woonzorgvisie oost gelre
Tekst van het document
Denk hierbij aan time out voorzieningen of crisisplekken.
2.5
Uitstromers klinische geestelijke gezondheidszorg Uitstromers vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel Uitstromers (jeugd) detentie en forensische zorg Uitstappende sekswerkers die gebruik maken van een opstapregeling Woonwagenbewoners
Inhoud / aantallen De aantallen van bovenstaande doelgroepen zijn relatief beperkt (per doelgroep 1 a 2 casussen per jaar). Daarom is gekozen om deze onder dezelfde paragraaf te beschrijven. Op casusniveau worden afspraken gemaakt. Vragen met betrekking tot wonen en zorg worden door individuele consulenten of de procesregisseur opgepakt. Op regionaal niveau zien we een toename van EPA (ernstig psychische aandoeningen), maar lokaal zien we geen toename aan incidenten. Lokaal zien we wel een stijging van casuïstiek en mensen die overlast geven of zorg vragen. Daarin is het moeilijk te duiden of deze groep meer zichtbaar en daarmee groter geworden is door betere en intensievere samenwerking of dat de groep daadwerkelijk groter is geworden. Ketenpartners (politie, GGZ, corporaties, etc) weten ons namelijk steeds beter te vinden en door steeds meer te werken vanuit de stads- en dorpskamer zien we ook meer mensen en zijn we beter zichtbaar. Door de implementatie van de Wet Zorg en Dwang (WZD) en de Wet Verpleging Geestelijke Gezondheidszorg (WVGGZ) hebben we als gemeente ook meer een rol in de keten. Echter deze cijfers zijn nog te jong om trends op te baseren of prognoses op te ontwikkelen.
Trends / knelpunten Er zijn een aantal zaken die opvallen op het moment dat we het over bovenstaande doelgroepen hebben: − Rondom de uitstroom vanuit de GGZ hebben we dezelfde afspraken als bij Beschermd Wonen. Lokaal worden consulenten betrokken bij casuïstiek en worden afspraken gemaakt, in samenspraak met ketenpartners, over huisvesting en aanbieden van ondersteuning. Dit loopt relatief goed. − Verder zien we lokaal weinig casuïstiek rondom gedetineerden. Wat we wel zien is dat bij exgedetineerden waar ook een woonprobleem is we vaker recidive zien. Dit mede doordat zij in gaan wonen bij vrienden of familie en vanuit daar problematiek escaleert. − Regionaal hebben we een time-out voorziening (Passion, Hummelo) waar gebruik van gemaakt kan worden op het moment dat het binnen casuïstiek escaleert. Een time-out voorziening kan helpen om de ergste problematiek te verminderen en tijdelijk rust te organiseren. − Voor eventuele overlast hebben we al langer bovengemeentelijke samenwerking met Buurtbemiddeling. Sinds 5 jaren wordt dit ingekocht bij Buurtplein waar de corporaties ook in meedoen. De inzet van Buurtbemiddeling heeft effect in het verminderen en behapbaar houden van overlast binnen de gemeente. − Ten slotte merken we steeds meer dat we moeten voorkomen dat je niet stigmatiseert qua woonvorm irlt zorgbehoefte.
Problematiek zal (steeds meer) lokaal opgelost moeten worden en stigmatisering in de relatie tussen wonen en zorg werkt daarin contraproductief. Moeilijke problematiek kan waar nodig ook opgelost worden door intergemeentelijk samen te werken binnen de Achterhoek.
2.6
Uitstromers jeugdzorg, inclusief pleeggezinnen
Inhoud Binnen deze paragraaf hebben we gekozen om de groep jeugd zo breed mogelijk te duiden in relatie tot wonen en zorg. Er zijn namelijk verschillende concrete casussen waarin inzet met betrekking tot wonen en zorg gevraagd wordt, maar er zijn allerlei aanpalende ontwikkelingen die van invloed zijn op de gehele keten en daarmee het aanbod. Hieronder daarom een opsomming van verschillende onderwerpen, waar mogelijk verder geladen met cijfers. Aantallen Per trend valt lastig te duiden welke aantallen we hier exact aan moeten koppelen. Er kan niet altijd een relatie gelegd worden tussen de verschillende vormen van problematiek en de context waarin deze plaatsvindt. In het kort leiden niet alle echtscheidingssituaties tot escalatie van problematiek, leidt niet elk huisvestingsvraagstuk van een jongere tot escalatie en is voor ons ook niet altijd inzichtelijk wanneer een jongere niet instroomt vanuit een jeugdvoorziening naar een beschermd wonen voorziening. Het enige wat voor ons wel inzichtelijk is zijn de instromers van een jeugdvoorziening naar een beschermd wonen indicatie. Trends Echtscheiding Ten eerste zien we een grote groep echtscheidingen binnen onze gemeente. In een aantal van deze situaties leidt de ontstane situatie van echtscheiding tot onveilige situaties. We zien een lichte toename van dergelijke casuïstiek binnen onze gemeente in de afgelopen jaren.
Een mogelijke oplossingsrichting hiervoor zou kunnen zijn de beschikbaarheid van crisiswoningen of een time-out voorziening. Daarnaast zit het stokken van oplossingen niet altijd alleen in een woning, maar soms ook bij gebrek aan netwerk en het gebruik maken hiervan. De (woon)situatie blijft bestaan door het ontbreken van woningaanbod. Passende huisvesting jongeren Verder is een bekend probleem dat jongeren relatief moeilijk in kunnen stappen op de woningmarkt. Het aanbod is beperkt en de financiële draagkracht van jongeren is ook beperkt. Kleinschalige woonvormen zijn niet aanwezig binnen de gemeente. Daardoor kan de stap naar zelfstandigheid niet goed gemaakt worden. Beschermd/beschut wonen in relatie tot 18-/18+ De uitstroom van een jeugdinstelling (Jeugdwet, 18-) naar een voorziening vanuit bijvoorbeeld beschermd wonen (Wmo, 18+) loopt op dit moment nog niet altijd goed. Als olifantenpaadje gebruiken we nu regelmatig inzet vanuit de Wmo vanaf het 17e jaar. Vanuit de gemeente geven we nu vaak al indicaties af vanaf het 17e jaar met de opdracht tot onderzoeken wat nodig is met de vraag aan zorgaanbieders om gericht na te denken over de stappen na 18+. Knelpunten • Door de problematiek rondom echtscheidingen wordt nu soms uitgeweken naar situaties waar vanuit beleidstrends van afgezien moet worden in de toekomst.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan opvang van een gezin in een residentiele jeugdopvang. Van dergelijke constructen wil je eigenlijk af, maar deze bieden nu wel een oplossing. De crisiswoningen aan de Tongerlosestraat moeten verder uitwijzen wat mensen nodig hebben als het gaat om tijdelijke huisvesting of crisisopvang. Zowel voor het lokale als regionale perspectief en aanbod. • Door het ontbreken van passende voorzieningen voor jongeren om de stap te maken naar zelfstandigheid ontstaan situaties waar jongeren te lang in huis blijven wonen en soms problematiek ontstaat. Hierin moet echter wel een onderscheid gemaakt worden tussen situaties in wenselijkheid en noodzakelijkheid. Wenselijk is het om jongeren oplossingen te
•
2.7
kunnen bieden in het organiseren van stappen richting zelfstandigheid. Noodzakelijk is het om oplossingen bij dreigende veiligheid of escalerende problematiek. Op dit moment sluiten de voorzieningen vanuit de Jeugdwet of Wmo niet altijd goed op elkaar aan. Daarom worden voorzieningen soms oneigenlijk gebruikt of zoeken medewerkers olifantenpaadjes. Meer afstemming tussen de verschillende vormen kan bijdragen aan een keten die meer op elkaar afgestemd is.
Arbeidsmigranten
Inhoud Onder de huisvesting van arbeidsmigranten ligt regionaal een convenant. De afspraak daarin is dat 80% van de arbeidsmigranten die in je gemeente werkt ook huisvesting moet bieden. De beslissingen voor de huisvesting van arbeidsmigranten worden nu genomen op de thematafel wonen. Daar wordt de basis gelegd om de vertaling te maken naar lokaal beleid. De verwachting is dat dit lokale beleid in het voorjaar in Oost Gelre gerealiseerd is. Aantal Op basis van oude cijfers (nieuwe aantallen moeten nog nader uitgewerkt worden) komen we tot een aantal van1.300 arbeidsmigranten. Op basis van de nieuwe regeling zou dit betekenen dat Oost Gelre planologisch medewerking moet verlenen voor huisvesting van in totaal 1.300 * 80% = 1.040 arbeidsmigranten. De ambitie is om in 2030 daadwerkelijk de locaties operationeel te hebben voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Trends Regionaal worden afspraken gemaakt over de verdeling van aantallen arbeidsmigranten. Hoe dit te doen is vormgegeven aan de hand van het convenant. Het convenant over huisvesting arbeidsmigranten bevat de volgende aspecten: − Inschrijving: De wijze waarop inschrijving georganiseerd wordt. − Kwaliteit van nieuwe huisvestingsinitiatieven: Normen en eisen voor de kwaliteit van (nieuwe) accommodaties voor arbeidsmigranten in de regio.
− Beheer van nieuwe huisvestingsinitiatieven: Regelgeving en verwachtingen met betrekking tot het beheer en de exploitatie van (nieuwe) huisvestingsinitiatieven. − Werkloosheid onder internationale werknemers: Maatregelen om werkloosheid onder internationale werknemers te voorkomen en eventuele werkloosheidssituaties op te lossen om dakloosheid te voorkomen. − Beschikbare verblijfplaatsen en aantallen werknemers: Het in evenwicht brengen van het aantal beschikbare verblijfplaatsen met het aantal internationale werknemers dat in de regio actief is. − Bevordering van zelfredzaamheid: Acties om de zelfredzaamheid van internationale werknemers in de regio te verbeteren waardoor ze minder afhankelijk zijn van verblijfsbieders / werkgevers. Knelpunten • Regionaal worden afspraken gemaakt over de verdeling tussen gemeenten in de regio. Dit moet echter leiden tot lokale oplossingen voor deze specifieke doelgroep. Draagvlak creëren en het borgen van de juiste faciliteiten vraagt inspanning van het lokale veld. De juiste oplossingen moeten hiervoor in samenspraak met het lokale veld georganiseerd worden. Mogelijk kan de vertaling van regionaal naar lokaal perspectief een uitdaging vormen. • Arbeidsmigranten zijn een bijzondere doelgroep binnen deze Woonzorgvisie en vragen ook om andere vormen van zorg.
Daarin gaat het veel meer om het bieden van de juiste voorzieningen en omgeving voor het borgen van integratie en participatie. Hieruit ontstaan andere vragen dan bijvoorbeeld een vraag vanuit beschermd wonen. Het is belangrijk om
aandacht te houden voor deze vorm van zorg en ondersteuning, zij het wat anders dan wellicht bij andere doelgroepen.
2.8 Ouderen Inhoud Binnen onze gemeente zien we de volgende percentages ouderen, namelijk: − Een omvang van 18% van 65 t/m 79 jaar (5.215) − En 6% van 80 jaar of ouder (1.686). − In totaal bestaat er dus een percentage van 24% dat ouder is dan 65 jaar. − Daarnaast zien we een groep van 29% van 45 t/m 64 jaar (8.706). Deze groep zal in de komende tien jaar ook de beweging maken richting de doelgroep ouderen. We laten deze cijfers zien omdat dit specifiek gaat om de omvang van de groep ouderen. Ouder worden betekent niet altijd direct dat ook de zorgvraag daarmee parallel loopt. Vanuit onze beleidslijnen steken we in op positieve gezondheid en preventie om zo tot een vitale samenleving te komen waar ouderen ook gezond oud kunnen worden. Daarom moeten we aandacht hebben voor welke woningen geschikt zijn voor ouderen. Denk daarbij aan huizen zonder drempels en trappen. Of aan het wonen in hofjes, zodat mensen elkaar gemakkelijk ontmoeten. En natuurlijk hebben we ook aandacht voor woningen voor mensen die zorg nodig hebben, zoals mensen met dementie. Ouderen verwachten in hun woning comfort en gebruiksgemak. Ze willen goede voorzingen in de buurt, zoals openbaar vervoer, winkels en een plek om elkaar te ontmoeten en om te bewegen. Natuurlijk bestaat er ook een grote groep ouderen waar een zorgvraag ontstaat.
Daarin zien we de volgende aantallen: Aantallen De regionale aantallen vanuit het programma Wonen en Zorg zijn indicatief naar rato toebedeeld aan Oost Gelre. Vraagprognose:
Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg SOM 24-uurszorg PG Totaal
2021 2.470 1.450 150 180 4.250
2025 2.600 1.650 170 210 4.630
2030 2.870 1.920 200 240 5.230
Verschil tussen vraag en aanbod ouderen:
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
-1100
-1150
-1200
-1250
-1310
-1360
-1410
-1460
-1520
-1580
-150
-160
-160
-170
-170
-180
-180
-190
-190
-200
24-uurszorg PG
-130
-140
-150
-150
-160
-170
-170
-180
-180
-190
Totaal
-1380
-1450
-1510
-1570
-1640
-1710
-1760
-1830
-1890
-1970
Geclusterd wonen 24-uurszorg SOM
Trends De zorg voor ouderen maakt een grote verandering door. Steeds meer ouderen zullen langer zelfstandig blijven wonen. Zorg zal meer in de wijk geleverd worden. Verhuizen naar een intramurale zorgsetting zal niet of pas aan het einde van het leven plaatsvinden. Dit vraagt niet alleen vanuit zorgoogpunt maar op meerdere terreinen een nieuwe blik. Hoe maken we dit mogelijk, wat is er nodig
aan voorzieningen in de buurt, de fysieke inrichting van de buurt maar natuurlijk ook van de soort woningen? Bij de nieuwe woningopgaven is met deze veranderende maatschappelijke opgave rekening gehouden. Er moeten meer woningen gebouwd worden die levensloopbestendig zijn en in een geclusterde setting gebouwd worden. Doel: je kan oud worden in de woning en omkijken naar elkaar moet maken dat er later en minder professionele zorg nodig is. Inwoners kunnen langer zelf hun leven vormgeven. En als die zorg geleverd moet worden is de woning daarvoor geschikt. Van de ruim 500 woningen die er voor ouderen gebouwd zouden moeten worden in onze gemeente, is een ruime meerderheid als nultredenwoning bedacht. Een kleiner deel moet geclusterd of als verpleegzorgplek gebouwd worden. Voor corporaties is het al zeer gebruikelijk om nieuwe woningen als nultredenwoning te realiseren. De particuliere markt ziet het ook steeds vaker als een kansrijk marktsegment. De gemeente wil dit stimuleren, omdat het ouderen beter in staat stelt langer zelfstandig te wonen en omdat het goed is voor de woningmarkt. Het zijn immers vaak ouderen die een (inmiddels te) grote woning bewonen, die beter geschikt is voor een gezin met kinderen. Bij geclusterd wonen gaat het om minimaal vijf wooneenheden met een gezamenlijke ontmoetingsruimte.
Tenminste de helft van de woningen moet bestemd zijn voor 55-plussers en er kan sprake zijn van gezamenlijk ingekochte zorg, maar dat is niet noodzakelijk. We ondersteunen initiatieven voor een dergelijke woonvorm, van corporaties, CPO’s en stichtingen als de Knarrenhof. De omgeving van woonzorgcentra in Lichtenvoorde en Groenlo is hiervoor goed geschikt, maar ook voor de kleine kernen is dit een toekomstbestendig perspectief. Ouderen zijn immers honkvast en willen graag in hun vertrouwde omgeving blijven wonen. Knelpunt We zien een significante groep ouderen binnen onze maatschappij die de komende decennia een beroep zal doen op ondersteuning. Daaruit ontstaan twee belangrijke knelpunten: • Zorg; we zien dat zorg in zijn algemeenheid steeds duurder wordt en er te weinig personeel is om de zorg te leveren. De verwachting is dat deze op termijn niet meer goed georganiseerd kan worden als we vast blijven houden aan bestaande structureren. We zullen toe moeten naar andere vormen en manieren van zorg. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inzet van meer digitale middelen of het meer collectief organiseren van zorg. Duidelijk is wel dat de zorg anders georganiseerd moet worden om te kunnen blijven voldoen aan de vraag. • Wonen; Er zijn meerdere knelpunten aanwijsbaar als het gaat om passend wonen voor ouderen.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan beperkte doorstroming op de woningmarkt, het ontbreken van passend woningaanbod of het ontbreken van de juiste woon- en zorgvormen. We zien dat op meerdere punten de doorstroming knelt. Aangezien de vraag de komende jaren alleen nog zal toenemen, is dit een urgent vraagstuk en moeten op korte termijn oplossingen geformuleerd worden. Daarin is het belangrijk om de samenwerking met verschillende partijen te behouden. Uiteindelijke oplossingen moeten op basis van de uitgangspunten van deze visie landen in een uitvoeringsprogramma per doelgroep.
2.9
Vergunninghouders statushouders
Inhoud De gemeente is verantwoordelijk voor de opvang van statushouders. Dit is de groep asielzoekers waarvan erkend is door de IND dat ze gevlucht zijn vanwege oorlog. Na dit besluit worden ze gekoppeld aan gemeente. Als gemeente zijn wij op basis van de wet Inburgering verantwoordelijk voor de huisvesting. De omvang van de doelgroep wordt bepaald door het COA. Dit wordt in de landelijke regietafel besloten. Verder maken we afspraken met woningbouwcorporaties om een bepaald percentage beschikbaar stellen voor statushouders.
Verder is er de groep Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV’ers). Zij zijn minderjarig en beperkt zelfredzaam. Daarom is ondersteuning wenselijk. Specifiek de overgang 18-/18+ kan daarin een uitdaging vormen. Tegelijkertijd zijn de beleidsterreinen in beweging en onderhevig aan politieke koers. De uitkomsten van de landelijke verkiezingen laten een relatief rechtse koers zien in de uitslag wat zijn weerslag zal hebben in de koers die gevaren wordt. Aantal In 2023 heeft de gemeente Oost-Gelre vanuit de taakstelling huisvesting statushouders 69 personen gehuisvest. Hiermee is de taakstelling 2023 behaald. De taakstelling voor de eerste helft 2024 staat op 32 te huisvesten personen. Trends De acht gemeenten in de Achterhoek hebben een gezamenlijke aanpak van de huisvesting van vluchtelingen afgesproken. Onderdeel van die aanpak is dat taakstellingen voor de huisvesting van Oekraïners, asielzoekers en statushouders onderling geruild kunnen worden en ook andere regionale afspraken gemaakt kunnen worden over het delen van expertise, kosten en voorzieningen. Alle gemeenten hebben plannen gemaakt of zijn die aan het maken voor de reguliere opvang van asielzoekers. M.u.v. Doetinchem committeren alle gemeenten zich aan de gegeven taakstelling de komende jaren.
De regio wisselt kennis en ervaring uit bij het huisvesten van statushouders in andere woningen en gebouwen dan corporatiewoningen, om zo de reguliere woningmarkt te ontlasten. Er zijn ook twee tussenvoorzieningen (opvang voor toewijzing van een woning) gerealiseerd, en er zullen er nog meer bijkomen. Dit leidt weliswaar tot meer verhuisbewegingen voor vluchtelingen, maar het ontlast de woningmarkt en maakt ook de koppeling met huisgenoten en werk makkelijker. Knelpunten • Huisvesting ontheemden Oekraïne; De verwachting is dat het aantal particuliere opvangplekken blijft afnemen. Niet alle opvanglocaties zijn geschikt voor langdurig verblijf. De verwachting is dat veel mensen zullen blijven, onafhankelijk van het verloop van de oorlog en wederopbouw. Momenteel huisvesten we al een beperkte groep Oekraïense vluchtelingen. De verwachting van de VNG is dat de instroom van vluchtelingen zal blijven bestaan, omdat de verwachting is dat de oorlog langdurig voort zal blijven duren. Opvang hiervan legt druk op het lokale gemeentelijke apparaat. • De verwachting is dat er een satelliet locatie in de nabije toekomst gerealiseerd wordt. Op het moment van schrijven is er een locatie binnen de gemeente Winterswijk waar breed gebruik van gemaakt wordt binnen de Achterhoek. De verwachting is dat een tweede HAR-locatie nodig is.
Het is belangrijk om deze ontwikkeling te vermelden, omdat deze groep vervolgens uit kan stromen in de gemeente Oost Gelre. • Tijdelijke woningen; We zien een grotere huisvestingsopgave gezien de ontwikkelingen binnen de verschillende groepen migranten. Het lijkt noodzakelijk om meer in te zetten op tijdelijke woningen dan tot nu toe gebeurt om passende huisvesting hiervoor te bieden. Dit vraagt budgettair in de regio om meer ruimte. • Omliggende partijen als huisartsen en partijen in het onderwijs hebben aangegeven veel druk te ervaren door de stijging van de verschillende groepen migranten. Als we al onze plannen realiseren nemen de wachtlijsten voor huisartsen zorg en (taal)onderwijs enorm toe.
Bijlage 3: Ontwerptips dementievriendelijke gemeente Ontwerptips voor thuiswonende ouderen met beginnende vorm van dementie zijn: • Een duidelijk herkenningspunt bij de woning. Hang of plaats iets opvallends bij voordeur of verf de deur in een speciale kleur; • Voorkom dat een hoge heg of schutting het zicht op (en herkenbaarheid van) de eigen woning verstoort. Ontwerptips voor een dementievriendelijke tuin (van zorgcomplex): • Een goed onderhouden, overzichtelijke tuin, waar vogels fluiten, vlinders fladderen en/of kippen scharrelen, creëert een gevoel van veiligheid en gemoedelijkheid; • Een vijver met een fonteintje of watervalletje geeft prettige prikkels; • Een hoge haag/schutting rondom kan prikkels van buiten verminderen; • De ‘poort’ uit het zicht halen of verharde paden in de tuin niet helemaal laten doorlopen naar een poort. Zo ‘verdwijnt’ de logische route naar buiten; • Zorg voor barrièrevrije doorgangen, makkelijke oriëntatie, geborgenheid zonder opgesloten gevoel en vertrouwde, zintuig stimulerende elementen; • Een pad door de tuin dat ook toegankelijk is voor mensen in een rolstoel of met een looprek of rollator; • Een plek waar ouderen kunnen zitten; • Een werktafel of picknicktafel waar ouderen en kinderen samen aan kunnen werken; • Een watertoevoer dicht bij de tuin, zodat ouderen en kinderen de planten water kunnen geven.
Ontwerptips voor een dementievriendelijke inrichting van de openbare ruimte zijn: • Creëer duidelijke brede looppaden met voldoende verlichting, plaats bankjes als uitrustpunten, voorkom doodlopende paden en voorkom te veel afwisseling van zon en schaduwplekken op de route; • Zorg voor zo min mogelijk hoogteverschillen, geen obstakels in de route (borden, brievenbussen, reclamedisplays), voorkom drukke patronen op de grond en glimmende/reflecterende oppervlakten; • Gebruik geen gekleurde stoeptegels (scheppen verwarring), geen donkere tegels (wordt gezien als gaten in de stoep). Voorkom gras tussen tegels (wordt gezien als grasveld). • Voorzie de wijk van goede bewegwijzering (voldoende groot en in goed contrast met achtergrond door kleur, herkenbare logo’s en symbolen). De weg naar belangrijke plekken zoals de supermarkt of huisartsenpost moet duidelijk zijn, maar zet niet te veel verkeersborden dicht bij elkaar. Plaats een informatiebord bij de ingang van een park, plein of winkelzone ; • Goede zichtbaarheid van herkenningspunten (kerktoren, historische gebouwen, monumenten, standbeelden, …) op kruispunten draagt bij aan oriëntatie. Bron: https://www.allesoversport.nl/thema/beleid/hoe-richt-je-de-openbare-ruimte-beweegvriendelijkin-voor-mensen-met-dementie/
Bijlage 4: Analyse leefomgeving Hittestress Hittestress is een term die gegeven wordt aan een sterk verhoogde gevoelstemperatuur in de omgeving. De hittestress kan onaangenaam zijn en zelfs schadelijk voor mens en dier. Hittestress neemt toe naarmate er meer verhard oppervlak is en weinig schaduwwerking. Dit wordt ook wel hitte-eilandeffect genoemd. De grootste factoren die hittestress veroorzaken zijn als volgt: • Verhard oppervlak absorbeert zonnestraling, hierdoor warmt het materiaal op. • Er is een gebrek aan verdamping door weinig tot geen aanwezigheid van groen en water. Hierdoor wordt zonnestraling omgezet in voelbare warmte. • Menselijke activiteiten stoten warmte uit, denk hierbij aan industrie en warmte afkomstig van huishoudens. Klachten die bijvoorbeeld kunnen opspelen bij het ervaren van hittestress zijn: • Slaapverstoring • Gedragsverandering • Vermindering van arbeidsproductiviteit • Hittestress kan leiden tot serieuze hitte gerelateerde ziekten zoals nierfalen en ademhalingsproblemen. Het grootste verschil in temperatuur vindt in de nacht plaats. Daar waar het platteland goed afkoelt in de nacht, is dit niet het geval voor steden, kernen en dorpen. In de afbeelding hieronder vindt u een voorbeeld van hitte-eiland effect op de kern Lichtenvoorde.
Stedelijk hitte-eiland effect (bron: Klimaateffectatlas gemeente Oost Gelre (IJssel, sd))
Warme nachten 2050 (bron: Klimaateffectatlas gemeente Oost Gelre (IJssel, sd)) De meest gevoelige doelgroepen zijn ouderen boven de 75 en chronisch zieken. Vooral deze doelgroepen ondervinden veel last van hittestress. Oplossingen hittestress Om hittestress te verminderen zijn diverse maatregelen mogelijk. De kern is wel om zoveel mogelijk groen en water te realiseren om verkoeling te versterken. Daarnaast is er ook een mooie combinatie mogelijk door maatregelen te combineren met sociale cohesie mogelijkheden. Hittestress is bijvoorbeeld ook te verminderen door maatregelen te nemen in woningen. 3-30-300 methodiek De 3-30-300 regel is een maatstaf om een groene en gezonde leefomgeving te creëren voor iedereen. De regel hierbij is dat een woning minimaal 3 bomen zichtbaar heeft. Dat 30% van het bebouwde gebied van een woning bedekt is met bladerdek en dat de woning 300 meter ligt van een park of andere koelte plek. In de afbeelding hieronder is voor Lichtenvoorde opgenomen hoeveel woningen van een koelteplek zijn verwijderd.
Afstand tot koelteplekken (Bron: Klimaateffectatlas Afstand tot Koeltekaart (koeltekaart, sd)) Koelteplekken Een koele plek is iets anders dan bijvoorbeeld schaduw vanuit een boom. Het moet een plek zijn waar meerdere mensen kunnen verblijven en eventueel kunnen recreëren. Vanuit TAUW is beredeneerd dat een koelteplek minimaal 200 vierkante meter is. Hierbij mag de grenswaarde voor de gevoelstemperatuur niet boven de 35°C zijn. De afstand die men in de hitte kan overbruggen is tijdgebonden. Voor ouderen – de meest kwetsbare groep voor hitte – is de tijd van actieve beweging (looptijd) bepalend. In 5 minuten legt een ouder persoon 292 meter af tegen 350 meter voor een gemiddeld persoon. De kritieke loopafstand van maximaal 300 meter is uiteindelijk gekozen omdat deze afstand voor gezonde ouderen in 5 minuten te lopen is (Nuijten, 2008). In de afbeelding op de vorige pagina is voor Lichtenvoorde geschetst hoe ver woningen van een koelteplek verwijderd zijn. Meer informatie is beschikbaar op: https://www.tauw.nl/nieuws/handelingsperspectief-hittestress-opzoek-naar-koele-plekken-in-de-stad.html Voor de inrichting van de fysieke omgeving is het dus relevant om rekening te houden met de inrichting van koelteplekken. De koelteplekken kunnen drempelverlagend werken voor het bevorderen van een gezonde leefomgeving.
Vergroening van stedelijke omgeving Operatie Steenbreek is een stichting/organisatie die zich inzet voor het groener maken van het stedelijk gebied. Het hoofddoel is daarmee zoveel mogelijk stenen te vervangen door groen. Door acties op te zetten op gemeentelijk niveau samen met de inwoners wordt de gemeente een stuk groener. Termen die vaak voorbij komen en die hetzelfde doen zijn bijvoorbeeld tegeltje wippen. De gemeente Oost Gelre is aangesloten bij de Stichting Steenbreek. Stichting Steenbreek geeft tips, handvatten, advies en helpt bij het opzetten van een actie gericht op Steenbreek. Mogelijke acties die gedaan kunnen worden zijn het aanleggen van geveltuintjes, een grote actie om inwoners zoveel mogelijk steen te laten vervangen voor groen, vergroenen van schoolpleinen, etc. Door dit samen met de inwoners te doen in straten, buurten en wijken zorg je ervoor dat de sociale cohesie ook vergroot wordt. Door buurtbewoners de gelegenheid te geven invloed uit te oefenen op de openbare ruimte door mee te praten en mee te beslissen over de inrichting van hun straat, buurt of wijk, ontstaat een grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel bij de bewoners. Door een vorm van ‘eigenaarschap’ zullen zij eerder zorgen voor het onderhouden van het groen.
Door het gezamenlijk aan de slag gaan met vergroening ontstaat er verbinding in de wijk, wordt de saamhorigheid vergroot en de betrokkenheid van bewoners gestimuleerd. Daarnaast zijn de acties en gevolgen van Stichting Steenbreek ook positief voor de gezondheid van inwoners, dus ook voor de speciale doelgroepen. Naast dat de buurt groener wordt, wat effect heeft op de koelte, zorg je door de sociale cohesie er ook voor dat buurtbewoners meer op elkaar gaan letten. Hiermee kan je ook de kans vergroten dat buurtbewoners voor elkaar gaan zorgen, wat een positief effect kan hebben op het vergroten van de gezondheid van bijzondere doelgroepen zoals ouderen. Bron: https://steenbreek.nl/missie/#sociale-cohesie, https://steenbreek.nl/groene-menukaart/ Dementievriendelijke openbare ruimte Het aantal mensen met dementie neemt toe en ze wonen steeds langer thuis. Voldoende beweging is van groot belang om het dementieproces te vertragen, de motoriek te stimuleren en sociaal contact te behouden/verbeteren. Een dementievriendelijke buurt is een buurt waar oog en oor is voor buurtbewoners met dementie en hun mantelzorgers. Daarbij ligt de focus vooral op de sociale omgeving. Er zijn daarnaast ook richtlijnen die gehanteerd kunnen worden in de fysieke omgeving in en rond een gebouw.
Inclusieve openbare ruimte De term inclusieve openbare ruimte betekent dat de behoeften van iedereen zijn meegenomen in het ontwerp van de buitenruimte. Toegankelijkheid staat echter niet gelijk aan inclusie. Om een openbare ruimte voor iedereen inclusief te maken, dient die: • Toegankelijk te zijn voor alle inwoners. • Veilig aan te voelen voor iedereen. Ook voor een vrouw die in de schemering alleen naar huis wandelt. • Stimulerend te zijn. Alle inwoners te inspireren om te gaan bewegen, buitenspelen en sporten. • Belanghebbenden (bijv. mensen met een beperking) te betrekken bij het ontwerp ervan. De openbare ruimte is vaak nog niet goed toegankelijk voor mensen met een beperking. Dit komt doordat wisselende obstakels zorgen voor onvoorspelbaarheid en (een gevoel van) onveiligheid. In de binnensteden zijn pleinen en stoepen moeilijk begaanbaar door historische bestrating en drukte.
Het is van belang om mensen met een beperking mee te nemen in de planvorming van de openbare ruimte. Daarnaast is het goed om bewust te zijn met welk materiaal je bijvoorbeeld een weg bestraat. Asfalt heeft minder reliëf dan klinkers. Dit kan invloed hebben op de toegankelijkheid van iemand met een visuele beperking. Ook zie je steeds vaker dat de stoep aan één kant van de straat wordt vervangen door groen. Een mooi initiatief in het kader van klimaatadaptatie. Echter kan dit voor mensen met zowel een visuele als fysieke beperking belemmerend werken, omdat de stoep er ineens mee op houdt. Het is van belang om hier bewust mee om te gaan en daarom mensen met een beperking mee te laten denken in het planproces. Bron: https://ruimtevoorlopen.nl/2023/08/inclusieve-openbare-ruimte/ https://www.scp.nl/actueel/nieuws/2021/06/08/het-publieke-leven-is-nog-niet-goed-toegankelijk-voormensen-met-een-lichamelijk-beperking Nabijheid van voorzieningen Goed bereikbare voorzieningen, zoals zorg, winkels, ontspanning en scholen, en kleine detailhandel op korte afstand van woningen, stimuleert lopen en fietsen (en zorgt daarmee voor minder autoverkeer). Mensen bewegen daardoor meer. Het is dan wel belangrijk dat loop- en fietsroutes fijnmazig, direct, aantrekkelijk en (verkeers)veilig zijn en dat er geen barrières zijn zoals spoorlijnen of drukke wegen.
Functiemenging bevordert daarnaast de sociale cohesie doordat mensen in de buurt elkaar ontmoeten. Dit houdt de buurt levendig. Dagelijkse voorzieningen zijn voor voetgangers en fietsers goed bereikbaar. Zorg daarbij ook voor aantrekkelijke en veilige routes met voldoende rustplekken voor ouderen en andere kwetsbare groepen. Veiligheid, sociale cohesie en comfort zijn belangrijk voor ouderen. Woonkenmerken als gezamenlijke faciliteiten, een eigen parkeerplaats, een kleinschalig wooncomplex, nabijheid van winkels en het openbaar vervoer doen het woongenot voor senioren toenemen. Bron: https://ggdghor.nl/onderwerp/kernwaarde-voorzieningendichtbij/#2-meng-voorzieningen-goed https://www.netspar.nl/publicatie/met-big-data-inspelen-op-woonwensen-en-woongedrag-van-ouderenpraktische-inzichten-voor-ontwerp-en-beleid/
Bijlage 5:
Input interne stakeholders
Samenvatting punten schrijfsessie Mens & Samenleving -
Zorgvragen moeten lokaal opgelost waar het kan, maar centraal waar het moet. Niet alles kan lokaal. Waar nodig moeten we bovengemeentelijk samenwerken.
-
Eerst buurten dan zorgen: term uit Oude IJsselstreek (welkomstpakket in de kleine kernen als goed voorbeeld). Hoe zorg je dat buurten lukt?
-
Meer verwijzen naar bestaande ontmoetingslocaties in plaats van nieuwe.
-
Wanneer we integratie willen dan doen we dat door participatie. Opvang in de wijk.
-
Rond MFA’s wonen realiseren voor zorgvragers.
-
Accentverschillen tussen wat je in MFA’s gaat realiseren.
-
Draagvlak voor het bouwen voor eenpersoonshuishoudens: 1. Flexibel bouwen als dit past bij de opgaven. 2. Bouwers/ corporaties meer sturen in hoe en wat ze bouwen. Actiever aan tafel zitten.
-
Plannen die gemaakt worden, moeten voornamelijk inspelen op ouderen. Enerzijds in de sociale omgeving, anderzijds in de fysieke omgeving, maar ook in relatie tot elkaar. Aansluiten bij initiatieven die vanuit de wijk ontstaan.
-
In de twee grote kernen hebben we lokaal voorzieningen in de wijk nodig waar mensen laagdrempelig naartoe kunnen en kunnen ontladen (crisiswoningen, time-out plekken, etc.). Deze voorzieningen hebben een signalerende functie voor problematiek.
-
We moeten kaders geven aan inwoners om hen in de gelegenheid te stellen tot concrete actie over te gaan. Anders blijft het te abstract vanuit de gemeente. Voorbeeld van woningsplitsing in de kern waar geen beleid voor was terwijl er wel vraag was.
-
Meer open houding naar inwoners. Dan bereik je meer. Meer vanuit samenwerking in relatie.
-
Als gemeente hebben we de rol van proceseigenaar. Faciliteren van het proces. Gemeente is proceseigenaar, maar niet resultaateigenaar.
-
De verschillende tussenvormen van zorg voor jeugd willen we zoveel mogelijk lokaal organiseren, maar de trend is dat deze vorm van zorg naar bovenregionaal gaat. Provinciaal wordt dit ingekocht.
-
Wenselijk om zo lokaal als mogelijk te organiseren. Noodzakelijk om problematiek op gezinsniveau eerder in kaart te brengen. Het aanbieden van een breed aanbod is wenselijk om de zorgvraag op te kunnen lossen.
-
Zorgverleners willen waarschijnlijk clustering in de wijk, dit in tegenstelling tot spreidingswens vanuit de gemeente.
-
Wel relevant om vooraf te bepalen vanuit welke positie en belang we aan tafel zitten (waarom willen we ons hiermee bemoeien?). Het moet geen doel op zich zijn om zo min mogelijk te clusteren.
-
We moeten actief inzetten om stigmatisering van doelgroepen binnen de Woonzorgvisie te doorbreken. Dit is noodzakelijk om eerst te doen voordat doelgroepen optimaal kunnen integreren in de wijk.
-
Wel actief inzetten om vooroordelen en stigmatisering van doelgroepen binnen de Woonzorgvisie te doorbreken.
-
Bij jeugd moeten we extra investeren om de verbinding te maken tussen wonen, zorg en omgeving. Moet ook integraal ingericht zijn.
-
We kunnen nog extra investeren op het domein welzijn. Sport en bewegen (kosteloos) integraal aanwezig in de wijk.
-
In 2030 is er zeer waarschijnlijk veel minder intramurale zorg. Wanneer we niets doen of niet tijdig acteren dan zal dit de ongelijkheid vergroten.
Samenvatting punten schrijfsessie Ruimte & Economie -
Denk aan type woningen om de zorgvraag te kunnen huisvesten in de gemeente. Bouw niet alleen voor de middenklasse.
-
Kaders stellen om een initiatief zoals de casus mogelijk te maken. Hoe maken we deze kaders? Welke kaders zijn dit? Je moet als organisatie houvast hebben, oftewel kaders.
-
Relatie houden tussen nieuwe bewoners en een kern. Als je lukraak een wooncomplex toevoegt in het buitengebied dan is de verbinding tussen nieuwe bewoners en kern niet aanwezig.
-
Visie realiseren op wat we willen als gemeente. Waar gaan we gezamenlijk naartoe?
-
Op het moment waar je als gemeente een locatie hebt waar je zeggenschap over hebt, moet je dit aanpakken voor huisvesting doelgroepen.
-
Behoefte om anders te doen dan dat we tot nu toe gedaan. Inzicht dat we anders moeten doen dan dat we deden (meer in samenhang tussen afdelingen), maar hoe dan? --> geef handvatten. Zou ook helpen in de ontwikkeling van toekomstige locaties.
-
Seniorencomplexen maken in bestaande woningen. Dit vraagt wel wat over de regels die hiervoor nodig zijn.
-
Actief grondbeleid voeren. Wat hebben we als vastgoed in eigendom. Liggen er kansen in ons eigen vastgoed. In het buitengebied weinig mogelijkheden. Bedrijventerreinen benutten om beweging mogelijk te maken.
-
Visie ontwikkelen om actief woningbouw te ontwikkelen in de kernen. Onderzoeken wat voor opties er zijn.
-
Passend wonen. Hoe krijgen we de mensen om zorg te leveren?
-
Aanbieden van woonvormen. Stimuleren om mensen oud te laten worden door de leefomgeving daar ook op in te richten. Discussie tiny houses.
-
Woonvormen zo bouwen dat je woningen kan combineren. Van 2 woningen 1 woning maken of visa versa. Voorkomen van leegstand in de toekomst. Waar wil je dit soort type woningen concentreren.
-
Met nieuwbouw rekening houden met levensloopgeschikt wonen of andere woonvormen.
-
Wat zijn de behoeftes van inwoners, hoe willen ze wonen, waar willen ze wonen. Ja, inwoners hebben straks zorg nodig, maar ze moeten gelukkig en prettig zijn.
-
Actief grondbeleid voeren. Actief aan tafel zitten om in contact te zijn voor de aankoop of verkoop van gronden.
-
Inzetten op flex. Niet inzetten op vastigheden.
-
Als RO kijken we naar waardes en of iets binnen de kaders past, maar er zijn ook kosten vanuit zorg. Hier zijn kansen op samenwerking.
-
Er zijn verschillen tussen sociaal en fysiek. Vaker om tafel gaan om elkaar te begrijpen.
-
Richtlijnen bedenken voor de toekomstbestendigheid van voorzieningen.
-
Behoefte aan ontwikkeling van kaders om dergelijke initiatieven te beoordelen. Je moet als organisatie houvast hebben.
-
Als gemeente willen we ook flexibel zijn en adequaat reageren.
-
Beeld vormen van voorzieningen dichtheid. Zeker in de relatie tot de kernen. Wat vinden wij wenselijk qua dichtheid aan voorzieningen?
-
Hoe kan je de sociale waarde nu vertalen naar waarde binnen het fysieke domein? Wat als iemand bijdraagt aan zorg, hoe kun je dat dan vertalen naar waarde vanuit het fysieke domein.
-
Kijk ook naar je bestaande bouw. Verbouw een paar te grote woningen tot kleinere woningen.
-
Kijk hoe je zelf aanbod creëert voor dit soort initiatief (bv Westerman breimode).
-
Je mist schuifruimte omdat ondernemers grond aan elkaar verkopen voordat de gemeente het weet. Visie ontwikkelen waar je gronden aan wilt kopen voor woningbouw.
-
Bij de ontwikkeling van concepten: houd dan ook rekening met de tijdgeest. Stel ook de vraag of over dertig jaar nog steeds behoefte is aan dergelijke concepten. Ontwerp concepten vanuit visie.
-
Houd rekening met de verschillende doelgroepen en huisvesting hiervan binnen de wijk. Kijk scherp dat je niet de probleemwijken van de toekomst organiseert.
-
Willen mensen wel verhuizen? Of zijn zij dusdanig geworteld dat zij niet bereid zijn om in beweging te komen.
Bijlage 6: Lijst genodigden Woonzorgvisie bijeenkomst Naam groep /partij/organisatie Pro Wonen
Functie beleidsmedewerker wonen en zorg beleidsadviseur strategie en beleid woonconsulent
De Woonplaats
manager vastgoed strategisch beleidsmedewerker beleidsadviseur wonen en zorg voorzitter
SIUS
Senior Zorgteammanager
Marga Klompé
Regiomanager Oost Gelre
Sensire
Verbinder Woon&Zorgdomein
Careaz
Regiomanager
Seniorenbelang namens de Ouderenbonden Afvaardiging van inwoners
voorzitter seniorenbelang oost Gelre
Stadskamer
bestuurder
Huurdersvereniging (Pro Wonen)
Voorzitter Vicevoorzitter
Bewoners Voorzitter Belangenvereniging Bastion Secretaris '95 Groenlo (De Woonplaats) secretariaat Dorpsbelangenorganisaties: Lievelde Harreveld Vragender Zieuwent Mariënvelde Zwolle
Projectontwikkelaars
Particuliere bouwers Van Ooijen Bouw Bouwbedrijf Harbers B.V. Bouwbedrijf Hubert Marku Bouw B.V. Hummelink Bouw Rensing Bouw B.V.
Verzekeraars - gemeente Oost Gelre Univé Groenlo Pillen & Van Zwam Makelaardij & Verzekeringen Steentjes Makelaars, Verzekeringen, Hypotheken Pillen Assurantiën & Makelaardij Verzekeraars - nationaal Menzis (contactpersoon Datalab go Delta Paraat Accent Fijnder ZOOV Stakeholders van vluchtelingenopvang als aandachtsgebied Regio AO Wonen
Coördinator ZOOV
Provincie
Cirkel Regio ODA Wmo groep kleine kernen Dusseldorp Architecten Locis adviseur Civicon Rouwmaat Dusseldorp Huisartsen Zieuwent Woonzorg Zieuwent Rabobank Regiobank Cliëntenraden Platform Wonen welzijn zorg Sensire Zorgcorporatie & BMV Mariënvelde Careaz Netwerk Ouderen en Veerkracht Achterhoek Stichting Zorgcombinatie Marga Klompé Estinea Pro Wonen Pro Wonen Sius Sius/De Lichtenvoorde Ten Brinke, Bouw /
Sociale Raad Thematafel Wonen en Vastgoed B. Hommelink BOOG clientondersteuner/ Zorgcorporatie Mariënvelde Indicatieverstrekkers – Jeugd, WMO
WMO consulent Manager ondersteuningsteam
Afdeling M&S Beleidsmedewerker jeugd Beleidsmedewerker sociaal domein Afdeling R&E
Teamleider Beleid en Projecten Medewerker ruimtelijke ontwikkeling Beleidsadviseur ruimtelijke ontwikkeling Adviseur Leefbaarheid Jeugdconsulent Medewerker groen Beleidsmedewerker RO Adviseur Economie Toezichthouder rioolbeheer Vastgoed Klimaatadviseur
Beleidsmedewerker inburgering Beleidsmedewerker Bouwen en vergunningen
Vergunningverlener Wabo vergunningverlener Wabo Vergunningverlener bouwen
Projectleider wonen & kleine kernen Regieteam Wonen
Projectleider Medewerker grondzaken
Projectleider Adviseur Ruimtelijke Ontwikkeling
Bijlage 8: Input externe stakeholders Thema
1.
Bewustwording
2.
Samenwerking
• Omslag bij ouderen nodig dat bij verhuizing van koophuis naar meer geschikte woning er meestal meer woonkosten gemaakt gaan worden. Hier tijdig mee beginnen. Hier kunnen mantelzorgers/ kinderen een belangrijke rol spelen. • Bewustwording: Wat kan ik zelf doen aan de wooncrisis • Vrijwillige woonconsulenten grotere rol geven bij voorlichting/ bewustwording tijdig doorstromen • Wil iedereen wel zelfstandig blijven wonen? Ouderen willen soms niet meer bezig zijn met bv kiezen van provider maar ontzorgd worden. • Ouderen helpen/informeren/stimuleren over mogelijkheden bij doorstroom. Daarbij is een persoonlijke benadering belangrijk. • Gemeente mag meer meedenken met de vraag en niet altijd strikt vasthouden aan de regeltjes • Ouderen informeren over inschrijven voor een huurwoning • Communicatie als rode draad; Wensen/informatie ophalen én informatie/voorlichting geven • Bewustwording creëren t.a.v. eigen regie / ontwikkelingen toekomst / effect van positieve gezondheid • Aansluiten bij de verschillende fases maar vooral voorsorteren op volgende levensfase • Ervaringsverhalen inzetten; ‘Dit is me nu gebeurd’, had ik maar eerder …… Bij gesprekken met een acute zorg/hulp vraag bij ouderen worden deze vaak vergezeld door hun mantelzorgers/kinderen. Hét moment om juist hen bewust te maken van het tijdig anticiperen.
• Denk aan betere samenwerking tussen zorgaanbieders/ domein overstijgend werken • Versnelling van gemeentelijke processen • Om gericht met data om te gaan moet eerst de behoefte in kaart gebracht worden. Integrale agenda formuleren. Gemeente moet het initiatief tot samenwerking nemen. • Vanuit behoefte aan data vertalen welke vormen van kwalitatieve en kwantitatieve hierbij passen. • Dwarsverbanden en combinaties tussen verschillende datasets onderzoeken. • Delen van data moet veilig. Gezamenlijk zoeken naar een manier die veilig is voor alle betrokken partijen en mensen en onderwerpen waar de data over gaat. • Beleid maken na het ophalen van info; niet eindeloos rondcirkelen, knopen doorhakken en gaan! • Zorg voor korte lijntjes; zowel stakeholders naar gemeente als inwoners naar gemeente.
3.
Versterken en benutten kracht inwoners
• Terugkoppeling! Communiceer! Ook als je (nog) niets kunt zeggen. Zeg dat dan. Houd inwoners en stakeholders aangelijnd. • Bundelen van inhoud met input vanuit stakeholder analyse intern/extern. • Pro actief zijn als gemeente. Locaties beschikbaar stellen • Pre mantelzorgwonen: nu leeftijdslimiet. Laat dat los • Denk aan tegengaan vereenzaming • Ontmoetingsplekken in de buurt • Buurtfunctie/ buurtrestaurant • Je moet ook als ouderen actief kunnen blijven . ontmoeten, gezamenlijke ruimte belangrijk • Regelingen zouden meer gericht moeten zijn op zorgen voor elkaar i.p.v. afstraffen (bv kwijtraken AOW) • Voorzieningen moeten dicht bij zijn. Sommige voorzieningen zouden ook mobiel aangeboden kunnen worden (bv sociaal team gemeente). Kom naar de woonlocaties van ouderen toe. • Gebruik ontwikkelingen in (zorg)technologie. • Een verhuiscoach, iemand die drempels kan verlagen voor inwoners • Bij regelgeving leeftijdsbepaling loslaten. Veel meer kijken naar wat iemand nodig heeft. • Een verhuizing helpen faciliteren, bv. een vrachtwagen ter beschikking stellen • Inzicht in data gaat inwoners helpen om zelf in beweging te komen en te komen tot creatieve oplossingen. • Kwalitatieve data kan inwoners helpen om zelf inzicht te krijgen in de eigen woon/zorgbeleving. Aanpassingen daarin kunnen helpen in een preventieve manier organiseren van zorg.
• Verwachtingsmanagement; Wat kan iemand verwachten van gemeente / zorg / woningbouwcorporaties / … Maak dat duidelijk en wees transparant. • Openbare ruimte moet uitnodigend zijn voor iedereen en uitnodigen om te gaan bewegen. Maak het dus aantrekkelijk. • Er moet een buurtgevoel heersen • Openbare ruimte moet voor verbinding zorgen. • Behoud plekken die zorgen voor ontmoeting en zorg dat er een plek is voor ontmoeting die past bij de behoefte. • Er moet een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid zijn voor de openbare ruimte • Taboes doorbreken door ook met mensen die anders zijn dan jou in welke vorm dan ook in gesprek te gaan en elkaar te ontmoeten. • Ga anders om met de openbare ruimte. Kijk naar hoe het in steden wordt gebruikt: daar drinken mensen hun koffie op bankjes in parken en er worden kinderfeestjes georganiseerd in speeltuinen. Dit zorgt voor ontmoeting van verschillende doelgroepen en verbinding en vooral levendigheid.
4.
Realiseren van nieuw aanbod
5.
Aanpassingen in bestaand aanbod
• Maak een soort denktank/klankbordgroep en zorg dat er vertegenwoordigers van de buurt betrokken worden bij de planvorming. • In planvorming alle partners meenemen. • Zorg dat er inspraak is van bewoners en gebruik de energie van de mensen. • Betrek scholen bij projecten, zodat ook de jeugd al betrokken wordt bij de openbare ruimte, de ontwikkeling en het gebruik ervan. • Start als gemeente met pilots. Begin bij het laaghangende fruit waar al veel energie is bij bewoners die graag iets willen doen voor de openbare ruimte. • Zorg dat er ervaringsdeskundigen aan tafel zitten bij de planvorming en ook bij het testen van de openbare ruimte op inclusiviteit en gebruiksvriendelijkheid. • Voldoende geschikte huurwoningen • Kijk naar plekken in centrum: geen nieuwe villa’s maar appartementen voor ouderen (omgeving gemeentehuis bv). Let wel op dat niet hele centrum voor ouderen is. • Kijk ook naar mogelijkheden in schil rond het centrum. • Denk ook aan geclusterd wonen maar wel met intentie naar elkaar om te kijken. • Niet alleen ouderen bij elkaar laten wonen maar jong/ oud gemengd zodat ieder zijn talenten voor elkaar kan inzetten. • Kijk naar geclusterd wonen met zorgpunt erbij. • starters en ouderen kunnen dezelfde woonwens hebben. • Levensloopbestendige appartementen moeten er aantrekkelijk uitzien.
• Bouwen van levensloopbestendige woningen, dorpelloos (zonder drempels, zodat ook mensen met een lichte beperking en in bv. een rolstoel in een ‘gewone’ woning kunnen). • Bouwen daar waar faciliteiten zijn, dan is het aantrekkelijk voor ouderen om te verhuizen. • Nultrede woningen bouwen: woningen waar meerdere doelgroepen in kunnen en zorg dat er iets te kiezen is voor ouderen. • Data kan helpen om nog te realiseren woonaanbod aan te laten sluiten bij het voorzieningenniveau. • Investeer in groen, maar investeer ook opnieuw in groen op bestaande plekken. En zorg dat er genoeg budget is voor het onderhoud van het groen. • Maak boerderij delen makkelijker/ woning deling. • Woningdeling mogelijk maken. • Faciliteiten om langer thuis te blijven wonen. alleen toekennen als mensen dichtbij faciliteiten wonen, niet meer voor mensen in het buitengebied. • Data kan helpen om de kwaliteit van het bestaand aanbod te verhogen.
6.
Doorstroming
7.
Organiseren van spectrum zorg en sociaal
8.
Omgeving
• Vergemakkelijk woningruil bij huurwoningen. Ontzorg mensen daarbij door bv matching. • Aantrekkelijker maken voor ouderen om aan rand van een dorp te wonen. • Er moet een wooncarrière in de buurt mogelijk zijn/ dus ook doorstroming. • Woonkansen voor mensen boven de sociale huurgrens in beeld brengen. Hoe krijgen we deze doelgroep in beweging? • Gemeente moet sturen om de verhuistrein op gang te brengen. • Huisruil makkelijker maken. • Platform faciliteren voor woningruil, ook voor koop (nu is het er voor huur: www.thuisindeachterhoek.nl). • Clusteren van zorg in bv. een wooncomplex. Dit ook met de personele uitdagingen waar de zorg voor staat en in de toekomst nog meer voor komt te staan. • Data kan ons helpen in de afweging per doelgroep of we juist willen clusteren of juist willen integreren in bestaande structuren. • Er moet vervoer geregeld/ mogelijk zijn in de woonomgeving. • Kijk naar sociaal groen voor ontmoeting (vb Bronckhorst) • Hanteer de 3-30-300 regel. • Zorg voor een evenredige verdeling van groen en grijs. • Houd rekening met het feit dat klimaatadaptieve of verduurzamingsmaatregelen niet ten koste gaan van de toegankelijkheid en inclusiviteit van de openbare ruimte. • Zorg dat alle stoepen en gebouwen toegankelijk zijn. • Voldoende straatverlichting.
• Veilige oversteekplaatsen voor jong, oud, blinden of slechtzienden, rolstoelgebruikers, mensen met kinderwagens, etc. • Logische looproutes van en naar voorzieningen die ook gangbaar zijn voor mensen en toegankelijk en veilig aan voelen. • Zitplaatsen langs looproutes, maar ook op logische plekken. Test uit wanneer een bankje nodig is. • Beweegroutes die er rondom scholen zijn combineren met ouderen. • Ontwikkelaars die in de openbare ruimte bezig zijn moeten van te voren uittesten of bijv. een bepaalde tegel wel past bij de gebruikers van de openbare ruimte. • De openbare ruimte moet zorgen voor ongedwongen ontmoeting. • De kunstwerken in Lichtenvoorde zijn nu vooral gericht op het centrum. Ga ook met kunst, cultuur en creativiteit aan de slag in de wijken. • Duidelijke herkenningspunten die ook dementievriendelijk zijn.
• Zorg voor zichtbare straatnaamborden en huisnummers. • Denk ook in andere vormen van herkenningspunten door gebruik te maken van kleur (denk wel aan kleurenblinden) of pictogrammen. • Gebruik bij informatie in de openbare ruimte ook andere talen, zoals Engels of Arabisch. • Bied de juiste informatie over de openbare ruimte en het gebruik van bijv. een speeltuin of bankje. Maak het vooral interactief. • Zet teksten bij bijv. kunst in de openbare ruimte ook in andere talen. Of tekst bij openbare gebouwen. Gebruik pictogrammen o.i.d.. Zodat informatie voor iedereen toegankelijk is. Wees gastvrij. • Maak een kaart met alle plekken waar je gratis naar een toilet kan. • Werk samen met horeca over een zichtbaar punt waar staat dat inwoners hier gratis naar het toilet kunnen (zoals voorbeeld van Gert-Jan Hospers). • Maak duidelijk dat toiletten van zwembad, sporthal, gemeentehuis ook openbaar toegankelijk zijn. • Prikkelarme plekken, denk aan prikkelarme uurtjes op openbare kermissen, maar wellicht kan het ook doorgevoerd worden op speel- en sportplekken, supermarkt, in het gemeentehuis, sporthal, sportschool, etc. • Combinatie van activiteiten voor jong en oud. • Er moet een plek voor hangjongeren komen, maar net zo goed ook voor hangouderen. Dit moet wel samengaan met de sociale veiligheid.
9.
Overig