CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

zienswijze milieuvizier

Gemeenteraad 5 maart 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Oude Borculoseweg 5 te Groenlo2.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERZENDING PER POST EN E-MAIL

ZIENSWIJZE

wabo@odrn.nl Datum: 26-7-2023

Retouradrs: Postbus 612. 3300 AP DORDRECHT

Ons

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

2021-031

Postbus

kenmerk:

1603

6501 BP Nijmegen

Uw kenmerk: 4314445

BETREFFENDE

Onderwerp:

Zienswijze

Ontwerpbesluit 4314445

12 juni 2023

Geacht college,

Inrichting

(geanonimiseerd) Toeijwendee hierna te noemen e clienten. Cliënten kiezendomicilie op mijn _ sss s OUn postadres. In bijlage 1 zijn de machtigingsbescheiden opgenomen.

Namens cliënten dien ik met dit schrijven een zienswijze in op

het door u ter inzage gelegde ontwerpbesluit d.d. 12 juni 2023

met

kenmerk

Adres inrichting

(geanonimiseerd) BIJLAGEN

4314445.

1: Machtigingsbescheiden

In het navolgende worden puntsgewijs een aantal kanttekeningen bij het ontwerpbesluit gemaakt. A.

KANTTEKENINGEN

1e. Ontbrekende stukken bij terinzagelegging In het ontwerpbesluit wordt bij de omschrijving van de aanvraag een groot aantal documenten omschreven dat niet ter inzage is gelegd. Tevens zijn de adviezen niet ter inzage gelegd.

KANTOORGEGEVENS Milieuvizier Rechtsbijstand

U dient het ontwerpbesluit opnieuw ter inzage te leggen

KVK: 83321632

tezamen met de volledige aanvraag en alle andere relevante _ /BAN: NL63 TRIO 0788 9627 60 documenten.

Cliënten

behouden

zienswijze aan te vullen.

zich het recht voor haar

2e. Gebruik strijdig met het bestemmingsplan

Postadres Postbus 612 3300 AP Dordrecht Stuurt u post bij voorkeur per mail

In het ontwerpbesluit wordt onder overweging 2.4 verwezen _ gnder vermelding van het kenmerk naar een bijlage waarin de afwijking van het

bovenaan deze brief.

bestemmingsplan nader zou zijn gemotiveerd. Deze bijlage is echter niet tezamen met het ontwerpbesluit gepubliceerd.

Mailadres

Het ontwerpbesluit is op dit punt ondeugdelijk gemotiveerd.

(geanonimiseerd) — Telefoonnummer

(geanonimiseerd) Pagina 1 van 5

2021-031

In het ontwerpbesluit wordt voorgespiegeld dat sprake s van een beperkte afwijking. Dat is niet het geval. Te eerste is in het ontwerpbesluit niet ingegaan op de ruimtelijke gevolgen van de nieuwe uitweg. Verkeersbewegingen leven voor cliënten een aanzienlijke geluidsbelasting op. Met name het lossen en laden van kalveren in de nachtperiode levert voor cliënten aanzienlijke nadelige gevolgen op. De nieuwe uitrit zal leiden tot een grotere geluidsbelasting. Ten tweede wordt in plaats van een mestvergistingsinstallatie een scheidings- en drooginstallatie toegestaan. Hiermee wordt voorbijgegaan aan het feit dat een vergistingsinstallatie een wezenlijk andere toepassing is met andere gevolgen voor het milieu. In de nu vergunde situatie wordt geen energie geproduceerd, zoals blijkens de planregels en toelichting bij het bestemmingsplan wel is beoogd. Tevens miskent u dat in het bestemmingsplan uitdrukkelijk toestemming is gegeven voor de oprichting van installaties waarin eigen mest verwerkt wordt. 10.

Ten derde is niet voldaan aan de indieningsvereisten gesteld in art. 3.2 Mor. U mag de aanvraag ex. art. 2.1, lid 1 sub c Wabo dus niet in behandeling nemen. 3e. Ontbreken dekkend m.e.r.-beoordelingsbesluit

11.

12.

Met het ontwer pbesluit wordt een vergunning verleend ex. art. 2.1, lid 1, sub e Wabo voor het uitbreiden van de mestverwerkingsinstallatie met een mestdrooginstallatie. In de m.e.r.-aanmeldnotitie d.d. oktober 2018, de verouderde notitie waar het besluit op is gebaseerd, wordt gesteld dat de drooginstallatie reeds onderdeel uitmaakt van de inrichting. In

de notitie wordt voorgespiegeld dat de installatie reeds is vergund en er enkel een uitbreiding van het bouwvlak wordt aangevraagd vanwege een 'miscommunicatie'. 13.

Wat ook met deze miscommunicatie wordt bedoeld, in het ontwerpbesluit s duidelijk opgenomen dat sprake is van een uitbreiding met nieuwe processtappen. Hiervoor is geen m.e.r-beoordelingsbesluit genomen.

14.

Tevens is het m.e.r.-beoordelingsbesluit gedateerd. In de m.e.r-aanmeldnotitie d.d. juli 2022 zijn aanpassingen gedaan ten opzichte van de versie d.d. oktober 2022. Naar aanleiding van deze aanpassingen is echter geen nieuw m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen.

15.

Bij gebrek aan een dekkend m.e.r.-beoordelingsbesluit dient de aanvraag op grond van art. 7.28 Wm, lid 2, sub a buiten behandeling te worden gesteld. 4e. Geluidsbelasting lossen van kalveren

16.

In het akoestisch onderzoek is geen althans niet afdoende rekening gehouden met de verhoogde geluidsbelasting voor cliënten als gevolg van het lossen van kalveren.

17.

Ten eerste is geen rekening gehouden met de nieuwe inrit, Er zijn wel vervoersbewegingen gemodelleerd voor het vervoer van kalveren aan de achterkant van stal S. Het laden en lossen van kalveren aan de achterkant van stal 5 is echter niet gemodelleerd.

18.

Ten tweede is de gemodelleerde duur van het laden en [ossen, te weten een uur per stal, niet realistisch. In werkelijk duurt dit ongeveer vier uur. Doordat in de modelberekening van een onjuist uitgangspunt is uitgegaan valt het langtijdgemiddelde niveau in het akoestisch onderzoek aanzienlijk lager uit dan in de werkelijkheid het geval is. Pagina 2 van 5

2021-031

19.

Ten derde zijn geen voorschriften opgenomen over de duur, locatie en tijdstip waarop kalveren worden geladen of gelost. Omdat het gaat om een incidentele bedrijfssituatie is bij gebrek aan dergelijke voorschriften het geluidsniveau niet handhaafbaar.

20.

U wordt verzocht om een aanpassing van het akoestisch onderzoek te vragen waarin rekening is gehouden met de bovenstaande punten. Tevens wordt u verzocht voorschriften op te nemen over de wijze van laden en lossen van kalveren. Se. Geurbelasting

21.

De geurbeoordeling is niet deugdelijk uitgevoerd. Daarover worden een aantal opmerkingen gemaakt.

22.

Het adres van cliënten, Vrakkinkweg 1, is ten onrechte aangemerkt als behorend tot gebiedscategorie B. Het betreft een woning die kan worden gekenmerkt als verspreid gelegen woning in het buitengebied. Gelet op art. 8 van de Beleidsregels geur bedrijven (nietveehouderijen) Gelderland 2017 (hierna: de beleidsregel) dient het adres te worden aangemerkt als behorend tot gebiedscategorie A.

23.

De geurbelasting op het adres van cliënten is ten onrechte niet getoetst in tabel 5.5.

24.

U heeft niet beargumenteerd of u het eens bent met de toekenning van de hedonische waarde ‘minder hinderlijk in het geurrapport. U wordt verzocht hier in het definitieve besluit een uitgebreidere motivering over op te nemen.

25.

De geuremissies van de mestverwerkingsinstallaties zijn niet duidelijk onderbouwd en lijken laag in relatie tot het niveau dat gebruikelijk is voor soortgelijke installaties.

26.

In tabel 5.7 is aangegeven dat de 98%-geurconcentratie 16,0 ouE/m? bedraagt. Dit is een overschrijding van de grenswaarde, zelfs wanneer uitgegaan wordt van gebiedscategorie B. Gelet op art. 6 en art. 11 van de beleidsregel kan een vergunning voor nieuwe geurrelevante activiteiten

27.

niet verleend

worden.

De huidige belasting is zodanig hoog dat in cumulatie met andere bronnen naar alle waarschijnlijkheid sprake is van geurniveau dat een schending oplevert van het recht op eerbied voor de eigen woning, vastgelegd in art. 8 EVRM. Vlak naast de onderhavige inrichting is nog een grote veehouderij gevestigd. U heeft hier geen rekenschap van gegeven en geen onderzoek naar gedaan bij de voorbereiding van het ontwerpbesluit. Dit is onzorgvuldig en in strijd met art. 3:2 Awb.

28.

De geurbelasting is zodanig hoog dat de ontwerpvergunning niet kan worden verleend. U dient maatregelen op te leggen teneinde de geurbelasting ten gevolge van het houden van Vleeskalveren voor cliënten te verminderen.

6e. Toepassing omgekeerde osmose 29.

In overweging 1 is aangegeven dat MBR- en OO-installatie op de tekeningen staan, maar dat deze niet zijn vergund. In het hoofdstuk afvalwater zou nader op deze installaties worden ingegaan, maar dat is niet het geval. U wordt verzocht te verduidelijken of deze installaties zijn vergund. Indien dit het geval is, dient een MER te worden opgesteld.

Pagina 3 van 5

2021-031

Te. Strijdigheid met art. 2.8 Wet natuurbescherming wegens ondeugdelijk stikstofonderzoek 30.

De stikstofberekeningen zijn niet deugdelijk uitgevoerd. Daarover worden enkele opmerkingen gemaakt.

31.

Ten eerste is de juistheid van de AERIUS-projectberekening niet voldoende onderbouwd. In de toelichting zijn de referentiesituatie en de beoogde situatie niet duidelijk uit elkaar gehouden. Tevens is niet aangegeven op welke toestemming de referentiesituatie is gebaseerd. De vergunning dient te worden geweigerd om het enkele feit dat het bestaan van een

referentiesituatie niet voldoende is aangetoond (vergelijk ECLI:NL:RBOVE:2021:4405). 32.

Ten tweede wordt op verschillende plekken in de vergunning verwezen naar een aanvraag voor een Wnb-vergunning. In bijlage 3 van de m.e.r.-aanmeldnotitie is tevens een ontvangstbevestiging van deze aanvraag opgenomen. Op deze aanvraag is echter nooit positief beslist. Een aanvraag zonder beslissing kan vanzelfsprekend niet als referentietoestemming gelden. Toch wordt hier in de aanvraag een beroep op gedaan. Ook hierom had de vergunning moeten worden geweigerd.

33.

Ten derde is de autonome verschoning van het transport ten onrechte gebruikt als intern saldo voor het beoogde project. Deze verschoning is geen gevolg van het project en mag derhalve niet worden meegerekend. De referentietoestemming dient naar huidig inzicht met de nu geldende

emissiefactoren te worden doorgerekend. 34.

Ten vierde zijn de emissiefactoren voor mestverwerking niet realistisch. De emissie uit de mestdrooginstallatie zal in de praktijk hoger uitvallen dan in het stikstofonderzoek wordt

voorgespiegeld. Er wordt verwezen naar een eenmalige meting die niet representatief is. De worst-case berekening voor hygiënisatie is niet juist omdat ook gerecirculeerde lucht uiteindelijk geëmitteerd zal worden. 35.

Ten vijfde komen de cijfers in het toelichtende stikstofonderzoek niet overeen met de AERIUSberekening waar het bestreden besluit op is gebaseerd. Ook in het ontwerpbesluit wordt van andere cijfers uitgegaan.

36.

Ten zesde zijn in de beoordeling ten onrechte meerdere projecten samengevoegd die niet noodzakelijk met elkaar verbonden zijn (vergelijk ECLI:NL:RVS:2011:BR5684, ECLI:NL:RVS:2016:2017 en ECLI:NL:RVS:2017:3002).

37.

Ten

zevende

komen

de emissies

in het stikstofonderzoek

niet overeen

met

de emissies

in de

m.e.r-aanmeldnotitie. 38.

Ten achtste is de emissie van verzurende deposities zoals SO2, HF en HCL niet beoordeeld.

39.

Ten negende dient in voorschrift 10.2.2 de relevante meetmethode en frequentie te worden gespecificeerd. Voorgesteld wordt continumeting met verwijzing naar de relevante NEN-norm zonder afwijkingsmogelijkheid.

40.

Al met al is de vergunning verleend in strijd met art. 2.8 Wnb. Subsidiair geldt dat, indien zoals u betoogt op grond van intern salderen geen toename van stikstofdeposities zou optreden, geen aangehaakte natuurtoestemming nodig is, waardoor ten onrechte een vergunning ex. art. 2.1 Wabo,

lid 1, sub i is verleend.

Pagina 4 van 5

2021-031

8e. Toepassing best beschikbare technieken .

Er is in het geheel niet getoetst aan het relevante BBT-document Het aanwijzen van BBT voor effluentbehandeling bij mestverwerkingsinstallaties d.d. 19 december 2022.

42.

U stelt ten onrechte dat dit document pas relevant wordt in het geval deze in een wettelijke regeling wordt gepubliceerd. Dit is niet het geval. Op grond van art. 2.14, lid 1, sub c‚ onder 1 Wabo bent eraan gehouden de best beschikbare technieken vast te stellen.

43.

Het ligt n de rede voor het bepalen van de best beschikbare technieken het voornoemde document te gebruiken. Indien u afwijkt van het genoemde document dient u per onderdee! aan te geven welke overweging daaraan ten grondslag ligt.

44.

U hebt ten onrechte niet overwogen welke emissies naar |ucht corresponderen met BBT. U meent dat art. 2.5 Abm van toepassing is. Dat is niet het geval. U dient in een voorschrift emissiegrenswaarden op te nemen die corresponderen met BBT. Voorschrift 8.2.9 is niet voldoende

concreet.

Het rendement

van de luchtwassers voldoet

niet aan BBT.

45.

Ook voor wat betreft geur heeft u geen BBT-beoordeling uitgevoerd. Dit steekt des te meer nu enorme geurvrachten optreden. Er zijn niet afdoende voorzieningen getroffen om diffuse emissies te voorkomen en ook het gedeeltelijk buiten opslaan van grondstoffen voldoet niet.

46.

Al met al is uw BBT-beoordeling nagenoeg onvolledig. Het ontwerpbesluit is op dit punt in strijd met art. 2.14, lid 1, sub c‚ onder 1 Wabo verleend.

Se. Proefnemingen 47.

In voorschriften 2.2.1 /m 2.2.5 is de mogelijkheid opgenomen om zonder appellabel besluit wijzigingen aan te brengen in het type te behandelen afvalstoffen of het type brandstoffen. Dit is een vergunningsplichtige wijziging van de inrichting. Deze voorschriften zijn niet rechtsgeldig en dienen omwille van de duidelijkheid uit de vergunning te worden geschrapt. B.

48.

VERZOEK

Cliënten verzoeken u het ontwerpbesluit te herzien met inachtneming van hetgeen in deze brief is gesteld. Hoogachtend, Namens

cliënten,

(geanonimise rd) Pagina 5 van 5

2021-031

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13841226/1