5. Toelichting Bijlage 2 Quickscan F&F (1).pdf
Tekst van het document
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING GROENESTRAAT 1-2 TE DORST
Colofon Quickscan soortenbescherming Projectnummer: EX.18.1362 Versie: 1 Datum: 28 april 2020
Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Groenestraat 1-2 Dorst
Opdrachtgever Mts. G.A.M. Peeters en M.J.A.A. Peeters – de Jongh Groenestraat 2 4849 PT Dorst
Contactpersoon Anton van Zeeland T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 E: a.vanzeeland@agrifirm.com
Uitvoerders Ing. A. van Zeeland L.F.A. van Sleeuwen (LL.B.)
Collegiale check AvZ
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.
2 Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING
4
HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER
6 6
HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN
9 9
HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE
23 23
LITERATUUR
24
WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE
25 29 34
3 Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Inleiding Planbeschrijving Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Groenestraat 1-2 Dorst. De plannen omvatten het omzetten van het noordelijk gelegen bouwvlak (Groenestraat 1) in twee woonbestemmingen en het zuidelijk gelegen bouwvlak (Groenestraat 2) wordt verkleind. De varkensstal inclusief mestkelder op Groenstraat 1 is reeds afgebroken in het kader van het plan waarvoor het vigerende bestemmingsplan is opgesteld. Het agrarische bouwvlak dat gelegen is ten noorden van de Groenestraat komt te vervallen. Daarnaast wordt de rundveehouderij ter plaatse van de Groenestraat 2 gesaneerd. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. De machineberging blijft behouden t.b.v. de binnenstalling van de werktuigen en machines welke worden gebruikt t.b.v. de akkerbouwtak. Naast de machineberging blijft ook de bedrijfswoning en het bedrijfsgebouw dat direct vast tegen de bedrijfswoning is gesitueerd behouden. In bijlage 3 is een afbeelding met het globaal beeld van de gewenste ontwikkeling bijgevoegd. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen.
De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Dorst in de gemeente Oosterhout. Het plangebied bevindt zich buiten de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Dorst.
Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 17/04/2020)
4 Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Wet natuurbescherming. Op maandag 27 april 2020 is de locatie tussen 08:30 en 09:30 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 10 graden Celsius, onbewolkt en vrijwel windstil. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.
Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop- en bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
5 Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Hoofdstuk 1
1 Toetsingskader Wet natuurbescherming De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen van de provincies gekomen.
1.1
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000gebied aangewezen. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst.
In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vind net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.
6 Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
1.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn 3) Beschermingsregime ander soorten 4) Vrijgestelde soorten 5) Jaarrond beschermde vogelnesten Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: x Opzettelijk vogels te doden of te vangen; x Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; x Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; x Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
Wat betreft deze soorten is het verboden om: x Opzettelijk dieren te doden of te vangen; x Opzettelijk dieren te verstoren; x Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; x Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; x Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.
Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten niet onder beschermingsregime van de Wet natuurbescherming en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten.
7 Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
1.3
Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte van 10 are of meer beslaat ofwel een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Buiten de bescherming vallen: x houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); x houtopstanden op erven of in tuinen x fruitbomen en windschermen om boomgaarden; x naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar x kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; x Het dunnen van een houtopstand; x uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.
8 Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Hoofdstuk 2
2 Onderzoeksresultaten 2.1
Bronnenonderzoek In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn waarnemingen van flora en fauna in Nederland gebundeld. De Gegevensautoriteit Natuur staat ervoor in dat alleen gevalideerde waarneming worden opgenomen. Gegevens uit meer dan 100 databanken zijn gebundeld, waaronder die van de particuliere gegevens beherende organisaties (Zoogdiervereniging, Vlinderstichting, etc.), provincies en terrein beherende organisaties. De NDFF wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. De gegevens uit deze nationale databank geven een overzicht van alle in de nabijheid van het plangebied waargenomen beschermde planten- en dierensoorten. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn daarbij niet bekend. Het overzicht geeft een indicatie op welke soorten in het bijzonder gelet moet worden bij het veldbezoek. Daarnaast zijn gegevens van websites als www.waarneming.nl geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Deze gegevens zijn niet inhoudelijk voor deze quickscan gebruikt. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden.
Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Ulvenhoutse Bos”. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Ongeveer 90% van het Natuurnetwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld de Biesbosch en de Maashorst. Maar het netwerk is nog niet compleet. Er ontbreken nog veel gebieden en verbindingen die belangrijk zijn voor dieren en planten. Vanwege de klimaatverandering veranderen hun leefomstandigheden en wordt dat nog urgenter. Zij moeten zich kunnen verplaatsen om genoeg voedsel te kunnen blijven vinden en zich voort te planten.
Maar het Natuurnetwerk is er niet alleen voor planten en dieren, maar ook voor mensen. Mensen genieten, recreëren en ontspannen in de natuur en voelen zich gelukkiger. Natuur schept kansen voor ondernemers die natuur en hun bedrijf willen combineren en helpt tegen de gevolgen van klimaatverandering. De provincie Noord-Brabant heeft een Natuurbeheerplan opgesteld. Het Natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat daarbij om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het Natuurbeheerplan beschrijft per (deel)gebied
9 Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
welke natuur- en landschapsdoelen nagestreefd worden. Het plan bevat de begrenzing van de natuur- en agrarische natuurgebieden, met name toegespitst op de internationale biodiversiteitsdoelen en de internationale natuurgerichte agromilieu, water en klimaat doelen. Het plan is het beleidskader voor het provinciale natuurbeleid en ook voor de implementatie van artikel 28 van het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3). Het plan is verankerd in de SVNL en SKNL en daarmee kaderstellend voor de SNL-subsidies. De herinrichting van het plangebied zal geen negatief effect hebben op beschermde gebieden vanwege de relatief grote afstand tot beschermde gebieden.
x
Afbeelding
2:
ligging
Natuurnetwerk
Nederland
(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 17/04/2020)
10
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
en
Natura
2000
x
Afbeelding 3: ligging plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl, geraadpleegd op 17/04/2020)
Binnen het plangebied (Groenstraat 1 en 2) geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind)’, ‘Herziening 10 (Ruimte voor Ruimte Groenstraat 2)’ van de gemeente Oosterhout, vastgesteld op 17 november 2017 door de gemeenteraad van Oosterhout. Dit bestemmingsplan is destijds in opdracht van initiatiefnemer opgesteld t.b.v. de beëindiging van de varkenstak en de realisatie van een ruimte-voor-ruimtekavel. Ter plaatste van het meest noordelijk gelegen bouwvlak (met een opp. van 3.403 m2) die deel uitmaakt van het plangebied, gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen: x x x x x
enkelbestemming Agrarisch; dubbelbestemming Waarde – Archeologie (gedeeltelijk); functieaanduiding bedrijfswoning uitgesloten; gebiedsaanduiding milieuzone – boringsvrije zone; gebiedsaanduiding milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied.
Ter plaatse van het zuidelijk gelegen gedeelte van het bouvlak (met een opp. van 8.678 m2) dat ook onderdeel uitmaakt van het plangebied gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen: x enkelbestemming Agrarisch; x dubbelbestemming Waarde – Archeologie; x gebiedsaanduiding milieuzone – boringsvrije zone; x gebiedsaanduiding wetgevingszone – omgevingsvergunning openheid. Daarnaast vigeert ter plaatse van het plangebied nog het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Oosterhout 2018’ van de gemeente Oosterhout, vastgesteld op 6 juni 2018.
2.2
Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten.
11
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur.
12
x
Afbeelding 4: opslag diversen onder te slopen overkapping (Groenestraat 2)
x
Afbeelding 5: moestuin nabij de te slopen ligboxenstal (Groenestraat 2)
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
x
Afbeelding 6: voorzijde open schuur (blijft behouden) en te slopen ligboxenstal (Groenestraat 2)
x
Afbeelding 7: voorzijde open schuur met opslag diversen (Groenestraat 2)
13
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
x
Afbeelding 8: struweel naast de inrichting (Groenestraat 2)
x
Afbeelding 9: zijaanzicht te slopen ligboxenstal met opslag diversen op terrein (Groenestraat 2)
14
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
x
15
Afbeelding 10: struweel naast de inrichting
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
16
x
Afbeelding 11: te slopen sleufsilo (Groenestraat 2)
x
Afbeelding 12: te slopen sleufsilo met houtwal buiten de inrichting (Groenestraat 2)
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
17
x
Afbeelding 13: te slopen sleufsilo (Groenestraat 2)
x
Afbeelding 14: binnenzijde te slopen ligboxenstal (Groenestraat 2)
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
18
x
Afbeelding 15: binnenzijde te slopen ligboxenstal (Groenestraat 2)
x
Afbeelding 16: sleufsilo (Groenestraat 2)
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
19
x
Afbeelding 17: perceel aan de overzijde weg (Groenestraat 1)
x
Afbeelding 18: voorzijde perceel Groenestraat
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Flora algemeen Bij de planlocatie zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Aan de voorzijde van de percelen staan enkele beukenbomen en Amerikaanse eikenbomen. Deze bomen zijn circa 60 jaar oud. Het perceel (Groenestraat 2) ligt ingeklemd tussen twee groenstroken met zeer gevarieerde beplanting. Deze beplanting bestaat voornamelijk uit meidoorn, wilg, zwarte els, berken en lijsterbes. Deze beplanting wordt niet aangetast door de werkzaamheden. Het perceel aan de voorzijde (Groenestraat 1) is op dit moment in gebruik als paardenwei en bevat algemene kruiden en kort grasland. Grondgebonden zoogdieren Binnen de plangebieden zijn geen grondgebonden zoogdieren aangetroffen. Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden drie verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven en paarverblijven.
Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. Er zijn in en om de stallen geen sporen (vetstrepen, uitwerpselen, prooiresten) aangetroffen. De dakconstructie bestaat uit een ongeïsoleerd dak welke niet stabiel blijft qua temperatuur en gedurende de dag aan enorme temperatuurschommelingen onderhevig zijn. De dakconstructie is hierdoor geen geschikte verblijfsplaats voor vleermuizen. Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn vogels gezien en/of gehoord, namelijk: x
Tabel 1: overzicht waargenomen vogels
Soort Roodborst Winterkoning Vink Zwartkop Koolmees Tjiftjaf Heggemus Groenling Putter Boerenzwaluw Zwarte roodstaart Spreeuw Kauw Ekster
20
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Houtduif Holeduif Witte kwikstaart Huismus
De huismussen broeden waarschijnlijk in de woning op het perceel en de woning direct achter het perceel. In de te slopen (reeds leegstaande) en ongeïsoleerde voormalige ligboxenstal broeden diverse koppels holenhuiven. Er zijn geen boerenzwaluwen waargenomen. Aannemelijk is dat deze er voorheen wel waren. x
Tabel 2: overzicht waargenomen vogelnesten
Soort Holenduif (categorie indeling nestbescherming: -) Uitleg bij tabel: Categorie 1: Categorie 2: Categorie 3: Categorie 4: Categorie 5:
Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie) Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel
Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Volgens de ‘Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland’ (Creemers & Van Delft, 2009) en het waarnemingenoverzicht van 2009 (Van Delft et al., 2010) zijn binnen enkele kilometes afstand van de onderzoekslocatie de volgende amfibiesoorten waargenomen: Alpenwatersalamander, kamsalamander, vinpootsalamander, kleine watersalamander, gewone pad, heikikker, bruine kikker en de bastaardkikker. In de buurt van het plangebied komt volgens de geraadpleegde bronnen de reptielsoort levendbarende hagedis voor. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Hierdoor ontbreekt het in het plangebied aan een voorplantingsbiotoop voor de genoemde amfibiesoorten. Door het ontbreken van struweel of een bosschage is het plangebied ongeschikt als landbiotoop voor de alpenwatersalamander, kamsalamander en vinpootslaamander, bastaardkikker en heikikker. De heikikker en de genoemde salamanders komen waarschijnlijk voor in de vennen van het natuurgebied ‘Boswachterij Dorst’. Mogelijk wordt het plangebied gebruikt als landbiotoop door de kleine watersalamander, gewone pad en de bruine kikker (alle § 3.3 van de Wet natuurbescherming).
Voor de levendbarende hagedis geldt dat in het plangebied geen geschikt leefgebied voor deze soort aanwezig is, vanwege het ontbreken van structuurrijke vegetatie. Het voorkomen van de levendbarende hagedis in het plangebied kan derhalve worden uitgesloten. De levendbarende hagedis komt waarschijnlijk voor in natuurgebied ‘Boswachterij Dorst’. Kevers en slakken Beschermde soorten houtkevers zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (naald)bossen. Deze habitattypen zijn niet aanwezig in het plangebied. Beschermde waterkevers, aquatische slakkensoorten, platte schrijfhoren en Bataafse stroommossel zijn afhankelijk van permanente wateren. In het plangebied is geen permanent oppervlaktewater aanwezig. Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan zoals te zien in bijlage 1, worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke
21
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig.
2.3
Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. De beplanting blijft behouden. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. Het perceel kan geschikt zijn als leefgebied voor de egel, konijn, mol en diverse muizensoorten. Ten noorden van het plangebied komt de eekhoorn (§ 3.3 Wet natuurbescherming) voor. Deze soort komt voor in natuurgebied ‘Boswachterij Dorst’. Het plangebied is door het ontbreken van bomen ongeschikt voor de eekhoorn. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de gebouwen en/ of bomen als verblijfplaats worden gebruikt. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, maar belangrijke vliegroutes zijn niet aanwezig in het plangebied vanwege het ontbreken van groenstructuren. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. De bebouwing dient gesloopt te worden buiten het broedseizoen. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen.
Er is geen permanent oppervlaktewater aanwezig. Het plangebied is geschikt om te dienen als landbiotoop voor de minder kritische soorten van § 3.3 van de Wet natuurbescherming: de bruine kikker en de gewone pad. Door de voorgenomen plannen zal een deel van het leefgebied van deze soorten verdwijnen. Voor de kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad geldt dat in de provincie Noord-Brabant in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling een algehele vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Het is mogelijk dat de kleine watersalamander, de bruine kikker en de gewone pad het plangebied als landhabitat gebruiken. De voorgenomen plannen hebben mogelijk een negatief effect op deze soorten. Kevers en slakken Er zijn geen beschermde soorten slakken en instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.
kevers
aangetroffen.
De
Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
22
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Hoofdstuk 3
3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.
3.1
Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. De bedrijfsgebouwen dienen gesloopt te worden buiten het broedseizoen.
Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.
23
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Literatuur x x
x x x x x x
x x x x x x x x x x x x x x x x
24
Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Wet natuurbescherming Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Beleidsregels ten behoeve van passieve soortenbescherming Wnb Limburg Wet natuurbescherming. Vastgesteld d.d. 1 januari 2017.
www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.ndff.nl www.floron.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu www.verspreidingsatlas.nl
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Bijlage
1 Waarnemingen
25
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
26
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
27
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
28
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Bijlage
2 Effecten indicator soorten
29
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
30
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
31
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
32
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
33
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst
Bijlage
3 Plan projectlocatie
34
Quickscan Flora- en Fauna – Groenestraat 1-2 Dorst