CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoorden - GL-D66-PvdA-CDA technische vragen verordening jeugdhulp

Raadsvergadering 28 februari 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 1005991 raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp en Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp 20232.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen raadsvergadering 28 februari 2023 Raadsvoorstel ZN1005991 Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2023

Vragen van fractie

Naam raadslid: Martijn Louwerens

1. Raadsvoorstel, pagina 2: mogelijkheden toekennen voorziening met terugwerkende kracht. Uiteindelijk is het de eigen verantwoordelijkheid van jeugdigen/ouders om zich tijdig te melden bij de gemeente voor passende ondersteuning. Kunt u aangeven welk percentage van de doelgroep bekend is met het Sociaal Team? Antwoord: Het duidelijk maken waar inwoners terecht kunnen als ze hulp nodig hebben blijft doorlopend aandacht vragen. Dit is ook onderdeel van het verbetertraject toegang. In het cliëntervaringsonderzoek jeugd 2021 gaf 26% van de ouders & 14% van de jongeren aan dat ze niet wisten waar ze terecht konden toen ze hulp nodig hadden. 2. Raadsvoorstel, pagina 2: toezicht en handhaving. Door toezicht en handhaving in te zetten, kan eventueel misbruik en oneigenlijk gebruik voorkomen en bestreden worden. G Gaat het hier om zowel cliënten als aanbieders? Antwoord: Het toezicht en handhaving richt zich in het jeugddomein (net zoals bij de Wmo) op aanbieders. 3. Verordening, pagina 2. In hoeverre werkt het Sociaal Team al volgens het principe één gezin, één plan, één regisseur? Antwoord: Het uitgangspunt is dat er gewerkt wordt volgens één gezin, één plan, één regisseur. Het uitvoeren van dit uitgangspunt lukt niet altijd en heeft daarom doorlopend onze aandacht.

Binnen het sociaal team is, als onderdeel van het verbetertraject toegang, afgelopen tijd geïnvesteerd te komen tot t-shaped professionals. Dit betekent dat onze professionals hun eigen expertise hebben. Aanvullend hebben ze basiskennis van de verschillende wetten binnen het sociaal domein en benaderen ze collega’s actief wanneer dit nodig is. Hiermee bevorderen we integraal werken en het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur. 4. Verordening, pagina 2, begripsbepaling C, de jeugdige of zijn ouders. Hier wordt een opsomming gegeven van “ouders”. Pleegouders worden hier uitgesloten. Echter, als een jeugdige een jaar bij dezelfde pleegouders woont, worden deze aangemerkt als belanghebbenden. In dit licht bezien: wat zijn de rechten in dezen van belanghebbende pleegouders? Antwoord: De definitie die van ‘ouder’ in de verordening wordt genoemd is de definitie volgens artikel 1.1 van de Jeugdwet. Hierbuiten kunnen er verschillende belanghebbenden zijn, waaronder ook pleegouders. Bij jeugdhulpbesluiten zijn belanghebbende pleegouders rechtstreeks betrokken bij het jeugdhulpbesluit omdat dit de opvoeding(situatie) raakt. 5. Verordening, pagina 5, artikel 7.4.

Wat zijn de mogelijkheden als na onderzoek blijkt dat een cliënt of aanbieder ten onrechte zorg gedeclareerd heeft? Antwoord: Wanneer blijkt dat er een onrechtmatigheid heeft plaatsgevonden zijn er verschillende mogelijkheden. Voorbeelden hiervan zijn: - het uitvoeren van een correctie; - opstellen van verbeterplan; - waarschuwing; - het terugvorderen van onterecht ontvangen middelen; - opschorting/herziening/intrekking van een voorziening; - aangifte bij de politie; - beëindiging van de overeenkomst.

De insteek is om zo licht mogelijk te starten met ingrijpen, gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. Als bijvoorbeeld blijkt dat er iets niet goed is gegaan (er is een fout gemaakt) waarbij de gevolgen nog niet groot zijn en waar de mogelijkheid bestaat om zonder veel impact de situatie te herstellen zal er gecorrigeerd worden. Wanneer onrechtmatigheden echter aanblijven of als bewust overtredingen worden gemaakt zal zwaarder worden ingegrepen. 6. Verordening, pagina 8, artikel 18.3. Kan het College ook bij een aanbieder de gehele of gedeeltelijke geldswaarde terugvorderen? Antwoord: Ja dit is een mogelijkheid. 7. Verordening, pagina 9, artikel 24. Indien het College nadere regel wil opstellen, worden deze dan eerst ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad? Antwoord: Het college van B&W telt o.b.v. de verordening nadere regels op. Het Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2021 is de huidige nadere regeling. Deze is vastgesteld door het college en destijds ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden. Indien uw Raad instemt met de voorgelegde Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2023 zal het Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2023 de nieuwe nadere regeling zijn. Dit uitvoeringsbesluit is ter kennisname als bijlage toegevoegd bij de raadsnota. 8. Bijlage 2 uitvoeringsbesluit.

Hierin wordt gerept van het Sociaal Wijkteam. Bedoelt u hiermee het Sociaal Team? Antwoord: Hiermee bedoelen we inderdaad het Sociaal Team. 9. Bijlage 3 uitvoeringsbesluit. In deze overeenkomst, stammende uit 2021, wordt gesproken over EED en over diagnose volgens de richtlijnen van protocol dyslexie 2.0. U heeft dit in de verordening aangepast naar ED en het protocol 3.0. In hoeverre dient deze bijlage PDC van de regio WBO aangepast te worden? Nu ligt er immers een verouderde overeenkomst onder de nieuw vast te stellen verordening. Antwoord: De productdienstcatalogus (PDC) is een regionaal stuk en is ten tijde van het opstellen van de raadsnota nog niet aangepast. Vandaar dat hier nog wordt gesproken van EED i.p.v. ED. De PDC is als bijlage opgenomen in het uitvoeringsbesluit. Wanneer een nieuwe PDC gereed is zal de bijlage bij het uitvoeringsbesluit aangepast worden. 10. Bijlage 6, richtlijn gemiddelde tijd en frequentie van activiteiten bij persoonlijke verzorging en begeleiding. Deze richtlijn komt uit 2014. Is er hierna geen nieuwe richtlijn meer opgesteld en is dit dus de meest recente? Antwoord: Deze richtlijn is afkomstig uit de CIZ indicatiewijzer die een toelichting gaf op de beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014, zoals vastgesteld door het ministerie van VWS. Vanwege de destijds aankomende stelselwijzigingen, is dit de laatste versie geweest.

De richtlijn is echter nog actueel en wordt door meerdere gemeenten over heel Nederland nog gebruikt.

Vragen van fractie

Naam raadslid: René van Bijnen

1. In bijlage 1 raadsnota verordening jeugdhulp gemeente Oosterhout 2023 Was wordt tabel: In artikel 5 staat dat het aanspreken van een afgesloten aanvullende verzekering onder de eigen mogelijkheden en probleemoplossend van inwoners wordt verstaan.

Wijst de gemeente de jeugdige of de ouders erop dat deze mogelijkheid tot een aanvullende verzekering bestaat? Als dit wordt opgenomen in de verordening dat het bestaat, scheelt dat de gemeente onnodige kosten. Antwoord: Ja. Tijdens het gesprek wordt o.a. onderzocht wat de hulpvraag is en welke hulp nodig is. Daarbij wordt ook gekeken naar de eigen mogelijkheden van de jeugdige/ouders. Als de voorgelegde verordening wordt vastgesteld zal tijdens het gesprek ook worden gekeken of de jeugdige/ouders aanvullend verzekerd zijn en via deze aanvullende verzekering de nodig geachte hulp kunnen krijgen.

Vragen van fractie

Naam raadslid: Marie-Louise van Mook

1. Er wordt gesproken over een aanvullende verzekering. Om wat voor aanvullende verzekering gaat dit? Antwoord: Het gaat over een aanvulling op de zorgverzekering. Via sommige aanvullende zorgverzekeringen kunnen bijvoorbeeld vormen van vaktherapie worden vergoed. Vaktherapie valt onder alternatieve/complementaire geneeswijzen waarvoor inwoners een aanvullende zorgverzekering kunnen afsluiten. 2. Wat voor vormen van jeugdzorg zouden onder de aanvullende verzekering kunnen vallen? Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 1. 3. Hoe groot is het verwachte effect van deze aanpassing? Met andere woorden: wel deel van de zorg die nu via jeugdzorg wordt verstrekt zou ook onder de aanvullende verzekering kunnen vallen? Antwoord: In de huidige verordening (Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2021) valt het aanspreken van een aanvullende verzekering nog niet onder de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van inwoners. Hierdoor wordt vooralsnog niet nagegaan of inwoners aanvullend verzekerd zijn voor de nodig geachte hulp. Het is daarom niet aan te geven welk deel van de huidige inwoners met jeugdhulp aanvullend verzekerd zijn voor de nodig geachte hulp. De verwachting is dat de impact van deze aanpassing niet heel groot zal zijn. Aangezien de meeste vormen van jeugdhulp niet via een aanvullende verzekeringen kunnen worden vergoed.

Als de nodig geachte hulp in principe via een aanvullende verzekering kan worden vergoed, is het daarnaast ook nog de vraag of inwoners hiervoor een aanvullende verzekering hebben afgesloten. Al met al is daarom de verwachting dat deze voorgestelde aanpassing voor een kleine groep van toepassing zal zijn. 4. Hoe verhoudt deze aanpassing zich tot het rechtsgelijkheidsbeginsel? Sommige mensen betalen zelf voor een aanvullende verzekering en anderen niet. Gaat u sturen om meer aanvullend verzekeren? Antwoord: We gaan niet sturen om meer aanvullend te verzekeren. Als echter blijkt dat jeugdigen of ouders aanvullend verzekerd zijn voor hulp die nodig wordt geacht, is het als gemeente niet nodig om een individuele voorziening toe te kennen. Voor zover de aanvullende verzekering onvoldoende vergoeding biedt, vullen we als gemeente op grond van de jeugdhulpplicht aan. Wanneer inwoners geen passende ondersteuning via een aanvullende verzekering kunnen krijgen, of als inwoners geen aanvullende verzekering hebben afgesloten, blijven we als gemeente individuele voorzieningen toekennen als blijkt dat dit nodig is. 5. Mbt voorkomen en bestrijden van misbruik: hoe groot is het probleem van misbruik irt jeugdzorg? Antwoord: In het land is er steeds meer aandacht voor onrechtmatigheden en fraude in de zorg (waaronder dus ook in de jeugdzorg). Zo heeft de Algemene Rekenkamer op 14 april 2022 het

rapport ‘Een zorgelijk gebrek aan daadkracht – onderzoek naar de effectiviteit van zorgfraudebestrijding’1 gepubliceerd. Hierin concludeert de Algemene Rekenkamer dat de bestrijding van zorgfraude in de praktijk nog niet tot nauwelijks werkt. Dit rapport onderstreept de noodzaak om verdere stappen te zetten in zowel het voorkomen als het bestrijden van misbruik. Het aanwijzen van een toezichthouder is hierin een belangrijke stap. 6. Hoe wordt de balans gezocht tussen bestrijden van misbruik en uitgaan van vertrouwen? Antwoord: Vertrouwen is het uitgangspunt. Daarnaast is communiceren een essentieel onderdeel van toezicht op de rechtmatigheid. Het is belangrijk dat we als gemeente op een juiste, transparante en begrijpelijke manier uitleggen wat de voorwaarden zijn en wat we als gemeente doen m.b.t. toezicht & handhaving. Dit heeft een preventieve werking en vergroot doorgaans ook de nalevingsbereidheid. Als er onrechtmatigheden bij een aanbieder worden aangetroffen is vervolgens de insteek om zo licht mogelijk te starten met ingrijpen, gericht op herstel. Vervolgens kunnen zwaardere interventies snel worden ingezet als naleving uitblijft. Als bijvoorbeeld blijkt dat er iets niet goed is gegaan (er is een fout gemaakt) waarbij de gevolgen nog niet groot zijn en waar de mogelijkheid bestaat om zonder veel impact de situatie te herstellen zal er gecorrigeerd worden.

Wanneer onrechtmatigheden echter aanblijven of als bewust overtredingen worden gemaakt zal zwaarder worden ingegrepen. 7. Wat organiseert het college om toezicht niet om te laten slaan in wantrouwen? Hoe wordt dit geborgd? Antwoord: Het college heeft eind 2021 een plan voor toezicht en handhaving rechtmatigheid in het sociaal domein vastgesteld. Hierin is beschreven hoe we als gemeente Oosterhout het toezicht en de handhaving op de rechtmatigheid binnen het sociaal domein vormgeven (dus ook omtrent de Wmo 2015 en de Participatiewet). Het uitgangspunt van dit plan is dat we uitgaan van vertrouwen, dat we begrijpelijk communiceren en onze verantwoordelijkheid nemen om ondersteuning terecht te laten komen bij degenen die het nodig hebben. Om hier verdere uitvoering aan te kunnen geven stellen wij aan uw Raad voor om een toezichthouder aan te wijzen. De toezichthouder speelt niet alleen een rol bij het handhaven, maar juist ook bij het communiceren (zie antwoord vraag 6) en het voorkomen van onrechtmatigheden. Daarnaast wordt in de regio West-Brabant Oost (WBO) gewerkt aan een leer- en ontwikkelkader kwaliteit en rechtmatigheid.

Uitgangspunt hierbij is dat jeugdhulpaanbieders en gemeenten in een open samenwerking met elkaar en vanuit wederzijds vertrouwen komen tot de best mogelijke dienstverlening aan onze jeugdigen die tevens voldoet aan alle (kwaliteits-)eisen op het gebied van doel- en rechtmatigheid. Samen leren en ontwikkelen & ‘high trust, low tolerance’ zijn hierbij de basisprincipes waartoe gemeenten en jeugdhulpaanbieders gezamenlijk zijn gekomen. 8. Wat gebeurt er als er misbruik wordt geconstateerd? Hoe wordt dan gehandeld of eventueel gestraft? Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 5 van GroenLinks. 9. Wat doet een toezichthouder misbruik? Om hoeveel fte gaat dit? Wat houden de werkzaamheden in? En welke cultuur uitgangspunten gelden er voor deze toezichthouder om uitgaan van vertrouwen te organiseren? Antwoord: De toezichthouder houdt zowel toezicht op de Wmo 2015 als de Jeugdwet. In de gemeente Oosterhout gaat het om 2 toezichthouders Wmo 2015 en Jeugdwet. Overigens hebben we hiernaast ook nog toezichthouders Participatiewet, IOAW en IOAZ. De toezichthouders Wmo en Jeugdwet zien dus toe op de naleving van de Wmo en Jeugdwet. Naast het naleven van de wettelijke bepalingen gaat het hierbij ook om de aanvullende gemeentelijke regels die zijn vastgesteld in verordeningen, uitvoeringsbesluiten en beleidsregels.

Bij de invulling van het toezicht zijn voor de toezichthouders de zes principes van goed toezicht, zoals verwoord in de

1 Rapport Algemene Rekenkamer

visie op toezicht ‘Minder last, meer effect’, van belang2. Kort samengevat houden de principes van goed toezicht het volgende in: 1. Selectief Meer administratieve lasten zijn ongewenst. Als toezicht nodig is, gebeurt dit ook. Maar vaak is toezicht niet of in mindere mate nodig, bijvoorbeeld als aanbieders beschikken over een relevant keurmerk. 2. Slagvaardig Toezicht is zacht waar het kan en hard waar het moet. De toezichthouders stimuleren aanbieders van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp om zelf het gewenste resultaat te bereiken. Zij grijpen in als de situatie dat vereist. 3. Samenwerkend Veel aanbieders werken regionaal en hebben vaak kwetsbare cliënten. Dat maakt afstemming en samenwerking tussen de lokale toezichthouders en rijksinspecties noodzakelijk. Door samen te werken leren gemeenten van elkaar wat de efficiency van het toezicht vergroot. Daarnaast is goede samenwerking een vereiste om een onnodige toezichtlast bij aanbieders te voorkomen. 4. Onafhankelijk Onafhankelijkheid heeft betrekking op de materiële onafhankelijkheid van de toezichthoudende ambtenaar. De toezichthouder moet zijn feitelijke werkzaamheden onafhankelijk en zelfstandig kunnen uitvoeren, zonder beïnvloeding door anderen die zich bijvoorbeeld bezighouden met het beleid, de inkoop of de verstrekking van voorzieningen. 5.

Transparant De toezichthouder stelt prioriteiten en communiceert hierover met de teamleider, behandelend ambtenaar, andere gemeenten en de aanbieders. Ook verantwoordt de toezichthouder zich over de keuzes en behaalde resultaten. 6. Professioneel De toezichthouder reflecteert op de gemaakte keuzes, vraagt collegiaal toezicht en stelt zich toetsbaar op. Ook werkt hij permanent aan verbetering en professionalisering van het toezicht. 10. Welke nadere regels worden er door het college vastgesteld mbt de bevoegdheden van de toezichthouder (die optie staat in de voorgestelde verordening)? Antwoord: In het ter kennisname toegevoegde Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Oosterhout 2023 zijn geen nadere regels m.b.t. de bevoegdheden van de toezichthouder opgenomen. Wel staat in het eind 2021 vastgestelde plan voor toezicht en handhaving rechtmatigheid in het sociaal domein opgenomen wat de plichten en bevoegdheden van toezichthouders zijn. Het gaat hierbij om algemene en specifieke plichten op grond van de Awb. 11. Mbt 1 gezin - 1 regisseur - 1 plan: wij krijgen signalen dat in 1 gezin een WMO beschikking door een andere medewerker van het sociaal team behandeld moet worden dan de jeugdzorgbeschikking. Klopt dit? En hoe werkt dan 1 gezin - 1 regisseur- 1 plan? Antwoord: Het uitgangspunt is één gezin, één plan en één regisseur.

Het uitvoeren van dit uitgangspunt lukt niet altijd en vraagt doorlopend aandacht. Zie ook het antwoord bij vraag 3 van GroenLinks. 12. Hoeveel gezinnen maken gebruik van meerdere regelingen (WMO, jeugdzorg, ggz etc) of is er sprake van meervoudige problematiek? In hoeveel van deze gezinnen is nu sprake van 1 gezin 1 regisseur- 1 plan? Antwoord: De gegevens over stapelingen in het sociaal domein zijn openbaar te vinden op waarstaatjegemeente.nl3. Momenteel vindt u hier de gegevens over het eerste half jaar van 2022 en eerdere jaren (de gegevens worden gedurende het jaar bijgewerkt). Hier ziet u dat meerdere gezinnen gebruik maken van meerdere voorzieningen. Ook ziet u hier de cijfers over gezinnen waarbij sprake is van een stapeling van meerdere voorzieningen vanuit verschillende regelingen. Wanneer sprake is van zo’n stapeling zullen meerdere professionals van het sociaal team 2 Visie op toezicht 3 https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein/5--stapeling-

van-voorzieningen

betrokken zijn. De professionals stemmen zoveel mogelijk onderling af en spreken af wie het eerste contactpersoon voor het gezin is. Het uitvoeren van het uitgangspunt één gezin, één plan en één regisseur blijft, zoals eerder genoemd, doorlopend aandacht vragen.

Vragen van fractie

Naam raadslid: Anco Bakx

1. Wij missen in de verordening één aanspreekpunt, één gezin, één plan. Waarom staat dat hier niet in? Hoort dat geen onderdeel te zijn? Antwoord: Het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur staat in artikel 2.2. van de voorgelegde Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2023. 2. De ambitie is duidelijk en goed. Zijn er voldoende middelen (mensen + geld) om de zeer dynamische problematiek in de jeugdzorg het hoofd te kunnen bieden? Antwoord: Zoals u terecht aangeeft is de problematiek in de jeugdzorg dynamisch en hardnekkig. De middelen (zowel mensen als geld) staan onder druk. Het huidige jeugdstelsel in Nederland is niet houdbaar. Sinds 2021 wordt daarom op landelijk niveau gesproken over de Hervormingsagenda Jeugd. Het doel hiervan is dat de hulpverlening wordt verbeterd en het jeugdstelsel financieel beheersbaar wordt. Tot op heden zijn de betrokken partijen (Rijk, gemeenten, zorgaanbieders, professionals en cliënten) alleen nog niet tot overeenstemming gekomen over de Hervormingsagenda Jeugd. Eén belangrijke reden hiervan is dat er nog geen goede afspraken zijn tussen het Rijk en de gemeenten over de financiële houdbaarheid. Naast deze landelijke ontwikkelingen staan we niet stil. We werken regionaal al aan deze problematiek. Zo zijn we bezig met de uitwerking van de Regiovisie Jeugdhulpregio West-Brabant Oost.

Hierin werken we om, samen met alle spelers in het veld, te komen tot de juiste en beste hulpverlening en om te komen tot een beheersbaar jeugdhulplandschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=453cc5c7-f230-42ab-9582-cc528e701d34