CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

1.Geredigeerd_Notitie second opinion Over Morgen_Verduurzaming Amernet_TNO-Greenvis_20230223

Raad - informatiebijeenkomst 30 mei 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Presentatie2.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie

GREENVIS ► ONDERDEEL VAN DE WARMTETRANSITIEMAKERS

TNO

innovation forlife m

Radarweg 60 1043 NT Amsterdam www.tno.nl

Aan

(beide gemeente Tilburg)

5.1,2,e

Datum 23 februari 2023

Van

(TNO)

5.1,2,e

(Greenvis)

5.1,2,e

T 5.1,2,e

Onze referentie

060.55258 Kopie aan

E-mail

(Over Morgen)

5.1,2,e

Onderwerp

Second opinion rapport Over Morgen - Toekomst Amernet

1.

Inleiding

TNO en Greenvis hebben een second opinion uitgevoerd op het eindrapport van Toekomst Amernet, Beschikbaarheid bronnen vanaf 2027, d.d. 10 februari 2023. Dit rapport is opgesteld door Over Morgen in opdracht van de Stuurgroep Programma Verduurzaming Amernet. Naar aanleiding van ons commentaar op de versie van 22 december 2022 is er nog contact geweest met 5.1,2,e projectleider bij Over Morgen en haar collega 5.1,2,e om mogelijke interpretatieverschillen te bespreken en daarmee eventuele misverstanden te voorkomen. Ook is er nog contact geweest om commentaar aan te passen na de versie van 20 januari 2023. In deze notitie is eerst een algemeen beeld van TNO en Greenvis op dit rapport gegeven in hoofdstuk 2 en zijn de specifieke opmerkingen vervolgens stuk voor stuk beschreven in hoofdstuk 3.

2.

Second opinion op rapport Toekomst Amernet - algemeen beeld

TNO en Greenvis zijn het inzake dit rapport in grote lijnen eens met Over Morgen. Slechts op enkele specifieke punten is er (nog) een - meestal klein - verschil van inzicht tussen de partijen. Over Morgen heeft naar aanleiding van de gesprekken met TNO en Greenvis enkele eerdere opmerkingen ter harte genomen en haar eindrapport op enkele onderdelen aangepast. Dit betrof een paar verduidelijkingen en enkele, meestal relatief kleine, wijzingen. Een aantal van onze eerdere opmerkingen zijn om die reden geschrapt. Overall vinden wij dit een goed rapport met heldere conclusies en aanbevelingen. Het hoofdstuk dilemma’s schets de complexe context waarin de gemeente Tilburg en de overige leden van Stuurgroep Verduurzaming Amernet moet opereren.

5.1,2,e

GREENVIS ► ONDERDEEL VAN De WARMTETRANSITIEMAKERS

TNO

Scope van de studies Het is goed om te beseffen dat de scope voor Over Morgen het gehele Amernet betrof, terwijl TNO en Greenvis zich ‘beperken’ tot de warmtevoorziening van de woningen en andere gebouwen in de gemeente Tilburg.

Conclusie over beschikbare warmtebronnen Het rapport van Over Morgen geeft een heel goed beeld van de mogelijke warmtebronnen die in de omgeving van het huidige Amernet vanaf 1 januari 2027 beschikbaar zijn of in de komende jaren beschikbaar komen. Tabel 3.1 op pag. 29 geeft een goed overzicht incl. informatie over (on)zekerheid, bronvermogens etc. De combinatie van een aantal kleine bronnen wordt niet specifiek genoemd. TNO en Greenvis vinden dit nog wel een serieus alternatief, in ieder geval voorde warmtelevering aan de 29.000 weq in de gemeente Tilburg. Voor enkele belangrijke bronnen zoals de inzet van de Amercentrale vanaf 2027 en het gebruik van de bestaande piek- en backup-systemen zijn nuanceringen en ‘disclaimers’ beschreven in het rapport. TNO en Greenvis onderschrijven dat. Deze nuance is in een management samenvatting moeilijk te geven. Dat vraagt scherpte van de lezer.

Urgentie voor drie termijnen Naar aanleiding van onze discussie over de definitie van de transitieperiode, ook in relatie tot de urgentie om de komende paar jaar een alternatief voor de huidige warmtebron beschikbaar te hebben, adviseert Over Morgen in de definitieve versie om in het vervolgtraject parallel aandacht te geven aan deze korte termijn, de middellange termijn en zelfs de termijn (tot 2050). TNO en Greenvis vinden dit een waardevolle verbetering. In het toegevoegde hoofdstuk 8 Aanbevelingen is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen deze periodes en is helder welke acties er (soms parallel) moeten worden uitgevoerd. Daarbij zijn data genoemd waarop uiterlijk besluiten nodig zijn. TNO en Greenvis onderschrijven de aanbevelingen. Het is echter niet altijd duidelijk bij wij de actie ligt om een aanbeveling op te volgen. Daarbij beseffen wij dat, mede vanwege de onzekerheden over de We Collectieve Warmte, het nu niet altijd mogelijk is hier harde afspraken over te maken. Wij raden de gemeente Tilburg echter aan: 1) hier toch zosnel mogelijk duidelijkheid over te krijgen dan wel voorlopige afspraken over te maken; 2) de acties die primair bij hen liggen of naar verwachting komen te liggen - met name die voor de korte termijn voortvarend op te pakken; en 3) bij de overige acties steeds het belang van haar bewoners te bewaken.

Overige opmerkingen In het volgende hoofdstuk staan onze overige opmerkingen en is in enkele gevallen een nadere toelichting op bovenstaande punten gegeven. Deze zijn genummerd van 1 t/m 18. Bovendien staat er bij elke opmerking een verwijzing naar het hoofdstuk/paragraaf en paginanummer gemaakt, zodat de lezer de voor hem of haar van belang zijnde opmerkingen snel bij de desbetreffende tekst kan plaatsen.

Notitie voor gemeente Tilburg

innovation for I ife —

Datum 23 februari 2023 Onze referentie 060.55258

Blad 2/8

GREENVIS )

3.

ONDERDEEL VAN De WARMTETRANSITIEMAKERS

TNO

Specifieke opmerkingen TNO en Greenvis

innovation for I ife —

Datum 23 februari 2023 Onze referentie

Hoofdstuk, pagina en tekstdelen

Opmerking

1.

De gegevens zijn gebaseerd op het warmtevraagprofiel voorde jaren 2012 en 20182021. Ennatuurlijk heeft gegevens met Greenvis gedeeld. Dat bleek verschillen op te leveren. Na akkoord van Ennatuurlijk zijn ook de data die Over Morgen heeft ontvangen met Greenvis gedeeld. Op basis daarvan zijn we in goed overleg uitgekomen op de range van 110 tot 125 MW voor de basislast. De onderbouwing van deze range is toegevoegd en te vinden in par. 2.4.2, pag. 16.

H. 0, pag. 4 (en andere plaatsen in het rapport).

Hierbij is als uitgangspunt gehanteerd dat er ongeveer 110 tot 125 MW vermogen moet worden geleverd voor de basislast..

Blad

3/8

Greenvis zal voor haar berekeningen uitgaan van dezelfde bandbreedte voor het gehele Amernet en van ca. 60 MW voor het deel dat specifiek voor Tilburg van toepassing is. 2.

H. 0, pag. 4 (en H. 1.1 en nog enkele plaatsen in het rapport).

De enige grootschalige bron als alternatief voor het back-up systeem lijkt in 2027 biomassa in de Amercentrale.

Notitie voor gemeente Tilburg

060.55258

Dat is in principe correct, maar in de praktijk nog maar zeer de vraag vanwege het wegvallen van SDE++ voor (bij- en meestoken) van biomassa op 1 januari 202. Dit gegeven wordt in par. 2.1 overigens wel genoemd. In par. 3.5.2 wordt wel een disclaimer bij deze alternatieve bron genoemd. In de samenvatting is dat gebundeld in het woord ‘lijkt’. Dat vraagt wel scherpte van de lezer om te beseffen dat er de nodige voorbehouden aan dit alternatief zitten.

GREENVIS )

ONDERDEEL VAN De WARMTETRANSITIEMAKERS

TNO

innovation for I ife —

Datum 23 februari 2023

3.

H. 0, pag. 5.

Door het afvangen van CO2 neemt het beschikbare vermogen sterk af.

Tevens: H. 2.6.1, pag. 20. Het afvangen van CO2 heeft effecten op de hoeveelheid warmte die geproduceerd kan worden in de Amercentrale van RWE en de afvalenergiecentrale van Attero.

Het afvangen van CO2 kost inderdaad veel energie. Dat betreft echter vooral elektriciteit. De hoeveelheid (rest)warmte - of afvangwarmte hoeft echter niet perse (veel) af te nemen.

Over Morgen heeft laten weten dat RWE en Attero hebben aangegeven hoeveel warmte ze bereid zijn te produceren als er CO2 wordt afgevangen. Dit zal ook van de prijsverschillen tussen elektriciteit en warmte worden bepaald. Dat betekent ons inziens dat de omvang van dit effect nog niet bekend is en Greenvis dus met een bandbreedte van de warmteproductie zal moeten rekenen in het desbetreffende scenario.

Dit punt wordt ook als dilemma genoemd in H.6. 4.

H. 1.3, pag. 8.

Invoering van de nieuwe Wcw is nog onzeker

5.

H. 1.4, pag. 10.

Biomassa wordt vaak aangemerkt als transitiebrandstof, omdat er bossen voor worden gekapt en de transportafstanden ook groot kunnen zijn. Onder biomassa wordt echter ook lokaal snoeiafval verstaan. De wens om die vorm van biomassa op termijn uit te faseren is minder sterk.

Notitie voor gemeente Tilburg

Dat de nieuwe Wcw er gaat komen, is evident. Maar vanaf wanneer die nieuwe wetgeving gaat gelden is onzeker. Dat schrijft Over Morgen ook, incl. dat nog niet goed duidelijk is wat de regierol voor gemeenten voor hen betekent. Het sluiten van de Amercentrale is vooralsnog echter niet relevant voor het vraagstuk over de alternatieve warmtelevering. Over Morgen stelt ons inziens terecht de inhoud voor het toekomstbeeld voor het Amernet centraal.

Biomassa is een verzamelnaam voor een grote variatie aan ‘bronnen’. Nu lijkt het of er dit een transitiebrandstof is omdat er (vaak) bomen voor worden gekapt en dan ook nog eens uit verre landen. Het is niet duidelijk wat de bron voor de biomassa in de Amercentrale is. Ons inziens is enige nuance over biomassa als transitiebrandstof daarom op zijn plaats.

Overigens is het verbranden van biomassa voor energievoorziening wel controversieel - in ieder geval in de landelijke politiek - en is dat de reden dat dit niet meer wordt gezien als hernieuwbare energiebron in de SDE++.

Onze referentie 060.55258

Blad 4/8

GREENVIS )

ONDERDEEL VAN De WARMTETRANSITIEMAKERS

TNO

innovation for I ife —

Datum 23 februari 2023

6.

H. 1.5, pag. 10.

Warmteprijs. De huidige warmteprijs is door de huidige energiemarkt hoog. Er is weinig tot geen financiële draagkracht bij bewoners en bedrijven om de prijs verder te verhogen om zo investeringsruimte te creëren. Dit kan consequenties hebben voor de financiële haalbaarheid van alternatieven.

7.

H. 2.4.1, pag. 15.

De autonome ontwikkelingen zorgen deels voor verlaging van de warmtevraag en deels voor stijging. Met name de ontwikkelingen die voor vermindering van de warmtevraag zorgen, zijn onzeker. Gezien de grote onzekerheden in de autonome ontwikkeling wordt het totaal effect van autonome ontwikkeling hier nihil geacht. Dat betekent dat als uitgangspunt wordt gehanteerd dat de warmtevraag in 2030 gelijk is ten opzichte van de huidige situatie.

8.

H. 2.4.3, pag. 17.

In totaal worden in het meest uitgebreide scenario 315.000 weq (woning equivalenten) aangesloten: 229.000 woningen en 86.000 weq utiliteit.

9.

H. 2.6, pag.19-21.

Notitie voor gemeente Tilburg

Door de relatief hoge warmteprijs ontstaat in principe extra ruimte om te investeren in duurzame warmte, omdat de business case makkelijker te maken is. De hoge prijzen zijn zoals Over Morgen ook schrijft - wel onaantrekkelijk voorde klanten van collectieve warmte, maar dat geldt waarschijnlijk nog meer voor klanten die aardgas gebruiken.

Over Morgen heeft de tekst naar aanleiding van onze discussie aangepast. Wij kunnen ons hierin vinden.

Dit lijkt ons een redelijke aanname; • Een warmtevraag groei van 1.000 weq t.o.v. de huidige 29.000 weq is +ca. 3%; • Een warmtevraag afname door isolatie is nadrukkelijk een ambitie, waarvan niet met zekerheid kan worden gesteld dat deze ook wordt behaald. Maar dat dit in dezelfde orde-grootte ligt is als de groei in warmtevraag, is een redelijke aanname.

De genoemde cijfers voor groei lijken ons erg ambitieus ten opzichte van de ontwikkelingen in de laatste jaren en de problematiek inzake de warmtelevering van de Amercentrale. Wij begrijpen dat dit scenario is overgenomen uit andere rapporten. TNO en Greenvis kijken echter niet naar groei van het warmtenet in Tilburg en doen daarom geen verdere uitspraken over de paragrafen waarin deze scenario’s worden beschreven. Door deze paragraaf in H.2 te plaatsen, lijken de twee beschreven opties in eerste instantie een

Onze referentie

060.55258 Blad

5/8

GREENVIS

| ONDERDEEL VAN DE WARMTETRANSITIEMAKERS

TNO

innovation for I ife —

Datum 23 februari 2023

2.6 Kansen vanuit (Rijks)infrastructuurprojecten 10.

H. 3.1, pag. 22.

Kleine bronnen ...

11.

H. 5.1, pag. 36.

Vierde generatie warmtenetten zijn netwerken waarbij de aanvoertemperatuur in secundaire leidingen 30°C tot 55°C bedraagt.

12.

H. 5.1.1, pag. 37.

Bij het nadenken over temperatuurverlaging moet rekening worden gehouden met het feit dat Ennatuurlijk verplicht is om haar klanten van voldoende warmte te voorzien. 13.

H. 5.1.4, pag. 34.

Gesloten geothermie ...

14.

H. 5.1.4, pag. 34.

Grootschalige warmteopslag ...

Notitie voor gemeente Tilburg

serieuze kans te bieden. Uit de beschrijving blijkt echter dat beide veel onzekerheden bevatten. Er wordt verwezen naar een stuk vanuit Amernetsamenwerking (najaar 2019) waarin bronnen in de regio zijn vastgesteld. TNO en Greenvis zullen deze informatie opvragen bij de gemeente Tilburg ten behoeve van een van de scenario’s van onze studie.

De definitie van 4e of 5e generatie warmtenetten verschilt per partij, dit kan tot verwarring voor de lezer leiden. Deze verwarring kan worden voorkomen door te spreken over de nieuwe of nieuwere generatie warmtenetten die ook gebruik maken van lage(re) temperatuur warmtebronnen en waarin ook vaak warmteopslag wordt toegepast. Naast isoleren van woningen en gebouwen, is ook het reduceren van warmteverlies in het warmtenet - met name in de oudere delen - een manier om met minder bronvermogen bestaande klanten toch van voldoende warmte te voorzien.

Het project van Eavor met een eerste pilot in Tilburg-Waalwijk is toegevoegd: een goede aanvulling. Dit is een innovatieproject in het Groeifondsprogramma NieuweWarmteNu! (NWNI). In de meest recente pilots wordt vooral naar aquifers (ATES) gekeken, o.a. in Leeuwarden en Delft en niet naarzoutkoepels.

Onze referentie 060.55258

Blad 6/8

GREENVIS ► ONDERDEEL VAN De WARMTETRANSITIEMAKERS

TNO

innovation for I ife —

Datum 23 februari 2023

15.

H. 5.2, pag. 41.

De industrie op Moerdijk zal verduurzamen. Dit kan grote consequenties hebben. Denk bijvoorbeeld aan de toekomst van de petrochemische industrie en de positie van 5.1,2,e in Moerdijk. De potentie voor restwarmte uit de industrie kan richting 2050 fors afnemen. 16.

H. 5.3.2, pag. 44.

Naast het feit dat deze bronnen nog erg onzeker zijn, moet er een aantal kanttekeningen worden geplaatst: .. .het is niet heel kansrijk dat er voldoende vermogen voor de basislast kan worden gehaald uit bronnen buiten Moerdijk, indien de transitiebronnen worden uitgefaseerd. Als uitfasering gewenst is, lijkt een transportleiding naar Moerdijk nodig. 17.

H. 5.4, pag. 47 bij 2e opmerking.

Dimensioneren op toekomstige bronnen brengt daardoor een aantal (financiële) risico’s met zich mee.

Notitie voor gemeente Tilburg

Verduurzaming kan ook betekenen dat de huidige industrie overstapt naar duurzame feedstocks en groene elektriciteit, terwijl de processen in de basis gelijk blijven. In dat geval zal een ‘verduurzaming’ minder impact hebben op de beschikbare restwarmte. Daar komt bij dat hoe meer onbenutte restwarmte nuttig wordt gebruikt, hoe duurzamer de lokale industrie zich kan profileren.

Wij delen de conclusie ‘dat het weinig kansrijk is dat kleinschalige bronnen gecombineerd voldoende vermogen leveren om in de basislast warmtebehoefte te voorzien. Daarbovenop komt dan ook nog de piekvoorziening, waar dan alleen nog de gas- of bio-olie ketels voor beschikbaar zijn (aangezien de overige bronnen al worden benut voor de basislast). Verder kan nog worden benoemd dat het combineren van een groot aantal warmtebronnen een extra complexiteit in de exploitatie van het warmtenet met zich meebrengt.

Eventueel kan het volgende nog worden toegevoegd in de opsomming: • de (beperkte) impact van grotere bronpompen voor dikkere leidingen en daardoor grotere warmteverliezen in die leidingen; • (financieel) risico dat de capaciteit van een warmteleiding in de toekomst tekort schiet vanwege sterkere groei in warmtevraag dan (nu) verwacht, waardoor (later) extra investeringen in het warmtenet nodig zijn om die capaciteit uit te breiden.

Onze referentie 060.55258

Blad 7/8

GREENVIS I ONDERDEEL VAN De WARMTETRANSITIEMAKERS

TNO

innovation for I ife —

Datum 23 februari 2023

18.

H. 5.5, pag. 47 (+ H.7, pag. 56).

Geen uitfasering transitiebrandstoffen: bij een gemiddeld groeiscenario is het wellicht mogelijk om geen bronnen in Moerdijk in te zetten voor de basislast. Er moet dan echter wel volop ingezet worden op alle hypothetische bronnen in de regio, waarvan de haalbaarheid nu nog (zeer) onzeker is. Hierbij is niet verkend al deze bronnen met eventueel bijbehorende warmtepompcentrale ruimtelijk zijn in te passen.

Uitfaseren van transitiebrandstoffen: In alle scenario’s is de transportleiding naar Moerdijk noodzakelijk. In alle scenario’s (ook zonder groei) moeten namelijk bronnen in Moerdijk worden aangesloten op het Amernet.

Notitie voor gemeente Tilburg

Deze twee conclusies lijken bij onvoldoende zorgvuldig lezen met elkaar in tegenspraak.

De eerstgenoemde conclusie in de linkerkolom bevat echter het woord ‘hypothetisch’ en nog een flinke disclaimerten aanzien van ruimtelijke inpasbaarheid. Theoretisch is het dus mogelijk dat er geen bronnen uit Moerdijk nodig zijn, maar het is niet realistisch. Het tweede scenario in de linkerkolom onderschrijft dat. Deze schijnbare tegenstelling staat ook in H.7 onder “Toekomstperspectief’ op pag. 56.

Onze referentie 060.55258

Blad 8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=65cdedc7-7e20-4645-b326-5b9bed656107