CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

5. OBP Regels Groenestraat 1-2 Dorst.pdf

Raadsvergadering 27 september 2022, gemeente OosterhoutBij agendapunt: raadsvoorstel 357883 vaststellen bestemmingsplan "Buitengebied 2013 (incl. lint Oosteind) herz. 24 (Groenestraat 1-2)"11.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

Artikel 4 Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. aan huis verbonden beroep en/of bedrijf; c. behoud, herstel en ontwikkeling van landschaps-, natuur- en cultuurhistorische waarden; d. water en waterhuishoudkundige doeleinden; e. extensief dagrecreatief medegebruik; f. erfbeplanting; g. landschappelijke inpassing van bouwwerken en voorzieningen; één en ander met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen, waaronder tuinen, erven en perceelsontsluitingen en overeenkomstig de in 4.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming. 4.1.2 Nadere detaillering van de bestemming a. Aan huis verbonden beroep en/of bedrijf In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 4.1.1, waarbij met betrekking tot aan huis verbonden beroep en/of bedrijf de volgende bepalingen gelden: a. er moet sprake zijn van een bouwvlak, waarop minimaal één woning is toegestaan; b. de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing, tot een maximum van 50 m2; c. het betreft een activiteit behorend tot milieucategorie 1 of 2, als opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten of een qua milieuhinder en ruimtelijke uitstraling vergelijkbare activiteit; d. buitenopslag ten dienste van de nevenactiviteit is niet toegestaan; e. horeca en detailhandel (w.o.

showroom en/of afhaalpunt c.q. logistieke functie, al dan niet t.b.v. internethandel) zijn niet toegestaan; f. de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning; g. er dient op eigen terrein, binnen het bestemmingsvlak, te worden voorzien in de parkeerbehoefte; h. de activiteit is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig (w.o. afwikkeling verkeer) en milieukundig (w.o. geur) aanvaardbaar; i. de activiteit leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving, waaronder voor het aspect geur. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Voor het bouwen in het algemeen gelden de volgende bepalingen: a. er is maximaal één woning toegestaan per bestemmingsvlak; b. woningen mogen enkel gebouwd worden binnen het bouwvlak;

26Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

c.

dat ten behoeve de bestemming enkel mag worden gebouwd wanneer blijkt dat deze bouwwerken landschappelijk worden ingepast conform het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 4 van deze regels.

4.2.2. Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a. de inhoud van een woning bedraagt maximaal 750 m3, met dien verstande dat bij het bepalen van de inhoud van een woning worden voor bewoning bestemde aangebouwde bijbehorende bouwwerken meegerekend; b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 4,5 m; c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9 m; d. het hoofdgebouw wordt uitgevoerd met een kap; e. de afstand van woningen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt ten minste 5 m. Indien de perceelsgrens is gelegen in water, wordt deze maat gemeten vanuit de boveninsteek van de betreffende oever; 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij woningen Bijbehorende bouwwerken bij de woning voldoen aan de volgende kenmerken: a. de gezamenlijke oppervlakte van niet voor bewoning bestemde bijbehorende bouwwerken per woning bedraagt maximaal 100 m2; b. deze gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd op een afstand van minimaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn van de woning; c. deze bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden opgericht; d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 meter; e. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 meter. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. voor of op de voorgevelrooilijn van de woning: 1. de bouwhoogte bedraagt maximaal 1 meter; b.

achter de voorgevelrooilijn van de woning: 1. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 meter. 4.2.5 Voorwaardelijke verplichting sloop agrarische veehouderijbebouwing en landschappelijke inpassing Het bouwen overeenkomstig de bestemming is enkel toegestaan indien: a. voorafgaand aan de bouw de noodzakelijke agrarische bebouwing voor veehouderij, overeenkomstig bijlage 3, wordt afgebroken; b. de landschappelijke inpassing conform het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 4 bij deze regels, binnen 1 jaar na het gereedkomen van de bouw is gerealiseerd , wordt beheerd en in stand wordt gehouden.

27Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik, met dien verstande dat buitenopslag voor de voorgevel en het verlengde daarvan niet is toegestaan; b. detailhandel; c. horeca; d. het uitoefenen van bed & breakfast; e. buitenopslag ten behoeve van activiteiten naast het wonen; f. huisvesting van (seizoens)arbeiders en kamerverhuur; g. de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan, die een 106 risicocontour hebben die de aanduiding 'bouwvlak' overschrijdt, met uitzondering van bestaande situaties. 4.3.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruik van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming is enkel toegestaan, indien de landschappelijke inpassing conform bijlage 4 bij deze regels, zoals bedoeld in artikel 5.2.1, lid c, binnen 1 jaar na het gereed komen van de bouw, doch uiterlijk binnen 1 jaar na in gebruik namen van de bouwwerken is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform dat landschappelijk inpassingsplan.

4.4 Afwijken van de gebruiksregels 4.4.1 Omgevingsvergunning bed & breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.3.1 , onder d., teneinde bed & breakfast toe te staan, mits aan de volgende bepalingen wordt voldaan: a. er moet sprake zijn van een bouwvlak, waarop minimaal één woning is toegestaan; b. de activiteit bedraagt niet meer dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing, tot een maximum van 100 m2; c. het maximaal aantal bedden is niet meer dan 10; d. een bed & breakfast is alleen toegestaan in de vorm van niet-zelfstandige woonruimte(n); e. de activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend door een bewoner van de woning; f. er dient op eigen terrein, binnen het bestemmingsvlak, te worden voorzien in de parkeerbehoefte; g. de activiteit is stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig (w.o. woon- en leefmilieu) aanvaardbaar; h. de activiteit leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving (w.o. geur).

28Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

Artikel 5 Waarde - Archeologie

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden. 5.2 Bouwregels Op of in deze gronden mogen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw in generlei opzicht wordt vergroot; b. de bouw van een gebouw of de uitbreiding van een bestaand gebouw met ten hoogste 100 m². 5.3 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.2 ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming; b. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, dan nadat de aanvrager aan de hand van een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport heeft aangetoond, dat door de oprichting van het gebouw het archeologische bodemarchief niet wordt verstoord; c. Voor zover het oprichten van het gebouw kan leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één van de volgende voorwaarden verbinden: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of 2.

De verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. De verplichting de oprichting van het gebouw te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Omgevingsvergunning werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energieof telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het verlagen van het waterpeil;

29Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

5.4.2 Uitzonderingen Het verbod, zoals bedoeld in lid 5.4.1 is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen, waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. het betreffen werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden met een diepte van minder dan 0,50 m of, bij een grotere diepte, met een oppervlakte kleiner dan 100 m2; c. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; d. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; 3. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 5.4.3 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk a. Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen. Uitgezonderd van dit verbod zijn sloopwerkzaamheden van bouwwerken, waarbij de oppervlakte minder bedraagt dan 100 m2 of niet dieper wordt gewerkt dan 0,50 m onder maaiveld; b.

aan de sloopvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld, dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door de door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist, dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA); c. indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag, die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de sloopvergunning; d. de vergunning kan niet worden verleend, indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft. 5.4.4 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.4.1 en 5.4.3 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1.

een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of

30Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA. 5.5 Wijzigingsbevoegdheid 5.5.1 Wijziging op basis van archeologisch onderzoek Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin, dat de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie' voor een nader aangegeven gebied vervalt, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 5.5.2 Advies Alvorens de in lid 5.5.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door burgemeester en wethouders in te schakelen deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.

31Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 7.1 Voorwaardelijke verplichting verwerking hemelwater bij aanleg verharding en instandhouding hemelwatervoorziening a. de aanleg van verharding is alleen toegestaan indien is aangetoond dat: 1. Op eigen terrein wordt voorzien in de verwerking van het hemelwater door middel van hergebruik, bodeminfiltratie (tijdelijke) waterberging of alternatieve voorziening waarbij de capaciteit van de voorziening ten minste 7 m3 regenwater per 100 m2 afvoerend verhard oppervlak in één uur kan verwerken; 2. De compenserende waterberging als bedoeld onder a in stand wordt gehouden.

Artikel 8 Parkeren b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels kan uitsluitend worden verleend, indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen; indien niet in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen wordt voorzien, wordt de omgevingsvergunning geweigerd; c. Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen. Hiervoor gelden de volgende regels: 1. In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw en in het geval van de functiewijziging van een gebouw en/of van gronden, dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 2. Indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen; 3. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van het geldende door de gemeenteraad op 22 mei 2019 vastgestelde gemeentelijke parkeerbeleid, als neergelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2019, bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid en/of de ruimte voor laden en lossen. Indien dit parkeerbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging; 4.

De parkeervoorzieningen, als bedoeld onder 1 en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen ,als bedoeld onder 2, dienen in stand te worden gehouden.

32Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

Artikel 9 Algemene aanduidingsregels 9.1 Gebiedsaanduidingen Ter plaatse van de gebiedsaanduidingen: a. wetgevingszone - omgevingsvergunning openheid aangeduide gronden gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming, waarbinnen dit geldt. 9.2 Milieuzone - boringvrije zone 9.2.1 Gebruiksregel Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringvrije zone' strekt de bestemming mede tot het behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. 9.2.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden met de aanduiding 'milieuzone - boringvrije zone' wijzigen, teneinde de begrenzing van de aanduiding in overeenstemming te brengen met de gewijzigde begrenzing, zoals die volgt uit een provinciaal besluit. 9.3 milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied 9.3.1 Gebruiksregel Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn de betreffende gronden tevens bestemd voor de bescherming van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hoogte van ten hoogste 2 m; 2. het bouwen en gebruik krachtens andere bestemmingen van de gronden mits aangetoond is dat de belangen van het waterwingebied dat toelaten; b.

indien op grond van hoofdstuk 2 een lagere maximale bouwhoogte geldt dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte ingevolge lid a onder 1, prevaleert de maximaal toelaatbare bouwhoogte van hoofdstuk 2.

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 10.1 Afwijken voorwaardelijke verplichting verwerking hemelwater bij aanleg verharding en instandhouding hemelwatervoorziening Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.1 al er een onderbouwing wordt gegeven van de (technische) onmogelijkheden.

33Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 24 (Groenestraat 1-2)' van de gemeente Oosterhout.

34Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 24 (Groenestraat 1-2)’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=b085a949-3cca-45e6-ba19-00c854077ab4