CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

12. 20191012 TNO radarhindertoetsing windpark Oranjepolder

Raadsvergadering 4 april 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN1000976 Verklaring van geen bedenkingen Windpark A593.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TNO

innovation for I ife m

Defensie & Veiligheid 5.1,2,e

Retouradres: Postbus 5.1,2,e 5.1,2,e 5.1,2,e

T.a.v. de 5.1,2,e Postbus 19020 5.1,2,e

5.1,2,e

Postbus 96864 5.1,2,e

www.tno.nl

T

5.1,2,e

Datum 10 december 2019 Onze referentie 5.1,2,e

Onderwerp

Radarhindertoetsing windpark Oranjepolder

E-mail 5.1,2,e

Doorkiesnummer 5.1,2,e

Geachte 5.1,2,e Bijgaand ontvangt u onze rapportage aangaande het radarverstoringsonderzoek voor het windpark Oranjepolder gelegen in de gemeente Oosterhout, Noord-Brabant. Het bouwplan Het bouwplan betreft alle wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie die betrekking hebben op het te bouwen windturbinepark. In dit rapport zullen deze wijzigingen worden aangeduid als ‘het bouwplan’. Voorde huidige aanvraag betreft dit de plaatsing van drie nieuwe windturbines. De coördinaten van de te plaatsen windturbines zijn verderop gegeven. Aangezien er in dit stadium van het project nog geen keuze is gemaakt voor een specifiek windturbinetype, is voor de afmetingen van de windturbines uitgegaan van een windturbine uit de 5-6 MW klasse. Dit is een windturbine met worst-case afmetingen, samengesteld uit het op dit moment bij TNO beschikbare windturbinebestand met een opgewekt vermogen tussen de 4.5 en 6.4 MW, een maximale ashoogte van 160 m en een maximale rotordiameter van 170 m. De toepassing van een windturbine met worst case afmetingen houdt in dat de berekende effecten op de radars altijd minder zullen zijn, als bij de keuze van de specifieke windturbine het opgewekt vermogen, maximale ashoogte en rotordiameter niet wordt overschreden.

De uitgevoerde berekeningen TNO heeft de verstoring op de primaire radar als gevolg van radarreflectie en schaduweffect berekend met behulp van het radarhinder simulatiemodel PERSEUS, volgens de toetsingsmethode, die op 1 oktober 2012 is ingevoerd. Het bouwplan bevindt zich binnen de 75 km cirkels van één van de Military Approach Surveillance System (MASS) verkeersleidingsradars en binnen de 75 km cirkels rond de locatie van de nieuwe gevechtsleidingsradarte Herwijnen. De analyse is uitgevoerd voorde volgende radarsystemen:

Projectnummer 060.38347/01.09.01

Op opdrachten aan TNO zijn de Algemene Voorwaarden voor opdrachten aan TNO, zoals gedeponeerd bij de Griffie van de Rechtbank Den Haag en de Kamer van Koophandel Den Haag van toepassing. Deze algemene voorwaarden kunt u tevens vinden op www.tno.nl. Op verzoek zenden wij u deze toe. Handelsregisternummer 27376655.

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

(1)

(2)

Het primaire verkeersleidingsradarnetwerk, bestaande uit een zestal MASS verkeersleidingsradarsystemen verspreid over Nederland, aangevuld met de Terminal Approach radar (TAR) West bij Schiphol. De SMART gevechtsleidingsradar op de locatie Herwijnen.

Resultaten primaire verkeersleidingsradarnetwerk Op de locatie van de windturbines eist het Ministerie van Defensie voor het verkeersleidingsradarnetwerk een minimale detectiekans van 90% vooreen doel met een radaroppervlak van 2 m2. Twee mogelijke optredende effecten zijn onderzocht: 1. Reductie van de detectiekans ter hoogte van het bouwplan: Na realisatie van het bouwplan is er op de toetsingshoogte van 1000 voet een vermindering van de detectiekans tot 96% geconstateerd ter hoogte of in de directe nabijheid van het bouwplan. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde 2019 norm. 2. Reductie van het maximum bereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan: De drie MASS radars te Woensdrecht, Soesterberg en Volkel ondersteunen elkaar volledig in de gebieden waar door de schaduwwerking van het bouwplan een verlies aan bereik kan ontstaan. Na realisatie van het bouwplan is er op de toetsingshoogte van 1000 voet geen verlies aan bereik geconstateerd. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde 2019 norm. Resultaten gevechtsleidingsradar te Herwijnen Op de locatie van de windturbines eist het Ministerie van Defensie voor de gevechtsleidingsradar een minimale detectiekans van 90%. Omdat de specificaties van de gevechtsleidingsradars gerubriceerd zijn, wordt de in de berekening gebruikte waarde van het radaroppervlak van het doel hier niet vermeld.

De resultaten van de radarhinderberekening voorde gevechtsleidingsradar zijn eveneens gerubriceerd en kunnen om die reden alleen rechtstreeks naar het ministerie van Defensie worden verstuurd. Dit gebeurt echter pas na toestemming van u. Wel mag in deze brief worden vermeld dat er twee mogelijke optredende effecten zijn onderzocht: 1. Reductie van de detectiekans ter hoogte van het bouwplan: De detectiekans is na realisatie van het bouwplan op de toetsingshoogte van 1000 voet binnen de thans gehanteerde 2019 norm. 2. Reductie van de detectiekans ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan: Het maximum bereik van de radar op deze hoogte in de sector waarin schaduwwerking optreedt, blijft na realisatie van het bouwplan binnen de thans gehanteerde 2019. Details vindt u in bijgaande documentatie.

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Blad

2/18

innovation forlife mi

Datum 10 december 2019

Voor de achtergronden van de toegepaste rekenmethode wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting die is te downloaden van de TNO website: http://www.tno. nl/perseus.

5.1,2,e

5.1,2,e 5.1,2,e

5.1,2,e

5.1,2,e

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713 Blad 3/18

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

1

Locatie- en radargegevens

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

De locaties van de te toetsen windturbines van het bouwplan zijn weergegeven in Tabel 1. De weergegeven rijksdriehoekcoördinaten en fundatiehoogtes zijn afkomstig van de opdrachtgever. De WGS 84 coördinaten voorde locaties zijn hiervan afgeleid. Voorde fundatiehoogte is uitgegaan van het feit dat deze 1 m boven het maaiveld komt te liggen. Locatiegegevens van het bouwplan zoals opgegeven door de opdrachtgever.

Tabel 1. Nr

Rijksdriehoekstelsel

ID

1 2

WT1

3

WT3

WT2

X[m]

Y[m]

117709 118281 118646

410033 410200 409732

WGS 84 coördinaten Latitude [°] Longitude [°] 51.67785 4.84804

Fundatiehoogte t.o.v. NAP [m]

51.67939 51.67521

1.8 1.1

4.85629 4.86162

1.3

De locaties van de te plaatsen windturbines zijn weergegeven in Figuur 1. I

i

he "8

151

1,

=

-e

s.*

3

& "et

T- —Té* 2-

I Figuur 1.

.s

] des

gü--

MEge,a8

De gele stippen geven de locaties aan van de nieuwe windturbines [Bing],

Het Ministerie van Defensie hanteert een zogenaamd toetsingsvolume dat reikt tot aan 75 km rondom de verkeersleidingsradars en de gevechtsleidingsradars. Het profiel van het toetsingsvolume is weergegeven in Figuur 2. Er dient getoetst te worden indien de tip van de wiek hoger is dan de rode lijn. Bouwplannen die verder verwijderd zijn dan 75 km kunnen zondermeer geplaatst worden.

Blad

4/18

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

75 km

Onze referentie

DHW-2019-RT-100328713 .5 Blad

0.25

5/18

65 m Antennehoogtet.o.v. NAP

Maaiveld

NAP Figuur 2.

Het toetsingsprofiel (niet op schaal) zoals gehanteerd door het Ministerie van

Defensie rondom elk van de militaire radarsystemen.

De gevechtsleidingsradars zullen binnenkort worden vervangen, waarbij de radarlocatie Nieuw Milligen wordt verplaatst naar Herwijnen. Deze nieuwe locatie is per 1 juli 2016 in de Rarro opgenomen en is dan ook meegenomen in deze toetsing. Begin 2017 is de nieuwe Terminal Approach Radar, TAR West bij Schiphol operationeel geworden en is deze radar opgenomen in het MASS verkeersleidingsradarnetwerk. Omdat het geen militaire radar is, geldt er rond deze radar geen toetsingsprofiel zoals weergegeven in Figuur 2. De toetsingsplicht voor windturbines rond deze radar zijn vastgelegd in het Luchtvaart Inpassingsbesluit (LIB) van Schiphol. Tot slot is in 2019 het verkeersleidings­ radarnetwerk verder uitgebreid worden met een extra MASS radar op het Marinevliegkamp De Kooy bij Den Helder, die dan ook per 1 januari 2019 eveneens opgenomen is in de Rarro. De locatiegegevens van de verkeersleidingsradars en de gevechtsleidingsradars worden weergegeven in Tabel 2. In deze tabel zijn zowel de antennehoogtes aangegeven die aangehouden worden voor de bepaling van het toetsingsprofiel als ook de feitelijke antennehoogtes van de primaire radarantenne, toegepast in de detectiekansberekeningen. Tabel 2.

Locatiegegevens van de zes MASS radars, de TAR West en de gevechtsleidings­ radars te Nieuw Milligen en Wier, de aangehouden antennehoogte voor het toetsingsprofiel en de toepaste feitelijke hoogte van de primaire radarantenne. De gevechtsleidingsradars zullen worden vervangen, waarbij de radarpositie Nieuw Milligen wordt verplaatst naar Herwijnen. Radar

Leeuwarden Twenthe

Soesterberg

Volkel Woensdrecht

De Kooy TAR West Schiphol Nieuw Milligen (MPR) Wier (SMART-L)

Herwijnen (SMART-L)

Coördinaten Rijksdriehoekstelsel

X[m]

Y[m]

179139 258306 147393 176525 083081 113911 109603 179258 170513 137106

582794 477021 460816 407965 385868 548781 482283 471774 585673 427741

Antennehoogte toetsingsprofiel t.o.v. NAP

Feitelijke antennehoogte t.o.v. NAP

[m] 30

[m]__________ 27.3

71

68.8 60.2 46.9 45.2 27.1

63 49 48 27 n.v.t.* 53 24 25

* Deze radar zijn niet opgenomen in de Rarro en heeft dus geen toetsingsprofiel. ** Deze gegevens zijn bekend bij defensie.

34.0 Gerubriceerd'I** Gerubriceerd'I** Gerubriceerd'I**

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

Variaties in de hoogte van het terrein worden bepaald uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN-2) en AHN3 voor alleen Friesland, Zeeland en delen van Zuid Holland. In dit bestand bevindt zich bebouwing zoals aanwezig tijdens de opnames tussen 2007 en 2012 voor AHN2 en 2014 voor AHN3. Naast dit hoogtebestand met bebouwing hanteert TNO eveneens een bestand voor het maaiveld bepaald met alleen het AHN2 bestand. Beide bestanden bezitten een ruimtelijke resolutie van 10 m. Buiten Nederland gebruikt TNO terreinhoogtegegevens afkomstig van de NASA Shuttle Radar Topography Mission (SRTM1) met een resolutie van 1 boogseconde (ongeveer 30 m langs een meridiaan). Het kan voorkomen dat een deel van het bouwplan wordt afgeschermd door het tussenliggende terrein of door bebouwing en dus niet wordt belicht door de radar. In dat geval wordt dit deel van het bouwplan niet meegenomen in de berekening.

De 15 en 75 km cirkels rond de MASS radarsystemen en de stedelijke gebieden volgens het AHN-1 bestand zijn weergeven in Figuur 3. De 15 en 75 km cirkels rond de gevechtsleidingsradars en de stedelijke gebieden volgens het AHN-1 bestand zijn weergeven in Figuur 4.

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Blad

6/18

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

-$ V -6s3

GC cL,

.eeuw: ■

g.

len

.

. /

J;

e.

.8 04 A.

.1.•

F -

X,

■

KLEs

L ‘T P3

- Soesterberg

t

/ ëTwenthe

\: ' A

9/ X

% x'

Bouwplan

Wdeh:

Vol

t.

&8

Figuur 3. Locaties van de zes MASS verkeersleidingsradarsystemen (groene ruit) met daaromheen de 15 en 75 km cirkels. De TAR West radar bij Schiphol is aangegeven met een oranje ruit. De oranje vlakken zijn de in de AHN-1 gedefinieerde stedelijke gebieden. De ligging van het te toetsen bouwplan is aangegeven met een roze ster.

Blad 7/18

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Blad 8/18

A=e

N

ART_We #

•

7

}*:

.8èk4 e*

■ N’y •A

77

■

.7

(

<*

F 2. ■

/

/8/ /'

71'

MP

M4

d, )a % \ /

#

ieuwMilligen r'

SMARFHer

★ -?‘ ■

,3:

Figuur 4. Locaties van de nieuwe SMART-L EWC GB gevechtsleidingsradars (rode ruit) en de bestaande MPR (oranje ruit) met daaromheen de 15 en 75 km cirkels. De oranje vlakken zijn de in de AHN-1 gedefinieerde stedelijke gebieden. De ligging van het te toetsen bouwplan is aangegeven met een roze ster.

Het bouwplan ligt binnen de 75 km cirkel rond de MASS radar van Woensdrecht, Soesterberg en Volkel en binnen de 75 km cirkel rond de gevechtsleidingsradar van Herwijnen. Daarnaast zijn de tiphoogtes van alle te toetsen windturbines groter dan de in Figuur 2 aangegeven hoogte. Het onderhavige bouwplan dient derhalve getoetst te worden voor zowel het primaire verkeersleidingsradarnetwerk als de gevechtsleidingsradar te Herwijnen.

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

2

Rekenmethode primaire verkeersleidingsradarnetwerk Het radarsimulatiemodel PERSEUS berekent voor elk radarsysteem de detectiekans van een doel met een radardoorsnede van 2 m2, fluctuatiestatistiek Swerling case 1, en loos alarmkans 1 x10-6. Afhankelijk van de locatie van het bouwplan moet de detectiekans geëvalueerd worden op een normhoogte van 300, 500 of 1000 voet ten opzichte van het maaiveld. Indien op 1000 voet geëvalueerd wordt, zal middeling van detectiekansen binnen een cirkel met een straal van 500 m toegepast worden. De 300 en 500 voet normhoogtes liggen over het algemeen rond de verschillende militaire vliegvelden in Nederland. Op een hoogte van 1000 voet dient er, met enige uitzonderingen, landelijke dekking te zijn. In Figuur 5 worden de normhoogtegebieden getoond.

819 q

■ \

\

7

lan

Figuur 5. De ligging van het te toetsen bouwplan aangegeven met een ster en de ligging van de thans gehanteerde 2019 normhoogtes op 300 voet (rood) en 500 voet (blauw). Op 1000 voet (paars) dient het verkeersleidingsradarnetwerk, op enkele uitzonderingen na, een landelijke dekking te hebben. Tevens zijn op deze kaart met een groene markering de locaties aangeven van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk bestaande uit een zestal MASS radarsystemen en in oranje de TAR West radar te Schiphol.

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Blad 9/18

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

Het bouwplan valt binnen de normhoogte van 1000 voet.

De detectiekans van de zes MASS radarsystemen te Leeuwarden, Twenthe, Soesterberg, Volkel, Woensdrecht en De Kooy, aangevuld met de TAR West van Schiphol is conform de met Defensie overeengekomen rekenmethode gesimuleerd in één radarnetwerk, waarbij de radars elkaar eventueel ondersteuning kunnen bieden bij de detectie van radardoelen. Daarbij wordt rekening gehouden met de upgrade van de MASS primaire radar en het Wind Farm Filter (WFF) in de TAR West radar, zoals TNO die op dit moment in PERSEUS gemodelleerd heeft. Als referentie zijn ook de radardetectiekansdiagrammen berekend voorde zogenaamde baseline situatie, dat wil zeggen, rekening houdend met alle bestaande windturbines en dus voor realisatie van het bouwplan. Het baselinebestand van windturbines geeft de situatie aan binnen Nederland, vastgelegd in het begin van januari 2019, door Windstats.nl. De voor de simulatie noodzakelijke afmetingen van de windturbines zijn afgeleid van de in dit bestand opgenomen gegevens, zijnde: fabrikant, opgewekt vermogen, ashoogte en rotordiameter. Het bouwplan wordt daar vervolgens aan toegevoegd en voor beide situaties (baseline en baseline met bouwplan) worden detectiediagrammen berekend.

Door een vergelijking van beide diagrammen kan het detectieverlies worden vastgesteld in de directe nabijheid van het bouwplan veroorzaakt door reflecties van het bouwplan en het eventuele verlies aan radarbereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan.

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Blad

10/18

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

3

Gegevens windturbines

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Voor de bepaling van de effecten op de radars is de worst-case windturbine uit de 5-6 MW klasse genomen. TNO heeft deze windturbine met worst-case afmetingen gedefinieerd uit de reeks turbines die TNO thans in haar bestand heeft op basis van het opgewekt vermogen tussen de 4.5 en 6.4 MW, een maximale ashoogte van 160 m en een maximale rotordiameter van 170 m. Bij toepassing van een specifieke windturbine met realistische afmetingen uit een zelfde of lagere vermogensklasse en waarbij de maximaal getoetste ashoogte en rotordiameter niet wordt overgeschreden, zullen de berekende effecten op de radars geringer zijn.

De lengte van de gondel is gedefinieerd als de afstand van de ‘hub’ tot aan de achterzijde van de gondel in het verlengde van de as. De hoogte en breedte van de gondel zijn gebaseerd op het effectieve oppervlak van de voor- en zijkant van de gondel en kunnen dus iets afwijken van de feitelijke afmetingen. De lengte van de wiek is gedefinieerd als de halve diameter van de rotor. De breedte van de wiek wordt afgeleid van het frontaal oppervlak van de wiek. In Tabel 3 is de maatvoering weergeven van de te toetsen windturbine, noodzakelijk voor de juiste modellering. Tabel 3.

De afmetingen de worst-case windturbine uit de 5-6 MW klasse met een ashoogte van 160m en een rotordiameter van 170 m.

Onderdeel Afmeting [m] Ashoogte t.o.v. fundatie 160.0 Tiphoogte t.o.v. fundatie

Fundatiehoogte t.o.v. maaiveld

Breedte gondel Lengte gondel

Hoogte gondel

Diameter mast onder Diameter mast boven Lengte mast Lengte wiek

Breedte wiek

245.0 1.0 6.0 24.1 8.8 14.9 5.4 155.6 85.0 3.8

Blad

11/18

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

4

Berekeningen radardetectiekans diagrammen primaire verkeersleidingsradarnetwerk

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Blad

Detectiekans in de directe nabijheid van het bouwplan

12/18

In Figuur 6 wordt de detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk van de baseline op 1000 voet getoond rond het nog te realiseren bouwplan. Op deze resultaten is detectiekansmiddeling toegepast met een straal van 500 m. Figuur 7 toont de detectiekans voor hetzelfde gebied, na realisatie van het bouwplan. In Figuur 8 is het gebied vergroot weergegeven. De minimale detectiekans die door het Ministerie van Defensie wordt geëist bedraagt 90%. In groen gekleurde gebieden wordt aan deze eis voldaan. Ter hoogte of in de directe nabijheid van de locatie van het bouwplan en binnen het 1000 voet normgebied is de kleinst berekende radardetectiekans 96%. Omdat het bouwplan in de directe omgeving van een 500 voet normgebied ligt, is ook de detectiekans op 500 voet bepaald. Figuur 9 toont de detectiekans op een hoogte van 500 voet. Binnen het 500 voet normgebied wordt de detectiekans niet verminderd. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde 2019 norm.

TNO Pd

o

5 km J

L

Stedelijk gebied

-100 %

Gemeente Geertruidenberg

Windpark Oranjepolder -90 %

Made

Oosterhout -80 %

- <70 % Figuur 6.

Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 1000 voet boven het bouwplan voordat dit is gerealiseerd (baseline).

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

TNO Pd

o

5 km

L

J

Blad

13/18

-100 %

Windpark Oranjepolder

-90 %

— -80 %

Grens 500 voet normgebied

- <70 %

Figuur 7.

Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 1000 voet boven het bouwplan nadat deze is gerealiseerd. De locatie van de nieuwe windturbines is aangegeven met gele stippen.

0

TNO Pd

-100 %

2 km

Laagst bepaalde detectiekans

96%

-90 %

■80 %

Figuur 8.

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Het gebied rond het bouwplan uit Figuur 7 groter weergegeven.

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

TNO

9

Pd

o

5 km

L

J

DHW-2019-RT-100328713 Blad

14/18

-100 %

Windpark Oranjepolder

-90 %

-80 %

Grens 500 voet normgebied

- <70 % Figuur 9.

Onze referentie

Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 500 voet boven het bouwplan nadat deze is gerealiseerd. De locatie van de nieuwe windturbines is aangegeven met gele stippen.

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

Detectiekans in de schaduw van het bouwplan

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

In Figuur 10 is de detectiekans op 1000 voet van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk uitgerekend voorde gebieden waar schaduw kan ontstaan ten gevolge van het nog te realiseren bouwplan. Op deze resultaten is detectiekansmiddeling toegepast met een straal van 500 m. De stippellijnen afkomstig van de MASS posities van Woensdrecht, Soesterberg en Volkel, lopend over het bouwplan, geven de zones aan waartussen een verminderde detectiekans zou kunnen ontstaan als gevolg van de schaduwwerking. In Figuur 11 is de detectiekans berekend voor hetzelfde gebied na realisatie van het bouwplan. De figuur toont aan dat de drie betrokken radars elkaar volledig ondersteunen in de gebieden waar door de schaduwwerking van het bouwplan een verlies aan bereik kan ontstaan. Er is dan ook geen verlies aan bereik aanwezig is. Het bouwplan voldoet dus aan de thans gehanteerde 2019 norm.

Blad

-0

G

40 km

V-

_l

P -100 %

V

Windpark Oranjepolder

<90 % i

s‘

—

0

s*:

t -80 %

, .V

//

z

/* Radarpositie MASS Soesterberg

*

Radarpositie MASS Volkel

/ / / / / ,// I 70 % RadarpositieM Wo 5.1,2,e echt Figuur 10. Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan voordat deze is gerealiseerd (baseline). Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waarde schaduw kan gaan ontstaan.

15/18

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

_/P

I

pëP

7 -100 _0i %

-90 %

40 km _l

0

% F

$

Windpark Oranjepolder

।

-80 %

// / / / / / / / / /

/" . / Radarpositie MASS Soesterberg /

// /

* Radarpositie MASS Volkel

70 % RadarpositieM

Woensdrecht Figuur 11. Detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk berekend op 1000 voet in het schaduwgebied van het bouwplan nadat deze is gerealiseerd. Op dit figuur is detectiekansmiddeling toegepast. De stippellijnen geven aan waar de schaduw kan ontstaan.

I

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Blad

16/18

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

5

Rekenmethode gevechtsleidingsradars Een vergelijkbare methodiek als bij de verkeersleidingsradars is toegepast bij de gevechtsleidingsradars. De bestaande MPR-radars hebben hun maximale levensduur bereikt en zullen worden vervangen door de nieuwe SMART-L EWC GB radar. Deze vervanging vindt plaatst voor de locatie Wier, maar niet voor de locatie Nieuw Milligen. De tweede SMART-L zal worden geplaatst op de locatie Herwijnen, waarna de radarlocatie Nieuw Milligen komt te vervallen. Per 1 januari 2018 past TNO voor de locatie Wier en Herwijnen het nieuwe rekenmodel toe voor de SMART-L EWC GB, zoals deze tot nu toe bekend is bij TNO. Ook de bestaande radarlocatie te Nieuw Milligen blijft tot nader orde toetsingsplichtig. Voorde drie militaire gevechtsleidingsradars Herwijnen, Nieuw Milligen en Wier wordt één toetsingshoogte van 1000 voet aangehouden. Daarnaast wordt geen rekening gehouden met een eventuele ondersteunende dekking van elkaar, iedere radar dient dus afzonderlijk een goede dekking te hebben. Als referentie zijn ook de radardetectiekansdiagrammen berekend voorde zogenaamde baseline situatie, dat wil zeggen, rekening houdend met alle bestaande windturbines en dus voor realisatie van het bouwplan. Het baselinebestand van windturbines geeft de situatie aan binnen Nederland, vastgelegd in begin januari 2019 doorWindstats.nl.

De voorde simulatie noodzakelijke afmetingen van de windturbines zijn afgeleid van de in dit bestand opgenomen gegevens, zijnde fabrikant, opgewekt vermogen, ashoogte en rotordiameter. Het bouwplan wordt daar vervolgens aan toegevoegd en voor beide situaties (baseline en baseline met bouwplan) worden detectiediagrammen berekend. Door een vergelijking van beide diagrammen kan het detectieverlies worden vastgesteld in de directe nabijheid van het bouwplan veroorzaakt door reflecties van het bouwplan en het eventuele verlies aan radarbereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan. Conclusies over de detectiekans van de gevechtsleidingsradar op de locatie Herwijnen ten gevolge van het bouwplan

De radardetectiekansdiagrammen die het resultaat van deze berekeningen zijn, kunnen niet worden overhandigd omdat deze gerubriceerd zijn.

Twee mogelijke optredende effecten zijn onderzocht, de conclusie van deze berekeningen is als volgt: 1.

2.

Reductie van de detectiekans ter hoogte van het bouwplan: De detectiekans is na realisatie van het bouwplan op de toetsingshoogte van 1000 voet binnen de thans gehanteerde 2019 norm gebleven. Reductie van het maximum bereik ten gevolge van de schaduwwerking van het bouwplan: Het verlies aan maximum bereik op deze hoogte van 1000 voet in de sector waarin schaduwwerking optreedt, na realisatie van het bouwplan binnen de thans gehanteerde 2019 norm gebleven.

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Blad

17/18

TNO

innovation for Iife m

Datum 10 december 2019

6

Afkortingen AHN CTR EWC GB LIB MASS MPR NAP NASA PSR Rarro RDS SMART-L SRTM TAR WFF

Onze referentie DHW-2019-RT-100328713

Actueel Hoogtebestand Nederland Controlled Traffic Region Early Warning Capability Ground Based Luchtvaart Inpassingsbesluit Military Approach Surveillance System Medium Power Radar Normaal Amsterdams Peil National Aeronautics and Space Administration Primary Surveillance Radar Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Rijksdriehoekstelsel Signaal Multibeam Acquisition Radar tor Tracking, L band Shuttle Radar Topography Mission Terminal Approach Radar Wind Farm Filter

Blad

18/18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=e4235c40-30b3-4477-869e-d7dcc57b2002