 juni 2023 de Kredietbank geïnformeerd. Vanaf 12 juni 2023 is de veranderde werkwijze in werking getreden. Dit betekent dat inwoners die vanaf die datum een schuldentraject zouden ingaan bij Kredietbank Nederland in “de wacht” zijn gezet. Deze trajecten worden per 1 juli 2023 bij Kredietbank Nederland opgestart met de looptijd van 18 maanden. 2. Via de Klankbordgroep is de raad op de hoogte gehouden van de aangekondigde wetswijziging van de Faillisementswet en mogelijke gevolgen voor de Msnp-trajecten. We hebben de berichtgeving omtrent de landelijke overgangsregeling afgewacht. Nu bekend is dat er geen landelijke overgangsregeling is, wordt de raad per brief geïnformeerd. 3. Uit de aangeleverde gegevens van Kredietbank Nederland blijkt dat er na 31 mei 2023 geen schuldhulpverleningstrajecten zijn gestart. Vanaf 12 juni 2023 valt elke inwoner die zich nieuw heeft gemeld onder de coulance regeling. In aanvulling hierop: er zijn 13 lopende schuldhulptrajecten die vóór 1 juni 2023 zijn gestart. De schuldeisers zijn aangeschreven inzake een Msnp-traject van 36 maanden. Deze overeenkomst is bindend als de schuldeisers het voorstel tekenen. 4. Ja, de schuldhulptrajecten die in de wacht zijn gezet worden afgesloten op basis van 18 maanden, op voorwaarde dat de schuldregeling voldoet aan de eisen van de nieuwe regeling. 5.
Als u met de coulance aanpak bedoelt dat nieuw op te starten schuldhulptrajecten per 12 juni 2023 in de wacht moeten worden gezet, dan is het antwoord ‘ja’. De Kredietbank is op de hoogte over de coulance aanpak. De medewerkers van de Kredietbank zijn via een nieuwsbrief geïnformeerd.
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Jan Schellekens
De gemeente Oosterhout heeft ook leningen en dergelijke uitstaan 1. Is de gemeente Oosterhout ook als schuldeiser betrokken in dit soort regelingen? 2. Voor welk bedrag in totaliteit staan er schulden uit? 3. Hoeveel geld verwacht U te verliezen door het verkorten van de aflosperiode van de minnelijke schuldregeling? 4. Waar worden die verliezen ondergebracht?
Antwoord 1. Ja, ook de gemeente Oosterhout is als schuldeiser betrokken in dit soort regelingen. De gemeente Oosterhout heeft dus te maken met de Msnp. Volgens gemeentelijk beleid geven wij meestal akkoord tenzij het een fraudevordering betreft. 2. Momenteel betreft het openstaand saldo € 208.000. 3. Gelet op afboekingen in 2022 en 2023 wordt er een verlies tussen de € 25.000 en € 50.000 verwacht. 4. De buiten invordering gestelde bedragen (verliezen) komen ten laste van de voorziening ‘dubieuze debiteuren’.
Vragen van fractie
Naam raadslid: Anne Lossez
1. In het raadsvoorstel wordt gesproken dat de tekst wordt aangepast op pagina 38, 54 en 62 in het beleidsplan. Het beleidsplan loopt maar tot pagina 34. Waar kunnen wij deze pagina´s vinden?
Antwoord: 1. Wij verwijzen naar de nummering van de pagina’s in het Beleidsplan Schuldhulpverlening. Dit beleidsplan heeft 66 pagina’s.
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Peter de Laat
Vragen: 1
We zijn erg benieuwd hoe u omgaat met de personen welke vanaf 1 juni hebben getekend. Kunnen deze nog ingangsdatum 1 juli krijgen opdat de periode met 18 maanden kan worden ingekort?
2
U antwoordde bovenstaand op een vraag van de VVD “Via de Klankbordgroep is de raad op de hoogte gehouden en geïnformeerd”. Wanneer heeft u de klankbordgroep voor de eerste keer van uw voornemen op de hoogte gebracht ?
Antwoord 1. Uit de aangeleverde gegevens van Kredietbank Nederland blijkt dat er na 31 mei 2023 geen schuldhulpverleningstrajecten zijn gestart. Vanaf 12 juni 2023 valt elke inwoner die zich nieuw heeft gemeld onder de coulance regeling. In aanvulling hierop: er zijn 13 lopende schuldhulptrajecten die vóór 1 juni 2023 zijn gestart. De schuldeisers zijn aangeschreven inzake een Msnp-traject van 36 maanden. Deze overeenkomst is bindend als de schuldeisers het voorstel tekenen. Op 12 juni 2023 is door minister Schouten van SZW bekend gemaakt dat er geen landelijke overgangsregeling komt voor de inwoners die momenteel al in een schuldentraject zitten. Omdat er geen landelijke richtlijnen zijn gemaakt zijn kan er gekozen worden voor lokale regelingen. Dit is in raadsinformatiebrief uitgewerkt. 2. In het overleg van de raadsklankbordgroep is op 9 mei 2023 gemeld dat de Eerste Kamer op 7 februari jl. de Wet wijziging van de Faillissementswet heeft aangenomen. Daarmee wordt de looptijd van een wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp-traject) in beginsel 18 maanden. Toen is ook aangekondigd dat minister Schouten heeft opgeroepen de aflosperiode van de minnelijke schuldregeling (Msnp) te verkorten in lijn met de duur van de wettelijke trajecten (Wsnp).
Aanvankelijk was de beoogde ingangsdatum van de Faillisementswet gepland op 1 januari 2024, deze datum is echter vervroegd naar 1 juli 2023. Dit is gemeld tijdens het overleg van de 6 juni 2023. Er is toen ook aangekondigd dat er een nota in voorbereiding is voor de raadsvergadering van 4 juli 2023. Op 12 juni 2023 is door minister Schouten van SZW bekend gemaakt dat er geen landelijke overgangsregeling komt voor de inwoners die momenteel al in een schuldentraject zitten. Omdat er geen landelijke richtlijnen zijn gemaakt zijn kan er gekozen worden voor lokale regelingen.
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Job Basting
Vragen: 1. Wat is het gevolg voor de gemeente? 2. Wat is het risico voor de gemeente?
Antwoord 1. Het verkorten van de aflosperiode van de minnelijke schuldregeling heeft gevolgen voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Dit betekent voor de uitvoerende organisatie dat de processen en correspondentie moet worden aangepast. 2. Als schuldeiser is het gevolg dat er voor de gemeente sprake zal zijn van een mogelijk verlies tussen de € 25.000 en € 50.000.
AANVULLENDE VRAGEN SCHULDHULPVERLENING: EUROPESE AANBESTEDING
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Mathijs Raaijmakers
Vragen: 1. 2. 3. 4.
Wat is de drempelwaarde (welk bedrag) voor de Europese aanbesteding? Hadden we een periode van 2 jaar zonder verlenging kunnen opnemen? Was het bedrag dan onder de drempelwaarde gebleven? Is er een boete voor alsnog niet in zee gaan met deze partij? Zo ja, is dat een standaard bedrag/ berekening?
Antwoord 1. Het drempelbedrag voor een Sociale en andere Specifieke dienst (zogenaamde SAS-diensten) conform Bijlage XIV van de Europese richtlijn 2014/24/EU is vastgesteld op € 750.000. Schuldhulpverlening valt onder deze SAS-diensten. Deze Europese richtlijn is uitgewerkt in Nederlandse wetgeving Aanbestedingswet 2012. 2. Conform Artikel 2.14 van de Aanbestedingswet 2012 mogen opdrachten niet “bewust” gesplitst worden (in bijvoorbeeld jaarlijks opnieuw dezelfde opdracht verstrekken) teneinde geen Europese aanbesteding te hoeven doorlopen. Als wij (twee)jaarlijks steeds dezelfde opdracht met dezelfde voorwaarden in de markt zetten en 1 op 1 gunnen, bestaat de reële kans dat de accountant deze opdrachten als onrechtmatig bestempeld. In Artikel 2.14 van de Aanbestedingswet 2012 staat: 1. De aanbestedende dienst splitst de voorgenomen overheidsopdracht of prijsvraag of het voorgenomen dynamisch aankoopsysteem of innovatiepartnerschap niet met het oogmerk om zich te onttrekken aan de toepassing van deze wet. 2. De aanbestedende dienst maakt de keuze van de methode van berekening van de geraamde waarde niet met het oogmerk om zich aan de toepassing van deze wet te onttrekken. Voor het bepalen van de looptijd van de raamovereenkomst speelt daarnaast een aantal overwegingen een rol. Een korte looptijd van een raamovereenkomst geeft gemeenten veel flexibiliteit voor besluitvorming.
Een langere looptijd daarentegen zorgt dat aanbieders zekerheid kunnen geven aan hun personeel, dit komt de ketensamenwerking ten goede. Daarnaast duren de gehele schuldhulptrajecten, inclusief voorbereiding en nazorg, vaak langer dan drie jaar. Ook was de wens om ruimte te houden om op enig moment (landelijke wets-) wijzigingen en/of ontwikkelingen door te kunnen voeren. Op basis van deze overwegingen is bij aanvang van het aanbestedingstraject schulphulpverlening, een looptijd aangehouden van twee (2) jaar met de optie om deze met twee keer één jaar (totaal 2) jaar te verlengen. Bovendien is het ook niet doelmatig om opdrachten voor korte periodes in de markt te zetten. Dit bevordert de samenwerking niet en de inwoner is met veranderingen vaak ook niet geholpen. Een kortere looptijd geeft hogere tarieven aangezien de initiële opstart- en omschakelkosten in een kortere tijd terugverdiend moeten worden. Gezien de huidige markt van Schuldhulpverlening zijn er weinig partijen op de markt die een opdracht willen uitvoeren waarbij ze weinig zekerheid zouden hebben op continuering en daarvoor geen grote investeringen willen doen. De vraag is of we in dat geval wel inschrijvers hadden gehad. Dit is in de afweging meegenomen. 3. Dit is in de afweging meegenomen, maar hiervoor is niet gekozen om redenen zoals bij antwoord op vraag 2 beschreven.
Als we al inschrijvingen hadden ontvangen, hadden de tarieven mogelijk ook hoger gelegen. Omdat de doorlooptijd van de schuldhulpverleningstrajecten langer kunnen doorlopen dan 2 jaar, dienen we hier rekening mee te houden. De huidige raming van de raamovereenkomst bedraagt € 325.000 per jaar (perceel 1 en perceel 2 dienen bij elkaar opgeteld te worden). Bij dit bedrag hadden we dan nog een mogelijke verhoging tarieven, indexaties en uitloop van de trajecten moeten optellen.
4. Of er sprake is van financiële schade kan alleen een rechter bepalen. De betreffende partij dient schadeloos gesteld te worden. Hierbij wordt uitgegaan van het positieve contractsbelang. Hoe hoog dat bedrag is, is op voorhand niet te bepalen. De hoogte van eventueel geleden schade is zeer casuïstisch en afhankelijk van verschillende aspecten zoals bijvoorbeeld gemiste omzet, gemiste winst, of specifieke investeringen (zoals personeel dat is aangenomen voor de opdracht).
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Peter de Laat
1. Volgens onze informatie bent u al anderhalf jaar met de aanbesteding bezig. Klopt onze informatie? Zo nee, wanneer bent u hier dan wel mee gestart? 2. Als u er al geruime tijd mee bezig bent, waarom dan niet eerder gedeeld met de raad? 3. Raadsleden hebben zo’n 6 maanden geleden en daarna opnieuw 2 maanden geleden misstanden gemeld met de huidige schuldhulpverlener (die waren u niet bekend). Volgens onze gegevens was u toen al in gesprek over een nieuwe aanbieder. Waarom heeft u toen niet al uw voornemen gemeld van een nieuwe aanbesteding / aanbieder?
Antwoord 1. De verkenningsfase voor de aanbesteding is in juni 2022 gestart. In augustus 2022 zijn de voorbereidingen voor het aanbestedingstraject gestart. 2. Op 20 juli 2021 heeft u het beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024 vastgesteld. Voorafgaand aan dit besluit zijn er diverse bijeenkomsten geweest en bent u op diverse manieren actief betrokken. Er is in 2020 een enquête afgenomen, er zijn in juli en september dat jaar twee voorlichtingsbijeenkomsten geweest en er is op 17 maart 2021 een debatbijeenkomst nogmaals uiting gegeven aan de beleidsaccenten. De uitgangspunten van dit beleidskader zijn opgenomen in de opdrachtomschrijving en programma van eisen van de aanbesteding. Met het vaststellen van het beleidskader bent u geïnformeerd over de keuze van aanbesteden (zie onder andere pagina 20, hoofdstuk 6.5 van het beleidsplan Schuldhulpverlening). U bent tijdens de raadsklankbordgroep meerdere malen geïnformeerd over de lopende voorbereidingen van de aanbesteding. 3. Wij waren niet in gesprek met een nieuwe aanbieder. De procedure voor een aanbesteding is opgestart. Pas later in het proces wordt duidelijk welke partijen inschrijven, dat is vooraf niet bekend. Na de Alcatel-termijn is pas definitief wie de nieuwe aanbieder is en daarna is de raadsklankbordgroep direct geïnformeerd.