was - wordt lijst ontwerpregeling gr fijnder
Tekst van het document
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
Gemeenschappelijke Regeling Fijnder NB: artikelen die alleen zijn hernummerd zijn niet in deze was-wordtlijst opgenomen. WAS WORDT Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Sociale Gemeenschappelijke Regeling Fijnder Dienst Oost Achterhoek zodat die komt te luiden als volgt: Gemeenschappelijke Regeling Fijnder De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk, ieder voor zover zij daartoe bevoegd zijn;
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk, ieder voor zover zij daartoe bevoegd zijn;
Overwegende dat:
Overwegende dat:
•
er sinds 1 januari 2010 een gemeenschappelijke regeling Sociale Dienst Oost Achterhoek bestaat;
•
per 1 januari 2022 de Gemeenschappelijke Regeling Fijnder bestaat;
•
de visie op de doorgaande ontwikkellijn van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt door de gemeenteraden van de drie gemeenten is vastgesteld;
•
•
de colleges van de drie gemeenten de sociale werkvoorziening willen behouden als instrument voor de doorgaande ontwikkellijn;
per 1 juli 2022 een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb 2022,128) in werking is getreden en dat door deze wetswijziging gemeenschappelijke regelingen binnen twee jaar na de inwerkingtreding dienen te voldoen aan deze wet;
•
de colleges van de drie gemeenten het wenselijk vinden dat de Sociale Dienst Oost Achterhoek en de besloten vennootschap Werkbaan Oost B.V. per 1
Toelichting
Gewijzigde inleiding
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder januari 2022 gaan samenwerken in een werkleerbedrijf; •
dat de nieuwe organisatie een juridische basis dient te krijgen in de vorm van een openbaar lichaam krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen;
•
het vanuit praktisch oogpunt wenselijk is dat hiervoor de gemeenschappelijke regeling Sociale Dienst Oost Achterhoek op een aantal punten wordt gewijzigd;
•
als gevolg van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 het publiekrechtelijke ambtenarenrecht is overgegaan naar het privaatrechtelijke arbeidsrecht en dat dit eveneens leidt tot enkele aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling;
•
de nieuwe naam van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling komt per 1 januari 2022 te luiden: Gemeenschappelijke Regeling Fijnder.
Gelet op:
Gelet op:
De instemmingsbesluiten van de gemeenteraden van Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk en het advies van het dagelijks bestuur van deze regeling;
De instemmingsbesluiten van de gemeenteraden van Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk en het advies van het dagelijks bestuur van deze regeling;
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder Besluiten:
Besluiten:
Tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Sociale Dienst Oost Achterhoek, zodat die komt te luiden: Gemeenschappelijke Regeling Fijnder, door vaststelling van onderstaande integrale tekst.
Tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Fijnder, door vaststelling van onderstaande integrale tekst.
Artikel 1:
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
In deze regeling verstaat onder:
In deze regeling verstaat onder:
a. de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; b. deelnemende gemeenten: de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk; c. de dienst: Fijnder; d. de raden: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten; e. de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Fijnder; f. Fijnder: het openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet; g. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 2 1. 2. 3.
Openbaar lichaam
Er is een openbaar lichaam Fijnder. De dienst is gevestigd in Groenlo. Het rechtsgebied van het openbaar lichaam omvat het gezamenlijke grondgebied van de deelnemende gemeenten.
Artikel 3
Belang en visie
Begripsomschrijvingen
a. de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; b. deelnemende gemeenten: de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk; c. de raden: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten; d. de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Fijnder; e. Fijnder: het openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet; f. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 2 1. 2. 3.
Openbaar lichaam
Er is een openbaar lichaam Fijnder. Fijnder is gevestigd in Groenlo. Het rechtsgebied van het openbaar lichaam omvat het gezamenlijke grondgebied van de deelnemende gemeenten.
Artikel 3
Belang en visie
Lid c verwijderd, de term Dienst is in de tekst vervangen door de naam Fijnder.
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
1.
2.
3.
4. 5.
Deze regeling wordt getroffen om zorg te dragen voor een effectieve en efficiënte uitvoering van de aan de colleges opgedragen taken op het gebied van participatie, re-integratie, sociale werkvoorziening, werk en inkomen. De dienst richt zich op maximale ondersteuning, ontwikkeling en zelfredzaamheid van klanten op het gebied van arbeid, inkomen en participatie. De dienst werkt vanuit de bedoeling, is klantgericht, resultaatgericht en levert, in samenwerking met de partners, maatwerk. De dienst voert de opgedragen taken uit met betrokken, professioneel en kwalitatief goed personeel. De dienst heeft ambitie en wenst een voortrekkersrol te vervullen.
Artikel 4
Taken en bevoegdheden
1. Het algemeen bestuur van Fijnder heeft als taak zorg te dragen voor de uitvoering van de taken van de colleges, als genoemd in de volgende wetten en alle regelingen en alle regelgeving op landelijk en gemeentelijk niveau waarmee nadere uitwerking wordt gegeven aan deze wetten: a. Participatiewet; b. Wet sociale werkvoorziening (Wsw); c. Besluit bijstandsverlening zelfstandigen;
1. Deze regeling wordt getroffen om zorg te dragen voor een effectieve en efficiënte uitvoering van de aan de colleges opgedragen taken op het gebied van participatie, re-integratie, sociale werkvoorziening, werk en inkomen. 2. Fijnder richt zich op maximale ondersteuning, ontwikkeling en zelfredzaamheid van klanten op het gebied van arbeid, inkomen en participatie. 3. Fijnder werkt vanuit de bedoeling, is klantgericht, resultaatgericht en levert, in samenwerking met de partners, maatwerk. 4. Fijnder voert de opgedragen taken uit met betrokken, professioneel en kwalitatief goed personeel. 5. Fijnder heeft ambitie en wenst een voortrekkersrol te vervullen.
Artikel 4
Taken en bevoegdheden
1. Het algemeen bestuur van Fijnder heeft als taak zorg te dragen voor de uitvoering van de taken van de colleges, als genoemd in de volgende wetten en alle regelingen en alle regelgeving op landelijk en gemeentelijk niveau waarmee nadere uitwerking wordt gegeven aan deze wetten: a. Participatiewet; b. Wet sociale werkvoorziening (Wsw); c. Besluit bijstandsverlening zelfstandigen;
Technische aanpassing in lid g verband met de noodzakelijke mandaatverlening aan het ROZ. Dit vanwege het verzorgen van een uitgifte van de verklaring Wsnp.
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder d.
2.
3.
4.
5.
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; e. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. f. Gemeentelijke regeling op het gebied van de bijzondere bijstand. g. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor zover het de (ex-) zelfstandige betreft die behoort tot de kring van rechthebbenden voor het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Het algemeen bestuur heeft als taak zorg te dragen voor de uitvoering ten aanzien van het gemeentelijke minimabeleid. Het opstellen van het beleid blijft een bevoegdheid van de colleges. Ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, dragen de colleges hun bevoegdheden over aan het algemeen bestuur. De colleges kunnen ten aanzien van de overgedragen bevoegdheden, bedoeld in het derde lid, beleidsregels geven overeenkomstig artikel 4:81, eerste lid, en artikel 10:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De taken genoemd onder het eerste lid worden zoveel mogelijk uitgevoerd in
d.
2.
3.
4.
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; e. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. f. Gemeentelijke regeling op het gebied van de bijzondere bijstand. g. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Faillissementswet voor zover het de (ex-) zelfstandige betreft die behoort tot de kring van rechthebbenden voor het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Het algemeen bestuur heeft als taak zorg te dragen voor de uitvoering ten aanzien van het gemeentelijke minimabeleid. Het opstellen van het beleid blijft een bevoegdheid van de colleges. Ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, dragen de colleges hun bevoegdheden over aan het algemeen bestuur. De colleges kunnen ten aanzien van de overgedragen bevoegdheden, bedoeld in het derde lid, beleidsregels geven overeenkomstig artikel 4:81, eerste lid, en artikel 10:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
6.
7.
samenwerking met de ketenpartners als bedoeld in de wet Structuur uitvoeringsorganisatie en inkomen. Met het oog op de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, kunnen de gemeenten aan Fijnder opdrachten voor dienstverlening verlenen. De colleges kunnen ook andere taken opdragen aan het bestuur, voor zover het algemeen bestuur daarmee instemt met gekwalificeerde meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
Artikel 5 1.
2.
Dienstverlening
Naast de in artikel 4 bedoelde taken is de dienst bevoegd tot het verrichten van diensten voor een of meer deelnemende gemeenten, voor gemeenten buiten het in artikel 2, derde lid, genoemde rechtsgebied en/of andere organen of rechtspersonen dan de deelnemende gemeenten. De dienst verleent alleen diensten aan gemeenten buiten het artikel 2, derde lid, genoemde rechtsgebied en/of andere organen en rechtspersonen dan de deelnemende gemeenten als het algemeen bestuur hiermee instemt, met dien verstande dat de dienst ten minste tachtig procent van zijn werkzaamheden uitsluitend voor de deelnemende gemeente verricht. Het algemeen bestuur beslist over de dienstverlening aan derden.
5.
6.
7.
De taken genoemd onder het eerste lid worden zoveel mogelijk uitgevoerd in samenwerking met de ketenpartners als bedoeld in de wet Structuur uitvoeringsorganisatie en inkomen. Met het oog op de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, kunnen de gemeenten aan Fijnder opdrachten voor dienstverlening verlenen. De colleges kunnen ook andere taken opdragen aan het bestuur, voor zover het algemeen bestuur daarmee instemt met gekwalificeerde meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
Artikel 5 1.
2.
3.
Dienstverlening
Naast de in artikel 4 bedoelde taken is Fijnder bevoegd tot het verrichten van diensten voor een of meer deelnemende gemeenten, voor gemeenten buiten het in artikel 2, derde lid, genoemde rechtsgebied en/of andere organen of rechtspersonen dan de deelnemende gemeenten. Fijnder verleent alleen diensten aan gemeenten buiten het artikel 2, derde lid, genoemde rechtsgebied en/of andere organen en rechtspersonen dan de deelnemende gemeenten als het algemeen bestuur hiermee instemt, met dien verstande dat Fijnder ten minste tachtig procent van zijn werkzaamheden uitsluitend voor de deelnemende gemeente verricht. Het algemeen bestuur beslist over de dienstverlening aan derden. De dienstverlening bedoeld in het eerste lid geschiedt in principe op basis van een
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder 3.
De dienstverlening bedoeld in het eerste lid geschiedt in principe op basis van een overeenkomst, tussen de dienst en gemeente of gemeenten, dan wel organen of rechtspersonen die het aangaat. In deze overeenkomst wordt vastgelegd welke prestaties de dienst zal leveren, de kosten die bij deze derden in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot de dienstverlening wordt overgegaan.
Artikel 6 1. 2.
Algemeen
Het bestuur van de dienst bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de dienst.
overeenkomst, tussen Fijnder en gemeente of gemeenten, dan wel organen of rechtspersonen die het aangaat. In deze overeenkomst wordt vastgelegd welke prestaties Fijnder zal leveren, de kosten die bij deze derden in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot de dienstverlening wordt overgegaan.
Artikel 6
Algemeen
1.
Het bestuur van Fijnder bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. 2. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van Fijnder. Artikel 13a Zienswijze besluiten algemeen bestuur De algemeen verbindende voorschriften ten aanzien van de aan Fijnder gedelegeerde bevoegdheden zijn opgenomen in de verordening sociaal domein van de drie aangesloten gemeenten. Daarnaast handelt Fijnder binnen de kaders van de begroting. Het Algemeen Bestuur kan besluiten om een zienswijze te vragen op een voorgenomen besluit met een verstrekkend politiek of financieel karakter, dat niet valt onder de kaders van de verordening sociaal domein of de begroting.
Nieuw artikel In de gewijzigde Wgr is de verplichting opgenomen om in de regeling afspraken te maken over besluiten, waarop het bestuur van de regeling (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) een zienswijze aan de raden vraagt. De besluitvormingsprocedure rondom besluiten over de begroting(wijzigingen) is opgenomen in artikel 31 van de GR. Daarnaast zijn de algemeen verbindende voorschriften ten aanzien van de aan Fijnder gedelegeerde bevoegdheden opgenomen in de verordening sociaal domein van de drie individuele gemeenten. Besluitvorming hieromtrent vindt reeds plaats door de
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder gemeenteraden. De actieve informatieplicht maakt dat raden proactief worden geïnformeerd. Verder is in deze bepaling opgenomen dat het Algemeen Bestuur een zienswijze kan vragen aan de raden op besluiten die buiten deze hiervoor aangehaalde kaders vallen. Artikel 16 1.
2.
3.
Ontslag leden
Het algemeen bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten. Over een voorstel tot het verlenen van ontslag als bedoeld in het eerste lid wordt niet beraadslaagd of besloten, dan nadat het algemeen bestuur ten minste twee weken en ten hoogste drie maanden tevoren heeft verklaard, dat de betrokken leden van het dagelijks bestuur het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten. De oproeping tot de vergadering waarin over dat voorstel wordt beraadslaagd of besloten wordt ten minste achtenveertig uur voor de aanvang of zoveel eerder als het algemeen bestuur heeft bepaald, bij de leden van het algemeen bestuur bezorgd. Zij vermeldt het voorstel tot het verlenen van ontslag als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 16 1.
2.
3.
Ontslag leden
Het algemeen bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten. Over een voorstel tot het verlenen van ontslag als bedoeld in het eerste lid wordt niet beraadslaagd of besloten, dan nadat het algemeen bestuur ten minste twee weken en ten hoogste drie maanden tevoren heeft verklaard, dat de betrokken leden van het dagelijks bestuur het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten. De oproeping tot de vergadering waarin over dat voorstel wordt beraadslaagd of besloten wordt ten minste achtenveertig uur voor de aanvang of zoveel eerder als het algemeen bestuur heeft bepaald, bij de leden van het algemeen bestuur bezorgd. Zij vermeldt het voorstel tot het verlenen van ontslag als bedoeld in het eerste lid.
Lid 5 is nieuw. Hiermee wordt geregeld dat bij langdurige afwezigheid het Algemeen Bestuur een interim bestuurder of een opvolger kan aanwijzen. Bij kortdurende afwezigheid vindt interne vervanging door de leden van het Dagelijks Bestuur plaats.
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder 4.
Artikel 13, tweede tot en met het zevende lid, is niet van toepassing bij besluiten van het algemeen bestuur ingevolge dit artikel.
4.
5.
Artikel 13, tweede tot en met het zevende lid, is niet van toepassing bij besluiten van het algemeen bestuur ingevolge dit artikel. Bij langdurige ontstentenis kan een interim bestuurder of een opvolger worden aangewezen door het algemeen bestuur. Bij een kortdurende afwezigheid werkt het dagelijks bestuur met een interne vervangingsregeling.
Artikel 18a Bestuur
Zienswijze besluiten Dagelijks
In de verordening sociaal domein zijn de algemeen verbindende voorschriften opgenomen die het kader vormen voor het handelen van Fijnder. Er zijn derhalve geen besluiten van het dagelijks bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze moet worden gevraagd, bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 20a
Zienswijze besluiten voorzitter
Nieuw artikel In de gewijzigde Wgr is de verplichting opgenomen om in de regeling afspraken te maken over besluiten, waarop het bestuur van de regeling (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) een zienswijze aan de raden vraagt. Afgezien van het besluit over de begroting(wijzigingen) zijn er geen andere besluiten van het bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze moet worden gevraagd. De actieve informatieplicht maakt dat raden proactief worden geïnformeerd. Nieuw artikel
Er zijn geen besluiten van de voorzitter, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze moet worden gevraagd, bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.
De voorzitter heeft behoudens de taken zoals genoemd in artikel 21 van de GR Fijnder geen zelfstandige bevoegdheid tot het nemen van besluiten.
Artikel 22a Gemeenschappelijke raadscommissie
Nieuw artikel
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden, met inachtneming van artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen, een gemeenschappelijke raadscommissie in. De gemeenschappelijke raadscommissie kan het algemeen bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de raden met betrekking tot de regeling voorbereiden of de raden van advies voorzien.
In de regeling is in artikel 22a een bepaling opgenomen gelijkluidend aan artikel 24a Wgr. Dit artikel biedt de mogelijkheid om een gemeenschappelijke raadscommissie in te stellen. De commissie kan advies geven over onderwerpen, die geagendeerd worden bij het algemeen bestuur. De instelling van een raadsadviescommissie geschiedt door het algemeen bestuur op verzoek van de betrokken gemeenteraden. Alle raden moeten instemmen met de instelling van de raadsadviescommissie. Dus unaniem. Het algemeen bestuur is vervolgens verplicht tot instelling over te gaan. Het kiezen van de leden van de commissie is dan weer aan de raden, waarbij een raad er ook voor kan kiezen niet actief te participeren (art. 24a lid 3 Wgr). Alleen raadsleden kunnen lid zijn (art. 24a lid 3 en 4 Wgr).
Artikel 22b Participatie 1. Onverminderd het bepaalde in de verordening van de raden op grond van artikel 47 van de Participatiewet, draagt het bestuur van Fijnder zorg voor de instelling van een cliëntenraad bestaande uit personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, Participatiewet of hun vertegenwoordigers. 2. De cliëntenraad, bedoeld in het vorige lid, wordt betrokken bij de voorbereiding uitvoering en evaluatie van het beleid.
Nieuw artikel De gewijzigde Wgr schrijft voor dat de regeling een bepaling moet bevatten hoe inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid worden betrokken. Het is ook mogelijk om de inspraak via de gemeenteraden te laten verlopen. Wat betreft de doelgroep van de Participatiewet is participatie nadrukkelijk in de Participatiewet vastgelegd. In de verordening sociaal domein van de Fijnder gemeenten zijn regels opgenomen over hoe cliëntenparticipatie wordt vormgegeven. Fijnder heeft een eigen cliëntenraad. De cliëntenraad vormt een afspiegeling van de inwoners die het werkleerbedrijf Fijnder ondersteunt. De belangen
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
Artikel 23
1.
2.
3.
4.
Informatie- en verantwoordingsplicht van het dagelijks bestuur en zijn leden
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Het dagelijks bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.
Artikel 23
1.
2.
3.
4.
5.
Artikel 24 Informatie- en verantwoordingsplicht van de voorzitter
Informatie- en verantwoordingsplicht van het dagelijks bestuur en zijn leden
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Het dagelijks bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Met het oog op de Wet open overheid (Woo) maakt het bestuur in ieder geval uit eigen beweging openbaar de categorieën genoemd in artikel 3.3 Woo.
Artikel 24 Informatie- en verantwoordingsplicht van de voorzitter
van SW-medewerkers worden vanuit een onderdeelcommissie behartigd. Lid 5 is toegevoegd Artikel 17 lid 2 en 3 Wgr introduceert een actieve informatieplicht voor het bestuur van Fijnder. In dat kader is het bestuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) verplicht om de gemeenteraden actief te informeren, zodat de raden hun taken goed kunnen oppakken. Het gaat hier om een rechtstreekse informatieplicht, dus niet door tussenkomst van de colleges. De actieve informatieplicht is in lid 2 tot uitdrukking gebracht. Een belangrijk onderdeel van de Woo is de verplichting tot actieve openbaarmaking van verschillende informatiecategorieën door alle bestuursorganen. Deze verplichting treedt gefaseerd in werking (per informatiecategorie) omdat organisaties tijd nodig hebben de openbaarmaking van de verschillende categorieën voor te bereiden en in te richten. Dit is beschreven in lid 5.
Aanvulling in lid 4 Artikel 17 lid 2 en 3 Wgr introduceert een actieve informatieplicht voor het bestuur van Fijnder. In dat kader is het bestuur (algemeen bestuur,
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder 1. 2.
3.
4.
5.
De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door hem gevoerde bestuur. De voorzitter geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. De voorzitter geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. De voorzitter geeft de raden mondeling of schriftelijk een door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Het algemeen bestuur kan besluiten de voorzitter ontslag te verlenen, indien de voorzitter het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.
1. 2.
3.
4.
5.
De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door hem gevoerde bestuur. De voorzitter geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. De voorzitter geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. De voorzitter geeft de raden mondeling of schriftelijk een door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, alsmede uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Het algemeen bestuur kan besluiten de voorzitter ontslag te verlenen, indien de voorzitter het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.
Artikel 25 Informatie- en verantwoordingsplicht van het algemeen bestuur
Artikel 25 Informatie- en verantwoordingsplicht van het algemeen bestuur
1.
1.
2.
Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van Fijnder. Het algemeen bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, tenzij de verstrekking ervan in strijd is met het openbaar belang.
2.
Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van Fijnder. Het algemeen bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, alsmede uit eigen beweging alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun
dagelijks bestuur en de voorzitter) verplicht om de gemeenteraden actief te informeren, zodat de raden hun taken goed kunnen oppakken. Het gaat hier om een rechtstreekse informatieplicht, dus niet door tussenkomst van de colleges. De actieve informatieplicht is in lid 2 tot uitdrukking gebracht.
Aanvulling in lid 2 Artikel 17 lid 2 en 3 Wgr introduceert een actieve informatieplicht voor het bestuur van Fijnder. In dat kader is het bestuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) verplicht om de gemeenteraden actief te informeren, zodat de raden hun taken goed kunnen oppakken. Het gaat hier om een rechtstreekse informatieplicht, dus niet door tussenkomst van de colleges. De actieve informatieplicht is in lid 2 tot uitdrukking gebracht.
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder taken, tenzij de verstrekking ervan in strijd is met het openbaar belang. Artikel 29 1.
Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden.
Artikel 31 1.
2.
3.
Kadernota
Begrotingsprocedure
Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks de ontwerpbegroting voor het volgende kalenderjaar vergezeld van een toelichting, uiterlijk 1 mei van het lopende kalenderjaar toe aan de raden. De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaar stelling geschiedt openbare kennisgeving. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Artikel 29
Kadernota
1. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden.
Artikel 31 1.
2.
3.
Begrotingsprocedure
Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, ten minste twaalf weken voor de in artikel 32, eerste lid, bedoelde vaststelling, de raden een ontwerp aan voor de begroting met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaar stelling geschiedt openbare kennisgeving. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Wijziging in lid 1 Als gevolg van de wetswijziging verandert een aantal data in de planning- en control-cyclus. De in de Wgr gewijzigde data zijn in de regeling verwerkt en het proces ten aanzien de planningen control-cyclus is opnieuw uitgelijnd. Vooruitlopend op de wijziging in de gemeenschappelijke regeling is door Fijnder de herziene P&C cyclus reeds opgenomen in de financiële verordening en sluit hierop reeds aan. Wijziging in lid 1 en nieuw lid 4 In de gewijzigde Wgr is de verplichting opgenomen om in de regeling afspraken te maken over besluiten, waarop het bestuur van de regeling (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) een zienswijze aan de raden vraagt. Het DB moet gemotiveerd en schriftelijk reageren op de zienswijze. Daarmee moet worden voorkomen dat zienswijzen ongemotiveerd genegeerd worden.
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder 4.
Artikel 32 1.
2.
3.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. De begroting is vastgesteld wanneer ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen voor zijn. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten van de provincie Gelderland.
Artikel 34 1. 2.
Vaststelling begroting
Jaarrekening
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de
Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede de eventuele conclusie die het daaraan verbindt.
Artikel 32 1.
2.
3.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. De begroting is vastgesteld wanneer ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen voor zijn. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten van de provincie Gelderland.
Artikel 34 1. 2.
Vaststelling begroting
Jaarrekening
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de
Wijziging in lid 3 Als gevolg van de wetswijziging verandert een aantal data in de planning- en control-cyclus. De in de Wgr gewijzigde data zijn in de regeling verwerkt en het proces ten aanzien de planningen control-cyclus is opnieuw uitgelijnd. Vooruitlopend op de wijziging in de gemeenschappelijke regeling is door Fijnder de herziene P&C cyclus reeds opgenomen in de financiële verordening en sluit hierop reeds aan.
Wijziging in lid 2 Als gevolg van de wetswijziging verandert een aantal data in de planning- en control-cyclus. De in de Wgr gewijzigde data zijn in de regeling verwerkt en het proces ten aanzien de planningen control-cyclus is opnieuw uitgelijnd. Vooruitlopend op de wijziging in de
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
3.
jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten en aan de raden.
Artikel 37
Vergoedingen
3.
jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten en aan de raden.
Artikel 37
gemeenschappelijke regeling is door Fijnder de herziene P&C cyclus reeds opgenomen in de financiële verordening en sluit hierop reeds aan.
Vergoedingen
Reis- en verblijfkosten gemaakt als bestuurslid van de dienst worden vergoed door de gemeente die het lid vertegenwoordigt, op basis van de reisen verblijfkostenregeling die in die gemeente van toepassing is.
Reis- en verblijfkosten gemaakt als bestuurslid van Fijnder worden vergoed door de gemeente die het lid vertegenwoordigt, op basis van de reis- en verblijfkostenregeling die in die gemeente van toepassing is.
Hoofdstuk 9 De regeling
Hoofdstuk 9 De regeling
Nieuw artikel
Afdeling 9.1
Duur en evaluatie
Artikel 39
Duur
Op grond van de gewijzigde Wet moeten er afspraken worden gemaakt over de evaluatie van de regeling. Die verplichting houdt alleen in dat er iets geregeld moet worden, niet dat er daadwerkelijk wordt geëvalueerd. Er kan worden gekozen om de regeling niet te evalueren.
Artikel 39
Duur
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 40 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur kan besluiten om de regeling te evalueren 2. De inhoud en omvang van de evaluatie wordt door het algemeen bestuur bepaald. Afdeling 9.2 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing
Hernummering en aanvulling in lid 1
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
Artikel 40 1.
2.
De regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Wijziging geschiedt bij gewone meerderheid. Het algemeen bestuur kan een voorstel tot wijziging sturen naar de colleges. Een voorstel kan ook worden ingediend bij het algemeen bestuur door ten minste twee colleges. Het algemeen bestuur zendt het voorstel, bedoeld in de vorige volzin, onverwijld door aan de colleges.
Artikel 41 1.
2.
3.
Wijziging
Toetreding
Het college van burgemeester en wethouders van een andere gemeente die wenst toe te treden, kunnen een verzoek daartoe richten aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het verzoek tot toetreding binnen drie maanden na ontvangst door aan de colleges onder overlegging van zijn advies over de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. De toetreding is tot stand gekomen indien de beoogde toetreder en de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, daartoe besluiten.
Artikel 41 1.
2.
De regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Wijziging geschiedt bij gewone meerderheid. Het algemeen bestuur kan een voorstel tot wijziging sturen naar de colleges. Een voorstel kan ook worden ingediend bij het algemeen bestuur door ten minste twee colleges. Het algemeen bestuur zendt het voorstel, bedoeld in de vorige volzin, onverwijld door aan de colleges.
Artikel 42 1.
2.
3.
Wijziging
Toetreding
Het college van burgemeester en wethouders van een andere gemeente die wenst toe te treden, kunnen een verzoek daartoe richten aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het verzoek tot toetreding binnen drie maanden na ontvangst door aan de colleges onder overlegging van zijn advies over de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. De toetreding is tot stand gekomen indien de beoogde toetreder en de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, daartoe besluiten.
Hernummering en aanvulling in lid 1
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
Artikel 42 1.
2.
3.
4.
5.
Uittreding
Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit uiterlijk drie kalendermaanden vóór het einde van het kalenderjaar kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor Fijnder. De kosten voor het maken van het voorstel komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het tweede jaar volgende op het jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit genoemd in het eerste lid, in kennis is gesteld. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges.
Artikel 43 1.
2.
3.
Uittreding
Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit uiterlijk drie kalendermaanden vóór het einde van het kalenderjaar kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges. Indien de regeling slechts twee colleges als deelnemers heeft wordt een verzoek tot uittreding beschouwd als een verzoek tot opheffing conform artikel 52. Uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het tweede jaar volgende op het jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit genoemd in het eerste lid, in kennis is gesteld.
Artikel 44
Aanvang uittredingsprocedure
1. Een college zendt zijn besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het
Hernummering, nieuw lid 2 en vervallen leden 2,3 en 5. Deze leden zij verplaatst naar de navolgende artikelen. Dit artikel regelt het moment waarop kan worden uitgetreden. Indien de regeling uit slechts twee colleges bestaat dan wordt een verzoek tot uittreding gezien als een verzoek om opheffing. In dat geval is er geen sprake meer van een gezamenlijke regeling.
Nieuw artikel Dit artikel regelt de wijze waarop de procedure voor uittreding en voor het vaststellen van het uittredingsplan aanvangt. Bepalend voor de
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
2. 3.
4.
5.
6.
algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. Het algemeen bestuur zendt het besluit, bedoeld in het eerste lid, onverwijld door aan de overige colleges. Het algemeen bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het concept voor het uittredingsplan. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. Indien het algemeen bestuur van oordeel is dat het besluit tot uittreding van een college ertoe leidt dat continuering van de samenwerking in de regeling redelijkerwijs niet meer mogelijk is, doet zij de colleges een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling Fijnder als bedoeld in artikel 52. Indien binnen drie maanden na ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit als bedoeld in het eerste lid door ten minste twee colleges van de andere deelnemers wordt besloten tot uittreding dan wel tot opheffing van de regeling worden deze besluiten tot uittreding respectievelijk deze besluiten tot opheffing beschouwd als besluiten tot opheffing als bedoeld in artikel 52.
Artikel 45 Procedure voor vaststellen uittredingsplan
aanvang van de uittredingsprocedure is het moment waarop het algemeen bestuur van Fijnder het uittredingsbesluit van het college van de uittredende deelnemer heeft ontvangen (lid 1). De uittreding heeft in veel gevallen financiële gevolgen voor de GR Fijnder, maar mogelijk ook andere (lid 4); de uittredende deelnemer dient de directe gevolgen van de uittreding te compenseren (zie ook artikel 51). Daarom dient het algemeen bestuur van Fijnder deze gevolgen zo spoedig mogelijk te inventariseren. Onderdeel van deze inventarisatie is ook het bepalen op welke wijze met deze gevolgen kan worden omgegaan. Daaronder valt ook de vraag op welke wijze bepaalde gevolgen kunnen worden voorkomen of verminderd. De verplichting hiertoe is ook vastgelegd in artikel 50. Bij de inventarisatie van de gevolgen van de uittreding kan het algemeen bestuur constateren dat er grond is om te betwijfelen of na deze uittreding de samenwerking tussen de overblijvende deelnemers nog zinvol is voor een of meer deelnemers. In dat geval doet het algemeen bestuur de deelnemers het voorstel de gemeenschappelijke regeling op te heffen (lid 5).
Het zesde lid biedt in aansluiting hierop een specifieke voorziening in de zin dat daarin wordt geregeld dat het besluit tot uittreding moet worden beschouwd als een besluit tot opheffing indien binnen 3 maanden na ontvangst door het algemeen bestuur van het uittredingsbesluit de colleges van twee andere deelnemers hebben besloten tot opheffing. Nieuw artikel
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder 1. Het uittredingsplan bepaalt met inachtneming van het bepaalde in dit besluit de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer aan de Gemeenschappelijke Regeling Fijnder. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer aan de Gemeenschappelijke Regeling Fijnder, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept uittredingsplan voorbereidt. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het algemeen bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. De selectiecommissie besluit bij meerderheid van stemmen. 4.
De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste 8 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen
Het uittredingsplan dient allereerst de systematiek te bevatten op basis waarvan de uittreedsom moet worden bepaald. Deze systematiek dient mede te zijn gebaseerd op de inhoud van de regeling (lid 1). Dit artikel regelt het moment waarop kan worden uitgetreden. Indien de regeling uit slechts twee colleges bestaat dan wordt een verzoek tot uittreding gezien als een verzoek om opheffing. In dat geval is er geen sprake meer van een gezamenlijke regeling. De nadelige personele gevolgen van de uittreding kunnen mogelijk deels worden verminderd doordat de uittredende partij (een deel van) het betrokken boventallige personeel overneemt. Artikel 50 legt in dat kader een inspanningsverplichting op aan de uittredende deelnemer. Het algemeen bestuur wijst een onafhankelijke externe deskundige aan die het uittredingsplan voorbereidt en die met name de uittreedsom berekent (lid 3). De onafhankelijke externe deskundige, zal veelal een financieel deskundige zijn. Voor de hand ligt dat dit - gelet op de gewenste expertise - een accountant zal zijn. Echter niet ondenkbaar is dat (daarnaast) bijvoorbeeld ook nog juridische expertise noodzakelijk is, die niet bij de GR of de uittredende deelnemer zelf aanwezig is. Dit kan een gespecialiseerd advocaat zijn, maar ook een andere juridische expert.
Dergelijke kosten die met de inhuur van de onafhankelijke externe deskundige gepaard gaan behoren tot de frictiekosten. De kosten van inhuur van een advocaat of andere juridische expertise die voortkomen uit een conflict tussen partijen, behoren niet tot dergelijke frictiekosten en komen voor eigen rekening van de partijen. Dit artikel
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk 8 maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
bepaalt welke kosten als gevolg van de uittreding voor compensatie door de uittredende deelnemer in aanmerking komen. De uittredingsregeling maakt daarbij onderscheid tussen frictiekosten en desintegratiekosten. Het is raadzaam om allereerst per betrokken kostensoort te berekenen alsof sprake is van liquidatie van het aandeel van de uittredende deelnemer in die kostensoort. De kosten die aldus worden berekend (en bij de uittredende deelnemer in rekening gebracht dienen te worden) worden verminderd met eventuele baten die ontstaan doordat de capaciteit waarop de kosten betrekking hebben op alternatieve wijze kan worden ingezet (bijvoorbeeld; de inkomsten uit onderverhuur van overtollige bedrijfsruimte kunnen in mindering worden gebracht op de kosten voor leegstand). Om een zo groot mogelijk draagvlak te verkrijgen voor de inhoud van het uittredingsplan, geschiedt de aanwijzing van de onafhankelijk externe deskundige op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en Fijnder (lid 4). Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie deze onafhankelijke deskundige aan. De deskundige dient expertise te hebben op het terrein van overheidsfinanciën en accounting.
De deskundige dient niet in dienst te zijn van Fijnder of van een van de (uittredende of achterblijvende) deelnemers of voor hen in opdracht te werken waardoor hij een tegenstrijdig belang kan hebben. De selectiecommissie beslist bij meerderheid van stemmen
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder In de procedure voor berekening van de uittreedsom wordt onderscheid gemaakt tussen de voorlopige uittreedsom en de definitieve uittreedsom (leden 2 en 6). Het algemeen bestuur stelt het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast ten minste 8 maanden voorafgaand aan de daadwerkelijke uittreding; het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar (lid 5). Zowel het uittredingsplan als de voorlopige uittreedsom hebben de status van een besluit en zijn vatbaar voor bezwaar en beroep. Met deze procedure hebben alle betrokken partijen ten minste een jaar voorafgaand aan de uitreding een hoge mate van duidelijkheid over de condities voor uittreding en de hoogte van de (voorlopige) uittreedsom. Omdat de hoogte van de uittreedsom in het laatste jaar van deelname in Fijnder nog kan wijzigen bepaalt het vierde lid dat het algemeen bestuur binnen acht maanden na het moment van uittreding de definitieve uittreedsom dient te bepalen. Het algemeen bestuur dient dat te doen op basis van de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van de uittreding (lid 6). De definitieve uittreedsom is een besluit en is eveneens vatbaar voor bezwaar en beroep.
De systematiek voor berekening van de definitieve uittreedsom is al vastgesteld op het moment van vaststelling van het uittredingsplan (lid 1) Artikel 46 Te vergoeden kosten
Nieuw artikel
1. De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten
Dit artikel bepaalt welke kosten als gevolg van de uittreding voor compensatie door de uittredende deelnemer in aanmerking komen. De
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder
2.
3.
4.
5.
en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. De frictiekosten en desintegratiekosten worden berekend op basis van de principes van goed koopmanschap en de principes van accounting. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door de Gemeenschappelijke Regeling Fijnder die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemer. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de Gemeenschappelijke Regeling Fijnder die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door de Gemeenschappelijke Regeling Fijnder die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. De Gemeenschappelijke Regeling Fijnder brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
uittredingsregeling maakt daarbij onderscheid tussen frictiekosten en desintegratiekosten. Het is raadzaam om allereerst per betrokken kostensoort te berekenen alsof sprake is van liquidatie van het aandeel van de uittredende deelnemer in die kostensoort. De kosten die aldus worden berekend (en bij de uittredende deelnemer in rekening gebracht dienen te worden) worden verminderd met eventuele baten die ontstaan doordat de capaciteit waarop de kosten betrekking hebben op alternatieve wijze kan worden ingezet (bijvoorbeeld; de inkomsten uit onderverhuur van overtollige bedrijfsruimte kunnen in mindering worden gebracht op de kosten voor leegstand). De hier bedoelde kosten moeten worden bepaald aan de hand van principes die hiervoor in de (rechts)praktijk worden geaccepteerd (lid 1). Toepassing van deze principes dient bij te dragen aan de objectieve bepaling van de uittreedsom. In dat kader wordt in de eerste plaats aangesloten bij de principes van goed koopmanschap zoals deze door bedrijven worden gebruikt in het kader van de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Deze principes zijn het realiteitsbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het eenvoudsbeginsel. In dat kader wordt in de tweede plaats aangesloten bij de principes van accounting, zoals deze door accountants dienen te worden toegepast bij de controle van de boekhouding van organisaties.
Daarbij gaat het om: 1. het toerekeningsbeginsel, 2. het voorzichtigheidsprincipe, 3. het realisatieprincipe, 4. het matchingprincipe,
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder 6. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van uittredende deelnemer.
5. het continuïteitsprincipe, en 6. het bestendigheidsprincipe. Naast deze principes gelden hier altijd en onverkort de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zorgvuldigheid, evenredigheid, motivering, etc. ). Het uittredingsplan is immers een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht dat voor wat betreft de wijze van totstandkoming en inhoud daaraan moet voldoen. Alleen kosten die het directe gevolg zijn van de uittreding komen voor compensatie in aanmerking. Onder de kosten die voor compensatie in aanmerking komen vallen ook toekomstige kosten. Deze toekomstige kosten dienen te worden afgekocht. De raming van toekomstige kosten dient in de regel mede te worden gebaseerd op aannames, o.m. over de verwachte ontwikkeling van die toekomstige kosten en de kans dat deze kosten zich kunnen voordoen. Voor de onderbouwing van deze aannames is het van belang toepassing te geven aan voornoemde principes en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De verplichting om deze kosten te compenseren is in lijn met de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State begrensd door een termijn van vijf jaren, te rekenen vanaf het moment van uittreding (lid 4) (zie ABRS 15 april 2015, zaaknr. 201404322/1/A2). Kosten als gevolg van de uittreding dienen te worden verrekend met eventuele baten als gevolg van de uittreding (lid 5).
Alle frictiekosten en desintegratiekosten
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder worden bij de uittredende deelnemer in rekening gebracht en deze is rechtens verplicht tot betaling van de kosten. Het gaat hierbij om het saldo van alle frictiekosten en desintegratiekosten. Eventuele baten van mitigerende maatregelen (bijvoorbeeld overname van overtollig personeel) moeten derhalve worden afgetrokken van de bruto kosten. Ook bij Fijnder opgebouwde reserves waartoe de uittredende deelnemer gerechtigd is dienen te worden verrekend met de verschuldigde frictiekosten en desintegratiekosten Lid 6 bepaalt dat de kosten die de uittredende deelnemer maakt in het kader van de uittreding voor rekening van de uittredende deelnemer blijven. Deze kosten kunnen niet in mindering worden gebracht op de uittreedsom. Artikel 47 Peildatum 1. Gelijktijdig met het opstellen van het concept uittredingsplan stelt het algemeen bestuur, indien dat noodzakelijk is gelet op de uittreding, een voorstel voor wijziging van de regeling en van de daarop gebaseerde besluiten op. Dit voorstel wordt samen met concept uittredingsplan aan de deelnemers toegezonden voor besluitvorming. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat de uittredende deelnemer alleen het concept uittredingsplan voor besluitvorming krijgt toegezonden.
De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke
Nieuw artikel Het eerste lid regelt dat de datum van uittreding heeft te gelden als peildatum voor berekening van de uittreedsom. Feiten en omstandigheden die na de datum opkomen dienen buiten beschouwing te worden gelaten bij de bepaling van de uittreedsom. Dit impliceert dat bij de bepaling van de compensatie van toekomstige kosten een zo precies mogelijke raming moet worden gemaakt, gebaseerd op zo plausibel mogelijke aannames. Of deze aannames ook na de datum van uittreding blijken te kloppen mag vervolgens geen rol spelen. In zoverre moeten de uittredende deelnemer en Fijnder beiden een inschatting maken van de risico’s die zij lopen bij het bepalen van de compensatie en de onderbouwing daarvan. Het tweede lid regelt dat de uittredende
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 2. Feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uitgetreden deelnemer dan wel het algemeen bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald omdat: de wederpartij onjuiste inlichtingen heeft verstrekt waarvan deze diende aan te nemen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou luiden indien deze onjuiste inlichtingen niet zouden zijn verstrekt; de wederpartij inlichtingen die hem op het moment van het bepalen van de uittreedsom bekend waren niet heeft verstrekt terwijl de wederpartij redelijkerwijs had moeten aannemen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.
deelnemer en Fijnder beiden alle informatie over en weer moeten delen op basis waarvan beide partijen een zo goed mogelijke inschatting kunnen maken van hun belangen bij de bepaling van de uitreedsom.
Artikel 48 Advies Ondernemingsraad 1. Alvorens het algemeen bestuur het concept uittredingsplan voor zienswijzen toezendt aan de colleges stelt het de ondernemingsraad van Fijnder in de gelegenheid om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het concept uittredingsplan, conform de bepalingen in de Wet op de ondernemingsraden. Met de inhoud van dit advies wordt rekening gehouden in het concept uittredingsplan.
Nieuw artikel Het eerste lid regelt dat de ondernemingsraad de gelegenheid heeft advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het concept uittredingsplan. Hiermee is overigens niet geregeld dat alle personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit de uittreding in het uittredingsplan geregeld moeten worden. Het is zeer wel voorstelbaar dat veel van personele en organisatorische gevolgen van de uittreding elders worden geregeld. Dit artikellid stelt zeker
Was-wordtlijst Gemeenschappelijke Regeling Fijnder 2. Indien het algemeen bestuur in het concept uittredingsplan vaststelt dat de uittreding een verlies van 20 of meer arbeidsplaatsen tot gevolg heeft of kan hebben, treedt het algemeen bestuur in overleg met de bij de sector betrokken vakbonden om te bepalen of het opstellen van een sociaal plan noodzakelijk is, alvorens het dagelijks bestuur het concept uittredingsplan voor zienswijzen toezendt aan de deelnemers. De conclusies van dit overleg worden opgenomen in het voorstel waarmee het concept uittredingsplan wordt aangeboden aan de deelnemers. Artikel 49 Wijziging van de regeling 1. Gelijktijdig met het opstellen van het concept uittredingsplan stelt het algemeen bestuur, indien dat noodzakelijk is gelet op de uittreding, een voorstel voor wijziging van de regeling en van de daarop gebaseerde besluiten op. Dit voorstel wordt samen met concept uittredingsplan aan de deelnemers toegezonden voor besluitvorming. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat de uittredende deelnemer alleen het concept uittredingsplan voor besluitvorming krijgt toegezonden.
dat indien personele en organisatorische gevolgen van de uittreding worden geregeld in het uittredingsplan, de ondernemingsraad in de gelegenheid wordt gesteld daarover advies uit te brengen. Het tweede lid stelt regels voor het geval de uittreding tot gevolg heeft dat 20 of meer arbeidsplaatsen verloren kunnen gaan. Voor dat geval is bepaald dat het algemeen bestuur eerst in overleg treedt het de vakbonden over de vraag of een sociaal plan noodzakelijk is voordat het dagelijks bestuur het concept uittredingsplan voor zienswijzen aan de colleges zendt. De conclusie van het overleg met de vakbonden wordt in het kader van de zienswijzeprocedure meegezonden met het concept uittredingsplan. Nieuw artikel Uittreding van een deelnemer zal in de regel aanpassing van de gemeenschappelijke regeling vergen, bijvoorbeeld op het punt van de stemverhoudingen. Dit artikel verplicht het algemeen bestuur een voorstel voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling voor te bereiden. Dit wijzigingsvoorstel wordt gelijktijdig met de zienswijzeprocedure inzake het uittredingsplan in de daarvoor bestemde besluitvormingsprocedures gebracht