was wordt-lijst verordening sociaal domein
Tekst van het document
Veranderingen voor 2025 in de Verordening Sociaal Domein. • •
• •
•
Invoegen 2.2.3 Eigen kracht. (zie tekst verderop) De daaropvolgende nummering schuift op. Was Wordt 2.2.3 Verslag 2.2.4 Verslag Invoegen 4.3 Gebruikelijke hulp. (zie tekst verder op) Alle daaropvolgende nummeringen in hoofdstuk 4 schuiven op. Was Wordt 4.3 Individuele voorzieningen (hulp-op-maat) 4.4 Individuele voorzieningen (hulp-op-maat) 4.4 Overgang van 18- naar 18+ 4.5 Overgang van 18- naar 18+ 4.5 Afstemming met andere vormen van hulp 4.6 Afstemming met andere vormen van hulp Artikel 8.4 Bijdrage in de kosten, lid 2 aanpassen. Was Wordt De inwoner die gebruik maakt van het collectief De inwoner die gebruik maakt van het collectief taxivervoer met korting betaalt aan de gemeente een taxivervoer met korting betaalt aan de gemeente een eigen bijdrage van € 50 per jaar. eigen bijdrage. Het college stelt jaarlijks de hoogte van deze bijdrage vast in de nadere regels maatschappelijke ondersteuning.
•
•
Toevoegen bij 8.3.3 Hoogte en tarief pgb Was Lid 8 is er niet
Wordt De hoogte van het pgb voor professionele hulp voor hulp bij het huishouden wordt berekend op basis van het geldende ZIN tarief voor hulp bij het huishouden minus 15% overheadkosten.
Tekst die toegevoegd moet worden: 2.2.3 Eigen kracht (Wmo en Jeugdwet) 1. Inwoners komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: • gebruikelijke hulp van echtgenoot, inwonende kinderen, andere huisgenoten en ouders en/of andere verzorgers of opvoeders van jeugdigen • niet gebruikelijke hulp voor zover echtgenoot, inwonende kinderen, andere huisgenoten en ouders en/of andere verzorgers of opvoeders van jeugdigen beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de niet gebruikelijke hulp geen financiële problemen (in het gezin) ontstaan • de ondersteuning vanuit het sociale netwerk • het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten 2.
Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter en hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden, volledige baan of persoonlijke opvattingen.
3.
Ouders en/of andere verzorgers of opvoeders zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
4.
Als inwoners met een hulpvraag een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen hulp-op-maat.
5.
Als inwoners een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen hulp-op-maat of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed.
6.
Hulp-op-maat wordt niet ingezet in situaties, waarbij een oplossing gevonden kan worden in het benutten van mogelijkheden in het kader van het Arbeidsrecht of andere regelingen, zoals bijzonder of buitengewoon verlof.
4.3 Gebruikelijke hulp 1. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren: • de leeftijd van de jeugdige • de mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft • de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige • de mate van planbaarheid van de hulp • de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige 2.
Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
3.
Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, dan zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze niet gebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties. a. Kortdurende situaties Er is hierbij uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de draagkracht en draaglast in balans kunnen houden en dat zij de niet gebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. b. Langdurende situaties Het gaat hierbij om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.
Bij de beoordeling in langdurige situaties houdt het college rekening met de volgende factoren: • de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige • de mate van planbaarheid van de hulp • het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders • de manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige • vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond) • of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden • welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen • het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen • de woonsituatie • de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet) • is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen • overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht
4.
Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders, wordt van hen verwacht dat zij de niet gebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
5.
Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaties.
2
6.
Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende: • Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige. • Als de overbelasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. • Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. • Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht. • Het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. • Een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen.
3