2023-03-13 antwoorden GL-GB-GBV-PvdA-LOeS technische vragen Windpark A59
Tekst van het document
Technische vragen raadsvergadering 21 maart 2023 Raadsvoorstel ZN1000976 Verklaring van geen bedenkingen Windpark A59
Vragen van fractie
Naam raadslid: Uhro van der Pluijm
1. Eneco heeft toegezegd de bijdrage aan het duurzaamheidsfonds te verdubbelen, wat wordt de gemiddelde jaarbijdrage aan het fonds? 2. In hoeverre staat het bod van Eneco om deze bijdrage te verdubbelen vast? Kan dit nog lager uitvallen als de stroomprijs omlaag gaat? a. Is er nog ruimte om dit te verhogen? 3. Is het locatieonderzoek en de ruimtelijke onderbouwing van het windpark gelijk aan die van het zonnepark? a. Zo ja, denkt het college dat de rechtbank hier hetzelfde tegenaan kijkt? 4. De rechtbank heeft de vergunning voor het zonnepark vernietigd, mede omdat het besluit rondom het windpark nog niet genomen was. Denkt het college dat een rechtsgang van belanghebbenden ervoor kan zorgen dat de vergunningverlening voor dit windpark ook vernietigd kan worden omdat het zonnepark op dit moment niet vergund is? 5. In hoeverre worden bewoners van Dommelbergen-Noord meegenomen in de ontwikkelingen rondom het windpark? Antwoord
Ad 1 •
Ad 2 • •
•
Ad 3 •
Ad 4 •
Ad 5 •
Eerder was afgesproken dat Eneco een bijdrage doet in het duurzaamheidsfonds van de gemeente Oosterhout van €0,50 ct. per opgewekt MWh (€ 500 per GWh). Eneco heeft toegezegd dit aanbod te verdubbelen naar € 1,00 per MWh (€ 1.000 per GWh). Deze afdracht is afhankelijk van de jaarlijks opgewekte energie van de windmolens en gaat jaarlijks fluctueren. Indicatief gaat het om een bedrag van € 30.000 per jaar.
Het aanbod van Eneco staat op dit punt vast en wordt geborgd in de anterieure overeenkomst voordat de vergunning verleend wordt. De stroomprijs heeft geen invloed op deze bijdrage. Eneco heeft op verzoek van de gemeente op diverse punten aanpassingen gedaan in het plan en is de gemeente en de omgeving tegemoet gekomen . De belangrijkste aanpassing is het schrappen van de derde windmolen. Dit had aanzienlijke financiële gevolgen. Hoewel de energieprijzen fors gestegen zijn, geldt hetzelfde voor de kostenkant van het windpark. Hierdoor gaan op diverse andere plaatsen projecten ten behoeve van duurzame opwekking van energie niet door (zie artikel NOS, https://nos.nl/l/2449820) . Wel is het mogelijk deze bijdrage anders in te zetten, bijvoorbeeld door een deel van de bijdrage aan het duurzaamheidsfonds te gebruiken om obligatieproduct op te zetten waarmee inwoners kunnen investeren in het project.
Nee, er zijn 2 losse studies verricht in voor wind in 2011 en voor zon in 2018. Voor een verdere duiding op dit punt verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief en de daarbij gevoegde studies voor de zonneweides en wind.
Uw stelling is niet juist. De rechtbank heeft geen enkele link gelegd met de vergunningverlening van het windpark. Dit is zelfs expliciet aangeven in de uitspraak onder punt 2.1. Voor een verdere duiding op dit punt verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief.
Er is sprake van een zeer zorgvuldig doorlopen proces. Conform gemeentelijke procedures en wetgeving heeft diverse malen inspraak plaatsgevonden (met extra zaken als een bezoek aan de polder, juridische ondersteuning van de belangengroep Oranjepolder, etc.), is een
omgevingsdialoog gevoerd door de initiatiefnemer, en is de raad voor de besluitvormingsmomenten waar zij bij betrokken is uitgebreid geïnformeerd. Eenieder die een zienswijze heeft ingediend over deze vergunning wordt actief over de vordering van het besluit geïnformeerd door de griffier. Daarnaast wordt relevant nieuws geplaatst op de website Energiepark A59. Op deze site hebben geïnteresseerden zelf aan kunnen geven al dan niet actief geïnformeerd te willen worden. Daarnaast wordt de belangengroep Oranjepolder actief geïnformeerd.
Vragen van fractie
Naam raadslid: Marie Dujardin
1. Verruimde mogelijkheid voor financiële participatie In de tijdlijn staat: “Op 4 en 18 november hebben vervolg overleggen plaatsgevonden waarin het vervolg van de vergunningprocedure concreet is gemaakt en afspraken zijn gemaakt over de verruimde mogelijkheid voor financiële participatie (conform verzoek gemeenteraad)” Kunt U toelichten hoe dit proces verlopen is en wat de uitkomst was? 2. Eind juli is met Eneco gesproken over de berichtgeving vanuit het kabinet en de mogelijke gevolgen voor het voornemen uit het bestuursakkoord de vergunning voor het windpark te weigeren. Wat zouden de mogelijke gevolgen zijn? 3. Op 30 maart 2021 heeft de raad een ONTWERP-verklaring van geen bedenkingen afgegeven voor de omgevingsvergunning van 2 windmolens. Er werd wel gevraagd om onderzoek te doen naar een hogere sociale en financiële participatie. Tevens werd er een onafhankelijk onderzoek gedaan naar de effecten op de volksgezondheid. Hoe zijn de onderzoeken gedaan en wat zijn de bevindingen? 4. De ONTWERP-verklaring van geen bedenkingen heeft een andere status dan de naam doet vermoeden. Vanaf welk moment heeft de aanbieder ( Eneco ) het recht om de windmolens te plaatsen? 5. “De geluiden zijn ruimschoots binnen de ruimtelijke aanvaardbare geluidsnormen”. Overdag: binnen de 47 db. Nacht: 41 db. Zijn deze normen het gemiddelde over 1 jaar genomen? 6.
Er zijn gebouwen binnen de rode lijn. Overdag zal het geluid overtroeft worden door de omgevingsgeluiden, zoals het verkeer. Tijdens de nachtelijke uren verdwijnen deze geluiden grotendeels en treedt de nachtrust in. “De incidenteel en kortstondige hinder die hiermee mogelijk ontstaat, wordt door het college als aanvaardbaar beoordeeld.” Hoe is dit getoetst en zijn er concrete grenzen aangegeven? 7. “Er zijn geen ruimtelijke relevante redenen om de vergunning niet te verlenen” blijkt uit juridisch onderzoek. Wat zijn de ruimtelijke verschillen als het gaat om de windmolens vergeleken met de ruimtelijke onderbouwing van het zonnepark? Waaruit blijkt dat deze wel voldoende zijn? 8. Meten is weten. Mochten er afwijkende zaken zich voordoen, tijdens de periode dat de windmolens er staan, zou er dan een afspraak gemaakt kunnen worden met een onafhankelijk onderzoeksbureau? ( bijvoorbeeld afwijkend geluid.) 9. Er zijn mogelijkheden om de vergunningsvoorwaarden aan te scherpen, zoals de verdubbeling van de bijdrage van Eneco in het duurzaamheidsfonds. ( 1 euro per MWh). Is er ook aandacht
voor het aanscherpen van de norm voor slagschaduw? Er is verlichting op de windturbines en kan deze worden aangebracht met de best beschikbare techniek. 10. Heeft de eventuele komst van de 2 windturbines invloed op de waarde van de woningen in Dommelbergen-Noord? Antwoorden: Ad 1. Tijdens deze momenten hebben een bestuurlijke en een ambtelijke afvaardiging met Eneco gesproken. De verslagen van de gesprekken zijn bijgevoegd. Geconstateerd is dat de pauzeknop moet worden losgelaten. Eerder was afgesproken dat Eneco een bijdrage doet in het duurzaamheidsfonds van de gemeente Oosterhout van €0,50 ct. per opgewekt MWh (€ 500 per GWh). Eneco heeft toegezegd dit aanbod te verdubbelen naar € 1,00 per MWh (€ 1.000 per GWh). Bovendien heeft Eneco aangeboden deze toezegging om te willen zetten in een andere participatievorm als dat gewenst wordt. Ad 2. Een mogelijk gevolg zou zijn dat Eneco het besluit om de vergunning te weigeren zou aanvechten. Een gevolg daarvan zou kunnen zijn dat de gemeente door de rechtbank zou worden teruggefloten en alsnog een ander besluit moet nemen. Ook de mogelijkheid tot een eis tot schadevergoeding is besproken. Ad 3 Deze onderzoeken zijn uitgevoerd door partijen die ter zake kundig zijn en geen belang hebben bij deze procedure. Dit zijn TNO (geluid) en Topwind (financiën) geworden.
Aan deze partijen is gevraagd om advies te geven op de door uw raad gestelde vragen. De uitkomsten van de onderzoeken zijn beschreven in het raadsvoorstel en zijn als bijlage toegevoegd aan het raadsvoorstel. In de gedane onderzoeken heeft het college geen aanleiding gezien om een ander standpunt in te nemen. Ad 4 Zij mogen de molens bouwen op het moment dat zij hiervoor een vergunning hebben gekregen. Van een vergunning mag gebruik gemaakt worden, zodra deze in werking is getreden, maar dat gebeurt voor eigen risico zo lang deze nog niet onherroepelijk is. In de praktijk betekent dit dat meestal op een onherroepelijke vergunning gewacht wordt, maar er mag al eerder gebouwd worden. Ad 5 Ja. De gebruikte geluidmaat is Lden en dat is een jaargemiddelde. Dit is de gangbaar gebruikte geluidmaat voor windturbines in Nederland. Voor de volledigheid een toelichting op Lden: Lden staat voor Level day, evening, night, ofwel het tijdgewogen jaargemiddelde geluidniveau in de dag, de avond en de nachtperiode. ’s Avonds geldt er een correctie van +5 dB en ‘s nachts van +10 dB. Er is gekozen voor deze weging om recht te doen aan de omstandigheden. ’s Avonds en ’s nachts zijn mensen vaker in rust, is het omgevingsgeluid minder, maar waait het vaak harder. Daarom wegen de avond en de nachtperiode zwaarder mee dan de dagperiode.
Bovendien is er een afzonderlijke norm opgenomen voor de nachtperiode om slaapverstoring te voorkomen: Lnight =41 dB. Dit is het jaargemiddelde geluidniveau in de nachtperiode. Door de verschillende wegingen en methoden van middeling zijn de getalswaarden van Lden, dB en dB(A) Ad 6 Er is hierbij getoetst aan geldende wet- en regelgeving. Daarnaast heeft het college de uitkomsten nog een keer voorgelegd aan TNO voor een second opinion. De uitkomsten van dit tweede onderzoek bevestigen de eerdere bevindingen van de onderzoeken en laten zien dat de aanvraag leidt tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Ad 7. Op dit punt verwijzen wij u naar onze uitleg hierover in onze raadsinformatiebrief van 7 maart jl. Ad 8. Uiteraard is dat mogelijk. Er kan bij geluidsoverlast altijd -dus nu ook al bij een andere vorm van geluidsoverlast- een melding worden gedaan. Een meting wordt altijd al door een onafhankelijke instantie uitgevoerd. Deze metingen worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Midden en West Brabant. Zij doen onderzoek en controleren of milieuregels en voorwaarden worden nageleefd. Daarna bepaalt de Omgevingsdienst wat er moet gebeuren. Voor de huidige molens is dit voor zover wij hebben na kunnen gaan in de afgelopen jaren niet noodzakelijk gebleken. Er zijn ook geen klachten over geluid bekend van de bestaande molens. Ad 9 Het college stelt voor om een aantal zaken in de vergunning aan te scherpen die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van de zienswijzenota. Hierin is het o.a. het volgende opgenomen: “Wel leiden enkele zienswijzen ertoe dat op onderdelen aanvullende informatie is toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing en dat de vergunning op een aantal punten wordt aangescherpt. Dit betreft: - De norm voor slagschaduw wordt aangescherpt tot maximaal 30 minuten per jaar (i.p.v.
6 uur conform landelijke richtlijn); - Het opnemen van de afspraken in de vergunning (naast in de anterieure overeenkomst) over hoe de windturbines en het gebied daaromheen na 25 jaar weer wordt teruggebracht in de huidige staat. - Het opnemen in de vergunning dat de verlichting op de windturbines moet worden aangebracht met de best beschikbare techniek (minste kans op hinder) op het moment van realisatie.” Ad 10 Dit is mogelijk. Omwonenden die menen dat hun woning minder waard is geworden kunnen hiervoor na het onherroepelijk worden van de vergunning bij de gemeente een planschade verzoek indienen Met Eneco is hierover daarnaast het volgende afgesproken: Eneco laat een ‘Planschade-analyse’ uitvoeren conform de wettelijke systematiek. Eneco zal uiterlijk binnen 3 maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning contact opnemen met omwonenden waarvoor uit de analyse blijkt dat hun onroerend goed financieel nadeel ondervindt door de realisatie van de twee windmolens. Eneco moet een aanbod als tegemoetkoming in de planschade voldoen aan deze omwonenden wanneer de turbines op de bouwplaats arriveren.
Vragen van fractie
Naam raadslid: Hannie Broekhoven
Ten eerste dien ik de vragen in die ik namens Gezond Burger Verstand eerder stelde als artikel 39 vragen nogmaals in als Technische vraag en daarna volgen de aanvullende technische vragen. Inzake de totstandkomingsgeschiedenis van het energiepark A59/ Oranjepolder, in het bijzonder het voorstel t.a.v. de windturbines, heeft de fractie van Gezond Burger Verstand een aantal vragen. 1. Wat is de eigendomsgeschiedenis vanaf 2006 van de stukken grond die nu bestemd gaan worden voor energiepark A59? 2. Naar verluidt heeft de gemeente de kans gehad om in elk geval van een deel van de gronden het eigendomsrecht te verwerven:
3.
4. 5.
6.
7.
8.
9.
• Klopt dit inderdaad? • Wat zijn destijds de beweegredenen geweest om dat niet te doen? • Wie waren bij de besluitvorming daaromtrent betrokken? Voor de totstandkoming van de RES was reeds sprake van een windbod: • Wat behelsde dit bod en hoe is het tot stand gekomen? • Wat was oorspronkelijk de bedoeling v.w.b. de plaatsing van windturbines op Weststad en in de omgeving van Weststad, welk aantal, welke positionering? • Is dit aantal destijds teruggebracht, en zo ja, met welke reden? Graag ontvangen wij relevante documentatie bij genoemd windbod en stukken die zijn gebruikt in het besluitvormingsproces dat de aanloop naar het windbod vormde. Wat zouden de consequenties zijn geweest voor het energiepark als 380 kV op zuid zou zijn gepland? Had het energiepark A59 dan wel gerealiseerd kunnen worden? Is de nabijheid van 380 kV een noodzakelijke voorwaarde voor energiepark A59? M.a.w.: wat is de relatie tussen energiepark A59 en 380 kV? In het gebied dat bestemd is voor energiepark A59 heeft een illegale kap plaatsgevonden, waardoor een houtopstand van ruimschoots meer dan 1.000 m2, inclusief de bijbehorende ecologische waarden, niet meer in de onderzoeken zijn betrokken.
Is het college het met ons eens dat deze actie het energiepark A59 mede mogelijk lijkt te maken? Is het college het met ons eens dat de locatie voor windturbines beter elders in de regio gezocht had kunnen worden? Dat dit ook de bedoeling is van de RES? Dat de gezamenlijke gemeenten in dezen geen blijk geven van zorgvuldig ruimtegebruik in de regio? Tijdens de raadsvergadering van 31maart 2021 beslisten wij over de RES1.0 en werd door de wethouder, namens het college geadviseerd het amendement en de motie:”Nog niet bepalen invulling opwekcapaciteit” niet te steunen, omdat we met het vaststellen van de RES1.0 nog alle vrijheid hadden om te schuiven met wind en zon, niets zou vast liggen alleen de totale opwekcapaciteit. • Zou de huidige wethouder, of het college nu dit negatieve advies ook nog gegeven hebben? • Welke kennis hebben we nu wel, die we toen niet hadden? Wat gaat het college doen om dit in de toekomst beter te doen? Zal hierbij tijdig en vooraf een fatsoenlijk participatieproces met inwoners gevoerd worden? Zal het de raad ook tijdig en structureel betrekken?
Kunt u mij de 10. In aanvulling op vraag 1, vraag ik u om een weergave van de eigendomsgeschiedenis van het jaar 2000 tot het jaar 2006? 11. Graag ontvangen wij, wellicht had u dit al begrepen de huidige grondposities. 12. Is de eigenaar van het illegaal gekapte bosje ook eigenaar van alle gronden waarop het energiepark gepland staat? 13. Graag ontvangen wij alle contracten die de gemeente gesloten heeft met Eneco en de grondeigenaar, ook de contracten tussen Eneco en grondeigenaar willen wij graag van u ontvangen. 14. Graag ontvangen wij van u de evenwichtige afweging van alle belangen in de conflicterende ruimteclaim van de Oranjepolder. 15. U geeft in de Oranjepolder voorrang aan 1 maatschappelijk belang, namelijk de verduurzaming van energie middels zonnepanelen en windturbines/ windpark. Hoe heeft u de alle belangen en ruimteclaims binnen de Oranjepolder o.a. landbouw, natuur, recreatie en gezondheid afgewogen? 16. De Oranjepolder ligt op de naad van Brabant, bent u ervan op de hoogte dat dit de oorzaak is van (potentieel)bijzondere hoge natuurwaarden? Hoe heeft u deze bijzondere kwaliteit afgewogen in uw locatie keuze onderzoek? 17.
Graag ontvangen we van u het natuuronderzoek vogelstand Oranjepolder in relatie tot nationaal park en Natura 2000 gebied de Biesbosch met daarnaast de gevolgen bij ontwikkeling windmolens en zonnepanelen met daarbij ook onderzoek van geluid op vogelstand. 18. Graag ontvangen wij volledige natuuronderzoeken van de hele flora en fauna Oranjepolder. 19. Is er met defensie gecommuniceerd over de laagvliegende helicopters vanuit Vliegbasis GilzeRijen? Graag ontvangen wij de informatie m.b.t. veiligheidsmaatregelen. 20. De inpassing lijkt slecht beoordeeld vanaf de A59, terwijl ook in de MER Energiepark ZEBRA toch uitdrukkelijk vermeld staat dat de beoordeling van de landschappelijke inpassing vanuit de woonwijk bekeken moet worden. Wordt hiermee volgens u voldoende recht gedaan aan de zichtlijn beoordeling?
Tot zover deel 1 van onze technische vragen, Deel 2 ontvangt u voor woensdagochtend 9.00 uur van ons als het juridisch onderzoek wat het college laat doen naar de vernietigende uitspraak van de rechter van het zonnepanelen A59/Oranjepolder bekend is. We hebben om deze reden de raadsvergadering over de windturbines verzet tot na de uitspraak en wachten de reactie van het college graag af voor we verder gaan met het stellen van technische vragen voor de raadsvergadering van 21 maart a.s. Deel 2 21. de zienswijzen die ingediend zijn op de windmolens A59/ Oranjepolder, zijn bijna 2 jaar oud. Er is ondertussen veel veranderd in energieland. M.n. Veranderde inzichten, onderzoeken en jurisprudentie en rechtbank heeft het beroep tegen het zonnepark Oranjepolder recent vernietigd. 21 maart a.s. behandelen we de VVGB windmolens/ energiepark Oranjepolder. Belanghebbenden hebben geen kans gehad om actuele zienswijze in te dienen, is dit juridisch aanvaardbaar? Naast de juridische aanvaardbaarheid kan de raad en het college deze zienswijze nu niet meenemen in haar besluitvorming. Is het college het met ons eens dat de zienswijze van inwoners belangrijke informatie bevat welke onderdeel is van democratische besluitvorming? Antwoorden: Ad. 1 Het overgrote deel van de percelen in het projectgebied is voor zover wij kunnen achterhalen altijd in handen geweest van de huidige eigenaren.
Bekend is dat de gemeente gronden binnen het gebied in eigendom had en deze in 1999 heeft verkocht aan de huidige eigenaar. Eén ander perceel (C 1035) is later ook van eigenaar gewisseld. Ad 2 • Klopt dit inderdaad? Wij hebben niet kunnen achterhalen of het betreffende perceel (C 1035) of andere percelen zijn aangeboden aan de gemeente. • Wat zijn destijds de beweegredenen geweest om dat niet te doen? Dat is onbekend. • Wie waren bij de besluitvorming daaromtrent betrokken? Namen van betrokkenen worden nooit openbaar gemaakt. Ad 3 • Wat behelsde dit bod en hoe is het tot stand gekomen? Aan het benoemen van de Oranjepolder als locatie voor de grootschalige opwekking van duurzame energie (specifiek voor windenergie) gaat een lange geschiedenis vooraf. Het Rijk en het InterProvinciaal Overleg (IPO) namens de provincies hebben begin 2013 afspraken gemaakt over het opstellen van 6.000 MW ‘Wind op land 2020’, en de verdeling van deze windopgave over de provincies. De Provincie Noord-Brabant heeft hierin een aandeel van 470,5 MW. In het Nationaal Energieakkoord (september 2013) is deze afspraak overgenomen door alle partijen. De provincie heeft daarna zoekgebieden vastgesteld voor wind op land. De locatiekeuze voor het plaatsen van windmolens in het uiterste puntje van de Oranjepolder tegen de A59 aan komt voort uit het windbod van de Regio West-Brabant aan de provincie.
Dit windbod stamt uit 2011. Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout heeft op 25 september 2012 ingestemd met dit windbod en het aandeel van Oosterhout daarin. De raad is hierover op 27 september 2012 geïnformeerd. Daarmee heeft gemeente Oosterhout toen de medewerking toegezegd voor het plaatsen van 2 windmolens in de Oranjepolder ten oosten van de bestaande windmolens op Weststad. Het windbod West-Brabant is geaccepteerd door de provincie en zodoende verankerd in de afspraken ‘Wind op Land’ tussen Provincie en het Rijk in 2013. Daarmee is de opgave windenergie voor Oosterhout onderdeel van de afspraken tussen provincies en het Rijk. Het RVO monitort jaarlijks de voortgang van deze afspraken, zie daarvoor de Monitor Wind op Land. • •
Wat was oorspronkelijk de bedoeling v.w.b. de plaatsing van windturbines op Weststad en in de omgeving van Weststad, welk aantal, welke positionering? Is dit aantal destijds teruggebracht, en zo ja, met welke reden?
Het windbod van 2011 aan de provincie betrof 2 windturbines in de Oranjepolder. Later is sprake geweest van meer windmolens in de (omgeving van de) Oranjepolder, zoals blijkt uit het rapport van Bosch en van Rijn (bijgevoegd). Maar ook uit o.a. de toekomstvisie Oosterhout 2030 en de Ambtitienota energietransitie 2030 en Routekaart 2019-2022. Diverse getallen zijn de revue gepasseerd. Waar de windmolens 10 jaar geleden nog een stuk lager waren, konden er in theorie meer worden geplaatst in hetzelfde gebied. Toen de windmolens hoger (en krachtiger) werden, was er meer afstand tussen de molens nodig om te voorkomen dat ze van invloed zijn op elkaar (elkaars wind afvangen). Uiteindelijk is Eneco aan de slag gegaan om te komen tot een haalbaar windproject en heeft afspraken gemaakt met de grondeigenaren. Het windproject dat Eneco beoogde had 3 windturbines. Zoals u bekend is, is om tegemoet te komen aan de zorgen en bezwaren uit de omgeving, de derde windmolen uiteindelijk niet in de definitieve vergunningaanvraag opgenomen. Zo is de aangevraagde vergunning dus in overeenstemming met het aantal windmolens uit het windbod aan de provincie. Ad 4 Zie de bijgevoegde documentatie. Ad 5 In de jaren tot en met 2018 heeft in Brabant een stevige discussie gewoed over het tracé van de 380kv-hoogspanningslijn.
De gemeente Oosterhout wilde voorkomen dat het zuidelijke tracé werd gekozen, omdat deze door drie van onze natuurgebieden zou lopen. Het voorstel richting gemeente Moerdijk is toen gedaan om, bij keuze voor het noordelijke tracé, een deel van de verplichting van Moerdijk voor Wind op Land over te nemen. Echter, Moerdijk heeft uiteindelijk afgezien van het aanbod van Oosterhout omdat Moerdijk zelf aan haar windverplichtingen kon voldoen.
Ad 6 Allereerst is er geen sprake van illegale houtkap. De grondeigenaar heeft de houtopstand destijds flink laten snoeien. Daartoe is hij (zonder vergunning) gerechtigd. Inmiddels loopt de houtopstand ook weer uit. De snoeiwerkzaamheden hebben geen invloed op het al dan niet realiseren van het Energiepark. Mocht alleen het windpark worden gerealiseerd, dan is het niet nodig de houtopstand te verwijderen. Zie hiervoor ook onderstaande tekening uit de vergunningsaanvraag en de onderbouwing hiervoor in 4.5 van de ruimtelijke onderbouwing: onder 'Inrichtingsplan verbetering ruimtelijke kwaliteit' van de ROB. Het windpark is volledig onafhankelijk van het zonnepark te realiseren.
Zoals uit de ruimtelijke onderbouwing voor het zonnepark A59 blijkt, wordt deze houtopstand wel gekapt om het zonnepark A59 te realiseren. De houtopstand wordt daarbij in ruime mate gecompenseerd in de landschappelijke inrichting en kwaliteitsverbetering van het landschap van het beoogde zonnepark.
De natuuronderzoeken die noodzakelijk waren voor de vergunningprocedure hebben plaatsgevonden voordat sprake was van de gesnoeide houtopstand. De snoei van de houtopstand heeft dus geen invloed gehad op de uitkomsten en conclusies van deze natuuronderzoeken. Ad 7 Het college is van mening dat gemaakte afspraken (in de RES en met de provincie wat betreft het windbod) nagekomen moeten worden. Daarnaast dienen alle gemeenten in de RES-regio bij te dragen aan de energietransitie en de doelen die we hebben voor 2030 en 2050. Iedere gemeente maakt daarin een afweging op welke wijze zij haar bijdrage aan de regionale doelstelling vertaalt in projecten. De gemeente Oosterhout heeft ervoor gekozen dit te doen met een combinatie van wind- en zonprojecten (op bedrijfsdaken en op land). De locatie voor windenergie voldoet aan alle eisen die daarvoor gesteld zijn. Daarmee is er dus sprake van een goede ruimtelijke ordening en zodoende ook van zorgvuldig ruimtegebruik. Ad 8 • Zou de huidige wethouder, of het college nu dit negatieve advies ook nog gegeven hebben? Ja, schuiven is altijd mogelijk. Maar hierbij dient de gemeente zich uiteraard wel te houden aan wetgeving en beginselen van behoorlijk bestuur. Het op dat moment vastgestelde gemeentelijk duurzaamheidsbeleid ging uit van wind- en zonne-energie in de Oranjepolder (en Dorst) en op bedrijfsdaken.
Er is in de RES ook een doel opgenomen in opwek windprojecten. Dit beleid had op het moment van vaststellen van de RES 1.0 al geleid tot de vergunningaanvragen windpark en zonnepark A59. De vergunningprocedures liepen dus al. Deze dient de gemeente dan ook binnen de wettelijke en beleidsmatige kaders af te wikkelen en daarover te besluiten. • Welke kennis hebben we nu wel, die we toen niet hadden? Dit is een moeilijk te beantwoorden zeer algemeen gestelde vraag. Maar ervan uitgaande dat u doelt op de vrijheid van schuiven tussen zon en windenergieprojecten is de kennis van nu nog hetzelfde als bij het vaststellen van de RES. Ad 9 Het college is van mening dat zorgvuldigheid en participatie in de voorbereiding en het proces van projectontwikkeling en de vergunningprocedure onderdeel is van een goed bestuur. Zowel de raad als de inwoners van Oosterhout zijn op meerdere momenten betrokken bij de voorbereidingen van de ontwikkeling van het Energiepark A59. Er is sprake van een zeer zorgvuldig doorlopen proces. Conform gemeentelijke procedures en wetgeving heeft diverse malen inspraak plaatsgevonden (met extra inzet zoals een bezoek aan de polder, juridische ondersteuning van de belangengroep Oranjepolder, etc.), is een omgevingsdialoog gevoerd door de initiatiefnemer en is de raad voor de besluitvormingsmomenten waar zij bij betrokken is uitgebreid geïnformeerd.
Dit is in de notities beantwoording zienswijzen van zowel het zonnepark als het windpark A59 ook uitgebreid toegelicht. Ook hebben burgers en belangengroepen inbreng gehad bij het tot stand komen van het biodiversiteitsplan voor het zonnepark A59. Dit is ook meegenomen in de ruimtelijke onderbouwing in paragraaf 6.2 en de bijbehorende bijlagen 7 en 8. Het zonnepark Dorst en de repowering van de windmolens op Weststad zijn de volgende grote opwekprojecten die gepland zijn. Voor het zonnepark Dorst wordt ook een uitgebreide (participatieve) procedure gevolgd. Indien de repowering van de windmolens op Weststad concreet gaat spelen, zal de omgeving daar uiteraard ook zorgvuldig bij betrokken worden. Ad 10 Anders dan wij eerder aannamen en u antwoorden blijken een aantal percelen in de afgelopen 20 jaar wel van eigenaar te zijn gewisseld. De meeste wisselingen hebben echter al meer dan 10 jaar geleden plaats gevonden en betreffen waarschijnlijk wisselingen binnen eenzelfde holding. Wij zullen zodra we dit onderzoek hebben afgerond de uitkomsten bij de griffie te inzage leggen. Ad 11 De huidige grondposities zijn door middel van een kaart vertrouwelijk ter inzage gelegd bij de griffier. Ad 12 Zoals wij reeds bij vraag 6 hebben beantwoord was er geen sprake van illegale houtkap. De eigenaar van de gronden van de houtwal is eigenaar van meerdere percelen in het gebied.
Ad 13 Wij hebben de contracten die Eneco gesloten heeft met andere grondeigenaren niet en kunnen deze ook niet ter beschikking stellen. De gemeente heeft hier ook geen belang in en kan deze dus ook niet beschikbaar stellen. Het concept van de anterieure overeenkomst die met Eneco wordt gesloten en de pachtovereenkomst voor de gemeentelijke gronden worden vanwege de commerciële belangen van Eneco vertrouwelijk voor u bij de griffier ter inzage gelegd. Ad 14 en 15 Het college heeft de verschillende belangen in de aan u voorgelegde stukken voorgelegd. Hierin heeft het college een afweging gemaakt over de verschillende belangen die in het gebied spelen. Dit heeft het college aan de gemeenteraad voorgelegd in de vorm van een ontwerp verklaring van geen bedenkingen en nu opnieuw bij de definitieve verklaring van geen bedenkingen. Hierbij zijn ook de zienswijzen en dus belangen van anderen meegewogen. Het is nu aan uw raad om hierin een afweging te maken. In de ruimtelijke onderbouwing en ook in de beantwoording van de zienswijzen kunt u lezen dat het windpark slechts een beperkte invloed heeft op alle door u genoemde belangen en dat deze belangen ook niet onevenredig worden geschaad door dit initiatief. Ad 16 Hiervan zijn we ons bewust. Voor het windpark geldt dat deze geen invloed heeft op dit onderdeel. Het plangebied is niet aangewezen voor bijzondere natuurwaarden. Par.
3.1 onder natuur van de ROB zegt het volgende: "Er zijn geen natuurgebieden gelegen in het plangebied. Er zijn wel wat gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en ecologische verbinding zone in de directe omgeving. Er ligt een stiltegebied op circa 2 kilometer van de rand van het plangebied ten oosten van de Oosterhout en de A27. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is de Biesbosch op circa 3,5 kilometer." In paragraaf 5.5.2 zijn de effecten van de windturbines op natuurwaarden verder onderbouwd op basis van onderzoek (onderzoek in bijlage 4 ROB) en in par. 5.2.2 wordt specifiek ingegaan op het (geluid)effect op stiltegebied. Voor het zonnepark geldt dat een impuls wordt gegeven aan de (natuur-)waarden van dit gebied door: - de inzet van het gebied als energiepark voor de opwekking van duurzame energie met zon en wind - de omvorming van het gebied van monocultuur/agrarisch gebruik naar ongestoord gebruik (geen bemesting), - de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van beide projecten tezamen geven een impuls aan de natuurwaarden in het gebied. Ad 17 en 18 Deze zijn opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing in paragraaf 5.5 en daarbij behorende natuurtoets die is opgenomen in Bijlage 4. Het plangebied is niet aangewezen voor bijzondere natuurwaarden.
Op basis van natuuronderzoek is ook niets gebleken van de benoemde bijzondere natuurwaarden." Op basis van de uitgevoerde onderzoeken heeft de provincie Noord Brabant ten behoeve van dit plan inmiddels een ontheffing verleend. Deze ontheffing is inmiddels ook onherroepelijk. Ook deze ontheffing hebben wij toegevoegd aan de beantwoording. Ad 19 Hierbij verwijzen wij u naar paragraaf 5.8.1 en bijlage 5 van de ruimtelijke onderbouwing. Ook het ministerie van Defensie is betrokken geweest bij de planvorming en heeft aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de komst van de windmolens. De windmolens worden verder voorzien van obstakelverlichting conform het verlichtingsplan als door IL&T goedgekeurd dd 30 mei 2022. In de vergunning wordt nog de voorwaarde opgenomen dat de
verlichting op de windturbines moet worden aangebracht met de best beschikbare techniek (minste kans op hinder) op het moment van realisatie. Ad 20 De windmolens kunnen landschappelijk niet ingepast worden. Daarvoor zijn deze te groot. Afspraak is daarom, conform de provinciale regelgeving, dat Eneco een bijdrage van 10.000 euro per opgesteld MW vermogen aan het Groenfonds doet teneinde compenserende maatregelen in de omgeving van het park te kunnen nemen door de gemeente (in overleg met de omgeving). Met als huidig uitgangspunt 2 turbines van 5 MW wordt dit dus 100.000 Euro Het windpark is vanaf diverse kanten en met meerdere zichtpunten bekeken en beoordeeld. Hiervan zijn impressies gemaakt. Hierbij is zowel gekeken naar zichtpunten vanuit de woonwijken in Oosterhout, maar ook die van Geertruidenberg/Raamsdonksveer. Ad 21 Als wij naar deze aanvraag en het vergunningsproces terugkijken is er inderdaad heel veel gebeurd de afgelopen periode rondom het windpark en windparken in het algemeen. Niet alleen in het proces om te komen tot besluitvorming over de aanvraag voor de bouw van 2 windmolens binnen onze gemeente, maar ook op landelijk niveau is er veel gebeurd (denk bijvoorbeeld aan het Nevele arrest) Echter, dit heeft er niet toe geleid dat het bouwplan zelf (bijvoorbeeld de situering) of de onderbouwing daarvan moest worden aangepast.
De aanvraag zoals die was ingediend voor twee windmolens ligt nog steeds op dezelfde wijze voor. Dat maakt ook dat de ingediende zienswijzen ook nog steeds op hetzelfde plan betrekking hebben en dat de aangedragen punten door de indieners van zienswijzen ook nog steeds van toepassing zijn. Wij gaan ervan uit dat, gelet op het feit dat we ook tussentijds geen nadere brieven of andere berichten hebben ontvangen, er geen behoefte bestond om de inhoud van de zienswijzen aan te vullen of ons van andere (aanvullende) informatie te voorzien. Natuurlijk blijft het mogelijk om tijdens de raadsbehandeling in te spreken en nadere informatie aan te dragen over dit beslispunt wat aan u voorligt. Vervolgens blijft er tegen het definitief genomen besluit rechtstreeks beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Raad van State). Op dat moment kunnen in een beroepschrift ook nieuwe punten naar voren gebracht worden, die de Raad van State dan zal beoordelen.
Aanvulling 8 maart 2023
Vragen van fractie
Naam raadslid: Marie-Louise van Mook
Gisteren hebben we de brief van het college ontvangen met het standpunt dat de besluitvorming over de windmolens in de Oranjepolder op 21 maart door kan gaan, omdat voor de windmolens wel een locatiestudie is gedaan. Gisteren ontvingen we ook de memo van LoeS waarin staat dat de provincie nog niet de onderbouwing van de gemeente Oosterhout heeft ontvangen waarom er sprake is van een clustering van de bestaande windmolens met de 2 nieuwe windmolens. En dat de provincie op basis van die onderbouwing beoordeelt of er daadwerkelijk sprake is van clustering, zoals bedoeld in de provinciale (interim) omgevingsverordening. Vandaar deze technische vragen: 1. Klopt het dat de onderbouwing (oa op basis van ruimtelijke argumenten) waarom hier sprake is van een clustering met de bestaande windmolens nog niet bij de provincie is aangeleverd? 2. Zo ja, waarom is dit nog niet gebeurd? 3. Wat is het risico hiervan? Kan dit er nog toe leiden dat de provincie tot de conclusie komt dat hier geen sprake is van een clustering met de bestaande windmolens en dat deze 2 nieuwe windmolens daarmee niet in de provinciale omgevingsverordening passen?
4. Is het mogelijk om voor 14 maart a.s. uitsluitsel te geven mbt het standpunt van de provincie of hier wel of niet sprake is van een clustering van meer dan 3 windmolens? Antwoord Ad 1 t/m4 De onderbouwing is op de gebruikelijke manier voorgelegd aan de provincie. Tijdens de inspraak is het plan met drie windmolens aan de provincie opgestuurd in het kader van het wettelijk vooroverleg en is hierop door de provincie gereageerd. Daarna is het plan met 2 windmolens als ontwerp ter inzage gelegd. Hiervan is ook de provincie op de daarvoor gebruikelijke manier geïnformeerd. Als de provincie het niet eens is met een ontwerpplan en haar vooroverlegreactie niet goed in een plan is verwerkt kan ook de provincie een zienswijze indienen over het plan. Dat is hier niet gedaan, waarmee de provincie aangeeft in te kunnen stemmen met het plan zoals dit nu voorligt. Daarnaast is voldoende onderbouwd dat er hier sprake is van een visuele clustering van windmolens met de bestaande windmolens op Weststad. Dit is in lijn met andere parken die in de provincie eerder al zijn vergund en waartegen de provincie ook geen beroep heeft ingesteld.
Vragen van fractie
Naam raadslid: Kiona Groenen – van den Rijen
De gemeenteraad heeft op 30 maart 2021 een ontwerpverklaring van geen bedenkingen afgegeven voor windpark Weststad 1. Kwam met de loskoppeling van de twee windmolens uit Weststad ook het oorspronkelijke besluit van 30 maart 2021 te vervallen? 2. Moet er in dit voorstel niet staan: Een Verklaring van Geen Bedenkingen, als bedoeld in artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), af te geven voor het verlenen van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a, sub 3 van die wet, ten behoeve van de realisatie en in gebruik name van het Windpark A59 in de Oranjepolder bestaande uit 2 windmolens als uitbreiding op het windpark Weststad? 3. Is een ontwerpverklaring één op één over te zetten ( transfer) op een totaal andere inrichting? 4. Of vervalt daarmee de eerdere ontwerpverklaring? 5. Moet zo’n tussentijdse verandering opnieuw ter beraadslaging en besluitvorming in de gemeenteraad worden gebracht? Als de gemeenteraad akkoord gaat met: Een Verklaring van Geen Bedenkingen, als bedoeld in artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), af te geven voor het verlenen van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a, sub 3 van die wet, ten behoeve van de realisatie en in gebruik name van het Windpark A59 in de Oranjepolder Bestaande uit 2 windmolens als uitbreiding op het windpark Weststad? 6.
Gaat Eneco de MER procedure starten zoals die hoort bij de realisatie van uitbreiding van windpark Weststad? In de gemeentelijke omgevingsvisie van november 2021 in paragraaf 4.6 lezen we: Los van voorgaand principe en kijkend naar de inhoud van de Omgevingsvisie, biedt de Omgevingsvisie maar voor één initiatief -dat mogelijk plan-m.e.r.-(beoordelings)plichtig is- concreet een kader, namelijk de realisatie van het energiepark in de Oranjepolder. Op basis van de milieuwetgeving is een dergelijk initiatief vanaf 3 windmolens plan m. e.r.-beoordelingsplichting. Het initiatief betreft echter 2 windmolens en is daarmee niet plan-mer-plichtig. Daarbij komt dat de besluitvorming echter reeds plaatsgevonden heeft. Kort hierna komt het nieuwe College met stopzetting van het project. 7. Wat en wanneer is er nu precies gebeurd, 8. welke druk is er uitgeoefend, 9. op welke wijze en is hiervan documentatie aanwezig:
a. Zo ja, graag ontvangen wij kopie. b. Zo nee, wat onderneemt U om die gang van zaken bevestigd te krijgen? Veiligheid / risico's / overlast Recent hebben zich meerdere incidenten voorgedaan: • het omvallen van een turbine bij Zeewolde • RTV Drenthe meldt op 22 februari j.l. dat wederom een windturbine in Veenkoloniën is afgebroken. • Een falend systeem leidde tot lancering van groot brok ijs op een auto in Farmsum • Geluidsproblematiek bij Het windpark bij de N33: gekmakende bromtoon. Minister Rob Jetten (Klimaat en Energie) erkende toen dat er veel mis was gegaan bij de aanleg van het park. „Om die reden heb ik besloten om bij hoge uitzondering een Rijksbijdrage van 1,79 miljoen euro te storten in het gebiedsfonds van Windpark N33. 10. Is het geluidsonderzoek (Oosterhout)/ slagschaduw (G'berg/R'veer) gezien de ervaringen in Drenthe voldoende uitputtend onderzocht, rekening houdend dat in Drenthe ook een geluidsonderzoek had plaats gevonden maar pas na plaatsing de problemen bleken. 11. Zijn de geciteerde/ geduide gebeurtenissen van de laatste weken met betrekking incidenten rond breuken, ijs en geluid volledig getoetst bij een deskundige nagegaan? 12. Waarom is n.a.v.
het AKD advies geen nader onderzoek ingesteld en is dit niet in de second opinion teruggekomen? AKD twijfelt en dat moet aandacht krijgen, houdt dit nu misschien verband met de meer uitgebreide toets naar het begrijp inrichting? 13. Met de second opinion van HDR wordt gegist naar de betekenis van clustering van ten minste 3 windturbines. Voor de provincie is het voorstelbaar dat onderbouwd kan worden dat er sprake is van een clustering van minimaal 3 windturbines: a. Heeft het college dit met de provincie kortgesloten? b. Zo ja, wat was de reactie, zo neen, waarom niet. 14. Heeft Het college de toets na de repowering, verricht door de samenhang met de 6 turbines op weststad (WM) alsmede de aangekondigde wijziging namelijk upgrading naar grotere turbines aldaar?
Antwoord Ad 1 t/m ad 6 Deze vragen worden middels één beantwoording tegelijk beantwoord, omdat deze onderling verband houden met elkaar. Samengevat zijn de antwoorden als volgt: 1) Nee. Er is ook geen sprake van loskoppeling. Er is altijd al sprake geweest van een aanvraag omgevingsvergunning van 2 windturbines. 2) Nee, zie 1 3) Er is geen sprake van een totaal andere inrichting dus ook geen sprake van (een noodzaak tot) het 'overzetten’ van de verklaring van geen bedenkingen. 4) Nee, zie 3. 5) Er is geen sprake van een tussentijdse verandering zoals wordt verondersteld. 6) Er is geen sprake van een noodzaak voor het starten van een m.e.r.-procedure omdat er sprake is van 2 windturbines. Overigens is er ook nog geen sprake van een noodzaak tot een m.e.r-procedure bij 3 windturbines of meer, maar van een m.e.r.-beoordeling. Pas bij 20 windturbines of meer ontstaat er direct een m.e.r.-plicht. Hierna volgt een nadere toelichting. In het ontwerp-besluit stond ‘uitbreiding’ genoemd in het beslispunt. Maar gebleken is dat het hier een verkeerd gekozen term betreft die voor veel verwarring zorgt. Er is bij de ontwikkeling van windturbines verschillende wet- en regelgeving betrokken die elk eigen begrippen hanteert met een eigen uitleg erbij. In deze.
gaat het specifiek over • het Besluit m.e.r.; • het inrichtingen-begrip in het kader van de Wet milieubeheer • en de Interim Omgevingsverordening van Noord-Brabant. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening (IOV) vastgelegd dat er een clustering van minimaal drie windmolens moet plaats vinden. De provincie wil met deze regel voorkomen dat er verrommeling plaatsvindt door de realisatie van solitaire windmolens. Dit
uitgangspunt onderstrepen wij ook. Omdat de twee windmolens geplaatst worden in de nabijheid van de bestaande windmolens ontstaat er vanuit visueel en landschappelijk oogpunt een clustering van windmolens en worden deze twee windmolens enkel vanuit dat oogpunt gezien als een ‘uitbreiding’ van (=cluster met) het windpark Weststad. Deze clustering is puur visueel en zegt niets over de functionele, technische en organisatorische samenhang tussen de windturbines. In het kader van de milieuwetgeving (Besluit m.e.r. en Wet milieubeheer) is er echter geen sprake van dat windpark Energiepark A59 een uitbreiding is van het bestaande windpark Weststad. Er is dan sprake van twee nieuwe windmolens die in de buurt van een bestaand windpark worden gerealiseerd. Dit wordt hieronder nader toegelicht per wettelijk kader. Inrichtingenbegrip en Wet milieubeheer Of de twee nieuwe windmolens tezamen met de bestaande windmolens Weststad gezien moeten worden als één inrichting op basis van de Wet milieubeheer, is van belang voor de beantwoording van de vraag of de windturbineregels uit het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling milieubeheer van toepassing zijn of dat de nieuwe windmolens door middel van een wijziging in milieuvergunning van het bestaande windpark moeten worden opgenomen..
Artikel 1.1, vierde lid van de Wet milieubeheer zegt dat er sprake is van één inrichting als er sprake is van een ‘tot eenzelfde onderneming of instelling behorende installaties die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddellijke nabijheid liggen’. Ondanks dat de twee windmolens wel in de ‘onmiddellijke nabijheid’ van het windpark Weststad zijn gelegen, wordt aan de overige criteria niet voldaan (op basis van jurisprudentie moet er ten minste sprake zijn van de aanwezigheid van 2 van de 3 criteria om sprake te kunnen zijn van éen inrichting) . De twee windmolens krijgen een eigen (andere) aansluiting op het elektriciteitsnet (en draaien/functioneren dus volledig los van het windpark Weststad). Daarnaast hebben deze twee windmolens eigen aansturing door eigen personeel, middelen en kennen ze eigen testprogramma’s. Het windpark is zowel technisch als functioneel onafhankelijk windpark Weststad. Vanuit het inrichtingenbegrip en de Wet milieubeheer is dan ook in strikt juridische zin geen sprake van een ‘uitbreiding’ van het windpark Weststad. Voor de twee windmolens zijn de bepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling van toepassing. Windturbinepark-begrip en Besluit m.e.r. Hierboven is toegelicht dat de twee windmolens niet als een windturbinepark worden beschouwd.
Voor de vraag of er nu een MER-plicht ontstaat door de realisatie van twee windmolens in de nabijheid van het bestaande windpark Weststad is het van belang vast te stellen of er aan het ‘samenhang- en voorzienbaarheidscriterium’ is voldaan én dat de twee windmolens binnen afzienbare tijd na het windpark Weststad worden gerealiseerd. Dan zou er een (al dan niet vormvrije) m.e.r.beoordelings-plicht kunnen gelden. Een m.e.r.-plicht is pas aan de orde vanaf 20 windturbines. Het is niet de bedoeling dat een park dusdanig wordt opgeknipt waardoor er sprake zou zijn van een salamitactiek om onder de m.e.r.(beoordelings)-plicht uit te komen. Ten tijde van de besluitvorming over windpark Weststad in 2009 waren er nog geen concrete plannen aanwezig om binnen afzienbare tijd deze twee windmolens te realiseren in de Oranjepolder. Het plan tot repowering is nu ook nog onvoldoende concreet om rekening mee te houden. Mocht er destijds al een vorm van een intentie zijn uitgesproken, dan is het uitspreken van een intentie onvoldoende om in dit kader te spreken over ‘voorzienbaarheid’. Vanuit het windturbinepark-begrip in relatie tot het Besluit m.e.r. is dan ook in strikt juridische zin geen sprake van een ‘uitbreiding’ van het windpark Weststad. Voor de realisatie van deze twee windmolens geldt dan ook geen m.e.r.(beoordelings)plicht.
Het feit dat de twee nieuwe windmolens samen met het bestaande windpark Weststad visueel een geclusterde opstelling vormen van minimaal 3 windmolens betekent dat aan de Interim omgevingsverordening van de provincie wordt voldaan. Maar dit betekent dus niet, gelet op bovenstaande, dat de twee nieuwe windmolens één inrichting vormen met het bestaande windpark in het kader van de Wet milieubeheer of dat er sprake is van een uitbreiding van een windturbinepark in het kader van het Besluit m.e.r.
Vanwege bovenstaand is dan ook de term ‘uitbreiding’ in het definitieve besluit verwijderd. Terzijde wordt ook opgemerkt dat de aanvraag ook niet als zodanig is ingediend. Het bouwplan is verder ook niet aangepast. Er is dan ook naar onze mening geen sprake van een dusdanige verandering dat hierover opnieuw beraadslaging en besluitvorming door uw raad had moeten plaatsvinden. Ad 7 t/m 9 De Omgevingsvisie had niet de intentie om te besluit over wel of geen windmolens. De Omgevingsvisie benoemde besluiten die genomen zouden zijn. Bij de voorbereiding van de gemeentelijke omgevingsvisie is het uitgangspunt geweest om zo veel mogelijk de actuele situatie op te schrijven. Op het moment van het opstellen van de teksten was de heersende verwachting dat het windpark zou zijn vastgesteld op het moment dat de omgevingsvisie op 23 november 2021 zou worden vastgesteld. Daarom zijn deze teksten zowel in de ontwerp omgevingsvisie (6 januari 2021) die op 7 januari 2021 10 weken ter visie heeft gelegen en in de definitieve tekst opgenomen. De besluitvorming over het afgeven van een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen en tot het opstarten van de uitgebreide procedure (zienswijzeprocedure) had natuurlijk ten tijde van de vaststelling van de omgevingsvisie al wel plaatsgevonden.
Voor het windpark heeft het college de pauzeknop op 13 juli 2021 ingedrukt en is er dus geen besluit genomen over het windpark voordat de omgevingsvisie is vastgesteld. Er is op dit punt ook nooit druk uitgeoefend om wat dan ook te doen in het kader van de omgevingsvisie met betrekking tot het windpark en hier is dan ook geen documentatie van. Ad 10 Het geluidsaspect en de slagschaduw zijn uitgebreid onderzocht en daaruit blijkt dat er wordt voldaan aan de geldende normen en aan een ‘goede ruimtelijke ordening’. Bij de windmolens N33 is dat op die specifieke locatie, in combinatie met het aldaar gebruikte en gerealiseerde windmolentype, een probleem is ontstaan. Bij hetzelfde type in een ander windpark elders speelt dit probleem niet. Er bestaat dan ook geen enkele reden of aanleiding om aan te nemen dat dit probleem ook hier zal ontstaan. Terzijde wordt opgemerkt dat het bedrijf dat de windmolens N33 geleverd heeft alleen levert bij 8 windmolens of meer. Ad 11. Er is een bepaalde kans op falen van een windmolen wat een risico vormt voor de omgeving. De kans op falen wordt bepaald aan de hand van de faalincidenten die optreden bij windmolens. Hoe meer windmolens er zijn, hoe meer kans op incidenten er kan zijn.
Een individueel incident is echter geen aanleiding om te verwachten dat er per windmolen een grotere kans op ongelukkenincidenten/ongevallen zal bestaan (en daarom de faalfrequentie aan te passen). De gebruikte faalfrequenties in het uitgevoerde externe veiligheidsonderzoek en daarvan afgeleide analyses om het risico voor de omgeving te bepalen zijn gebaseerd op de gegevens in de Handleiding risicobeoordeling windturbines (versie Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid module IV – De Handleiding risicobeoordeling windturbines (versie oktober 2020). Recent onderzoek van het RIVM (Actualisatie faalfrequenties windturbines, 12 mei 2022) naar optredende faalincidenten toont aan dat de kans op een incident/ongeval per windmolen verder is afgenomen (circa 60% afname) bij de plaatsing van modernere windmolens. Er is gebruik gemaakt van een voldoende conservatieve aanname met betrekking tot de gehanteerde faalfrequenties die de basis vormen voor de beoordeling van de risico’s op de veiligheid van de omgeving. Windturbines op land moeten volgens de Activiteitenregeling voldoen aan de veiligheidseisen opgenomen in NEN-EN-IEC 61400-1. Turbines die voldoen aan deze eisen, zijn ontworpen voor een levensduur van tenminste 20 jaar. De veiligheidssystemen zijn zodanig ontworpen dat de turbine onder alle weerscondities veilig in werking kan zijn.
Ook in geval van storingen aan de turbine zelf zorgen de veiligheidssystemen ervoor dat de turbine tot stilstand komt. De werking van de veiligheidssystemen wordt periodiek gecontroleerd. Aan het bevoegd gezag moet een NEN-certificaat getoond kunnen worden van een instantie die een accreditatie heeft voor het afgeven van deze certificaten. Dit geldt in ieder geval voor alle nieuw te bouwen en gebouwde windmolens over de laatste jaren (circa 10 tot 15 jaar). Voor oudere windmolens (waarvan sprake was bij het incident in Zeewolde)
wordt gewerkt aan een ‘verplichte APK’ door de branchevereniging van de windsector NWEA in samenwerking met de NEN. Daarmee is dit punt is dan ook voldoende onderzocht en onderbouwd. Ad 12 De second opinion, die door de gemeenteraad zelf is aangevraagd onderschrijft het eerder uitgebrachte advies van AKD. AKD concludeert in het advies dat er geen redenen zijn om de Verklaring van Geen Bedenkingen te weigeren. In het kader van de beantwoording van de vraag of die Verklaring van Geen Bedenkingen voor de twee windmolens alsnog geweigerd kan worden, heeft het begrip ‘inrichting’ uit het milieuspoor niets van doen en vormt dan ook geen ingrediënt voor de beantwoording van deze vraag. Ad 13 De onderbouwing is op de gebruikelijke manier voorgelegd aan de provincie. Tijdens de inspraak is het plan met drie windmolens aan de provincie opgestuurd in het kader van het wettelijk vooroverleg en is hierop door de provincie gereageerd. Daarna is het plan met 2 windmolens als ontwerp ter inzage gelegd. Hiervan is ook de provincie op de daarvoor gebruikelijke manier geïnformeerd. Als de provincie het niet eens is met een ontwerpplan en haar vooroverlegreactie niet goed in een plan is verwerkt kan ook de provincie een zienswijze indienen over het plan. Dat is hier niet gedaan, waarmee de provincie aangeeft in te kunnen stemmen met het plan zoals dit nu voorligt.
De provincie heeft in de Interim Omgevingsverordening regels gesteld over nieuwvestiging van windmolens. Om verrommeling te voorkomen staat de provincie enkel een geclusterde opstelling van minimaal 3 windmolens toe. Omdat voldoende in de ruimtelijke onderbouwing is onderbouwd dat hier sprake is van een visuele clustering van deze twee windmolens met de bestaande windmolens op Weststad voldoet dit plan dan ook aan de provinciale regels. Dit is in lijn met andere parken die in de provincie eerder al zijn vergund en waar de provincie ook geen beroep tegen heeft ingesteld. We hebben naar aanleiding van deze vragen nogmaals contact gehad met de provincie. Zij reageren hier nog deze week op. Mocht hier een ander standpunt uit naar voren komen (wat wij niet verwachten) dan brengen wij uw raad hier nog separaat van op de hoogte. Ad 14 Op dit moment is de repowering op Weststad een beleidsmatig idee, maar liggen hier geen concrete ideeën of (uitgewerkte) plannen aan ten grondslag. Hier is recent ook geen overleg over geweest met Eneco. Eerder is aangegeven dat de repowering nog minimaal 5 jaar op zich laat wachten. Hiermee is repowering niet concreet waardoor ook niet getoetst kan worden of er eventueel sprake is van welke effecten dan ook.
Wanneer er een concreet initiatief komt voor de repowering van deze windmolens dan dient dit specifieke plan getoetst te worden en dan dient ook gekeken te worden of er sprake is van een cumulatief effect met de windmolens in de Oranjepolder, net als dit gebeurd is voor de nu voorliggende vergunningsaanvraag. Ook wordt dan bepaald of repowering valt onder de definities, normen en wet- en regelgeving die op dat moment gelden.