was wordt lijst verordening raadscommissie oost gelre 2023
Tekst van het document
Verordening op de raadscommissie van de gemeente Oost Gelre 2023 Was/wordt-tabel Artikel 4 samenstelling Was 1. De raadscommissie bestaat uit 2 of 3 leden per fractie in de raad vertegenwoordigd. Een fractie bestaande uit 1 tot en met 5 leden heeft recht op 2 commissieleden, terwijl een fractie bestaande uit 6 of meer leden recht heeft op 3 leden. 2. Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn ook van toepassing op een lid van de raadscommissie. 3. Een fractie bepaalt voorafgaand aan de vergadering van de raadscommissie welke leden bij welk agendapunt aan de vergadertafel plaatsnemen. Een vertegenwoordiging van een fractie aan de vergadertafel bestaat uit tenminste één raadslid. Een fractie bestaande uit 1 lid kan zich, in geval van verhindering, in de raadscommissie laten vervangen door een lid, niet zijnde raadslid. 4. Niet-raadsleden worden door de raad op voordracht van de fractie benoemd tot lid van de raadscommissie. 5. Alvorens een lid, niet zijnde raadslid, zijn/haar functie kan uitoefenen legt hij/zij in een raadsvergadering in handen van de voorzitter de eed of belofte af
wordt 1. De raadscommissie bestaat uit 2 of 3 leden per fractie in de raad vertegenwoordigd. Een fractie bestaande uit 1 tot en met 5 leden heeft recht op 2 commissieleden, terwijl een fractie bestaande uit 6 of meer leden recht heeft op 3 leden. 2. Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn ook van toepassing op een lid van de raadscommissie. 3. Een fractie bepaalt voorafgaand aan de vergadering van de raadscommissie welke leden bij welk agendapunt aan de vergadertafel plaatsnemen. Een vertegenwoordiging van een fractie aan de vergadertafel bestaat uit tenminste één raadslid. Een fractie bestaande uit 1 lid kan zich, in geval van verhindering, in de raadscommissie laten vervangen door een lid, niet zijnde raadslid. 4. Niet-raadsleden worden door de raad op voordracht van de fractie benoemd tot lid van de raadscommissie. Maximaal 2 nietraadsleden per fractie. 5. Alvorens een lid, niet zijnde raadslid, zijn/haar functie kan uitoefenen legt hij/zij in een raadsvergadering in handen van de voorzitter de eed of belofte af
Artikel 9 Vergaderfrequentie Was 1. In de regel vinden de vergaderingen van de 1. raadscommissie plaats op dinsdag conform het jaarlijks voor de aanvang van het kalenderjaar door het presidium vast te stellen vergaderschema voor de commissie. De vergadering van de raadscommissie vangt aan om 19.30 uur en vindt plaats in het stadhuis in Groenlo. 2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie overleg met het presidium.
Wordt In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie plaats op dinsdag conform het jaarlijks voor de aanvang van het kalenderjaar door het presidium vast te stellen vergaderschema voor de commissie. De vergadering van de raadscommissie vangt aan om 19.30 uur en vindt plaats in het stadhuis in Groenlo. 2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie overleg met het presidium. 4. Na 22:30 uur worden door de voorzitter geen nieuwe agendapunten aan de orde gesteld. De agendapunten die nog niet aan de orde zijn geweest worden op advies van
de raadscommissie doorgeschoven naar de volgende vergadercyclus of rechtstreeks als bespreekstuk naar de raad gedaan.. Artikel 17 Verslag Was 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het vastleggen van het gesprokene in de vergadering van de raadscommissie op een digitale geluidsdrager (audio). De commissiegriffier maakt daarnaast een lijst van toezeggingen. 2. Bij het audioverslag moet het volgende vermeld worden: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, allen voorzover functioneel aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben, afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig waren; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. het advies c.q. standpunt van de commissie of een fractie, de afspraken en de toezeggingen die gedaan zijn.
wordt 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het vastleggen van het gesprokene in de vergadering van de raadscommissie op een digitale beeld- en geluidsdrager (video/audio). De commissiegriffier maakt daarnaast een lijst van toezeggingen. 2. Bij het video- of audioverslag moet het volgende vermeld worden: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, allen voor zover functioneel aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben, afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig waren; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. het advies c.q. standpunt van de commissie of een fractie, de afspraken en de toezeggingen die gedaan zijn.
Artikel 19 Spreektijd Was Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.
1.
2.
Wordt In eerste termijn heeft een lid maximaal 3 minuten spreektijd. Voor het college geldt maximaal 5 minuten. De voorzitter kan, eventueel op verzoek van een lid, een voorstel doen aan de commissie ter aanpassing van de spreektijden. De meerderheid van de commissie dient met dit voorstel akkoord te gaan.
Artikel 25 Beantwoording (technische) vragen Was 1. Vragen, die in de commissievergadering worden gesteld aan de burgemeester en/of de wethouder(s), dienen binnen 2 weken na de vergadering te zijn beantwoord. 2. Indien dit niet lukt doet de burgemeester en of de wethouder(s) daarvan mededeling aan de leden van de commissie onder opgaaf van redenen en het tijdstip waarop de beantwoording kan worden tegemoet gezien.
wordt 1. De leden van de commissie kunnen uitsluitend vooraf technische vragen stellen, zijnde feitelijke- en/of verduidelijkingsvragen en moeten betrekking hebben op de voorliggende stukken. 2. Technische vragen die donderdag, voorafgaand aan de raadscommissie, voor 12:00 uur bij de griffie worden ingediend, worden uiterlijk maandag voor 16:00 uur beantwoord door het college. Tenzij het college voor de beantwoording afhankelijk
2
is van informatie van derden. Het college doet hiervan terstond bericht aan de vragensteller. 3. De schriftelijke beantwoording loopt via de griffie en wordt aan alle raads- en commissieleden beschikbaar gesteld. 4. Overige vragen, die in de commissievergadering worden gesteld aan de burgemeester en/of de wethouder(s), dienen binnen 2 weken na de vergadering te zijn beantwoord. 5. Indien dit niet lukt doet de burgemeester en of de wethouder(s) daarvan mededeling aan de leden van de commissie onder opgaaf van redenen en het tijdstip waarop de beantwoording kan worden tegemoet gezien.
Artikel 26 Vragenuur Was 1. Aan het begin van de vergadering van een raadscommissie is er een vragenuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2. Het vragenuur spitst zich toe op vragen die betrekking hebben op politieke en bestuurlijke actualiteiten. 3. Het lid van de commissie dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 12 uur voor aanvang van de vergadering bij de commissiegriffier. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, niet politiek en bestuurlijk actueel is of indien het onderwerp in de commissievergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 5. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de commissie. 6. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 7.
Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
wordt 1. Aan het begin van de vergadering van een raadscommissie is er een vragenuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2. Het vragenuur spitst zich toe op vragen die betrekking hebben op politieke en bestuurlijke actualiteiten. 3. Elke fractie mag één vraag mondeling stellen. Bij meerdere vragen worden deze binnen 10 werkdagen schriftelijk beantwoord door het college. 4. Het lid van de commissie dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 12 uur voor aanvang van de vergadering bij de commissiegriffier. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, niet politiek en bestuurlijk actueel is of indien het onderwerp in de commissievergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 5. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 6. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de commissie. 7.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
3
8. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 9. Tijdens het vragenuur worden geen interrupties toegelaten.
8. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 9. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 10. Tijdens het vragenuur worden geen interrupties toegelaten.
Artikel 30 Geheimhouding Was Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.
Wordt Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 87 van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.
Artikel 31 Opheffing geheimhouding Was Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Wordt Indien de raad op grond van artikel 89 van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Artikel 34 Verbod op gebruik mobiele telefoon Was In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan.
Wordt Vervallen
4