CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Verordening individuele studietoeslag Participatiewet - a

Raadsvergadering 23 november 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk: ZN312556 Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 20223.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout [zoals deze luidt met ingang van 1 januari 2022, bij raadsbeluit van 23 november 2021 na vaststelling van de wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022]

De raad van de gemeente Oosterhout; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. 21 november 2014; gelet op artikel 8, lid 1, onderdeel c en artikel 36b van de Participatiewet; overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over het verstrekken van een individuele studietoeslag aan een persoon van 18 jaar of ouder van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie; besluit vast te stellen de Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015 gemeente Oosterhout.

Artikel 1 1. 2.

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout; b. wet: Participatiewet; c. individuele studietoeslag toeslag als bedoeld in artikel 36b van de wet.

Artikel 2 1.

2. 3. 4.

Voorwaarden individuele studietoeslag

De persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, en voldoet aan de in artikel 36b van de wet genoemde voorwaarden kan in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Een verzoek voor een individuele studietoeslag dient schriftelijk op het daarvoor bestemde aanvraagformulier te worden ingediend bij het college. De individuele studietoeslag wordt verleend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend. De individuele studietoeslag wordt toegekend voor de duur van het op dat moment lopende school- of studiejaar, maar maximaal tot het moment dat de studie wordt beëindigd.

Artikel 3 1.

Begripsomschrijvingen

De hoogte en betaling van de individuele studietoeslag

De hoogte van de individuele studietoeslag bedraagt: a. Voor de persoon van 18 jaar: € 150,00 netto per maand; b. Voor de persoon van 19 jaar: € 180,00 netto per maand; c. Voor de persoon van 20 jaar: € 240,00 netto per maand;

2.

d. Voor de persoon van 21 jaar en ouder: € 300,00 netto per maand. De individuele studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald.

Artikel 4

Uitvoering

De uitvoering van deze verordening berust bij het college.

Artikel 5

Nadere regels

Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

Artikel 7

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2014

de voorzitter

de griffier

2

Algemene toelichting De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de mogelijkheid om personen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele toeslag te verstrekken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en kwaliteiten bezit. Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaantje (TK 2013-2014, 33161, nr 125, p 2). De individuele studietoeslag is een bijzondere vorm van bijzondere bijstand. De individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde belanghebbenden van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen.

De individuele studietoeslag heeft raakvlakken met de individuele inkomenstoeslag zoals genoemd in artikel 36 van de Participatiewet. Ook hiervoor geldt dat het beschouwd kan worden als bijzondere vorm van bijzondere bijstand die niet gerelateerd is aan bepaalde kosten. Vanwege deze gelijkenis wordt bij de vormgeving van de individueel studietoeslag aangesloten bij de individuele inkomenstoeslag. Op grond van artikel 8, lid 1, onderdeel c, van de Participatiewet, dient de gemeenteraad bij verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een individuele studietoeslag . Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag. Hiermee is beoogd te bewerkstelligen, dat de individuele studietoeslag zoveel mogelijk een gemeentelijke verantwoordelijkheid wordt. Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college aan personen die voldoen aan de voorwaarden een individuele studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe niet is gehouden. Het college kan in beleidsregels aangeven of bepaalde groepen niet in aanmerking komen voor een studieslag of in beleidsregels aangeven wie, wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden recht heeft op een individuele studietoeslag.

De voorwaarden om voor een individuele studietoeslag in aanmerking te komen, staan vermeld in artikel 36b van de Participatiewet. Vereist is dat de aanvrager op de datum van aanvraag: • 18 jaar is of ouder; • recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; • geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet heeft en • een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie. Met betrekking tot het laatst genoemde vereiste kan het college advies inwinnen bij een externe organisatie dan wel zelf vaststellen. Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt, is niet in de Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een studietoeslag.

3

De aanvrager zal aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of tegemoetkoming heeft bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. Het college verleent de toeslag op aanvraag. Dit sluit de mogelijkheid voor ambtshalve toekenning uit. Het kabinet geeft hierbij aan, dat het gaat om een vorm van bijzondere bijstand, waarbij geldt dat voor elk individueel geval beoordeeld moet worden of er een recht bestaat.

Artikelsgewijze toelichting: Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Voor wat betreft de begripsomschrijvingen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsomschrijvingen zoals deze zijn opgenomen in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. Door naar de begripsomschrijvingen in deze wetten te verwijzen wordt voorkomen dat de verordening aangepast moet worden op het moment dat een begripsomschrijving in de betreffende wet wordt aangepast. In het tweede lid worden enkele begrippen nader omschreven. Ook bij deze omschrijvingen wordt zoveel mogelijk verwezen naar artikelen in de Participatiewet.

Artikel 2

Voorwaarden individuele studietoeslag

In dit artikel worden de voorwaarden omschreven om in aanmerking te komen voor een individuele studietoeslag. In het eerste lid is bepaald dat het gaat om personen waarvoor de gemeente de reintegratieverantwoordelijkheid heeft. Verder zijn de voorwaarden omschreven in artikel 36b van de wet. Naar dit artikel wordt dan ook verwezen. Het tweede lid bepaalt dat een persoon een keer per 12 maanden in aanmerking kan komen. Hiermee wordt dezelfde systematiek gekozen als bij de individueel inkomenstoeslag. In artikel 36b van de Participatiewet is bepaald dat een individuele studietoeslag op verzoek wordt verleend. In het derde lid is daarom geregeld dat hiervoor een schriftelijke aanvraag ingediend moet worden.

Artikel 3

De hoogte en betaling van de individuele studietoeslag

Ook bij de hoogte en de betaling van de individuele studietoeslag wordt aangesloten bij de bepalingen van de individuele inkomenstoeslag. In afwijking van de individuele inkomenstoeslag is er voor gekozen om geen onderscheid te maken in de hoogte van de toeslag voor gehuwden, alleenstaande ouders en alleenstaanden. De gedachte hierbij is dat de inspanning die gedaan wordt voor de studie onafhankelijk is van de woonsituatie en dus ook op dezelfde manier (met hetzelfde bedrag) beloond moet worden.

Artikel 4

Uitvoering

Evenals de uitvoering van de Participatiewet ligt de uitvoering van deze verordening bij het college.

Artikel 5

Nadere regels

Voor de juiste uitvoering van de verordening kan het noodzakelijk zijn dat nadere uitvoeringsregels worden vastgesteld. Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om dergelijke regels vast te stellen.

4

Artikel 6

Inwerkingtreding

De verordening treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Participatiewet.

Artikel 7

Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2017, gemeente Oosterhout Artikel IV

Wijziging Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout

A In de aanhef wordt “onderdeel d” vervangen door “onderdeel c”

B In artikel 2, eerste lid komt het woord “voorwaarden” op de plaats waar het het eerst gebruikt wordt te vervallen.

Artikel V

A 1. 2. 3. 4.

Slotbepalingen

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Van artikel I werken de onderdelen A, C en D terug tot 1 januari 2017. Van artikel II werken de onderdelen A en D terug tot 1 januari 2017. van Artikel IV werkt onderdeel A terug tot 1 januari 2017.

B Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2017, gemeente Oosterhout. Toelichting Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2017

Algemene toelichting Als gevolg van een aantal wetten dat op 1 januari 2017 en 1 februari 2017 in werking is getreden, is de Participatiewet op een aantal onderdelen gewijzigd. De Verzamelwet SZW 2017 (Staatsblad 471 d.d. 14 november 2016), de wet tot wijziging van Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verplichten van beschut werk en met betrekking tot het quotum van arbeidsbeperkten en het openstellen van de Praktijkroute (Staatsblad 519 d.d. 14 december 2016) en de wet tot wijziging van de Participatiewet, de Wet tegemoetkomingen loondomein, de Wet financiering sociale verzekeringen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in verband met stroomlijning van de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en enkele andere wijzigingen (Staatsblad 444 d.d. 17 november 2016) brengen op verschillende onderdelen aanpassingen aan in de Participatiewet. Een groot deel van de wijzigingen van de Participatiewet treedt op 1 januari 2017 in werking. Een deel van de wijzigingen treedt op 1

5

februari 2017 in werking maar van deze onderdelen heeft weer een gedeelte terugwerkende kracht tot 4 juli 2016. Deze wetswijzigingen maken het noodzakelijk om in een aantal verordeningen die wij in het kader van de Participatiewet hebben vastgesteld wijzigingen aan te brengen. Met deze wijzigingsverordening worden wijzigingen aangebracht in de Re-integratieverordening, de Afstemmingsverordening, de Verordening individuele inkomenstoeslag en de Verordening individuele studietoeslag.

Artikelsgewijze toelichting Artikel IV

Wijziging Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout

A Vanwege aanpassingen in de wet dient de verwijzingen naar het wetsartikel gewijzigd te worden.

B Dit betreft een taalkundige aanpassing.

Artikel V

Slotbepalingen

A In dit onderdeel wordt geregeld dat deze wijzigingsverordening de dag na bekendmaking in werking treedt. Omdat een belangrijk deel van de wetswijzigingen die aanleiding zijn voor deze wijzigingsverordening op 1 januari 2017 in werking zijn getreden is het voor een aantal bepalingen van belang om de bepalingen terugwerkende kracht te geven tot 1 januari 2017.

B Dit onderdeel behoeft geen nadere toelichting.

Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022, gemeente Oosterhout

Artikel IV

Wijziging Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout

De Verordening studietoeslag Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout wordt als volgt gewijzigd:

A In de aanhef wordt “niet in staat zijn” vervangen door “niet in staat is”

B Artikel 2 komt als volgt te luiden: Artikel 2 1.

2.

Voorwaarden individuele studietoeslag

De persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, en voldoet aan de in artikel 36b van de wet genoemde voorwaarden kan in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Een verzoek voor een individuele studietoeslag dient schriftelijk op het daarvoor bestemde aanvraagformulier te worden ingediend bij het college.

6

3. 4.

De individuele studietoeslag wordt verleend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend. De individuele studietoeslag wordt toegekend voor de duur van het op dat moment lopende school- of studiejaar, maar maximaal tot het moment dat de studie wordt beëindigd.

C Artikel 3 komt als volgt te luiden: Artikel 3 1.

e.

De hoogte en betaling van de individuele studietoeslag

De hoogte van de individuele studietoeslag bedraagt: a. Voor de persoon van 18 jaar: € 150,00 netto per maand; b. Voor de persoon van 19 jaar: € 180,00 netto per maand; c. Voor de persoon van 20 jaar: € 240,00 netto per maand; d. Voor de persoon van 21 jaar en ouder: € 300,00 netto per maand. De individuele studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald.

Artikel V

Slotbepalingen

A Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

B Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022, gemeente Oosterhout.

Toelichting Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022

Algemene toelichting Op 1 januari 2022 treedt de Wet inburgering in werking. De invoering van deze wet betekent ook dat de Participatiewet op een onderdeel wordt aangepast. Op 1 januari 2022 treedt namelijk het nieuwe artikel 56a Participatiewet in werking. Dat betekent dat gemeenten verantwoordelijk worden voor het financieel ontzorgen van bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtigen met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit ontzorgen betekent dat het college voor de duur van zes maanden de volgende kosten direct betaald uit de bijstandsuitkering: • de huur • de premie voor de verplichte zorgverzekering en • de voorschotten voor de rekeningen van gas, water en licht Vanwege deze wetswijziging is het gewenst om de afstemmingsverordening aan te passen en een bepaling op te nemen over wat de consequenties zijn als de bijstandsgerechtigde niet mee wil werken aan deze ontzorging. Het kabinet had de bedoeling om de Participatiewet met ingang van 1 januari 2022 op een aantal punten te wijzingen. Doel van deze wijziging was om de werkkansen voor personen met een arbeidsbeperking verder te vergroten. De wetswijziging zou betekenen dat de verordeningen op een aantal onderdelen gewijzigd zouden moeten worden.

7

Vanwege de val van het kabinet Rutte III is het proces om de Participatiewet te wijzigen stil gelegd. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel namelijk controversieel verklaard. Dit betekent dat behandeling van het wetsvoorstel pas weer verder zal gaan als er een nieuw kabinet is. Een van de onderdelen van het voorstel om de Participatiewet te wijzigen is de aanpassing van de wet op het onderdeel van de individuele studietoeslag. De hoogte van de individuele studietoeslag wordt nu nog door de gemeenteraad bepaald via de verordening. Een onderdeel van de voorgestelde wetswijziging is dat in de wet wordt vastgelegd wat de hoogte van deze studietoeslag is. Het stilleggen van het wetgevingsproces betekent dat de wijziging van de individuele studietoeslag ook uitgesteld wordt. Vanwege het belang dat wordt gehecht aan dit onderdeel van het wetsvoorstel heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan gemeenten gevraagd om vooruit te lopen op de wetswijziging en via de gemeentelijke verordening de hoogte van de individuele studietoeslag te bepalen op de hoogte die in het wetsvoorstel is opgenomen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten ondersteunt deze oproep van de staatssecretaris. De gemeente Oosterhout wil hierin meegaan en daarom de verordening individuele studietoeslag hieraan aanpassen.

Naast deze twee redenen om enkele verordeningen aan te passen worden met deze wijzigingsverordening tevens enkele verbeteringen in verordeningen aangebracht.

Artikelsgewijze toelichting Artikel IV Wijziging Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout Met de invoering van de Participatiewet werd de individuele studietoeslag geïntroduceerd. Dit was toen een geheel nieuwe bepaling voor gemeenten. De individuele studietoeslag is bedoeld om personen met een arbeidsbeperking te stimuleren om te studeren, zodat hun toekomstige kansen op de arbeidsmarkt vergroot kunnen worden. De achterliggende gedachte van de individuele studietoeslag was dat studerenden met een arbeidsbeperking niet in staat zijn om, zoals studenten zonder arbeidsbeperking, naast hun studie ook inkomen te verwerven via werk. Om dit te compenseren kan een beroep gedaan worden op de individuele studietoeslag. Bij de introductie van de individuele studietoeslag was voor gemeenten niet duidelijk wat de hoogte van deze toeslag zou moeten zijn. Hierdoor waren er grote verschillen tussen gemeenten. Vanwege de plaats van de studietoeslag in de Participatiewet (artikel 36b) is in Oosterhout toen gekozen voor aansluiting bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag (artikel 36). Dit is opgenomen in de verordening individuele studietoeslag. Het kabinet vond de grote verschillen in de hoogte van de individuele studietoeslag onwenselijk en heeft daarom een wetsvoorstel ingediend, om de hoogte van de toeslag in de wet op te nemen.

Vanaf het moment dat deze wetswijziging wordt ingevoerd, mag de gemeente de hoogte van de toeslag niet meer zelf vaststellen. Vanwege de demissionaire staat van het kabinet Rutte III heeft de Tweede Kamer besloten het wetsvoorstel tot wijziging van de Participatiewet controversieel te verklaren. Dit betekent dat het wetsvoorstel pas in behandeling genomen zal worden als er een nieuw kabinet is. Vanwege het belang voor de doelgroep heeft de staatssecretaris aan gemeenten de oproep gedaan om vooruit te lopen op de wetswijziging. Dit moet inhouden dat de gemeente de hoogte van de studietoeslag, zoals deze in het wetsvoorstel staan, al opneemt in de verordening. De VNG ondersteunt deze oproep van de staatssecretaris. Met deze wijzigingsverordening wordt gehoor gegeven aan de oproep van de staatssecretaris en de VNG. De individuele studietoeslag wordt hiermee aangepast. In plaats van een eenmalig bedrag per jaar wordt een maandbedrag vastgesteld dat aansluit bij wat is opgenomen in het wetsvoorstel.

A Hier wordt een taalkundige onjuistheid gecorrigeerd.

8

B en C Met de aanpassing van de artikelen 2 en 3 wordt geregeld dat de individuele studietoeslag een maandbedrag wordt en wordt de hoogte van dit bedrag vastgesteld. Zoals in het wetsvoorstel wordt de hoogte van de studietoeslag afhankelijk van de leeftijd van de aanvrager. De verhouding van de hoogte is afgeleid van de verhouding van het jeugd minimumloon met het reguliere minimumloon. Dit is in onderstaande tabel aangegeven. Bedragen individuele studietoeslag Leeftijd Verhouding jeugd WML / regulier WML 21 jaar en ouder 100% 20 jaar 80% 19 jaar 60% 18 jaar 50%

Artikel V

Slotbepalingen

Dit artikel behoeft geen verdere toelichting

9

Netto bedrag studietoeslag € 300,00 € 240,00 € 180,00 € 150,00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=ac5171a8-9ce5-4bc3-8d06-88d5328c5d0b