CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

woonvisie 2023-2027 bijlagen

Raadscommissie 20 juni 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Woonvisie 2023-202714.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen Woonvisie 2023 - 2027

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

1

Foto: Wijk Oldenhuis Groenlo Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

2

Inhoudsopgave Bijlage 1: Demografische ontwikkelingen

1

Bijlage 2: Samenvatting Nationale Woon- en Bouwagenda & Programma’s

9

Bijlage 3: Samenvatting Nationale prestatieafspraken

15

Bijlage 4: Samenvatting Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030

20

Bijlage 5: Wetgeving, instrumentarium en fiscale maatregelen

27

Bijlage 6: Tabellen plannen en programma

31

Bijlage 7: Planvoorraad

33

Bijlage 8: Woondebat

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

34

3

Bijlage 1: Demografische ontwikkelingen Nationale bevolkingsontwikkeling De bevolking van Nederland blijft groeien, de laatste jaren gemiddeld met zo’n 100.000 personen per jaar. Dat komt overeen met 0,66% ofwel 6,6 mensen op de 1.000 inwoners. De invloed van de natuurlijke aanwas (geboorte minus sterfte) wordt steeds kleiner. Begin deze eeuw was deze nog meer dan 50.000 personen, in 2021 minder dan 10.000 personen. Deze ontwikkeling gaat geleidelijk en is redelijk goed te voorspellen, met als uitzondering het coronajaar 2020.

Het effect van het migratiesaldo op de bevolkingsontwikkeling wordt juist steeds groter, maar is moeilijker te voorspellen. Daarbij is het overigens goed om het saldo te duiden: het gaat om immigratie minus emigratie. Het zijn beide omvangrijke stromen, die in de laatste twee decennia zijn toegenomen. Er zijn dus steeds meer verhuisbewegingen vanuit en naar het buitenland. De emigratie groeit over het algemeen, met uitzondering van de periode 2006-2009 en de laatste twee jaar. De immigratie daalde in de eerste jaren van deze eeuw maar groeide sinds 2005 van 92.000 via een piek in 2019 naar 252.000 in 2021. De Europese wetgeving over vrijheid van vestiging en de uitbreidingen van de EU sinds 2004 spelen hier een belangrijke rol in.

Lang niet alle immigranten blijven langdurig in Nederland. Onderzoek van het CBS laat zien dat na drie jaar 37% tot 50% niet meer in Nederland woont. Dat hangt samen met de redenen voor immigratie naar Nederland. Als belangrijkste reden wordt het gezin genoemd (30%), gevolgd door arbeid (27%) en studie (19%). Met name mensen uit deze laatste twee categorieën hebben niet per se de intentie zich langdurig in Nederland te vestigen. Tot slot noemt 17% overige redenen en komt 7% om asiel aan te vragen. Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

4

Meer dan de helft van de immigranten (in 2021) is geboren in Europa (excl. Nederland). De meest voorkomende landen qua migratieachtergrond zijn Polen, de (voormalige) Sovjet-Unie, Syrië, Roemenië, Duitsland en Turkije. Het aantal asielaanvragen is de laatste jaren minder dan 10% van de immigratie (gemiddeld 19.500 in de laatste vijf jaar1), maar heeft in het verleden veel hogere pieken gekend; tijdens de oorlog in het voormalig Joegoslavië, in Irak en Afghanistan, en recent Syrië. Ook de oorlog in Oekraïne heeft in 2022 gezorgd voor zo’n piek. Voorlopige cijfers van het CBS2 laten zien dat de bevolking van Nederland in 2022 met bijna 227.000 is gegroeid, bijna twee keer zoveel als in 2021. Dit werd volledig veroorzaakt door een positief migratiesaldo; de natuurlijke aanwas draagt niet of nauwelijks bij (geboorte en sterfte houden elkaar ongeveer in evenwicht). Er vestigden zich 402.000 immigranten in Nederland, 150.000 meer dan een jaar eerder. Ook het aantal emigranten nam toe, maar minder sterk. De groei van de immigratie is met name het gevolg van de situatie in Oekraïne. Vooral in de eerste maanden na de inval van Rusland (24 februari 2022) kwamen relatief veel mensen vanuit Oekraïne naar Nederland. Een deel van hen is inmiddels weer vertrokken, merendeels terug naar Oekraïne. Op 1 december 2022 stonden er 89.000 ingeschreven bij een Nederlandse gemeente.

Regionale en lokale bevolkingsontwikkeling Waar het bij de nationale ontwikkelingen alleen om natuurlijke aanwas en de migratie met het buitenland gaat, komt daar op lokaal en regionaal niveau in Nederland ook de binnenlandse migratie bij. Deze hangt samen met min of meer structurele verhuispatronen en ontwikkelingen op woningmarkt. In de eerste categorie valt bijvoorbeeld het fenomeen dat jongeren vaak naar stedelijke gebieden trekken om te werken of te studeren, terwijl de ontwikkelingen op de woningmarkt betrekking hebben op (verschillen in) prijsontwikkeling en beschikbaarheid.

1

Hieraan kan het aantal ‘nareizigers’ als gevolg van succesvolle asielaanvragen en daaruit voortvloeiende gezinsherenigingen

worden toegevoegd; dit bedroeg de laatste vijf jaar gemiddeld ruim 7.800 per jaar. 2

Bevolking in 2022 bijna twee keer zo snel gegroeid als een jaar eerder’, zie persbericht CBS van 4 januari 2023.

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

5

Het aantal verhuizingen is zeer omvangrijk: in 2021 verhuisden 1,79 miljoen mensen naar een andere woning – alhoewel 0,99 miljoen daarvan binnen de bestaande woongemeente bleef. Resteren zo’n 800.000 mensen die naar een andere gemeente verhuizen en daarmee – op gemeentelijk niveau – voor een groei of krimp van het inwonertal van de betrokken gemeenten zorgden. Dat is veel meer dan het saldo van de natuurlijke aanwas (8.500 op nationale niveau in 2021) en het saldo van de (buitenlandse) migratie (107.000 in 2021).

In 2021 groeide de bevolking in Nederland met 6,6 personen per duizend inwoners. In de afbeelding is te zien hoe dit varieert per gemeente. In 53 van de 352 gemeenten daalde de bevolking, vooral in Zuid-Limburg maar ook verspreid door het land in diverse gemeenten. In veel gemeenten groeide de bevolking wel, maar minder dan gemiddeld. Dat geldt ook voor Oost Gelre (+1,0 per duizend inwoners).

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

6

De bevolking van Nederland is in de periode 2016 t/m 2021 met gemiddeld 6 personen per duizend inwoners gegroeid – in totaal met 3,6%. Afgezien van een lichte piek in 2019 en een dip in 2020 is de groei redelijk constant over de jaren. Ongeveer hetzelfde patroon geldt voor de provincie Gelderland, waar de dip in 2020 echter minder groot was zodat de groei iets hoger uitvalt dan het Nederlands gemiddelde (+3,7%). De groei in de Corop-regio Achterhoek is met in totaal 1,0% veel kleiner. Wel is de bevolkingstoename sinds 2018 jaarlijks groeiend en is er geen dip in 2020 geweest. De regio 8RHK3 volgt op een lager niveau (+0,4%) een vergelijkbaar patroon. De groei heeft zich vooral in 2020 en 2021 voorgedaan; in de periode daarvoor was er een lichte krimp. De groei in de hele periode in Oost Gelre is nog wat lager dan in de 8RHK: +0,2% ofwel 66 personen. In de periode 2016-2018 was er een sterkere groei dan in de regio, maar in 2019 en 2020 was er bevolkingskrimp. In 2021 was dit veranderd in een lichte groei (+29 personen).

3

Tot de regio 8RHK behoren zeven gemeenten: Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek

en Winterswijk. Tot de Corop-regio Achterhoek behoren nog vier gemeenten: Brummen, Lochem, Montferland en Zutphen. Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

7

De belangrijkste groeigemeente in de regio 8RHK is Doetinchem, zowel in absolute (+1.700 personen) als relatieve (+3,0%) zin. Daarnaast groeiden in de periode 2016-2021 ook Winterswijk (+0,9%) en Aalten (+0,7%) sterker dan Oost Gelre (+0,2%). De groei van Winterswijk is zeer recent, uit de jaren 2020 en 2021. In Aalten springen 2016 en 2019 er in positieve zin uit. De gemeenten Oude IJsselstreek (-0,7%), Bronckhorst (-1,2%) en Berkelland (-1,3%) krompen in de genoemde periode. In de Achterhoek is een vergrijzing van de bevolking gaande, in een hoger tempo dan op landelijk niveau. Dit wordt onder meer veroorzaakt door een relatief klein het aantal geboorten en de toegenomen levensverwachting. In de Achterhoek is het aandeel van de groep 50 jaar of ouder in de periode 2007–2022 gestegen van 37% naar 48% procent (Nederland: van 34% naar 40%). In 2022 woonden er in totaal 127.000 50-plussers in de Achterhoek, bijna 29.000 meer dan in 20074. Daarvan waren er zo’n 28.400 75 jaar of ouder. Dat is 10,8% van de bevolking (Nederland: 8,9%). Doetinchem is de minst vergrijsde gemeente (9,3% 75-plussers), gevolgd door Oost Gelre (10,2%) en Aalten (10,5%). Het aandeel 75-plussers is het hoogst in Berkelland (11,8%) en Bronckhorst (12,0%). Tegelijkertijd is er sprake van ‘ontgroening’: de afname van het aandeel jongeren in de bevolking.

In de figuur is te zien dat dit proces, net als de vergrijzing, zich ook op nationaal niveau afspeelt – maar het tempo ligt voor beide processen in de Achterhoek op een hoger niveau.

Ontwikkeling leeftijdsopbouw bevolking, Regio Achterhoek en Nederland, 2007, 2012, 2017, 2022 Nederland

Achterhoek 100%

7%

8%

30%

33%

9%

90% 80% 70%

36%

7%

7%

8%

9%

27%

29%

31%

32%

36%

34%

32%

31%

8%

9%

9%

9%

7%

7%

7%

7%

11%

37%

60% 50%

34%

40% 30% 20% 10%

31%

28%

26%

7%

7%

8%

8%

7%

7%

8%

8%

15%

14%

12%

11%

14%

14%

13%

12%

2007

2012

2017

2022

2007

2012

2017

2022

0% 75 jaar of ouder

25 tot 50 jaar

12 tot 18 jaar

50 tot 75 jaar

18 tot 25 jaar

Jonger dan 12 jaar

Bron: CBS, 2022. Bewerking: Team Moventem

4

Bron: Achterhoek Monitor 2022-23.

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

8

Nationale huishoudensontwikkeling Voor de woningmarkt is de ontwikkeling van het aantal huishoudens relevanter dan van de bevolking. Het zijn immers huishoudens die een woning vragen. Sinds 2001 is de bevolking van Nederland met 10% gegroeid, ofwel ongeveer 1,6 miljoen personen, tot 17,6 miljoen. Het aantal huishoudens is met 17,4% relatief sterker toegenomen (ongeveer 1,2 miljoen) tot 8,1 miljoen. Het aantal eenpersoonshuishoudens is (relatief) nog sterker gegroeid: met 39,1% ofwel zo’n 0,9 miljoen, tot 3,2 miljoen.

De groei van het aantal huishoudens wordt dus vooral veroorzaakt door de groei van het aantal alleenstaanden. In 2022 bestaat de populatie alleenstaanden voor een belangrijk deel uit 70-plussers, vooral vrouwen.

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

9

Regionale en lokale huishoudensontwikkeling Het aantal huishoudens in de Achterhoek laat sinds 2014 een stabiele stijgende lijn zien, die zich in alle gemeenten voordoet. In 2021 kwamen er 750 huishoudens bij, tot een totaal van 115.370 huishoudens5. In relatieve zin was Doetinchem de sterkste stijger in de jaren sinds 2013, gevolgd door Oost Gelre (ruim 4%). De kleinste groei komt op naam van Bronckhorst.

Als het aantal huishoudens sterker groeit dan de bevolking, betekent dit dat de gemiddelde huishoudensomvang afneemt. Dat blijkt ook uit de groei van het aandeel eenpersoonshuishoudens: in 2022 was dat in de 8RHK 32% (landelijk 39% procent). Binnen de Achterhoek hebben Doetinchem (35,8%), Winterswijk (33,9%) en Oude IJsselstreek (32,2%) de hoogste percentages eenpersoonshuishoudens. Oost Gelre scoort relatief laag (30,1%) en Bronckhorst sluit de rij met 28,8%.Het is de verwachting dat het aantal alleenwonenden zal toenemen, ook als mogelijk op termijn het aantal huishoudens in de Achterhoek zal afnemen.

5

De informatie in deze paragraaf is afkomstig van de Achterhoek Monitor 2022-23.

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

10

Bijlage 2: Samenvatting Nationale Woon- en Bouwagenda & Programma’s In de Nationale Woon- en Bouwagenda (NWBA) is het hoofddocument van de Rijksoverheid waarin de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren worden geschetst. Er zijn drie kerndoelen en er vallen zes programma’s onder. De drie kerndoelen van de Agenda zijn: 1. Beschikbaarheid: 900.000 woningen in de periode 2022 t/m 2030, waarvan twee derde betaalbare woningen bestaande uit 250.000 sociale huur door corporaties, 50.000 middenhuur (onder € 1.000 per maand) door corporaties, 300.000 middenhuur door overige partijen en betaalbare koop (onder € 355.000); 2. Betaalbaarheid: betere aansluiting van woonlasten bij het inkomen; 3. Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare gebieden en duurzame huisvesting voor iedereen bereikbaar.

Programma 1: ‘Programma Woningbouw’ Het Programma Woningbouw is in maart 2022 gepresenteerd, tegelijk met de overkoepelende Nationale Woon- en Bouwagenda. Het doel is het realiseren van de groei naar het bouwen van 100.000 woningen per jaar (inclusief flex- en transformatiewoningen en woningsplitsingen) tot en met 2030, volgens de eerder genoemde verdeling. Om de al in gang gezette woningbouwprojecten geen vertraging te laten oplopen door nieuwe betaalbaarheidsvereisten, geldt dit streven voor nieuwe projecten. In het Programma wordt de gewenste productie en betaalbaarheid onderbouwd met analyses en prognoses van onder andere het CBS, het CPB, de Autoriteit Woningcorporaties en het ministerie van BZK. Om de doelstellingen te bereiken, zijn vier actielijnen geformuleerd: 1. Het versterken van de regie: “We zorgen ervoor dat alle gemeenten, provincies en Rijk hun deel van de taak en verantwoordelijkheid nemen voor voldoende betaalbare woningen, de groei naar 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar in deze kabinetsperiode en de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030.” 2. Het versnellen van het proces van initiatief naar realisatie: “We zorgen dat het proces van het realiseren van een woning efficiënter en ingekort wordt.

Zowel generiek als op locatieniveau beperken we het effect van knelpunten in het bouwproces met oog voor kwaliteit en toekomstbestendigheid van de woning en leefomgeving. We kijken daarbij naar de korte en middellange termijn.” 3. Het stimuleren van snelle woningbouw: “We maken woningbouw mogelijk door gemeenten te ondersteunen: financieel en met hulp bij specifieke oplossingen, zoals flex- en transformatiewoningen en betaalbare woningen. Zo kunnen onhaalbare projecten wel mogelijk worden gemaakt.” 4. Het bouwen op grootschalige locaties: “Grootschalige woningbouw is nodig in een aantal gebieden. Het woningtekort is daar zo groot, dat kleine en middelgrote locaties onvoldoende goede betaalbare woningen opleveren om voldoende bij te dragen aan de realisatie van 100.000 woningen per jaar. Deze grootschalige woningbouw zorgt ook voor langjarige zekerheid en continuïteit van de bouwproductie op de middellange en lange termijn.” Daarbij wordt aangegeven dat in de regio‘s de bouwopgave en de inzet van (financiële) ondersteuning in samenhang worden uitgewerkt tot regionale woondeals, met wederzijds bindende afspraken in bestuurlijke akkoorden via het huis van Thorbecke. De daadwerkelijke realisatie van woningen gebeurt in gemeenten, Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

11

door samenwerking van gemeenten met corporaties en bouwpartijen. Gemeenten kunnen daarbij, behalve op financiële ondersteuning, ook op andere gebieden rekenen op ondersteuning door provincie en Rijk, zoals bijvoorbeeld via flexpools en het Expertteam Woningbouw. Tot slot wordt kort een beeld geschetst van het wettelijk instrumentarium.

Programma 2: ‘Betaalbaar wonen’ Vanuit de constatering en analyse dat er niet alleen te weinig woningen beschikbaar zijn, maar dat ook de betaalbaarheid in het algemeen onder grote druk staat, worden in het Programma Betaalbaar wonen de volgende doelstellingen geformuleerd: 1. Meer betaalbare woningen voor mensen met een middeninkomen. Deze doelgroep wordt bediend door woningen in de middenhuur en betaalbare koopwoningen (tot de - toenmalige NHG-grens van € 355.0006). 2. Te hoge woonlasten aanpakken voor mensen met een laag inkomen. Hierbij gaat het om mensen in een huurwoning. Het beter passend maken van de huurquote van groepen huishoudens is het belangrijkste doel. 3. Betere bescherming voor huurders en kopers. Op hoofdlijnen gaat het ten eerste om het succesvol invoeren van wetgeving en het gebruik hiervan door onder andere gemeenten voor de bescherming van huurders en kopers. Ten tweede moeten huurders en kopers die tegen problemen aanlopen in het huur- of het koopproces, terecht kunnen bij meldpunten die toegankelijk en betrouwbaar moeten zijn. Dit programma leidt tot een scala aan maatregelen die in de figuur zijn weergegeven: 1

Een woning vinden

2

Een woning betalen

3

Positie versterken

We zorgen dat meer mensen een passende woning kunnen vinden

We pakken te hoge woonlasten aan

We verbeteren de bescherming van kopers en huurders

Dit doen we door...

Dit doen we door...

Dit doen we door...

• Regulering middenhuur • Invoeren opkoopbescherming • Aanpassing box 3 particuliere verhuurders • Verhogen overdrachtsbelasting beleggers

• Toewijzen van woningen met een lagere huurprijs en gerichte huurverlaging • Maximale huurprijsontwikkeling sociale en vrije huursector • Inkomensafhankelijke

• Wetsvoorstel goed verhuurderschap • Transparantie in het koopproces • Wet toeristische verhuur van woningen • Wws dwingend maken

• Goedwerkende en nieuwe verkoopoplossingen voor koopstarters • Mogelijkheid om huurwoning te kopen van woningcorporaties • Maatwerk hypotheken • Toewijzen betaalbare koopwoningen door gemeenten • Afschaffen schenkingsvrijstelling

huurverhoging voor hogere inkomens in sociale huursector • Verduurzaming van huurwoningen • Rekening houden met hoge energielasten slecht geïsoleerde woningen • Verlagen leeftijdsgrens huurtoeslag

• Aanvanghuurprijzen transparant maken • Prikkels wegnemen voor tijdelijke huurcontracten • Voorkomen huisuitzettingen • Tegengaan van discriminatie • Huurbescherming ligplaatsen woonboten

• Actuele stand studieschuld relevant voor hypotheek

• Schrappen maximale huurprijsgrens huurtoeslag • Schrappen vergoeding servicekosten huurtoeslag • Invoering genormeerde huren

Deze maatregelen hebben een plaats gekregen in diverse wetsvoorstellen, zie bijlage 5. 6

Per 1 januari 2023 is de NHG-grens verhoogd tot € 405.000, maar de grens die het ministerie beleidsmatig voor betaalbare

koopwoningen hanteert is ongewijzigd gebleven. Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

12

Programma 3: ‘Een thuis voor iedereen’ Het Programma Een thuis voor iedereen heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Er worden in het programma de volgende aandachtsgroepen onderscheiden: • De primaire aandachtsgroepen, die vaak behoefte hebben aan een betaalbare sociale huurwoning met daarnaast zorg en ondersteuning: • Mensen met sociale en/of medische urgentie onder wie mensen die dak- en thuisloos dreigen te worden; • De statushouders; • De uitstroom van mensen uit een intramurale instelling. • Overige aandachtsgroepen, waar het accent op woonruimte ligt, die minder tot geen behoefte hebben aan zorg en ondersteuning: • Arbeidsmigranten (ruim 500.000); • Studenten (500.000 uitwonend, deels internationaal); • Woonwagenbewoners (60.000-70.000). Voor ouderen, een zeer grote en groeiende groep, wordt een apart programma ‘Wonen en zorg voor ouderen’ ingericht. Er zijn vier actielijnen geformuleerd: 1. Voldoende woonruimte. Het gaat hierbij om voldoende betaalbare en passende woningen, zoals al in het programma Woningbouw aangegeven: 250.000 nieuwe sociale huurwoningen en 350.000 huur- en koopwoningen voor mensen met een middeninkomen. In het Programma Een thuis voor iedereen wordt hieraan onder andere het volgende toegevoegd: a.

Alle gemeenten gaan verordeningen opstellen waarmee zij met voorrang dak- en thuisloze mensen, mensen die uitstromen uit een intramurale instelling en mensen met sociale of medische urgentie gaan huisvesten. b. Er komen eenduidige definities van de verschillende aandachtsgroepen die dienen als basis voor woonzorgvisies en verordeningen voor woningtoewijzing. c. Er komt een integrale monitor waarmee de realisatie van de woonbehoefte van aandachtsgroepen wordt gevolgd. 2. Evenwichtige verdeling over alle gemeenten. Op sommige plekken staat de leefbaarheid onder druk door een grote concentratie van sociale huurwoningen en aandachtsgroepen. Om een betere balans te krijgen: a. Wordt toegewerkt naar een meer evenwichtige verdeling met een streven naar 30 procent sociale huurwoningen in de woonvoorraad. b. Moeten via de regionale woningbouwprogrammering gemeenten met minder dan 30 procent sociale huur in de bestaande woningvoorraad bijdragen aan dit streven. c. Wordt bij het maken van woondeals rekening gehouden met gemeenten waar het toegroeien naar 30 procent evident niet logisch of haalbaar is. 3. Combineren van wonen, zorg, welzijn en werk. Het bestaand instrument van woonzorgvisies wordt verbreed en krijgt betrekking op alle aandachtsgroepen. De woonzorgvisies maken helder wat mensen uit de aandachtsgroepen nodig hebben aan zowel huisvesting als aan ondersteuning.

Deze opgaven worden zo goed als mogelijk gekwantificeerd. De woonzorgvisies vormen de basis voor gemeenten om op lokaal niveau bindende wederkerige afspraken te maken met woningcorporaties, particuliere verhuurders, zorgaanbieders/zorgkantoren en andere partijen in het fysiek en sociaal domein, over de prestaties die geleverd moeten worden om aan de woon- en zorgbehoeften te voldoen. In het laatste kwartaal van 2023 moeten alle gemeenten over een dergelijke woonzorgvisie beschikken, waarbij de provincies een coördinerende rol in het regionale Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

13

afstemmingsproces hebben. Dit krijgt een wettelijke verankering in het wetsvoorstel Versterken regie volkshuisvesting. 4. Inzet op preventie. Voorkomen waar mogelijk dat mensen problemen krijgen met huisvesting, is zowel voor de betrokkene als voor de maatschappij als geheel winst. Het voorkomen van dakloosheid heeft hierbij prioriteit. Bij deze actielijn hoort ook de brede schuldenaanpak, participatie, inburgering, de zorg voor veiligheid en bovenal de zorg voor kwetsbare jongeren, zodat zij een goede start op de woningmarkt kunnen maken. Hierbij wordt, gelet op de specifieke opgaven in kwetsbare gebieden, de verbinding gelegd met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Voor gemeenten geldt, dat zij in een huisvestings- of urgentieverordening vastlegt de volgende groepen met voorrang te huisvesten: mensen die dak- en thuisloos zijn, mensen die uitstromen uit een intramurale (zorg) instelling en mensen met sociale of medische urgentie.

Programma 4: ‘Wonen en zorg voor ouderen’ In dit programma, dat eind november 2022 is verschenen, wordt goed wonen verbonden met zorg en ondersteuning, in een samenwerking van de ministeries van BZK/VRO en VWS. Een belangrijke constatering is, dat het aantal 65-plussers in de komende twintig jaar met 40% toeneemt en het aantal 80-plussers zelfs met 100%. Er zijn meer woningen nodig die voldoen aan de wensen en behoeften van de ouderen: met comfort en gebruiksgemak, in de buurt van voorzieningen, met voldoende mogelijkheden om anderen te ontmoeten en te bewegen. Door dit soort woningen nieuw te bouwen komt bovendien een hele verhuisketen op gang, van gemiddeld drie verhuizingen. De ‘juiste’ nieuwbouw voor deze groep heeft daarmee een veel breder, positief effect op de woningmarkt. Als de mobiliteit afneemt en de gezondheid van ouderen minder wordt, groeit de behoefte aan passende woningen. Drie categorieën worden onderscheiden in het Programma Wonen en zorg voor ouderen: • Nultredenwoningen: woningen waarbij je niet trap hoeft te lopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen; • Geclusterde woonvormen: bestaan uit nultredenwoningen die primair zijn ingericht op de woonwensen van ouderen, vaak met ontmoetingsruimtes.

Het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel maakt onderdeel uit van deze woonvormen8; • Verpleegzorgplekken: geclusterde woonvormen met zorggeschikte woningen: bevatten extra voorzieningen voor mensen met een beperking of voor het verlenen van zorg. Nieuwe verpleegzorgplekken worden ingericht op basis van scheiden van wonen en zorg. Bewoners betalen de lage bijdrage voor de langdurige zorg en betalen zelf de woonkosten van de woning. De doelstellingen van het programma zijn de volgende: 1. Minstens 290.000 van de 900.000 woningen die gebouwd moeten worden, zijn geschikt voor ouderen; 2. Door meer ouderen te laten verhuizen, komen woningen vrij voor andere woningzoekenden; 3. Naast de woning moet ook de leefomgeving passend zijn voor ouderen, zodat ze langer zelfstandig kunnen blijven wonen.

7

Dit programma wordt ondersteund door het Integraal Zorgakkoord en is, behalve in de Nationale Woon- en Bouwagenda,

ook ondergebracht in het programma WOZO (Wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen, actielijn 4). 8

Het gaat om clusters van minimaal vijf wooneenheden; er moet een gezamenlijke ontmoetingsruimte zijn op locatie of

elders mits het bestemd is voor de bewoners van de geclusterde woonvorm; de woonvorm is voor minimaal 50% bestemd voor 55-plussers; het gaat niet om intramurale zorginstellingen. Er kan sprake zijn van gezamenlijk ingekochte zorg- en/of servicediensten, maar niet noodzakelijk. Zie www.monitorgeclusterdwonen.nl. Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

14

Om deze doelstellingen te behalen zijn drie actielijnen geformuleerd: 1. Versnelling woningbouw, door knelpunten weg te nemen, de regie op ouderenhuisvesting te versterken en door heldere bouwafspraken met gemeenten en regio’s. Het doel is tot en met 2030 170.000 nultredenwoningen, 80.000 woningen in geclusterde woonvormen en 40.000 nieuwe verpleegzorgplekken te realiseren. Van de verpleegzorgplekken moet 65% tot het sociale huursegment behoren, van de geclusterde woonvormen 50%. Voor de uitwerking wordt aangesloten bij het programma Woningbouw en de regionale woondeals die sinds eind 2022 per regio zijn gesloten. Daarvoor wordt de landelijke huisvestingsopgave voor ouderen uitgesplitst per woningtype en per regio in het laatste kwartaal van 2022. De regio’s wordt gevraagd om voor 1 juni 2023 de regionale opgave te verdelen naar gemeentelijk niveau. Deze lokale opgave wordt vervolgens in de lokale woonzorgvisie vertaald in concrete uitvoeringsprogramma’s met initiatieven en locaties9. 2. Ouderen informeren, ontzorgen en de doorstroming verbeteren, om te bevorderen dat ouderen eerder nadenken over het wonen van straks. 3. Een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, door te zorgen dat gemeenten de leefomgeving in de lokale visie op wonen en zorg opnemen en dat bij nieuwbouw en transformatie de leefomgeving wordt meegenomen.

Programma 5: ‘Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving’ In het Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving wordt gesteld dat binnenkort duurzaam wonen de nieuwe standaard is: “In 2030 zijn onze woningen, scholen, winkels en kantoren veel beter geïsoleerd, is de cv-ketel niet langer de standaard om onze woningen mee te verwarmen, en is koken op gas vrijwel overal vervangen door elektrisch koken. We wekken meer energie zelf op via zonnepanelen, en duurzame bronnen als groen gas, geo- en aquathermie worden dan volop gebruikt om te voorzien in onze resterende energie- en warmtevraag. We bouwen geïndustrialiseerd, circulair en natuurinclusief. Onze leefomgeving is schoner, onze woningen zijn comfortabeler, ons energieverbruik is lager en onze geopolitieke afhankelijkheid van fossiele energie is sterk verminderd.” Het programma wil dit proces, dat al enige tijd gaande is, versnellen. Dat gebeurt aan de hand van vijf programmalijnen: Programmalijn 1

Programmalijn 1

Programmalijn 1

Programmalijn 1

Gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie

Individuele aanpak woningen

Aanpak utiliteitsgebouwen

Bronnen en infrastructuur

Bedrijfsmatig vastgoed

Duurzame gassen

Aardgasvrije wijken (alternatieve warmteopties)

Koop

Huur

Duurzame warmtebronnen en -netten Maatschappelijk vastgoed

Nationaal Isolatieprogramma

Duurzame gassen

Programma hyhbride warmtepompen

Programmalijn 5

Versterken innovatie ecosysteem

Continue bouwstroom

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

Normering duurzaam bouwen

Duurzame elektriciteit

15

Bij programmalijn 1 (Gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie) spelen de gemeenten een centrale rol. Elke gemeente heeft inmiddels een transitievisie Warmte, waarin onder andere is aangegeven welke wijken in 2030 geïsoleerd en/of aardgasvrij zijn. Op basis hiervan wordt gewerkt aan een uitvoerings- en omgevingsplan. Het Rijk zorgt voor: voldoende ondersteuning en middelen voor gemeenten, een helder wetgevend kader (de nieuwe Warmtewet en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie), een subsidieregeling voor het wegnemen van een deel van de onrendabele top voor de warmtenetten, een verbetering van de subsidieregeling SDE++ en aanvullende financiële middelen om gebouweigenaren een betaalbaar aanbod te doen. Bij de tweede programmalijn (Individuele aanpak woningen) staat het bieden van handelingsperspectief aan woningeigenaren en verhuurders centraal. Dit gaat onder andere om het bieden van toegankelijke informatie, verregaande ontzorging, subsidies en financiering. Het gemeentelijk energieloket speelt hierin een belangrijke rol. De programmalijnen 3 tot en met 5 zijn minder van belang voor deze woonvisie.

Programma 6: ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid’ Met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid wil de minister de leefbaarheid en veiligheid van kwetsbare gebieden structureel verbeteren. Het programma richt zich met name op de 19 gemeenten met 20 stedelijke focusgebieden, waar 1,2 miljoen mensen wonen. Oost Gelre, noch een van de andere Achterhoekse gemeenten, behoort hiertoe.

9

Het Rijk streeft naar een wettelijke verankering van de woonzorgvisie per 1 januari 2024, die zowel ouderen als

aandachtsgroepen omvat. Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

16

Bijlage 3: Samenvatting Nationale prestatieafspraken Op 30 juni 2022 zijn Aedes, de Woonbond, VNG en het Rijk (c.q. de minister voor VRO) Nationale Prestatieafspraken overeengekomen. Deze afspraken hangen samen met het afschaffen van de verhuurderheffing, maar vormen ook de invulling van een aantal beleidsdoelen in de eerder genoemde nationale Programma’s. De belangrijkste afspraken zijn de volgende: •

Beschikbaarheid:

• De corporaties zeggen toe 250.000 sociale huurwoningen te realiseren en 50.000

middenhuurwoningen, op voorwaarde van afschaffing van de markttoets;

• Het proces om te komen tot woondeals wordt beschreven (is inmiddels afgerond);

• “Individuele gemeenten nemen hun deel van de provinciale opgave op in hun woonvisie.

Provincies krijgen de wettelijke taak erop toe te zien dat de woonvisies van de gemeenten

congruent zijn met de afspraken uit de regionale woondeals, en de overige onderdelen van de

voorliggende afspraken over de corporatiesector”;

• Partijen streven ernaar dat de sociale huurvoorraad de komende jaren weer significant

groeit, waarbij partijen in de lokale prestatieafspraken vastleggen hoe een zo groot mogelijke

voorraadgroei kan worden gerealiseerd. Partijen spreken met elkaar af om periodiek

de netto-ontwikkeling van de sociale voorraad te monitoren, in relatie tot de lokale

gemeentelijke opgaven. Jaarlijks voeren betrokken partijen hierover het gesprek;

• Sloop/nieuwbouw en verkoop van corporatiewoningen zijn geen doel op zich, maar kan een

noodzakelijk onderdeel van een gezonde bedrijfsvoering en gebalanceerd voorraadbeleid

zijn. Partijen committeren zich niet aan expliciete doelen ten aanzien van sloop en verkoop. Het

is aan de gemeente, corporaties en huurdersorganisatie om hier in de lokale prestatieafspraken

nadere invulling aan te geven;

• Tot en met 2030 zal sloop door corporaties plaatsvinden van woningen die kwalitatief niet

meer voldoen en die veelal een slecht energielabel hebben. Sloop van dergelijke woningen zal

in bijna alle gevallen leiden tot vervangende nieuwbouw, waar mogelijk in een combinatie van

sociale huur en middenhuur. Op die manier zorgt de nieuwbouwopgave naast uitbreiding

ook voor een kwalitatieve verbetering van de woningvoorraad van corporaties en meer

gemengde wijken;

• Gegeven de huidige lange wachtlijsten is het wenselijk met prioriteit in te zetten op

het realiseren van meer sociale huurwoningen. Op het moment dat de sociale voorraad

weer groeit, ontstaat meer ruimte om woningen zo mogelijk te verkopen aan zittende huurders

of andere huurders in de corporatiesector. Daarmee kan het betaalbare koopsegment groeien

zonder dat de sociale huursector hierdoor afneemt. Met verkopen kunnen corporaties

doorstroming en eigenwoningbezit van hun doelgroep bevorderen. Op dit moment vinden

ongeveer twee op de drie verkopen door corporaties plaats aan (zittende) huurders. Woningen

die door corporaties worden verkocht blijven in de totale woningvoorraad,

veelal in het betaalbare segment;

• Corporaties, de minister voor VRO en gemeenten stimuleren regelingen die samenwonen

bevorderen en nemen hiertoe belemmeringen weg. Hierbij valt te denken aan het verhogen

van de leeftijdsgrens in de kostendelersnorm zoals overeengekomen in het coalitieakkoord, en

experimenten met huurdelen en woningdelen;

• Partijen delen de ambitie dat nieuwe sociale huur ook volwaardig en langjarig beschikbaar moet

zijn voor de doelgroep. Om definitiekwesties rondom voorheen ‘nep sociale huur’ genoemde

woningen te voorkomen wordt een nieuwe wettelijke definitie van sociale huur vastgesteld. De

nieuwe definitie wordt leidend bij gemeentelijke sturing op de nieuwbouw van sociale huur;

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

17

•

Voor de nieuwbouw van betaalbare koop- en huurwoningen, waaronder sociale huurwoningen,

is het belangrijk dat de stichtingskosten zoveel mogelijk beperkt worden. Gemeenten kunnen

hier aan bijdragen door gronden die zij in bezit hebben voor een passende grondprijs aan te

bieden voor de bouw van betaalbare koop- en (sociale) huurwoningen. Gemeenten hebben

echter vaak beperkte grondposities en moeten er ook voor zorgen dat hun grondbeleid voor de

betaalbare bouwopgave past binnen de gemeentelijke begroting. In dit kader is ook belangrijk dat

gestuurd wordt op de grondprijs die andere grondeigenaren rekenen. Door de regie expliciet te

richten op het bouwen van 2/3 betaalbare woningen zou dit ervoor moeten zorgen dat de grond

van andere grondeigenaren eveneens tegen een passende grondprijs beschikbaar wordt gesteld.

De voortgang van de beschikbaarheid van de locaties en betaalbaarheid ervan wordt gemonitord.

•

Verduurzaming:

• De verduurzaming van de gebouwde omgeving is een complexe opgave die veel

vraagt van gemeenten, corporaties en huurders. Het uiteindelijke doel is om te zorgen

dat er geen CO2-uitstoot meer in de gebouwde omgeving is in 2050. Daartoe zullen

alle woningen op termijn van het aardgas moeten en op een andere bron moeten overstappen

voor verwarming en warm water. Bij verduurzaming wordt ook de kwaliteit en het comfort van

de woning verbeterd;

• Corporaties lopen op dit moment al voorop in de verduurzamingsopgave. Zij hebben

betere labels dan andere verhuurders en eigenaar-bewoners en ze kunnen door hun

omvang en schaalmogelijkheden een belangrijke startmotor zijn voor de warmtetransitie in de

wijken waar zij veel bezit hebben. Het is echter essentieel dat alle partijen op de

woningmarkt meedoen aan de energietransitie. Naast corporaties moeten dus ook VvE’s,

eigenaar-bewoners, particuliere verhuurders en beleggers in actie komen. Daartoe verbetert

de minister voor VRO het handelingsperspectief bij de verduurzaming voor deze groepen

via toegankelijke informatie, ontzorging, subsidies en financiering. In het Programma Versnelling

verduurzaming gebouwde omgeving is de volledige inzet geschetst;

• In het Klimaatakkoord is afgesproken dat tot en met 2030 1,5 miljoen bestaande woningen

via de wijkgerichte aanpak verduurzaamd worden. Corporaties zijn verantwoordelijk voor

hun deel hiervan. De wijkgerichte aanpak vindt plaats onder regie van gemeenten, en

steunt in belangrijke mate op de transitievisie Warmte die elke gemeente sinds 2021 heeft,

waarin beschreven is welke alternatieve warmtebronnen ingezet worden in welke wijken,

en in welk tempo wijken van het aardgas af gaan. Corporaties staan voor de opgave

om uiterlijk in 2030 450.000 bestaande woningen aardgasvrij te maken. Zij doen dit als

onderdeel van de wijkgerichte aanpak, waarbij gemeenten in eerste instantie aan zet zijn

voor het draagvlak voor aardgasvrije wijken bij alle inwoners. Corporaties delen met g

gemeenten actief hun kennis over het bereiken van draagvlak. Voor corporaties is het

noodzakelijk uiterlijk in 2024 zekerheid te hebben vanuit gemeenten over de uitvoering

van de transitievisie Warmte. Het streven is dat alle gemeenten voortvarend starten met

de uitwerking van hun transitievisies Warmte en deze in 2024 zoveel als mogelijk hebben

uitgewerkt in uitvoeringsplannen om de doelen voor 2030 te behalen. Het Nationaal

Programma Lokale Warmtetransitie zal gemeenten hierbij ondersteunen en de voortgang

monitoren. Om gemeenten voldoende instrumenten in handen te geven om de aardgasvrije

wijken te realiseren, wordt het wetsvoorstel Wet gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie

door de minister voor VRO voorbereid, met als beoogde inwerkingtredingsdatum 1 januari

2024. Er wordt door het Rijk een financieringsinstrument in overleg met medeoverheden

uitgewerkt gericht op de verlaging van de onrendabele exploitatie van warmtenetten. Dit

instrument beoogt de mogelijkheden voor inzet van warmtenetten als kosteneffectieve

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

18

oplossing voor de eindgebruiker, waaronder woningcorporaties, te vergroten;

• De ambitie van het kabinet is dat er in 2030 in totaal 1 miljoen huurwoningen toekomstklaar

geïsoleerd zijn. De Standaard voor woningisolatie geldt als referentie voor toekomstklaar.

De Standaard geeft aan wanneer een woning voldoende geïsoleerd is zodat deze - voor wat

betreft naoorlogse woningen - verwarmd kan worden met een temperatuur van 50

graden zonder dat de woning opnieuw aangepakt hoeft te worden. Dit betreft zowel de

isolatie, kierdichting als ventilatie. Het is de opgave voor de corporaties om 675.000 bestaande

woningen toekomstklaar te isoleren, van de gewenste 1 miljoen huurwoningen. Deze opgave

zal in de praktijk waarschijnlijk samen worden opgepakt met de bestaande afspraak om

versneld alle sociale huurwoningen van de corporaties met een E, F en G-label uit te

faseren. In afspraken tussen BZK en Aedes is afgesproken dat de corporatiessector uiterlijk in

2028 alle E, F en G-labels uit de sector heeft laten verdwijnen, met uitzondering van

gemeentelijke, provinciale en Rijksmonumenten en voor sloop aangemerkte woningen, en onder

voorbehoud van instemming van 70% van de huurders en instemming van de eventuele VvE;

• Het kabinet bereidt een verplichting voor om vanaf 2026 een hybride warmtepomp of een

ander duurzaam alternatief te plaatsen op het moment dat de cv-ketel moet worden vervangen.

Corporaties gaan vanaf 2023 al werken in de geest van die verplichting in alle woningen met

label D of beter waar de cv-ketel moet worden vervangen, uitzonderingen voorbehouden. Voor

hybride warmtepompen is vanuit het Rijk subsidie beschikbaar vanuit de ISDE-regeling waar ook

corporaties gebruik van kunnen maken;

• Bundeling van vraag heeft als voordeel dat de markt hierop kan anticiperen en in kan

investeren, zodat de gewenste aantallen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd – tegen lagere

kosten en met een verminderde druk op de arbeidscapaciteit. In het kader van lokale

prestatieafspraken worden corporaties aangemoedigd zich actief in te zetten voor

vraagbundeling en daarbij de samenwerking op te zoeken met het ondersteuningsprogramma

versnelling verduurzaming woningen en de subsidieregeling voor vraagbundeling die door de

minister voor VRO worden opgezet;

• Wat betreft de betrokkenheid en rol van de huurders, is hun medewerking en draagvlak van

groot belang. De opgave vereist een versnelling en voorkomen moet worden dat het

instemmingsrecht hierbij onbedoeld een vertragend effect kan gaan hebben. Daarom zal de

minister voor VRO een wetsvoorstel indienen waarmee een verduidelijking van het

instemmingrecht wordt gegeven. De minister voor VRO zet in op vereenvoudiging van de

huidige regelgeving door expliciet te maken wanneer een verduurzamingsvoorstel als redelijk

dient te worden beschouwd, en door vast te leggen dat huurders die niet reageren op

een voorstel niet meegeteld hoeven te worden in de draagvlakmeting. De minister voor VRO

zal met het eerdergenoemde wetsvoorstel ook voorstellen om het bestaande initiatiefrecht

voor huurders te verruimen zodat huurders meer mogelijkheden krijgen om verduurzamings-

maatregelen bij hun verhuurder te initiëren. Als vertegenwoordiger van de huurders zet de

Woonbond zich ervoor in om voorlichting te geven over het nut en de noodzaak van

verduurzaming, en geeft zij steun aan goede verduurzamingsvoorstellen.

•

Betaalbaarheid:

• Het Rijk is verantwoordelijk voor de inkomensondersteuning, corporaties zijn er voor

verantwoordelijk om betaalbare woningen aan te bieden. In afwijking van het inflatievolgende

beleid van afgelopen jaren spreken partijen af dat de huursom van corporaties in 2023, 2024

en 2025 een maximale stijging zal hebben die gelijk is aan de CAO-loonontwikkeling van het

voorgaande jaar minus 0,5 procentpunt. De huurquote, het deel van het inkomen dat huurders

aan huur besteden, moet hierdoor tot en met 2025 automatisch verbeteren;

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

19

• In 2024 krijgen huurders van corporaties in gereguleerde woningen met én een inkomen op

of onder 120% sociaal minimum én een huur hoger dan € 550 (prijspeil 2020) een wettelijk

verplichte eenmalige huurverlaging tot dat bedrag;

• Partijen spreken af dat isolatiemaatregelen die corporaties nemen voor huurders gratis

worden. Huurders met een laag inkomens in woningen met een E, F of G-label profiteren in

2024 van gerichte huurverlaging en op enig moment tot 2028 ook van gratis isolatie. Huurders

met een hoger inkomen in een woning met een E, F of G- label profiteren op enig moment tot

2028 hoe dan ook van gratis isolatie;

• De aangekondigde huurprijsregulering van het middensegment in 2024 en de bouw van 50.000

middenhuurwoningen door corporaties zijn van groot belang om doorstroming naar een

middenhuurwoning mogelijk te maken. Corporaties zeggen toe om met voorrang een deel van

hun (nieuwe) middenhuurwoningen toe te wijzen aan doorstromers uit de sociale huursector.

Ook zetten corporaties meer doorstroom- en seniorenmakelaars in om (oudere) huurders te

begeleiden naar beter bij hen passende woningen, waaronder koopwoningen, zorgwoningen en

geclusterde woonvormen. Daarbij kijken ze naar woonwensen, toegankelijkheid en

betaalbaarheid;

• Over de herziening van de huurtoeslag is geen overeenstemming bereikt, c.q. zijn geen

•

afspraken gemaakt.

Leefbaarheid:

• Het is een kerntaak van corporaties om de kwaliteit van hun sociale huurwoningen op

peil te houden. Corporaties committeren zich eraan dat er vanaf 2026 geen woningen meer

zijn met een slechte staat van onderhoud (categorie 5 of 6), tenzij er voor deze woningen

concrete sloopplannen zijn;

• Om de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de corporatievoorraad verder te verbeteren

investeren corporaties tot en met 2030 jaarlijks € 200 miljoen extra in woningverbetering,

met een focus op een versnelde aanpak van vocht en schimmel, loden leidingen, asbest

en brandveiligheid;

• Het verbeteren van de leefbaarheid vraagt om een integrale aanpak onder regie van de

gemeente, in de vorm van een gerichte wijkaanpak, in samenwerking met maatschappelijke

partners. Richtsnoer hierbij is de publicatie Samenwerken, zo doen we dat10.

• In totaal trekken corporaties tot en met 2030 jaarlijks € 75 miljoen extra uit voor specifieke

uitgaven in het kader van sociaal beheer in een wijk, uiteenlopend van buurtkamers tot

activiteiten die bijdragen aan de sociale samenhang.;

• De herstructurering van corporatiebezit kan niet los worden gezien van de benodigde

vernieuwing van de particuliere voorraad. Onder regie van de gemeente moet synergie wordt

gerealiseerd bij het zoveel mogelijk gezamenlijk en gelijktijdig aanpakken van de

corporatievoorraad en de particuliere voorraad in wijken. Het is aan gemeenten om hier samen

met corporaties en andere betrokken partijen op te sturen door gezamenlijk afspraken te

maken over de kwaliteit van woningen, aantallen en locaties van te herstructureren woningen;

• De minister voor VRO investeert in het verbeteren van de kwaliteit van de woningvoorraad

door middel van het Volkshuisvestingsfonds. Tot en met 2026 is hiervoor € 600 miljoen

beschikbaar voor gemeenten. Het Volkshuisvestingsfonds is primair gericht op het

verbeteren van de particuliere woningvoorraad en het verbeteren van de leefbaarheid

(bijvoorbeeld met ontmoetingsruimten en openbare ruimte). Gemeenten betrekken corporaties

10

Publicatie van Platform31 met twaalf praktijkvoorbeelden van goede samenwerking.

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

20

en bewoners daarom nadrukkelijk bij investeringen vanuit het Volkshuisvestingsfonds, waarbij

corporaties en gemeenten gezamenlijk in het gebied investeren. Het verdient aanbeveling dat

gemeenten samen met de betrokken corporatie(s) een uitvoeringsplan opstellen;

• In het kader van de vergrijzing zorgen corporaties ervoor dat er tot en met 2030

versneld 50.000 eenheden worden gerealiseerd in geclusterde woonvormen in de bestaande

bouw dan wel de nieuwbouw, speciaal voor ouderen uit de doelgroep van woningcorporaties.

Deze zijn voorzien van in ieder geval een gezamenlijke ontmoetingsruimte, waarbij de

gemeente bijdraagt aan het faciliteren van ontmoeten en de organisatie van welzijn. Ook

investeren corporaties tot en met 2030 jaarlijks € 40 miljoen in het levensloopbestendig

maken van bestaande woningen om het mogelijk te maken dat mensen langer zelfstandig

kunnen blijven wonen. Daarnaast zetten corporaties zich onverminderd in voor de bouw van en

transformatie naar nultredenwoningen;

• Partijen komen een landelijk kader overeen om de doorstroming van ouderen te stimuleren.

Hierbij valt onder andere te denken aan huurgewenning, een verhuismakelaar,

bewustwordingscampagnes, voorrangsregelingen en een verhuiskostenvergoeding.

•

Samenwerking en uitvoering:

• De nationale prestatieafspraken beschrijven de investeringsopgave tot en met 2030,

de betaalbaarheidsafspraken hebben een looptijd tot en met 2025. Daarmee vallen

deze afspraken samen met de huidige kabinetsperiode;

• De nationale prestatieafspraken zijn gekoppeld aan en mede mogelijk door de

afschaffing van de verhuurderheffing vanaf 2023. Ze zijn tot 2030 financieel haalbaar

voor de corporatiesector als geheel op basis van de huidige prognoses;

• Het is noodzakelijk dat corporaties, en met hen gemeenten en huurders, de

provinciale opgaven gezamenlijk aanpakken. Dat betekent dat corporaties met voldoende

middelen zich inspannen om de opgaven aan te pakken van corporaties in dezelfde provincie

die niet financieel in staat zijn om alle opgaven uit te voeren;

• Om te borgen dat in alle provincies de opgaven (financieel) gehaald kunnen worden, wordt

zo nodig door de minister voor VRO het instrument van projectsteun ingezet. De inzet

van projectsteun volgt nadat corporaties zich maximaal hebben ingezet binnen hun regio

en onderlinge solidariteit in de corporatiesector geen soelaas biedt. Projectsteun maakt het

mogelijk om volkshuisvestelijke opgaven waarvoor anders onvoldoende financiële middelen

beschikbaar zijn gezamenlijk te realiseren, door middel van een bijdrage aan corporaties,

opgebracht uit een heffing bij alle corporaties;

• De wederkerigheid die het uitgangspunt vormt van de nationale prestatieafspraken wordt

vastgelegd in het wetsvoorstel ‘Versterking regie op de volkshuisvesting’;

• Afdwingbaarheid ten opzichte van corporaties is op lokaal niveau primair aan de gemeenten,

zoals is vastgelegd in de Woningwet. Het is echter ook wenselijk om corporaties waar nodig

vanuit het Rijk aan te kunnen spreken op hun verantwoordelijkheid. Dit zal met name moeten

zien op situaties waarin een corporatie aantoonbaar, verwijtbaar en stelselmatig gemaakte

afspraken niet nakomt. Voor dergelijke situaties introduceert het Rijk per 1 januari 2024

instrumentarium waarbij een escalatieladder wordt vastgesteld op welke wijze zal

worden ingegrepen.

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

21

Bijlage 4: Samenvatting Regionale Woonagenda Achterhoek 2023- 2030 De opgaven zijn de volgende: •

Voorzien in de grote én veranderende behoefte;

•

Extra huisvesting voor arbeidskrachten en talenten;

•

Accommoderen van de bovenregionale behoefte;

•

Blijven investeren in de woon- en leefomgeving.

‘Goed wonen in een vitale regio’ is de centrale boodschap van de regionale woonagenda. Drie ambities staan centraal, die ook integraal gelden voor deze Woonvisie:

Ambitie 1: ‘Een passende woning voor iedereen’ “Wonen in de Achterhoek betekent groen, ruim en gezond wonen in vitale en zorgzame gemeenschappen. We bieden een breed palet aan kwalitatief hoogwaardige stedelijke, dorpse en landelijke woonmilieus. Er is in principe voor elk wat wils; voor mensen met een ruime en minder ruime beurs.” “Met de regionale woonagenda willen we het tekort aan woningen inlopen en de slagingskansen van huishoudens vergroten. We spelen daarbij in op de veranderende woonbehoefte en zorgen dat nieuwe woningbouw en de bestaande woningvoorraad daarop aansluit. We streven naar betaalbare woonlasten, passend bij de portemonnee van de inwoners en woningzoekenden. De stijgende koop- en huurprijzen, energielasten en bouwkosten dagen ons hierbij uit. In het bijzonder hebben we extra aandacht voor starters en ouderen. De ontwikkeling dat mensen (in combinatie met zorg) zo lang mogelijk zelfstandig thuis willen (of moeten) wonen is hier onderdeel van. Daarnaast willen we zorgen voor voldoende woningen voor aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. We breiden daarom onze betaalbare en toegankelijke woningvoorraad de komende jaren fors uit. Ons woningbouwprogramma is evenwichtig en adaptief. We zetten nu een stip op de horizon maar we weten nu niet hoe de wereld er over vier jaar uitziet.

Door scherp te monitoren, kunnen we waar nodig tussentijds opplussen of afschalen.”

Ambitie 2: ‘Goed wonen voor een gezonde en duurzame Achterhoekse economie’ “Onze sterke Achterhoekse economie draait op gewortelde familiebedrijven, sociaal kapitaal en innovatie, maar ook op arbeidskrachten en talent. Dit willen we in de toekomst graag zo houden. De krapte op de arbeidsmarkt in onder meer de agrosector, maakindustrie, de zorg en de bouw is een grote uitdaging voor de komende jaren. Ook is er binnen ons bedrijfsleven veel behoefte om jong talent te behouden en aan te trekken. Wij willen daarom zorgen voor meer betaalbare en passende huisvesting voor deze doelgroep. Wij zien arbeidskrachten daarbij niet als één doelgroep met één type woonbehoefte en kiezen daarom voor een divers palet aan aantrekkelijke woonmilieus. Vanzelfsprekend moeten deze woonmilieus passen bij de woonkwaliteiten van de Achterhoek: groen, ruim en in naoberschap. In de afgelopen jaren hebben we gezien dat de noodzaak om onze klimaatdoelen te behalen al heeft geleid tot flinke innovaties in de bouw. In de Achterhoek blijven we niet achter en benutten we onder meer door het Akkoord van Groenlo11 de nieuwe mogelijkheden en inzichten optimaal. Naast de focus op energiebesparing is juist ook bij nieuwbouw en

11

Klimaatafspraken tussen acht Achterhoekse gemeenten uit 2009 en 2013 met als concreet doel energieneutraliteit in

2030: evenveel energie duurzaam opwekken als verbruiken in de gebouwde omgeving. In februari/maart 2023 hebben de gemeenteraden een aangepaste versie (Akkoord van Groenlo 3.0) vastgesteld, op basis van een herijking. Het moment van energieneutraliteit is hierbij opgeschoven naar 2050. Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

22

woningverbetering CO2-besparing belangrijk. Conceptueel12, circulair13 en biobased bouwen14 is daarom in toenemende mate de norm. We zijn ons ervan bewust dat we deze innovatie verder moeten versterken om de klimaatdoelen te behalen. Die uitdaging is in goede handen bij de innovatieve Achterhoekse bouwbedrijven. De grote bouwopgave die we met elkaar hebben, biedt kansen om deze innovaties te versnellen. Tegelijkertijd willen we het bouwtempo in de regio versnellen.”

Ambitie 3: ‘Wonen als basis voor de leefbaarheid’ “Wonen is meer dan een dak boven het hoofd en ‘stenen stapelen’. Goed wonen is onlosmakelijk verbonden met de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, leefbaarheid, klimaatadaptatie, voorzieningen en bereikbaarheid. Werken aan de woonopgaven betekent werken aan de leefomgeving en onze ambitie om daarbij stedelijke en landelijke gebieden in de regio verder te versterken. We zien wonen daarom als een integraal onderdeel van gebiedsopgaven in het stedelijk en landelijk gebied. Anders gezegd: het bouwen en transformeren van woningen en gebouwen is naast een vastgoedopgave bovenal een integrale gebiedsopgave. Woningbouw en herstructurering moet daarom bijdragen aan versterking van de stedelijke, dorpse en landelijke woonmilieus, aan brede welvaart, vitale economie en een goede bereikbaarheid, investeringen in het voorzieningenniveau. Daarbij streven we naar een sterke sociale basis, verbondenheid en inclusieve buurten en kernen, met een goed en regionaal gebalanceerd aanbod voor alle doelgroepen.

We houden rekening met het veranderende klimaat door het voorkomen van hittestress, wateroverlast en droogte en zo creëren we een aangename, groene en gezonde woonomgeving.” Om de drie ambities te verwezenlijken, wordt samen gewerkt aan de woonopgaven; door samenwerking tussen overheden, woningcorporaties, maatschappelijke organisaties, de markt en de inwoners. Dit gebeurt aan de hand van vier regionale programmalijnen. Elke programmalijn bevat de regionale beleidsdoelen en de beoogde aanpak.

Programmalijn 1: ‘Vergroten woningvoorraad en versnelling productie’ De woningbouwopgave bestaat uit drie onderdelen: de eigen behoefte (als gevolg van het woningtekort en huishoudensgroei), het huisvesten van arbeidskrachten (alle categorieën) en de instroom uit andere regio’s (met name aangrenzende regio’s). Concreet leidt dit tot de ambitie om 11.500 woningen te bouwen, ruim 1.200 per jaar. Met het Rijk worden afspraken gemaakt om in ieder geval 8.390 woningen te bouwen tot en met 203015. De invulling van de extra woningen ten opzichte van de afspraken vindt adaptief plaats, afhankelijk van de markt, mogelijk voorbij 2030. De onderbouwing voor 11.500 woningen is de volgende: a: Op basis van de Primos trendprognose van 2022: een toevoeging van 5.000 woningen aan de woningvoorraad, als antwoord op ontwikkelingen als huishoudensverdunning, toename van ouderen, woningtekort onder starters en de huisvesting van bijzondere doelgroepen; b: Voor de binnenlandse en buitenlandse migratie van arbeidskrachten: 4.000 woningen, bestemd voor reguliere arbeidskrachten en voor de huisvesting van arbeidsmigranten die hier werken maar nog niet wonen;

12

Dit is bouwen volgens een gestandaardiseerde aanpak, meestal aangeboden door een bouwende partij en (deels)

fabrieksmatig geproduceerd. 13

Volgens de principes van circulariteit. Een gebouw is circulair als bij de bouw en het beheer voorraden in een gesloten

kringloop worden gehouden, zonder schadelijke emissies naar lucht, water en bodem. 14

Bij biobased bouwen wordt gebruik gemaakt van natuurlijk gegroeide materialen, zoals bijvoorbeeld hout, leem en klei.

15

Voor Oost Gelre betekent dit 1.265 (ambitie) respectievelijk 895 (afspraak) woningen.

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

23

c: Accommodatie van de bovenregionale vraag: 2.500 woningen. Hiermee wordt ruimte geboden aan met

2.500 woningen bovenregionale vraag

name jonge huishoudens en gezinnen van buiten de regio. De regio Achterhoek heeft mogelijkheden voor woningbouw die er op andere plekken niet meer zijn als gevolg van bodem, waterhuishouding en onder meer de stikstofproblematiek.

4.000 woningen binnenlandse en buitenlandse migratie van arbeidskrachten

De aanpak kent de volgende elementen:

5.000 woningen

a. Realiseren plancapaciteit: de prioriteit wordt gelegd

bouwen als antwoord op huishoudensverdunning, toename van ouderen, woningtekort onder starters en de huisvesting van bijzondere doelgroepen

bij de bestaande plannen die uitzicht

hebben op realisatie. De gemeenten geven met

partijen vorm aan de gewenste woningen en

woonmilieus, waarbij de kwantitatieve en kwalitatieve

kaders uit de regionale woonagenda als

uitgangspunt dienen. Dat betekent dat elke

gemeente naast het voorzien in de eigen behoefte

haar bijdrage levert op het gebied van huisvesting van arbeidskrachten, aandachtsgroepen en de

bovenregionale vraag;

Onderverdeling regionale ambitie Achterhoek tot en met 2030 (RUIMTEVOLK, 2022).

b. Regionale agendaprojecten: (lokale bundelingen van) projecten die in belangrijke mate bijdragen

aan het behalen van de doelen uit deze regionale woonagenda. Daarmee kan de regio snel anticiperen

en projecten agenderen in provinciale of nationale investeringsprogramma’s. Ze dienen bijvoorbeeld

voor het genereren van middelen om hierin te ondersteunen. De komende periode worden de criteria

voor de agendaprojecten nader uitgewerkt en wordt een lijst samengesteld;

c. Regionaal aanjaagteam: er wordt een regionaal aanjaagteam opgezet met extra capaciteit om

knelpunten snel aan te kunnen pakken met specifieke expertise (planologie, planeconomie, milieu,

participatie, etc.). De komende periode wordt verkend hoe dit regionale aanjaagteam wordt

samengesteld;

d. Conceptueel, circulair en biobased bouwen: deze innovaties worden in de Achterhoek gestimuleerd

zodat het bouwtempo omhoog gaat en bijdragen worden geleverd aan betaalbaarheid en

klimaatdoelen. Dit vraagt om een nieuwe manier van samenwerken en nieuwe meetinstrumenten.

Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij bestaande regionale netwerken zoals Cirkelregio de Achterhoek

en SamenbiobasedBouwen. Ook worden de mogelijkheden onderzocht tot verbinding met andere

regio’s. We spreken regionaal de volgende zaken af:

i. Bouwondernemers/ontwikkelaars, gemeenten en woningcorporaties gaan met elkaar in gesprek

over de innovaties die nodig zijn voor de transitie naar biobased en circulair bouwen en de

vernieuwde samenwerking die hiervoor nodig is in de regio;

ii. Voor de bestaande plannen gaan gemeenten en woningcorporaties mogelijkheden

onderzoeken voor het verhogen van het gebruik van circulaire of biobased bouwmaterialen.

Daarbij worden nadrukkelijk wensen van opdrachtgevers en mogelijkheden aan de kant van de

bouwers naast elkaar gelegd waardoor een maximaal resultaat bereikt kan worden;

iii. In de nieuwe woningbouwplannen spannen partijen zich in om (vanaf 2025) zoveel mogelijk

hergebruikt of biobased grondstoffen te gebruiken voor de woningen die worden gebouwd,

aansluitend bij de ambities uit het grondstoffenakkoord. Hierin staan de volgende doelen

voor de bouw opgenomen16: in 2050 een volledig circulaire bouweconomie;, waarbij 50% van de

einddoelstelling in 2030 gerealiseerd is;

iv. Gemeenten nemen natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit mee in de ontwerpopgaven.

Gemeente Oost Gelre - Bijlagen Woonvisie 2023-2027

24

Programmalijn 2: ‘Investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad’ Nieuwbouw voegt slechts een fractie toe aan de Achterhoekse woningvoorraad; om ook in de toekomst comfortabel en gezond te kunnen blijven wonen (de opgave) zijn kwaliteitsverbetering en verduurzaming van de bestaande woningen en buurten nodig. Van alle Achterhoekse woningen heeft 68% energielabel C of lager. Ook investeringen in de woonomgeving en leefbaarheid zijn van belang, om een klimaatadaptieve en gezonde leefomgeving te waarborgen, evenals voldoende voorzieningen en ontmoetingsplekken. Naoberschap is belangrijk voor het langer zelfstandig wonen, maar daarvoor zijn ook extra middelen en inzet nodig op sociaal gebied: WMO, welzijnswerk, begeleiding en buurtvoorzieningen. Concreet betekent dit het streven om zoveel mogelijk woningen kwalitatief en energetisch te verbeteren: verduurzamen, levensloopbestendig maken en/of herstructurering (sloop-nieuwbouw, woningsplitsing, transformatie van ander vastgoed naar wonen). Primair ligt de focus op de nog te verbeteren corporatievoorraad en het deel van de particuliere eigenaren die wil investeren. De start ligt bij de woningen en wijken met de slechtste energetische kwaliteit. De aanpak kent de volgende elementen17: a) Verbetering 7.000 sociale huurwoningen: de Achterhoekse corporaties zorgen voor de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12846314/1