CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Re-integratieverordening Participatiewet - a

Raadsvergadering 23 november 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk: ZN312556 Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 202213.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

19

Artikel 21

Overige re-integratievoorzieningen

In deze verordening is een aantal re-integratievoorzieningen genoemd. Er is echter geen sprake van een limitatieve opsomming. Re-integratie is maatwerk en om dit efficiënt en effectief te kunnen uitvoeren is het niet wenselijk om dit tot een aantal voorzieningen te beperken. Om dit te benadrukken wordt in dit artikel nog expliciet opgenomen dat het college de bevoegdheid heeft om ook andere re-integratiemiddelen in te zetten.

Artikel 22

Combinatie van voorzieningen

In dit artikel is expliciet opgenomen dat het college ook een combinatie van de genoemde voorzieningen kan aanbieden. Hiermee kunnen er bijvoorbeeld arrangementen worden samengesteld die de werkzoekende op werkgever ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan combinaties van scholing, persoonlijke ondersteuning en loonkostensubsidie. Een specifieke combinatie van voorzieningen is bijvoorbeeld de re-integratie praktijkovereenkomst. Hierbij is er sprake van een publiek-private samenwerking, waarbij een werkzoekende een dienstverband krijgt en wordt gedetacheerd bij een reguliere werkgever. Binnen de re-integratie praktijkovereenkomst kunnen verschillende re-integratievoorzieningen worden gecombineerd.

Hoofdstuk 5 Artikel 23

Staatssteunbepaling

Staatssteun

De uitvoering van de Participatiewet, inclusief de uitvoering van deze verordening, moet worden beschouwd als een taak van algemeen belang. Vanuit het oogpunt van de waarborging van eerlijke concurrentieverhoudingen heeft de Europese Commissie regels gesteld ten aanzien van het verlenen van staatssteun aan bedrijven. Ook het verstrekken van loonkostensubsidie kan beschouwd worden als staatssteun. De Europese Commissie geeft aan dat het stimuleren van de aanwerving of tewerkstelling van kwetsbare werknemers en werknemers met een handicap een kerndoelstelling van het economische en sociale beleid van de Europese Unie is. De Commissie wil het daarom voor decentrale overheden mogelijk maken om steun te verlenen aan ondernemingen om de werkgelegenheid voor deze groepen werknemers uit te breiden. Hiervoor zijn regels gesteld in EU-verordening nr. 651/2014. Als de steun aan de voorwaarden uit deze verordening voldoet, hoeft de steun niet bij de Europese Commissie te worden aangemeld. Om deze reden is in artikel 23 van deze re-integratieverordening een expliciete verwijzing gemaakt naar de van toepassing zijnde Europese regelgeving.

Hoofdstuk 6 Artikel 24

Slotbepalingen

Hardheidsclausule

Dit artikel geeft het college de mogelijkheid om in bijzondere situaties af te wijken van de bepalingen van deze verordening.

Artikel 25

Overgangsrecht

In dit artikel is het overgangsrecht neergelegd. Het kan voorkomen dat personen een voorziening toegekend hebben gekregen op grond van de oude re-integratieverordening, die niet meer voldoet aan de voorwaarden uit deze verordening. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin de oude re-integratieverordening voorzieningen bevat die na inwerkingtreding van deze verordening niet meer worden verstrekt. Ook is het denkbaar dat een persoon op grond van de oude re-integratieverordening wel in aanmerking zou komen voor een voorziening, maar door inwer-

20

kingtreding van deze verordening niet meer. De toegekende voorziening zou dan op grond van artikel 4, tweede lid, van deze verordening moeten worden beëindigd. Om dit te voorkomen is in artikel 25, eerste lid, geregeld dat dergelijke voorzieningen worden behouden voor een bepaalde duur. Een dergelijke voorzieningen wordt behouden voor ten hoogste de duur van 12 maanden of - als dit eerder is - voor de duur dat deze is verstrekt. Dit uiteraard voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de ‘oude’ re-integratieverordening. Wordt niet meer aan die voorwaarden voldaan, dan moet de voorziening worden beëindigd, bijvoorbeeld als een belanghebbende geen aanspraak meer heeft op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling. De periode van 12 maanden begint te lopen vanaf het moment van inwerkingtreding van deze verordening. Voortzetten toegekende voorzieningen Toegekende voorzieningen op grond van de ‘oude’ re-integratieverordening worden dus in beginsel behouden tot 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening. Na afloop van die periode kan het college besluiten of een voorziening wordt voortgezet (artikel 25, tweede lid). Hierbij kan het college rekening houden met al gesloten overeenkomsten.

Voortzetting van een voorziening ligt bijvoorbeeld voor de hand als het college is gehouden de kosten van een dergelijke voorziening te voldoen, ongeacht of een persoon nog gebruik maakt van de voorziening. Lopende re-integratievoorzieningen kunnen in beginsel na inwerkingtreding van deze verordening worden afgerond conform de overeenkomst. Voortzetting is niet mogelijk Voortzetting van een toegekende voorziening na 12 maanden is niet mogelijk als de voorziening binnen die periode is beëindigd wegens het niet meer voldoen aan de voorwaarden voor die voorziening op grond van de ‘oude’ re-integratieverordening of als de voorziening is toegekend voor een kortere duur dan 12 maanden na inwerkingtreding van de verordening. Een voorziening dient immers niet langer te worden voortgezet dan de duur van de oorspronkelijke toekenning. Ten aanzien van die voorziening blijft de ‘oude’ re-integratieverordening van toepassing (artikel 25, derde lid, van deze verordening).

Artikel 26

Inwerkingtreding en intrekking

Op 1 januari 2015 treedt de Participatiewet in werking. Dit artikel regelt dat deze reintegratieverordening ook op die datum in werking treedt. Dit betekent wel dat de verordening voor deze datum bekend gemaakt dient te worden. De oude Re-integratieverordening kan worden ingetrokken. Hierbij dient de kanttekening gemaakt te worden dat deze blijft gelden voor zover het overgangsrecht in artikel 25 aan de orde is.

Artikel 27

Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Wijzigingsverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout

Artikel I

Wijziging Re-integratieverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout

De Re-integratieverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout wordt als volgt gewijzigd:

A Na artikel 2 wordt een nieuw artikel toegevoegd luidende: Artikel 2a

21

Op subsidies die op grond van deze verordening worden verstrekt, zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Oosterhout 2012 niet van toepassing.

B Artikel 15 komt te luiden: Artikel 15 1.

2. 3.

No-riskpolis

Een werkgever komt voor 2015 in aanmerking voor een no-riskpolis bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als: a. de werkgever voor de werknemer een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de wet ontvangt, en b. de werknemer op een garantiebaan als bedoeld in het wetsvoorstel Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten is geplaatst, en c. artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is. De no-riskpolis vergoedt bij ziekte van de in het eerste lid bedoelde werknemer een bedrag overeenkomstig 29b Ziektewet. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van de noriskpolis.

C Artikel 18, tweede lid, komt te luiden: 2.

Conform wat is vastgesteld door het Regionaal Werkbedrijf West-Brabant wordt voor de vaststelling van de loonwaarde gebruik gemaakt van de methodiek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de methodiek Talent6.

Artikel II

Slotbepalingen

A Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2015.

B Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout.

Toelichting Wijzigingsverordening Participatiewet 2015

Algemene toelichting Op 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden. De Participatiewet is de opvolger van de Wet werk en bijstand (WWB). Evenals in de WWB wordt in de Participatiewet de opdracht aan de gemeenteraad gegeven om een aantal onderdelen bij verordening te regelen. In de raadsvergadering van 17 december 2014 heeft de gemeenteraad de verschillende verordeningen in het kader van de Participatiewet vastgesteld. Een van de verordeningen die door de gemeenteraad is vastgesteld, is de Reintegratieverordening. Vanwege enkele ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan nadat de verordening is vastgesteld, is het noodzakelijk enkele wijzigingen aan te brengen in deze Re-

22

integratieverordening. Met deze wijzigingsverordening worden deze wijzigingen in de Reintegratieverordening aangebracht.

Artikelsgewijze toelichting Artikel I

Wijziging Re-integratieverordening Participatiewet 2015

A De Re-integratieverordening biedt het college de mogelijkheid om subsidies, zoals bijvoorbeeld een loonkostensubsidie, te verstrekken. In het algemeen is op subsidies de Algemene Subsidieverordening van toepassing. Hierin zijn onder andere bepalingen opgenomen over aanvraag- en vaststellingsprocedures van subsidies. Vanwege het specifieke karakter van subsidies voor re-integratie in het kader van de Participatiewet is het niet wenselijk dat de bepalingen uit de Algemene Subsidieverordening van toepassing zijn. Om deze reden wordt een nieuw artikel 2a toegevoegd aan de Re-integratieverordening waarin wordt bepaald dat de Algemene Subsidieverordening niet van toepassing is.

B In artikel 15 van de Re-integratieverordening zijn bepalingen opgenomen over de verstrekking van een no-riskpolis aan een werkgever die een dienstverband aangaat met een persoon die tot de doelgroep van de Participatiewet behoort. Hierbij was opgenomen dat de gemeente hiervoor een verzekering zou afsluiten met een verzekeraar. In januari 2015 heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afspraken gemaakt met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over een te verstrekken no-riskpolis. Hierbij is afgesproken dat gemeenten in het jaar 2015 de no-riskpolis zullen laten lopen. Vanaf 2016 wil de wetgever wettelijk gaan regelen dat deze no-riskpolis via het UWV loopt. Naast de afspraken die VNG en UWV hebben gemaakt over de no-riskpolis is van belang dat de enige particuliere verzekeraar die een no-riskpolis aanbiedt voor de doelgroep van de Participatiewet te kennen heeft gegeven zich van de markt terug te trekken. Gemeenten kunnen daar geen nieuwe no-riskpolissen meet inkopen bij deze verzekeraar. Vanwege de bovenvermelde ontwikkelingen is het noodzakelijk artikel 15 van de Reintegratieverordening te wijzigingen. In het nieuwe artikel 15 wordt aangesloten bij de afspraken die gemaakt zijn tussen VNG en UWV.

C Met de invoering van de Participatiewet heeft de gemeente de mogelijkheid gekregen om aan een werkgever een structurele loonkostensubsidie te verlenen als hij een dienstverband aangaat met een persoon met een arbeidsbeperking die behoort tot de doelgroep van de Participatiewet. De hoogte van de te verlenen loonkostensubsidie wordt bepaald op basis van de loonwaarde van de werknemer. De loonkostensubsidie is bedoeld om het verschil tussen de loonwaarde en het wettelijk minimumloon te compenseren. In het kader van de Participatiewet is aan gemeenten opgelegd om binnen de arbeidsmarktregio tot samenwerking te komen. Binnen de arbeidsmarktregio die er een regionaal werkbedrijf te komen waarin samenwerking tussen werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en gemeenten vormgegeven wordt. Binnen deze arbeidsmarktregio dient een eenduidige methode te worden toegepast van vaststelling van de loonwaarde. De loonwaardemethode die wordt toegepast dient een gevalideerde methode te zijn. Voor het jaar 2015 zijn er negen loonwaardesystemen gevalideerd. Het Regionaal Werkbedrijf heeft er voor gekozen om voor het jaar 2015 gebruik te gaan maken van twee methoden, namelijk het systeem van het UWV en Talent6 dat ontwikkeld is door WAVA/!GO. In het individuele geval zal gekozen worden welke methode wordt toegepast.

Uitgangspunt hierbij is dat een werkgever maar met één methode te maken krijgt. Op het moment van vaststelling van de Re-integratieverordening was er nog niet bepaald welke loonwaardemethode toegepast zou worden. Enerzijds kon deze keuze nog niet gemaakt worden,

23

omdat bij het opstellen van de Re-integratieverordening het validatieproces van de loonwaardemethoden niet was afgerond en anderzijds omdat er op dat moment nog geen formeel Regionaal Werkbedrijf was. Met de wijziging van artikel 18, tweede lid, van de Re-integratieverordening wordt nu in de verordening vastgelegd dat de hierboven genoemde methoden van loonwaardevaststelling zullen worden toegepast.

Artikel II

Slotbepalingen

A In dit onderdeel wordt geregeld dat deze wijzigingsverordening de dag na bekendmaking in werking treedt. Het is echter van belang om de bepalingen terugwerkende kracht te geven tot 1 januari 2015, de datum van inwerkingtreding van de Participatiewet.

B Dit onderdeel behoeft geen nadere toelichting.

Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2016, gemeente Oosterhout

Artikel I

Wijziging Re-integratieverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout

De Re-integratieverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout wordt als volgt gewijzigd:

A Artikel 15 komt te vervallen.

Artikel III

Slotbepalingen

A Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2016.

B Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2016, gemeente Oosterhout.

Toelichting Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2016

Algemene toelichting Op 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden. De Participatiewet is de opvolger van de Wet werk en bijstand (WWB). Evenals in de WWB wordt in de Participatiewet de opdracht aan de gemeenteraad gegeven om een aantal onderdelen bij verordening te regelen. In de raadsvergadering van 17 december 2014 heeft de gemeenteraad de verschillende verordeningen in het kader van de Participatiewet vastgesteld.

24

Als gevolg van een aantal wetten die op 1 januari 2016 in werking zijn getreden, zijn er wijzigingen aangebracht in de Participatiewet. De wet harmonisatie van instrumenten ter bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten (Staatsblad 547 d.d. 30 december 2015) en de Verzamelwet SZW 2016 (Staatsblad 464 d.d. 10 december 2015) wijzigen een aantal wetten waaronder de Participatiewet. Een andere wet die op 1 januari 2016 in werking is getreden is de Wet taaleis Participatiewet (Staatsblad 136 d.d. 8 april 2015). Deze wet voegt beheersing van de Nederlandse taal als extra verplichting toe aan de Participatiewet. Deze wetswijzigingen maken het noodzakelijk om in een aantal verordeningen wijzigingen aan te brengen. Met deze wijzigingsverordening worden wijzigingen aangebracht in de Reintegratieverordening en de Afstemmingsverordening.

Artikelsgewijze toelichting Artikel I

Wijziging Re-integratieverordening Participatiewet 2015

A In artikel 15 van de Re-integratieverordening zijn regels opgenomen over de no-riskpolis voor een werkgever die een persoon, die tot de doelgroep banenafspraak behoort, een arbeidsovereenkomst geeft. Op 1 januari 2016 is de wet “harmonisatie van instrumenten ter bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten” in werking getreden. Een van de onderdelen van deze wet is de invoering van een uniforme landelijke no riskpolis ten behoeve van personen met een arbeidsbeperking. Deze uniforme landelijke no riskpolis wordt uitgevoerd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Gelet op het feit dat er dus vanaf 1 januari 2016 sprake is van een landelijk no riskpolis, hoeft dit niet meer in een gemeentelijke verordening geregeld te worden. Artikel 15 van de verordening kan dan ook vervallen.

Artikel III

Slotbepalingen

A In dit onderdeel wordt geregeld dat deze wijzigingsverordening de dag na bekendmaking in werking treedt. Omdat de wetswijzigingen die aanleiding zijn voor deze wijzigingsverordening op 1 januari 2016 in werking zijn getreden is het van belang om de bepalingen terugwerkende kracht te geven tot 1 januari 2016.

B Dit onderdeel behoeft geen nadere toelichting.

Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2017, gemeente Oosterhout

Artikel I

Wijziging Re-integratieverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout

De Re-integratieverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout wordt als volgt gewijzigd:

A In de aanhef wordt “vierde lid” vervangen door “vijfde lid en zevende lid”.

B In artikel 6 komen lid 3 en lid 4 als volgt de luiden:

25

3.

4.

In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het college besluiten de voorziening als genoemd in artikel 11 in te zetten voor de niet-uitkeringsgerechtigde jonger dan 27 jaar afkomstig uit: a. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs; b. het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra; of c. de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die niet in staat kan worden geacht tot het volgen van uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs. Geen recht op ondersteuning bestaat voor de niet-uitkeringsgerechtigde en de persoon met een uitkering nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie van de aanvrager.

C Artikel 13 komt als volgt te luiden: Artikel 13 1.

2.

3.

4.

5.

6. 7.

8.

Beschut werk

Het college biedt de voorziening beschut werk aan aan een persoon die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassing van de werkplek nodig heeft, dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze persoon in dienst neemt, en deze persoon: a. behoort tot de doelgroep, of b. een persoon is aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. Het college biedt alleen een voorziening beschut werk aan als het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in een advies heeft aangegeven dat de persoon uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken kan het college de volgende ondersteunende voorzieningen inzetten: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. Het college biedt niet meer plaatsen beschut werk aan dan het aantal waarvoor de gemeente middelen ontvangt van het Rijk en zoals dit aantal wordt vastgesteld bij ministeriële regeling als genoemd in artikel 10b, lid 4, van de wet.

Indien het maximum aantal plaatsen beschut werk als bedoeld in het vierde lid is bereikt en een persoon die is aangewezen op de participatievoorziening beschut werk verzoekt om plaatsing in deze voorziening dan plaatst het college deze persoon op een wachtlijst. Indien een plaats beschut werk beschikbaar komt, wordt de persoon die het langst op de wachtlijst, als genoemd in het vijfde lid, staat op deze beschikbare plaats geplaatst. Van het bepaalde in het zesde lid kan worden afgeweken indien er voor de persoon die het langst op de wachtlijst staat geen beschut werk plaats beschikbaar is die past binnen de arbeidsmogelijkheden van deze persoon. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de wijze van uitvoering van de voorziening beschut werk en de voorwaarden die hieraan verbonden worden.

D In artikel 17, tweede lid, onderdeel a wordt na “van de wet” toegevoegd “of tot de doelgroep van de participatievoorziening beschut werk als bedoeld in artikel 10b van de wet”

E Aan artikel 18 wordt een derde lid toegevoegd luidende:

26

3.

In afwijking van het eerste lid kan het college met de werkgever overeenkomen dat gedurende de eerste zes maanden van het dienstverband toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, lid 1, onderdeel b, van de wet en de loonkostensubsidie vaststellen conform het bepaalde in artikel 10d, lid 5, van de wet.

Artikel V

A 1. 2. 3. 4.

Slotbepalingen

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Van artikel I werken de onderdelen A, C en D terug tot 1 januari 2017. Van artikel II werken de onderdelen A en D terug tot 1 januari 2017. van Artikel IV werkt onderdeel A terug tot 1 januari 2017.

B Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2017, gemeente Oosterhout. Toelichting Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2017

Algemene toelichting Als gevolg van een aantal wetten dat op 1 januari 2017 en 1 februari 2017 in werking is getreden, is de Participatiewet op een aantal onderdelen gewijzigd. De Verzamelwet SZW 2017 (Staatsblad 471 d.d. 14 november 2016), de wet tot wijziging van Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verplichten van beschut werk en met betrekking tot het quotum van arbeidsbeperkten en het openstellen van de Praktijkroute (Staatsblad 519 d.d. 14 december 2016) en de wet tot wijziging van de Participatiewet, de Wet tegemoetkomingen loondomein, de Wet financiering sociale verzekeringen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in verband met stroomlijning van de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en enkele andere wijzigingen (Staatsblad 444 d.d. 17 november 2016) brengen op verschillende onderdelen aanpassingen aan in de Participatiewet. Een groot deel van de wijzigingen van de Participatiewet treedt op 1 januari 2017 in werking. Een deel van de wijzigingen treedt op 1 februari 2017 in werking maar van deze onderdelen heeft weer een gedeelte terugwerkende kracht tot 4 juli 2016. Deze wetswijzigingen maken het noodzakelijk om in een aantal verordeningen die wij in het kader van de Participatiewet hebben vastgesteld wijzigingen aan te brengen.

Met deze wijzigingsverordening worden wijzigingen aangebracht in de Re-integratieverordening, de Afstemmingsverordening, de Verordening individuele inkomenstoeslag en de Verordening individuele studietoeslag.

Artikelsgewijze toelichting Artikel I

Wijziging Re-integratieverordening Participatiewet 2015

A Door wijziging in de wet dient de verwijzing naar het wetsartikel aangepast te worden B Door toevoeging van een nieuw derde lid wordt de mogelijkheid geopend om kwetsbare jongeren die tot de categorie niet-uitkeringsgerechtigden tijdelijk een detacheringsbaan aan te bieden. Hiermee kan de jongere werkervaring opdoen en zijn kansen op een duurzame plaats op de arbeidsmarkt vergroten.

27

C Met de wijziging van de Participatiewet wordt de inzet van de participatievoorziening beschut werk verplicht gesteld. Vanwege deze wijziging wordt artikel 13 van de re-integratieverordening vervangen door een nieuw artikel 13. Hierbij worden de bepalingen over beschut werk in lijn gebracht met de gewijzigde wetgeving. Met de wetswijziging krijgt een individuele burger tevens de mogelijkheid om zelfstandig een advies beschut werk bij het UWV aan te vragen. Als het UWV een advies beschut werk afgeeft, is de gemeente vervolgens verantwoordelijk voor het realiseren van het beschut werk totdat het aantal plaatsen bereikt is waarvoor de gemeente budget ontvangt. Indien dit aantal bereikt is, kan zich de situatie voordoen dat er een wachtlijst ontstaat. Dit is in het vijfde lid van artikel 13 opgenomen. Als er sprake is van een wachtlijst en er komt weer een plaats beschut werk beschikbaar dan is in het zesde lid geregeld dat de persoon die het langst op de wachtlijst staat als eerste in aanmerking komt voor de plaats die beschikbaar is gekomen. In het zevende lid is bepaald dat kan worden afgeweken van het zesde lid. Er kan zich namelijk een situatie voordoen dat de beschut werk plaats die beschikbaar komt niet past bij de arbeidsmogelijkheden van de betrokken persoon. Uiteraard moet terughoudend omgegaan worden met deze uitzonderingsbepaling.

Indien het in eerste instantie nog niet mogelijk is om tot plaatsing over te gaan, zal gezocht moeten worden naar een werkplek die wel aansluit bij de arbeidsmogelijkheden van betrokkene. Indien noodzakelijk kan dit betekenen dat overgegaan moet worden tot functiecreatie. D Met de wijziging van de wettelijke bepalingen over beschut werk staat de participatievoorziening beschut werk ook open voor personen met een uitkering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Dit betekent dat deze groep ook in aanmerking kan komen voor een structurele loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet. E Indien een structurele loonkostensubsidie wordt toegekend wordt de hoogte hiervan vastgesteld op basis van de loonwaarde van de werknemer. Met de wijziging van de wet biedt de wetgever de mogelijkheid om gedurende de eerst zes maanden van het dienstverband een forfaitaire loonkostensubsidie van 50% toe te kennen. Vanwege deze wetswijziging wordt een derde lid aan artikel 18 toegevoegd.

Artikel V

Slotbepalingen

A In dit onderdeel wordt geregeld dat deze wijzigingsverordening de dag na bekendmaking in werking treedt. Omdat een belangrijk deel van de wetswijzigingen die aanleiding zijn voor deze wijzigingsverordening op 1 januari 2017 in werking zijn getreden is het voor een aantal bepalingen van belang om de bepalingen terugwerkende kracht te geven tot 1 januari 2017. B Dit onderdeel behoeft geen nadere toelichting.

Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022, gemeente Oosterhout

Artikel II

Wijziging Re-integratieverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout

De Re-integratieverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout wordt als volgt gewijzigd:

A

28

In artikel 2a wordt “Algemene subsidieverordening Oosterhout 2012” vervangen door “Algemene subsidieverordening Oosterhout 2018”.

B In artikel 18 komt het tweede lid te vervallen.

Artikel V

Slotbepalingen

A Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

B Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022, gemeente Oosterhout. Toelichting Wijzigingsverordening Sociale Zekerheid 2022

Algemene toelichting Op 1 januari 2022 treedt de Wet inburgering in werking. De invoering van deze wet betekent ook dat de Participatiewet op een onderdeel wordt aangepast. Op 1 januari 2022 treedt namelijk het nieuwe artikel 56a Participatiewet in werking. Dat betekent dat gemeenten verantwoordelijk worden voor het financieel ontzorgen van bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtigen met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit ontzorgen betekent dat het college voor de duur van zes maanden de volgende kosten direct betaald uit de bijstandsuitkering: • de huur • de premie voor de verplichte zorgverzekering en • de voorschotten voor de rekeningen van gas, water en licht Vanwege deze wetswijziging is het gewenst om de afstemmingsverordening aan te passen en een bepaling op te nemen over wat de consequenties zijn als de bijstandsgerechtigde niet mee wil werken aan deze ontzorging. Het kabinet had de bedoeling om de Participatiewet met ingang van 1 januari 2022 op een aantal punten te wijzingen. Doel van deze wijziging was om de werkkansen voor personen met een arbeidsbeperking verder te vergroten. De wetswijziging zou betekenen dat de verordeningen op een aantal onderdelen gewijzigd zouden moeten worden. Vanwege de val van het kabinet Rutte III is het proces om de Participatiewet te wijzigen stil gelegd.

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel namelijk controversieel verklaard. Dit betekent dat behandeling van het wetsvoorstel pas weer verder zal gaan als er een nieuw kabinet is. Een van de onderdelen van het voorstel om de Participatiewet te wijzigen is de aanpassing van de wet op het onderdeel van de individuele studietoeslag. De hoogte van de individuele studietoeslag wordt nu nog door de gemeenteraad bepaald via de verordening. Een onderdeel van de voorgestelde wetswijziging is dat in de wet wordt vastgelegd wat de hoogte van deze studietoeslag is. Het stilleggen van het wetgevingsproces betekent dat de wijziging van de individuele studietoeslag ook uitgesteld wordt. Vanwege het belang dat wordt gehecht aan dit onderdeel van het wetsvoorstel heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan gemeenten gevraagd om vooruit te lopen op de wetswijziging en via de gemeentelijke verordening de hoogte van de individuele studietoeslag te bepalen op de hoogte die in het wetsvoorstel is opgenomen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten ondersteunt deze oproep van de staatssecretaris.

29

De gemeente Oosterhout wil hierin meegaan en daarom de verordening individuele studietoeslag hieraan aanpassen. Naast deze twee redenen om enkele verordeningen aan te passen worden met deze wijzigingsverordening tevens enkele verbeteringen in verordeningen aangebracht.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel II

Wijziging Re-integratieverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout

A Hiermee wordt de verwijzing naar de Algemene subsidieverordening geactualiseerd.

B Ieder arbeidsmarktregio was verplicht om vast te leggen welke systematiek van loonwaardemeting er wordt toegepast. Vervolgens dienden alle gemeenten binnen de arbeidsmarktregio dit vast te leggen in een verordening. Vanaf 1 juli 2021 is er een uniforme landelijke methodiek voor loonwaardebepaling ingevoerd. De verschillende uitvoerders dienen vanaf dat moment deze methodiek toe te passen. De invoering van deze uniform methodiek betekent dat er hiervoor geen keuze meer gemaakt hoeft te worden door de gemeenten in de arbeidsmarktregio’s. In de gemeentelijke re-integratieverordening was de keuze voor de loonwaardesystematiek vastgelegd in het tweede lid van artikel 18. Met de komst van de uniforme landelijke methodiek kan dit tweede lid vervallen.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=f2a4dff4-2f10-4413-b3fe-2fb2225b0a78