CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Verordening tegenprestatie Sociale Zekerheid - a

Raadsvergadering 23 november 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk: ZN312556 Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 20222.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening tegenprestatie Sociale Zekerheid 2015, gemeente Oosterhout

[zoals deze luidt met ingang van 1 januari 2022, bij raadsbesluit van 23 november 2021 na vaststelling van de wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022]

De raad van de gemeente Oosterhout; gezien het voorstel van burgemeester en wethouder van 21 november 2014; gelet op artikel 8a, lid 1, aanhef en onderdeel b, van de Participatiewet, artikel 35, lid 1, aanhef en onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; artikel 35, lid 1, aanhef en onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet; overwegende dat het noodzakelijk is het opleggen van een tegenprestatie bij verordening te regelen; Besluit vast te stellen: de “Verordening tegenprestatie Sociale Zekerheid 2015, gemeente Oosterhout”.

Hoofdstuk 1

Artikel 1 1.

2.

Algemene bepalingen

Begripsbepalingen

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht. In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: Participatiewet; b. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; c. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; d. uitkering: algemene bijstand ingevolge de wet, een uitkering ingevolge de IOAW of een uitkering ingevolge de IOAZ; e. uitkeringsgerechtigde: persoon met algemene bijstand ingevolge de wet, een uitkering ingevolge de IOAW of een uitkering ingevolge de IOAZ; f. tegenprestatie: onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden die niet kunnen worden beschouwd als reguliere arbeid, waar tegenover een reguliere betaling moet staan, en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt; g. mantelzorg: zorg die mensen vrijwillig en onbetaald verlenen aan mensen met een fysieke, verstandelijke of psychische beperking in hun familie, huishouden of sociale netwerk, waarbij de verleende zorg de gebruikelijke zorg voor elkaar overstijgt;

1

h.

vrijwilligerswerk:

i.

college:

Hoofdstuk 2

Artikel 2

werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving; college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout.

Tegenprestatie naar vermogen

Voorwaarden aan de op te leggen tegenprestatie

Indien het college een uitkeringsgerechtigde opdraagt tot het verrichten van een tegenprestatie naar vermogen, dan dient deze tegenprestatie in ieder geval aan de volgende voorwaarden te voldoen: a. er is geen sprake van verdringing van regulier werk; b. de tegenprestatie wordt niet ingezet in de lijfgebonden (mantel)zorg; c. de tegenprestatie kan mede bijdragen aan de verkleining van de afstand tot de arbeidsmarkt; d. de tegenprestatie wordt afgestemd op de individuele omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde.

Artikel 3 1. 2.

Het college stimuleert en ondersteunt uitkeringsgerechtigden bij het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt. De ondersteuning genoemd in het eerste lid vindt primair plaats met inzet van reintegratievoorzieningen.

Artikel 4 1.

2.

3. 4. 5.

2. 3.

Verplichte tegenprestatie

Het college kan een uitkeringsgerechtigde, waarvan is vastgesteld dat hij in staat is tot het verrichten van arbeid, maar die zich onvoldoende inzet om dit doel te bereiken, verplichten een tegenprestatie te verrichten. Voor zover een tegenprestatie wordt opgedragen gelden voor wat betreft de omvang hiervan de volgende voorwaarden: a. de tegenprestatie wordt opgedragen voor een maximale tijdsduur van drie maanden; b. de tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal tien uren per week; c. de tegenprestatie kan binnen een periode van twaalf maanden eenmaal worden opgedragen. De uitkeringsgerechtigde draagt primair zelf de verantwoordelijkheid voor de uit te voeren tegenprestatie. Indien de uitkeringsgerechtigde de verantwoordelijkheid genoemd in het derde lid niet of onvoldoende neemt, kan het college opdragen welke tegenprestatie verricht dient te worden. Het opleggen van een tegenprestatie laat onverlet dat het college de mogelijkheid heeft tot het toepassen van een afstemming vanwege het niet of onvoldoende voldoen aan de aan de uitkering verbonden voorwaarden.

Artikel 5 1.

Relatie tussen re-integratie en tegenprestatie

Vrijwillige tegenprestatie

Het college kan ter stimulering van de participatie een uitkeringsgerechtigde verzoeken tot het verrichten van een vrijwillige tegenprestatie. De bepaling van de omvang van de vrijwillige tegenprestatie wordt primair bepaald door de uitkeringsgerechtigde. Indien de uitkeringsgerechtigde de bereidheid heeft tot het verrichten van de in het eerste lid genoemde tegenprestatie, dan ondersteunt het college de uitkeringsgerechtigde bij het vinden van een geschikte tegenprestatie, indien de uitkeringsgerechtigde zelf onvoldoende in staat is hiervoor zelf geschikte activiteiten te vinden.

2

4.

Het college kan het verrichten van mantelzorg of vrijwilligerswerk beschouwen als een geschikte tegenprestatie.

Artikel 6 1. 2.

3.

Onkostenvergoeding of vrijwilligersvergoeding

Voor zover de uitkeringsgerechtigde bij het uitvoeren van de tegenprestatie een onkostenvergoeding ontvangt, wordt deze bij de verlening van de uitkering buiten beschouwing gelaten. Voor zover de belanghebbende bij het uitvoeren van de tegenprestatie een vrijwilligersvergoeding ontvangt, wordt deze bij de verlening van de uitkering vrijgelaten tot het bedrag zoals vastgesteld in de ministeriële regeling als genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, van de wet. Het tweede lid is niet van toepassing op de persoon die jonger is dan 27 jaar.

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Slotbepalingen

Nadere regels

Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening.

Artikel 8

Uitvoering

De uitvoering van deze verordening berust bij het college.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 10

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening tegenprestatie Sociale Zekerheid 2015, gemeente Oosterhout”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2014

de voorzitter

de griffier

3

Toelichting Verordening tegenprestatie Sociale Zekerheid 2015, gemeente Oosterhout

Algemene toelichting Het college is bevoegd een uitkeringsgerechtigde te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt met arbeidsinschakeling. Dit is vastgelegd in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. Ook in artikel 37, eerste lid onderdeel f van de IOAW en artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAZ zijn bepalingen opgenomen over het opleggen van een tegenprestatie. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Individuele omstandigheden Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen. Als het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem verwacht wordt.

Afstemmen Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomen van de opgedragen tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd overeenkomstig de gemeentelijke afstemmingsverordening. Bevoegdheid opdragen tegenprestatie De bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ook noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 29). Verordening tegenprestatie In artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt met betrekking tot het opleggen van een tegenprestatie. Ook in artikel 35, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW en artikel 35, eerste lid, onderdeel e, van de IOAZ, is een bepaling opgenomen dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over het opleggen van een tegenprestatie. Visienota Participatiewet In de visienota Participatiewet is ook aandacht besteed aan de tegenprestatie. In de raadsvergadering van 21 januari 2014 is de visienota Participatiewet vastgesteld.

Hierbij is de visienota op het onderdeel tegenprestatie door de raad geamendeerd. Over de tegenprestatie is via dit amendement het volgende vastgesteld: “Het is principieel onjuist dat van burgers als tegenprestatie voor een uitkering een tegenprestatie in de vorm van onbetaald werk wordt gevraagd. Als er werk is dat gedaan moet worden, dan moet iemand daar gewoon voor betaald worden. Wel mag van mensen met een uitkering worden gevraagd om vrijwilligerswerk of mantelzorg uit te voeren.” Coalitieakkoord 2014-2018 Ook in het coalitieakkoord 2014-2018 is aandacht besteed aan het onderwerp tegenprestatie. Hierover is het volgende gesteld: “Bijstandsgerechtigden die wel kunnen, maar niet willen, worden door de gemeente verplicht een tegenprestatie voor hun uitkering te leveren. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: - Er mag geen verdringing van regulier werk plaatsvinden. - De tegenprestatie kan niet worden ingezet in de lijfgebonden (mantel)zorg. - De tegenprestatie is erop gericht de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen.

4

-

Er is altijd maatwerk nodig: geen standaardoplossingen, maar per individu bepalen wat de juiste route is.”

Bij het opstellen van deze verordening zijn de in de geamendeerde visienota en de bepaling in het coalitieakkoord als uitgangspunt gehanteerd.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Algemene bepalingen

Begripsbepalingen

Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ of de Awb niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in deze wetten de verordening moet worden gewijzigd. De begrippen die niet zijn omschreven in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ of de Awb, of die verduidelijkt moeten worden, zijn in het tweede lid omschreven. In onderdeel f van het tweede lid is omschreven wat onder een tegenprestatie wordt verstaan. Hierbij is conform de amendering van de visienota expliciet bepaald dat het niet mag gaan om arbeid waar een reguliere betaling tegenover zou moeten staan. Vanwege deze amendering is tevens een begripsbepaling voor mantelzorg (onderdeel g) en vrijwilligerswerk (onderdeel h) opgenomen.

Hoofdstuk 2 Artikel 2

Tegenprestatie naar vermogen

Voorwaarden aan de op te leggen tegenprestatie

Zoals in de algemene toelichting al is aangegeven, is er in het coalitieakkoord 2014-2018 ook aandacht besteed aan de tegenprestatie. In het coalitieakkoord zijn voorwaarden opgenomen waaraan de tegenprestatie dient te voldoen. Deze voorwaarden zijn in artikel 2 van deze verordening opgenomen.

Artikel 3

Relatie tussen re-integratie en tegenprestatie

Uitgangspunt is dat een uitkeringsgerechtigde weer in staat gesteld wordt om zelfstandig een inkomen te verwerven en hiermee weer onafhankelijk te worden van een uitkering. Om deze reden is in dit artikel nog expliciet opgenomen dat primair aandacht moet zijn voor het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, zodat de kansen op betaald werk vergroot worden. Ondersteuning van uitkeringsgerechtigden vindt dan ook primair plaats met inzet van re-integratievoorzieningen. Secundair komt dan de tegenprestatie pas aan de orde.

Artikel 4

Verplichte tegenprestatie

In coalitieakkoord is opgenomen dat een tegenprestatie alleen verplicht opgelegd kan worden aan personen die ten aanzien van activiteiten gericht op verkleining van de arbeidsmarkt wel kunnen maar niet willen. In artikel 4 van de verordening wordt deze verplichte tegenprestatie geregeld. De algemene bepaling hiervoor is opgenomen in het eerste lid. Uitgangspunt van de wetgever is dat sprake is van een tegenprestatie naar vermogen, maar dat een tegenprestatie wel beperkt is in duur en omvang. Ten aanzien hiervan zijn regels gesteld in het tweede lid. In het derde lid is bepaald dat de uitkeringsgerechtigde primair zelf verantwoordelijk is voor de tegenprestatie. Hij zal dus in beginsel zelf met voorstellen moeten komen over de te verrichten tegenprestatie. Alleen wanneer de uitkeringsgerechtigde dit nalaat zal het college een tegenprestatie opdracht (vierde lid).

5

Op grond van de wet en de gemeentelijke afstemmingsverordening dient het college een afstemming (verlaging) van de uitkering toe te passen als de uitkeringsgerechtigde de re-integratie en arbeidsverplichting niet of onvoldoende nakomt. Het opleggen van een tegenprestatie brengt hierin geen verandering.

Artikel 5

Vrijwillige tegenprestatie

Vanuit oogpunt van activering en participatie kan het goed zijn voor een uitkeringsgerechtigde om maatschappelijke activiteiten te verrichten. In artikel 5 is opgenomen dat het college de uitkeringsgerechtigde kan stimuleren om dit te doen. Uitgangspunt is dat de uitkeringsgerechtigde zelf kijkt wat bij zijn interesses en mogelijkheden past. Als betrokkene zelf niet goed in staat is om een geschikte activiteit te vinden, dan kan hierbij ondersteuning plaatsvinden. Aansluitend bij de geamendeerde visienota kan het verrichten van mantelzorg of vrijwilligerswerk ook worden beschouwd als een tegenprestatie.

Artikel 6

Onkostenvergoeding of vrijwilligersvergoeding

In het eerste lid is geregeld dat een ontvangen onkostenvergoeding buiten beschouwing wordt gelaten bij de bepaling van de uitkering. Ook een vrijwilligersvergoeding blijft buiten beschouwing voor zover deze blijft binnen de grenzen die de wetgever hieraan stelt. De vrijlatingsbedragen voor de vrijwilligersvergoeding worden vastgesteld in een ministeriële regeling. Voor 2014 geldt hierbij een vrijlating van maximaal € 95 per maand of € 764 per jaar. Op grond van het bepaalde in artikel 31, lid 7 van de Participatiewet geldt de vrijlating van de vrijwilligersvergoeding niet voor personen jonger dan 27 jaar.

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Slotbepalingen

Nadere regels

Voor de juiste uitvoering van de verordening kan het noodzakelijk zijn dat nadere uitvoeringsregels worden vastgesteld. Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om dergelijke regels vast te stellen.

Artikel 8

Uitvoering

Evenals de uitvoering van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ berust de uitvoering van deze verordening bij het college.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Op 1 januari 2015 treden de “Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten” en de “Invoeringswet Participatiewet” in werking. De inwerkingtreding van deze verordening dient dan ook samen te vallen met de inwerkingtreding van de genoemde wetten.

Artikel 10

Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

6

Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022, gemeente Oosterhout

Artikel III

Wijziging verordening tegenprestatie Sociale Zekerheid 2015, gemeente Oosterhout

De verordening tegenprestatie Sociale Zekerheid 2015, gemeente Oosterhout wordt als volgt gewijzigd:

A In artikel 4, komt in het eerste lid “de” te vervallen en wordt in het tweede lid na “opgedragen” toegevoegd “gelden”.

Artikel V

Slotbepalingen

A Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

B Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022, gemeente Oosterhout. Toelichting Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022

Algemene toelichting Op 1 januari 2022 treedt de Wet inburgering in werking. De invoering van deze wet betekent ook dat de Participatiewet op een onderdeel wordt aangepast. Op 1 januari 2022 treedt namelijk het nieuwe artikel 56a Participatiewet in werking. Dat betekent dat gemeenten verantwoordelijk worden voor het financieel ontzorgen van bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtigen met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit ontzorgen betekent dat het college voor de duur van zes maanden de volgende kosten direct betaald uit de bijstandsuitkering: • de huur • de premie voor de verplichte zorgverzekering en • de voorschotten voor de rekeningen van gas, water en licht Vanwege deze wetswijziging is het gewenst om de afstemmingsverordening aan te passen en een bepaling op te nemen over wat de consequenties zijn als de bijstandsgerechtigde niet mee wil werken aan deze ontzorging. Het kabinet had de bedoeling om de Participatiewet met ingang van 1 januari 2022 op een aantal punten te wijzingen. Doel van deze wijziging was om de werkkansen voor personen met een arbeidsbeperking verder te vergroten. De wetswijziging zou betekenen dat de verordeningen op een aantal onderdelen gewijzigd zouden moeten worden. Vanwege de val van het kabinet Rutte III is het proces om de Participatiewet te wijzigen stil gelegd.

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel namelijk controversieel verklaard. Dit betekent dat behandeling van het wetsvoorstel pas weer verder zal gaan als er een nieuw kabinet is. Een van de onderdelen van het voorstel om de Participatiewet te wijzigen is de aanpassing van de wet op het onderdeel van de individuele studietoeslag. De hoogte van de individuele studietoeslag wordt nu nog door de gemeenteraad bepaald via de verordening. Een onderdeel van de voorgestelde wetswijziging is dat in de wet wordt vastgelegd wat de hoogte van deze studietoeslag is. Het stilleggen van het wetgevingsproces betekent dat de wijziging van de individuele studietoeslag ook uitgesteld

7

wordt. Vanwege het belang dat wordt gehecht aan dit onderdeel van het wetsvoorstel heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan gemeenten gevraagd om vooruit te lopen op de wetswijziging en via de gemeentelijke verordening de hoogte van de individuele studietoeslag te bepalen op de hoogte die in het wetsvoorstel is opgenomen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten ondersteunt deze oproep van de staatssecretaris. De gemeente Oosterhout wil hierin meegaan en daarom de verordening individuele studietoeslag hieraan aanpassen. Naast deze twee redenen om enkele verordeningen aan te passen worden met deze wijzigingsverordening tevens enkele verbeteringen in verordeningen aangebracht.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel III

Wijziging verordening tegenprestatie Sociale Zekerheid 2015, gemeente Oosterhout

In de verordening tegenprestatie worden twee taalkundige onjuistheden gecorrigeerd.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=83194d4b-b793-4409-88bb-308aa0c8cb72